Besluit Van De Vlaamse Regering van 05 september 2014
gepubliceerd op 29 oktober 2014
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Vlaamse Regering tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieu- en klimaatmaatregelen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020

bron
vlaamse overheid
numac
2014036664
pub.
29/10/2014
prom.
05/09/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

5 SEPTEMBER 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieu- en klimaatmaatregelen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020


De Vlaamse Regering, Gelet op Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot invoering van overgangsbepalingen;

Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 9, eerste lid, 1° en tweede lid, artikel 10, § 1, eerste lid, 1° en 3° en § 3;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieumaatregelen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 5 mei 2014;

Gelet op advies 56.516/3 van de Raad van State, gegeven op 15 juli 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° betalingsaanvraag: het verzoek tot uitbetaling, vermeld in artikel 72 van Verordening (EU) nr.1306/2013; 2° bevoegde entiteit: het Agentschap voor Landbouw en Visserij;3° landbouwer: de landbouwer, vermeld in artikel 4, eerste lid, a), van Verordening (EU) nr.1307/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, en die wordt beschouwd als een actieve landbouwer in uitvoering van artikel 9 van de voormelde verordening; 4° duinen: duinen als vermeld in de bijlage bij het koninklijk besluit van 24 februari 1951 houdende grensbepaling van de landbouwstreken van het Rijk;5° polders: polders als vermeld in de bijlage bij het koninklijk besluit van 24 februari 1951 houdende grensbepaling van de landbouwstreken van het Rijk;6° gedelegeerde Verordening (EU) nr.807/2014: gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot invoering van overgangsbepalingen; 7° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid;8° steunaanvraag: de aanvraag tot toetreding tot de subsidieregeling, vermeld in artikel 29 van Verordening (EU) nr.1305/2013; 9° verbintenisoppervlakte: de oppervlakte waartoe de landbouwer zich verbindt om er een van de maatregelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1° tot 4°, op uit te voeren;10° Verordening (EU) nr.1305/2013: Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad; 11° Verordening (EU) nr.1306/2013: Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad; 12° verzamelaanvraag: de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 11 van gedelegeerde Verordening (EU) nr.640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden, en in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid. HOOFDSTUK 2. - Maatregelen Afdeling 1. - De verbintenis

Art. 2.Afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, kan de minister een subsidie toekennen aan landbouwers die zich ertoe verbinden een of meer van de volgende maatregelen toe te passen: 1° de teelt van vlinderbloemigen;2° de teelt van vezelvlas en vezelhennep met verminderde bemesting;3° de mechanische onkruidbestrijding;4° de verwarringstechniek in de fruitteelt;5° het behoud van lokale veerassen. De minister bepaalt jaarlijks het budget dat voor elke maatregel, vermeld in het eerste lid, beschikbaar is.

Art. 3.§ 1. Om een subsidie te verkrijgen voor de toepassing van een maatregel als vermeld in artikel 2, eerste lid, gaat de landbouwer een verbintenis aan voor de duur van vijf opeenvolgende jaren. § 2. De verbintenissen, vermeld in paragraaf 1, kunnen worden aangegaan vanaf 1 januari 2015.

De verbintenissen voor de toepassing van de maatregelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, kunnen uitsluitend aangegaan worden voor percelen landbouwgrond die in het Vlaamse Gewest liggen.

De verbintenissen voor de toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 5°, kunnen uitsluitend aangegaan worden door landbouwers met een bedrijfszetel in het Vlaamse Gewest. De steun wordt enkel toegekend voor de exploitatie in het Vlaamse Gewest.

In het tweede lid wordt verstaan onder landbouwgrond: het landbouwareaal dat in uitvoering van artikel 32, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad als subsidiabel wordt beschouwd.

In het derde lid wordt verstaan onder exploitatie: de exploitatie, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid. Afdeling 2. - Wijzigen van de verbintenis

Art. 4.Ter uitvoering van artikel 15 van de gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 kan de landbouwer tijdens de looptijd van een verbintenis tot toepassing van de maatregelen, vermeld in artikel 2: 1° een nieuwe verbintenis aangaan als hij de verbintenisoppervlakte of het verbintenisaantal verhoogt met meer dan 20 %.Die nieuwe verbintenis heeft opnieuw een duur van vijf opeenvolgende jaren; 2° in het tweede of derde jaar van zijn lopende verbintenis de verbintenis uitbreiden als hij de verbintenisoppervlakte of het verbintenisaantal, verhoogt met maximaal 20%.De looptijd van de verbintenis blijft daarbij ongewijzigd.

Het verbintenisaantal, vermeld in het eerste lid, is het aantal dieren waartoe de landbouwer zich verbindt om ze te houden in het kader van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 5°.

Art. 5.Ter uitvoering van artikel 14 van de gedelegeerde Verordening (EU) nr. 807/2014 kan een verbintenis tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3° of 4°, worden omgezet in een nieuwe verbintenis tot toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juli 2014 tot het verlenen van hectaresteun voor de biologische productiemethode met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020. Die nieuwe verbintenis heeft opnieuw een duur als vermeld in artikel 3, § 1 of § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juli 2014 tot het verlenen van hectaresteun voor de biologische productiemethode met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2014-2020. Afdeling 3. - Variabiliteit van de percelen

Art. 6.Voor een verbintenis tot toepassing van de maatregelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1° tot en met 4°, kunnen de percelen in de betalingsaanvraag jaarlijks gewisseld worden, maar de maatregel moet minstens op de verbintenisoppervlakte toegepast worden.

Voor de verbintenissen tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, is de oppervlakte die in aanmerking komt voor uitbetaling beperkt tot 150% van de verbintenisoppervlakte.

Voor de verbintenissen tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 2° en 3°, is de oppervlakte die in aanmerking komt voor uitbetaling, beperkt tot 200% van de verbintenisoppervlakte.

Voor de verbintenissen tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, is de oppervlakte die in aanmerking komt voor uitbetaling, beperkt tot 120% van de verbintenisoppervlakte. HOOFDSTUK 3. - Subsidies Afdeling 1. - Voorwaarden

Art. 7.§ 1. De landbouwer kan voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 450 euro/ha voor grasklaver- en luzerne-grasmengsels, en 600 euro/ha voor andere teelten, op voorwaarde dat die jaarlijks heringezaaid worden. § 2. Om voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1, in aanmerking te komen, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van de verbintenis tot toepassing van de maatregelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, aan al de volgende voorwaarden voldoen: 1° gedurende de looptijd van zijn verbintenis houdt hij minstens 0,5 ha van de volgende teelten op Vlaamse percelen: a) een grasklavermengsel in een zaaihoeveelheid van minimaal 30 kg/ha, met een minimaal aandeel van een van volgende teelten: 1) witte klaver van minimaal 10 gewichtsprocent;2) rode klaver van minimaal 20 gewichtsprocent;3) een combinatie van witte en rode klaver van minimaal 20 gewichtsprocent;b) luzerne in een zaaihoeveelheid van minimaal 25 kg/ha;c) rode klaver in een zaaihoeveelheid van minimaal 12 kg/ha; d) een luzerne-grasmengsel in een zaaihoeveelheid van minimaal 30 kg/ha, met een aandeel luzerne van minimaal 40 gewichtsprocent;e) e) erwten in een minimale zaaidichtheid van 75 korrels/m2.Erwten voor menselijke consumptie zijn niet toegestaan; f) veldbonen in een minimale zaaidichtheid van 40 korrels/m2;2° hij gebruikt gecertificeerd zaaizaad;3° hij geeft de percelen in kwestie jaarlijks aan in de verzamelaanvraag en meldt elke wijziging van de initiële aangifte zodra die wijziging zich voordoet;4° alleen de ingezaaide oppervlakte komt in aanmerking voor steun;5° hij zaait de teelten voor 1 juni in;6° hij behoudt de teelten, met uitzondering van erwten en veldbonen, tot minstens 15 februari van het jaar dat volgt op het jaar van de aangifte, met uitzondering van percelen in polders en duinen, waar de teelt behouden moet blijven tot minstens 15 oktober van het jaar van de aangifte;7° hij behoudt erwten en veldbonen tot minstens 15 juli van het jaar van de aangifte;8° herinzaai is alleen toegestaan na een voorafgaande schriftelijke melding bij de buitendienst.Na die melding mag er omgeploegd worden.

De herinzaai moet gebeuren binnen twee weken na het omploegen.

Doorzaai is altijd mogelijk; 9° de vlinderbloemige moet duidelijk zichtbaar aanwezig blijven, ook als de teelt meerdere jaren aangehouden blijft;10° hij mag de percelen die voor de verbintenis zijn aangegeven tot en met 15 augustus van het jaar van de aangifte uitsluitend maaien.Na 15 augustus van het jaar van de aangifte is begrazing toegestaan; 11° hij heeft de percelen in kwestie vanaf de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag tot en met 31 december in eigen gebruik. In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1°, moet het gebruik van het zaaizaad worden gestaafd aan de hand van facturen en keuringsetiketten die op de zakken hangen. Die bewijzen moeten worden bijgehouden tot minimaal drie jaar na de laatste betaling voor de verbintenis en bij controle worden voorgelegd. § 3. De percelen die in de verzamelaanvraag aangegeven zijn voor de maatregel, vermeld in paragraaf 1, komen in aanmerking voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1.

Art. 8.§ 1. De landbouwer kan voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 240 euro/ha voor vezelvlas en 140 euro/ha voor vezelhennep. § 2. Om voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1, in aanmerking te komen, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van de verbintenis tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, aan al de volgende voorwaarden voldoen: 1° hij verbouwt gedurende de looptijd van zijn verbintenis minstens 0,5 ha vezelhennep met een van de rassen uit de overeenkomstig artikel 17 van richtlijn 2002/53/EG van de door de Raad gepubliceerde gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen die geldt op 15 maart van het jaar waarvoor de betaling wordt toegekend, met een gehalte aan tetrahydrocannabinol van maximaal 0,2%, of minstens 1 ha vezelvlas op Vlaamse percelen, met respect voor de zaaidichtheid van minimaal 100 kg/ha vezelvlaszaaizaad;2° hij heeft de percelen in kwestie in eigen gebruik vanaf 1 januari tot en met 10 augustus van hetzelfde jaar voor vezelvlas, en tot en met 20 september voor vezelhennep;3° hij gebruikt alleen PK-meststof gedurende de gebruiksperiode;4° hij kan de aankoopfacturen van PK-meststoffen voorleggen;5° hij houdt een correct bemestingsregister bij voor de percelen in kwestie en kan dat voorleggen;6° hij geeft de percelen in kwestie jaarlijks aan in de verzamelaanvraag en meldt elke wijziging van de initiële aangifte zodra die wijziging zich voordoet;7° alleen de ingezaaide oppervlakte komt in aanmerking voor steun;8° hij sluit jaarlijks voor de percelen onder deze verbintenis een aankoop- en verkoopcontract met een eerste verwerker van vezelvlas of van vezelhennep.Als de landbouwer de verwerking tot vezels zelf uitvoert of door een verwerker in opdracht laat uitvoeren via een contract voor loonverwerking, dan wordt het aankoop- en verkoopcontract vervangen door een verwerkingsverbintenis. De verwerkingsverbintenis is een verbintenis van de landbouwer om de verwerking tot vezels zelf uit te voeren of in opdracht te laten uitvoeren. In dat geval wordt ook het contract voor loonverwerking toegevoegd. Het aankoop- en verkoopcontract of de verwerkingsverbintenis worden, waar dat passend is, samen met het contract voor loonverwerking uiterlijk op 15 september van het jaar aan de bevoegde entiteit bezorgd.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1°, moet het gebruik van gecertificeerd vezelvlas-zaaizaad kunnen worden gestaafd aan de hand van aankoopfacturen en keuringsetiketten die op de zakken hangen. Die bewijzen worden gedurende minstens drie jaar na de laatste betaling voor de verbintenis bewaard en worden bij controle voorgelegd. Bij de teelt van vezelhennep moeten de modaliteiten voor de vergunde teelt van hennep, vermeld in artikel 2 tot en met artikel 4 van het ministerieel besluit van 27 juli 2011Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 27/07/2011 pub. 26/09/2011 numac 2011035767 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende de teelt van hennep sluiten betreffende de teelt van hennep, correct worden nageleefd. § 3. De percelen die aangegeven zijn in de verzamelaanvraag voor de maatregel, vermeld in paragraaf 1, komen in aanmerking voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1.

Art. 9.§ 1. De landbouwer kan voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 260 euro/ha. § 2. Om voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1, in aanmerking te komen, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van de verbintenis tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, aan al de volgende voorwaarden voldoen: 1° hij past mechanische onkruidbestrijding toe op minstens 0,5 ha van zijn percelen met aanplantingen van openluchtteelten met uitzondering van grasland, grasklaver, vlinderbloemige mengsels en bebossing;2° hij kan het gebruik van mechanische onkruidbestrijding aantonen;3° hij geeft de percelen in kwestie aan in de verzamelaanvraag en meldt elke wijziging van de initiële aangifte zodra die wijziging zich voordoet;4° de volledig ingezaaide of beteelde oppervlakte komt in aanmerking voor de subsidie, alsook de onverharde oppervlakte die noodzakelijk is voor de teeltwerkzaamheden;5° hij heeft de percelen in kwestie in eigen gebruik vanaf de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag tot en met 31 december;6° hij maakt voor de percelen in kwestie geen gebruik van herbiciden en bodemontsmettingsmiddelen gedurende de hele hoofdteelt en de voorbereidingswerkzaamheden.Voor eenjarige teelten gelden die voorwaarden ook voor de voor- of nateelten, behalve als de nateelt de hoofdteelt van het volgende jaar is; 7° hij houdt per teelt een teeltfiche bij met de actuele gegevens van de onkruidbestrijding. Als wegens uitzonderlijke weersomstandigheden een sterke veronkruiding met zaadvorming dreigt en de landbouwer herbiciden wil toepassen, moet hij een verzoek richten tot de bevoegde entiteit om het gebruik van herbiciden, met uitzondering van triazineverbindingen, toe te staan.

De bevoegde entiteit beantwoordt dat verzoek schriftelijk, binnen tien kalenderdagen vanaf de verzending van het verzoek. Als de bevoegde entiteit niet antwoordt binnen de gestelde termijn, wordt de beslissing als gunstig beschouwd. Zonder die gunstige beslissing kunnen er in geen geval herbiciden worden gebruikt. Als, om welke reden dan ook, herbiciden worden gebruikt op het perceel in kwestie, wordt in geen geval een vergoeding uitbetaald voor dat perceel voor het jaar in kwestie. § 3. De percelen die aangegeven zijn in de verzamelaanvraag voor de maatregel, vermeld in paragraaf 1, komen in aanmerking voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1.

Art. 10.§ 1. De landbouwer kan voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 210 euro/ha. § 2. Om voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1, in aanmerking te komen, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van de verbintenis tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, aan al de volgende voorwaarden voldoen: 1° hij past de verwarringstechniek toe op minstens 1 ha fruitteelten waarvoor de producten erkend zijn overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik;2° hij gebruikt de erkende producten, vermeld in punt 1°, conform de erkenningsvoorwaarden met betrekking tot oppervlakte, aantal en plaatsing;3° hij past het product onafgebroken toe van 15 mei tot en met 15 september van het jaar van aangifte;4° hij geeft de percelen in kwestie aan in de verzamelaanvraag en meldt elke wijziging van de initiële aangifte zodra die wijziging zich voordoet;5° de volledig beteelde oppervlakte komt in aanmerking voor de subsidie, alsook de onverharde oppervlakte die noodzakelijk is voor de teeltwerkzaamheden;6° hij heeft de percelen in eigen gebruik vanaf de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag tot en met 15 september;7° hij heeft geen gedeeltelijke terugbetaling van de toepassingskosten voor de verwarringstechniek aangevraagd in het kader van de Verordening (EU) nr.1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad.

In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, moet de toepassing van de verwarringstechniek worden gestaafd aan de hand van aankoopfacturen.

Deze moeten worden bijgehouden tot minimaal drie jaar na de laatste betaling voor de verbintenis en bij controle worden voorgelegd. § 2. De percelen die aangegeven zijn in de verzamelaanvraag voor de maatregel, vermeld in paragraaf 1, komen in aanmerking voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1.

Art. 11.§ 1. De landbouwer kan voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 5°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daarvoor goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal: 1° 150 euro per dier voor het houden van minimaal 20 en maximaal 125 dieren van de volgende lokale runderrassen: a) Rood;b) Witrood;c) Belgisch Witblauw, dubbeldoeltype;d) Kempens Roodbont;2° 175 euro per dier voor het houden van minimaal 20 en maximaal 125 dieren van het dubbeldoeltype van de lokale runderrassen die onder melkproductieregistratie staan, vermeld in 1° ;3° 25 euro per dier voor het houden van minimaal 20 en maximaal 500 dieren van de volgende lokale schapenrassen: a) Ardense Voskop;b) Houtlandschaap;c) Entre-Sambre-et-Meuse;d) Belgisch Melkschaap;e) Vlaams Schaap;f) Vlaams Kuddeschaap;g) Mergellandschaap;h) Kempens Schaap;i) Lakens Schaap. Om in aanmerking te komen voor de subsidie, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, moet de landbouwer gedurende de looptijd van de verbintenis tot toepassing van de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 5°, minstens het aantal subsidiabele runderen houden dat is vastgelegd in de verbintenis.Een rund is subsidiabel als het aan al de volgende voorwaarden voldoet: 1° het voldoet aan de voorwaarden met betrekking tot identificatie en registratie vermeld in Verordening (EG) nr.1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten; 2° het is tijdig in -en uitgeschreven in een stamboek van de met uitsterven bedreigde lokale rundveerassen, vermeld in het eerste lid. Onder tijdig wordt verstaan dat de geboorte, de aankomst en het vertrekken van het rund aan SANITEL, het Belgische systeem voor geïnformatiseerd beheer van de identificatie, de registratie en het toezicht op dieren, worden gemeld met toepassing van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen; 3° het is een vrouwelijk dier;4° het is minstens 75 % raszuiver;5° het is minstens zes maanden oud op 1 januari van elk jaar van de verbintenis. Om in aanmerking te komen voor de subsidie, vermeld in het eerste lid, 3°, moet de landbouwer gedurende de looptijd van zijn verbintenis minstens het aantal subsidiabele schapen houden dat is vastgelegd in de verbintenis. Een schaap is subsidiabel als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° het schaap voldoet aan de voorwaarden met betrekking tot identificatie en registratie vermeld in Verordening (EG) nr.21/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten; 2° het schaap is tijdig in- en uitgeschreven in de hoofdafdeling van een stamboek van een ras als vermeld in het eerste lid.Onder tijdig wordt verstaan dat: a) de geboorte is geregistreerd op uiterlijk 31 augustus van het geboortejaar;b) de aankomst en het vertrek worden binnen tien dagen geregistreerd in het stamboek;3° het voldoet aan de rasstandaard;4° het maximum aantal subsidiabele dieren per jaar is het aantal geregistreerde lammeren in dat jaar;5° het schaap is minstens één jaar oud op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag of bij vervanging. § 2. Als bij ziekte of ongeval van één of meer dieren het vereiste aantal subsidiegerechtigde dieren binnen drie maanden opnieuw wordt verkregen, behoudt de landbouwer het recht op subsidie. § 3. Het aantal dieren, aangegeven in de verzamelaanvraag voor de maatregel, vermeld in paragraaf 1, komt in aanmerking voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1. Afdeling 2. - Aanvraagprocedure

Art. 12.§ 1. Om een subsidie te ontvangen voor een van de maatregelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, dient de landbouwer een steunaanvraag in bij de bevoegde entiteit uiterlijk op 30 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de aanvang van de verbintenis. Een verbintenis vangt altijd aan op 1 januari.

De uiterste indieningsdatum van de steunaanvraag kan door de minister gewijzigd worden. § 2. De steunaanvraag bevat ten minste de volgende elementen: 1° de verbintenisoppervlakte waarop de maatregel uitgevoerd zal worden voor de maatregelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1° tot en met 4° ;2° het verbintenisaantal en het ras van de dieren dat gehouden zal worden voor de maatregel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 5°. § 3. De bevoegde entiteit beoordeelt de steunaanvraag en meldt de landbouwer uiterlijk op 31 december van het jaar van de steunaanvraag het minimale subsidiebedrag per dier of per hectare.

De landbouwer dient zijn eerste betalingsaanvraag in aan de hand van de eerstvolgende verzamelaanvraag na de ontvangst van de beoordeling van zijn steunaanvraag. Elk volgend jaar van de verbintenis moet de landbouwer, via de verzamelaanvraag, zijn betalingsaanvragen indienen.

Art. 13.De bevoegde entiteit beoordeelt de steunaanvragen op basis van het budget dat in dat jaar beschikbaar is voor de maatregel. Als het beschikbare budget ontoereikend is, worden de steunaanvragen gerangschikt op basis van een van de volgende criteria van economische doelmatigheid en milieuefficiëntie: 1° oppervlakte;2° aantal dieren;3° teelt;4° ras. HOOFDSTUK 4. - Stopzetten of opschorten van de verbintenis

Art. 14.Ter uitvoering van artikel 47 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 kan een verbintenis alleen voortijdig worden beëindigd of opgeschort zonder dat dit de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de door de landbouwer ontvangen steun tot gevolg heeft als volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° er is sprake van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in artikel 2 van Verordening (EU) nr.1306/2013; 2° het volledige of een deel van het onder de verbintenis vallende areaal, of het gehele bedrijf wordt aan een andere persoon overgedragen gedurende de looptijd van de verbintenis.De verbintenis, of het deel ervan dat overeenstemt met de areaal overdracht, kan worden overgenomen door de overnemer of kan vervallen; 3° het bedrijf of een deel ervan wordt herkaveld en valt binnen een ruilverkaveling van overheidswege of valt binnen een door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde ruilverkaveling.De verbintenis kan dan aangepast worden aan de nieuwe bedrijfssituatie of wordt beëindigd als deze aanpassing mogelijk is.

De bevoegde entiteit kan in de gevallen van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in artikel 2, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, beslissen dat de verbintenis voor het jaar in kwestie helemaal niet of alleen gedeeltelijk hoeft te worden uitgevoerd. De verbintenis in kwestie moet dan vanaf het volgende jaar voor de nog resterende looptijd integraal verder worden uitgevoerd.

Als het om redenen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden niet mogelijk is de verbintenis het volgende jaar integraal verder uit te voeren, kan de verbintenis gedeeltelijk worden uitgevoerd. Als de gedeeltelijke uitvoering evenmin mogelijk is, zal de verbintenis worden verbroken zonder dat de al ontvangen steun volledig of gedeeltelijk wordt teruggevorderd.

Art. 15.Met uitzondering van het geval van overmacht, vermeld in artikel 2, tweede lid, e), van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt voor het jaar waarvoor overmacht erkend is, geen subsidie uitbetaald. HOOFDSTUK 5. - Controles

Art. 16.De bevoegde entiteit organiseert de administratieve controles en de controles ter plaatse.

Om de vereiste controlegegevens te verkrijgen, kan de bevoegde entiteit een beroep doen op derden.

De bevoegde entiteit heeft het recht om het voorwerp van de verbintenis te controleren en om de nodige vaststellingen over het nakomen van de verbintenis te doen. HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

Art. 17.Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieumaatregelen met toepassing van het Vlaamse Programma voor Plattelandsontwikkeling, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 november 2008, 23 april 2010, 4 februari 2011, 20 april 2012, 25 januari 2013 en 20 december 2013, wordt opgeheven.

Art. 18.Het besluit is van toepassing op de verbintenissen die worden aangegaan vanaf 1 januari 2015.

Dit besluit is, met uitzondering van de verbintenisaantallen, vermeld in artikel 11, § 1, van dit besluit, van toepassing op de verbintenissen die nog lopen op 1 januari 2015 en die zijn gesloten met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieumaatregelen met toepassing van het Vlaamse Programma voor Plattelandsontwikkeling.

De verbintenisvoorwaarden van de verbintenissen die nog lopen op 1 januari 2015, worden aangepast aan de bepalingen van dit besluit. Als de landbouwer deze aanpassing niet aanvaardt, eindigt de verbintenis zonder dat terugbetaling wordt verlangd voor de periode waarin de verbintenis al is nagekomen.

Art. 19.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2014.

Art. 20.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 5 september 2014.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw J. SCHAUVLIEGE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^