Besluit Van De Vlaamse Regering van 06 oktober 1998
gepubliceerd op 30 oktober 1998
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1998036228
pub.
30/10/1998
prom.
06/10/1998
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

6 OKTOBER 1998. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, inzonderheid hoofdstuk VIII, afdeling II, gewijzigd bij decreten van 8 juli 1996, 8 juli 1997 en 15 juli 1997;

Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, inzonderheid titel III en titel VI, hoofdstuk VI;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen, gewijzigd door het besluit van de Vlaamse regering van 15 juli 1997;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 juni 1998;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat Titel III en hoofdstuk VI van Titel VI van de Vlaamse Wooncode, waaraan de Vlaamse regering met dit ontwerp van besluit uitvoering wil geven, in werking treden op 1 november 1998.

Het is essentieel dat de concrete kwaliteitsnormen die voor woningen zullen gelden, zo snel mogelijk bekend worden gemaakt, om eigenaars en verhuurders niet de kans te ontnemen het nodige te doen voordat de decreetsbepalingen en het uitvoeringsbesluit in werking treden;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 18 september 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, voor de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting;

Na beraadslaging, Besluit : TITEL I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit worden de hierna vermelde begrippen gebruikt: 1° minister: Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting;2° Vlaamse Wooncode: decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;3° houder van het zakelijk recht: persoon of personen met een recht van volle eigendom, een recht van opstal of van erfpacht, of een recht van vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw en/of een woning;4° oppervlakte: de vloeroppervlakte gemeten tussen de begrenzende bouwdelen, ze wordt berekend als het verschil van de bruto-vloeroppervlakte en de constructieoppervlakte;5° besluit op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting: besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen. TITEL II. - Kwaliteitsbewaking HOOFDSTUK I. - Gemeenschappelijke bepalingen, geldend voor alle woningen Afdeling 1. - Bevoegdheden

Art. 2.De ambtenaren van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen oefenen de bevoegdheden uit die verbonden zijn aan de controle van de kwaliteitsbewaking van woningen, zoals bepaald in titel III van de Vlaamse Wooncode.

De gewestelijk ambtenaar, bedoeld in artikel 2, § 1, 7°, van de Vlaamse Wooncode, is de gewestelijk ambtenaar bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, van het besluit op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting. Afdeling 2. - Normen inzake ongeschiktheid, onbewoonbaarheid,

onaangepastheid en overbewoning

Art. 3.De vereisten, bedoeld in artikel 5, § 1, eerste en tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, worden beoordeeld aan de hand van de delen B en C van het technisch verslag, gevoegd als bijlage I bij dit besluit.

De gewestelijk ambtenaar stelt in zijn advies, bedoeld in artikel 15, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, aan de burgemeester voor de woning ongeschikt te verklaren als de woning volgens het technisch verslag een eindscore van minstens 18 punten behaalt, waarbij een gebrek van categorie I geldt voor 1 punt, van categorie II voor 3 punten, van categorie III voor 9 punten en van categorie IV voor 15 punten.

Art. 4.Het advies van de gewestelijke ambtenaar over de eventuele onbewoonbaarverklaring van een woning, als bedoeld in artikel 15, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, steunt op een omstandig verslag opgemaakt door een ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of door de gewestelijk ambtenaar zelf.

Het verslag bevat een beschrijving van eventuele gebreken die van een veiligheids- of gezondheidsrisico doen blijken.

Art. 5.De vereisten van woningbezetting, bedoeld in artikel 5, § 1, derde lid, van de Vlaamse Wooncode, worden beoordeeld aan de hand van deel D van het technisch verslag, gevoegd als bijlage I bij dit besluit.

Art. 6.Het veiligheids- en gezondheidsrisico, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Vlaamse Wooncode, wordt geval per geval beoordeeld.

Van het onderzoek wordt een omstandig verslag gemaakt.

De gewestelijk ambtenaar stelt in zijn advies, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, aan de burgemeester voor de woning overbewoond te verklaren als het vastgestelde risico zo groot is dat een overbewoondverklaring aangewezen is. Afdeling 3. - Procedure voor ongeschikt-, onbewoonbaar- of

overbewoondverklaring

Art. 7.Het verzoek, bedoeld in artikel 15, § 1, tweede lid, en artikel 17, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, moet op straffe van onontvankelijkheid aangetekend worden verstuurd naar of tegen ontvangstbewijs afgegeven aan de burgemeester in de gemeente waar de woning gelegen is.

Als het verzoek geen motieven bevat of manifest ongegrond is, dan wijst de burgemeester het verzoek onmiddellijk af, zonder de gewestelijk ambtenaar om advies te vragen.

Art. 8.Onmiddellijk na ontvangst van het onderzoeksverslag en het advies van de gewestelijk ambtenaar zendt de burgemeester een afschrift naar de eigenaar en de bewoner alsmede naar de houder van het zakelijk recht.

Het onderzoeksverslag bevat de naam van de bevoegde ambtenaar die het advies heeft opgesteld, het adres van de administratieve eenheid waartoe hij behoort, en de datum waarop het onderzoek plaatsvond.

Het advies bevat de naam van de gewestelijk ambtenaar die het advies heeft opgesteld, het adres van de administratieve eenheid waartoe hij behoort, en de datum van het advies.

Als het advies luidt dat de woning ongeschikt, onbewoonbaar of overbewoond moet worden verklaard, nodigt de burgemeester de eigenaar, de bewoner en de houder van het zakelijk recht uit om hun argumenten hetzij schriftelijk, hetzij mondeling bekend te maken. In het laatste geval wordt een proces-verbaal opgemaakt, ondertekend door de gehoorde.

Art. 9.De burgemeester betekent zijn beslissing aan de verzoeker, de eigenaar, de bewoner en de houder van het zakelijk recht. Hij zendt tevens een eensluidend verklaard afschrift naar de gewestelijk ambtenaar.

Daarbij geeft hij ook de gevolgen en begeleidende maatregelen aan van zijn beslissing.

Art. 10.§ 1. De verzoeker, de eigenaar, de bewoner, de houder van het zakelijk recht en de gewestelijk ambtenaar kunnen overeenkomstig artikel 15, § 3, eerste lid, en artikel 17, derde lid, van de Vlaamse Wooncode bij de minister met een gemotiveerd verzoekschrift beroep aantekenen tegen de beslissing of het stilzitten van de burgemeester.

Het verzoekschrift moet op straffe van onontvankelijkheid aangetekend worden verstuurd. § 2. Het beroep werkt schorsend. § 3. De minister kan in beroep een besluit nemen om de woning ongeschikt, onbewoonbaar of overbewoond te verklaren en de nodige maatregelen treffen.

Hij betekent zijn beslissing aan de verzoeker, de eigenaar, de bewoner, de houder van het zakelijk recht en de burgemeester.

Daarbij geeft hij ook de gevolgen en begeleidende maatregelen aan van zijn beslissing. Afdeling 4. - Begeleidende maatregelen bij de ongeschikt-,

onbewoonbaar- of overbewoondverklaring Onderafdeling A. - Herhuisvesting

Art. 11.De voorwaarden waaraan bewoners van een ongeschikte, onbewoonbare of overbewoonde woning moeten voldoen om, voorzover nodig, in aanmerking te komen voor maatregelen inzake herhuisvesting, zijn de voorwaarden inzake onroerend bezit en inkomen vermeld in het besluit van de Vlaamse regering ter uitvoering van artikel 91, § 2, van de Vlaamse Wooncode. Voor de toepassing van de onroerende bezitsvoorwaarde wordt geen rekening gehouden met de ongeschikte, onbewoonbare respectievelijk overbewoonde woning.

Zolang het besluit in het vorige lid niet in werking is getreden, gelden de voorwaarden inzake onroerend bezit en inkomen vermeld in het besluit van de Vlaamse regering ter uitvoering van artikel 80ter van de huisvestingscode.

Onderafdeling B. - Termijnen om werken uit te voeren of de bestemming te wijzigen

Art. 12.§ 1. De termijn waarbinnen de nodige renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerken moeten uitgevoerd worden, krachtens artikel 18, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, bedraagt : 1° 36 maanden als een bouwvergunning vereist is op grond van artikel 42, § 1, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996;2° 12 maanden als een dergelijke bouwvergunning niet vereist is. Deze termijn vangt aan vanaf de datum van het besluit van de burgemeester of in voorkomend geval vanaf de datum van de beslissing in beroep of het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 15, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode.

Een verlenging van deze termijnen kan om buitengewone omstandigheden verkregen worden. Deze verlenging moet aangevraagd worden bij de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen.

De aanvraag dient op straffe van onontvankelijkheid bij gemotiveerd verzoekschrift, aangetekend te worden verstuurd of tegen ontvangstbewijs worden ingediend.

De leidend ambtenaar bij de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen, beoordeelt deze verlengingsaanvraag.

Het bewijs dat de nodige werken zijn uitgevoerd, moet vóór het verstrijken van de eventueel verlengde termijn geleverd worden aan de gemeente en aan de gewestelijk ambtenaar. § 2. Voor de eigenaar of houder van het zakelijk recht die de woning volledig en uitsluitend als hoofdverblijfplaats gebruikt en niet over een andere woning beschikt, geldt geen termijn.

Art. 13.De termijn waarbinnen de bestemmingswijziging of de sloop, krachtens artikel 19 van de Vlaamse Wooncode moet gerealiseerd zijn, bedraagt : 1° 36 maanden als een bouwvergunning vereist is op grond van artikel 42, § 1, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996;2° 12 maanden als dergelijke bouwvergunning niet vereist is. Een verlenging van deze termijnen kan om buitengewone omstandigheden verkregen worden. Deze verlenging dient aangevraagd te worden bij de administratie Ruimtelijk Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen.

De aanvraagmodaliteiten zijn dezelfde als deze bedoeld artikel 12.

Het bewijs van bestemmingswijziging of sloop moet vóór het verstrijken van de eventueel verlengde termijn geleverd worden aan de gemeente en aan de gewestelijk ambtenaar.

Onderafdeling C. - De mogelijkheid om bij overeenkomst het zakelijk recht op de woning over te dragen of de woning in hoofdhuur te geven aan bepaalde instanties

Art. 14.De maximumhoofdhuurprijs, bedoeld in artikel 18, § 2, van de Vlaamse Wooncode, wordt berekend rekening houdend met de volgende objectieve criteria : 1° het kadastraal inkomen, aangepast aan het in artikel 518 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk dat van toepassing is op het ogenblik waarop het onderzoek plaats vindt;2° de geraamde kostprijs van de nodige werken;3° de geraamde einddatum van uitvoering van deze werken;4° de einddatum van de hoofdhuurovereenkomst. De minister stelt de berekeningswijze vast.

Als het schriftelijk aanbod om de nodige werken overeenkomstig artikel 18, § 2, van de Vlaamse Wooncode uit te voeren, kadert in een procedure tot verkrijging van het sociaal beheersrecht op de woning overeenkomstig artikel 90 van de Vlaamse Wooncode, dan komt de aangeboden jaarlijkse huurprijs minstens overeen met het kadastraal inkomen, aangepast aan het in artikel 518 van het wetboek van inkomstenbelasting bedoelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk dat van toepassing is op het ogenblik waarop de hoofdhuurovereenkomst gesloten wordt.

Art. 15.De voorwaarden inzake herhuisvesting, bedoeld in artikel 18, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, zijn dezelfde voorwaarden als bedoeld in artikel 11.

Art. 16.§ 1. De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de sociale huisvestingsmaatschappijen moeten de woningen, bedoeld in artikel 18, § 2, van de Vlaamse Wooncode, verhuren of onderverhuren overeenkomstig de bepalingen ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode.

Zolang de uitvoeringsbepalingen, bedoeld in het vorige lid, niet in werking zijn getreden, moeten de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de sociale huisvestingsmaatschappijen verhuren of onderverhuren overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering betreffende de bepalingen ter uitvoering van artikel 80ter van de Huisvestingscode met uitzondering van de bepalingen betreffende het gebruik van de modelhuurovereenkomst en de bepalingen betreffende de vaststelling van de huurprijs. § 2. De andere instanties, vermeld in artikel 18, § 2, van de Vlaamse Wooncode, moeten de woningen verhuren of onderverhuren aan kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bedoeld, in artikel 11. § 3. De aan de (onder)huurder aangerekende jaarlijkse (onder)huurprijs wordt vastgesteld door de initiatiefnemer, maar mag niet meer bedragen dan de jaarlijkse (huur)kosten van de initiatiefnemer, verhoogd met de intrestkosten van prefinanciering voor een toegekende subsidie, de jaarkosten voor het onderhoud, de herstelling en het beheer van de woning en met een theoretische intrest- en aflossingsannuïteit van de niet door een subsidie gedekte kosten voor de renovatie-, verbeterings- en aanpassingswerken. HOOFDSTUK II. - Bijkomende bepalingen voor woningen die als hoofdverblijfplaats worden verhuurd Afdeling 1. - Bevoegdheden

Art. 17.De conformiteit van de woningen met de vereisten inzake veiligheid, gezondheid, woonkwaliteit, brandveiligheid en woningbezetting kan gecontroleerd worden, in zoverre de controle gebeurt met het oog op de afgifte of de intrekking van een conformiteitsattest, door de door de burgemeester aangewezen technische ambtenaren van de gemeente, waar de woning die als hoofdverblijfplaats gelegen is, onverminderd het bepaalde in artikel 2, eerste lid. Afdeling 2. - Normen inzake niet-conformiteit

Art. 18.De conformiteit van een woning die als hoofdverblijfplaats verhuurd wordt, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, wordt beoordeeld aan de hand van de delen B, C, en D van het technisch verslag, gevoegd als bijlage I bij dit besluit.

Onverminderd de toepassing van artikel 10 van de Vlaamse Wooncode, wordt de woning niet conform bevonden : 1° als ze volgens het technisch verslag een eindscore van 15 punten of meer behaalt, waarbij een gebrek van categorie I geldt voor 1 punt, van categorie II voor 3 punten, van categorie III voor 9 punten en van categorie IV voor 15 punten;2° als de omvang van de woning niet voldoet aan de vereisten inzake woningbezetting, bedoeld in artikel 5. Afdeling 3. - Procedure voor het verkrijgen van een

conformiteitsattest

Art. 19.§ 1. De aanvraag voor de afgifte van een conformiteitsattest wordt bij aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs ingediend. Ze bevat de volgende gegevens : 1° identificatiegegevens van de verhuurder;2° identificatiegegevens van de eigenaar en de houder van het zakelijk recht;3° identificatiegegevens van de woning;4° in voorkomend geval, identificatiegegevens van het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;5° in voorkomend geval, vermelding van het aantal bewoners. De minister stelt een model van aanvraagformulier vast.

Een ontvangstbewijs met vermelding van de aanvraagdatum wordt aan de aanvrager van het conformiteitsattest overgemaakt van zodra het aanvraagdossier volledig is. Als aanvraagdatum voor het attest geldt de datum waarop het dossier volledig is. § 2. De verhuurder voegt bij de aanvraag tevens een afschrift van het eventuele brandweerattest en attesten van erkende keuringsdiensten voor de elektrische installaties en de gasinstallaties waarover hij beschikt.

De verhuurder maakt bovendien een summier, schema van de indeling van de woning, waarbij hij de functies van elk lokaal aanduidt. Dat schema wordt bij de aanvraag gevoegd of wordt uiterlijk bij de aanvang van het conformiteitsonderzoek overhandigd aan de bevoegde onderzoeker.

Art. 20.Op het verslag van het conformiteitsonderzoek staat de naam van de bevoegde ambtenaar die het verslag heeft opgesteld, het adres van de administratieve eenheid waartoe hij behoort, en de datum waarop het onderzoek plaatsvond.

Art. 21.§ 1. Als de woning overeenkomstig artikel 18 conform wordt bevonden dan willigt het college van burgemeester en schepenen de aanvraag in, en levert het conformiteitsattest af, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd. § 2. Als de woning overeenkomstig artikel 18 niet conform wordt bevonden, dan wordt de afgifte van een conformiteitsattest geweigerd.

De beslissing, wordt samen met een afschrift van het verslag van het conformiteitsonderzoek, aan de verhuurder betekend.

Daarbij worden de gevolgen van de beslissing alsmede de begeleidende maatregelen meegedeeld. § 3. De aanvraag vervalt : 1° als de toegang tot de woning binnen een periode van 60 dagen bedoeld in § 4, meer dan tweemaal zonder afdoende reden geweigerd wordt;2° als de bevoegde onderzoeker bij de aanvang van het conformiteitsonderzoek niet beschikt over het in artikel 19, § 2, tweede lid, bedoelde schema. De minister bepaalt nader wat geen afdoende reden is.

De aanvrager wordt onmiddellijk van het verval van zijn aanvraag schriftelijk in kennis gesteld. § 4. Als het college van burgemeester en schepenen geen beslissing neemt binnen de termijn van 60 dagen volgend op de aanvraag, dan wordt aan de verhuurder een conformiteitsattest met de vermelding « impliciete inwilliging » afgeleverd, op voorwaarde dat de verhuurder het ontvangstbewijs bedoeld in artikel 19, § 1, derde lid, voorlegt. § 5. Als de aanvraag betrekking heeft op een woning waarvoor een brandweerattest voorgeschreven is, dan geldt het afgeleverde conformiteitsattest onder voorbehoud.

Bij een weigering van het brandweerattest wordt de woning niet meer conform beschouwd in de zin van artikel 24, eerste lid.

Art. 22.§ 1. De vergoeding voor de kosten, verbonden aan het verkrijgen van een conformiteitsattest bedraagt maximaal 2 500 frank.

De gemeente kan een lager bedrag vaststellen.

Deze vergoeding is altijd verschuldigd, behoudens in het geval een conformiteitsattest overeenkomstig artikel 21, § 4, wordt afgeleverd.

Art. 23.Tegen de beslissing of het stilzitten van het college van burgemeester en schepenen kan de verhuurder overeenkomstig artikel 8, § 2, van de Vlaamse Wooncode met een gemotiveerd verzoekschrift beroep aantekenen bij de bestendige deputatie. Het verzoekschrift moet op straffe van onontvankelijkheid aangetekend worden verstuurd.

De beslissing in beroep wordt betekend aan de verhuurder en het college van burgemeester en schepenen. Afdeling 4. - Procedure voor het intrekken van een conformiteitsattest

Art. 24.Het conformiteitsattest wordt ingetrokken als de woning overeenkomstig artikel 18 niet meer conform wordt bevonden.

Het college van burgemeester en schepenen of de gewestelijk ambtenaar betekent een afschrift van het verslag van het conformiteitsonderzoek, samen met de aanmaning om binnen een bepaalde termijn de nodige maatregelen of de nodige werken uit te voeren, aan de verhuurder.

Art. 25.De beslissing tot intrekking wordt betekend aan de verhuurder.

Daarbij worden de gevolgen van de beslissing alsmede de begeleidende maatregelen meegedeeld. Afdeling 5. - Gefaseerde invoering

Art. 26.Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zijn de volgende woningen onderworpen aan de toepassing van hoofdstuk II van titel III van de Vlaamse Wooncode en van dit hoofdstuk : 1° elke woning in een gebouw dat in gebruik werd genomen vóór 1919;2° elke woning bedoeld in artikel 14, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode. Vanaf 1 november 2002 is bovendien elke woning in een gebouw dat in gebruik werd genomen na 1918 en vóór 1946 onderworpen aan de toepassing van hoofdstuk II van titel III van de Vlaamse Wooncode en van dit hoofdstuk.

Vanaf 1 november 2007 is bovendien elke woning in een gebouw dat in gebruik werd genomen na 1945 en vóór 1962 onderworpen aan de toepassing van hoofdstuk II van titel III van de Vlaamse Wooncode en van dit hoofdstuk.

TITEL III. - Bijzondere instrumenten van het woonbeleid HOOFDSTUK I. - Recht van voorkoop Afdeling 1. - De bestemming

Art. 27.De woning of het perceel bestemd voor woningbouw, verworven door de uitoefening van het recht van voorkoop overeenkomstig de bepalingen van afdeling I van Hoofdstuk VI van Titel VI van de Vlaamse Wooncode, wordt, desgevallend na werkzaamheden, aangewend met het oog op de verhuring als sociale woningen, op het verlenen van zakelijke rechten op sociale woningen of op het verlenen van zakelijke rechten op sociale kavels. Afdeling 2. - De bijzondere gebieden

Art. 28.De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, § 1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd : 1° de woonvernieuwingsgebieden zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse regering van 7 april 1998 houdende de afbakening van de woonvernieuwings- en woningbouwgebieden, waarin het aandeel sociale huurwoningen op het totaal aantal woningen niet meer bedraagt dan 20 %.De minister erkent deze gebieden als bijzonder gebied; 2° de woningbouwgebieden zoals bepaald in het besluit vermeld in 1°, die op gemotiveerd voorstel van de gemeente, door de minister, als een bijzonder gebied worden erkend.Als er in een gemeente weinig woningbouw- of woonverniewingsgebieden zijn, kunnen statistische sectoren gelegen in of nabij de stads-of dorpskernen eveneens op gemotiveerd voorstel van de gemeente door de minister, als een bijzonder gebied worden erkend; 3° de woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: Asse, Beersel, Bertem, Bever, Dilbeek, Drogenbos, Grimbergen, Hoeilaart, Huldenberg, Kortenberg, Kraainem, Linkebeek, Machelen, Meise, Merchtem, Mesen, Overijse, Ronse, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde, Voeren, Wemmel, Wezembeek-Oppem en Zaventem. Afdeling 3. - Bijkomende bepalingen inzake de volgorde en de

kennisgeving

Art. 29.Binnen de acht kalenderdagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 86, § 1, 2°, artikel 86, § 3, eerste lid, of artikel 87, § 1, van de Vlaamse Wooncode, brengt de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij de sociale huisvestingsmaatschappijen met een werkingsgebied waarin de woning of het perceel bestemd voor woningbouw gelegen is, schriftelijk op de hoogte van de voorgenomen verkoop ervan. Desgevallend wordt tegelijkertijd de volgorde, bedoeld in artikel 86, § 2, derde lid, van de Vlaamse Wooncode, medegedeeld.

Als een volgorde wordt bepaald, brengt de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij de instrumenterende ambtenaar hiervan schriftelijk op de hoogte binnen acht kalenderdagen na de in het eerste lid vermelde kennisgeving.

Art. 30.In overleg met de sociale huisvestingsmaatschappijen en de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij wordt binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit de in vorig artikel bedoelde volgorde in een algemene regeling uitgewerkt door de minister. De regeling wordt in het beheerscontract tussen de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de sociale huisvestingsmaatschappij opgenomen.

In afwachting van de regeling, bedoeld in het voorgaande lid, hanteert de VHM bij de bepaling van de volgorde van de sociale huisvestingsmaatschappijen de volgende werkwijze : 1° In geval de woning gelegen is in het gezamenlijke werkingsgebied van meerdere sociale huisvestingsmaatschappijen waarbinnen de activiteiten van vernoemde maatschappijen gericht zijn op het aanbieden van zowel sociale huur- als sociale koopwoningen, wordt het aantal huur- en koopwoningen nagegaan in de gezamenlijke werkingsgebieden.2° De bestemming van de woning en de aanwijzing van de sociale huisvestingsmaatschappij worden bepaald door het aantal woningen dat het minst voorkomt in vermeld gebied; In overleg met de sociale huisvestingsmaatschappijen waarvan het goed in het gezamelijk werkingsgebied is gelegen, kan de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij afwijken van deze werkwijze. HOOFDSTUK II. - Sociaal beheersrecht Afdeling 1. - Aan het sociaal beheersrecht voorafgaandelijke

modaliteiten

Art. 31.Als het zakelijk recht op de woning die het voorwerp is van een lopende procedure tot het verkrijgen van het sociaal beheersrecht, wordt overgedragen, kan ten aanzien van de nieuwe houder van het zakelijk recht de lopende procedure niet worden verder gezet. Naar gelang het geval wordt de procedure tot het verkrijgen van het sociaal beheersrecht, bedoeld in artikel 90, § 1, tweede of derde lid, van de Vlaamse Wooncode,overgedaan.

Art. 32.De initiatiefnemer die tijdens de lopende procedure afziet van het verkrijgen van het sociaal beheersrecht, brengt elke in artikel 90, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode vermelde instantie in wiens werkingsgebied de woning ligt, hiervan schriftelijk op de hoogte.

Het initiatief tot het verkrijgen van het sociaal beheersrecht kan aan een in het vorig lid bedoelde instantie worden overdragen zonder dat de procedure tot het verkrijgen van het sociaal beheersrecht moet worden overgedaan.

Art. 33.Na de aanvaarding van het in artikel 90, § 1, tweede lid, 1°, van de Vlaamse Wooncode bedoelde aanbod tot huren van de woning, wordt in de hoofdhuurovereenkomst minstens het volgende geregeld : 1° de duur van de hoofdhuurovereenkomst wordt bepaald op negen jaar;2° de hoofdverhuurder ziet af van het recht om de eerste drie jaar aan de hoofdhuurovereenkomst een einde te maken; 3°de hoofdverhuurder stemt in met de mogelijkheid om de woning als hoofdverblijfplaats onder te verhuren zoals bedoeld in artikel 1717 van het Burgerlijk Wetboek.

De hoofdhuurprijs bedraagt op jaarbasis maximaal viermaal en minimaal eenmaal het bedrag van het kadastraal inkomen zoals aangepast aan het in artikel 518 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde indexcijfer dat van toepassing is op het ogenblik waarop de hoofdhuurovereenkomst wordt gesloten.

Na voorlegging van het bewijs dat de heffing die overeenkomstig het decreet op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting op de laatste inventarisatiedatum voor het aanbod verschuldigd is, betaald werd, wordt de eerstvolgende te betalen hoofdhuur verhoogd met een bedrag gelijk aan de helft van de voormelde heffing, zonder dat het maximum bepaald in het vorig lid, mag overschreden worden.

Art. 34.De onderverhuring van de woningen, bedoeld in artikel 33, eerste lid, gebeurt overeenkomstig de regeling inzake de verhuring opgenomen in artikel 16. Afdeling 2. - Toepassingsmodaliteiten van het sociaal beheersrecht

Art. 35.De bewoners van de woning, bedoeld in artikel 90, § 1, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Wooncode, die de woning volledig en uitsluitend als hoofdverblijfplaats gebruiken, worden overeenkomstig de voorwaarden bepaald in artikel 15, door de houder van het sociaal beheersrecht geherhuisvest.

Art. 36.Voor woningen, bedoeld in artikel 90, § 1, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Wooncode, waarin of waaraan werkzaamheden worden uitgevoerd, wordt de termijn van 9 jaar, bedoeld in artikel 90, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, verlengd met het aantal maanden gelijk aan het positieve verschil tussen : 1° het aantal volledige maanden dat nodig is om bij een betaling van de basishuurprijs, berekend overeenkomstig artikel 99 van de Vlaamse Wooncode, de kosten van die werkzaamheden te recupereren, en 2° het aantal volledige maanden tussen de datum van de eerste verhuring door de houder van het sociaal beheersrecht en de datum waarop de voormelde termijn van 9 jaar verstrijkt.

Art. 37.De uitoefening van het sociaal beheersrecht kan worden overgedragen aan een instantie, bepaald in artikel 90, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, voor zover de woning in het werkingsgebied ligt van de instantie die de uitoefening van het beheersrecht overneemt. Afdeling 3. - Toewijzing en verhuur van de woning waarop een sociaal

beheersrecht is gevestigd

Art. 38.De houder van het zakelijk recht die de woning volledig en uitsluitend gebruikte als hoofdverblijfplaats, heeft de absolute prioriteit bedoeld in artikel 90, § 1, laatste lid, van de Vlaamse Wooncode, als hij aan de voorwaarden bepaald in artikel 11, voldoet.

Voor de toepassing van de onroerende bezitsvoorwaarde wordt geen rekening gehouden met de woning waarop het sociaal beheersrecht wordt uitgeoefend.

Als de houder van het zakelijk recht de woning niet zelf bewoont, dan heeft de bewoner die de woning volledig en uitsluitend als hoofdverblijfplaats gebruikt en aan de voorwaarden bepaald in artikel 11 voldoet, een absolute prioriteit.

Art. 39.De houder van het sociaal beheersrecht brengt de huurder op de hoogte van de resterende termijn van het sociaal beheersrecht.

Art. 40.Het schriftelijk aanbod, bedoeld in artikel 90, § 2, derde lid, van de Vlaamse Wooncode, gebeurt uiterlijk 3 maanden vóór het beëindigen van het sociaal beheersrecht.

Als de zittende huurder het aanbod weigert, dan wordt hij door de houder van het sociaal beheersrecht geherhuisvest voor zover de huurder de vraag tot herhuisvesting aan de houder van het sociaal beheersrecht kenbaar maakt ten laatste een maand vóór de beëindiging van het sociaal beheersrecht. Afdeling 4. - Beroepsprocedure

Art. 41.Met een gemotiveerd verzoekschrift kan binnen de dertig dagen volgend op de schriftelijke kennisgeving bedoeld in artikel 90, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, bij de minister beroep worden aangetekend tegen de verkrijging en uitoefening van het sociaal beheersrecht.

Het verzoekschrift moet op straffe van onontvankelijkheid aangetekend worden verstuurd.

Binnen drie maand na ontvangst van het verzoekschrift neemt de leidend ambtenaar een beslissing. Bij ontstentenis van een beslissing binnen deze termijn wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

TITEL IV. - Wijzigingen van het besluit op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting

Art. 42.In artikel 6, tweede lid, van het besluit op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « De gewestelijk ambtenaar stelt in zijn advies, zoals bedoeld in artikel 34 van het decreet, aan de burgemeester voor de woning ongeschikt te verklaren als de woning volgens het technisch verslag een eindscore van minstens 18 punten behaalt, waarbij een gebrek van categorie I geldt voor 1 punt, van categorie II voor 3 punten, van categorie III voor 9 punten en van categorie IV voor 15 punten. »

Art. 43.In het besluit op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting wordt een artikel 6bis ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 6bis.De minister kan zelf het besluit om de woning ongeschikt te verklaren, bedoeld in artikel 34 van het decreet, nemen. »

Art. 44.Bijlage II van hetzelfde besluit wordt vervangen door een bijlage waarvan de tekst dezelfde is als die van bijlage I van het voorliggende besluit.

TITEL V. - Slotbepalingen

Art. 45.Titel III en hoofdstuk VI van titel VI van de Vlaamse Wooncode alsmede dit besluit treden in werking op 1 november 1998, met uitzondering van artikel 43, dat in werking treedt op de dag volgend op de dag waarop dit besluit genomen wordt.

Art. 46.De Vlaamse minister bevoegd voor huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 6 oktober 1998.

De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting, L. PEETERS

Bijlagen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^