Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 02 april 2004
gepubliceerd op 01 juli 2004

Besluit van de Vlaamse regering tot goedkeuring van de gewijzigde statuten van het Belgische Rode Kruis

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2004035935
pub.
01/07/2004
prom.
02/04/2004
ELI
eli/besluit/2004/04/02/2004035935/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

2 APRIL 2004. - Besluit van de Vlaamse regering tot goedkeuring van de gewijzigde statuten van het Belgische Rode Kruis


De Vlaamse regering, Gelet op de wet van 30 maart 1891, waarbij aan de vereniging van het Belgische Rode Kruis rechtspersoonlijkheid wordt verleend;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 1998 tot goedkeuring van de gewijzigde statuten van het Belgische Rode Kruis;

Overwegende dat de bijzondere algemene vergadering van het Belgische Rode Kruis op 11 oktober 2003 beslist heeft om de statuten te wijzigen;

Overwegende dat de gewijzigde statuten met eenparigheid van stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden van de bijzondere algemene vergadering werden goedgekeurd;

Overwegende dat het Belgische Rode Kruis op 30 oktober 2003 een verzoek heeft gericht aan de Vlaamse regering om de gewijzigde statuten goed te keuren;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 11 maart 2004;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.De statuten van het Belgisch Rode Kruis, die als bijlage bij dit besluit gevoegd zijn, worden goedgekeurd.

Art. 2.Het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 1998 tot goedkeuring van de statuten van het Belgische Rode Kruis wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 2 april 2004.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, A. BYTTEBIER

Bijlage Statuten van het Belgische Rode Kruis TITEL I. - Algemene bepalingen Oprichting

Artikel 1.Het Belgische Rode Kruis, gesticht op 4 februari 1864, is gebaseerd op de verdragen van Genève van 12 augustus 1949, waartoe België is toegetreden, en op de Fundamentele Beginselen van de Internationale Rode-Kruis- en Rode-Halvemaanbeweging : - menselijkheid : De Internationale Rodekruis- en Rodehalvemaanbeweging, geboren uit de zorg om zonder onderscheid hulp te verlenen aan de gewonden op het slagveld, tracht - zowel op internationaal als op nationaal vlak - in alle omstandigheden het menselijk lijden te voorkomen en te verzachten.

Haar doel is het leven en de gezondheid te beschermen en eerbied voor de mens te verzekeren.

Ze bevordert het wederzijdse begrip, de vriendschap, de samenwerking en een blijvende vrede tussen alle volkeren. - onpartijdigheid : Ze maakt geen onderscheid naar nationaliteit, ras, geloof, klasse of politieke opvattingen.

Zij tracht enkel individuen te helpen bij hun lijden, in de eerste plaats in de meest spoedeisende gevallen. - neutraliteit : Om ieders vertrouwen te behouden zal de Beweging bij vijandelijkheden nooit partij kiezen en zich nooit mengen in meningsverschillen op politiek, raciaal, godsdienstig of ideologisch vlak. - onafhankelijkheid : De Beweging is onafhankelijk.

Als helpers van de openbare overheden in hun humanitaire activiteiten en onderworpen aan de wetten van hun respectieve landen, moeten de Nationale Verenigingen toch hun zelfstandigheid zodanig handhaven dat zij te allen tijde in overeenstemming met de Rode-Kruisbeginselen kunnen handelen. - vrijwilligheid : Ze is een Beweging voor vrijwillige hulpverlening, volledig belangeloos. - eenheid : In éénzelfde land kan er slechts één Rode-Kruis- of Rode-Halvemaanvereniging bestaan.

Ze moet openstaan voor iedereen en haar menslievend werk over het gehele grondgebied uitoefenen. - universaliteit : De Internationale Rodekruis- en Rodehalvemaanbeweging, waarbinnen alle verenigingen gelijke rechten hebben en de plicht elkaar te helpen, is universeel.

Embleem

Art. 2.Het Belgische Rode Kruis heeft als embleem het heraldieke teken van het rode kruis op witte achtergrond, dat van kracht is overeenkomstig de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 voor alle doeleinden zoals bepaald door de Internationale Conferenties van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan en beschermd door de wet van 4 juli 1956 tot bescherming van de benaming « Rode Kruis » en van de tekens en emblemen van het Rode Kruis.

Nationaal en internationaal karakter

Art. 3.De Vereniging bestaande onder de benaming « Belgische Rode Kruis », in het Frans « Croix-Rouge de Belgique » en in het Duits « Belgisches Rotes Kreuz » is opgericht overeenkomstig de resoluties van de Internationale Conferentie van Genève van 26 oktober 1863.

Het Belgische Rode Kruis is officieel erkend door de regering als een vrijwillige en zelfstandige organisatie, helper van de overheid en in het bijzonder van de medische diensten van het leger, overeenkomstig de bepalingen van het Eerste Verdrag van Genève, en als de enige Nationale Rode-Kruisvereniging die actief kan zijn op het grondgebied van het koninkrijk.

Het Belgische Rode Kruis handhaaft ten opzichte van de overheid steeds een dusdanige zelfstandigheid dat het altijd in overeenstemming met de Fundamentele Beginselen van de Beweging kan handelen.

Het Belgische Rode Kruis maakt deel uit van de Internationale Rode-Kruis- en Rode-Halvemaanbeweging en is lid van de Internationale Federatie van Rode-Kruis- en Rode-Halvemaanverenigingen.

Het Belgische Rode Kruis is een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid krachtens de wet van 30 maart 1891, en is van onbeperkte duur.

TITEL II. - Maatschappelijk voorwerp

Art. 4.- Maatschappelijk voorwerp en voornaamste doeleinden Het Belgische Rode Kruis heeft tot doel het lijden te voorkomen en te verzachten, in overeenstemming met de in artikel 1 vermelde Fundamentele Beginselen van de Beweging.

Daarom heeft het Belgische Rode Kruis, als helper van de overheid, de opdracht : - om op te treden in geval van gewapend conflict (en er zich al in vredestijd op voor te bereiden) op elk gebied bepaald door de Verdragen van Genève en hun Aanvullende Protocollen, in het belang van alle oorlogsslachtoffers, zowel burgers als militairen; - om bij te dragen tot de verbetering van de gezondheid, het voorkomen van ziekten en het verzachten van het lijden door middel van vormings- en hulpprogramma's ten dienste van de bevolking, aangepast aan de internationale, nationale, communautaire en plaatselijke behoeften en omstandigheden; - om mee te werken aan de organisatie van de dringende hulpverlening voor slachtoffers van rampen van eender welke aard, zowel op internationaal als nationaal vlak; - om het nodige personeel aan te werven, op te leiden en ter beschikking te stellen voor het vervullen van de toevertrouwde taken; - om deelneming van iedereen, en in het bijzonder van de jeugd, aan de Rode-Kruisactiviteiten te stimuleren; - om de Fundamentele Beginselen van de Beweging en het Internationaal Humanitair Recht te verspreiden, teneinde op die manier bij de bevolking de ideeën van vrede, respect en wederzijds begrip tussen alle mensen en alle volkeren te ontwikkelen.

Art. 5.Het Belgische Rode Kruis kan alle initiatieven nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met zijn maatschappelijk voorwerp en voornaamste doeleinden zoals omschreven in artikel 4, en/of die van aard zijn om dit voorwerp en die doeleinden te bevorderen.

Het Belgische Rode Kruis kan eveneens in ondergeschikte orde alle daden stellen van welke aard ook, voorzover die bijdragen tot de realisatie van zijn maatschappelijk voorwerp en voornaamste doeleinden, en voorzover het eventuele resultaat uitsluitend gebruikt wordt om dit voorwerp en die doeleinden te bereiken.

Met dat doel verzekert het Belgische Rode Kruis eveneens het beheer en de instandhouding van de roerende en de onroerende goederen en waarden die het bezit, in overeenstemming met zijn maatschappelijk voorwerp en voornaamste doeleinden.

TITEL III. - Leden Samenstelling van de Vereniging

Art. 6.Het Belgische Rode Kruis staat open voor iedereen, zonder enig onderscheid van ras, nationaliteit, geslacht, levensbeschouwing, godsdienst of politieke overtuiging.

Het bestaat uit actieve leden, leden bloed- en plasmagevers, toetredende leden en ereleden.

Actieve leden

Art. 7.Actieve leden zijn personen die hun actieve medewerking verlenen aan het Belgische Rode Kruis en als dusdanig door de Vereniging zijn erkend.

Leden bloed- en plasmagevers

Art. 8.Leden bloed- en plasmagevers zijn personen die drager zijn van een kaart van regelmatige gever, afgeleverd door een bloedtransfusiecentrum van het Belgische Rode Kruis, en die zich tijdens het betrokken jaar ten minste eenmaal ter beschikking hebben gesteld voor een afname.

Toetredende leden

Art. 9.Toetredende leden zijn personen die jaarlijks een bijdrage overmaken, waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de Nationale Raad.

Ereleden

Art. 10.Ereleden zijn personen of instellingen aan wie de Nationale Raad deze titel heeft verleend wegens aan de Vereniging bewezen diensten.

Beëindiging van het lidmaatschap

Art. 11.Elk lid kan op elk ogenblik schriftelijk zijn ontslag indienen.

Elk lid kan om ernstige redenen worden uitgesloten door het hiërarchisch onmiddellijk hogere orgaan dan dat waarin het betrokken lid zitting heeft.

Een uitgesloten lid kan beroep aantekenen bij de daarvoor in het huishoudelijk reglement aangewezen instantie.

Ieder lid dat de in artikel 7, 8, 9, en 10 bepaalde voorwaarden niet meer vervult, wordt als ontslagnemend beschouwd.

TITEL IV. - Organisatie van de gemeenschappen Samenstelling

Art. 12.Het Belgische Rode Kruis is samengesteld uit drie gemeenschappen : de Vlaamse Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.

De Vlaamse Gemeenschap omvat de leden van het Vlaamse Gewest, alsook de Nederlandstalige leden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De Franstalige Gemeenschap omvat de leden van het Waalse Gewest (met uitzondering van de Duitstalige gemeenten), alsook de Franstalige leden van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest.

De Duitstalige Gemeenschap omvat de leden van de Duitstalige gemeenten.

Algemene organisatie

Art. 13.De Vereniging is samengesteld uit plaatselijke afdelingen.

Die worden gegroepeerd per regio binnen de Vlaamse Gemeenschap, en per provincie binnen de Franstalige Gemeenschap. De afdelingen van de Duitstalige Gemeenschap wordt gegroepeerd op het niveau van de Duitstalige Gemeenschap.

De regio's en/of afdelingen van de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap worden gegroepeerd in vijf entiteiten per gemeenschap : - de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen voor de Vlaamse Gemeenschap; - de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant voor de Franstalige Gemeenschap.

Elk van deze tien entiteiten wordt voorgezeten door een provincievoorzitter, die binnen zijn entiteit het Rode Kruis vertegenwoordigt.

Hij wordt verkozen door een provinciale vergadering, aanvaard door de betrokken Gemeenschapsraad en benoemd bij besluit van de bevoegde regering.

TITEL V. - De Vlaamse en Franstalige Gemeenschap

Art. 14.Vlaamse Gemeenschap en Franstalige Gemeenschap De Vlaamse Gemeenschap en de Franstalige Gemeenschap worden georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

Deze bepalingen worden vervolledigd door een huishoudelijk reglement, opgesteld door elke Gemeenschapsraad.

Deze twee huishoudelijke reglementen worden aangepast in een bijzonder huishoudelijk reglement aan de situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, opgesteld in samenwerking tussen beide gemeenschappen en goedgekeurd door de Nationale Raad.

Gemeenschapsraad. - Samenstelling

Art. 15.De vertegenwoordigers van de in artikel 13 vermelde entiteiten, de vertegenwoordigers van Brussel-Hoofdstad, de vertegenwoordigers van de voornaamste activiteiten van de gemeenschap en de leden van de communautaire Directiecomités vormen samen de Gemeenschapsraad.

Het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap bepaalt er de precieze samenstelling van.

De Gemeenschapsraad wordt voorgezeten door de gemeenschapsvoorzitter, die door de Gemeenschapsraad verkozen wordt, op voorstel van de communautaire Directiecomités, na advies van de nationale voorzitter.

De voorzitter wordt benoemd bij besluit van de bevoegde regering.

Gemeenschapsraad. - Taak

Art. 16.In het kader van het algemeen beleid en van de algemene werking van het Belgische Rode Kruis bepaalt de Gemeenschapsraad het eigen beleid en de werking van de gemeenschap.

De raad stelt, in eerste lezing, de begrotingen, de resultatenrekeningen, en de balans van de gemeenschap vast.

Directiecomité Humanitaire Diensten. - Samenstelling

Art. 17.In de schoot van elke gemeenschap wordt een Directiecomité Humanitaire Diensten opgericht, voorgezeten door de gemeenschapsvoorzitter.

Het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap bepaalt er de precieze samenstelling van.

Elk Directiecomité bestaat ten minste uit : - de gemeenschapsvoorzitter; - een ondervoorzitter; - de vijf provincievoorzitters; - de voorzitter of ondervoorzitter van Brussel-Hoofdstad; - de gemeenschapspenningmeester; - de gemeenschapseconoom; - de voorzitter van het communautaire Medisch Comité van de Humanitaire Diensten.

Daarenboven maakt de voorzitter van de Duitstalige Gemeenschap deel uit van het Directiecomité Humanitaire Diensten van de Franstalige Gemeenschap.

Behoudens bepalingen in deze statuten, worden de leden van de Directiecomités Humanitaire Diensten aangeduid overeenkomstig het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap. Ze worden benoemd bij besluit van de bevoegde Gemeenschapsregering.

Directiecomité van de Dienst voor het Bloed. - Samenstelling

Art. 18.In de schoot van elke gemeenschap wordt een Directiecomité van de Dienst voor het Bloed opgericht, voorgezeten door de gemeenschapsvoorzitter.

Het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap bepaalt er de precieze samenstelling van.

Behoudens bepalingen in deze statuten worden de leden van de Directiecomités van de Diensten voor het Bloed aangeduid overeenkomstig het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap. Ze worden benoemd bij besluit van de bevoegde Gemeenschapsregering.

Directiecomité Humanitaire Diensten. - Taak

Art. 19.Het Directiecomité Humanitaire Diensten bereidt de begroting, de resultatenrekening en de balans van de humanitaire diensten van de gemeenschap voor.

Het neemt het beheer van de humanitaire diensten van de betrokken gemeenschap waar en verzekert de uitvoering van de beslissingen, genomen door de Gemeenschapsraad, waarbij het regelmatig verslag uitbrengt.

Binnen dit kader, en binnen het kader van de door de Nationale Raad genomen beslissingen en vastgestelde begrotingen, bepaalt het de diensten die nodig zijn om de werking van de humanitaire diensten in de gemeenschap te coördineren, te bevorderen en te controleren.

Directiecomité van de Dienst voor het Bloed - taak

Art. 20.Het Directiecomité van de Dienst voor het Bloed bereidt de begroting, de resultatenrekening en de balans voor de Dienst voor het Bloed van de gemeenschap voor.

Het neemt het beheer van de Dienst voor het Bloed van de betrokken gemeenschap waar en verzekert de uitvoering van de beslissingen genomen door de Gemeenschapsraad, waarbij het regelmatig verslag uitbrengt.

Binnen dit kader en binnen het kader van de door de Nationale Raad genomen beslissingen en vastgestelde begrotingen, bepaalt het de diensten die nodig zijn om de werking van de Dienst voor het Bloed van de gemeenschap te coördineren, te bevorderen en te controleren.

Medisch Comité van de Humanitaire Diensten

Art. 21.In de schoot van elke gemeenschap wordt een Medisch Comité van de Humanitaire Diensten opgericht, ten minste samengesteld uit : - een voorzitter benoemd door de Gemeenschapsraad, op voorstel van het Medisch Comité van de Humanitaire Diensten; - de vijf provinciale hoofdgeneesheren en een verantwoordelijke geneesheer van Brussel-Hoofdstad, vastgelegd in de in artikel 14 bepaalde huishoudelijke reglementen; - één geneesheer, afgevaardigde van de Gemeenschapsminister, die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.

De organisatie van dat Comité wordt bepaald door het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap.

Het Medisch Comité van de Humanitaire Diensten bestudeert de problemen die voorgelegd worden door de gemeenschapsorganen.

Het Comité is gemachtigd, op eigen initiatief over te gaan tot het onderzoeken van alle geneeskundige problemen die zich stellen in het werkgebied van de Humanitaire Diensten van het Rode Kruis en kan de uitslag van die studies aan de bevoegde organen bezorgen.

Met het oog op de studie van bepaalde problemen mag het Medisch Comité van de Humanitaire Diensten aan het Directiecomité Humanitaire Diensten de samenstelling van tijdelijke adviescommissies voorstellen.

Brussel-Hoofdstad

Art. 22.Alle activiteiten van Brussel-Hoofdstad worden georganiseerd, gecoördineerd en geleid door een Comité dat is samengesteld uit acht leden, van wie er drie behoren tot de Vlaamse Gemeenschap en vijf tot de Franstalige Gemeenschap.

De leden van dat Comité worden verkozen door de vergadering van de afdelingsvoorzitters, nadat hun kandidatuur als dusdanig aanvaard werd door het Directiecomité Humanitaire Diensten van hun gemeenschap.

De drie leden die behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, kiezen in hun schoot een afgevaardigde, geaggregeerd door het Directiecomité Humanitaire Diensten van de Vlaamse Gemeenschap en benoemd bij besluit van de regering van de Vlaamse Gemeenschap.

De vijf leden die behoren tot de Franstalige Gemeenschap kiezen in hun schoot een afgevaardigde, geaggregeerd door het Directiecomité Humanitaire Diensten van de Franstalige Gemeenschap en benoemd bij besluit van de regering van de Franstalige Gemeenschap.

Deze twee afgevaardigden vervullen de rol van voorzitter en ondervoorzitter van het Comité, alternerend om de vier jaar.

Het Comité handelt in college voor alle bicommunautaire activiteiten.

De drie leden die behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, en de vijf leden die behoren tot de Franstalige Gemeenschap, beheren respectievelijk de gemeenschapsgebonden activiteiten van hun eigen gemeenschap.

Deze activiteiten, alsook de bicommunautaire activiteiten, worden bepaald in artikel 14, laatste lid, van het bijzonder huishoudelijk reglement.

Plaatselijke afdelingen van Brussel-Hoofdstad

Art. 23.De plaatselijke afdelingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden gegroepeerd in de bicommunautaire eenheid Brussel-Hoofdstad.

De samenstelling en de werking van de plaatselijke afdelingen van Brussel-Hoofdstad worden geïnspireerd door de organisatieregels die gelden voor het Comité van Brussel-Hoofdstad.

De gemeenschapsgebonden activiteiten worden toevertrouwd aan twee titularissen die elk behoren tot één van de twee gemeenschappen.

Als een plaatselijke afdeling in gebreke blijft een wenselijk geachte communautaire activiteit te organiseren, dan zullen de drie leden die behoren tot de Vlaamse Gemeenschap of de vijf leden die behoren tot de Franstalige Gemeenschap zelf die activiteit op plaatselijk vlak organiseren, al naargelang wie voor die activiteiten bevoegd is.

TITEL VI. - Duitstalige Gemeenschap

Art. 24.§ 1. De Duitstalige Gemeenschap van het Belgische Rode Kruis is zo georganiseerd dat haar eigenheid wordt verzekerd binnen de nationale Vereniging. § 2. Ze richt een Gemeenschapsvergadering op, waarvan de samenstelling en de taken worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement, genoemd in alinea 4 van dit artikel. Die Vergadering verkiest een voorzitter, die de titel draagt van voorzitter van de Duitstalige Gemeenschap van het Belgische Rode Kruis en de Duitstalige Gemeenschap vertegenwoordigt in de nationale en gemeenschapsinstanties waarvan sprake in artikel 15, 17, 25 en 30. Verkozen door de raad, op voorstel van het directiecomité Humanitaire Diensten van de Franstalige Gemeenschap, wordt hij, na aanvaarding door de Nationale Raad benoemd bij besluit van de regering van de Duitstalige Gemeenschap. § 3. Het nationaal huishoudelijk reglement omschrijft de terreinen waarvoor de Duitstalige Gemeenschap specifieke activiteiten kan ontwikkelen, die eventueel verschillen van die van beide andere gemeenschappen, alsook de uitvoeringsmodaliteiten van die bevoegdheden. § 4. De Duitstalige Gemeenschap heeft een eigen huishoudelijk reglement opgesteld door de afdelingen die deel uitmaken van die gemeenschap, en goedgekeurd door de Nationale Raad. § 5. De Duitstalige Gemeenschap kan een beroep doen op de diensten en infrastructuur van de Franstalige Gemeenschap. § 6. Om een efficiënte verbinding te verzekeren tussen de instanties van de Duitstalige Gemeenschap delegeert en installeert het Belgische Rode Kruis - Franstalige Gemeenschap een coördinator te Eupen.

TITEL VII. - Nationale coördinatie Nationale Raad. - Samenstelling

Art. 25.De leiding van de Vereniging is toevertrouwd aan een Nationale Raad.

De Nationale Raad is als volgt samengesteld : 1° de nationale voorzitter, die het voorzitterschap ervan waarneemt;2° de voorzitters van de Gemeenschapsraden, in de hoedanigheid van nationale ondervoorzitters;3° vijfentwintig leden uit elke Gemeenschapsraad, daartoe speciaal door de Gemeenschapsraad afgevaardigd, waarbij de Vlaamse Gemeenschapsraad ten minste één lid afvaardigt als vertegenwoordiger van Brussel-Hoofdstad en waarbij de Franstalige Gemeenschapsraad de voorzitter van de Duitstalige Gemeenschap en één lid als vertegenwoordiger van Brussel-Hoofdstad afvaardigt;4° de nationale penningmeester;5° de nationale econoom;6° de afgevaardigde van de Minister van Landsverdediging;7° de afgevaardigden van de federale en gemeenschapsministers, bevoegd voor de Volksgezondheid;8° de afgevaardigde van de Minister van Buitenlandse Zaken;9° de afgevaardigde van de Minister van Binnenlandse Zaken;10° de afgevaardigde van de Minister van Financiën;11° de geneesheer-generaal van de Krijgsmacht. De afgevaardigden van de ministers kunnen, als ze verhinderd zijn, zich laten vertegenwoordigen door een door de bevoegde minister aangeduide plaatsvervanger.

De afgevaardigden van de ministers, de geneesheer-generaal van de Krijgsmacht, alsook de nationale penningmeester en de nationale econoom, zetelen in de Nationale Raad met raadgevende stem.

Nationale Raad. - Taak

Art. 26.De Nationale Raad bepaalt zowel het algemene beleid als de algemene werking van de Vereniging binnen het kader van deze statuten en van de verplichtingen die haar zowel op nationaal als op internationaal vlak worden opgelegd.

De Nationale Raad stelt de begrotingen, de resultatenrekeningen alsook de balansen van de Vereniging vast.

De Nationale Raad beslist in beroep over iedere betwisting tussen het Nationale Directiecomité en de andere organen van de Vereniging.

Nationale Raad. - Werking

Art. 27.De Nationale Raad vergadert ten minste tweemaal per jaar op bijeenroeping van de nationale voorzitter.

De nationale voorzitter is verplicht de Nationale Raad samen te roepen op gemotiveerde aanvraag, ondertekend door een nationale ondervoorzitter of door tien leden die tot één van de twee Gemeenschapsraden behoren.

De Nationale Raad kan slechts geldig beraadslagen, als één derde van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is, tenzij hoogdringendheid wordt ingeroepen door twee derde van de stemgerechtigde aanwezige of vertegenwoordigde leden.

De leden van de Gemeenschapsraden kunnen zich, als ze verhinderd zijn, laten vertegenwoordigen door een ander lid van hun Raad.

Als het quorum van aanwezigen niet is bereikt, kan een tweede vergadering geldig beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden. Die tweede vergadering moet binnen vijftien dagen na de eerste vergadering worden bijeengeroepen.

Nationale voorzitter

Art. 28.De kandidatuur van de nationale voorzitter wordt voorgedragen door de Nationale Raad, die hierover bij gewone meerderheid beslist.

Deze kandidatuur moet vooraf door elk van de beide Gemeenschapsraden bij gewone meerderheid worden goedgekeurd.

De Gemeenschapsraden en de Nationale Raad beslissen slechts geldig indien twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

De nationale voorzitter wordt benoemd bij besluit van elk van de drie Gemeenschapsregeringen.

Bij vacature zullen de functies van nationale voorzitter, voorlopig, gezamenlijk opgenomen worden door de nationale ondervoorzitters.

Deze laatsten nemen de nodige maatregelen om zo snel mogelijk de vacature te vervullen.

De nationale voorzitter kan deelnemen aan alle vergaderingen van de gemeenschappen en ontvangt regelmatig de verslagen van die vergaderingen.

Nationale ondervoorzitters

Art. 29.De voorzitters van de Gemeenschapsraden zijn nationale ondervoorzitters van het Belgische Rode Kruis.

Zij vervangen beurtelings de nationale voorzitter bij diens afwezigheid of als hij verhinderd is.

De geneesheer-generaal van de Krijgsmacht en de vertegenwoordiger van de federale minister, bevoegd voor volksgezondheid, voeren de titel van ondervoorzitter.

Nationaal Directiecomité. - Samenstelling

Art. 30.Het Nationaal Directiecomité bestaat uit de nationale voorzitter, de twee nationale ondervoorzitters en vierentwintig leden waarvan twaalf uit de Directiecomités van de Vlaamse Gemeenschap, waaronder de vertegenwoordiger van Brussel-Hoofdstad, en twaalf uit de Directiecomités van de Franstalige Gemeenschap, waaronder de vertegenwoordiger van Brussel-Hoofdstad en de voorzitter van de Duitstalige Gemeenschap (de wijze van aanduiding wordt bepaald in het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap), de nationale penningmeester en de nationale econoom, de afgevaardigden van de Minister van Financiën en van de federale minister, bevoegd voor de volksgezondheid, en de geneesheer-generaal van de Krijgsmacht.

De nationale penningmeester, de nationale econoom, de afgevaardigden van de Minister van Financiën en van de federale Minister, bevoegd voor de Volksgezondheid, alsook de geneesheer-generaal van de Krijgsmacht wonen de zittingen van het Nationaal Directiecomité bij met raadgevende stem.

Het voorzitterschap van het Nationaal Directiecomité wordt waargenomen door de nationale voorzitter of beurtelings door één van de nationale ondervoorzitters.

Het Comité vergadert ten minste tweemaal per jaar na bijeenroeping door de voorzitter.

Een Bureau, voortkomend uit het Nationaal Directiecomité, samengesteld uit de voorzitters van de Vlaamse en de Franstalige Gemeenschap, een vertegenwoordiger uit het Directiecomité voor het Bloed van elke gemeenschap, alsook uit de nationale penningmeester en de nationale econoom, heeft als opdracht de concertatie onder de gemeenschappen over het geheel van hun gemeenschappelijke problemen.

De nationale penningmeester en de nationale econoom hebben er zitting met raadgevende stem.

Het voorzitterschap van het Bureau wordt beurtelings waargenomen door één van de nationale ondervoorzitters.

Het Bureau brengt regelmatig verslag uit aan het Nationaal Directiecomité.

Het Nationaal Directiecomité - taak

Art. 31.Het Nationaal Directiecomité neemt het algemene beheer van de Vereniging waar binnen het kader van de bevoegdheden, toegekend door de Nationale Raad.

Het voert de door deze laatste genomen beslissingen uit en brengt hierover regelmatig verslag uit.

Het bepaalt op voorstel van zijn Bureau welke diensten nodig zijn voor de werking van de Vereniging op nationaal vlak.

Nationale penningmeester

Art. 32.De Nationale Raad benoemt een nationale penningmeester.

De nationale penningmeester is verantwoordelijk voor de supervisie van de rekeningen van de Vereniging en voor de eenvormigheid van de boekhoudkundige normen en de evaluatieregels van de verschillende organen van de Vereniging.

Hij onderhoudt regelmatige contacten met de gemeenschapspenningmeesters.

De nationale penningmeester legt een jaarlijks verslag alsook een globale situatie van de rekeningen van de Vereniging voor aan het Nationaal Directiecomité en de Nationale Raad van het Belgische Rode Kruis.

Nationale econoom

Art. 33.De Nationale Raad benoemt een nationale econoom.

De nationale econoom is verantwoordelijk voor de supervisie van het beheer van de gebouwen en het materiaal, voorzover die niet rechtstreeks toegewezen zijn aan een bepaalde gemeenschap.

Hij onderhoudt regelmatige contacten met de gemeenschapseconomen.

De nationale econoom brengt jaarlijks verslag uit aan de Nationale Raad van het Belgische Rode Kruis.

Het Nationaal Financieel Fonds (N.F.F.) en zijn Kredietcomité

Art. 34.Er bestaat een Nationaal Financieel Fonds, waarbij alle organen van het Belgische Rode Kruis hun beschikbare gelden plaatsen, volgens de bepalingen van het nationaal huishoudelijk reglement.

Er wordt een Kredietcomité opgericht, samengesteld uit de nationale ondervoorzitters, de nationale penningmeester, de nationale econoom en de penningmeesters van de Vlaamse en de Franstalige gemeenschap.

Het is belast met het bepalen van de politiek van het Nationaal Financieel Fonds in het algemeen, en meer in het bijzonder van de deposito- en de kredietvoorwaarden. Het brengt verslag uit aan het Nationaal Directiecomité.

De gemeenschapsvoorzitters brengen verslag uit aan hun directiecomités en gemeenschapsraad.

Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten

Art. 35.Er wordt een Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten opgericht dat samengesteld is uit : - zeven leden afgevaardigd door het Medisch Comité van de Humanitaire diensten van de Vlaamse Gemeenschap; - zeven leden afgevaardigd door het Medisch Comité van de Humanitaire Diensten van de Franstalige Gemeenschap; - één geneesheer-afgevaardigde van de federale Minister, bevoegd voor de Volksgezondheid; - één geneesheer-afgevaardigde van de Medische Component van de Krijgsmacht.

Het voorzitterschap wordt beurtelings waargenomen door de voorzitters van de Medische Comités van de Humanitaire Diensten van de twee gemeenschappen.

Het Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten bestudeert de problemen die de nationale organen van de Vereniging voorleggen.

Het is gemachtigd om op eigen initiatief over te gaan tot het onderzoeken van alle geneeskundige problemen die zich voordoen in het werkgebied van de Humanitaire Diensten van het Rode Kruis en die gemeenschappelijk zijn voor beide gemeenschappen en het kan de uitslag van die studies voorleggen aan de bevoegde organen.

Met het oog op de studie van bepaalde problemen mag het Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten aan het Nationaal Directiecomité de samenstelling van tijdelijke adviescommissies voorstellen.

Art. 36.De bepalingen van deze titel worden aangevuld door een nationaal huishoudelijk reglement, goedgekeurd door de Nationale Raad.

TITEL VIII. - Directeurs-generaal Directeurs-generaal

Art. 37.Elke Gemeenschapsraad benoemt een directeur-generaal Humanitaire Diensten en een directeur-generaal van de Dienst voor het Bloed, op voorstel van het betrokken Directiecomité en na raadpleging van de nationale voorzitter.

De directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten en van de Diensten voor het Bloed voeren in hun gemeenschap de beslissingen uit van het Nationaal Directiecomité en van zijn Bureau, en van hun respectieve Directiecomités.

De directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten en van de Dienst voor het Bloed van de Franstalige Gemeenschap oefenen hun bevoegdheden eveneens binnen de Duitstalige Gemeenschap uit.

Zij wonen, met raadgevende stem, de vergaderingen bij van de Directiecomités waaronder ze ressorteren, van hun Gemeenschapsraad, van het Nationaal Directiecomité, van het Bureau van het Nationaal Directiecomité, van de Nationale Raad en van de Algemene Vergadering.

Zij verzekeren de leiding van hun respectieve gemeenschapsdiensten, en nemen het secretariaat waar van de vergaderingen van hun Directiecomité.

De directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten verzekeren eveneens, enerzijds, het secretariaat van hun Gemeenschapsraad en anderzijds, beurtelings, het secretariaat van de vergaderingen van de nationale organen.

Gemeenschappelijk beheer

Art. 38.De problemen van de Vereniging die gemeenschappelijk zijn voor de Vlaamse en de Franstalige Gemeenschap, de zaken die de Vereniging in haar geheel betreffen en elke activiteit die deze gemeenschappen beslist hebben samen te doen, met uitzondering van die betreffende de autonome organismen, opgericht krachtens artikel 39 van de huidige statuten, behoren tot de bevoegdheid van de betrokken directeurs-generaal.

De directeurs-generaal vergaderen telkens het nodig wordt geacht. Zij nemen hun beslissingen bij consensus.

Bij het niet bereiken van een akkoord leggen zij hun geschil voor aan de voorzitters van de Vlaamse en de Franstalige Gemeenschap.

Voor periodes bepaald in het Nationaal Huishoudelijk Reglement, neemt één van de directeurs-generaal het voorzitterschap van de gezamenlijke vergaderingen waar en waakt hij over de uitvoering van de genomen beslissingen.

Bij hoogdringendheid en in geval gezamenlijk overleg onmogelijk blijkt, is de op dat moment als voorzitter van hun gezamenlijke vergaderingen zetelende directeur-generaal of, bij ontstentenis, een andere directeur-generaal, bevoegd om op eigen verantwoordelijkheid de door de omstandigheden vereiste beslissingen te nemen.

De twee directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van de diensten die gemeenschappelijk zijn voor de gemeenschappen, met uitzondering van de autonome organismen opgericht bij toepassing van artikel 39 van deze statuten.

De twee directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten nemen gezamenlijk de voorbereiding waar van de vergaderingen van de Nationale Raad, het Nationaal Directiecomité, het Bureau van het Nationaal Directiecomité en van de Algemene Vergadering van het Belgische Rode Kruis.

De twee directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten onderhouden gezamenlijk de relaties met de nationale voorzitter voor wat hun werkterrein betreft.

Hetzelfde geldt voor de twee directeurs-generaal van de Diensten voor het Bloed voor wat hun werkterrein betreft.

TITEL IX. - Autonome organismen

Art. 39.Bij resolutie goedgekeurd door een tweederde meerderheid in de Nationale Raad en in elke Gemeenschapsraad kan de Vereniging in haar schoot autonome organismen oprichten, waaraan zij de uitvoering delegeert van bijzondere doelstellingen met een technisch-medisch karakter. In die resolutie worden de structuren, de organisatie en de wijze van aanduiding van de leiding gedefinieerd. Deze organismen maken integraal deel uit van de Vereniging en leggen verantwoording af aan haar organen, die de begroting, de resultatenrekeningen en de balans ervan goedkeuren.

TITEL X. - Bevoegdheden en handtekeningen

Art. 40.De nationale voorzitter vertegenwoordigt de Vereniging inzonderheid in haar betrekkingen met de Belgische federale regering, de buitenlandse verenigingen en de internationale organismen. Hij handelt in naam van het Nationaal Directiecomité. Bij hoogdringendheid is hij bevoegd om beslissingen te nemen die de Vereniging binden.

De documenten, die de Vereniging op nationaal vlak binden, alsook alle notariële akten, worden ondertekend door de nationale penningmeester of de nationale econoom, samen met één van de directeurs-generaal.

De betrokkenen beschikken over het recht van substitutie.

De dagelijkse briefwisseling van de diensten die gemeenschappelijk zijn voor de twee gemeenschappen, wordt ondertekend door de twee directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten.

De handtekening van één van beiden mag, met het akkoord van zijn collega, vervangen worden door deze van de directeur van de gemeenschappelijke diensten of het hoofd van één van deze diensten.

Art. 41.De documenten die de Vereniging binden op het vlak van de gemeenschap worden ondertekend door de gemeenschapsvoorzitter en de betrokken directeur-generaal. De betrokkenen beschikken over het recht van substitutie.

De dagelijkse briefwisseling van de gemeenschapsadministratie, zowel voor de humanitaire diensten als voor de diensten voor het bloed, wordt ondertekend overeenkomstig de bepalingen van de huishoudelijke reglementen.

Art. 42.De rechtsvorderingen, zowel als eisende of als verwerende partij, worden ingesteld op vervolging en op verzoek van de ene of de andere gemeenschapsvoorzitter, optredend in de hoedanigheid van nationaal ondervoorzitter.

TITEL XI. - Interne audit

Art. 43.Iedere gemeenschap richt volgens de bepalingen van zijn Huishoudelijk Reglement een auditcomité op, het auditcomité van de Franstalige Gemeenschap is ook bevoegd voor de Duitstalige Gemeenschap.

Dit Comité is belast met de interne audit van zijn gemeenschap en brengt regelmatig verslag uit aan de Directiecomités van zijn gemeenschap.

Voor de interne audit van de diensten die gemeenschappelijk zijn voor beide gemeenschappen van de Vereniging, zoals bepaald in artikel 38 van de statuten, zijn de twee auditcomités gezamenlijk verantwoordelijk.

De auditcomités brengen regelmatig verslag uit aan de nationale voorzitter.

TITEL XII. - Revisoren

Art. 44.Het toezicht op de rekeningen en geschriften van het Rode Kruis wordt uitgeoefend door een college van revisoren.

Dit college is samengesteld uit twee leden, benoemd door de Nationale Raad, de ene op voordracht van de Vlaamse Gemeenschapsraad, de andere op voordracht van de Franstalige Gemeenschapsraad.

De revisoren nemen, met raadgevende stem, deel aan de vergaderingen van de Nationale Raad.

Ze beschikken over een onbeperkt recht van toezicht en controle op elke verrichting van de Vereniging.

Ze mogen kennis nemen van boeken, briefwisseling, notulen en alle geschriften, zonder ze echter te kunnen meenemen.

Ze brengen verslag uit aan de Nationale Raad over de uitvoering van hun opdracht, in het bijzonder wat betreft de controle van de jaarlijkse rekeningen.

TITEL XIII. - Algemene Vergadering Samenstelling

Art. 45.De Algemene Vergadering is samengesteld uit de leden van de Nationale Raad, van de Gemeenschapsraden, van de Medische Comités en van de Provinciecomités, en uit de voorzitters van de regio's, de zones, en de plaatselijke afdelingen of hun afgevaardigden.

Ook de vertegenwoordigers van de vrijwillige bloedgevers van het Belgische Rode Kruis worden uitgenodigd en hebben een raadgevende stem.

Vergaderingen

Art. 46.De gewone Algemene Vergadering komt ieder jaar samen tussen 1 september en 31 oktober na bijeenroeping en onder het voorzitterschap van de nationale voorzitter.

De datum, de plaats en de agenda van de vergadering worden ten minste één maand op voorhand meegedeeld.

Een bijzondere algemene vergadering kan worden bijeengeroepen op gezamenlijk initiatief van de nationale voorzitter en ondervoorzitters, en zulks, behoudens in dringende gevallen, volgens de onder voorgaande paragraaf bepaalde modaliteiten.

Taak

Artikel 47.De Algemene Vergadering is het hoogste orgaan van het Rode Kruis.

De Nationale Raad brengt verslag uit over de activiteiten van de Vereniging tijdens het afgelopen jaar, deelt de balans mee, alsook het verslag van de revisoren.

Eén maand voor de datum van de Algemene Vergadering worden deze documenten, voor inzage, op de maatschappelijke zetel van de Vereniging ter beschikking gehouden van de leden van de Vergadering.

Elke vraag met betrekking tot de inhoud van die documenten moet schriftelijk worden bezorgd door ten minste tien leden van de Algemene Vergadering en moet worden gericht aan het Nationaal Directiecomité, ten minste vijftien dagen voor de datum van de Vergadering.

De Algemene Vergadering keurt het jaarverslag goed, alsook de wijzigingen aan de statuten, overeenkomstig de hierna geldende bepalingen, en beraadslaagt over alle op de agenda ingeschreven zaken.

TITEL XIV. - Aanvullende bepalingen Maatschappelijke zetel

Art. 48.De maatschappelijke zetel van het Belgische Rode Kruis is gevestigd in één van de gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

De vergaderingen van de Nationale Raad, van het Nationaal Directiecomité en van het Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten vinden plaats op de maatschappelijke zetel of op om het even welke andere plaats in voornoemd Gewest, vermeld op de uitnodigingen.

Maatschappelijk jaar

Art. 49.Het maatschappelijk jaar valt samen met het burgerlijk jaar.

Belangeloos karakter van de functies

Art. 50.De nationale voorzitter, de leden van de Nationale Raad, van de Gemeenschapsraden, van de Directiecomités, van de adviescommissies, van de Medische Comités van de Humanitaire Diensten, van de provincie-, regio- en plaatselijke comités, oefenen hun functie belangeloos uit.

Duur van de mandaten

Art. 51.Alle mandaten hebben een duurtijd van vier jaar.

In geval van overlijden of ontslag beëindigt de nieuwe titularis het mandaat van zijn voorganger.

Aan de uittredende en niet-herkiesbare titularissen kan de eretitel van hun functie worden toegekend en ze kunnen in die hoedanigheid worden uitgenodigd om met raadgevende stem de vergaderingen bij te wonen van het orgaan waarin ze zitting hadden bij de beëindiging van hun mandaat.

Onverenigbaarheden

Art. 52.De functies van nationaal voorzitter, van nationale ondervoorzitter, van voorzitter van het Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten en van lid van het Nationaal Directiecomité, zijn onverenigbaar met de uitoefening van een parlementair mandaat, zowel op Europees als op federaal, gemeenschaps- of gewestelijk vlak, met uitzondering van het mandaat, bepaald in artikel 70 van de Belgische Grondwet.

De titularis van een van de bovenvermelde functies die, tijdens de duur ervan, een parlementair mandaat aanvaardt, wordt ipso facto beschouwd als ontslagnemend uit zijn functie bij het Rode Kruis.

Cumulatie

Art. 53.Behoudens andersluidende bepalingen, hetzij in de statuten, hetzij in de huishoudelijke reglementen, is de cumulatie van mandaten in de schoot van het Rode Kruis verboden.

Modaliteiten van stemming

Art. 54.Behoudens de in deze statuten voorziene uitzonderingen worden de beraadslagingen en beslissingen van alle organen van het Belgische Rode Kruis genomen bij eenvoudige meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.

Stemming bij volmacht

Art. 55.Een lid mag drager zijn van ten hoogste één schriftelijke volmacht.

Taalgebruik

Art. 56.In hun betrekkingen met de overheid en met privé-instellingen, met het publiek en onder elkaar eerbiedigen de organen van het Belgische Rode Kruis de wetgeving inzake het taalgebruik.

De Vereniging richt zich tot de nationale instanties in de taal van de taalrol waartoe de correspondent behoort.

Bezit van de Vereniging

Art. 57.Alle bezittingen en goederen, roerend of onroerend, verkregen door of in bezit van om het even welk orgaan van de Vereniging op communautair, provinciaal, regionaal of plaatselijk vlak, zijn en blijven de uitsluitende eigendom van het Belgische Rode Kruis.

Het orgaan in kwestie is er slechts de bewaarder van en is er verantwoording voor verschuldigd tegenover de Vereniging.

De bezittingen of goederen worden - geheel of gedeeltelijk - ter beschikking gesteld van het betrokken orgaan, met het oog op de verwezenlijking van het doel van de Vereniging.

Geen enkel lid van de Vereniging heeft enig recht op de bezittingen van de Vereniging.

Procedure tot wijziging der statuten

Art. 58.Onderhavige statuten kunnen enkel worden gewijzigd na voorafgaandelijke goedkeuring door elke Gemeenschapsraad en door de Nationale Raad en, vervolgens, door een Algemene Vergadering, speciaal voor dit doel bijeengeroepen.

Voor de Gemeenschapsraden, voor de Nationale Raad en voor de Algemene Vergadering zal de oproepingsbrief de aard van de voorgestelde wijzigingen bevatten.

De wijzigingen kunnen pas worden goedgekeurd als tweederde van de aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden een positieve stem uitbrengen, zowel in elke Gemeenschapsraad, als in de Nationale Raad en in de Algemene Vergadering.

De aldus door de Algemene Vergadering goedgekeurde wijzigingen worden slechts effectief na bekrachtiging bij besluit van de drie Gemeenschapsregeringen en na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Inwerkingtreding

Art. 59.Deze statuten, goedgekeurd door de Algemene Vergadering, worden van kracht nadat de goedkeuringsbesluiten van de drie gemeenschapsregeringen in het Belgisch Staatsblad zijn gepubliceerd.

Brussel, 2 april 2004.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 2 april 2004 tot goedkeuring van de gewijzigde statuten van het Belgische Rode Kruis.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, A. BYTTEBIER

^