Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 06 december 2002
gepubliceerd op 24 februari 2003

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2003200144
pub.
24/02/2003
prom.
06/12/2002
ELI
eli/besluit/2002/12/06/2003200144/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

6 DECEMBER 2002. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs


De Vlaamse regering, Gelet op de wet van 25 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 3, § 1;

Gelet op de wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs, inzonderheid op artikel 13;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid artikel op 20;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs, inzonderheid artikel op 26, 27 en 28;

Gelet op het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, inzonderheid artikel 91;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 27 juni 2002;

Gelet op het protocol nr. 446 van 28 juni 2002 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van sectorcomité X en van onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het Comité voor de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 214 van 28 juni 2002 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Overwegende dat het voor de organisatie van het schooljaar 2002-2003 noodzakelijk is dat de scholen tijdig geïnformeerd worden;

Gelet op het verzoek bij de Raad van State om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de scholen tijdig dienen te worden geïnformeerd vóór de aanvang van het nieuwe schooljaar;

Gelet op het advies nr. 33.863./1/V van de Raad van State, gegeven op 16 september 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Aan artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs worden een § 5 en een § 6 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 5. Met uitzondering van het extra lesurenpakket voor doelgroepleerlingen, kan een onderwijsinstelling voor buitengewoon secundair onderwijs het gedeelte van het lesurenpakket dat zij niet aanwendt overdragen naar het daaropvolgend schooljaar, mits te voldoen aan alle volgende voorwaarden : 1° de overdracht wordt beperkt tot twee procent van het aanwendbare lesurenpakket van dat bepaalde schooljaar;2° de niet-georganiseerde lesuren moeten uiterlijk 15 september van het lopende schooljaar worden vastgelegd met het oog op overdracht naar het daaropvolgende schooljaar;3° de overgedragen lesuren kunnen enkel in het daaropvolgende schooljaar worden aangewend;4° voor het lopende schooljaar bij de minister, bevoegd voor het onderwijs, geen aanvraag hebben ingediend met het oog op het bekomen van extra lesuren. De overdracht van lesuren naar een volgend schooljaar is bovendien slechts mogelijk indien de betrokken inrichtende macht van de onderwijsinstelling op eer verklaart dat zij tijdens dat schooljaar in de betrokken onderwijsinstelling overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking moet uitspreken. Het niet naleven van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

In de naar een volgend schooljaar overgedragen lesuren kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Met het oog op de controle door het departement Onderwijs moet de betrokken inrichtende macht een verklaring op eer afleggen die ertoe strekt dat in bedoelde lesuren geen personeelsleden vastbenoemd worden. Het niet-naleven van deze bepalingen heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten opzichte van de overheid. § 6. Binnen hetzelfde net kunnen -met uitzondering van het extra lesurenpakket voor doelgroepleerlingen en van de onderwijsinstellingen die voor het lopende schooljaar bij de minister, bevoegd voor het onderwijs, een aanvraag hebben ingediend met het oog op het bekomen van extra lesuren- tot uiterlijk 15 november lesuren van een onderwijsinstelling naar een andere onderwijsinstelling worden overgedragen.

Deze overdracht is slechts mogelijk indien de betrokken inrichtende macht van de onderwijsinstelling die de lesuren overdraagt, op eer verklaart dat zij gedurende dat schooljaar in de betrokken onderwijsinstelling overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel moet uitspreken.

Met het oog op de controle door het departement Onderwijs moet de betrokken inrichtende macht een verklaring op eer afleggen die ertoe strekt dat zij deze bepalingen in acht neemt bij de overdracht. De niet-naleving van deze bepalingen heeft tot gevolg dat nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel geen uitwerking hebben ten aanzien van de overheid.

In de overgedragen lesuren kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Met het oog op de controle door het departement Onderwijs van de bepalingen van het voorgaande lid moet de betrokken inrichtende macht een verklaring op eer afleggen die ertoe strekt dat zij deze bepalingen in acht neemt. De niet-naleving ervan heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten aanzien van de overheid.

Indien een inrichtende macht van een onderwijsinstelling haar vastbenoemd personeel van deze onderwijsinstelling op datum van 30 juni van het voorgaande schooljaar behoudt op 1 september bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling of indien personeelsleden op 1 september gereaffecteerd of werdertewerkgesteld zijn in een andere onderwijsinstelling, is overdracht wel mogelijk. »

Art. 2.Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 6.Op het lesurenpakket dat wordt bekomen in toepassing van de bij dit besluit bepaalde normen, wordt voor de opleidingsvormen 1, 2 en 3 een aanwendingspercentage toegepast van 93,9 % . »

Art. 3.In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de woorden « Opleidingsvorm 4 Type 3 : richtgetal 5.

Type 4 : richtgetal 5.

Type 5 : richtgetal 5.

Type 6 : richtgetal 5.

Type 7 : richtgetal 5. » vervangen door de woorden « Opleidingsvorm 4 Type 3 : richtgetal 4,75.

Type 4 : richtgetal 4,25.

Type 5 : richtgetal 5.

Type 6 : richtgetal 3.

Type 7 : richtgetal 4,75. »

Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002.

Art. 5.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 6 december 2002.

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, M. VANDERPOORTEN

^