Besluit Van De Vlaamse Regering van 12 december 2008
gepubliceerd op 20 februari 2009
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de biologische productie en de etikettering van biologische producten

bron
vlaamse overheid
numac
2009035162
pub.
20/02/2009
prom.
12/12/2008
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

12 DECEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de biologische productie en de etikettering van biologische producten


De Vlaamse Regering, Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, artikel 3, § 1, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet 29 december 1990, artikel 3, § 1, 6°, gewijzigd bij de wet 29 december 1990 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en artikel 8, § 3, tweede lid, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999;

Gelet op de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, inzonderheid op artikel 12;

Gelet op het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037390 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2008 type decreet prom. 21/12/2007 pub. 07/03/2008 numac 2008035340 bron vlaamse overheid Decreet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2007 sluiten houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2008, inzonderheid op artikel 12;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1998 en 3 september 2000 en bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 april 2006 en 7 september 2007;

Gelet op het ministerieel besluit van 7 augustus 1997Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 07/08/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997016215 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van aanvullende voorwaarden tot erkenning van organismen belast met de controle op de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen sluiten tot vaststelling van aanvullende voorwaarden tot erkenning van organismen belast met de controle op de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 26 januari 2001 en 19 mei 2006;

Gelet op het ministerieel besluit van 30 oktober 1998Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/10/1998 pub. 01/12/1998 numac 1998016309 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorschriften betreffende de biologische productie in de dierlijke sector sluiten tot vaststelling van de voorschriften betreffende de biologische productie in de dierlijke sector, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 augustus 2000, 30 november 2005 en 19 mei 2006;

Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 18 juni 2008;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 25 juli 2008;

Gelet op het advies van de minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 18 september 2008;

Gelet op het advies 45.333/3 van de Raad van State, gegeven op 25 november 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid;

Na beraadslaging, Besluit : TITEL I. - Definities

Artikel 1.Met behoud van toepassing van de definities, vermeld in Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 en de definities, vermeld in haar uitvoeringsbepalingen, wordt in dit besluit verstaan onder : 1°Verordening 834/2007 : Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91; 2° Verordening 889/2008 : Verordening (EG) nr.889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; 3° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij;4° het departement : het Departement Landbouw en Visserij;5° de afdeling DLO : de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van het departement;6° de afdeling MIB : de afdeling Markt- en Inkomensbeheer van het Agentschap voor Landbouw en Visserij;7° voorverpakt product : verkoopseenheid die bestemd is om als zodanig aan de eindverbruiker en instellingen te worden aangeboden en die bestaat uit een product en het verpakkingsmateriaal waarin het product, voordat het te koop wordt aangeboden, is verpakt.Daarbij kan dat verpakkingsmateriaal het product geheel of ten dele bedekken, maar zodanig dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat het verpakkingsmateriaal wordt geopend of aangetast; 8° producent : marktdeelnemer die aan plantaardige of dierlijke productie doet;9° bereider : marktdeelnemer die aan bereiding doet.De marktactiviteit bereider wordt onderverdeeld in de categorieën : "verwerker, herverpakker en verdeler van producten onder eigen naam"; 10° verwerker : bereider die landbouwingrediënten aankoopt, verwerkt en als afgewerkt of half afgewerkt product op de markt brengt;11° herverpakker : bereider die producten aankoopt, de verpakking wijzigt en de herverpakte producten verkoopt;12° verdeler van producten onder eigen naam of onder een privaat label (heretiketteerder) : bereider die producten in gesloten verpakking aankoopt en diezelfde producten onder zijn eigen naam verkoopt, zonder het product of de verpakking te wijzigen;13° verdeler : marktdeelnemer die aan verdeling doet.De marktactiviteit verdeler wordt onderverdeeld in de categorieën : "verdeler van producten in bulk en verdeler van voorverpakte producten"; 14° verdeler van producten in bulk : verdeler die niet-voorverpakte producten aankoopt en diezelfde producten op de markt brengt zonder het product, de verpakking of de etikettering te wijzigen;15° verdeler van voorverpakte producten : verdeler die voorverpakte producten aankoopt en diezelfde producten op de markt brengt zonder het product, de verpakking of de etikettering te wijzigen;16° exporteur : marktdeelnemer die goederen uit het douanegebied van de Europese Gemeenschap uitvoert;17° loonwerker : marktdeelnemer die een bepaalde marktactiviteit uitvoert in opdracht van een derde.Een marktdeelnemer die producten tijdelijk opslaat of in bewaring heeft zonder dat hij die producten zelf aankoopt, wordt beschouwd als een loonwerker in de marktactiviteit verdeler; 18° verkoper : marktdeelnemer die producten als vermeld in artikel 2, op de markt brengt die direct bestemd zijn voor de eindconsument of eindgebruiker;19° omzet : jaarlijkse omzet van een activiteit in de biologische productiemethode;20° parallelle activiteit : om het even welke marktactiviteit van een marktdeelnemer waarbij in dezelfde bedrijfseenheid hetzelfde product zowel in biologische als niet-biologische kwaliteit het proces doorloopt of aanwezig is;21° gemengde activiteit : productie, bereiding, import, verdeling of verkoop van verschillende producten, van zowel gangbare als in omschakelings- of biologische kwaliteit, in dezelfde bedrijfseenheid;22° controle : het toetsen van de marktactiviteiten van een marktdeelnemer aan de normen, vastgesteld in Verordening 834/2007, dit besluit en hun uitvoeringsbepalingen.Het andermaal bezoeken of toetsen aan de normen van eenzelfde marktdeelnemer op eenzelfde dag wordt niet beschouwd als een nieuwe controle; 23° jaarlijkse controle (JC) : aangekondigde controle, waarbij het controleorgaan jaarlijks de marktdeelnemer ter plaatse controleert;24° aanvullende controle (AC) : controle die behoort tot de jaarlijkse controle die noodzakelijk is omdat alle normen niet op één dag gecontroleerd kunnen worden;25° steekproefcontrole (SC) : controle, al dan niet aangekondigd, waarbij een beperkt aantal normen ter plaatse gecontroleerd worden;26° verscherpte controle (VC) : onaangekondigde controle, al dan niet volledig, die uitgevoerd wordt naar aanleiding van een vastgestelde inbreuk;27° administratieve controle (BC) : controle, al dan niet volledig, waarbij de marktdeelnemer niet ter plaatse wordt gecontroleerd. TITEL II. - Toepassingsgebied

Art. 2.§ 1. Aanduidingen die verwijzen naar de biologische productiemethode in de etikettering van en de reclame voor producten, mogen alleen gebruikt worden als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in Verordening 834/2007, dit besluit en hun uitvoeringsbepalingen.

Dit besluit is van toepassing op de marktdeelnemers en de landbouwproducten, vermeld in artikel 1 van Verordening 834/2007. § 2. Onder de producten, vermeld in artikel 1 van Verordening 834/2007, wordt eveneens verstaan, voedingssupplementen die ingrediënten bevatten van agrarische oorsprong. § 3. Dit besluit is niet van toepassing op minerale voedingssupplementen en producten, afkomstig van grootkeukendiensten. § 4. De minister kan particuliere normen als vermeld in en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 42, tweede lid, van Verordening 834/2007, erkennen.

Art. 3.In de zin van artikel 23, 2, van Verordening 834/2007, wordt het gebruik van de termen, vermeld in artikel 23, 1, van dezelfde verordening, niet als misleidend beschouwd : 1° als ze voorkomen in een bedrijfsnaam of handelsnaam die werd geregistreerd in de Kruispuntenbank voor Ondernemingen of gedeponeerd als handelsmerk voor de dag van publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad en waarbij de etikettering, reclame of handelsdocumenten de zin "niet afkomstig van de biologische productiemethode" duidelijk leesbaar is opgenomen in relatie tot en in hetzelfde gezichtsveld van de productnaam;2° als ze voorkomen in een handelsnaam of bedrijfsnaam, die niet geregistreerd is in de Kruispuntenbank voor Ondernemingen, waarvan de eerste dag van gebruik, die kan aangetoond worden met behulp van een handelsdocument of een notariële akte, valt voor de dag van publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad en waarbij de etikettering, reclame of handelsdocumenten de zin "niet afkomstig van de biologische productiemethode" duidelijk leesbaar is opgenomen in relatie tot en in hetzelfde gezichtsveld als de productnaam. Voor de handelsnamen of bedrijfsnamen, vermeld in het eerste lid, 2°, moet de ondernemer het consistente gebruik van de handelsnaam of de bedrijfsnaam kunnen aantonen.

TITEL III. - Controle op de biologische productie HOOFDSTUK I. - Controlesysteem

Art. 4.Het departement wordt, met toepassing van artikel 27 van Verordening 834/2007, aangewezen als de bevoegde autoriteit.

Art. 5.Met toepassing van artikel 27, 4, b), van Verordening 834/2007 draagt de bevoegde autoriteit controletaken over aan een of meer controleorganen.

De minister is bevoegd voor de erkenning van het controleorgaan, vermeld in het eerste lid, en voor de opheffing ervan.

Art. 6.Elke marktdeelnemer, vermeld in artikel 2, § 1, moet zich onderwerpen aan het controlesysteem, vermeld in artikel 27 van Verordening 834/2007 en dit besluit, en moet, met toepassing van artikel 28, 3, van Verordening 834/2007, zijn kennisgeving indienen bij een door de minister erkend controleorgaan.

Art. 7.§ 1. In afwijking van artikel 6 wordt een verkoper die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 28, 2, van Verordening 834/2007, vrijgesteld van deelname aan het controlesysteem, vermeld in artikel 28 van Verordening 834/2007. § 2. Voor een verkoper die niet-voorverpakte producten direct aan de eindconsument of eindgebruiker verkoopt, geldt die vrijstelling, vermeld in § 1, alleen als de totale aankoopwaarde (exclusief btw) van de niet-voorverpakte producten tijdens het vorige kalenderjaar minder dan 5.000 euro bedraagt. § 3. De verkoper die in aanmerking komt voor de vrijstelling, vermeld in § 1, moet zijn aanvraag indienen bij de afdeling DLO. De minister bepaalt de gegevens die de aanvraag moet bevatten.

De aanvraag gebeurt elektronisch via de website van het beleidsdomein Landbouw en Visserij, of schriftelijk.

De afdeling neemt de beslissing inzake de vrijstelling, vermeld in § 1, en deelt de beslissing schriftelijk mee aan de verkoper in kwestie.

Art. 8.Een marktdeelnemer kan alleen door een controleorgaan gecontroleerd worden.

Als een marktdeelnemer van controleorgaan verandert, bezorgt het eerste controleorgaan binnen 14 dagen na het schriftelijke verzoek van het controleorgaan waarbij de marktdeelnemer aansluit, alle nodige gegevens over die marktdeelnemer aan het volgende controleorgaan.

Art. 9.§ 1. De controleorganen moeten marktdeelnemers die een activiteit als vermeld in artikel 1, 3, van Verordening 834/2007 uitvoeren, die de bepalingen van Verordening 834/2007, dit besluit, en hun uitvoeringsbepalingen naleven en die hun bijdrage in de controlekosten willen betalen, toegang verlenen tot het controlesysteem. § 2. Op voorstel van de erkende controleorganisatie stelt de minister de vergoedingen vast na het inwinnen van een advies bij de door hem vastgestelde beroepsorganisaties van de biologische sector in Vlaanderen. De minister stelt de criteria vast op basis waarvan deze beslissing wordt genomen met het oog op het garanderen van de kwaliteit van de controles.

Het controleorgaan stelt de vergoedingen voor op basis van de omvang en de complexiteit van de controles.

Het controleorgaan mag aan een producent die ook een bereidingsactiviteit uitvoert geen vergoeding aanrekenen voor de controle op de bereidingsactiviteit van een product, als aan alle van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° Het product wordt bereid op het eigen bedrijf;2° Het product is direct bestemd voor de eindconsument;3° Voor de bereiding van het product worden alleen ingrediënten aangekocht die niet op het eigen bedrijf worden geproduceerd;4° Maximaal 50 gewichtsprocent van de ingrediënten in het product worden aangekocht. § 3. Het controleorgaan moet elk voorstel van wijziging aan de vergoedingen, vermeld in § 2, vooraf aan de minister voorleggen.

Art. 10.§ 1. De minister kan uitzonderingen op de productievoorschriften, vermeld in artikel 22 van Verordening 834/2007, op algemene basis verlenen. § 2. De afdeling DLO kan uitzonderingen op de productievoorschriften, vermeld in artikel 22 van Verordening 834/2007, op individuele basis verlenen. § 3. De erkende controleorganen kunnen : 1° uitzonderingen op de productievoorschriften op individuele basis verlenen voor het gebruik van zaaizaad en pootgoed dat niet afkomstig is van de biologische productiemethode;2° goedkeuringen van productievoorschriften op individuele basis verlenen voor de plannen van het uitspreiden van mest en voor het verplaatsen van bijenstallen. § 4. De erkende controleorganen moeten de uitzonderingen en de goedkeuringen op de productievoorschriften, vermeld in § 3, en de meldingen, vermeld in Verordening 834/2007, in dit besluit en in hun uitvoeringsbepalingen, bijhouden in een databank, en bezorgen er jaarlijks voor 31 januari een statistisch overzicht van aan de afdeling DLO. § 5. Voor de uitzonderingen op de productievoorschriften, de goedkeuringen van de productievoorschriften en de meldingen, vermeld in § 2, § 3 en § 4, kan de minister nadere regels en de procedure vastleggen. § 6. De minister kan specifieke productievoorschriften, vermeld in Verordening 834/2007 en haar uitvoeringsbepalingen, op algemene basis vastleggen. § 7. De afdeling DLO kan specifieke productievoorschriften, vermeld in Verordening 834/2007 en haar uitvoeringsbepalingen, op individuele basis vastleggen. De minister kan hiervoor de procedure vastleggen.

Art. 11.§ 1. Naast de melding, vermeld in artikel 84 van Verordening 889/2008, moet een importeur die activiteiten als vermeld in artikel 1, 3, van Verordening 834/2007, uitvoert, uiterlijk op het moment dat hij de toelating tot het vrije verkeer in de Europese Gemeenschap aanvraagt, de invoer van producten melden aan de afdeling DLO. Als de importeur niet kan aantonen dat de invoer van zijn producten werd gemeld, moeten de vermeldingen, vermeld in artikel 23, 1, van Verordening 834/2007, van de producten verwijderd worden. § 2. De melding gebeurt schriftelijk of elektronisch via de website van het beleidsdomein Landbouw en Visserij. § 3. De minister legt de gegevens vast die de melding moet bevatten. HOOFDSTUK II. - Erkenning van controleorganen Afdeling I. - Voorwaarden voor het verkrijgen en behouden van de

erkenning

Art. 12.Voor het verkrijgen van een erkenning om controle uit te voeren en te certificeren op de biologische productie moet een organisatie aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de taalwetgeving naleven ten aanzien van de door haar gecontroleerde marktdeelnemers en de afdeling DLO;2° bewijzen dat ze de nodige stappen onderneemt om een accreditatiecertificaat te behalen voor de normen NBN EN ISO 17020 en EN 45011 of ISO 65.Die accreditatie wordt afgeleverd door het Belgisch Accreditatiesysteem conform de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen alsmede van beproevingslaboratoria of door een gelijkwaardige accreditatie-instelling, opgericht binnen de Europese Gemeenschap; 3° bewijzen dat ze voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 27, 5, b), en 6, van Verordening 834/2007;4° voldoen aan de bepaling, vermeld in artikel 27, 12, van Verordening 834/2007;5° op een permanente en voor iedereen toegankelijke wijze op haar website meedelen dat ze controles zal uitvoeren in alle stadia van de productie, bereiding en distributie in de biologische productie;6° de volgende gegevens aan de afdeling DLO voorleggen : a) haar juridische en organisatorische structuur;b) de vergoedingen, die ze aan haar marktdeelnemers wil aanrekenen;7° ten minste één inspecteur, technisch verantwoordelijke voor de controleactiviteiten in dienst hebben, die een diploma bezit van hogere studies in de landbouw, of tuinbouw, of scheikunde of voedingsindustrieën.Die persoon moet een grondige en praktische kennis hebben van de biologische productietechnieken, alsook van Verordening 834/2007, dit besluit en hun uitvoeringsbepalingen.

De minister kan de erkenning van een controleorgaan niet verlenen als de vergoeding die het controleorgaan voor de controle op en de certificatie van een activiteit van zijn marktdeelnemers zal aanrekenen, niet redelijk is of als niet voldaan is aan de bepalingen, vermeld in artikel 9.

Art. 13.Om zijn erkenning te behouden moet een controleorgaan aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° vanaf 18 maanden na het verkrijgen van de erkenning zijn accreditatiecertificaat voor de normen NBN EN ISO 17020 en EN 45011 of ISO 65 voorleggen aan de afdeling DLO.Die accreditatiecertificaten moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : a) de toepassingsgebieden van de accreditatiecertificaten moeten aangepast zijn aan de types marktactiviteiten die in het voorbije kalenderjaar onder zijn controle stonden;b) elke marktactiviteit die het controleorgaan controleert, moet gedekt zijn of gedekt worden door het toepassingsgebied van een accreditatiecertificaat;c) vanaf het ogenblik dat een controleorgaan start met de controle van een nieuwe norm of marktactiviteit, moet het een aanvraag tot uitbreiding van het toepassingsgebied van een accreditatiecertificaat bij de accreditatie-instelling indienen;2° blijven voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, 1°, 4°, 5° en 7°;3° de wijzigingen aan de gegevens, vermeld in artikel 12, 6°, voorleggen.Als die niet zijn gewijzigd, deelt het dat mee aan de afdeling DLO; 4° de vergoedingen die het aan de marktdeelnemers zal aanrekenen, op een permanente en voor iedereen toegankelijke wijze kenbaar maken op zijn website;5° voldoen aan de andere bepalingen in dit besluit dan die, vermeld in punt 2° en 3°, die op het controleorgaan van toepassing zijn;6° het geactualiseerde kwaliteitshandboek in digitale vorm aan de afdeling DLO bezorgen, dat minimaal de volgende gegevens bevat : a) een organigram of lijst met de namen en de functie van het personeel dat verantwoordelijk is voor de ondersteuning en uitvoering van de controle en certificering op de biologische productiemethode;b) de procedures met betrekking tot controle en certificering;7° de door de minister goedgekeurde vergoedingen toepassen. Het controleorgaan moet de gegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, 3° en 6°, jaarlijks voor 31 januari bezorgen aan de afdeling DLO. Afdeling II. - Erkenningsprocedure

Art. 14.De organisatie bezorgt haar aanvraag tot erkenning aan de afdeling DLO. Bij die aanvraag zijn de stukken, vermeld in artikel 12, gevoegd. De afdeling DLO bevestigt binnen een maand de ontvangst van het dossier, met eventueel de vermelding van de ontbrekende stukken.

De afdeling DLO legt haar advies over het aanvraagdossier voor aan de minister binnen een termijn van maximaal 61 dagen.

De termijn, vermeld in het tweede lid, start op het ogenblik dat de afdeling DLO aan de aanvrager met een aangetekende brief bevestigt dat zijn dossier volledig is. In die brief worden de termijn, vermeld in het tweede lid, en de beschikbare rechtsmiddelen vermeld.

Met toepassing van artikel 27, 10, van Verordening 834/2007 kent de minister aan een nieuw erkend controleorgaan een codenummer toe.

De erkenning wordt schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De weigering tot het verlenen van een erkenning wordt schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager, met vermelding van de redenen. Afdeling III. - Opheffing van de erkenning

Art. 15.§ 1. Met toepassing van artikel 27, 4, b), van Verordening 834/2007 is de afdeling DLO bevoegd voor het toezicht op de controleorganen.

Het erkende controleorgaan moet alle documenten die de afdeling opvraagt in het kader van zijn toezicht, aanleveren op een door de afdeling gekozen locatie. § 2. Als de uitkomst van dat toezicht inhoudt dat het controleorgaan geen doeltreffende controles uitvoert of niet voldoet aan de voorwaarden om zijn erkenning te behouden, brengt de afdeling DLO het controleorgaan daarvan met een aangetekende brief op de hoogte, samen met het verslag van zijn controleactiviteiten, met inbegrip van de vastgestelde tekortkomingen. § 3. Het controleorgaan stelt binnen twee maanden na de ontvangst van het verslag, vermeld in § 2, correctieve acties voor en de termijn waarbinnen deze zullen uitgevoerd worden.

Op basis van het voorstel, vermeld in het eerste lid, neemt de afdeling een beslissing over de correctieve acties en de termijn waarbinnen die uitgevoerd moeten zijn. § 4. Als het controleorgaan de correctieve acties, vermeld in § 3, tweede lid, niet of niet binnen de opgelegde termijn uitvoert, kan het met een aangetekende brief opgeroepen worden zich te verantwoorden voor de afdeling DLO. Als resultaat van die oproeping kan aan het controleorgaan een laatste termijn voor uitvoering van correctieve acties worden opgelegd. § 5. Als het controleorgaan de correctieve acties, vermeld in § 3 of § 4, niet of niet binnen de opgelegde termijn uitvoert, stelt de afdeling DLO de minister voor om de erkenning op te heffen. De afdeling DLO brengt het controleorgaan van dat voorstel op de hoogte. § 6. De minister beslist of de erkenning al dan niet wordt opgeheven.

De opheffing van de erkenning wordt met een aangetekende brief meegedeeld aan het controleorgaan in kwestie, met vermelding van de beschikbare rechtsmiddelen. De opheffing wordt eveneens gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. § 7. In geval van opheffing van de erkenning moet het controleorgaan in kwestie op eigen kosten zonder uitstel al zijn marktdeelnemers individueel en via zijn website van de officiële beslissing op de hoogte brengen en hun aandacht vestigen op de dringende noodzaak zich onder controle te stellen van een ander erkend controleorgaan. HOOFDSTUK III. - Controles Afdeling I. - Soorten

Art. 16.Het controleorgaan moet de volgende controles uitvoeren : 1° de jaarlijkse controle;2° de aanvullende controle;3° de steekproefcontrole;4° de verscherpte controle;5° de administratieve controle. Afdeling II. - Aantal en planning

Art. 17.Het controleorgaan moet jaarlijks de volgende aantallen steekproefcontroles uitvoeren : 1° bij producenten ten minste 50 % van het aantal producenten dat op 31 december van het voorgaande jaar aan de controle onderworpen was;2° bij bereiders ten minste 60 % van het aantal bereiders dat op 31 december van het voorgaande jaar aan de controle onderworpen was;3° bij importeurs ten minste 75 % van het aantal importeurs dat op 31 december van het voorgaande jaar aan de controle onderworpen was;4° bij verdelers van producten in bulk ten minste 75 % van het aantal verdelers van producten in bulk dat op 31 december van het voorgaande jaar aan de controle onderworpen was. Het controleorgaan heeft de verplichting om bij iedere marktdeelnemer : 1° op zijn minst één steekproefcontrole uit te voeren tijdens het jaar dat volgt op de kennisgeving van de marktdeelnemer;2° om de 48 maanden minstens één steekproefcontrole uit te voeren.

Art. 18.Als het controleorgaan de kennisgeving van een marktdeelnemer ontvangt, alsmede zijn verbintenis om zijn bedrijf aan het controlesysteem te onderwerpen, voert het de eerste controle die door Verordening 889/2008 verplicht is, binnen maximaal 60 dagen uit.

Art. 19.De vaststelling van de jaarplanning van de steekproefcontroles en de keuze van de marktdeelnemers die de controles moeten ondergaan, is gebaseerd op een risicoanalyse als vermeld in artikel 27, 3, van verordening 834/2007. Die risicoanalyse steunt op alle beschikbare elementen en is bedoeld om prioriteit te verlenen aan controles bij marktdeelnemers met een hoog risico op onregelmatigheden en inbreuken wat betreft de naleving van de bepalingen van Verordening 834/2007, dit besluit en hun uitvoeringsbepalingen. Het controleorgaan legt jaarlijks de geactualiseerde versie van de risicoanalyse en de selectieprocedure van marktdeelnemers tegen uiterlijk 31 januari voor aan de afdeling DLO.

Art. 20.Als het controleorgaan een onregelmatigheid die aanleiding kan geven tot een sanctie als vermeld in artikel 34, 5° tot en met 9°, vermoedt, moet het zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vijf werkdagen een controle uitvoeren bij de marktdeelnemer in kwestie.

Art. 21.Bij bereiders en verdelers die aan parallelle of gemengde activiteit doen, neemt het controleorgaan de nodige maatregelen om voor een controle over een planning voor de biologische productie te beschikken. HOOFDSTUK IV. - Staalnamen en analyses Afdeling I. - Aantal en planning van de staalnamen

Art. 22.Van elke marktdeelnemer die kennis geeft van zijn omschakeling naar de biologische productiemethode, neemt het controleorgaan een staal van de bodem, van een plantaardig product of van een dierlijk product.

Art. 23.§ 1. Het controleorgaan neemt jaarlijks het volgende aantal stalen bij de andere marktdeelnemers dan die, vermeld in artikel 22 : 1° bij producenten 40 % van het aantal producenten dat op 31 december van het voorgaande jaar aan de controle onderworpen was;2° bij bereiders 40 % van het aantal bereiders dat op 31 december van het voorgaande jaar aan de controle onderworpen was;3° bij importeurs 100 % van het aantal importeurs dat op 31 december van het voorgaande jaar aan de controle onderworpen was;4° bij verdelers van producten in bulk ten minste 40 % van het aantal verdelers van producten in bulk dat op 31 december van het voorgaande jaar aan de controle onderworpen was. Het controleorgaan kan meer stalen nemen dan het aantal, vermeld in het eerste lid. § 2. De vaststelling van de jaarplanning van de staalnamen, de keuze van de marktdeelnemers en de producten die men wil bemonsteren, alsook de aard van de producten waarnaar gezocht wordt, is gebaseerd op een risicoanalyse. Die risicoanalyse steunt op alle beschikbare elementen en is bedoeld om prioriteit te verlenen aan staalnamen bij marktdeelnemers met een hoog risico op onregelmatigheden en inbreuken wat betreft de naleving van de bepalingen van Verordening 834/2007, dit besluit en hun uitvoeringsbepalingen. Het controleorgaan legt jaarlijks de geactualiseerde versie van de risicoanalyse en de selectieprocedure van marktdeelnemers tegen uiterlijk 31 januari voor aan de afdeling DLO.

Art. 24.Als het controleorgaan vermoedt dat een marktdeelnemer verboden producten gebruikt, neemt het binnen vijf werkdagen een staal om de mogelijke residuen ervan op te sporen.

Art. 25.Het controleorgaan moet, bij iedere marktdeelnemer die aan zijn controle onderworpen is, om de 48 maanden minstens een staal nemen. Afdeling II. - Aard van de analyses

Art. 26.Het controleorgaan moet op elk staal, genomen met toepassing van artikel 22, 23, § 1, eerste lid, artikel 24 en 25, ten minste een analyse laten uitvoeren.

Art. 27.De analyses, uitgevoerd op plantaardige en dierlijke producten, zijn gericht op het gebruik van verboden producten.

Art. 28.De analyse van plantenstalen die bij de producenten worden genomen, heeft hoofdzakelijk betrekking op herbiciden, fungiciden, insecticiden, acariciden, slakkendodende middelen, bactericiden, rodenticiden, afweermiddelen, kiemremmende stoffen, groeiregelaars, rijpingsvertragers en -versnellers.

Art. 29.Naast producten als vermeld in artikel 28 heeft de analyse van de plantenstalen, genomen bij bereiders, verwerkers en importeurs, ook betrekking op de voedingsadditieven, kleurstoffen, aroma's, smaakverbeteraars, bewaarstoffen, dragers, solventen en andere technologische hulpstoffen.

Art. 30.De analyses, verricht op dierlijke producten, hebben hoofdzakelijk betrekking op de chemisch gesynthetiseerde allopatische diergeneeskundige middelen, antibiotica, pijnstillers, coccidiostatica, groei- of productiebevorderende stoffen, additieven, bewaarmiddelen en andere technologische hulpstoffen zoals nitraten en sorbaten in melk, nitrieten, nitraten, sulfieten, fosfaten en glutamaten in vlees en vleesproducten. Afdeling III. - Interpretatie van de analyseresultaten

Art. 31.§ 1. Alleen de bestrijdingsmiddelen, vermeld in bijlage II van Verordening 889/2008, mogen worden gebruikt. § 2. Voor de bepaling van residuen van verboden bestrijdingsmiddelen die aanwezig zijn op een product, is het koninklijk besluit van 13 maart 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/03/2000 pub. 10/05/2000 numac 2000016091 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegelaten in en op voedingsmiddelen sluiten tot vaststelling van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegelaten in en op voedingsmiddelen vermelde bepaalbaarheidsgrenzen, van toepassing. § 3. Als het resultaat van een analyse op een product een gehalte aangeeft van een verboden bestrijdingsmiddel dat hoger is dan anderhalf maal de bepaalbaarheidsgrens, legt het controleorgaan aan de verantwoordelijke marktdeelnemer een toepasselijke sanctie als vermeld in hoofdstuk V van titel III op.

Om te bepalen of het gehalte van een verboden product boven de drempelwaarden ligt, wordt alleen rekening gehouden met de effectief gemeten waarde, vermeld op het analyseverslag van het labo. § 4. Als de marktdeelnemer, vermeld in § 3, aan het controleorgaan niet kan aantonen dat, ondanks genomen maatregelen, de gevonden residuen het resultaat zijn van aantasting die te wijten is aan een externe factor waaraan hij geen schuld treft, legt het controleorgaan aan de verantwoordelijke marktdeelnemer een aanvullende sanctie als vermeld in hoofdstuk V van titel III, op.

Art. 32.Als het resultaat van een analyse op een product een verhouding aan GGO's aangeeft dat hoger is dan of gelijk aan de drempelwaarden, vastgesteld overeenkomstig artikel 12 of 24 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, legt het controleorgaan aan de verantwoordelijke marktdeelnemer een toepasselijke sanctie als vermeld in hoofdstuk V van titel III op.

Om te bepalen of een verhouding aan GGO's boven de drempelwaarden ligt, wordt alleen rekening gehouden met de effectief gemeten waarde, vermeld op het analyseverslag van het labo.

Als de marktdeelnemer, vermeld in het eerste lid, aan het controleorgaan niet kan aantonen dat, ondanks genomen maatregelen, de gevonden GGO's het resultaat zijn van aantasting die te wijten is aan een externe factor waaraan hij geen schuld treft, legt het controleorgaan aan de verantwoordelijke marktdeelnemer een aanvullende sanctie als vermeld in hoofdstuk V van titel III op.

Art. 33.§ 1. Voor de bepaling of residuen van verboden producten, waarvoor een bodemsaneringsnorm vastgesteld werd, aanwezig zijn in de bodem, zijn de bepalingen van het decreet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/2006 pub. 19/12/2006 numac 2006204028 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de beroepsprocedure in het onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en haar uitvoeringsbesluiten van toepassing. Daarbij worden voor de toepassing hiervan de biologische gronden ingedeeld in bestemmingstype II : agrarisch gebied. § 2. Als het resultaat van een analyse op een product een gehalte aangeeft van een verboden product dat hoger is dan de bodemsaneringsnorm, legt het controleorgaan aan de verantwoordelijke marktdeelnemer een toepasselijke sanctie als vermeld in hoofdstuk V van titel III op.

Om te bepalen of het gehalte van een verboden product boven de drempelwaarden ligt, wordt alleen rekening gehouden met de effectief gemeten waarde, vermeld op het analyseverslag van het labo. § 3. Als de marktdeelnemer, vermeld in § 2, aan het controleorgaan niet kan aantonen dat, ondanks genomen maatregelen, de gevonden residuen het resultaat zijn van aantasting die te wijten is aan een externe factor waaraan hij geen schuld treft, legt het controleorgaan aan de verantwoordelijke marktdeelnemer een bijkomende sanctie als vermeld in hoofdstuk V van titel III op. HOOFDSTUK V. - Sanctionering Afdeling I. - Sancties

Art. 34.Met behoud van de toepassing van de bepalingen, vermeld in artikel 30, 1, van Verordening 834/2007, past het controleorgaan een of meer van de volgende sancties toe als ze een inbreuk constateert : 1° gewone opmerking (GO) : de gewone opmerking wordt gebruikt voor kleine onregelmatigheden of voor duidelijk onvrijwillige gebreken;2° vraag om verbetering (Vv) : bij de vraag om verbetering wordt aangegeven welke onregelmatigheid werd geconstateerd, welke verbetering er wordt verwacht en binnen welke termijn.Op een vraag om verbetering die niet binnen de gestelde termijn in acht wordt genomen, volgt altijd een waarschuwing; 3° waarschuwing (W) : de waarschuwing gaat vergezeld van de vermelding welke sanctie er zal worden toegepast als de marktdeelnemer er geen rekening mee houdt;4° verscherpte controle (VC) : er wordt systematisch tot verscherpte controle besloten als een waarschuwing is gegeven.De kosten van de verscherpte controle moeten door de marktdeelnemer gedragen worden; 5° declassering perceel (DP) : het declasseren of het niet certificeren van een bepaald perceel voor een bepaalde duur;6° declassering lot (DL) : het declasseren of het niet certificeren van een bepaald deel van de productie;7° schorsing product (SP) : verbod opgelegd aan de marktdeelnemer voor een vastgelegde duur om bepaalde soorten producten onder verwijzing naar de biologische productiemethode op de markt te brengen of niet certificering van het product in kwestie;8° schorsing bedrijf (SB) : verbod opgelegd aan de marktdeelnemer voor een bepaalde duur om alle producten onder verwijzing naar de biologische productiemethode op de markt te brengen, of niet certificering van de marktactiviteit van de marktdeelnemer;9° verlenging omschakeling (VO) : heropstart of verlenging van de omschakelingsperiode.

Art. 35.Het controleorgaan is verplicht om bij elke vastgestelde inbreuk de sanctie, vermeld in de sanctietabel die als bijlage I bij dit besluit is gevoegd, uit te spreken.

Iedere vaststelling leidt tot de overeenstemmende sanctie, afhankelijk van de antecedenten van de marktdeelnemer.

Bij een eerste inbreuk wordt de sanctie die links bovenaan vermeld staat toegepast.

Als het controleorgaan andermaal eenzelfde inbreuk bij een marktdeelnemer vaststelt binnen een termijn van 24 maanden, spreekt het de volgende sanctie in de rij in de sanctietabel uit.

Rechts naast de sanctie wordt tussen haakjes de duur van de sanctie weergegeven in maanden. Als er geen duur wordt weergegeven, kan het controleorgaan die bepalen.

Art. 36.Als de marktdeelnemer na een sanctie de noodzakelijke verbeteringen aanbrengt binnen de door het controleorgaan opgelegde termijnen, wordt die sanctie niet meer in aanmerking genomen in de gradatie van de sancties, op voorwaarde dat een soortgelijke inbreuk niet opnieuw wordt vastgesteld binnen een termijn van 24 maanden.

Art. 37.In afwijking van artikel 35 blijft het controleorgaan vrij om, indien nodig : 1° een zwaardere sanctie uit te spreken dan de sanctie die is vastgesteld, als het van oordeel is dat de inbreuk of een opeenstapeling van inbreuken dat rechtvaardigen;2° een mildere sanctie uit te spreken dan de sanctie die is vastgesteld, als het van oordeel is dat verzachtende omstandigheden dat rechtvaardigen. Het controleorgaan moet de motivatie van zijn oordeel aan de afdeling DLO meedelen als de afdeling DLO daarom verzoekt.

Art. 38.In de gevallen die niet beschreven zijn in de sanctietabel, moet het controleorgaan een aangepaste sanctie uitspreken die de geest van de sanctietabel respecteert.

Art. 39.Als het controleorgaan bij een marktdeelnemer een inbreuk vaststelt die leidt tot een sanctie, en het controleorgaan heeft beslist een sanctie als vermeld in artikel 34, 1° tot en met 4°, toe te kennen, brengt het de marktdeelnemer, daarvan binnen een periode van 14 dagen met een brief op de hoogte.

Als het controleorgaan bij een marktdeelnemer een inbreuk vaststelt die leidt tot een sanctie, en het controleorgaan heeft beslist een sanctie als vermeld in artikel 34, 5° tot en met 9°, toe te kennen, brengt het de marktdeelnemer daarvan binnen een periode van 7 dagen met een aangetekende brief op de hoogte.

Art. 40.Om te voldoen aan de bepaling van artikel 30, 1 en 2, van Verordening 834/2007 ingeval een marktdeelnemer van controleorgaan verandert, houdt het nieuwe controleorgaan rekening met de sancties die het vroegere controleorgaan heeft toegekend op basis van de gegevens, uitgewisseld met toepassing van artikel 8 van dit besluit. Afdeling II. - Beroepsprocedure

Art. 41.De marktdeelnemer kan na het ontvangen van de sanctiebrief, vermeld in artikel 39, eerste en tweede lid, binnen 14 dagen na de postdatum tegen de sanctie beroep instellen bij het controleorgaan.

Art. 42.Nadat het controleorgaan de verweermiddelen van de marktdeelnemer heeft onderzocht en de marktdeelnemer op diens verzoek heeft ontvangen en gehoord, beslist het controleorgaan of het de gegeven sanctie intrekt, wijzigt of bevestigt.

Het controleorgaan deelt zijn beslissing in een brief mee aan de marktdeelnemer binnen een periode van 7 dagen. Voor sancties als vermeld in artikel 34, 3° tot en met 9°, gebeurt die mededeling met een aangetekende brief, met vermelding van de procedure, vermeld in artikel 43, en de contactgegevens van de afdeling DLO,

Art. 43.§ 1. Als na de beroepsprocedure, vermeld in artikel 42, het controleorgaan een sanctie als vermeld in artikel 34, 3° tot en met 9°, heeft toegekend of bevestigd, kan de marktdeelnemer in beroep gaan bij de afdeling DLO. § 2. De marktdeelnemer bezorgt daarvoor zijn verweermiddelen met een aangetekende brief aan de afdeling DLO binnen een termijn van dertig dagen na de verzending van de aangetekende brief, vermeld in artikel 42, tweede lid. § 3. De afdeling DLO kan de marktdeelnemer en het controleorgaan oproepen om aanvullende inlichtingen of bewijsmateriaal bij de verweermiddelen, vermeld in § 2, te verstrekken.

Het controleorgaan of de marktdeelnemer moeten op hun eigen verzoek gehoord worden door de afdeling.

In beide gevallen wordt zo snel als mogelijk en uiterlijk binnen een periode van zeven dagen, een verslag van het onderhoud opgemaakt, dat door alle aanwezige partijen wordt ondertekend. § 4. Na onderzoek van de verweermiddelen en in voorkomend geval na de marktdeelnemer of zijn vertegenwoordiger in kwestie te hebben gehoord, neemt het afdelingshoofd van de afdeling DLO een beslissing. De afdeling DLO deelt haar beslissing binnen 7 dagen met een aangetekende brief mee aan de marktdeelnemer en het controleorgaan in kwestie.

TITEL IV. - Rapportering HOOFDSTUK I. - Onmiddellijk te verstrekken gegevens

Art. 44.Als het controleorgaan een inbreuk constateert bij een aan zijn controle onderworpen marktdeelnemer en ziet dat die inbreuk gevolgen kan hebben voor marktdeelnemers die aan de controle van een ander controleorgaan onderworpen zijn, dan brengt het de afdeling DLO daarvan binnen drie werkdagen op de hoogte.

Art. 45.Met toepassing van artikel 27, 5, d), van Verordening 834/2007 brengt het controleorgaan de afdeling DLO uiterlijk binnen drie werkdagen op de hoogte van een sanctie als vermeld in artikel 34, 5° tot en met 9°, die het aan een marktdeelnemer oplegt. HOOFDSTUK II. - Aan te leveren cijfergegevens

Art. 46.Ten einde regelmatig te kunnen beschikken over informatie in verband met de veebeslagen en de daar gehouden dieren, moet het controleorgaan toelating bekomen van het FAVV om de gegevens van de centrale databank voor identificatie en registratie te gebruiken en een overeenkomst sluiten met de organisatie die instaat voor het realiseren en onderhouden van de toegang tot deze gegevens..

Ten einde jaarlijks te kunnen beschikken over de perceelsplannen van de producenten sluit het controleorgaan een overeenkomst met de afdeling MIB.

Art. 47.Met toepassing van artikel 27, 14, van Verordening 834/2007 bezorgt het controleorgaan aan de afdeling DLO de volgende tabellen in elektronische vorm : 1° identificatie marktdeelnemers;2° marktactiviteiten;3° omzetgegevens;4° dierlijke productie;5° plantaardige productie;6° bedrijfsactiviteiten;7° identificatie en aard controles;8° identificatie en aard sancties;9° staalnamen;10° afwijkingen;11° afwijkingen (specifiek zaaizaad). De marktdeelnemer is verplicht om aan zijn controleorgaan minimaal die gegevens aan te leveren die het aan de afdeling DLO moet rapporteren.

Art. 48.De minister bepaalt de vorm en inhoud van de tabellen, vermeld in artikel 47, en de manier en het tijdstip waarop die aan de afdeling DLO moeten worden aangeleverd.

TITEL V. - Subsidies

Art. 49.Om de kosten voor de marktdeelnemers niet te laten toenemen bij het opleggen van aanvullende voorschriften, boven op de door Verordening 834/2007 vereiste controle- en voorzorgsmaatregelen, kan de minister, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, een jaarlijkse toelage aan de erkende controleorganen toekennen.

TITEL VI. - Toezicht

Art. 50.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw en zeevisserijprodukten.

De bepalingen in het koninklijk besluit van 15 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/05/2001 pub. 26/07/2001 numac 2001016193 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de administratieve geldboeten, bedoeld bij artikel 8 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten sluiten betreffende de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 8 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten, zijn van toepassing op dit besluit.

De secretaris-generaal van het departement wordt aangewezen als ambtenaar, bevoegd voor het verrichten van de handelingen en het nemen van de beslissingen met betrekking tot de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 8 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten.

TITEL VII. - Slotbepalingen

Art. 51.De volgende regelingen worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1998 en 3 september 2000 en bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 april 2006 en 7 september 2007;2° het ministerieel besluit van 7 augustus 1997Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 07/08/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997016215 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van aanvullende voorwaarden tot erkenning van organismen belast met de controle op de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen sluiten tot vaststelling van aanvullende voorwaarden tot erkenning van organismen belast met de controle op de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 26 januari 2001 en 19 mei 2006;3° het ministerieel besluit van 30 oktober 1998Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 30/10/1998 pub. 01/12/1998 numac 1998016309 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorschriften betreffende de biologische productie in de dierlijke sector sluiten tot vaststelling van de voorschriften betreffende de biologische productie in de dierlijke sector, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 augustus 2000, 30 november 2005 en 19 mei 2006;4° omzendbrief ABKL/NCDP/BIO 3 van 18 mei 2006 tot vaststelling van richtlijnen betreffende de sancties die van toepassing zijn op de marktdeelnemers in de biologische productiemethode;5° omzendbrief DLO/BIO/4 van 18 december 2006 betreffende de procedure voor het verlenen van vergunningen om zaaizaad en pootaardappelen te gebruiken die niet volgens de biologische productiemethode verkregen zijn;6° richtlijnen van 28 februari 2002 betreffende de interpretatie van analyseresultaten in de biologische productiemethode;7° richtlijnen van 11 juli 2002 betreffende de harmonisering van de uitvoeringsbepalingen van de wetgeving in de biologische productiemethode. De volgende regelingen blijven van toepassing totdat ze uitdrukkelijk door de minister worden opgeheven : 1° het ministerieel besluit van 16 september 2005Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 16/09/2005 pub. 25/10/2005 numac 2005036268 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode sluiten tot vaststelling van de voorschriften vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 7 februari 2006, 19 mei 2006 en 28 november 2006;2° omzendbrief DLV/DLO/BIO-3 van 31 mei 2006 betreffende het gebruik bij de biologische productiemethode van de synthetische vitaminen A, D en E die identiek zijn aan de natuurlijke vitaminen, voor herkauwers;3° omzendbrief/DLO/BIO/5 van 14 december 2006 tot vaststelling van richtlijnen voor het aanleveren van gegevens betreffende de biologische productiemethode.

Art. 52.De controleorganen die reeds erkend zijn voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijven erkend na de datum van inwerkingtreding van dit besluit. De minister kan deze controleorganen een nieuw codenummer toekennen met toepassing van artikel 27, 10, van Verordening 834/2007. Om hun erkenning te behouden moeten ze blijvend voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 13.

Art. 53.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2009.

Art. 54.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 12 december 2008.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Bijlage I. De sanctietabel, vermeld in artikel 35

Code

Aard van de inbreuk

Sanctie

1.

Algemene inbreuken


1000

weigering van de controle

SB (12)

1010

weigering van de toegang tot de voorraadboekhouding

SB (12)

1020

weigering van de bemonstering met het oog op analyse

SB (6)

1025

boekhouding, voorraadboekhouding of andere elementen niet beschikbaar

GO, Vv, W, SB (1), SB (12)

1030

boekhouding, voorraadboekhouding of andere elementen niet controleerbaar :


1030a

bij een bereider of een importeur

W, SB (3), SB (12)

1030b

bij een producent

Vv, W, SB (1), SB (6)

1040

balans aankoop-verkoop niet realiseerbaar

Vv, W, SB (3), SB (12)

1050

onvoldoende scheiding tussen biologische en niet-biologische producten :


1050a

verzachtende omstandigheden

GO, Vv, W, SP (1), SB (6)

1050b

duidelijke fraude

W, SP (6), SB (12)

1060

gebruik van GGO of GGO-derivaten :


1060a

kleine inbreuk, minieme concentratie

W, SP (1), SB (3) (1), SB (6)

1060b

zware inbreuk, grote concentratie

W en DL, SP (3), SB (3), SB (12)

1060c

duidelijke fraude

SP (6), SB (12)

1070

geen attest vanwege de leverancier betreffende de GGO of de GGO-derivaten

GO, Vv, W, SP (1), SB (1), SB (6)

1080

niet-naleving van de concrete maatregelen die werden afgesproken met het controleorgaan ter garantie van het naleven van de wettelijke normen

GO, Vv, W, SP (3)

1085

geen klachtenregister aanwezig

GO, GO, Vv, W, SP (1)

1090

niet-naleving van de procedure voor ontvangst van de ingrediënten, producten of dieren :


1090a

waarvan a posteriori bewezen werd dat ze biologisch zijn :


1090a1

van verschillende leveranciers

GO, GO, Vv, W, SP (1)

1090a2

van dezelfde leverancier

GO, Vv, W, SP (1)

1090b

waarvan a posteriori niet bewezen werd dat ze biologisch zijn

Vv, W, SP (3)

1100

meer dan drie Vv tegelijkertijd voor eenzelfde marktdeelnemer

VC

1110

verschillende SP's voor het geheel van de producties

SB (3)

2.

Plantaardige productie


2000

productie in eenzelfde bedrijf van identieke variëteiten, in omschakelingsvorm of in biologische vorm, en in niet-biologische vorm :


2000a

met bewijs van scheiding der producten

W, SP (0,5)

2000b

zonder bewijs van scheiding der producten

W en DL, SP (1)

2010

geen of onvolledig veldboek (jaarlijks productieprogramma) aanwezig of geen vermelding van het inlassen van een nieuw perceel in het bedrijf

DP

2011

kennisgeving niet opgestuurd binnen de vastgestelde tijdstippen

Vv, W

2012

geen kennisgeving van een verandering van teelt op een perceel

GO, Vv, W

2020

teeltboek :


2020a

onbestaand

Vv, W, DP

2020b

onvolledig

GO, Vv, W, DP

2030

onvoldoende teeltafwisseling in open lucht

Vv, W, DP

2040

gebruik van niet-biologisch teeltmateriaal zonder vergunning terwijl :


2040a

er geen biologisch teeltmateriaal beschikbaar is

GO, Vv, W, DL

2040b

er wel biologische teeltmateriaal beschikbaar is

Vv, W, DL

2050

gebruik van behandeld teeltmateriaal :


2050a

zaaizaad en pootaardappelen

W, DL

2050b

ander teeltmateriaal, terwijl er onbehandeld teeltmateriaal beschikbaar is

Vv, W, DL

2050c

ander teeltmateriaal, terwijl er biologisch teeltmateriaal beschikbaar is

W, DL

2060

gebruik van een meststof/grondverbeteraar uit bijlage I van Verordening 889/2008. zonder voorafgaande melding aan het controleorgaan

GO, Vv, W, SP (1)

2070

gebruik van een meststof of grondverbeteraar die niet is toegestaan volgens bijlage I, van Verordening 889/2008 :


2070a

verzachtende omstandigheden

W, DP en VC, SB (3)

2070b

van organische aard, duidelijke fraude

DP en VC, SB (6)

2070c

van minerale aard, duidelijke fraude

DP en VC, SB (12)

2080

mestgebruik in het bedrijf dat meer dan 170 kg stikstof per ha per jaar bedraagt :


2080a

geringe overschrijding (minder dan 10 %)

Vv, W, SP (1)

2080b

zware overschrijding (meer dan 10 %)

W, SP (3)

2090

gebruik van bereidingen van micro-organismen ter verbetering van de algemene toestand van de bodem of de beschikbaarheid van voedingselementen zonder dat dit vooraf aan het controleorgaan werd gemeld

GO, Vv, W, SP (1)

2100

gebruik van een bestrijdingsmiddel uit bijlage II van Verordening 889/2008 :


2100a

zonder dat er bewijzen worden bijgehouden voor de noodzaak van het gebruik ervan

GO, Vv, W, SP (1)

2100b

zonder dat er onmiddellijk gevaar dreigt voor de teelt

GO, Vv, W, SP (1)

2100c

voor een ander doel gebruikt dan het specifieke doel, vermeld in bijlage (te bepalen) van Verordening 834/2007 :


2100c1

kleine inbreuk

GO, Vv, W, SP (1)

2100c2

zware inbreuk

Toepassing van de overeenstemmende sanctie vermeld in 2110

2100d

het niet naleven van de specifieke bepalingen in de wetgeving op bestrijdingsmiddelen die in Vlaanderen van toepassing is

Vv, W, SP (3)

2110

gebruik van een bestrijdingsmiddel dat niet is toegestaan volgens bijlage II van Verordening 889/2008 :


2110a

verzachtende omstandigheden

DL en VC, DP en SP (1) en VC, SB (6)

2110b

gebruik op kleine schaal :


2110b1

van een verboden natuurlijk bestrijdingsmiddel

DL, DP, SB (1)

2110b2

van een chemisch bestrijdingsmiddel onder verzachtende omstandigheden

DL en VC, DP en VC, SB (3)

2110b3

van een chemisch bestrijdingsmiddel

DP en VC, SB (6)

2110c

gebruik op grote schaal :


2110c1

van een verboden natuurlijk bestrijdingsmiddel

DL en VC, DP en VC, SB (3)

2110c2

van een chemisch bestrijdingsmiddel onder verzachtende omstandigheden

DP en VC, SB (6)

2110c3

van een chemisch bestrijdingsmiddel

SB (12)

2110d

beperkt gebruik op plaatsen binnen de productie-eenheid, maar niet betrokken bij het productieproces (paden, binnenkoeren ...)

Vv, W

2120

gebruik van verboden substraten voor de productie van champignons :


2120a

kleine inbreuk

W, DL

2120b

zware inbreuk

DL

2130

aanwezigheid van verboden producten in de productie-eenheid of afwezigheid van een registratie van dergelijke producten in de niet-biologische productie-eenheid, gesitueerd in dezelfde zone

Vv, W, SB (3)

3.

Dierlijke productie


3.1

Algemene principes en eisen voor controle en traceerbaarheid


3100

aanwezigheid in eenzelfde bedrijf van dieren die worden gefokt volgens de biologische productiemethode en dieren van dezelfde soort die niet volgens die productiemethode worden gefokt :


3100a

met bewijs van scheiding van de dieren en producten in afzonderlijke productie-eenheden

W, SP (1)

3100b

zonder bewijs van scheiding van de dieren en producten in afzonderlijke productie-eenheden

W en DL, SP (3)

3110

aanwezigheid in eenzelfde productie-eenheid van dieren die gefokt worden volgens de biologische productiemethode en dieren die niet volgens die productiemethode worden gefokt

W, SP (1)

3115

aanwezigheid in eenzelfde weide van dieren die worden gefokt volgens de biologische productiemethode en dieren van een andere soort, die niet volgens die productiemethode worden gefokt :


3115a

gelijktijdige aanwezigheid

Vv, W, SP (1)

3115b

niet-gelijktijdige aanwezigheid, maar zonder melding aan het controleorgaan

Vv, W, SP (0,5)

3120

veeboek van het bedrijf :


3120a

onvolledig of niet bijgewerkt (bijkomende elementen)

GO, Vv, W, SP (0,5)

3120b

onvolledig of niet bijgewerkt (belangrijke elementen zoals het binnen- en buitengaan van dieren)

Vv, W, SP (1)

3120c

onbestaande

SP (3)

3130

weigering door de houder van de toegang tot de gegevens van de centrale databank voor identificatie en registratie die noodzakelijk zijn voor de controles

SB

3.2

Omschakeling


3200

niet-naleving van de duur van de omschakelingsperiode :


3200a

algemeen

W en DL, SP (1)

3200b

b) bijzonder geval bij uitloop voor niet-herbivoren

W, DL, SP (1)

3.3

Herkomst van de dieren


3300

aanwenden van een ras dat aanleiding geeft tot een aantal keizersneden dat hoger ligt dan het maximaal getolereerde percentage per jaar :


3300a

lichte overschrijding (< 10 %)

Vv, W, SP (1)

3300b

aanzienlijke overschrijding (> 10 %)

W, SP (3)

3320

inbreng van dieren, afkomstig van niet-biologische bedrijven, van een soort waarvan niet-biologische dieren verboden zijn

W en DL, SP (3)

3330

inbreng van dieren, afkomstig van niet-biologische bedrijven, terwijl er biologische dieren beschikbaar zijn :


3330a

algemeen

W en DL, SP (3)

3330b

in bijzonder geval tijdens het eerste omschakelingsjaar

VO

3340

inbreng van dieren, afkomstig van niet-biologische bedrijven, die de maximumleeftijd hebben overschreden of na het spenen :


3340a

geringe overschrijding van de leeftijdsgrens

Vv, W, DL, SP (1)

3340b

aanzienlijke overschrijding van de leeftijdsgrens

W en DL, SP (3)

3350

inbreng van vrouwelijke dieren die al geworpen hebben en afkomstig zijn van niet-biologische bedrijven :


3350a

algemeen geval

W en DL, SP (1)

3350b

bijzonder geval tijdens het eerste omschakelingsjaar

VO (1)

3360

excessieve niet-toegestane inbreng of niet-gerechtvaardigde inbreng van vrouwelijke dieren die nog niet geworpen hebben en afkomstig zijn van niet-biologische bedrijven

W, W, SP (3)

3370

gebruik van slakken die niet behoren tot de toegestane soorten

W en DL, SP (0,5)

3.4

Voeders


3400

toepassing van onomkeerbare vetmestingspraktijken (dwangvoeding)

SP (3)

3401

minder dan 50 % van de dierenvoeders voor herbivoren komen van de eenheid zelf, of zijn geproduceerd in samenwerking met andere biologische landbouwondernemingen

Vv, W, DL, SP (1)

3405

vermenging in het dierenvoeder van meer dan 30 % omschakelingsvoeders die niet afkomstig zijn van de productie-eenheid zelf

Vv, W, DL, SP (1)

3410

vermenging in het dierenvoeder van meer dan 60 % omschakelingsvoeders, afkomstig van de productie-eenheid zelf

Vv, W, DL, SP (3)

3415

niet-naleving van de minimumduur voor het voederen van de jonge zoogdieren met natuurlijke melk

GO, Vv, W, DL, SP (1)

3420

teeltsysteem voor herbivoren dat niet gebaseerd is op een maximaal gebruik van de weidegronden

GO, Vv, W, SP (1)

3425

niet-naleving van het minimumpercentage van 60 % ruwvoeder in het dagrantsoen van de herbivoren

GO, Vv, W, DL, SP

3430

gebruik of aanwezigheid van niet-toegestane conventionele voedermiddelen :


3430a

in geringe mate

Vv, W, DL, SP (1)

3430b

in grote mate

W, DL, SP (3)

3435

gebruik van conventionele grondstoffen, geproduceerd of bereid met chemische solventen

W, DL, SP (3)

3440

gebruik van een te grote hoeveelheid conventionele voedermiddelen gedurende een periode van twaalf maanden :


3440a

lichte afwijking (minder dan 10 %)

W, DL of VO (3), SP (3)

3440b

aanzienlijke afwijking (meer dan 10 %)

DL of VO, SP (3)

3445

gebruik van meer dan een te hoog percentage (afhankelijk van de soort) conventionele voedermiddelen in het dagrantsoen :


3445a

gedurende korte tijd

Vv, W, DL of VO (0,5 voor kleinvee; 1 voor grootvee), SP (3)

3445b

gedurende lange tijd

W, DL of VO (0,5 voor kleinvee; 1 voor grootvee), (1), SP (3)

3450

invoering in de biologische bedrijfskolom van conventionele toegestane grondstoffenmengsels

GO, Vv, W, DL

3455

gebruik van andere dan de toegestane grondstoffen van dierlijke oorsprong :


3455a

in aanvullende voedermiddelen

W, DL, SP (1)

3455b

als grondstoffen of in volwaardige voedermiddelen

DL, SP (3)

3465

ontbreken van ruwvoer in het dagrantsoen van varkens of pluimvee

GO, Vv, W, DL, SP (1)

3470

gebruik van bewaarmiddelen of technische hulpmiddelen die niet toegestaan zijn in kuilvoer

Vv, W, DL, SP (1)

3472

gebruik van bewaarmiddelen of technische hulpmiddelen in kuilvoer in een hogere concentratie dan toegestaan :


3472a

klein verschil (< 10 %)

GO, Vv, W, DL, SP (1)

3472b

groot verschil (> 10 %)

Vv, W, DL, SP (3)

3475

gebruik van producten die niet toegestaan zijn volgens de bijlagen V en VI van Verordening 889/2008 in dierenvoeding

Vv, W, DL, SP (3)

3.5

Preventie van ziekten en diergeneeskundige behandeling


3500

gebruik van een substantie ter bevordering van de groei of van de productie, in de voeding van de dieren of als veterinaire behandeling

DL, SP (3)

3510

gebruik van chemisch gesynthetiseerde allopathische geneesmiddelen of antibiotica, zonder voorschrift van een dierenarts

Vv, W, DL

3520

gebruik van chemisch gesynthetiseerde allopathische geneesmiddelen of antibiotica als preventieve behandeling

W, DL

3530

gebruik van hormonen of soortgelijke stoffen om de voortplanting te regelen

W en DL, SP (3)

3540

gebruik van diergeneeskundige geneesmiddelen zonder de vereiste informatie te hebben genoteerd, of zonder een duidelijke identificatie te hebben gemaakt van de dieren of de groep dieren die behandeld worden

Vv, W, SP (1)

3550

niet-naleving van de voorziene wachttijd binnen de biologische productiemethode tussen de laatste toediening van allopathische geneesmiddelen en de productie van biologische producten :


3550a

met inachtneming van de wettelijke wachttijd

Vv, W, SP (1)

3550b

zonder inachtneming van de wettelijke wachttijd

SP (3)

3560

niet-naleving van de duur van de omschakelingsperiode voor de dieren die het maximale aantal chemisch gesynthetiseerde allopathische behandelingen hebben bereikt of overschreden

W, SP (3)

3570

aanwezigheid in het bedrijf van diergeneeskundige allopathische geneesmiddelen of antibiotica, zonder dat die werden voorgeschreven door een dierenarts met inachtneming van de biologische productieregels of zonder dat die werden ingeschreven in het bedrijfsregister

Vv, W, SP (3)

3.6

Beheer, vervoer, identificatie


3600

toepassing van embryotransplantatie

W en DL, SP (3)

3605

aanbrengen van rubberbanden aan de staarten van schapen, kortstaarten, knippen van de tanden, snavelkappen of onthoornen zonder toestemming van de afdeling

GO, Vv, W, DL

3610

castratie of andere toegestane ingrepen op de dieren, uitgevoerd op een niet-geschikte leeftijd of door niet-gekwalificeerd personeel

GO, Vv, W, DL

3615

aanbinden van dieren zonder toestemming van de afdeling

GO, Vv, W, DL

3620

geen regelmatige lichaamsbeweging of toegang tot weidegronden, uitlopen in de open lucht of bewegingsgebieden voor de dieren die met de toestemming van de afdeling worden aangebonden

GO, GO, GO, Vv, W, DL

3625

het houden van dieren in een groep waarvan de omvang niet afgestemd is op de ontwikkelingsfase of op de behoeften die met het gedrag samenhangen

GO, Vv, W, DL

3630

het houden van dieren op basis van een dieet dat kan leiden tot anemie

Vv, W, DL

3635

niet-naleving van de minimumleeftijd bij het slachten van pluimvee of gebruik van een pluimveeras dat niet erkend is als een traaggroeiend ras

Vv, W, DL

3640

vervoer van dieren dat niet aangepast is om de stress te beperken of gebruik van een elektrisch dwangmiddel voor het in- of uitladen van de dieren

Vv, W, DL

3645

toediening van allopathische kalmeringsmiddelen voor en tijdens het vervoer van dieren

DL

3650

slachting die niet afgestemd is op het beperken van de stress

Vv, W, DL

3655

slachten van slakken zonder inachtneming van een vasttijd van een minimaal aantal dagen

W, DL, SP (1)

3660

broeien van slakken met behulp van zout of azijn

Vv, W, DL, SP (3)

3665

dieren, groepen van dieren of dierlijke producten die niet, foutief of ontoereikend geïdentificeerd zijn :


3665a

met garantie wat de biologische kwaliteit betreft

Vv, W, DL, SP (1)

3665b

zonder garantie wat de biologische kwaliteit betreft

DL, SP (3)

3.7

Dierlijke mest


3700

dierenpopulatie hoger dan 2 GVE per hectare of invoer van mest die leidt tot een mestgebruik in het bedrijf of de contracterende bedrijven dat meer dan 170 kg stikstof per hectare bedraagt :


3700a

lichte overschrijding (< 10 %)

Vv, W, SP (1)

3700b

aanzienlijke overschrijding (> 10 %)

W, SP (3)

3710

installaties voor de opslag van mest die niet geschikt zijn om te voorkomen dat het water wordt verontreinigd door directe lozing of afspoeling en infiltratie in de bodem

Vv, W, SP (3)

3720

ontoereikende capaciteit van de opslaginstallaties voor mest, wat leidt tot een inadequate uitrijding

Vv, W, SP (3)

3.8

Uitlopen en huisvesting


3800

huisvestingsomstandigheden die niet aangepast zijn aan de fysiologische en ethologische behoeften van de dieren, of die niet voldoen op het gebied van verwarming, isolatie, ventilatie, verluchting of natuurlijke verlichting :


3800a

minder belangrijk geval

Vv, W, SP (1)

3800b

ernstig geval

W, SP (3)

3802

geen gemakkelijke toegang voor de dieren tot voeder- of drenkplaatsen

Vv, W, SP (1)

3804

gebrek aan voldoende beschutting tegen regen, wind, zon of extreme temperaturen in de buitenruimten

Vv, W, SP (1)

3806

te hoge veebezetting in de gebouwen :


3806a

verschil met de maximaal toegelaten veebezetting van minder dan 10 %

Vv, W, SP (1)

3806b

bijzonder geval tijdens eerste omschakelingsjaar

Vv, W, SP (1)

3806c

alle andere gevallen

W, SP (3)

3808

3808 buitenruimte :


3808a

te klein

Vv, W, SP (1)

3808b

tijdelijk niet toegankelijk of verzachtende omstandigheden

Vv, W, SP (1)

3808c

ontbreekt of is niet toegankelijk

W, SP (1)

3810

te hoge veebezetting in de weiden en andere graslanden waardoor de grond drassig wordt en de vegetatie overbegrazen :


3810a

licht geval

Vv, W, SP (1)

3810b

bijzonder geval tijdens het eerste omschakelingsjaar

Vv, W, SP (1)

3810c

alle andere gevallen

W, SP (3)

3812

onvoldoende reiniging of ontsmetting van de stallen, de hokken, de uitrusting of de gereedschappen

GO, Vv, W, SP (1)

3814

gebruik van producten die niet vermeld zijn in bijlage VII van Verordening 889/2008 voor het reinigen of ontsmetten van gebouwen en installaties

Vv, W, SP (1)

3816

gebruik van producten die niet vermeld zijn in bijlage II van Verordening 889/2008 voor het verdelgen van insecten of parasieten

W, SP (1)

3818

zoogdieren die opgesloten zijn zonder toegang naar buiten, terwijl de omstandigheden dat mogelijk maken en geen enkele van de afwijkingen van toepassing is

W, DL, SP (1)

3820

herbivoren die opgesloten zijn zonder toegang tot de weiden terwijl de omstandigheden dat wel mogelijk maken

W, SP (1)

3822

te grote overdekking van de bewegingsruimtes in de openlucht voor zoogdieren

GO, Vv, W, SP (1)

3824

te weinig vlakke vloer of te gladde vloer in een stal

GO, Vv, W, SP (1)

3826

rooster- of lattenconstructie die meer dan de helft (zoogdieren) of twee derden (gevogelte) van de vloeroppervlakte van een stal beslaat :


3826a

bijzonder geval tijdens het eerste omschakelingsjaar

Vv, W, SP (1)

3826b

alle andere gevallen

W, SP (3)

3828

niet-conforme ligruimte voor dieren :


a) te kleine ligruimte, geen stalstrooisel, of stalstrooisel verrijkt met producten die niet zijn vermeld in bijlage I van Verordening 889/2008

Vv, W, SP (3)

b) te weinig stalstrooisel of niet aangepaste samenstelling

GO, Vv, W, SP (1)

3830

kalveren ouder dan één week, die ondergebracht zijn in individuele kisten :


a) kalveren jonger dan drie weken

Vv, W en DL of VO (0,5), SP (1)

b) kalveren die drie weken zijn of ouder

W en DL of VO (1), SP (3)

3832

varkens die opgesloten zijn zonder onderlaag waarin ze kunnen wroeten

Vv, W, SP (1)

3834

zeugen die afzonderlijk opgesloten zijn in de stallen buiten de toegestane periode van de dracht en de zoogtijd

W, SP (1)

3836

zeugen die opgesloten zijn zonder dat ze beschikken over een uitloopruimte terwijl de omstandigheden dat mogelijk maken en het geen van de toegestane uitzonderingen betreft :


a) tijdelijke situatie of verzachtende omstandigheden

Vv, W, SP (1)

b) permanente of aanhoudende situatie

W, SP (3)

3838

bezetting van meer dan 15 zeugen per hectare op de met gras bezaaide buitenruimte

Vv, W, SP (1)

3840

onvoldoende bewegingsruimte voor een zeug en haar biggen

Vv, W, SP (1)

3842

watervogels die opgesloten zijn zonder toegang tot een wateroppervlak

W, SP (1)

3844

te weinig of geen zitstokken in de ruimtes voor legkippen of parelhoenders

Vv, W, SP (1)

3846

te weinig of geen nesten in de gebouwen voor legkippen

Vv, W, SP (1)

3848

te kleine, te korte of te lage luiken in de gebouwen waardoor pluimvee moeite heeft om naar buiten te gaan

Vv, W, SP (1)

3850

meer pluimvee per stal dan de toegestane norm : %


3850a

verschil met maximaal aantal toegelaten dieren < 10 %

Vv, W, SP (1)

3850b

verschil met maximaal aantal toegelaten dieren = of > 10 %

W, SP (3)

3852

nuttige oppervlakte in de stallen voor pluimvee voor de vleesproductie groter dan de maximaal toegestane oppervlakte per productie-eenheid

W, SP (1)

3854

ononderbroken nachtelijke rustperiode korter dan 8 uur voor de legkippen

Vv, W, SP (1)

3856

pluimvee dat opgesloten is zonder toegang tot een met gras bezaaide uitloopruimte in de open lucht terwijl de omstandigheden dat wel mogelijk maken :


3856a

tijdelijke situatie of verzachtende omstandigheden

Vv, W, SP (1)

3856b

permanente situatie of aanhoudende situatie

W, SP (1)

3858

pluimvee dat opgesloten is gedurende meer dan een derde van hun leven zonder toegang tot een uitloopruimte in de openlucht :


3858a

kan worden goedgemaakt

W, DL

3858b

kan niet worden goedgemaakt

DL

3860

geen leegstand van minstens 3 weken in de pluimveestallen

Vv, W, SP (1)

3862

geen leegstand voor de uitloopruimtes voor pluimvee van minstens 6 weken

GO, Vv, W, SP (1)

3864

konijnen die binnen gehouden worden, zonder toegang tot een open front of met een te klein open front, met een afgesloten open front, terwijl de meteorologische omstandigheden niet ongunstig zijn

W,SP (1)

3866

pluimvee of konijnen die niet op de grond worden gekweekt, of die gehouden worden in kooien

W en DL of VO (1), SP (3)

3868

konijnen die afgezonderd van de andere worden gehouden of in groepen waarvan de omvang niet geschikt is

Vv, W, SP (1)

3870

slakken van meer dan 8 dagen oud die niet in een met gras bezaaid buitenpark worden gehouden

W, SP (1)

3872

geen leegstand van minstens 3 maanden voor buitenparken voor slakken

GO, Vv, W, SP (1)

3.9

Bijenteelt


3900

(pro memorie)


4.

Bereiders en verwerkers


4000

gebruik van een niet-biologisch agrarisch ingrediënt dat niet is toegestaan volgens artikel IX van Verordening 889/2008 :


4000a

ingrediënt dat duidelijk niet beschikbaar is in biologische kwaliteit, maar zonder dat een toestemming werd aangevraagd of gekregen

Vv, W, SP (0,5)

4000b

ingrediënt is beschikbaar in biologische kwaliteit :


4000b1

gebruik in kleine hoeveelheden, verzachtende omstandigheden

W en DL, SP (0,5) en VC, SB (1)

4000b2

gebruik in grote hoeveelheden, verzachtende omstandigheden

SP (1) en VC, SB (3)

4000b3

duidelijke fraude

SB (12)

4010

percentage biologische ingrediënten die niet conform het goedgekeurde recept zijn :


4010a

iets te weinig (minder dan 5 gewichtspercent)

W, SP (0,5), SB (1)

4010b

veel te weinig (meer dan 5 gewichtspercent)

SP (1), SB (3)

4020

gebruik van een niet-agrarisch ingrediënt dat niet is toegestaan volgens bijlage VIII van Verordening 889/2008

W en DL, SP (1)

4030

gebruik of contaminatie van een technologisch hulpmiddel of van een ander voor de verwerking gebruikt product dat niet is toegestaan volgens bijlage VIII van Verordening 889/2008

W en DL, SP (1)

4040

behandeling van een product of gebruik van een ingrediënt dat behandeld is met ioniserende stralen

W en DL, SP (1)

4050

gebruik van eenzelfde ingrediënt zowel van biologische als van niet-biologische kwaliteit

W, SP (1)

4060

vervoer van een te verpakken of te sluiten product zonder verpakking of gesloten container

Vv, W, SP(1)

4070

wijziging van de recepten, de bewerkingsprocedés, de procedures voor ontvangst, scheiding, opslag of andere concrete maatregelen die werden afgesproken met het controleorgaan ter garantie van het naleven van de wettelijke normen, zonder voorafgaande waarschuwing aan het controleorgaan

GO, Vv, W, SP(1)

4071

afwezigheid van procedures of onvolledige procedures :


4071a

voor de bereiding

Vv, W, SP (1)

4071b

voor de reiniging van een productie-eenheid waar zowel biologische als niet-biologische producten worden geproduceerd

Vv, W, SP (1)

4072

afwezigheid van registratie of onvolledige registratie van de verrichtingen betreffende :


4072a

productie

Vv, W, SP (1)

4072b

reiniging van een productie-eenheid, waar zowel biologische als niet-biologische producten worden geproduceerd

Vv, W

4080

in een eenheid waar biologische en niet-biologische producten verwerkt of opgeslagen worden :


4080a

onvoldoende scheiding tussen de opslagruimtes

Vv, W, SP (1)

4080b

ontoereikende identificatie van de opslagruimtes

GO, Vv, W, SP (1)

4080c

onvoldoende scheiding tussen de verrichtingen (in ruimte of in tijd)

Vv, W, SP (1)

4080d

ontbreken van een planning van de verrichtingen of niet-naleving van die planning

GO, Vv, W, SP (1)

4080e

ontoereikende identificatie van de loten

Vv, W, SP (1)

4080f

aanwezigheid van biologische producten in de niet-biologische zone

Vv, W, SP (1)

4080g

aanwezigheid van niet-biologische producten in de biologische zone

Vv, W, SP (1)

4090

bereiding uitbesteden in loondienst aan een niet-gecontroleerde verwerker :


4090a

minder belangrijk geval

Vv, W, SP (1)

4090b

ernstig geval

W en DL, SP (3)

4100

verkoop als biologische producten van producten ingevoerd uit derde landen zonder melding :


4100a

producten die duidelijk equivalent en regulariseerbaar zijn

W, SP (1), SB (3)

4100b

niet-equivalente producten, maar wel biologisch gecertificeerd in derde landen

SP (3), SB (6)

4100c

producten die duidelijk niet regulariseerbaar zijn

SB (12)

4110

ontbreken van een systeem voor het aanbrengen door de melkkoper van twee afzonderlijke identificatietekens voor biologische en niet-biologische melk t.a.v. zijn leveranciers, of helemaal geen of een onvolledig identificatie- en etiketteringsysteem

W, SP (1)

4120

ontbreken van de dubbele identificatie vanwege de melkkoper aan een leverancier

Vv, W, DL

4130

inzameling van biologische en niet-biologische melk door een zuivelfabriek zonder afzonderlijk pompsysteem dat exclusief voor de biologische melk is bestemd

W, DL

4140

ontbreken van een individuele markering van de eieren vóór het mengen of sorteren

Vv, W, DL

4150

ontbreken van een identificatie- en registratiesysteem waardoor het onmogelijk is de producenten van eieren die gebruikt worden voor de productie van eiproducten, weer op te sporen

Vv, W, SP (1)

5.

Fabrikanten van dierenvoeding


5000

gebruik van een niet-toegestaan bewerkingsprocedé

W en DL, SP (3)

5010

ontbreken van de specifieke namen in de tabel met grondstoffen

Vv, W, SP (1)

5020

gebruik van conventionele ingrediënten die niet zijn toegestaan volgens bijlage (te bepalen) van Verordening 834/2007 :


5020a

kleine hoeveelheden, verzachtende omstandigheden

W, SP (1) en VC, SB (3)

5020b

grote hoeveelheden, verzachtende omstandigheden, of grondstof, geproduceerd of vervaardigd met gebruikmaking van chemische solventen

SP (3) en VC, SB (6)

5020c

duidelijke fraude

SB (12)

5030

gebruik van grondstoffen van dierlijke oorsprong die niet zijn toegestaan volgens bijlage V van Verordening 889/2008.

DL, SP (1)

5040

gebruik van producten die niet zijn toegestaan volgens bijlage VI van Verordening 889/2008

W en DL, SP (1)

6.

Etikettering - Verhandeling


6000

etikettering of verhandeling van een conventioneel product of een product < 70 % met verwijzing naar de biologische productiemethode :


6000a

verzachtende omstandigheden

VC en DL, SB (3)

6000b

duidelijke fraude

SB (12)

c) aanduidingen die verwijzen naar de biologische productiemethode op handelsdocumenten die geen betrekking hebben op biologische producten in een bedrijfseenheid die zowel biologische producten als niet-biologische producten commercialiseert

Vv, W, SP (1)

6010

etikettering of verhandeling van een product > 70 % en 95 %

W en DL, SP (1)

6020

etikettering of verhandeling van een product uit omschakeling met verwijzing naar de biologische productiemethode

W en DL, SP (1)

6030

etikettering of verhandeling van een product uit omschakeling onder de vorm van een product met meerdere ingrediënten :


6030a

kleine hoeveelheid

Vv, W, W en DL, SP (1)

6030b

grote hoeveelheid

W, W en DL, SP (3)

6040

etikettering of verhandeling van een gedeclasseerd product met verwijzing naar de biologische productiemethode :


6040a

eerder gedeclasseerd product :


6040a1

verzachtende omstandigheden

DL

6040a2

duidelijke fraude

SP (12)

6040b

product gedeclasseerd bij de marktdeelnemer :


6040b1

verzachtende omstandigheden

SP (1), SB (3)

6040b2

duidelijke fraude

SB (12)

6050

etikettering of verhandeling van een product zonder certificering, met verwijzing naar de biologische productiemethode :


6050a

product dat de biologische productiemethode respecteert

GO, Vv, W, SP (1)

6050b

niet-conform product

SP (3), SB (6), SB (12)

6060

etikettering of verhandeling zonder vermelding van het controleorgaan op het etiket of met een foutieve vermelding

GO, Vv, W, DL, SP (0,5)

6070

verhandeling van een biologisch product als biologisch product zonder verwijzing, of met een foutieve verwijzing naar de biologische productie in de etikettering of de handelsdocumenten

GO, Vv, W, SP (1)

6080

verhandeling van een biologisch product zonder voorafgaande goedkeuring van de etikettering :


6080a

conforme etikettering

GO, Vv, W, SP (0,5)

6080b

niet-conforme etikettering

Vv, W, SP (1)

6090

verhandeling van een biologisch product met een etikettering die niet of niet meer overeenstemt met het recept

GO, Vv, W, SP (1)

6100

gebruik van de verwijzing naar het EEG-controlesysteem of van het communautaire logo op een product in omschakeling, of op een product 70-95 %, of op een product dat meer dan 5 % ingevoerde ingrediënten bevat

V, W, SP (1)

6110

verhandeling van een dier met verwijzing naar de biologische productiemethode :


6110a

zonder genummerde, door het controleorgaan afgeleverde verhandelingsbon

Vv, W, SP (1)

6110b

met een onvolledige verhandelingsbon

GO, Vv, W, SP (1)

6110

laattijdige overdracht of geen overdracht van de verhandelingsbon door een slachthuis

GO, Vv, W, SP (1)

6120

verhandeling van biologisch én niet-biologisch onverpakt vlees of biologisch én niet-biologisch onverpakte vleesproducten van dezelfde diersoort aan de eindconsument

W, SP (1)

7. Import uit derde landen


7000

verkoop of dedouanering van producten als biologische producten, die zonder machtiging geïmporteerd zijn uit derde landen :


7000a

producten die nog niet gecommercialiseerd zijn, maar die duidelijk equivalent en regulariseerbaar zijn

Vv, W, SP (1), SB (3)

7000b

producten die al gecommercialiseerd zijn, maar die duidelijk equivalent en regulariseerbaar zijn

W, SP (1), SB (3)

7000c

niet-equivalente producten, maar biologisch gecertificeerd in derde landen

SP (1), SB (3)

7000d

producten die duidelijk niet regulariseerbaar zijn

SB (12)

7100

ontvangst van een geïmporteerd biologisch product door een marktdeelnemer die niet onder controle staat :


7100a

lichte inbreuk

Vv, W, SP (1)

7100b

zware inbreuk

W en DL, SP (1)

7200

import van een biologisch product zonder verwijzing naar de identificatie van de exporteur

GO, Vv, W, DL, SP (1)

7300

import van een biologisch product zonder verwijzing naar de identificatie van het controleorgaan van de exporteur

GO, Vv, W, DL, SP (1)

7400

import van een biologisch product zonder verwijzing naar de identificatie van de importeur

GO, Vv, W, DL, SP (1)


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van 12 december 2008 van de Vlaamse Regering betreffende de biologische productie en de etikettering van biologische producten.

Brussel, 12 december 2008.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^