Besluit Van De Vlaamse Regering van 04 december 2015
gepubliceerd op 30 december 2015

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de nadere bepaling van de principes van goed bestuur in het kader van het decreet van 13 december 2013 houdende de ondersteuning van de professionele kunsten

bron
vlaamse overheid
numac
2015036594
pub.
30/12/2015
prom.
04/12/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2015036594

VLAAMSE OVERHEID


4 DECEMBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de nadere bepaling van de principes van goed bestuur in het kader van het decreet van 13 december 2013 houdende de ondersteuning van de professionele kunsten


De Vlaamse Regering, Gelet op het Kunstendecreet van 13 december 2013, artikel 52, § 2, 3°, b);

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 juli 2015;

Gelet op het advies van de Sectorraad Kunsten en Erfgoed van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, gegeven op 31 augustus 2015;

Gelet op advies 58.375/3 van de Raad van State, gegeven op 25 november 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.De volgende principes zijn principes van goed bestuur, als vermeld in artikel 52, § 2, 3° b), van het Kunstendecreet van 13 december 2013, voor zover de organisaties over de desbetreffende organen beschikken: 1° de organen functioneren in een kader van wederzijdse controle en evenwicht;2° er is een huishoudelijk reglement dat de deontologische code van de leden van de raad van bestuur bevat;3° de functionele verhoudingen tussen de raad van bestuur en de algemene vergadering worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement;4° de raad van bestuur wordt samengesteld op basis van a priori bepaalde profielen die rekening houden met de competenties die nodig zijn en waarbij gestreefd wordt naar een gelijkwaardige man-vrouwverhouding;5° Minstens de helft van de raad van bestuur bestaat uit niet uitvoerende bestuurders en minimaal een derde (afgerond rond naar beneden) van het aantal stemgerechtigde leden van de raad van bestuur is een onafhankelijk bestuurder.Onafhankelijke bestuurders voldoen aan de volgende criteria: a) ze hebben geen uitvoerend mandaat, directiefunctie of functie waarin ze belast waren met het dagelijks bestuur uitgeoefend gedurende een periode van twee jaar voorafgaand aan hun benoeming in de vereniging;b) ze hebben niet meer dan drie mandaten als bestuurder van de vereniging uitgeoefend en de periode waarin ze die mandaten hebben uitgeoefend, bedroeg maximaal twaalf jaar;c) ze hebben geen significante zakelijke relatie met de vereniging;d) in de voorbije drie jaar zijn ze geen vennoot of werknemer geweest van de huidige of vorige externe auditor van de vereniging;e) ze hebben geen echtgenoot, wettelijk of feitelijk samenwonende partner of bloed-of aanverwanten tot de tweede graad die in de vereniging een mandaat van lid van het bestuursorgaan, directiefunctie of functie waarin de persoon belast is met het dagelijks bestuur, uitoefenen;6° de mandaten van de leden van de raad van bestuur zijn beperkt in de tijd, met een raadpleegbaar rooster van aanstellen en aftreden.De termijnen van de mandaten en de vorm van het rooster zijn vastgelegd in het huishoudelijk reglement.

Er wordt een overzicht bijgehouden van de overige bestuursmandaten van de bestuurders; 7° de raad van bestuur evalueert zichzelf binnen een bepaalde termijn, vastgelegd in het huishoudelijk reglement;8° er is een officieel en schriftelijk afsprakenkader tussen de raad van bestuur en de directie;9° het afsprakenkader tussen de raad van bestuur en de directie bevat minstens een regeling voor de hantering van mogelijke interne conflicten, en een aanwijzing van de eindverantwoordelijkheid in geval van een meerhoofdige directie;10° de directie wordt periodiek geëvalueerd op basis van de elementen, opgenomen in het afsprakenkader tussen de raad van bestuur en de directie.

Art. 2.Indien de subsidieontvanger een gemeente, een O.C.M.W., een provincie of een district is, gelden in afwijking van artikel 1 de volgende principes van goed bestuur, als vermeld in artikel 52, § 2, 3°, b), van het Kunstendecreet van 13 december 2013, voor zover de organisaties over de desbetreffende organen beschikken: 1° de organen functioneren in een kader van wederzijdse controle en evenwicht;2° er is een huishoudelijk reglement dat de deontologische code van de leden van de raad van bestuur bevat;3° de functionele verhoudingen tussen de raad van bestuur en de algemene vergadering worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement;4° de raad van bestuur wordt samengesteld op basis van a priori bepaalde profielen die rekening houden met de competenties die nodig zijn;5° de mandaten van de leden van de raad van bestuur zijn beperkt in de tijd, met een raadpleegbaar rooster van aanstellen en aftreden.De termijnen van de mandaten en de vorm van het rooster zijn vastgelegd in het huishoudelijk reglement.

Er wordt een overzicht bijgehouden van de overige bestuursmandaten van de bestuurders; 6° de raad van bestuur evalueert zichzelf binnen een bepaalde termijn, vastgelegd in het huishoudelijk reglement;7° er is een officieel en schriftelijk afsprakenkader tussen de raad van bestuur en de directie;8° het afsprakenkader tussen de raad van bestuur en de directie bevat minstens een regeling voor de hantering van mogelijke interne conflicten, en een aanwijzing van de eindverantwoordelijkheid in geval van een meerhoofdige directie;9° de directie wordt periodiek geëvalueerd op basis van de elementen, opgenomen in het afsprakenkader tussen de raad van bestuur en de directie.

Art. 3.Van de toepassing van sommige bepalingen van artikel 1 en 2 kan er afgeweken worden mits hiervoor een aanvaardbare verklaring wordt gegeven die aanvaard wordt door de adviescommissie Kunsten, zoals bedoeld in het Kunstendecreet van 13 december 2013.

Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 4 december 2015.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, S. GATZ


begin


Publicatie : 2015-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^