Besluit Van De Vlaamse Regering van 10 september 2010
gepubliceerd op 21 oktober 2010
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de

bron
vlaamse overheid
numac
2010035759
pub.
21/10/2010
prom.
10/09/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 SEPTEMBER 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, artikel 82, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 22 juni 2007 en 8 mei 2009, en artikel 84, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993 en 8 mei 2009;

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 56, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 22 juni 2007 en 8 mei 2009, en artikel 58, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993 en 8 mei 2009;

Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, titel II, hoofdstuk II, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage;

Gelet op het gunstig akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 24 juni 2010;

Gelet op protocol nr. 733 van 16 juli 2010 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op protocol nr. 500 van 16 juli 2010 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op advies 48.587/1/V van de Raad van State, gegeven op 24 augustus 2010 met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Aan artikel 2, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, worden een punt 12 tot en met punt 14° toegevoegd, die luiden als volgt : « 12° « lineaire opleiding » : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs lineair wordt georganiseerd, als vermeld in artikel 179 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 13° « voorlopig modulaire opleiding » : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs modulair wordt georganiseerd, maar nog niet steunt op een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel, als vermeld in artikel 180 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;14° « definitief modulaire opleiding » : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs modulair wordt georganiseerd op basis van een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel, als vermeld in artikel 24, 24bis en 179ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.».

Art. 2.In artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1° worden de woorden « hoger beroepsonderwijs » vervangen door de woorden « hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding »;2° in punt 2° worden de woorden « leraar in het secundair volwassenenonderwijs » vervangen door de woorden « leraar secundair volwassenenonderwijs in een opdracht in een lineaire of een voorlopig modulaire opleiding »;3° er wordt een punt 2°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 2°bis als het een ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een opdracht in een definitief modulaire opleiding betreft : a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld.Deze bepaling is alleen geldig als het personeelslid voor wie het begrip « hetzelfde ambt » moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor die opleiding of die module; b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a) valt en waarvoor het personeelslid aan een van de volgende voorwaarden voldoet : 1) het personeelslid bezit het vereiste bekwaamheidsbewijs of hij wordt bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;2) het personeelslid heeft die opleiding of die module, als hij daarvoor vastbenoemd was op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit.De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vastbenoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen; »; 4° in punt 3° worden de woorden « leraar in het hoger beroepsonderwijs » vervangen door de woorden « lector in een opdracht in een lineaire opleiding »;5° er wordt een punt 3°bis wordt ingevoegd, dat luidt als volgt : « 3°bis als het een ambt van lector in een opdracht in een voorlopige of definitief modulaire opleiding betreft : a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld;b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a), die het betrokken personeelslid, als hij daarvoor vastbenoemd was, heeft onderwezen gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit; ».

Art. 3.In artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 8 september 2006, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de laatste tabel wordt vervangen door wat volgt :

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden

wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel


2° de laatste tabel wordt vervangen door wat volgt :

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden

wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel

de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen

wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel


« .

Art. 4.In artikel 12bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden : 1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden.2° Reaffecteren van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.3° Wedertewerkstellen binnen dezelfde categorie van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap.De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. »; 2° aan het eerste lid van paragraaf 5 worden een punt 5°, dat luidt als volgt : « 5° Nadat de bepalingen van 1° tot en met 4° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap personeelsleden die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11.Bij die toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van Medex, respectievelijk de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De reaffectatiecommissie bezorgt de gegevens betreffende deze personeelsleden en de uitvoering die ze aan de desbetreffende dossiers heeft gegeven aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. ». 3° in paragraaf 6 wordt het woord « interprovinciale » vervangen door het woord « Vlaamse ».

Art. 5.In artikel 12ter, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.1° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor : a) het gewoon basisonderwijs;b) het buitengewoon basisonderwijs. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.

In derde orde wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs. 2° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor : a) het gewoon secundair onderwijs;b) het buitengewoon secundair onderwijs. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.

In derde orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs. 3° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het volwassenenonderwijs. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd. 4° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd. 5° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd. 6° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 5°, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen.»; 2° aan paragraaf 2 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 7° Nadat de bepalingen van 1° tot en met 6° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengroep personeelsleden die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11.Bij die toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van Medex, respectievelijk de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De reaffectatiecommissie bezorgt de gegevens betreffende deze personeelsleden en de uitvoering die ze aan de desbetreffende dossiers heeft gegeven aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. »; 3° in paragraaf 6 en paragraaf 7 wordt telkens het woord « interprovinciale » vervangen door het woord « Vlaamse ».

Art. 6.In titel I van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, wordt hoofdstuk VII, dat bestaat uit artikel 14, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, opgeheven.

Art. 7.Artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 17.De Vlaamse reaffectatiecommissie heeft de volgende bevoegdheden : 1° in eerste orde het reaffecteren van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau.In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze reaffectaties daarenboven per karakter; 2° in tweede orde het wedertewerkstellen van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau.In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze wedertewerkstellingen daarenboven per karakter; 3° in derde orde het reaffecteren en wedertewerkstellen van personeelsleden over de onderwijsniveaus heen;4° het beslechten van bezwaarschriften en het beslissen over de moeilijkheden met betrekking tot reaffectaties, wedertewerkstellingen en tewerkstellingen.Bij staking van stemmen beslist de voorzitter; 5° na de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis ;6° na toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III en door de beslissing van Medex nog geschikt worden geacht om een andere functie uit te oefenen en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis ;7° na toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking met toepassing van artikel 5, § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III en die in het kader van een procedure tot re-integratie door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis. De voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie brengt jaarlijks bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, verslag uit over de werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie. Dat verslag bevat ook een evaluatie van de werking van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap en de reaffectatiecommissies van de scholengroep, en een evaluatie van de toepassing van de bepalingen van dit besluit.

Daarvoor beschikt de voorzitter over de bevoegdheid om alle nuttige gegevens over reaffectatie en wedertewerkstelling op te vragen bij de bevoegde reaffectatiecommissies. ».

Art. 8.In artikel 19, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.Bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van de personeelsformatie, neemt het centrumbestuur achtereenvolgens een of meer van de volgende maatregelen : 1° het niet-overdragen van omkaderingsgewichten naar andere centra of naar de permanente ondersteuningscellen;2° het niet-toekennen van coördinatiefuncties;3° in afwijking van § 1 een tussentijdse aanpassing van de personeelsformatie doorvoeren rekening houdend met de gekende pensioneringen, mutaties of terbeschikkingstellingen voorafgaand aan het rustpensioen;4° de affectatie van een of meer vastbenoemde personeelsleden naar een ander centrum van hetzelfde centrumbestuur, met instemming van het personeelslid conform het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. Als de maatregelen van 1° tot en met 4°, zoals vermeld in het eerste lid, niet volstaan om een dreigende terbeschikkingstelling in een ambt van de personeelsformatie af te wenden, kan het centrumbestuur in afwijking van § 1 de personeelsformatie voor de duur van het schooljaar tijdelijk aanpassen. Deze tijdelijke aanpassing gebeurt op basis van tijdelijk niet-aangewende omkaderingsgewichten die worden gegenereerd door in § 2 bedoelde personeelsleden die voor de duur van het schooljaar afwezig zijn omwille van een verlofstelsel.

Het centrumbestuur legt de genomen maatregelen voor 1 september van het schooljaar waarop de maatregelen slaan, voor aan de bevoegde administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Bij een tijdelijke aanpassing van de personeelsformatie, als vermeld in het tweede lid, voegt het centrumbestuur de nodige documenten als bewijsstuk bij haar maatregelen.

De bevoegde administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming beoordeelt de genomen maatregelen en deelt mee aan het centrumbestuur of ze deze maatregelen al of niet aanvaardt. Als de bevoegde administratie de genomen maatregelen niet aanvaardt, moet het centrumbestuur nieuwe maatregelen voorstellen en deze opnieuw voorleggen aan de bevoegde administratie. »; 2° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.Het centrumbestuur is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van het vastbenoemde personeelslid in « hetzelfde ambt » met de kleinste dienstanciënniteit. ».

Art. 9.In artikel 25bis, § 6, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, wordt het woord « interprovinciale » vervangen door het woord « Vlaamse ».

Art. 10.In artikel 25ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002, 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 6 wordt het woord « interprovinciale » vervangen door het woord « Vlaamse »;2° paragraaf 7 en paragraaf 8 worden opgeheven.

Art. 11.Artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 23 september 2005, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 28.De toewijzingen van de Vlaamse reaffectatiecommissie, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen afgifte van een ontvangstbewijs, gaan in op 1 oktober of op een latere datum. ».

Art. 12.In artikel 34 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, A, wordt een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 5°bis.Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. »; 2° in paragraaf 1, A, wordt punt 8° vervangen door wat volgt : « 8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.»; 3° in paragraaf 1, A, wordt punt 9° opgeheven;4° in paragraaf 1, B, 5°, b) wordt het woord « interprovinciale » vervangen door het woord « Vlaamse »;5° in paragraaf 1, B, 5°, wordt het punt c) opgeheven;6° in paragraaf 1, B, 7° wordt het woord « interprovinciale » vervangen door het woord « Vlaamse »;7° in paragraaf 1, B, wordt punt 8° opgeheven;8° in paragraaf 1, C, wordt een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 5°bis.Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt.

Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dit personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie, met uitzondering van de betrekking van directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. »; 9° in paragraaf 1, C, wordt punt 8° vervangen door wat volgt : « 8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.»; 10° in paragraaf 1, C, wordt punt 9° opgeheven.

Art. 13.In artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, A, wordt een punt 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 3°bis.Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur of adjunct-directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. »; 2° in paragraaf 2, A, wordt punt 6° vervangen door wat volgt : « 6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.»; 3° in paragraaf 2, A, wordt punt 7° opgeheven;4° in paragraaf 2, B, 3°, wordt punt b) vervangen door wat volgt : « b) door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft;»; 5° in paragraaf 2, B, 3°, wordt punt c opgeheven;6° in paragraaf 2, B, 5°, wordt het woord « interprovinciale » vervangen door het woord « Vlaamse »;7° in paragraaf 2, B, wordt punt 6° opgeheven;8° in paragraaf 2, C, wordt een punt 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 3°bis.Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur of adjunct-directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.

Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dit personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie. »; 9° in paragraaf 2, C, wordt punt 6° vervangen door wat volgt : « 6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.»; 10° in paragraaf 2, C, wordt punt 7° opgeheven.

Art. 14.In artikel 38 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 31 augustus 1999, 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, A, wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. »; 2° in paragraaf 1, A, wordt punt 4° vervangen door wat volgt : « 4° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.»; 3° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° opgeheven;4° in paragraaf 1, B, wordt een punt 1°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. »; 5° in paragraaf 1, B wordt een punt 1°ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « 1°ter verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.

Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden. »; 6° in paragraaf 1, B, worden punt 3° en punt 4° opgeheven;7° in paragraaf 2 wordt het woord « interprovinciale » vervangen door het woord « bevoegde ».

Art. 15.In artikel 39 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° vervangen door wat volgt : « 5° verplicht om de personeelsleden die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.»; 2° in paragraaf 1, A, wordt punt 6° opgeheven;3° in paragraaf 1, B, wordt punt 3° vervangen door wat volgt : « 3° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden; »; 4° in paragraaf 1, B, wordt punt 5° opgeheven;5° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6.Een reaffectatie of wedertewerkstelling in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde. ».

Art. 16.In artikel 40, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er worden een punt 1bis en punt 1ter ingevoegd, die luiden als volgt : « 1bis.verplicht om in het gemeenschaponderwijs personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. 1ter. verplicht om in het gesubsidieerd onderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. »; 2° punt 5 wordt vervangen door wat volgt : « 5.verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. »; 3° punt 6 en punt 7 worden opgeheven.

Art. 17.In artikel 41, § 2, zesde gedachtestreepje, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, worden de woorden «, de interprovinciale » geschrapt.

Art. 18.In artikel 42, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.»; 2° punt 5° wordt opgeheven.

Art. 19.In artikel 44, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.»; 2° punt 5° wordt opgeheven.

Art. 20.Artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 22 september 1998, 31 augustus 1999, 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 45.De geldige redenen voor het niet aanvaarden van een reaffectatie of wedertewerkstelling zijn de volgende : 1° wanneer het gereaffecteerde of weder te werk gesteld personeelslid de tewerkstellingsplaats niet kan bereiken binnen de grenzen vastgelegd in de reglementering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Dit geldt niet als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in de eigen instelling, met inbegrip van alle vestigingsplaatsen die deze instelling heeft.

Dit geldt evenmin als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een instelling of vestigingsplaats gelegen in dezelfde gemeente als die waar het personeelslid op de vooravond van zijn terbeschikkingstelling tewerkgesteld was; 2° wanneer het bezwaarschrift aanvaard wordt;3° wanneer een betrekking aangeboden wordt door een andere inrichtende macht dan die welke het personeelslid ter beschikking heeft gesteld en wanneer het personeelslid op het ogenblik van het aanbod, ten minste 58 jaar is en zijn recht op pensioen kan doen gelden binnen een termijn van twee jaar. In dat geval wordt het voordeel van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage ingetrokken wanneer de betrokkene de leeftijd van 60 jaar bereikt.

Deze bepaling geldt evenwel niet wanneer het betrokken personeelslid aan de voorwaarden voldoet om een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen te genieten zoals bepaald in het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984, zoals gewijzigd, betreffende de opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en in de psycho-medisch-sociale centra.

Een gereaffecteerd of weder te werk gesteld personeelslid dat de leeftijd van 58 jaar bereikt, blijft in dienst zo lang de betrekking waarin het gereaffecteerd of weder te werk gesteld is voor salaris of salaristoelage in aanmerking komt; 4° als een betrekking wordt aangeboden in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs georganiseerd volgens het modulair stelsel, in het volwassenenonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra, in betrekkingen en ambten als vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandsregeling. Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de onderwijssector in kwestie fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling; 5° als in het buitengewoon basisonderwijs een betrekking wordt aangeboden. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet alleen worden opgenomen als de betrokken personeelsleden, met uitzondering van die welke behoren tot het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, gevraagd hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon basisonderwijs. Deze bepaling geldt niet voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel.

Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in het buitengewoon basisonderwijs fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling; 6° wanneer aan een ter beschikking gesteld personeelslid dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult en dat reeds in drie instellingen fungeert een betrekking wordt aangeboden in een andere instelling dan degenen waar hij reeds tewerkgesteld is;7° wanneer bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling een betrekking aangeboden wordt aan het ter beschikking gesteld personeelslid dat voor de volledige duur van het schooljaar of dienstjaar en voor eenzelfde aantal uren als waarvoor het ter beschikking gesteld is, gereaffecteerd of weder te werk gesteld is in een door de Vlaamse Gemeenschap bezoldigde betrekking in een andere instelling of gesubsidieerd centrum. Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet worden toegewezen, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen; 8° wanneer er door het ter beschikking gesteld personeelslid afstand gedaan wordt van de financiële voordelen hem toegekend op grond van artikelen 29 en 30 van dit besluit. Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen; 9° wanneer ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 aan een ter beschikking gesteld directeur de betrekking van adjunct-directeur wordt aangeboden;10° wanneer aan een ter beschikking gesteld directeur, die ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, buiten de school waar hij deze functie waarneemt, een tijdelijk vacante betrekking van directeur wordt aangeboden;11° als aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden van een ambt dat nacht- en/of weekendprestaties omvat en het personeelslid voor dergelijk ambt niet benoemd is;12° als in een netoverschrijdende scholengemeenschap aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden in een instelling van de scholengemeenschap die behoort tot een ander net dan de instelling waaraan het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking;13° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III een betrekking wordt aangeboden die niet beantwoordt aan de beslissing van Medex;14° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in het kader van een procedure tot re-integratie volgens artikel 5, § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III een betrekking wordt aangeboden die niet beantwoordt aan de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.».

Art. 21.Artikel 47bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 47bis.§ 1. Na toepassing van de procedure in dit besluit kunnen vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar worden gesteld als administratieve ondersteuning van een scholengemeenschap of van een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap.

Deze tewerkstelling wordt toegekend door de Vlaamse reaffectatiecommissies op basis van de volgende criteria : 1° de personeelsleden kunnen alleen tewerkgesteld worden onder de voorwaarden, vermeld in artikel 45, 1°;2° de ter beschikking gestelde personeelsleden worden toegewezen in het onderwijsniveau waar ze ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, tenzij alle betrokken partijen akkoord gaan met een toewijzing in een ander onderwijsniveau;3° een personeelslid kan maar in één instelling worden tewerkgesteld. In onderling akkoord kan hiervan worden afgeweken. § 2. De personeelsleden die al als administratieve hulp in het basisonderwijs werden tewerkgesteld voor 1 september 2003 of als administratieve ondersteuning werden toegewezen aan een scholengemeenschap in het basisonderwijs voor 1 september 2008, blijven tewerkgesteld in deze functie in afwachting van een eventuele nieuwe toewijzing door de Vlaamse reaffectatiecommissie. § 3. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning is een wedertewerkstelling als vermeld in artikel 11, § 2, met de daarbij behorende prestatie- en vakantieregeling.

In deze betrekkingen is geen vaste benoeming mogelijk. § 4. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning wordt opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling. § 5. Wanneer er binnen de Vlaamse reaffectatiecommissie geen consensus bestaat over een mogelijke beslissing, legt de voorzitter een voorstel ter stemming neer. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter. § 6. De bepalingen van dit artikel gelden ook voor een personeelslid dat in toepassing van : 1° artikel 5, § 1bis van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld en door de beslissing van Medex nog geschikt wordt geacht om een andere functie uit te oefenen;2° artikel 5, § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld en nog geschikt wordt geacht om een ander ambt uit te oefenen;3° artikel 5, § 1quater van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking wordt gesteld in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht is om een andere functie uit te oefenen.»

Art. 22.In artikel 53 van hetzelfde besluit worden de woorden « de artikelen 51 en 52 » vervangen door de woorden « het artikel 51 ».

Art. 23.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2010, met uitzondering van : - artikel 3, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2009; - artikel 3, 2°; 4, 2°; 5, 2°; 12, 1° en 8° en 13, 1° en 8° die in werking treden op 1 september 2011.

Art. 24.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 10 september 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, P. SMET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^