Besluit Van De Vlaamse Regering van 05 december 2003
gepubliceerd op 02 maart 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2004035239
pub.
02/03/2004
prom.
05/12/2003
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

5 DECEMBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 82, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 14 februari 2003, en artikel 84, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993;

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel 56, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 14 februari 2003, en artikel 58, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993;

Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, inzonderheid op titel II, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 14 juli 1998, 1 december 1998, 18 mei 1999, 8 juni 2000, 20 oktober 2000 en 14 februari 2003;

Gelet op het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, inzonderheid op artikel 72, gewijzigd bij decreet van 14 februari 2003;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996, 25 maart 1997, 22 september 1998, 31 augustus 1999, 4 februari 2000, 28 augustus 2000 en 1 maart 2002;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 27 juni 2003;

Gelet op protocol nr. 509 van 26 augustus 2003 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, en van de onderhandeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op protocol nr. 277 van 26 augustus 2003 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies nr. 35.886/1 van de Raad van State, gegeven op 15 oktober 2003, met toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 4 februari 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° vacature : elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste tien werkdagen.Elke betrekking die door de overheid financierbaar of subsidieerbaar is, is onderworpen aan de bepalingen van dit besluit. »; 2° in § 2, 5°, a) eerste zin - worden de woorden : "het deeltijds kunstonderwijs en de centra" geschrapt;3° wordt in § 2, 5°, a), 1, het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt : « 31 augustus van het voorafgaande jaar voor de leden van het administratief personeel, de administratieve medewerker in het basisonderwijs en voor het personeel van de semi-internaten en van de opvangcentra";4° in § 2, 5°, a), 1, wordt het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt : « 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, het paramedisch personeel, het sociaal personeel, het administratief personeel";5° in § 2, 5°, a), 2, worden het vierde en het vijfde gedachtestreepje opgeheven;6° in § 2, 5° wordt b) vervangen door wat volgt : « b) in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het onderwijs voor sociale promotie en de centra : een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar in kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen in hoofdambt, gespreid over ten minste drie schooljaren. Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op : 1) 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het ondersteunend personeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs, voor het administratief personeel en voor het technisch personeel van de centra, en het personeel van de semi-internaten;2) 30 juni van het voorgaande schooljaar voor de andere personeelsleden. Voor het personeelslid dat aan deze voorwaarden voldoet, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen. »; 7° in § 2 wordt 7° opgeheven;8° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5, 1° voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon kleuteronderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.

Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor kleuteronderwijzer en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden. 2° voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.

Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden. 3° voor de toepassing van dit besluit moet in het buitengewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.

Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer algemene en sociale vorming en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden. »; 9° § 6 wordt vervangen door wat volgt : « § 6.Voor de toepassing van dit besluit mag een leermeester lichamelijke opvoeding, godsdienst of niet-confessionele zedenleer van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen, niet ter beschikking gesteld worden om een onderwijzer aan te werven. Ook mag een onderwijzer niet ter beschikking gesteld worden om een leermeester lichamelijke opvoeding, godsdienst of niet-confessionele zedenleer aan te werven van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen"; 10° § 7 wordt vervangen door wat volgt : « § 7.Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon secundair onderwijs bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.

Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon lager onderwijs bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het paramedisch personeel, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité. »; 11° in § 9 worden de woorden « hetzij de groep van het opvoedend hulppersoneel en opvoeder, hetzij de groep van het administratief personeel en administratief medewerker » vervangen door de woorden « hetzij de groep van opvoeder, hetzij de groep van administratief medewerker »;12° in § 10 worden de woorden «, administratief personeel en/of opvoedend hulppersoneel » geschrapt en worden de woorden « ten minste 50 % opvoeders en/of opvoedend hulppersoneel » vervangen door de woorden « ten minste 50 % opvoeders »;13° § 11 wordt vervangen door wat volgt : « § 11.Voor de toepassing van dit besluit wordt onder pedagogische entiteit verstaan : een entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds één instelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht die in eenzelfde gebouwencomplex is gelegen. »; 14° een § 12 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 12.Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het onderwijs voor sociale promotie bij een vermindering van het aantal beschikbare punten voor een betrekking of betrekkingen van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator, technisch adviseur en administratief medewerker, of deze betrekking of betrekkingen door deze vermindering nog kan of kunnen worden in stand gehouden, op basis van de criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité. »

Art. 2.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt de volgende zin toegevoegd : « Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs en tussen de verschillende onderwijsniveaus geen onderscheid gemaakt voor de leden van het ondersteunend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het orthopedagogisch personeel, het sociaal personeel en het psychologisch personeel.»; 2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Voor de personeelsleden die een erkende nascholing genoten hebben en hierdoor een aanvullende onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid op basis van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid, zowel voor de maatregelen die voorafgaan aan de terbeschikkingstelling als voor de terbeschikkingstelling. »; 3° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.« Ander ambt » wordt als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van « hetzelfde ambt » in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid : 1° over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;2° over een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het voldoende geachte bekwaamheidsbewijs, mits er een onderlinge overeenkomst is tussen het personeelslid en de inrichtende macht. Deze bepaling kan niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer. In het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs kunnen de leermeester godsdienst en de godsdienstleraar deze bepaling niet inroepen. »

Art. 3.In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1, 1° Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch personeel in het basisonderwijs, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, en van het administratief en opvoedend hulppersoneel. Als het een ambt van directeur betreft, moeten de ambten van directeur van een kleuterschool, van directeur van een lagere school en van directeur van een basisschool als hetzelfde ambt worden beschouwd. De directeur van een kleuterschool heeft de keuze om de betrekking van directeur van een lagere of van een basisschool al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen. 2° Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs »;3° § 2 en § 3 worden opgeheven.

Art. 4.In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin wordt vervangen door wat volgt : « Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt « hetzelfde ambt » als volgt gedefinieerd : »;2° in § 1 wordt het tweede lid van 1° vervangen door wat volgt : « Voor het ambt van directeur moet een onderscheid worden gemaakt tussen het ambt van directeur van een instelling met een derde of een vierde graad en het ambt van directeur van een instelling zonder een derde of een vierde graad.Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor beide ambten; »; 3° in § 1 wordt punt 4° opgeheven;4° in § 1 wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° in afwijking van 1° en 3°, van § 1, wordt in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs voor de toepassing van « hetzelfde ambt » voor de leden van het ondersteunend personeel het volgende onderscheid gemaakt : a) de ambten van opvoeder vormen « hetzelfde ambt »;b) de ambten van administratief medewerker vormen « hetzelfde ambt ». »; 5° 6° wordt hernummerd naar 5°;6° § 2 en § 3 worden opgeheven.

Art. 5.In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het buitengewoon basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";2° in § 1, 1° eerste lid worden tussen de woorden "het opvoedend hulppersoneel" en de woorden "het psychologisch personeel" de woorden "het beleids- en ondersteunend personeel" ingevoegd;3° punt 3° wordt opgeheven; 4° een punt 5° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" wordt voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs;"; 6° § 2 en § 3 worden opgeheven.

Art. 6.In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het buitengewoon secundair onderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";2° in § 1 wordt 1° vervangen door wat volgt : « 1° Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, opvoedend hulp-, medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch, orthopedagogisch en administratief personeel van het buitengewoon secundair onderwijs;»; 3° in § 1, 3, b),tweede gedachtestreepje, worden tussen de woorden : "ofwel dat vak," en "als het hiervoor vast benoemd was", de woorden "of die specialiteit", ingevoegd;4° in § 1, wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken niet dezelfde zijn in beide ambten;»; 5° in § 1, wordt 5° opgeheven;6° in § 1, 7°, worden de woorden « De Gemeenschapsminister van Onderwijs » vervangen door de woorden : « De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs »;7° in § 1, 8°, wordt de tabel vervangen door wat volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 8° punt 6° wordt hernummerd naar 5°, 7° wordt hernummerd naar 6°, en 8° wordt hernummerd naar 7°;9° § 2 en § 3 worden opgeheven.

Art. 7.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 31 augustus 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : "Voor het deeltijds kunstonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :";2° in § 1, 2, worden de woorden "en onderdirecteur" geschrapt;3° in § 1, wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;»; 4° in § 1 wordt 5° opgeheven;5° aan § 1 wordt een 7 toegevoegd, dat luidt als volgt : « 7° in het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" een onderscheid gemaakt tussen de individuele vakken en de andere vakken. »; 6° punt 6° wordt hernummerd naar 5° en 7° wordt hernummerd naar 6°;7° § 2 wordt opgeheven.

Art. 8.In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Voor het onderwijs voor sociale promotie, wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel : 1° voor het ambt van directeur en adjunct-directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur en adjunct-directeur van een instelling met een derde graad of een instelling van het hoger onderwijs voor sociale promotie en het ambt van directeur en adjunct-directeur van een instelling zonder derde graad.Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten; 2° als het een ambt van leraar in het secundair onderwijs voor sociale promotie betreft : 1) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar.Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit; 2) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid : - ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs; - ofwel dat vak of deze specialiteit, als het hiervoor vastbenoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vastbenoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen; 3° als het een ambt van leraar in het hoger onderwijs voor sociale promotie betreft : a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar;b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, die het betrokken personeelslid, als het hiervoor vastbenoemd was, rekening houdend met de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, heeft onderwezen gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden, in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit;4° een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;»; 2° § 2 en § 3 worden opgeheven.

Art. 9.In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 4 februari 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Voor de centra wordt, in afwijking van artikel 3, § 3, "het ander ambt" als volgt gedefinieerd : 1° elk ambt, met uitzondering van « hetzelfde ambt », in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt;2° een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten.»; 2° § 3 wordt opgeheven.

Art. 10.In artikel 11, § 2, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de toewijzing aan dit personeelslid van een betrekking in een "ander ambt" », vervangen door de woorden « de toewijzing aan een personeelslid van een betrekking in een "ander ambt ».»; 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : « Onder voorbehoud van toepassing van de bepalingen, vermeld in artikel 3, § 3, zijn de verplichtingen inzake wedertewerkstelling voor de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in een ambt van de personeelscategorieën in de linkerkolom van onderstaande tabellen beperkt tot de ambten van de personeelscategorieën in de rechterkolom. »; 3° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art.11. In artikel 12, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : - in 1° worden tussen de woorden "het ondersteunend," en de woorden "het paramedisch" de woorden "het beleids- en ondersteunend personeel van het basisonderwijs" ingevoegd; - in 6° worden de woorden « psycho-pedagogisch werker of van werkleider voor de sociale discipline, voor de paramedische discipline of voor de methodologische informatie en documentatie » vervangen door de woorden « of psycho-pedagogisch werker »; - in 7° worden de woorden « psycho-pedagogisch consulent, van werkleider voor de psycho-pedagogische discipline » vervangen door de woorden « arts, consulent of psycho-pedagogisch consulent ».

Art. 12.In artikel 12bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 4 worden de woorden "een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs" vervangen door de woorden "een verlof wegens bijzondere opdracht";2° het tweede lid van § 5, 3° wordt geschrapt;3° aan § 5 wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° Beslissen over het inzetten in een instelling van de scholengemeenschap van het secundair onderwijs van de ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel die met toepassing van artikel 36bis worden beschouwd als zijnde gereaffecteerd in een niet-vacante betrekking.»; 4° aan § 5 wordt een 6° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.»

Art. 13.In artikel 12ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden in 1° tot en met 4° de woorden "In elke reaffectatiecommissie" vervangen door de woorden "In de reaffectatiecommissie";2° in § 2 wordt een punt 4bis ° ingevoegd, dat luidt als volgt : « 4bis ° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd; »; 3° in § 2 wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 4°bis, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen.»; - in § 4 worden de woorden "een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs" vervangen door de woorden "een verlof wegens bijzondere opdracht"; - in § 5 wordt 6° vervangen door wat volgt : « 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. »

Art. 14.In artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 wordt het derde lid opgeheven;2° in § 7 wordt de zin « Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies van het basisonderwijs kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor een periode van 4 weken, te nemen voor 1 oktober.» vervangen door de zin "Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens bijzondere opdracht worden toegekend voor een periode van vier weken, te nemen voor 1 oktober. »; 3° in § 8, 2° wordt de laatste zin geschrapt;4° in § 8 wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt « 4° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.»

Art. 15.In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het laatste lid opgeheven;2° in § 2, derde lid, worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs";3° in § 2, vierde lid, wordt de zin « Aan de secretarissen van de interprovinciale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend.» vervangen door de zin « Aan de secretarissen van de interprovinciale reaffectatiecommissies kan op hun verzoek een verlof wegens bijzondere opdracht worden toegekend. »; 4° in § 3 wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° Over de onderwijsniveaus heen reaffecteren en wedertewerkstellen van ter beschikking gestelde personeelsleden die niet in de inrichtende macht, in de scholengemeenschap van het secundair onderwijs, in de zone of in de scholengroep en niet in hun niveau in de interprovinciale reaffectatiecommissie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden;»; 5° in § 3, 3° worden de woorden « als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 52;» vervangen door de woorden « als administratieve ondersteuning voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 47bis ; »; 6° in § 3 wordt een 6° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 6° de gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.»

Art. 16.In artikel 15, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs".

Art. 17.In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs".

Art. 18.In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1° wordt de laatste zin geschrapt;2° in § 1, 2° wordt de laatste zin geschrapt;3° in § 2 worden de woorden "de Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs".

Art. 19.In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Met uitzondering van de centra, bedoeld in artikel 19, verdeelt, bij het begin van het schooljaar, de inrichtende macht de betrekkingen over de vastbenoemde titularissen op de volgende manier :";2° in § 1, 1°, worden de woorden "voor eenzelfde gepondereerd volume van opdracht", vervangen door de woorden « voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht";3° aan § 1, 2°, wordt de volgende zin toegevoegd : « Als het om een personeelslid van het ondersteunend personeel gaat, moet de inrichtende macht rekening houden met artikel 2, § 9 en § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld. »; 4° § 2 wordt opgeheven;5° in § 3 wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs.»

Art. 20.Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 19.§ 1. Uiterlijk op 1 juni voor de start van de driejaarlijkse omkaderingsperiode stelt het centrumbestuur de personeelsformatie voor ieder van zijn centra vast. § 2. Het centrumbestuur verdeelt jaarlijks de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden. Er wordt per centrum en per ambt rekening gehouden met alle vastbenoemde personeelsleden in volgorde van dienstanciënniteit. Daarbij wordt voorrang gegeven aan het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst de betrekking gegeven.

Het centrumbestuur wijst, rekening houdend met de bepalingen van de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde volume van de opdracht waarvoor de betrokken personeelsleden vastbenoemd waren op het einde van het voorafgaande schooljaar. § 3. Een centrumbestuur stelt een personeelslid pas ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking nadat het in voorkomend geval onder alle personeelsleden van het centrum in kwestie : 1° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden, die "hetzelfde ambt" uitoefenen;2° een einde heeft gesteld aan de diensten van vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;3° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in « hetzelfde ambt ». § 4. Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de personeelsformatie, neemt het centrumbestuur één of meer van de volgende maatregelen : 1° het niet-overdragen van omkaderingsgewichten naar andere centra of naar de permanente ondersteuningscellen;2° het niet-toekennen van coördinatiefuncties;3° in afwijking van § 1, een tussentijdse aanpassing van de personeelsformatie, rekening houdend met de bekende pensioneringen, mutaties of terbeschikkingstellingen die voorafgaan aan het rustpensioen;4° in afwijking van § 1, een tijdelijke aanpassing van de personeelsformatie op basis van tijdelijk niet-aangewende omkaderingsgewichten, gegenereerd door personeelsleden aan wie op basis van § 2 een betrekking was toegekend en die tot het einde van het schooljaar ingevolge een verlofstelsel afwezig zijn. Hierbij voegt het centrumbestuur alle nodige documenten ter staving; 5° het toekennen aan een vastbenoemd personeelslid van een opdracht in een ander centrum van hetzelfde of van een ander centrumbestuur, met akkoord van het betrokken personeelslid en in voorkomend geval van het andere centrumbestuur. De maatregel, bedoeld in 4°, kan enkel worden aangewend als het omkaderingsgewicht van het centrum bestemd voor de nieuwe personeelsformatie, kleiner is dan het omkaderingsgewicht, bestemd voor de vorige personeelsformatie en als, met de maatregelen, bedoeld in 1°, 2°, 3° en 5°, een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking zonder reaffectatie of wedertewerkstelling niet kon worden vermeden.

Als het centrumbestuur dergelijke maatregelen voorstelt, worden die voor 1 september beoordeeld, hetzij door de zonale reaffectatiecommissie voor wat de gesubsidieerde centra betreft, hetzij door de interprovinciale reaffectatiecommissie voor wat de centra van het Gemeenschapsonderwijs betreft.

De bevoegdheden van de zonale reaffectatiecommissies en van de interprovinciale reaffectatiecommissie zijn hierbij beperkt tot : 1° het kennis nemen van de personeelsformatie en eventueel van de bijbehorende maatregelen;2° het beoordelen van de maatregelen en het al dan niet bekrachtigen van deze maatregelen. Bij niet-bekrachtiging moet het centrumbestuur in kwestie nieuwe maatregelen voostellen, die dan opnieuw ter bekrachtiging worden voorgelegd. § 5. Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de formatie en na de uitvoering van alle maatregelen die opgenomen zijn in het plan, bedoeld in § 4, zal de terbeschikkingstelling ten laste komen van het vastbenoemde personeelslid in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit."

Art. 21.In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Bij de maatregelen, voorafgaand aan de terbeschikkingstelling in het onderwijs, wordt een onderscheid gemaakt tussen het gewoon onderwijs enerzijds en het buitengewoon onderwijs anderzijds.

Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking nadat ze, in het Gemeenschapsonderwijs onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling en in het gesubsidieerd onderwijs onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling of tot de instellingen die deze inrichtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente en die voor het gewoon secundair onderwijs behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, in de opgegeven volgorde en voorzover dat nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden : 1° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet, verminderd heeft tot het minimumaantal lesuren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties;2° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" in een andere instelling als hoofdambt uitoefenen, verminderd heeft tot het aantal lesuren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties;3° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen.Hierbij moet in voorkomend geval rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld; 4° een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;5° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt". Voor de toepassing van deze bepaling vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt.

Voor het ondersteunend personeel past de inrichtende macht deze bepalingen slechts toe op de personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling. »; 2° § 2 wordt opgeheven;3° aan § 3 wordt de volgende zin toegevoegd : « Deze bepalingen zijn niet van toepassing als de nieuwe affectatie gebeurt binnen een pedagogische entiteit.»; 4° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.In het buitengewoon basisonderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel : Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling een of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Bij daling van het aantal uren kiest het schoolbestuur in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. »; 5° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.In het buitengewoon secundair onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel.

Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Bij daling van het aantal uren kiest de inrichtende macht in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. »

Art. 22.Aan artikel 22, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de laatste zin van 2°, a), wordt vervangen door wat volgt : « Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs.»; 2° de laatste zin van 2°, b) wordt vervangen door wat volgt : « Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld.»; 3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° in het deeltijds kunstonderwijs : a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs : in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft.Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. »; 4° punt 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° in het buitengewoon onderwijs : a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs : in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft.Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. »; 5° in 6° worden de woorden « in het centrum waar de vermindering van prestaties zich voordoet en in het laatst gerangschikte ambt » vervangen door de woorden « in het centrum en in het ambt waar de vermindering van prestaties zich voordoet ».

Art. 23.In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 25 maart 1997, 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden in 6° de woorden "of met beperkt leerplan" geschrapt;2° in § 2 worden de woorden "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden voorzien in artikel 5, § 1, 3e, 4e, 5e, 6e en 7e gedachtenstreep van het decreet van 9 april 1992 " vervangen door de woorden : " De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vastgelegd in artikel 5, § 1, 3e, 5e en 7e gedachtestreep van het decreet van 9 april 1992".

Art. 24.In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt de laatste zin geschrapt.

Art. 25.In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 25 maart 1997, 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden in 1° de woorden "laatste schooldag van september" vervangen door de woorden : "eerste schooldag van oktober";2° in § 2 wordt in 5° de volgende zin toegevoegd : « In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben.»; 3° in § 2 worden in 6° de woorden : "of met beperkt leerplan", geschrapt;4° in § 2 wordt in 7° de volgende zin toegevoegd : « In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben.»; 5° in § 3 worden de woorden "de Gemeenschapsminister van Onderwijs" vervangen door de woorden : "de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs".

Art. 26.In artikel 25bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van 1 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° voor instellingen die op 1 september 1999 in afbouw zijn.»; 2° in § 2 worden de woorden « die tot een scholengemeenschap behoren » vervangen door de woorden « van de in § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, genoemde instellingen »;3° in § 2 worden tussen de woorden "met vermelding van het aantal uren" en de woorden "de instelling", de woorden "of het aantal punten", ingevoegd;4° in § 2 worden tussen de woorden « met vermelding van het type » en de woorden, « in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs », de woorden « of de opleidingsvorm » ingevoegd.5° in § 3, eerste lid wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.»; 6° in § 6 wordt aan 2° een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deze bepaling geldt niet voor personeelsleden van het ondersteunend personeel, tenzij het gaat om een personeelslid van een netoverschrijdende scholengemeenschap van het secundair onderwijs dat een reaffectatie of wedertewerkstelling heeft geweigerd in een instelling van een ander net dan datgene waarin het ter beschikking is gesteld »;7° in § 6 wordt aan 3° een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deze bepaling geldt niet voor vacatures in ambten van het ondersteunend personeel.»

Art. 27.In artikel 25ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden tussen de woorden « moeten de inrichtende machten « en de woorden « aan de bevoegde reaffectatiecommissie » de woorden « van de in § 1 en in artikel 25bis, § 1, 5°, genoemde instellingen » ingevoegd;2° in § 2 worden tussen de woorden "met vermelding van het aantal uren" en de woorden "de instelling", de woorden "of het aantal punten" ingevoegd;3° in § 2 worden tussen de woorden « met vermelding van het type » en de woorden « in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs », de woorden « of de opleidingsvorm » ingevoegd;4° in § 3, eerste lid wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.»; 5° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De gegevens vermeld in § 2 en § 3, moeten worden meegedeeld in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 20 september. »

Art. 28.In artikel 25 quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; »; 2° er wordt een 1° bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « 1 bis ° de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs in het gesubsidieerd onderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; »; 3° punt 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° de instellingen van het deeltijds kunstonderwijs.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; »; 4° punt 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° de instellingen van het onderwijs voor sociale promotie.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4 moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober; »; 5° punt 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° de scholen van het basisonderwijs in het gemeenschapsonderwijs en de centra in het gemeenschapsonderwijs;»; 6° punt 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° de instellingen van het basisonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.In afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober. »

Art. 29.In artikel 26, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de woorden "instellingen die de laatste schooldag van september als teldag hebben", vervangen door de woorden "instellingen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben".

Art. 30.In artikel 27, § 2, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de woorden « op 1 oktober » vervangen door de woorden « op 15 september ».

Art. 31.In artikel 27bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 4° worden de woorden "op 15 september", vervangen door de woorden : "op 1 oktober";2° in 5° worden de woorden "op 15 september", vervangen door de woorden : "op 1 oktober".

Art. 32.In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 7 worden de woorden "of een nieuwe aanwijzing krijgt" vervangen door de woorden " of een nieuwe affectatie of mutatie krijgt";2° § 10 wordt opgeheven;3° een nieuwe § 11 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 11.Voor de directeurs van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs wordt vanaf 1 september 2002 onder de laatste activiteitswedde(ntoelage) verstaan de wedde of weddentoelage zoals bepaald in weddenschaal 479 of voor een directeur van een oefenschool de weddenschaal 498. »

Art. 33.In artikel 31, § 1, van hetzelfde besluit wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Wanneer er echter in een instelling van de inrichtende macht of het schoolbestuur die tot dezelfde scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoort of in een instelling van de inrichtende macht of het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen. »

Art. 34.In artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, A, 7 °, wordt vervangen door wat volgt : « 7° Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde : »;a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.»; 2° § 1, B, 4°, wordt vervangen door wat volgt : « 4° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;»; 3° in § 1, B, wordt een 4° bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 4° bis verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de zonale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen;»; 4° in § 1, B, wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen;»; 5° in § 1, B, wordt 6° vervangen door wat volgt : « 6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen;»; 6° In § 1, B, wordt 7° opgeheven;7° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. »; 8° in § 4 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten" geschrapt.

Art. 35.In artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, A, wordt 6 °vervangen door wat volgt : « 6° Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;» 2° in § 1, B, worden 3°, 4°, 5° en 6° vervangen door wat volgt : « 3° Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;4° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de zonale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;5° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.» 7° in § 2 worden de woorden "Mits naleving van de verplichtingen in § 1, punt 1 en 3, kan", vervangen door de woorden "Mits de verplichtingen in § 1, punt 1 en 2, nageleefd worden, kan";8° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. »; 9° in § 4 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten" geschrapt.

Art. 36.In artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Dit artikel geldt niet voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel. »; 2° in § 2, A, 1°, a) worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn" vervangen door de woorden "en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn";3° in § 2, A, 3°, worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn" vervangen door de woorden " en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn";4° in § 2, B, 3°, worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn" vervangen door de woorden "en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn";5° in § 2, C, 1° en 3°, worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn" vervangen door de woorden "en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn";6° in § 5 worden in de eerste zin van het eerste lid de woorden "in principe" geschrapt;7° in § 5 wordt in het eerste lid de tweede zin opgeheven;8° in § 6 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten" geschrapt.

Art. 37.Artikel 36 bis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 36bis . § 1. In afwijking van artikel 36 is dit artikel van toepassing op de personeelsleden van het ondersteunend personeel. § 2. A . Instellingen die tot een scholengemeenschap behoren Elke inrichtende macht, in de volgende volgorde : 1° is verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in « hetzelfde ambt » van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie, in dienst te nemen in een vacante of niet-vacante betrekking.De verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als een personeelslid wordt gereaffecteerd in een vacante betrekking, moet die betrekking dezelfde puntenwaarde hebben als de puntenwaarde van het ter beschikking gestelde personeelslid. De scholengemeenschap kent aan de instelling hiervoor voldoende punten toe. Als de scholengemeenschap over onvoldoende punten beschikt, gebeurt de reaffectatie in een betrekking met een andere puntenwaarde; 2° is verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in « hetzelfde ambt » van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die worden toegewezen bij wijze van wedertewerkstelling, in dienst te nemen in een vacante of niet-vacante betrekking.Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als een personeelslid wordt weder te werk gesteld in een vacante betrekking, moet deze betrekking dezelfde puntenwaarde hebben als de puntenwaarde van het ter beschikking gestelde personeelslid. De scholengemeenschap kent aan de instelling hiervoor voldoende punten toe. Als de scholengemeenschap over onvoldoende punten beschikt, gebeurt de wedertewerkstelling in een betrekking met een andere puntenwaarde; 3° is binnen « hetzelfde ambt » verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen die tot de scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Het personeelslid kan deze vacante betrekking alleen opnemen als zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.

Het personeelslid is niet verplicht om op dit aanbod in te gaan. De bepalingen van artikel 60, § 2, 2), van voormeld decreet blijven dan van toepassing; 4° is, onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°. De ter beschikking gestelde personeelsleden in ambten van het ondersteunend personeel van de instellingen die behoren tot dezelfde scholengemeenschap, die na de verplichting, bepaald in 1° tot en met 3°, geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden beschouwd als gereaffecteerd in een niet-vacante betrekking. Zij worden door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap ingezet in een instelling van de scholengemeenschap.

B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren Elke inrichtende macht, in de volgende volgorde : 1° is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in « hetzelfde ambt » in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die voor 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in vacante betrekkingen in instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Deze reaffectatie gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde; 2° is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in « hetzelfde ambt » in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die voor 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van wedertewerkstelling en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in vacante betrekkingen in instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Deze wedertewerkstelling gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde; 3° is binnen « hetzelfde ambt » verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Het personeelslid kan deze vacante betrekking alleen opnemen als zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.

Het personeelslid is niet verplicht om op dit aanbod in te gaan. De bepalingen van artikel 60, § 2, 2), van voormeld decreet blijven dan van toepassing; 4° is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in « hetzelfde ambt » in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in niet-vacante betrekkingen. Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur; 5° is verplicht in het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur; 6° is verplicht in het gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen, bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur; 7° is verplicht in het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur; 8° is, onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;9° is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;10° is verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. C. Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen Elke inrichtende macht, in de volgende volgorde : 1° is verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in « hetzelfde ambt » van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie, in dienst te nemen in een vacante of niet-vacante betrekking.Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie te aanvaarden.

Als een personeelslid wordt gereaffecteerd in een vacante betrekking, moet deze betrekking dezelfde puntenwaarde hebben als de puntenwaarde van het ter beschikking gestelde personeelslid. De scholengemeenschap kent aan de instelling hiervoor voldoende punten toe.

Indien de scholengemeenschap over onvoldoende punten beschikt, gebeurt de reaffectatie in een betrekking met een andere puntenwaarde; 2° is verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in « hetzelfde ambt » van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van wedertewerkstelling, in dienst te nemen in een vacante of niet-vacante betrekking.Deze verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waar het personeelslid wordt weder te werk gesteld, is het personeelslid niet verplicht de wedertewerkstelling te aanvaarden.

Als een personeelslid wordt weder te werk gesteld in een vacante betrekking, moet deze betrekking dezelfde puntenwaarde hebben als de puntenwaarde van het ter beschikking gestelde personeelslid. De scholengemeenschap kent aan de instelling hiervoor voldoende punten toe. Als de scholengemeenschap over onvoldoende punten beschikt, gebeurt de wedertewerkstelling in een betrekking met een andere puntenwaarde; 3° is binnen « hetzelfde ambt » verplicht de resterende vacante betrekkingen aan te bieden aan de personeelsleden van instellingen die tot de scholengemeenschap behoren, zoals bedoeld in artikel 60, § 2, 2°, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.Tot deze vacante betrekkingen behoren eveneens de vacante betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Het personeelslid kan deze vacante betrekking slechts opnemen voorzover zijn puntenwaarde overeenkomt met de puntenwaarde van de aangeboden betrekking. De instelling kan evenwel haar niet-aangewende punten gebruiken om de aangeboden betrekking aan te passen aan de puntenwaarde van het personeelslid. Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt, wordt dadelijk aan de nieuwe instelling geaffecteerd.

Het personeelslid is niet verplicht om op dit aanbod in te gaan. De bepalingen van artikel 60, § 2, 2) van voormeld decreet blijven dan van toepassing; 4° is, onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°. De ter beschikking gestelde personeelsleden in ambten van het ondersteunend personeel van de instellingen die behoren tot dezelfde scholengemeenschap die na de verplichtingen bepaald in 1° tot en met 3°, geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden beschouwd als gereaffecteerd in een niet-vacante betrekking. Zij worden door de reaffectatiecommissie ingezet in een instelling van de scholengemeenschap.

Deze bepaling geldt evenwel niet voor het personeelslid dat een reaffectatie of wedertewerkstelling heeft geweigerd in een instelling van een ander net. Dit personeelslid wordt gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. § 3. Als aan de bepalingen in § 2 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een wedde of een weddentoelage verkrijgen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling, op voorwaarde dat de betrekking met een aangetekende brief aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.

Deze wedde of weddentoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies in deze betrekking.

Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen. § 4. De wedde of weddentoelage wordt eveneens behouden van 1 september tot uiterlijk 15 september voor elke persoon die aangeworven is of in dienst wordt gehouden in een betrekking waarin een personeelslid, ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in de scholengemeenschap of scholengroep, ingevolge de bepalingen van dit besluit in dienst moest worden genomen. § 5. Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. § 6. De personeelsleden, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moeten, zelfs als ze niet onmiddellijk beschikbaar zijn, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden. § 7. Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze één administratieve eenheid vormt. Dit geldt eveneens voor de pedagogische entiteit. »

Art. 38.Aan artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde : »;2° aan § 1, A, 3°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn.»; 3° in § 1, B, 1°, a), wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn.»; 4° in § 1, B, 1°, b), wordt aan de tweede alinea een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen.Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst de betrekking gegeven. »; 5° in § 1, B, 2°, b), worden de woorden "en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt" vervangen door de woorden "en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt";6° in § 1, B, wordt 4° opgeheven;7° § 1, B, wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.»; 8° in § 2 worden de woorden "Mits naleving van de verplichtingen in § 1, 1" vervangen door de woorden "Als aan de verplichtingen in § 1 wordt voldaan";9° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. »; 10° in § 4 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten", geschrapt.

Art. 39.In artikel 38 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde : »;2° in § 1, A, 2°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn.»; 3° in § 1, A, wordt 3° vervangen door wat volgt : « 3° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van art.2, § 2, 5°; »; 4° in § 1, B, 1°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.»; 5° in § 1, B, wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;»; 6° in § 1, B, wordt 3° vervangen door wat volgt : « 3° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;»; 7° in § 1, B, wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.»; 8° in § 2 worden de woorden : "Mits naleving van de verplichtingen in § 1, 1" vervangen door de woorden : "Als aan de verplichtingen in § 1 wordt voldaan";9° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. »; 10° in § 4 worden de woorden "die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten" geschrapt.

Art. 40.Artikel 39 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 39 § 1. Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde : A . In het gemeenschapsonderwijs 1° a) verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn in « hetzelfde ambt » in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in dit centrum voor volwassenenonderwijs. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld; b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra voor volwassenenonderwijs, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een van haar centra voor volwassenenonderwijs.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken, als het gaat om een wervingsambt.

Als het gaat om een wervingsambt, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienst-anciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen; 2° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur; 3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van hun scholengroepen worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat het bestuur de betrekkingen toewijst aan een van zijn personeelsleden.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn; 4° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;5° verplicht om personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze ven reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;6° verplicht om de personeelsleden die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. B. In het gesubsidieerd onderwijs 1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in dit centrum voor volwassenenonderwijs.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn; b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra voor volwassenenonderwijs, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in één van haar centra voor volwassenenonderwijs.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken in geval van een wervingsambt.

Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienst-anciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk, dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen; 2° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden in dienst te nemen die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen door : a) de interprovinciale reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, betreft;b) de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs betreft. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden; 3° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;4° verplicht om aan de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. § 2. Als aan de verplichtingen in § 1 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een wedde of een weddentoelage verkrijgen voor een tijdelijk personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking met een aangetekende brief aangegeven is bij de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.

Deze wedde of een weddentoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie.

Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen. § 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. § 4. De personeelsleden, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moeten, als ze niet onmiddellijk beschikbaar zijn, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden. § 5. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfde van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

Art. 41.In artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de eerste zin van § 1 wordt vervangen door wat volgt : « Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde : » 2° in § 1, 1°, wordt a) opgeheven;3° aan § 1, 1°, wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt : « Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn.»; 4° in § 1, wordt 2.vervangen door wat volgt : « 2. onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde : a) vrij de mutatie toe te staan, op verzoek van om het even welk personeelslid dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden in dienst te nemen, ongeacht het net en rekening houdend met de personeelsformatie en het plan bedoeld in artikel 19, § 3;d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;»; 5° in § 1 wordt het laatste lid vervangen door wat volgt : « De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid, ter beschikking gesteld in een wervingsambt, een betrekking in een bevorderingsambt toegewezen zou moeten worden.» 6° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. »

Art. 42.In artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Een reaffectatie of wedertewerkstelling blijft behouden over de schooljaren heen.»; 2° in § 2 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Aan een reaffectatie of wedertewerkstelling in een betrekking wordt alleen een einde gesteld : »;3° in § 2 wordt het tweede gedachtestreepje vervangen door wat volgt : « - doordat de inrichtende macht in kwestie personeelsleden in deze betrekking in dienst moest nemen bij wijze van voorafgaande maatregelen of bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;»; 4° in § 2 worden in het derde gedachtestreepje de woorden "de betrekking" vervangen door de woorden "deze betrekking";5° in § 2 wordt het vierde gedachtestreepje vervangen door wat volgt : « - doordat het personeelslid in kwestie zelf een gelijkwaardige andere betrekking opneemt; - doordat het personeelslid in kwestie niet meer voor subsidiëring of financiering in aanmerking komt; »; 6° in § 2 worden in het zesde gedachtestreepje de woorden : "Gemeenschapsminister van onderwijs" vervangen door de woorden : "Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs";7° in § 2 wordt het achtste gedachtestreepje vervangen door wat volgt : « - door een benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling, een mutatie, nieuwe affectatie of toelating tot de proeftijd van betrokken personeelslid;»; 8° § 5 wordt opgeheven.

Art. 43.In artikel 43, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, worden de woorden "of van ambtswege" opgeheven.

Art. 44.In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 1 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 4.wordt vervangen door wat volgt : « 4. als een betrekking wordt aangeboden in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs, georganiseerd volgens het modulaire stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra, in betrekkingen en ambten als bedoeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandsregeling, of in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; »; 2° er wordt een 4bis .ingevoegd, dat luidt als volgt : « 4bis . als in het buitengewoon basisonderwijs een betrekking wordt aangeboden.

Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet alleen worden opgenomen als de betrokken personeelsleden, met uitzondering van die welke behoren tot het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, gevraagd hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon basisonderwijs. Deze bepaling geldt niet voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel.

Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de betreffende onderwijssector fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling. »; 3° in 6.wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet worden toegewezen, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen. »; 4° in 7.wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap in het secundair onderwijs behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap in het secundair onderwijs behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen. »; 5° er wordt een 11.Toegevoegd, die luidt als volgt : « 11. Als in een netoverschrijdende scholengemeenschap van het secundair onderwijs aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden in een instelling van de scholengemeenschap van het secundair onderwijs die behoort tot een ander net dan de instelling waaraan het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. »

Art. 45.In het opschrift van hoofdstuk IV, titel V, van hetzelfde besluit wordt het woord « PMS-centra » vervangen door het woord « centra ».

Art. 46.In artikel 47 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 september 1994 en 31 augustus 1999 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt een gedachtestreepje toegevoegd, dat luidt als volgt : « - de gesloten scholen en instellingen en de scholen en instellingen die werden of worden overgedragen naar een inrichtende macht die behoort tot een ander net voorzover ze ervoor opteren om niet mee over te gaan naar een school of instelling van het overnemende net, voorzover er voor deze gesloten scholen en instellingen enkel de Vlaamse reaffectatiecommissie bestaat;»; 2° in § 2 wordt het eerste gedachtestreepje vervangen door wat volgt : « - de Vlaamse reaffectatiecommissie reaffecteert en stelt de personeelsleden weder te werk in de onderwijsinstellingen van de verschillende netten of buiten het onderwijs of de centra zoals bepaald in artikel 46;»; 3° in § 2 wordt het laatste lid vervangen door wat volgt : « Bij het begin van elk schooljaar kan het personeelslid deze keuze wijzigen als het nog niet werd gereaffecteerd of wedertewerkgesteld of na het regelmatig beëindigen van een reaffectatie of wedertewerkstelling in het gekozen net.Als artikel 41 van toepassing is, geldt deze bepaling niet. »

Art. 47.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996, 25 maart 1997, 22 september 1998, 31 augustus 1999, 4 februari 2000, 28 augustus 2000 en 1 maart 2002, wordt een titel VIbis, bestaande uit artikel 47bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : « Titel VIbis . - Administratieve ondersteuning van de scholengemeenschappen in het basisonderwijs « Artikel 47bis . § 1. Na toepassing van de procedure in dit besluit kunnen vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar worden gesteld als administratieve ondersteuning van de scholengemeenschappen in het basisonderwijs.

Deze tewerkstelling wordt toegekend door de interprovinciale of de Vlaamse reaffectatiecommissies op basis van de volgende criteria : 1° de personeelsleden kunnen alleen tewerkgesteld worden onder de voorwaarden, bepaald in artikel 45, 1, van hetzelfde besluit;2° de ter beschikking gestelde personeelsleden worden zo gelijkmatig mogelijk verdeeld over de scholengemeenschappen;3° een personeelslid kan maar aan één school van de scholengemeenschap worden toegewezen. § 2. De personeelsleden die reeds als administratieve hulp in het basisonderwijs tewerkgesteld waren voor 1 september 2003, blijven tewerkgesteld in deze functie in afwachting van een nieuwe toewijzing door de interprovinciale of Vlaamse reaffectatiecommissie(s). § 3. De tewerkstelling met toepassing van dit besluit is een wedertewerkstelling zoals bepaald in artikel 11, § 2.

In deze betrekkingen is geen vaste benoeming mogelijk. § 4. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs wordt opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling. »

Art. 48.Artikel 48 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 48.In afwijking van artikel 2, § 2, 5°, zijn bij wijze van overgangsmaatregel in het deeltijds kunstonderwijs de betrekkingen op 1 september 2003 niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als ze bekleed worden door personeelsleden die aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° ten minste 720 dagen dienstanciënniteit, zoals bepaald in artikel 12, § 1, in hoofdambt gepresteerd hebben op 31 augustus 2002 voor de leden van het administratief personeel of op 30 juni 2002 voor de andere personeelsleden;2° op 31 december 2002 de hierna vermelde leeftijd bereikt hebben : a) 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel;b) 26 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau en voor de directeurs van de instellingen die geen hogere graad inrichten;c) 28 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau en voor de directeurs van de instellingen die een hogere graad inrichten.»

Art. 49.In artikel 50 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, waarvan de huidige tekst § 2 vormt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een § 1 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 1.In het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de vastbenoemde en tot de proeftijd toegelaten personeelsleden die vanaf 1 september 1992 onder het toepassingsgebied vallen van : 1° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;2° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;3° het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;4° het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.»; 2° § 2, 2° wordt opgeheven.

Art. 50.Artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, wordt opgeheven.

Art. 51.In artikel 54 van hetzelfde besluit worden de woorden « De Gemeenschapsminister van Onderwijs » vervangen door de woorden « De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs ».

Art. 52.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2003 met uitzondering van : 1° artikel 1, 10°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2002 evenwel met de beperking dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2002 tot en met 1 september 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten en schoolbesturen met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling;2° artikel 1, 11°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;3° artikel 1, 12°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;4° artikel 1, 14°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;5° artikel 2, 3°, en artikel 10, 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001, evenwel met de beperking dat hieruit tijdens de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2003 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten en schoolbesturen met betrekking tot de bezoldiging, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling;6° artikel 4, 4°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;7° artikel 7, 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2002;8° artikel 8, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;9° artikel 10, 1° en 3° dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;10° artikel 12, 2° en 3° dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;11° artikel 19, 3° en 4°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;12° artikel 21, 4° en 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2002;13° artikel 22, 1° en 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;14° artikel 26, 1°, 2°, 4° en 5° dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;15° artikel 27, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;16° artikel 32, 3°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2002;17° artikel 37, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;18° artikel 40, met uitzondering van § 3 van het in artikel 40 gewijzigde artikel 39, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2001;19° artikel 44, 5°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1999;20° artikel 49, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1992.

Art. 53.De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de Centra voor Leerlingenbegeleiding tot en met 31 augustus 2003.

Art. 54.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 5 december 2003.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, M. VANDERPOORTEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^