Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 12 oktober 2007
gepubliceerd op 04 december 2007

Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 april 2004 met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding.

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2007029384
pub.
04/12/2007
prom.
12/10/2007
ELI
eli/besluit/2007/10/12/2007029384/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

12 OKTOBER 2007. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 april 2004 met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding.


De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juli 2003 met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding, inzonderheid op artikel 6, § 2;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 april 2004 met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding;

Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Permanente Opvoeding, gegeven op 2 juli 2007;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 juli 2007;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 13 juli 2007;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 43.432/2/V en nr. 43.433/2/V, gegeven op 22 augustus 2007 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Cultuur en de Audiovisuele sector;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 april 2004 met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding, wordt een artikel 54bis ingevoegd, luidend als volgt : « § 1. In afwijking van artikel 33, voor de aanvragen om erkenning die ingediend werden tussen 1 januari en 31 maart 2007, worden de termijnen van het onderzoek van de ontvankelijkheid van de dossiers als volgt bepaald : a) Voor elk dossier stuurt de administratie een ontvangstbewijs binnen de drie maanden na de ontvangst van het dossier.Het ontvangstbewijs geeft kennis van de ontvankelijkheid van het volledig dossier of omvat een aanvraag om bijkomende informatie indien het dossier niet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 29 tot 31 beantwoordt. b) De vereniging heeft een termijn van één maand om de aangevraagde bijkomende informatie te verschaffen. De Administratie onderzoekt de ontvankelijkheid van het dossier binnen de maand na de ontvangst van de bijkomende informatie. Indien het dossier niet aan de verplichtingen bedoeld in de artikelen 29 tot 31 van dit besluit beantwoordt, licht de administratie de vereniging in over de onontvankelijkheid van haar dossier; § 2. In afwijking van de artikelen 34, 36 en 38, voor de aanvragen om erkenning die ingediend werden tussen 1 januari en 31 maart 2007 door verenigingen erkend met toepassing van het decreet van 8 april 1976 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de organisaties voor permanente opvoeding van de volwassenen in het algemeen en aan de organisaties voor de sociaal-culturele bevordering van de arbeiders en de besluiten tot toepassing ervan, worden de termijnen van het onderzoek van de dossiers als volgt bepaald : a) De Administratie en de Inspectie brengen hun advies uit aan de Raad en aan de Minister ten laatste op 30 april 2008;b) Na de ontvangst van het gemeenschappelijke advies van de Administratie en de Inspectie, en te rekenen vanaf de verjaringstermijn bedoeld in § 2, a), van dit artikel, heeft de Raad een periode van drie maanden om zijn advies aan de Minister uit te brengen;c) Na de ontvangst van het gemeenschappelijke advies van de Administratie en de Inspectie en van het advies van de Raad, heeft de Minister een termijn van drie maanden om de vereniging van onbepaalde duur al dan niet te erkennen overeenkomstig artikel 37 van het decreet;d) De erkenning van onbepaalde duur wordt op één januari 2009 toegekend.»

Art. 2.In hetzelfde besluit, wordt een artikel 54ter ingevoegd, luidend als volgt : « In afwijking van artikel 32, eerste lid, voor de verenigingen erkend met toepassing van het decreet van 8 april 1976 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de organisaties voor permanente opvoeding van de volwassenen in het algemeen en aan de organisaties voor de sociaal-culturele bevordering van de arbeiders en die een aanvraag om erkenning tussen 1 januari en 31 maart 2007 hebben ingediend en waarvoor het dossier als ontvankelijk werd beschouwd, kan geen enkele nieuwe aanvraag vóór 1 januari 2009 ingediend worden;

Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 54 quater ingevoegd, luidend als volgt : « In afwijking van artikel 33, voor de aanvragen om erkenning die ingediend worden tussen 1 januari en 31 maart 2008 worden de termijnen van het onderzoek van de ontvankelijkheid van de dossiers vastgesteld als volgt : a) Voor elk dossier stuurt de administratie een ontvangstbewijs binnen de twee maanden na de ontvangst van het dossier.Het ontvangstbewijs geeft kennis van de ontvankelijkheid van het volledig dossier of omvat een aanvraag om bijkomende informatie indien het dossier niet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 29 tot 31 beantwoordt; b) De vereniging heeft een termijn van één maand om de aangevraagde bijkomende informatie te verschaffen. De Administratie onderzoekt de ontvankelijkheid van het dossier binnen de maand na de ontvangst van de bijkomende informatie. Indien het dossier niet aan de verplichtingen bedoeld in de artikelen 29 tot 31 van dit besluit beantwoordt, licht de administratie de vereniging in over de onontvankelijkheid van haar dossier. »

Art. 4.Artikel 1 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.

Art. 5.De Minister tot wier bevoegdheid de Cultuur behoort, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 12 oktober 2007.

Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister van Cultuur en de Audiovisuele sector, Mevr. F. LAANAN

^