Besluit Van De Vlaamse Regering van 04 december 2015
gepubliceerd op 13 januari 2016
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van regelgeving met betrekking tot de reglementering inzake het vervoer van gevaarlijke goederen en uitzonderlijk vervoer over de weg, wat betreft bevoegdheden, overgedragen in het kader van de zesde staatsher

bron
vlaamse overheid
numac
2015036638
pub.
13/01/2016
prom.
04/12/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015036638

VLAAMSE OVERHEID


4 DECEMBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van regelgeving met betrekking tot de reglementering inzake het vervoer van gevaarlijke goederen en uitzonderlijk vervoer over de weg, wat betreft bevoegdheden, overgedragen in het kader van de zesde staatshervorming


De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met autocars, artikel 31bis;

Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 1, gewijzigd bij de wet van 28 april 2010, artikel 62, gewijzigd bij de wet van 16 maart 1999 en artikel 65, gewijzigd bij de wetten van 29 februari 1984, 18 juli 1990, 7 februari 2003, 26 maart 2007 en 9 maart 2014;

Gelet op de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, artikel 1, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 5 april 1995, 4 augustus 1996, 27 november 1996 en 20 juli 2000, artikel 2, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, artikel 3, gewijzigd bij de wet van 9 maart 2014, en artikel 4bis, ingevoegd door de wet van 15 mei 2006 en gewijzigd bij de wet van 9 maart 2014;

Gelet op de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, artikel 4, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997, 9 juni 1999, 10 juni 2001, 7 mei 2004, 27 december 2004 en 28 april 2010;

Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, artikel 4, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1999, 11 juni 2002, 10 januari 2007, 28 februari 2014 en 15 mei 2014;

Gelet op het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid van de zeehavens, artikel 14bis, § 1;

Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, artikel 3;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 december 1985 betreffende de raadgevende commissie administratie-nijverheid;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 maart 1997 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 oktober 1998 ter uitvoering van de richtlijn 95/50/EG van de Raad van 6 oktober 1995 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 juni 2003 betreffende de opleiding van bestuurders van transporteenheden die andere gevaarlijke goederen dan radioactieve stoffen over de weg vervoeren;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 2006 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding en -ervaring, de vereisten inzake psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende of uitvoerende functie in een bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst en betreffende de erkenning van de opleidingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 juni 2009 betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen;

Gelet op het koninklijk besluit van 5 november 2012 tot bepaling van de retributie voor het examen afgenomen en beoordeeld door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer voor het bekomen van het bekwaamheidsattest begeleiding van uitzonderlijke voertuigen;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 februari 2013 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 24 maart 1997, 19 juli 2000, 22 december 2003 en 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van sommige overtredingen;

Gelet op het begrotingsakkoord van 3 april 2015;

Gelet op het advies van de raadgevende commissie "administratie-nijverheid", gegeven op 4 juni 2015;

Gelet op advies 57.371/VR/3 van de Raad van State, gegeven op 15 juni 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het overleg tussen de gewesten van 3 november 2015 conform de bepalingen van artikel 6, § 2, 5° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen

Artikel 1.In artikel 2, § 4, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "op het Belgische grondgebied" worden vervangen door de woorden "binnen het Vlaamse Gewest";2° de woorden "de Dienst Uitzonderlijk Vervoer van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer" worden vervangen door de woorden "het Agentschap".

Art. 2.In artikel 78 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 december 1976 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 maart 1977, 21 december 1979, 10 december 1980, 13 september 1985, 31 januari 2009 en 28 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het woord "kan" vervangen door de zinsnede "en de bevoegde Vlaamse instantie kunnen, elk wat hem of haar betreft";2° in paragraaf 1 wordt het woord "hem" vervangen door het woord "hen";3° in paragraaf 1, 2°, d), worden de woorden "Minister van Verkeerswezen of diens afgevaardigde" vervangen door de woorden "bevoegde Vlaamse instantie";4° paragraaf 3 wordt opgeheven. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 24 december 1985 betreffende de raadgevende commissie administratie-nijverheid

Art. 3.In het koninklijk besluit van 24 december 1985 betreffende de raadgevende commissie administratie-nijverheid wordt voor artikel 1, dat artikel 1/1 wordt, een nieuw artikel 1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° Departement: het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; 2° Vlaamse commissie: de Vlaamse commissie administratie-nijverheid, vermeld in artikel 1/2.".

Art. 4.In hetzelfde besluit wordt een artikel 1/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 1/2.Er wordt bij het Departement een raadgevende commissie, hierna Vlaamse commissie administratie-nijverheid te noemen, opgericht die samengesteld is uit vertegenwoordigers van de administratie en vertegenwoordigers van de nijverheid, betrokken bij de bouw, de herstelling en het onderhoud van de voertuigen voor vervoer op het land, alsook bij het gebruik ervan.

De Vlaamse commissie administratie-nijverheid is ermee belast advies te geven over elk ontwerp van besluit tot uitvoering van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.".

Art. 5.In hetzelfde besluit wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 2/1.De Vlaamse commissie is samengesteld uit dertien leden, waarvan vier het Departement en negen de nijverheid vertegenwoordigen.".

Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 3/1.De vier vertegenwoordigers van het Departement, vermeld in artikel 2/1, zijn: het hoofd van het Departement of zijn afgevaardigde en drie personeelsleden van het Departement die zijn aangewezen door het hoofd van het Departement.

In geval van verhindering mag iedere vertegenwoordiger een personeelslid als plaatsvervanger in de Vlaamse commissie aanwijzen.".

Art. 7.In hetzelfde besluit wordt een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 4/1.De negen vertegenwoordigers van de nijverheid, vermeld in artikel 2/1, zijn: 1° één afgevaardigde van het Verbond van Belgische Ondernemingen (afgekort VBO);2° één afgevaardigde van de Federatie van de ondernemingen der metaalverwerkende, machinebouw-, elektrotechnische en kunststofverwerkende nijverheid (afgekort Fabrimetal);3° één afgevaardigde van de Belgische federatie der auto- en rijwielnijverheden (afgekort Febiac);4° één afgevaardigde van de Syndicale kamer van de autohandel van België (afgekort Comaubel);5° één afgevaardigde van de Koninklijke federatie der garagehouders van België (afgekort Fegarbel);6° één afgevaardigde van de Belgische federatie der rijtuigmakerij en bijbehorende ambachten (afgekort Febelcar);7° één afgevaardigde van de Federatie van de Belgische autobus- en autocarondernemers (afgekort FBAA);8° één afgevaardigde van de Nationale Belgische federatie der baanvervoerders (afgekort NBFBV);9° één afgevaardigde van de Groepering van organismen voor de controle van automobielen (afgekort GOCA). De vertegenwoordigers van elke federatie, vermeld in het eerste lid, worden door hun leidende instantie aangewezen.".

Art. 8.In hetzelfde besluit wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 5/1.Het voorzitterschap van de Vlaamse commissie wordt waargenomen door het hoofd van het Departement of zijn afgevaardigde.

Het ondervoorzitterschap van de Vlaamse commissie wordt waargenomen door een personeelslid van het Departement.

Als beide vertegenwoordigers, vermeld in het eerste en het tweede lid, samen verhinderd zijn en als de Vlaamse commissie desondanks genoodzaakt is zitting te houden, wijst ze de vertegenwoordiger van de administratie aan om het interim-voorzitterschap waar te nemen.".

Art. 9.In hetzelfde besluit wordt een artikel 6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 6/1.Het secretariaat van de Vlaamse commissie wordt door de diensten van het Departement waargenomen.".

Art. 10.In hetzelfde besluit wordt een artikel 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 7/1.De voorzitter van de Vlaamse commissie of, bij verhindering, de ondervoorzitter roept de Vlaamse commissie bijeen, stelt haar agenda vast en leidt de werkzaamheden ervan.

De Vlaamse commissie zetelt geldig, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden. Als een afvaardiging van de nijverheid afwezig is ondanks het feit dat ze correct is opgeroepen, wordt ze verondersteld haar akkoord te geven over de ontwerpen die ingeschreven zijn op de agenda, tenzij ze haar opmerkingen vóór de vergadering aan de voorzitter van de vergadering schriftelijk kenbaar heeft gemaakt.".

Art. 11.In hetzelfde besluit wordt een artikel 8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 8/1.De Vlaamse commissie brengt haar adviezen uit in de vorm van de notulen van de vergadering, ondertekend door de voorzitter van de vergadering en de secretaris, waarin het standpunt van elke afvaardiging is opgenomen.".

Art. 12.In hetzelfde besluit wordt een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 9/1.De Vlaamse commissie mag werkgroepen oprichten die belast zijn met de studie van bijzondere kwesties.

De voorzitter en de leden van die werkgroepen worden door de Vlaamse commissie aangewezen.".

Art. 13.In hetzelfde besluit wordt een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 10/1.De Vlaamse commissie stelt een huishoudelijk reglement op en neemt de nodige maatregelen om de correcte naleving van de bepalingen van dit besluit te waarborgen.".

Art. 14.In hetzelfde besluit wordt een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 11/1.De deelneming aan de werkzaamheden van de Vlaamse commissie is onbezoldigd.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 24 maart 1997 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen

Art. 15.Aan artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 maart 1997 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige overtredingen inzake het vervoer over de weg van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, vervangen bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Voor de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, zijn ook de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, bevoegd.". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 19 oktober 1998 ter uitvoering van de richtlijn 95/50/EG van de Raad van 6 oktober 1995 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Art. 16.In artikel 2, 7°, van het koninklijk besluit van 19 oktober 1998 ter uitvoering van de richtlijn 95/50/EG van de Raad van 6 oktober 1995 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg wordt tussen de woorden "Minister van Vervoer" en de zinsnede ", voor de controle van het vervoer van de andere" de zinsnede "en de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het verkeer" ingevoegd.

Art. 17.Aan artikel 5 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "of van de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer." toegevoegd. HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 29 juni 2003 betreffende de opleiding van bestuurders van transporteenheden die andere gevaarlijke goederen dan radioactieve stoffen over de weg vervoeren

Art. 18.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 juni 2003 betreffende de opleiding van bestuurders van transporteenheden die andere gevaarlijke goederen dan radioactieve stoffen over de weg vervoeren, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt: "5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer;"; 2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt: "6° Departement: het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;"; 3° punt 7° wordt vervangen door wat volgt: "7° gemachtigde: het hoofd van het Departement;".

Art. 19.In artikel 6, § 5, van hetzelfde besluit, vernummerd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "bevoegde overheid" worden vervangen door het woord "minister";2° het woord "haar" wordt vervangen door het woord "zijn".

Art. 20.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 december 2012 en 21 december 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door het woord "minister";2° in het tweede lid worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door het woord "minister";3° in het zesde lid worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door het woord "minister".

Art. 21.In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 december 2012 en 21 december 2013, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt: " § 1. De aanvraag tot erkenning van instellingen die de cursussen verstrekken, wordt ingediend met een aangetekende zending bij de gemachtigde.".

Art. 22.In artikel 11 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "bevoegde overheid" worden telkens vervangen door het woord "minister"; 2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "De minister brengt de instelling, met een aangetekende brief, op de hoogte van zijn intentie van schorsing van de erkenning voor de duur die hij vermeldt."; 3° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt: "Binnen dertig dagen die volgen op de ontvangst van de argumenten van rechtvaardiging of het horen van de instelling, maakt de minister, met een aangetekende brief, zijn akkoord met de rechtvaardiging van de instelling kenbaar of bevestigt hij de schorsingsmaatregel.Het ontbreken van een kennisgeving binnen de voormelde termijn houdt een aanvaarding van de verweerargumenten van de instelling in.".

Art. 23.In artikel 12, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 2012, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door het woord "minister".

Art. 24.In artikel 13, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 augustus 2007 en 21 december 2013, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "Bij besluit van de Vlaamse Regering wordt bepaald welke diploma's gelijkwaardig zijn.".

Art. 25.In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2007, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt: " § 2. De examencommissies bestaan uit: 1° een voorzitter, aangewezen door de minister;2° een ondervoorzitter, aangewezen door het hoofd van het Departement;3° twee personeelsleden van het Departement, aangewezen door het hoofd van het Departement;4° een secretaris, aangewezen door het hoofd van het Departement. Er is een onverenigbaarheid tussen het lidmaatschap van die examencommissie en een bestuursfunctie in de instellingen, vermeld in artikel 16.

De examencommissies beraadslagen op geldige wijze als ten minste de helft van de leden aanwezig is.

De vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter of bij zijn afwezigheid door de ondervoorzitter.

De beslissingen van de examencommissies worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering beslissend.".

Art. 26.In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "bevoegde overheid" telkens vervangen door het woord "minister";2° in paragraaf 2 worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door het woord "minister".

Art. 27.In artikel 19 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 december 2013, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt: " § 3. De minister of de examencommissie, bevoegd voor de andere klassen dan klasse 1, bepaalt de overige nadere modaliteiten met betrekking tot de afgifte van de opleidingsgetuigschriften.".

Art. 28.Artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2013, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 23.De door de minister of door zijn gemachtigde aangewezen personeelsleden zijn belast met het toezicht op de naleving van dit besluit, van de ministeriële besluiten, genomen krachtens dit besluit, en van de onderrichtingen van de minister of zijn gemachtigde.

De personeelsleden die krachtens of door dit artikel gemachtigd zijn, zijn ook belast met: - 1° het toezicht op de naleving en het vaststellen van de overtredingen van de voorwaarden die door minister zijn vastgesteld voor de erkenning van de instellingen, vermeld in artikel 8; - 2° het vaststellen of de voorwaarden voor de schorsing of de intrekking van de erkenning vervuld zijn.". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 21 december 2006 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding en -ervaring, de vereisten inzake psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende of uitvoerende functie in een bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst en betreffende de erkenning van de opleidingen

Art. 29.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 december 2006 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding en -ervaring, de vereisten inzake psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende of uitvoerende functie in een bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst en betreffende de erkenning van de opleidingen worden de volgende wijzigingen aangebracht; 1° er wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "4° /1: Vlaamse minister: de Vlaamse minister bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer;"; 2° er wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "5° /1: het Agentschap Wegen en Verkeer: het Agentschap Wegen en Verkeer, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;"; 3° er wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt: "6° Vlaamse Commissie Opleiding Bewaking: de commissie, vermeld in artikel 96bis.".

Art. 30.Aan artikel 34 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse minister kan de nadere inhoudsomschrijving van de opleiding vaststellen, bedoeld in artikel 21bis. Hij kan voor de opleiding, eindtermen bepalen.".

Art. 31.Aan artikel 49 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Wat de opleiding betreft, bedoeld in artikel 21bis, kan het verloop van de examens door de Vlaamse minister, na advies van de Vlaamse Commissie Opleiding Bewaking, worden vastgesteld in een examenreglement.".

Art. 32.Aan artikel 53 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse minister kan het verloop van de examens ter afsluiting van de opleiding bedoeld in artikel 21bis, de beoordeling en de andere daarvoor noodzakelijke procedures nader bepalen.".

Art. 33.Aan artikel 69 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De opleidingsinstellingen en de opleidingen die ze verstrekken, zoals bedoeld in artikel 21bis, dienen te worden erkend door de Vlaamse minister of zijn gemachtigde. De lesgevers worden erkend door de gemachtigde van de Vlaamse minister.".

Art. 34.In artikel 70 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het woord "Minister" en het woord "beoordeelt" worden de woorden "of de Vlaamse minister" ingevoegd;2° tussen het woord "beoordeelt" en de woorden "bij de erkenning" wordt de zinsnede ", ieder wat hem betreft," ingevoegd.

Art. 35.In artikel 71, 6°, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "Binnenlandse Zaken" en de woorden "door onder meer" de zinsnede "of, wat betreft de opleiding bewakingsagent - begeleiding uitzonderlijk vervoer, door het Agentschap Wegen en Verkeer," ingevoegd.

Art. 36.In artikel 73, 4°, van hetzelfde besluit worden tussen het woord "Bewaking" en de zinsnede ", door een schriftelijke" de woorden "of de Vlaamse Commissie Opleiding Bewaking" ingevoegd.

Art. 37.In artikel 89, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 oktober 2011, worden de woorden "de FOD Mobiliteit en Vervoer" telkens vervangen door de woorden "het Agentschap Wegen en Verkeer".

Art. 38.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 juli 2008, 13 oktober 2011, 29 augustus 2012 en 25 april 2014, wordt een artikel 96bis ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 96bis.Voor de behandeling van de materies die betrekking hebben op de opleiding, vermeld in artikel 21bis, wordt een commissie, hierna Vlaamse Commissie Opleiding Bewaking te noemen, door de minister ingesteld bij het Agentschap Wegen en Verkeer.".

Art. 39.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 juli 2008, 13 oktober 2011, 29 augustus 2012 en 25 april 2014, wordt een artikel 97bis ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 97bis.De Vlaamse Commissie Opleiding Bewaking is als volgt samengesteld: 1° de afgevaardigde van de administratie die het voorzitterschap waarneemt;2° een opleidingsdeskundige van de federale politie;3° een verantwoordelijke van een erkende politieschool;4° een selectiedeskundige van Selor;5° een vertegenwoordiger van de opleidingsinstellingen die behoren tot bewakingsondernemingen of groepen van ondernemingen die bewakingsondernemingen organiseren;6° een vertegenwoordiger van de opleidingsinstellingen die niet behoren tot bewakingsondernemingen of groepen van ondernemingen die bewakingsondernemingen organiseren;7° een vertegenwoordiger van de BVBO als vermeld in artikel 17bis van de wet;8° een vertegenwoordiger van de beroepsvereniging van interne bewakingsdiensten;9° een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties van het personeel van de bewakingsondernemingen; 10° een deskundige van uitzonderlijke voertuigen van de Federale Wegpolitie en van de Federale Politieschool.".

Art. 40.Aan artikel 99 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse minister kan deskundigen of andere personen aanduiden om permanent of tijdelijk aan de besprekingen van de Vlaamse Commissie Opleiding Bewaking deel te nemen.".

Art. 41.Aan artikel 100 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd: "Het secretariaat van de Vlaamse Commissie Opleiding Bewaking wordt waargenomen door het Agentschap Wegen en Verkeer.".

Art. 42.Aan artikel 101 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Commissie Opleiding Bewaking heeft als taak de Vlaamse minister te adviseren aangaande: 1° de detaillering van de lessenprogramma's van de opleiding zoals bedoeld in artikel 21bis; 2° de erkenning van de opleidingen zoals bedoeld in artikel 21bis, de opleidingsinstellingen die opleidingen verstrekken zoals bedoeld in artikel 21bis en de lesgevers die opleidingen geven zoals bedoeld in artikel 21bis." HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 28 juni 2009 betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen

Art. 43.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 juni 2009 betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke goederen, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 februari 2012 en 21 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 5° worden tussen het woord "de" en het woord "Minister" de zinsnede "Vlaamse minister bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer, de" ingevoegd;2° in punt 6° wordt tussen de woorden "Mobiliteit en Vervoer" en de woorden "voor wat betreft de toepassing" de zinsnede "of het hoofd van het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie," ingevoegd;3° in punt 11° wordt tussen de woorden "over land behoort" en de zinsnede ", zijn gemachtigde" de zinsnede "of de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer" ingevoegd.

Art. 44.Aan artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2013, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt: "4° de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport.".

Art. 45.In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "Directoraat-generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer" vervangen door de zinsnede "Departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie";2° in het derde lid worden de woorden "Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid" vervangen door de woorden "het voormelde Departement". HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen

Art. 46.In artikel 2, § 1, 6°, van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen worden de woorden "de Minister tot wiens bevoegdheid het Wegverkeer behoort" vervangen door de zinsnede "de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer".

Art. 47.Artikel 35 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 27 februari 2013, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 35.Onverminderd de bevoegdheid van andere personen houden de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, toezicht op de naleving van dit besluit.". HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 5 november 2012 tot bepaling van de retributie voor het examen afgenomen en beoordeeld door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer voor het bekomen van het bekwaamheidsattest - begeleiding van uitzonderlijke voertuigen.

Art. 48.In het opschrift van het koninklijk besluit van 5 november 2012 tot bepaling van de retributie voor het examen afgenomen en beoordeeld door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer voor het bekomen van het bekwaamheidsattest - begeleiding van uitzonderlijke voertuigen worden de woorden "afgenomen en beoordeeld door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer" opgeheven.

Art. 49.In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer" vervangen door de zinsnede "het Agentschap Wegen en Verkeer, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie,";2° in het eerste lid wordt de zinsnede "op de rekening 679-2003923-97 van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer" vervangen door de woorden "op de in het betalingsverzoek vastgestelde wijze";3° het vierde lid wordt opgeheven. HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 27 februari 2013 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 24 maart 1997, 19 juli 2000, 22 december 2003 en 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van sommige overtredingen

Art. 50.Aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 februari 2013 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 24 maart 1997, 19 juli 2000, 22 december 2003 en 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van sommige overtredingen wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Voor de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, zijn ook de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, bevoegd.". HOOFDSTUK 1 1. - Slotbepalingen

Art. 51.De Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 4 december 2015.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn, B. WEYTS


begin


Publicatie : 2016-01-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^