Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 05 juni 2009
gepubliceerd op 24 augustus 2009

Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen

bron
vlaamse overheid
numac
2009035778
pub.
24/08/2009
prom.
05/06/2009
ELI
eli/besluit/2009/06/05/2009035778/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

5 JUNI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen


De Vlaamse Regering, Gelet op artikel 4.7.16, § 1, en 4.7.26, § 4, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

Gelet op artikel 12/2 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 betreffende de adviesverlening inzake aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 25 maart 2009;

Gelet op advies 46.438/1 van de Raad van State, gegeven op 19 mei 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.De instanties die overeenkomstig artikel 4.7.16, § 1, respectievelijk 4.7.26, § 4, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, om advies worden verzocht, zijn : 1°de entiteit van het agentschap RO-Vlaanderen, die met de zorg voor het onroerend erfgoed belast is, voor volgende aanvragen : a) aanvragen met betrekking tot voorlopig of definitief beschermde monumenten;b) aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn in voorlopig of definitief beschermde stads- en dorpsgezichten;c) aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn in voorlopig of definitief beschermde landschappen en in erfgoedlandschappen;d) aanvragen in een voorlopig of definitief aangeduide ankerplaats die onderworpen zijn aan de zorgplicht volgens artikel 26 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, met name als een administratieve overheid opdrachtgever is van een eigen werk of handeling;e) aanvragen met betrekking tot voorlopig of definitief beschermde archeologische monumenten of tot percelen die gelegen zijn in voorlopig of definitief beschermde archeologische zones;f) aanvragen binnen het gezichtsveld, beperkt tot uiterlijk een straal van 50 meter, van een voorlopig of definitief beschermd monument, met dien verstande dat indien het monument voorkomt op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO, de adviesvereiste geldt in de volledige bufferzone rond dat werelderfgoed, afgebakend in uitvoering van artikel 11, § 5, van de UNESCO World Heritage Convention;g) aanvragen die de sloping van gebouwen of constructies omvatten, opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in artikel 12/1 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten, met dien verstande dat deze adviesverlening uitgeoefend wordt bij wijze van uitvoering van de algemene onroerenderfgoedtoets, vermeld in artikel 12/2 van voormeld decreet van 3 maart 1976;h) aanvragen voor : 1) verkavelingen van ten minste tien loten bestemd voor woningbouw, of met een grondoppervlakte groter dan een halve hectare, ongeacht het aantal loten;2) groepswoningbouwprojecten waarbij ten minste tien woongelegenheden ontwikkeld worden;3) de bouw of de herbouw van appartementsgebouwen waarbij ten minste vijftig appartementen gecreëerd worden;i) aanvragen voor nieuwbouwprojecten met een bebouwd oppervlak van 500 m2 of meer in woongebieden en recreatiegebieden; j) aanvragen voor ontginningsgebieden en uitbreiding van ontginningsgebieden zoals omschreven in het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, respectievelijk artikel 17.6.3 en artikel 18.7.1; 2° de wegbeheerder voor aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn op minder dan 30 meter van het domein van autosnelwegen, hoofdwegen of primaire wegen categorie I volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of langs gewest- of provinciewegen; 3° het departement Landbouw en Visserij voor alle aanvragen die verband houden met landbouw, alsook voor alle aanvragen waarbij toepassing wordt gemaakt van de bepalingen van artikel 4.4.6, artikel 4.4.10 tot en met 4.4.23, en artikel 4.4.26, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, in gebieden die een agrarische bestemming hebben; 4° in voorkomend geval het polderbestuur voor aanvragen, gelegen op minder dan 5 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen van derde categorie;5° de administratie van de provincie ofwel in voorkomend geval het polderbestuur voor aanvragen, gelegen op minder dan 5 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen van tweede categorie;6° de Vlaamse Milieumaatschappij voor aanvragen gelegen op minder dan 20 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen van eerste categorie;7° NV De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal NV, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust of het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, afdeling Maritieme Toegang, telkens binnen hun ambtsgebied, voor aanvragen, gelegen op minder dan 50 meter afstand van de kruin van de talud van bestaande of geplande bevaarbare waterlopen of voor aanvragen, gelegen op minder dan 50 meter afstand van haveninfrastructuur binnen de afgebakende zeehavengebieden;8° de afdeling Kust van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, voor aanvragen met betrekking tot gebieden gelegen zeewaarts van de veiligheidslijn.Deze veiligheidslijn wordt als volgt gedefinieerd : a) in bebouwde gebieden is het de meest zeewaartse grens van bewoning;b) in onbebouwde gebieden is het de landwaartse grens van de 7m TAW;9° het agentschap voor Natuur en Bos voor de volgende aanvragen : a) aanvragen in ruimtelijk kwetsbare gebieden;b) aanvragen binnen de perimeter van de vogelrichtlijngebieden, met uitzondering van de woongebieden in de ruime zin;c) aanvragen in een gebied aangewezen krachtens de Overeenkomst inzake watergebieden die van internationale betekenis zijn, opgemaakt te Ramsar op 2 februari 1971;d) aanvragen gelegen binnen de perimeter van de door de Vlaamse Regering voorgestelde habitatgebieden in het kader van de EG-Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna;e) aanvragen in parken en bossen, zoals gedefinieerd in het Bosdecreet, alsmede in gebieden die overeenkomstig de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen bestemd zijn voor parken en bossen;10° de afdeling binnen het departement Leefmilieu, Natuur en Energie die bevoegd is voor natuurlijke rijkdommen voor alle aanvragen gelegen in gebieden die bestemd zijn als ontginningsgebied of een ermee vergelijkbaar gebied;11° Infrabel voor aanvragen, gelegen op minder dan 20 meter afstand van de vrije rand van bestaande of geplande spoorlijnen;12° het Departement Mobiliteit en Openbare Werken voor alle aanvragen waarbij een mobiliteitstudie bij de aanvraag gevoegd moet worden;13° het havenbedrijf, voor alle aanvragen binnen een havengebied waarvan de grenzen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 3, § 1, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens.

Art. 2.Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 betreffende de adviesverlening inzake aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 maart 2002 en 23 juni 2006, wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.

Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 5 juni 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, D. VAN MECHELEN

^