Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 06 oktober 2011
gepubliceerd op 09 november 2011

Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende telewerk

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2011029545
pub.
09/11/2011
prom.
06/10/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

6 OKTOBER 2011. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende telewerk


De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 3, vervangen door de bijzondere wet van 8 augustus 1988;

Gelet op het besluit van 11 juli 2008 betreffende het telewerk binnen de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en de instellingen van openbaar nut die onder het Sectorcomité XVII ressorteren;

Gelet op het decreet van 27 maart 2002 houdende de oprichting van het »Entreprise publique des Technologies nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté Française » (Overheidsbedrijf voor de Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap (ETNIC), inzonderheid op artikel 13, vervangen door het decreet van 27 februari 2003;

Gelet op het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het gespecialiseerd onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan, inzonderheid op artikel 45, tweede lid, vervangen door het decreet van 27 februari 2003;

Gelet op het decreet van 17 juli 2002 houdende hervorming van de "Office de la Naissance et de l'Enfance", afgekort "ONE", inzonderheid op artikel 24, § 2, gewijzigd bij het decreet van 27 februari 2003;

Gelet op het gecoördineerd decreet van de Franse Gemeenschap van 26 maart 2009 betreffende de audiovisuele mediadiensten, inzonderheid op artikel 140, § 3;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 5 november 2010;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 18 november 2010;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken van 18 november 2010;

Gelet op het advies van de Directieraad van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, gegeven op 20 december 2010;

Gelet op het advies van de Directieraad van het « Entreprise publique des Technologies nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté Française » (Overheidsbedrijf voor de Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap (ETNIC), gegeven op 13 januari 2011;

Gelet op het advies van de Directieraad van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector van de Franse Gemeenschap, gegeven op 24 januari 2011;

Gelet op het advies van de Directieraad van de « Office de la Naissance et de l'Enfance », gegeven op 18 januari 2011;

Gelet op het advies van de Directieraad van het « Institut de la Formation en cours de carrière » (Instituut voor de opleiding gedurende de loopbaan), gegeven op 31 januari 2011;

Gelet op het onderhandelingsprotocol nr. 394 van het Comité van sector XVII, gesloten op 4 februari 2011;

Gelet op het advies nr. 49.558/4 van de Raad van State, gegeven op 18 mei 2011, bij toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het Europese raamakkoord van 16 juli 2002 betreffende telewerk;

Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied

Artikel 1.Dit besluit is toepasselijk op de statutaire personeelsleden en op de contractuele personeelsleden, hierna personeelsleden genoemd, van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en de instellingen van openbaar nut die onder het Sectorcomité XVII ressorteren.

Van het toepassingsgebied van dit besluit worden echter uitgesloten, de contractuele personeelsleden die bij een arbeidsovereenkomst sedert minder dan twee jaar worden tewerkgesteld.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : 1° telewerk : elke vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarin, met gebruikmaking van informatietechnologie werkzaamheden die in de lokalen van de werkgever zouden kunnen worden uitgevoerd, op regelmatige basis op de woonplaats van de telewerker of op elke door hem gekozen locatie buiten de lokalen van de werkgever, mits toestemming van deze, worden uitgevoerd;2° telewerker : het statutaire personeelslid of het contractuele personeelslid dat telewerkt;3° werkgever : de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de audiovisuele sector of de instelling van openbaar nut die onder sectorcomité XVII ressorteert;4° dienst : een eenheid die onder leiding van een ambtenaar van ten minste rang 12 staat;5° directiecomité : het directiecomité van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, zoals bepaald in artikel 12 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, of, in voorkomend geval, het directieorgaan van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector of de instellingen van openbaar nut bedoeld in artikel 1. HOOFDSTUK II. - Beslissing een beroep te doen op telewerk bij de organisatie van een dienst

Art. 3.§ 1. Het Directiecomité kan beslissen een dienst die voldoet aan de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden toe te laten op telewerk een beroep te doen. § 2. Een dienst kan worden toegelaten op telewerk een beroep te doen indien hij voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° telewerken moet worden georganiseerd in het belang van de dienst en een wijze van organisatie van de dienst zijn;2° telewerken moet verenigbaar zijn met het ambt(de ambten) waarvoor de dienst een aanvraag indient om op telewerken een beroep te kunnen doen. § 3. Wanneer het Directiecomité een dienst toelaat op telewerken een beroep te doen, brengt het er de Minister onder wie deze dienst functioneel ressorteert of de toezichthoudende Minister, voor de Hoge Raad voor de audiovisuele sector en de instellingen van openbaar nut, op de hoogte van. § 4. Op voorstel van de verantwoordelijke van ten minste rang 12 van de dienst die wordt toegelaten op telewerken een beroep te doen, kan het Directiecomité het personeelslid (de personeelsleden), die zijn (hun) toestemming hebben betuigd, op telewerken een beroep te doen en bepaalt de nadere regels voor de organisatie ervan.

Het voorstel van de verantwoordelijke van rang 12 moet vóór 1 maart gelijktijdig bij het Directiecomité en de Algemene Directie Personeel en Ambtenarenzaken, of, in voorkomend geval, bij de dienst human resources, door middel van het formulier en het daartoe bepaalde evaluatierooster, worden ingediend.

Dat formulier en dat rooster worden door het Directiecomité opgemaakt. § 5. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en behoudens als dit technisch onmogelijk is, kent het Directiecomité vóór 1 juli de geselecteerde kandidaten de toelating tot telewerken toe. HOOFDSTUK III. - Aanvraag van een personeelslid om te kunnen telewerken

Art. 4.§ 1. Onverminderd artikel 3 van dit besluit, kan een personeelslid een individuele aanvraag tot telewerken indienen. § 2. De kandidaturen voor telewerken worden ingediend bij de onmiddellijk hiërarchische meerdere van rang 12, ten minste voor 31 januari, door middel van het daartoe bepaalde formulier. De geldigheidsduur voor de kandidaturen eindigt op 31 december.

De hiërarchisch meerdere deelt vóór 1 maart zijn met redenen omkleed advies gelijktijdig aan het Directiecomité en aan de Algemene Directie Personeel en Ambtenarenzaken mee, of, in voorkomend geval, aan de dienst human resources, door middel van het daartoe bepaalde evaluatierooster.

De Algemene Directie Personeel en Ambtenarenzaken of de dienst bevoegd voor de human resources zendt vóór 1 mei het Directiecomité een advies betreffende de voorwaarde bedoeld in artikel 6, eerste lid, 1°.

Het Directiecomité beslist over de aanvragen en zendt vóór 1 juni de lijst van de geselecteerde kandidaten aan de Directeur-generaal van Personeel en Ambtenarenzaken of aan de leidend ambtenaar bevoegd voor het personeel. Als het advies van de hiërarchische meerdere ongunstig is, wordt de kandidaat op zijn aanvraag door het Directiecomité gehoord.

Art. 5.§ 1. Bij gebrek aan begrotingsmogelijkheden, op grond van de lijsten van de geselecteerde kandidaten bedoeld in artikel 4, § 2, vierde lid, stelt de Directeur-generaal van Personeel en Ambtenarenzaken of, in voorkomend geval, de leidend ambtenaar bevoegd voor het personeel, een rangschikking van de aanvragen vast in de volgorde van de volgende prioriteiten : 1° de aanvragen van de kandidaten over wie een beslissing werd genomen door een arts van het bestuur medische expertise van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu in het kader van de artikelen 117 tot 123 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004 betreffende de verloven en afwezigheden van de personeelsleden van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en de instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII ressorteren;2° de aanvragen van de kandidaten over wie een aanbeveling van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer werd getroffen en/of die redenen van sociale of familiale aard die door de sociale dienst worden erkend, inroepen;3° de aanvragen van de kandidaten die het bewijs leveren van het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen dat een wacht- en reistijd vergt die ten minste drie uur per dag bedraagt (heen- en terugreis gecumuleerd). In elke prioritaire categorie, worden de aanvragen gerangschikt in de volgorde van de wacht- en reistijd die noodzakelijk is om zich te begeven van de woonplaats naar de arbeidsplaats, door middel van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen, van de belangrijkste tot de minst belangrijke.

De aanvragen van de niet-prioritaire kandidaten worden gerangschikt in de volgorde van de wacht- en reistijd die noodzakelijk is om zich te begeven van de woonplaats naar de arbeidsplaats, door middel van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen, van de belangrijkste naar de minst belangrijke. § 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en behalve als een technische onmogelijkheid wordt vastgesteld, kent het Directiecomité, vóór 1 juli, de toelating tot telewerken toe aan de geselecteerde kandidaten met inachtneming van de vastgestelde rangschikking. HOOFDSTUK IV. - Individuele beslissing tot telewerken

Art. 6.Een personeelslid kan tot telewerken worden toegelaten als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : 1° telewerken is verenigbaar met het ambt;2° telewerken is verenigbaar met het belang van de dienst;3° de telewerker oefent zijn ambt uit in het kader van een voltijdse arbeidstijd;4° de telewerker wordt aangewezen voor de directie waaronder hij sedert ten minste twee jaar ressorteert. In afwijking van het eerste lid, 3°, kan de kandidaat die zijn ambt uitoefent volgens de regeling inzake deeltijdse arbeidsongeschiktheid bedoeld in de artikelen 117 tot 123 van het voormelde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004 een toelating tot telewerken krijgen.

Art. 7.De toelating tot telewerken wordt toegekend voor een periode van één jaar, hernieuwbaar voor periodes van twee jaar, voor zover de voorwaarden bedoeld in artikel 6 blijven bestaan.

De oorspronkelijke toelating is onderworpen aan een proefperiode van drie maanden.

Elke hernieuwing is onderworpen aan een aanvraag van de telewerker, die ten minste twee maanden vóór het einde van de lopende toelating wordt ingediend.

De aanvraag om hernieuwing wordt bij de hiërarchische meerdere van ten minste rang 12 ingediend.

Als het Directiecomité over de aanvraag om hernieuwing beslist, kijkt het na of de voorwaarden van artikel 6 nog altijd voorhanden zijn. Het zorgt er eveneens voor dat de opvolgingsgesprekken en het stuurbord bedoeld in artikel 16 regelmatig worden bijgehouden en bijgewerkt.

Bij voorstel van weigering van hernieuwing, wordt de telewerker vooraf gehoord.

Het Directiecomité zendt de beslissing tot hernieuwing aan de directeur-generaal van Personeel en Ambtenarenzaken, of, in voorkomend geval, aan de ambtenaar-generaal bevoegd voor het personeel.

Art. 8.De toelating tot telewerken vermeldt : 1° de plaats waar het telewerk wordt verricht;2° de dagen waarop het telewerk wordt verricht;3° de manier waarop de telewerker op de hoogte wordt gebracht van de te vervullen taken, de te bereiken doelstellingen alsook de methoden voor het meten van het geleverde werk;4° de duur van de toelating;5° de toestemming van de telewerker betreffende de toegang tot zijn woonplaats of tot de door hem gekozen plaats, van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk tussen 9 uur en 16 uur, op afspraak;6° de verbintenis van de telewerker tot naleving van de door de werkgever opgelegde regels inzake informaticaveiligheid;7° de verbintenis van de telewerker tot het volgen van de opleidingen voor telewerken, georganiseerd door de werkgever, inzonderheid deze die betrekking hebben op de regels inzake informaticaveiligheid. De vermeldingen bedoeld in het eerste lid worden opgenomen in een aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst van de contractuele personeelsleden.

Art. 9.Bij verandering van dienstaanwijzing van de telewerker, wordt het behoud van de toelating tot telewerken afhankelijk gemaakt van een beslissing van het Directiecomité. In dat geval, kan worden afgeweken van de voorwaarde bepaald in artikel 6, eerste lid, 4°.

Het Directiecomité beslist over het behoud van de toelating binnen de twee maanden van de verandering van dienstaanwijzing bedoeld in het eerste lid. Nadat die termijn verstreken is, wordt de beslissing van het Directiecomité als gunstig geacht.

Art. 10.Met inachtneming van een opzeggingstermijn van twee maanden, kan het Directiecomité de toelating tot telewerken beëindigen, op met redenen omkleed advies van de hiërarchische meerdere. De telewerker wordt vooraf gehoord.

Met inachtneming van een opzeggingstermijn van één maand, kan de telewerker vragen dat er vroegtijdig een einde wordt gemaakt aan een toelating tot telewerken.

Art. 11.De toekenning van een deeltijdse arbeid voor een periode van zes maanden schort de toelating tot telewerken op, met uitzondering van : 1° deeltijdse arbeidsongeschiktheid;2° onderbreking van de beroepsloopbaan. Door de toekenning van een deeltijdse arbeid voor een periode van meer dan zes maanden wordt van rechtswege een einde gemaakt aan de toelating tot telewerken, met uitzondering van de deeltijdse arbeidsongeschiktheid.

Met uitzondering van afwezigheden om medische redenen, met inbegrip van de afwezigheden wegens ziekte als gevolg van een arbeidsongeval, een ongeval van en naar het werk of van een beroepsziekte, maakt elke afwezigheid van ten minste zes maanden van rechtswege een einde aan de toelating tot telewerken.

Art. 12.§ 1. De telewerker kan niet meer dan twee vijfden van zijn prestaties met telewerken vervullen.

In afwijking van het eerste lid, kan de directeur belast met een directie niet meer dan één vijfde van zijn prestaties met telewerken vervullen.

In afwijking van het eerste lid, kan de telewerker drie vijfden van zijn prestaties met telewerken vervullen : 1° bij beslissing van een arts van het bestuur medische expertise van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu in het kader van de artikelen 117 tot 123 van het voormelde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004;2° bij aanbeveling van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer;3° bij een met redenen omklede beslissing van het Directiecomité. § 2. Het telewerken wordt in volle dagen verricht. § 3. De telewerkdagen worden in onderlinge overeenstemming tussen de hiërarchische meerdere en de telewerker vastgesteld. § 4. De werkuren gepresteerd in het kader van het telewerk geven geen recht op compensatie-uren. § 5. De telewerker kan geen aanspraak maken op de valorisatie van de prestaties verricht buiten de normale arbeidsuren voor de prestaties verricht tussen 18 U 30 en 7 U 30 gedurende de telewerkdagen, tenzij die prestaties door de bevoegde hiërarchische meerdere worden opgelegd. HOOFDSTUK V. - Rechten en verplichtingen

Art. 13.De telewerker moet kunnen worden bereikt gedurende het vaste deel van de flexibele arbeidsregeling, behalve als andere regels bij de toelating tot telewerken in onderlinge overeenstemming werden vastgesteld tussen de telewerker en zijn hiërarchische meerdere van ten minste rang 12.

Art. 14.§ 1. Geen toelage of premie kan worden toegekend in het kader van telewerken. Geen vermeerdering of vermindering van de arbeidsduur kan ermee worden verbonden.

De werklast en de criteria voor het beoordelen van het door de telewerker geleverde werk zijn gelijk aan die van de vergelijkbare personeelsleden die in de lokalen van de werkgever werken. § 2. De telewerkers hebben dezelfde rechten op vorming en loopbaanmogelijkheden als de vergelijkbare personeelsleden die in de lokalen van de werkgever werken en aan dezelfde evaluaties onderworpen zijn.

Art. 15.De telewerker moet toegang kunnen krijgen tot de informatie betreffende de instelling en de dienst.

Art. 16.De onmiddellijk hiërarchische meerdere en de telewerker voeren, ten minste om de drie maanden, opvolgingsgesprekken, om de telewerker de te vervullen opdrachten en taken toe te kennen en om het opvolgen ervan te verrichten. Er wordt daartoe een stuurbord bijgehouden.

Art. 17.De werkgever levert, installeert en onderhoudt de informatica- en telefonie-uitrusting die noodzakelijk is voor het telewerken.

De werkgever betaalt de aansluitings- en verbindingskosten in verband met telewerken, met uitzondering van de terbeschikkingstelling door de telewerker van een telefoonlijn - raw copper - vrij van ADSL-dienst.

De werkgever levert een geschikte technische steundienst.

Art. 18.Overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 december 2007 betreffende de gedragscode van de gebruikers van de computersystemen, van de e-mails en van het Internet binnen de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap en de instellingen van openbaar nut die onder het comité van sector XVII ressorteren, gaat de telewerker zorgvuldig om met de uitrusting die hem wordt toegekend.

Art. 19.De telewerker brengt zonder verwijl de werkgever op de hoogte van elk defect bij een uitrusting of van elke andere omstandigheid waardoor hij zijn werk niet kan verrichten.

Bij verhindering zoals bedoeld in het eerste lid, kan het telewerken worden opgeschort op met redenen omklede beslissing van de hiërarchische meerdere van ten minste rang 12.

Art. 20.De telewerker verwittigt zonder verwijl de werkgever als de uitrusting en de gegevens door derden worden gestolen of beschadigd en bezorgt hem de informatie die hem de mogelijkheid verschaft om een schadevergoeding te bekomen.

Art. 21.Behalve in geval van bedrog, ernstige of gewone lichte tekortkoming van de telewerker, betaalt de werkgever de kosten in verband met het verlies of de beschadiging van de uitrusting en de gegevens.

Art. 22.De telewerker verwittigt de werkgever zonder verwijl bij ziekte of arbeidsongeval.

Hij levert elk gegeven dat nuttig is om het ongeval als arbeidsongeval te omschrijven.

Art. 23.De werkgever brengt de telewerker op de hoogte van de geldende maatregelen inzake bescherming en preventie op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, inzonderheid deze die betrekking hebben op de visualisatieschermen. HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 24.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 11 juli 2008 betreffende het telewerk binnen de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en de instellingen van openbaar nut die onder het Sectorcomité XVII ressorteren, gewijzigd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 1 juli 2010, wordt opgeheven.

Art. 25.Het personeelslid dat, op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit, aan telewerk doet als gevolg van een beslissing genomen op grond van het besluit bedoeld in artikel 24, wordt toegelaten tot telewerken onder de voorwaarden van dat besluit, tot de datum van de beslissing van het Directiecomité over zijn aanvraag om hernieuwing zoals bedoeld in artikel 7, derde lid.

Art. 26.De Minister bevoegd voor de Ambtenarenzaken wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 6 oktober 2011.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^