Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 08 november 2013
gepubliceerd op 09 december 2013

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, wat betreft het opleggen van openbare dienstverplichtingen met betrekking tot risicobeheer, crisisbeheer en leveringszekerheid

bron
vlaamse overheid
numac
2013036097
pub.
09/12/2013
prom.
08/11/2013
ELI
eli/besluit/2013/11/08/2013036097/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

8 NOVEMBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/12/2002 pub. 28/01/2003 numac 2003035094 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten houdende reglementering inzake de kwaliteit en de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, wat betreft het opleggen van openbare dienstverplichtingen met betrekking tot risicobeheer, crisisbeheer en leveringszekerheid


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, artikel 4, 6, § 1, artikel 7, § 4, en artikel 8, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/12/2002 pub. 28/01/2003 numac 2003035094 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten houdende reglementering inzake de kwaliteit en de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 maart 2013;

Gelet op het advies van de Reguleringsinstantie, gegeven op 15 mei 2013;

Gelet op het gezamenlijke advies van de SERV en de Minaraad, gegeven op 21 mei 2013;

Gelet op het advies van de SARWGG, gegeven op 22 mei 2013;

Gelet op advies 53.676/3 van de Raad van State, gegeven op 4 oktober 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Aan artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/12/2002 pub. 28/01/2003 numac 2003035094 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten houdende reglementering inzake de kwaliteit en de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/05/2011 pub. 21/06/2011 numac 2011202803 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten, worden een punt 6° en een punt 7° toegevoegd, die luiden als volgt : "6° nooddrinkwatervoorziening: de levering door de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk van water, bestemd voor menselijke consumptie, tijdens een geplande of ongeplande onderbreking van de levering via het openbaar waterdistributienetwerk van water, bestemd voor menselijke consumptie; 7° noodwatervoorziening: de levering door de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk van water, uitsluitend voor sanitaire doeleinden, tijdens een geplande of ongeplande onderbreking van de levering via het openbaar waterdistributienetwerk van water, bestemd voor menselijke consumptie.".

Art. 2.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 januari 2007, 29 februari 2008, 7 maart 2008, 19 november 2010, 8 april 2011, 13 mei 2011, wordt een artikel 3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "

Art. 3/1.§ 1. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk staat binnen zijn distributiegebied in voor de totstandbrenging en instandhouding van een duurzame voorziening van water, bestemd voor menselijke consumptie, als vermeld in artikel 3, § 2, van het decreet.

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt, uiterlijk op 1 januari 2016, per leveringsgebied of per andere logische eenheid in het distributiegebied een leveringsplan op dat ten minste de volgende gegevens bevat : 1° een schematisch overzicht met technische gegevens van de inrichtingen en het openbaar waterdistributienetwerk, zoals een overzicht van : a) de winnings- en productielocaties;b) het transport- en distributienetwerk, inclusief verbindingen met aangrenzende gebieden;c) de capaciteit en levering onder niet-verstoorde omstandigheden;d) de beschikbare reservecapaciteit en verbindingsmogelijkheden met andere gebieden voor gebruik bij verstoringen;e) de aansluitingsgraad binnen het gebied;2° een synthese van de aanpak om de verplichtingen voor de levering conform artikel 3, § 2, van het decreet in te vullen, zowel in niet-verstoorde als in verstoorde omstandigheden. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt het leveringsplan actueel.

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk neemt alle passende maatregelen om te kunnen voorzien in de toekomstige behoeften van water, bestemd voor menselijke consumptie, in zijn distributiegebied. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt onder meer een langetermijnvoorzieningsplan op voor een periode van twintig jaar met daarin een planning met inbegrip van een prognose van de vereiste investeringen ter veiligstelling van de voorziening van water, bestemd voor menselijke consumptie, opgesplitst in winning, zuivering en distributie. Het langetermijnvoorzieningsplan wordt om de zes jaar herzien. Het eerste langetermijnvoorzieningsplan wordt opgesteld tegen uiterlijk 1 januari 2017. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt bij de opmaak van het langetermijnvoorzieningsplan rekening met de door de Vlaamse Milieumaatschappij aangeleverde informatie over de behoefteprognose voor water, bestemd voor menselijke consumptie, en over de draagkracht van de ruwwaterbronnen. § 2. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk zet alle passende middelen in om de waterlevering op elk moment te verzekeren, waaronder de organisatie van een nooddrinkwatervoorziening of een noodwatervoorziening. In geval van een nooddrinkwatervoorziening wordt een algemene inspanningsverbintenis aangegaan naar rato van drie liter water, bestemd voor menselijke consumptie, per inwoner per dag.

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk meldt elke onderbreking in de levering via het openbaar waterdistributienetwerk met een verwachte duur van meer dan 24 uur en met een omvang van meer dan honderd aftakkingen aan de bevoegde entiteit Leefmilieu en aan de bevoegde entiteit Volksgezondheid. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt beide entiteiten op de hoogte van de evolutie van de situatie, zijn onderzoeken en de genomen maatregelen.

De bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid kunnen in onderling overleg en in overleg met de exploitanten van het openbaar waterdistributienetwerk richtlijnen voor de nooddrinkwatervoorziening en de noodwatervoorziening opstellen. § 3. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk borgt de kwaliteit van het productie- en distributieproces en het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, onder meer door de nodige controle, vermeld in hoofdstuk III, te verzekeren en door de implementatie van een risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie.

Via de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie wordt nagegaan of er een significant risico bestaat dat het water, bestemd voor menselijke consumptie, dat wordt geleverd, niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 2. De primaire bedrijfsprocessen die in ieder geval deel moeten uitmaken van de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, zijn : 1° de winning, de opslag en het transport van oppervlaktewater, grondwater of ander water dat gebruikt wordt voor de bereiding van water, bestemd voor menselijke consumptie;2° de behandeling van het onttrokken water tot water, bestemd voor menselijke consumptie, met inbegrip van het gebruik van chemicaliën en materialen;3° de opslag en distributie van het water, bestemd voor menselijke consumptie, tot op het punt dat het geleverd wordt aan de klant. Als er significante risico's zijn dat niet gegarandeerd kan worden dat het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, gezond en schoon is als vermeld in artikel 2, neemt de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk binnen zijn bevoegdheden de nodige herstelmaatregelen. De herstelmaatregelen beogen de risico's weg te nemen, te beperken of te beheren om zo de potentiële negatieve impact van de risico's op de kwaliteit van het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid maximaal te voorkomen of te beperken.

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie actueel. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk zorgt daarbij voor een herziening om de zes jaar en tussentijds als daar aanleiding toe is.

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk bewaakt de kwaliteit en de effectiviteit van de controles, vermeld in hoofdstuk III, en de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie.

De bevoegde entiteit Leefmilieu kan, in overleg met de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk, nadere richtlijnen opstellen voor de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie en voor de implementatie ervan. § 4. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt, uiterlijk 1 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit, een interventieplan op waarin het gekozen concept, de organisatie en de middelen om te voldoen aan de verplichting voor de organisatie van een nooddrinkwatervoorziening of noodwatervoorziening conform paragraaf 2, en de bepalingen, vermeld in artikel 14, § 1, worden beschreven.

Het interventieplan is onder meer afgestemd op de richtsnoeren, vermeld in artikel 14, § 2.

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt het interventieplan actueel en zorgt voor een herziening om de zes jaar en tussentijds als daar aanleiding toe is.

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt het interventieplan ter inzage voor de bevoegde entiteit Leefmilieu die de vereiste afstemming op de richtsnoeren, vermeld in artikel 14, § 2, kan nagaan en eventueel de nodige aanpassingen kan vragen. De bevoegde entiteit Leefmilieu kan ook op elk moment advies verstrekken over het interventieplan.".

Art. 3.Artikel 9 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/05/2011 pub. 21/06/2011 numac 2011202803 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing : "

Art. 9.De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk voert de nodige operationele monitoring uit in de vorm van analyses of inspecties ter hoogte van de inrichtingen en in het openbaar waterdistributienetwerk.

De operationele monitoring heeft als doel op te volgen of zowel het onttrokken water dat gebruikt wordt voor de productie van water, bestemd voor menselijke consumptie, als het water van het zuiveringsproces en van het openbaar waterdistributienetwerk van die aard is dat het water dat geleverd wordt aan de verbruiker, voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 2.

De operationele monitoring inclusief de te meten parameters en frequenties worden afgestemd op de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, vermeld in artikel 3/1, § 3.".

Art. 4.Artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/05/2011 pub. 21/06/2011 numac 2011202803 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 11.§ 1. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt een operationeel monitoringsprogramma op waarin de operationele monitoring, vermeld in artikel 9, wordt beschreven.

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk deelt uiterlijk op 1 september van elk jaar het operationele monitoringsprogramma voor het volgende jaar mee aan de bevoegde entiteit Leefmilieu die tot zestig dagen na ontvangst bijkomende informatie kan opvragen en advies kan geven. § 2. De waterleverancier deelt uiterlijk op 1 september van elk jaar, voor akkoord of aanmerkingen, een controleprogramma als vermeld in artikel 10, voor het volgende jaar mee aan de bevoegde entiteit Leefmilieu. Dat controleprogramma voldoet minimaal aan de specificaties, vermeld in bijlage II. Bij ontstentenis van weigering of opmerkingen door de bevoegde entiteit Leefmilieu binnen een maand na ontvangst wordt het controleprogramma geacht goedgekeurd te zijn.

De bevoegde entiteit Leefmilieu kan, als dat noodzakelijk is, in overleg met de waterleverancier het controleprogramma aanpassen. § 3. Voor de toepassing van het controleprogramma worden de publieke gebouwen ingedeeld in minstens twee categorieën. Categorie 1 bevat minstens de gebouwen bedoeld in artikel 2, 11°, b tot en met e, van het decreet. De bemonsteringen in de publieke gebouwen worden niet meegeteld om te voldoen aan de bepalingen, vermeld in bijlage II, tabel B. § 4. De bevoegde entiteit Leefmilieu kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud van het controleprogramma.".

Art. 5.Aan artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/05/2011 pub. 21/06/2011 numac 2011202803 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt : " § 7. Bij situaties als vermeld in paragraaf 2 en 3, bepalen de bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid in overleg en samen met de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk de noodzaak om een nooddrinkwatervoorziening of een noodwatervoorziening te organiseren.".

Art. 6.Aan artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/05/2011 pub. 21/06/2011 numac 2011202803 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "De bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid bepalen in overleg en samen met de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk de noodzaak om een nooddrinkwatervoorziening of een noodwatervoorziening te organiseren.".

Art. 7.In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/05/2011 pub. 21/06/2011 numac 2011202803 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "De minister" vervangen door de woorden "De bevoegde entiteit Leefmilieu";2° er worden een paragraaf 4, 5 en 6 toegevoegd, die luiden als volgt : " § 4.De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt de resultaten van de operationele monitoring ter inzage van de bevoegde entiteit Leefmilieu en verstrekt jaarlijks vóór 1 april van het daaropvolgende jaar aan de bevoegde entiteit Leefmilieu de resultaten van : 1° de analyses van het onttrokken water dat gebruikt wordt voor de bereiding van water, bestemd voor menselijke consumptie;2° de analyses van het water, bestemd voor menselijke consumptie, bij de ingang in het openbaar waterdistributienetwerk;3° de analyses van het water, bestemd voor menselijke consumptie, in het openbaar waterdistributienetwerk. De bevoegde entiteit Leefmilieu kan in overleg met de waterleverancier de wijze van rapporteren nader bepalen. § 5. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt minstens de volgende informatie over de implementatie van de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, vermeld in artikel 3/1, ter inzage van de bevoegde entiteit Leefmilieu: 1° een beschrijving van de methodologie die gebruikt wordt voor de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie;2° een stand van zaken met betrekking tot de implementatie ervan binnen zijn distributiegebied;3° als de risico-evaluatie of de herziening ervan aangeeft dat er geen significante risico's op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid zijn, een verklaring die dat bevestigt;4° als herstelmaatregelen genomen of gepland zijn om een risico op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid weg te nemen : a) een beschrijving van de genomen herstelmaatregelen;b) bewijsstukken die aantonen dat het risico is weggenomen;c) een beschrijving van de vastgelegde herstelmaatregelen met tijdpad voor de uitvoering en de wijze van opvolging van de effectiviteit;5° als de risico-evaluatie aangeeft dat er na het nemen van herstelmaatregelen nog een significant risico op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid blijft bestaan : a) de beschrijving van de significante risico's;b) de herstelmaatregelen die de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk al heeft genomen;c) de herstelmaatregelen die volgens de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk bijkomend door hem moeten worden genomen, inclusief een tijdpad voor de uitvoering ervan;6° de maatregelen die bijkomend kunnen worden genomen door andere partijen. De bevoegde entiteit Leefmilieu kan op elk moment inhoudelijk advies verstrekken en aanbevelingen geven over de implementatie van de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie. § 6. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt het leveringsplan en het langetermijnvoorzieningsplan, vermeld in artikel 3/1, § 1, ter inzage van de bevoegde entiteit Leefmilieu.

De bevoegde entiteit Leefmilieu kan op elk moment het leveringsplan en het langetermijnvoorzieningsplan opvragen en doorlichten om: 1° na te gaan of de plannen de minimale inhoud, vermeld in artikel 3/1, § 1, bevatten;2° inhoudelijk advies te verstrekken. De bevoegde entiteit Leefmilieu en de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk bepalen onderling de wijze waarop de gegevens uit het leveringsplan of het langetermijnvoorzieningsplan worden uitgewisseld en maken afspraken over de verdere verspreiding ervan.".

Art. 8.In bijlage II van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/05/2011 pub. 21/06/2011 numac 2011202803 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan Tabel A: te analyseren parameters wordt in de eigenlijke tabel een parameter `lood' toegevoegd aan de lijst. 2° tabel D wordt vervangen door wat volgt :

Binnen een leveringsgebied aanwezige publieke gebouwen

Bewaking (Opmerking 1)

Audit (Opmerking 1)

Categorie I

Driejaarlijks

20% van de frequentie uit tabel B

Andere categorieën

20% van de frequentie uit tabel B

20% van de frequentie uit tabel B


Opmerking 1 : het aantal uit te voeren analyses wordt altijd naar boven afgerond.".

Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 8 november 2013.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE

^