Besluit Van De Vlaamse Regering van 04 juli 2014
gepubliceerd op 17 oktober 2014
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Vlaamse Regering tot het verlenen van hectaresteun voor de biologische productiemethode met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020

bron
vlaamse overheid
numac
2014036512
pub.
17/10/2014
prom.
04/07/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

4 JULI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot het verlenen van hectaresteun voor de biologische productiemethode met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020


De Vlaamse Regering, Gelet op Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 9 en 10;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 5 mei 2014;

Gelet op advies 56.429/3 van de Raad van State, gegeven op 27 juni 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° betalingsaanvraag: het verzoek tot uitbetaling, vermeld in artikel 72 van Verordening (EU) nr.1306/2013; 2° bevoegde entiteit: het Agentschap voor Landbouw en Visserij;3° erkend controleorgaan: een controleorgaan, erkend met toepassing van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 betreffende de biologische productie en de etikettering van biologische producten;4° inscharingscontract: een inscharingscontract als vermeld in artikel 47, § 1, van het Mestdecreet van 22 december 2006;5° landbouwer: de landbouwer, vermeld in artikel 4, eerste lid, a), van Verordening (EU) nr.1307/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, en die wordt beschouwd als een actieve landbouwer als vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening; 6° steunaanvraag: de aanvraag tot toetreding tot de subsidieregeling, vermeld in artikel 29 van Verordening (EU) nr.1305/2013; 7° Verordening (EU) nr.1305/2013: Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad; 8° Verordening (EU) nr.1306/2013: Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad; 9° verzamelaanvraag: de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 11 van gedelegeerde Verordening (EU) nr.640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden, en in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid. HOOFDSTUK 2. - Maatregelen

Art. 2.Afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, een subsidie toekennen aan landbouwers die zich ertoe verbinden een of meer van de volgende maatregelen toe te passen op percelen in het Vlaamse Gewest: 1° de omschakeling naar de biologische productiemethode;2° de voortzetting van de biologische productiemethode. De subsidie wordt toegekend in de vorm van hectaresteun.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, bepaalt jaarlijks het budget dat voor elke maatregel beschikbaar is.

Art. 3.§ 1. Om een subsidie te verkrijgen voor de toepassing van een maatregel als vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, gaat de landbouwer een verbintenis aan voor de duur van twee of drie opeenvolgende jaren, afhankelijk van de wettelijke omschakeltermijn. § 2. Om een subsidie te verkrijgen voor de toepassing van een maatregel als vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, gaat de landbouwer een verbintenis aan voor de duur van vijf opeenvolgende jaren. § 3. De verbintenissen, vermeld in paragraaf 1 en 2, kunnen worden aangegaan vanaf 1 januari 2015.

De verbintenissen, vermeld in paragraaf 1 en 2, kunnen uitsluitend worden aangegaan voor percelen landbouwgrond die in het Vlaamse Gewest liggen.

In het tweede lid wordt verstaan onder landbouwgrond: het landbouwareaal dat in uitvoering van artikel 32, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad als subsidiabel wordt beschouwd. HOOFDSTUK 3. - Subsidies Afdeling 1. - Voorwaarden

Art. 4.§ 1. De landbouwer kan voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, jaarlijks de volgende subsidies ontvangen die afhankelijk zijn van het gewas en de teeltgroep waartoe het gewas behoort: 1° eenjarige akkerbouw- en ruwvoederteelten, vermeld in punt 1, 1°, van de bijlage bij dit besluit: 480 euro/ha;2° eenjarige fruit- en groenteteelten en kruiden, vermeld in punt 1, 2°, van de bijlage bij dit besluit: 850 euro/ha; 3° beschutte teelten, vermeld in punt 1, 3°, van de bijlage bij dit besluit: 1.320 euro/ha; 4° grasland, meerjarige voederteelten, vermeld in punt 1, 4°, van de bijlage bij dit besluit: 300 euro/ha;5° meerjarige fruit- en groenteteelten en kruiden, vermeld in punt 1, 5°, van de bijlage bij dit besluit: 860 euro/ha. De teeltgroepen, vermeld in punt 2 van de bijlage bij dit besluit, komen niet in aanmerking voor subsidiëring. § 2. Het perceel mag tijdens de laatste vijf jaar voor de start van de verbintenis geen deel uitgemaakt hebben van een biologische productie-eenheid. § 3. In het geval dat het bedrijf of een product van de landbouwer geschorst is, wordt geen subsidie toegekend.

Als de duur van de schorsing korter is dan of gelijk is aan een kalenderjaar, wordt enkel geen subsidie toegekend voor het jaar waarin de schorsing een aanvang neemt.

Als de duur van de schorsing langer is dan een kalenderjaar, wordt geen subsidie toegekend voor alle jaren waarin de schorsing loopt. § 4. Om in aanmerking te komen voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van de verbintenis tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° het perceel is in het kader van de biologische productiemethode aangemeld bij en staat onder controle van een controleorgaan dat erkend is door de Vlaamse overheid krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 betreffende de biologische productie en de etikettering van biologische producten, en werd niet gedeclasseerd als gevolg van een inbreuk tijdens de hoofdteelt;2° de landbouwer heeft het perceel in eigen gebruik vanaf de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag en gedurende de volledige teeltperiode van de hoofdteelt.Als uitzondering op het in eigen gebruik hebben, wordt het sluiten van een inscharingscontract toegestaan; 3° de landbouwer geeft het perceel jaarlijks aan in de verzamelaanvraag en meldt elke wijziging van de initiële aangifte zodra die wijziging zich voordoet;4° als de landbouwer de subsidie voor meerjarige fruitteelt voor hoogstammige fruitbomen of notenbomen aanvraagt, moet de fruitopbrengst van de hoogstammige fruitbomen en notenbomen die meer dan vijf jaar voordien werden aangeplant, gecommercialiseerd worden;5° de volledig ingezaaide of beteelde oppervlakte komt in aanmerking voor de subsidie, alsook de onverharde oppervlakte die noodzakelijk is voor de teeltwerkzaamheden.

Art. 5.§ 1. De landbouwer kan voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, jaarlijks de volgende subsidies ontvangen die afhankelijk zijn van het gewas en de teeltgroep waartoe het gewas behoort: 1° eenjarige akkerbouw- en ruwvoederteelten, vermeld in punt 1, 1°, van de bijlage bij dit besluit: 260 euro/ha;2° eenjarige fruit- en groenteteelten en kruiden, vermeld in punt 1, 2°, van de bijlage bij dit besluit: 400 euro/ha;3° beschutte teelten,vermeld in punt 1, 3°, van de bijlage bij dit besluit: 400 euro/ha;4° grasland, meerjarige voederteelten, vermeld in punt 1, 4°, van de bijlage bij dit besluit: 120 euro/ha;5° meerjarige fruit- en groenteteelten en kruiden, vermeld in punt 1, 5°, van de bijlage bij dit besluit: 210 euro/ha. De teeltgroepen, vermeld in punt 2 van de bijlage bij dit besluit, komen niet in aanmerking voor subsidiëring. § 2. Een verbintenis kan worden gesloten vanaf het moment dat een perceel de wettelijke omschakelingstermijn doorlopen heeft en onder controle staat van een erkend controleorgaan. § 3. In het geval dat het bedrijf of een product van de landbouwer geschorst is, wordt geen subsidie toegekend.

Als de duur van de schorsing korter is dan of gelijk is aan een kalenderjaar, wordt enkel geen subsidie toegekend voor het jaar waarin de schorsing een aanvang neemt.

Als de duur van de schorsing langer is dan een kalenderjaar, wordt geen subsidie toegekend voor alle jaren waarin de schorsing loopt. § 4. Om in aanmerking te komen voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van de verbintenis tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° het perceel is in het kader van de biologische productiemethode aangemeld bij en staat onder controle van eencontroleorgaan dat erkend is door de Vlaamse overheid krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 betreffende de biologische productie en de etikettering van biologische producten, en werd niet gedeclasseerd als gevolg van een inbreuk tijdens de hoofdteelt;2° de landbouwer heeft het perceel in eigen gebruik vanaf de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag en gedurende de volledige teeltperiode van de hoofdteelt.Als uitzondering op het in eigen gebruik hebben, wordt het sluiten van een inscharingscontract toegestaan; 3° de landbouwer geeft het perceel jaarlijks aan in de verzamelaanvraag en meldt elke wijziging van de initiële aangifte zodra die wijziging zich voordoet;4° als de landbouwer de subsidie voor meerjarige fruitteelt voor hoogstammige fruitbomen of notenbomen aanvraagt, moet de fruitopbrengst van de hoogstammige fruitbomen en notenbomen die meer dan vijf jaar voordien werden aangeplant, gecommercialiseerd worden;5° de volledig ingezaaide of beteelde oppervlakte komt in aanmerking voor de subsidie, alsook de onverharde oppervlakte die noodzakelijk is voor de teeltwerkzaamheden; Afdeling 2. - Aanvraagprocedure

Art. 6.Om een subsidie te ontvangen voor een van de maatregelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, dient de landbouwer een steunaanvraag in via de verzamelaanvraag bij de bevoegde entiteit. De verbintenis neemt een aanvang op de datum waarop de steunaanvraag wordt ingediend.

Per perceel wordt een aparte verbintenis gesloten.

De landbouwer zal pas voor subsidie voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, in aanmerking komen als de omschakeling voor de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag is gestart en is aangemeld bij het erkend controleorgaan.

De landbouwer dient jaarlijks een betalingsaanvraag in via de verzamelaanvraag. De steunaanvraag geldt eveneens als betalingsaanvraag voor het eerste jaar.

Art. 7.De bevoegde entiteit beoordeelt de steunaanvragen op basis van het budget dat in dat jaar beschikbaar is voor de maatregel.

Als het beschikbare budget ontoereikend is, worden de steunaanvragen gerangschikt op basis van de volgende criteria van economische doelmatigheid en milieuefficiëntie: 1° oppervlakte;2° teelt. HOOFDSTUK 4. - Stopzetten of opschorten van de verbintenis

Art. 8.Ter uitvoering van artikel 47 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 kan een verbintenis alleen voortijdig worden beëindigd of opgeschort zonder dat dit de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de door de landbouwer ontvangen steun tot gevolg heeft als een van volgende voorwaarden is vervuld: 1° er is sprake van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in artikel 2 van Verordening (EU) nr.1306/2013; 2° het volledige of een deel van het onder de verbintenis vallende areaal, of het gehele bedrijf wordt aan een andere persoon overgedragen gedurende de looptijd van de verbintenis.De verbintenis, of het deel ervan dat overeenstemt met de areaal overdracht, kan worden overgenomen door de overnemer of kan vervallen. Een verbintenis kan niet overgedragen worden aan een andere persoon als het bedrijf van de overlater geschorst is; 3° het bedrijf of een deel ervan wordt herkaveld en valt binnen een ruilverkaveling van overheidswege of valt binnen een door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde ruilverkaveling.De verbintenis kan dan aangepast worden aan de nieuwe bedrijfssituatie of wordt beëindigd als deze aanpassing mogelijk is.

Art. 9.Met uitzondering van het geval van overmacht, vermeld in artikel 2, tweede lid, e), van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt voor het jaar waarvoor overmacht erkend is, geen subsidie uitbetaald. HOOFDSTUK 5. - Controles

Art. 10.De bevoegde entiteit organiseert de administratieve controles en de controles ter plaatse.

Om de vereiste controlegegevens te verkrijgen, kan de bevoegde entiteit een beroep doen op derden.

De bevoegde entiteit heeft het recht om het voorwerp van de verbintenis te controleren en om de nodige vaststellingen over het nakomen van de verbintenis te doen. De landbouwer moet alle documenten en inlichtingen verstrekken die noodzakelijk zijn voor de controle.

De landbouwer houdt alle documenten en bewijsstukken ter beschikking voor controle tot minimaal drie jaar na de laatste betaling voor de verbintenis . HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

Art. 11.Het besluit is van toepassing op de verbintenissen die worden aangegaan vanaf 1 januari 2015.

Dit besluit is ook van toepassing op de verbintenissen die nog lopen op 1 januari 2015 en die gesloten zijn op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieumaatregelen met toepassing van het Vlaamse Programma voor Plattelandsontwikkeling.

De voorwaarden van de verbintenissen die nog lopen op 1 januari 2015, worden aangepast aan de bepalingen van dit besluit. Als de landbouwer deze aanpassing niet aanvaardt, eindigt de verbintenis zonder dat terugbetaling wordt verlangd voor de periode waarin de verbintenis al is nagekomen.

Art. 12.Dit besluit treedt in werking op de datum van goedkeuring van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2014-2020, door de Europese Commissie, maar ten vroegste op 1 januari 2015.

Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 4 juli 2014.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Bijlage De indeling van de gewassen in de verschillende teeltgroepen, vermeld in artikel 4, § 1 en artikel 5, § 1 1. De gewassen worden ingedeeld per teeltgroep als volgt:

Teeltgroep

Gewassen

1° Eenjarige akkerbouw- en ruwvoederteelten:

Granen Zaden Vlas Hennep Eenjarige vlinderbloemigen als voederteelt Aardappelen (andere dan onder bedekking) Bieten Cichorei Voederkool (bladkool) Voederwortelen Andere voedergewassen Niet-eetbare tuinbouwgewassen

2° Eenjarige fruit-, groente- en kruidenteelt:

Eenjarige groenten Eenjarige kruiden in volle grond Eenjarige fruitteelt

3° Beschutte teelten:

Groenten, aardappelen, kruiden in volle grond, en fruit onder bedekking Niet-eetbare tuinbouwgewassen onder bedekking

4° Grasland en meerjarige voederteelten:

Blijvend grasland Tijdelijk grasland Meerjarige vlinderbloemigen Niet-verharde uitloop

5° Meerjarige fruit-, groente- en kruidenteelt:

Laagstammige fruitbomen en heesters met een dichtheid van minstens 300 bomen per ha Andere (hoogstammige) fruitbomen met een dichtheid van minstens 15 bomen per ha (homogeen verspreid op het perceel) Meerjarige groenten (asperge, rabarber, aardpeer) Meerjarige kruiden in volle grond Hop Noten


2.Tabak, champignons, bos, spontane bedekking, gronden in natuurbeheer, teelten niet in volle grond en sierteelt komen niet in aanmerking voor de subsidie.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juli 2014 tot het verlenen van hectaresteun voor de biologische productiemethode met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^