Besluit Van De Vlaamse Regering van 10 juni 2011
gepubliceerd op 08 juli 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed wat betreft de tak

bron
vlaamse overheid
numac
2011203214
pub.
08/07/2011
prom.
10/06/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 JUNI 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed wat betreft de taken, de delegatie en het invoeren van de roepnaam Onroerend Erfgoed


De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 87, § 1;

Gelet op het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003 en artikel 6, § 2 en artikel 7, derde lid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 en 5 juni 2009;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 28 april 2011;

Gelet op advies 49.643/3 van de Raad van State, gegeven op 17 mei 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Binnen het Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed wordt een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht onder de benaming Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, aangehaald als Onroerend Erfgoed.

Onroerend Erfgoed wordt opgericht voor het uitvoeren van het beleid inzake onroerend erfgoed, inzonderheid op basis van de in dit besluit opgesomde taken.

Voor zover de taken van Onroerend Erfgoed betrekking hebben op wetenschappelijk onderzoek, wordt het gespecificeerd als Vlaamse wetenschappelijke instelling. »; 2° in paragraaf 3 worden de woorden « Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed » vervangen door de woorden « Onroerend Erfgoed ».

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 2.Onroerend Erfgoed heeft als missie het beleid voor onroerend erfgoed zoals het wordt vastgelegd door de bevoegde Vlaamse minister kwaliteitsvol uit te voeren. ».

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 en 5 juni 2009, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 3.§ 1. Om de doelstelling, vermeld in artikel 1, § 1, tweede lid, en de missie, vermeld in artikel 2, te verwezenlijken vervult Onroerend Erfgoed de volgende taken : 1° de toepassing en de begeleiding van de toepassing van het onderzoeks- en beheersinstrumentarium met betrekking tot onroerend erfgoed inclusief het uitvoeren van terreinwerk en het bewaren en conserveren van onderdelen van het onroerend erfgoed;2° de inventarisatie en prospectie van het onroerend erfgoed;3° het inhoudelijk en administratief voorbereiden en volgen, op basis van de eigen beheersgegevens en van de inventarisgegevens, van de dossiers over de voorlopige en definitieve bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, archeologische monumenten en zones, landschappen en varend erfgoed, en over de voorlopige en definitieve aanduiding van ankerplaatsen;4° het verstrekken van adviezen, vergunningen, toelatingen en machtigingen met betrekking tot onroerend erfgoed;5° het uitvoeren van beleidsgericht wetenschappelijk onderbouwd onderzoek met het oog op visievorming, uitvoering en monitoring van het beleid;6° het verstrekken van gereglementeerde subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen en van niet-gereglementeerde subsidies die nominatief zijn opgenomen in de beheersovereenkomst, vermeld in artikel 7, de voortgangscontrole van de voorwaarden of verbintenissen die daarbij van toepassing zijn, alsook het organiseren van de terugbetaling van de subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen als de begunstigde de voorwaarden of de verbintenissen niet naleeft;7° kennisbeheer, informatieverstrekking en sensibilisering met betrekking tot de taken, vermeld in punt 1° tot en met 6°. Het hoofd van Onroerend Erfgoed stelt de inventaris van het bouwkundig erfgoed vast. De inventaris heeft betrekking op de monumenten en stads- en dorpsgezichten, vermeld in artikel 2, 2° en 3°, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten. De inventaris wordt vastgesteld in de vorm van een systematische oplijsting per gemeente en wordt digitaal beschikbaar gesteld in boekvorm of in een beveiligd gedigitaliseerd bestand. Per opgenomen monument of bouwkundig geheel wordt er een beknopte weergave van de wetenschappelijke beschrijving aan de inventaris toegevoegd. § 2. Onroerend Erfgoed levert het departement de vereiste beleidsrelevante resultaten en gegevens uit zijn beleidsuitvoering zodat het Departement Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed over alle nuttige informatie beschikt om effectief en efficiënt zijn rol te vervullen op het vlak van beleidsvoorbereiding en -evaluatie.

Het departement kan voor zijn taken op het vlak van evaluatie, monitoring en visievorming, met het oog op zijn ondersteunende rol bij voortgangscontrole, aansturing en uitvoering van het beleid, ook een beroep doen op Onroerend Erfgoed voor onderzoek, overeenkomstig paragraaf 1, 5°. ».

Art. 4.In artikel 4, eerste lid, artikel 5, 6, 7, 8, 10 en 11 alsook in het opschrift van hoofdstuk II van hetzelfde besluit worden de woorden « het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed » telkens vervangen door de woorden « Onroerend Erfgoed ».

Art. 5.In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, worden de woorden « het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed » vervangen door de woorden « Onroerend Erfgoed ».

Art. 6.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 en 5 juni 2009, wordt een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 9/1.Met toepassing van artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de interne verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid worden aan het hoofd van Onroerend Erfgoed de volgende aanvullende en specifieke delegaties verleend : 1° het verstrekken van advies en het uitreiken van attesten namens de Vlaamse Regering, ter uitvoering van artikel 104, 8°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, in verband met de aftrek van uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermd onroerend erfgoed;2° het nemen van beslissingen over het in erfpacht geven van beschermd onroerend erfgoed dat tot het private domein van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest behoort, met het oog op het behoud ervan en de vrijwaring van verval of beschadiging;3° het nemen van de beslissingen om over te gaan tot onteigening ten algemenen nutte van beschermd onroerend erfgoed overeenkomstig artikel 4 van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen en artikel 34 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, met dien verstande dat de minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, de noodzaak van de verkrijging namens het Vlaamse Gewest geval per geval beoordeelt en een machtiging tot onteigening verleent;4° het tot algemeen nut verklaren van het uitvoeren van opgravingen en het nemen van alle maatregelen die daaruit volgen, overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium;5° het verstrekken van adviezen aan de vergunningverlenende overheden, overeenkomstig de regelgeving ter zake;6° het verlenen van machtigingen, toestemmingen of vergunningen namens de Vlaamse Regering voor de uitvoering van werkzaamheden binnen of aan beschermd onroerend erfgoed, met toepassing van de regelgeving inzake onroerend erfgoed;7° het verlenen van alle in de beheersovereenkomst nominatief opgenomen gereglementeerde en niet-gereglementeerde subsidies binnen het budget dat daarvoor ter beschikking is gesteld.».

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2011.

Art. 8.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 10 juni 2011.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, G. BOURGEOIS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^