Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 15 november 2017
gepubliceerd op 20 december 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende het telewerk

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2017031866
pub.
20/12/2017
prom.
15/11/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2017031866

MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP


15 NOVEMBER 2017. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende het telewerk


De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 3, vervangen bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988;

Gelet op het decreet van 27 maart 2002 houdende de oprichting van het "Entreprise publique des Technologies nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté Française" (Overheidsbedrijf voor de Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap (ETNIC), inzonderheid op artikel 13, vervangen bij het decreet van 27 februari 2003;

Gelet op het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het gespecialiseerd onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan, inzonderheid op artikel 45, tweede lid, vervangen bij het decreet van 27 februari 2003;

Gelet op het decreet van 17 juli 2002 houdende hervorming van de "Office de la Naissance et de l'Enfance", afgekort "ONE", inzonderheid op artikel 24, § 2, gewijzigd bij het decreet van 26 maart 2009;

Gelet op het gecoördineerd decreet van de Franse Gemeenschap van 26 maart 2009 betreffende de audiovisuele mediadiensten, inzonderheid op artikel 140, § 3;

Gelet op het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies, inzonderheid op artikel 24;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 6 oktober 2011 betreffende telewerk;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 mei 2017;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 6 november 2017;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken van 19 juli 2017;

Gelet op het advies van de Directieraad van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, gegeven op 13 juli 2017;

Gelet op het advies van de Directieraad van de "Office de la Naissance et de l'Enfance", gegeven op 14 juli 2017;

Gelet op het advies van de Directieraad van de ARES (Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur - "Academie voor Onderzoek en Hoger Onderwijs"), gegeven op 19 juli 2017;

Gelet op het advies van de Directieraad van het "Entreprise publique des Technologies nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté Française" (Overheidsbedrijf voor de Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap (ETNIC), gegeven op 14 september 2017;

Gelet op het advies van de Directieraad van het "Institut de la formation en cours de carrière" (Instituut voor de Vorming tijdens de loopbaan), gegeven op 20 september 2017;

Gelet op het advies van de Directieraad van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector van de Franse Gemeenschap, gunstig geacht aangezien het niet gegeven werd binnen de zestig werkdagen na de ontvangst van de aanvraag;

Gelet op het onderhandelingsprotocol nr. 481 van het Comité van sector XVII, gesloten op 14 juli 2017;

Gelet op de "gendertest" van 5 juni 2017 uitgevoerd met toepassing van artikel 4, tweede lid, 1°, van het decreet van 7 januari 2016 betreffende de integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap;

Gelet op het advies nr. 61.973/2/V van de Raad van State, gegeven op 6 mei 2017, bij toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het Europese raamakkoord van 16 juli 2002 betreffende telewerk;

Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definitie en toepassingsgebied

Artikel 1.Dit besluit is toepasselijk op de statutaire personeelsleden en op de contractuele personeelsleden, hierna personeelsleden genoemd, van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en de instellingen van openbaar nut die onder het Comité van sector XVII ressorteren.

Van het toepassingsgebied van dit besluit worden echter uitgesloten, de contractuele personeelsleden die bij een arbeidsovereenkomst van minder dan twee jaar worden tewerkgesteld.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : 1° telewerk : elke vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarin, met gebruikmaking van informatietechnologie, werkzaamheden die in de lokalen van de werkgever zouden kunnen worden uitgevoerd, op regelmatige basis op de woonplaats van de telewerker of op elke door hem gekozen locatie buiten de lokalen van de werkgever, mits toestemming van deze, worden uitgevoerd;2° telewerker : het statutaire personeelslid of het contractuele personeelslid dat telewerkt;3° werkgever : de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de audiovisuele sector of de instelling van openbaar nut die onder Comité van sector XVII ressorteert;4° diensthoofd : de ambtenaar van minstens rang 12, of zijn afgevaardigde, onder de leiding van wie de telewerker staat;5° Directiecomité : het Directiecomité van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, zoals bepaald in artikel 12 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 juli 1996 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, of, in voorkomend geval, het directieorgaan van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector of de instellingen van openbaar nut bedoeld in artikel 1;6° Dienst : een Algemeen bestuur en het Algemeen secretariaat van het Ministerie, een instelling van openbaar nut en de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector;7° Ambtenaar-generaal : de Ambtenaar-generaal die de leiding heeft van een Dienst of zijn afgevaardigde;8° Algemene dienst voor het Beheer van Human Resources : de dienst Human Resource van het Ministerie of de betrokken instelling. HOOFDSTUK II. - Toestemming om te telewerken Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 3.Een personeelslid kan ertoe gemachtigd worden telewerk te verrichten indien het aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° het telewerk is verenigbaar met het ambt;2° het telewerk is verenigbaar met het belang van de dienst : 3° de telewerker oefent zijn ambt uit in het kader van een arbeidsregeling met volledige dagtaak of deeltijdse dagtaak van minimum 80 %;4° de telewerker wordt aangewezen voor de Dienst waaronder hij ressorteert sinds minstens zes maanden. Deze voorwaarden moeten vervuld worden op het ogenblik dat de aanvraag ingediend wordt bij het diensthoofd.

In afwijking van het eerste lid, 3°, kan de kandidaat die zijn ambt uitoefent volgens het stelsel van de beperkte prestaties om medische redenen bedoeld bij de artikelen 117 tot 123 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de verloven en afwezigheden van de personeelsleden van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en de instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII ressorteren, een toelating om te telewerken verkrijgen.

Onverminderd artikel 10, is de aanwijzingsvoorwaarde bedoeld bij het eerste lid, 4°, niet van toepassing op de telewerker die van aanwijzing verandert.

Art. 4.§ 1. Een personeelslid kan een individuele aanvraag tot telewerken bij zijn diensthoofd indienen via het daartoe bestemd formulier.

Het diensthoofd geeft een met redenen omkleed advies over deze aanvraag. Ingeval het advies gunstig is, wordt het geschreven voorstel gevoegd bij het formulier aangevuld en ondertekend door het personeelslid en zijn diensthoofd. Dit voorstel moet, allerminste, de vermeldingen bedragen in verband met de plaats waar het telewerk plaatsvindt, de dagen voor het telewerk, de duur van de toelating, de perioden van het uurrooster waarin de telewerker bereikt moet kunnen worden, wanneer deze uren niet overeenstemmen met de vaste uren van het variabele uurrooster, alsook de nadere regels voor het opvolgen van het telewerk. § 2. Het diensthoofd zendt het formulier over en, in geval van gunstig advies, het geschreven voorstel, langs de hiërarchische weg, aan de Algemene dienst voor het Beheer van Human resources. In geval van ongunstig advies van het diensthoofd, geeft de Algemene dienst voor het Beheer van Human resources ook een advies over de aanvraag.

De Algemene dienst voor het Beheer van Human resources zendt de aanvraag over aan het Directiecomité dat een beslissing neemt. In geval van ongunstig advies van het diensthoofd, kan de kandidaat op eigen aanvraag gehoord worden.

Indien de aanvraag van het diensthoofd toch ingewilligd wordt, niettegenstaande het ongunstig advies van het diensthoofd, wordt het geschreven voorstel bedoeld bij paragraaf 1, tweede lid, aangevuld en ondertekend door het personeelslid en het lid van het Directiecomité waaronder hij het meest rechtstreeks ressorteert.

Vooraleer zijn beslissing te nemen, indien, niettegenstaande het gunstig advies van het diensthoofd, het Directiecomité tot een weigering neigt te beslissen, geeft het er bericht van aan de aanvrager en nodigt hem uit om gehoord te worden. De aanvrager kan zich laten bijstaan door de persoon die hij verkiest.

In geval van een weigering die uitwerking heeft op de datum van de kennisgeving aan het betrokken personeelslid, kan deze geen nieuwe aanvraag indienen voor het verstrijken van een termijn van zes maanden.

Art. 5.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onverminderd een mogelijke technische onmogelijkheid, kent het Directiecomité de toelating tot telewerken aan de kandidaat toe voor wie zijn beslissing gunstig is ten laatste binnen de drie maanden na de aanvraag.

Bij gebrek aan begrotingsmogelijkheden, worden de aanvragen die nog de uitvoering van een gunstige beslissing afwachten gerangschikt, met inachtneming van de chronologische volgorde van hun onderzoek door het Directiecomité.

In geval van nieuwe beschikbaarheden, worden de aanvragen ingewilligd in dalende voorrangsvolgorde bepaald door de volgende criteria, en voor de toepassing van elk criterium, van de oudste aanvraag tot de recentste : 1° de aanvragen van kandidaten die het voorwerp uitmaken van een beslissing van een arts van de dienst voor medisch toezicht in het kader van de artikelen 117 tot 123 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004 betreffende de verloven en afwezigheden van de personeelsleden van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en de instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII ressorteren;2° de aanvragen van de kandidaten voor wie een aanbeveling van de preventieadviseur-arbeidsarts werd getroffen;3° de aanvragen van de kandidaten die het bewijs leveren van het gebruik van openbare gemeenschappelijke vervoermiddelen dat een reistijd vergt die ten minste drie uur per dag bedraagt (heen- en terugreis gecumuleerd);4° de andere aanvragen in de volgorde van hun rangschikking.

Art. 6.De toelating tot telewerken wordt toegekend voor een periode van één jaar, die vernieuwd kan worden voor een onbepaalde duur, voor zover de voorwaarden bedoeld bij artikel 3 nog voortbestaan.

De toelating wordt toegekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving van de beslissing van het Directiecomité. Deze kennisgeving geschiedt door het Directiecomité of zijn afgevaardigde.

Ze heeft uitwerking ten vroegste met ingang van deze datum en ten laatste op het ogenblik van de terbeschikkingstelling van de nodige uitrusting.

Art. 7.De toelating tot telewerken vermeldt minstens de plaats waarop het telewerk plaatsvindt en de dagen ervan. Voor het overige verwijst de toelating tot de nadere regels bepaald in het voorstel bedoeld bij artikel 4, § 1, tweede lid, en gevoegd bij de toelating. Afdeling 2. - Telewerkprestaties

Art. 8.De telewerker mag niet meer dan twee vijfde van zijn prestaties als telewerk verrichten. In geval van deeltijdse prestaties met 80 %, moet de telewerker in zijn dienst minstens drie dagen per week aanwezig zijn.

In afwijking van het eerste lid, kan de directeur belast met een directie meer dan één vijfde van zijn prestaties als telewerk verrichten.

In afwijking van het eerste lid, kan de telewerker enkel drie vijfde van zijn prestaties als telewerk verrichten : 1° in geval van beslissing van een arts van de dienst voor medisch toezicht in het kader van de artikelen 117 tot 123 van het voornoemde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 juni 2004, waarbij het minimumaantal dagen telewerk per week twee dagen bedraagt in geval van deeltijdse prestaties met 80 % en één dag in geval van deeltijdse prestaties van 50 % tot 60 %.2° in geval van een aanbeveling van de preventieadviseur-arbeidsarts;3° in geval van een beslissing die behoorlijk met redenen omkleed wordt van het Directiecomité. Wanneer de voorwaarde die de met toepassing van het derde lid toegekende afwijking verantwoordt niet meer uitwerking heeft, wordt de mogelijkheid tot telewerk gewijzigd of afgeschaft volgens de nadere regels bedoeld bij artikel 22. § 2. Het telewerk wordt met volle dagen verricht.

In onderlinge overeenstemming tussen het diensthoofd en de telewerker, wanneer bijzondere omstandigheden het verantwoorden, kunnen de telewerkdagen in eenmalige halve dagen ingedeeld worden. In elk geval, worden ze in halve dagen ingedeeld wanneer de deeltijdse arbeid om medische redenen per halve dag wordt gepresteerd. § 3. De dagen telewerk worden gepresteerd overeenkomstig de toelating tot telewerken bedoeld bij artikel 7.

Bij wijze van uitzondering, als gevolg van de noodwendigheden van de dienst of op aanvraag van de telewerker, kan het diensthoofd, met verplichting de telewerker zodra mogelijk ervan te verwittigen, de dag van het telewerk wijzigen.

In geval van onenigheid over de beslissing van het diensthoofd, heeft de telewerker een beroepsrecht bij de Ambtenaar-generaal.

De Ambtenaar-generaal brengt het Directiecomité op de hoogte van elke beslissing die hij in het kader van een beroep treft. § 4. De werkuren gepresteerd in het kader van het telewerk geven geen recht op compensatie-uren. § 5. De telewerker kan geen beroep doen op de inaanmerkingneming van de prestaties verricht buiten de normale werkuren voor de prestaties verricht tussen 18h30 en 7h30 als telewerk, ofwel dan als deze prestaties opgelegd werden door de bevoegde hiërarchische meerdere. Afdeling 3. - Telewerken in geval van verandering van de

arbeidsregeling of dienstaanwijzing

Art. 9.De toekenning van deeltijdse arbeid van minder dan 80 %, voor een periode van minder dan zes maanden schort de toelating tot telewerken op, met uitzondering van deeltijdse arbeidsongeschiktheid;

Door de toekenning van een deeltijdse arbeid met minstens 80 %, voor een periode van meer dan zes maanden wordt van rechtswege een einde gemaakt aan de toelating tot telewerken, met uitzondering van de deeltijdse arbeidsongeschiktheid.

Met uitzondering van afwezigheden om medische redenen, met inbegrip van de afwezigheden wegens ziekte als gevolg van een arbeidsongeval, een ongeval van en naar het werk of van een beroepsziekte, maakt elke ononderbroken afwezigheid van ten minste zes maanden van rechtswege een einde aan de toelating tot telewerken.

Art. 10.Bij verandering van dienstaanwijzing van de telewerker, verzoekt het personeelslid zijn nieuwe diensthoofd om zijn instemming te betuigen met de voortzetting van de telewerkprestaties. Het diensthoofd kan beslissen het telewerk te weigeren, te schorsen voor een periode van maximum zes maanden of zijn instemming afhankelijk te maken van een proefperiode van drie maanden.

In geval van instemming, wordt door het diensthoofd de vermelding "met instemming" naast de toelating tot telewerken geplaatst. Desgevallend, wordt de vermelding van de proefperiode eraan toegevoegd. Op het einde van de proefperiode, bevestigt het diensthoofd zijn instemming of geeft kennis van zijn weigering. Bij gebrek aan een dergelijke kennisgeving van weigering op het einde van de proefperiode, wordt de beslissing van het diensthoofd als gunstig geacht voor de voortzetting van het telewerk.

In geval van weigering die uitwerking heeft op de datum van haar kennisgeving aan het betrokken personeelslid, kan het enkel een nieuwe aanvraag indienen na het verstrijken van een termijn van zes maanden.

Het diensthoofd brengt zijn Ambtenaar-generaal op de hoogte van iedere beslissing die hij neemt. HOOFDSTUK 3. - Rechten en plichten

Art. 11.De telewerker moet kunnen worden bereikt gedurende het vaste deel van de flexibele arbeidsregeling, behalve als andere regels bij de toelating tot telewerken in onderlinge overeenstemming werden vastgesteld tussen de telewerker en zijn diensthoofd.

Art. 12.§ 1. Geen toelage of premie kan worden toegekend als gevolg van telewerken. Geen vermeerdering of vermindering van de arbeidsduur kan ermee worden verbonden.

De werklast en de criteria voor het beoordelen van het door de telewerker geleverde werk zijn gelijk aan die van de vergelijkbare personeelsleden die in de lokalen van de werkgever werken. § 2. De telewerkers hebben dezelfde rechten op vorming en loopbaanmogelijkheden als de vergelijkbare personeelsleden die in de lokalen van de werkgever werken en zijn aan dezelfde evaluaties onderworpen.

Art. 13.De telewerker moet toegang kunnen krijgen tot de informatie betreffende de instelling en de dienst.

Art. 14.De werkgever levert, installeert en onderhoudt de informatica- en telefonie-uitrusting die noodzakelijk is voor het telewerken.

De werkgever betaalt de aansluitings- en verbindingskosten in verband met telewerken, met uitzondering van de terbeschikkingstelling door de telewerker van een telefoonlijn - raw copper - vrij voor een ADSL-dienst.

De werkgever levert een geschikte technische steundienst.

Art. 15.Overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 december 2007 betreffende de gedragscode van de gebruikers van de computersystemen, van de e-mails en van het Internet binnen de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap en de instellingen van openbaar nut die onder het comité van sector XVII ressorteren, gaat de telewerker zorgvuldig om met de uitrusting die hem wordt toevertrouwd.

Art. 16.De telewerker brengt zonder verwijl de werkgever op de hoogte van elk defect bij een uitrusting of van elke andere omstandigheid waardoor hij zijn werk niet kan verrichten.

Bij verhindering zoals bedoeld in het eerste lid, kan het telewerken worden opgeschort op met redenen omklede beslissing van het diensthoofd.

Art. 17.De telewerker verwittigt zonder verwijl de werkgever als de uitrusting en de gegevens door derden worden gestolen of beschadigd en bezorgt hem de informatie die hem de mogelijkheid verschaft om een schadevergoeding te bekomen.

Art. 18.Behalve in geval van bedrog, ernstige of gewone lichte tekortkoming van de telewerker, betaalt de werkgever de kosten in verband met het verlies of de beschadiging van de uitrusting en de gegevens.

Art. 19.De telewerker verwittigt de werkgever zonder verwijl bij ziekte of arbeidsongeval.

Hij levert elk gegeven dat nuttig is om het ongeval als arbeidsongeval te omschrijven.

Art. 20.De werkgever brengt de telewerker op de hoogte van de geldende maatregelen inzake bescherming en preventie op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, inzonderheid deze die betrekking hebben op de visualisatieschermen. HOOFDSTUK 4. - Vernieuwing van de telewerkvergunning

Art. 21.De Vernieuwing bedoeld bij artikel 6 wordt onderhevig gemaakt aan een aanvraag van de telewerker, die minstens twee maanden vóór het verstrijken van de lopende vergunning wordt ingediend.

De aanvraag om vernieuwing wordt bij het diensthoofd ingediend via het daartoe bestemd formulier. Het diensthoofd geeft zijn advies over het behoud van de telewerkvergunning, en als het advies gunstig is, vult het geschreven voorstel in. Het diensthoofd zendt de documenten aan de Ambtenaar-generaal waaronder hij ressorteert, en deze laatste beslist over de aanvraag.

Indien de Ambtenaar-generaal een gunstige beslissing neemt niettegenstaande het tegenovergestelde advies van het diensthoofd, vult hij het geschreven voorstel bedoeld bij het tweede lid in.

Van de beslissing van de Ambtenaar-generaal de vernieuwing toe te kennen, wordt kennis gegeven aan de telewerker en wordt, ter informatie, deze beslissing aan de Algemene dienst voor het Beheer van Human Resources overgezonden.

Indien de Ambtenaar-generaal deze aanvraag tot vernieuwing niet inwilligt, zendt hij deze aan de Algemene dienst voor het Beheer van Human Resources over, die beslist met inachtneming van de nadere regels bepaald bij artikel 4.

Behoudens beslissing door de Ambtenaar-generaal die bijzonder met redenen omkleed is, behoudt het personeelslid het genot van het telewerk gedurende de drie maanden die op de beslissing tot weigering van de vernieuwing volgen.

De ambtenaren-generaal houden een geactualiseerde lijst bij van de telewerkers die onder hun Dienst ressorteren en houden deze lijst ter beschikking van de Algemene dienst voor het Beheer van Human Resources. Deze geactualiseerde lijst identificeert de telewerkers die de afwijking genieten bedoeld bij artikel 8, § 1, derde lid, en vermeldt, voor iedere betrokken telewerker, de laatste datum waarop nagegaan werd of de voorwaarden die ten grondslag liggen aan de toekenning van de afwijking nog bestaan. HOOFDSTUK 5. - Wijziging of beëindiging van telewerkprestaties

Art. 22.§ 1. Elke aanvraag om wijziging of beëindiging van telewerkprestaties op initiatief van de telewerker moet aan zijn diensthoofd toegestuurd worden, dat, binnen de maand van ontvangst, deze, samen met zijn advies, aan de Ambtenaar-generaal waaronder het ressorteert, toezendt.

De beslissing om wijziging of beëindiging van telewerkprestaties wordt genomen met inachtneming van de nadere regels bedoeld bij artikel 21, vierde lid. De beslissing tot weigering wordt genomen met inachtneming van de nadere regels bedoeld bij artikel 21, vijfde lid. § 2. Van elk voorstel tot wijziging of beëindiging van telewerkprestaties op initiatief van het diensthoofd wordt aan de telewerker kennis gegeven, die het aan zijn diensthoofd terugbezorgt samen met de mogelijke op- en aanmerkingen.

Betuigt de telewerker zijn instemming of in afwezigheid van elke geschreven en tegengestelde opmerking van deze, dan wordt de beslissing door de Ambtenaar-generaal genomen volgens de nadere regels bepaald bij artikel 21, vierde lid.

Indien de telewerker het niet eens is, wordt de beslissing door het Directiecomité met inachtneming van de nadere regels bepaald bij artikel 21, vijfde en zesde lid genomen. § 3. De procedure bepaald bij dit hoofdstuk is niet van toepassing op de eenmalige wijzigingen van de telewerkdagen bedoeld bij artikel 8, § 3. HOOFDSTUK 6. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 23.Het personeelslid dat, op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit, telewerk verricht ten gevolge van een beslissing genomen op basis van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 6 oktober 2011 betreffende telewerk, wordt ertoe gemachtigd voort te telewerken met inachtneming van de voorwaarden van dat besluit, tot het einde van de telewerkperiode die hem toegekend werd.

Elke vernieuwing geschiedt mits inachtneming van de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in dit besluit. Telewerkprestaties die worden toegekend op de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden onderworpen, wanneer ze een einde nemen, aan de vernieuwingsprocedure bepaald bij artikel 21.

Onverminderd het tweede lid, geniet het personeelslid bedoeld bij het eerste lid onmiddellijk de toepassing van de bepalingen van dit besluit die de voortzetting van telewerkprestaties toelaten met gunstigere voorwaarden.

Art. 24.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 6 oktober 2011 betreffende telewerk, wordt opgeheven op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 25.Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2018.

Art. 26.De Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 15 november 2017.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, A. FLAHAUT


begin


Publicatie : 2017-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^