Besluit Van De Vlaamse Regering van 12 december 2008
gepubliceerd op 17 februari 2009
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 houdende wijziging van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991, en houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1998 houdend

bron
vlaamse overheid
numac
2009200402
pub.
17/02/2009
prom.
12/12/2008
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

12 DECEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2007 pub. 06/09/2007 numac 2007036487 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991, en houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in sluiten houdende wijziging van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991, en houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg


De Vlaamse Regering, Gelet op de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991, gewijzigd bij de decreten van 23 februari 1994, 15 juli 1997, 14 juli 1998 en 13 juli 2007, artikelen 10, 14, § 2, 15, § 1, 16, § 4, 17, 19 en 21;

Gelet op het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2007 pub. 06/09/2007 numac 2007036487 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991, en houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in sluiten houdende wijziging van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991, en houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, artikelen 25 en 26;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/12/1998 pub. 30/03/1999 numac 1999035379 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg sluiten houdende de erkenning en subsidiëring van de verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2007;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, gegeven op 18 juli 2008;

Gelet op het advies 44.999/3 van de Raad van State, gegeven op 16 september 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° gecoördineerde decreten : de decreten inzake voorzieningen voor ouderen, gecoördineerd op 18 december 1991;2° rusthuis : een of meer gebouwen die functioneel een voorziening voor collectief verblijf vormen waar, onder welke benaming ook, aan ouderen die er op duurzame wijze verblijven, huisvesting wordt gegeven alsmede geheel of gedeeltelijk, de gebruikelijke gezins- en huishoudelijke verzorging;3° centrum voor kortverblijf : de lokalen in een rusthuis waar ouderen 's nachts of gedurende een beperkte periode, verblijf en, geheel of gedeeltelijk, de gebruikelijke gezins- en huishoudelijke verzorging wordt aangeboden;4° agentschap : het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid;5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;6° administrateur-generaal : het hoofd van het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid;7° initiatiefnemer : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een centrum voor kortverblijf uitbaat of zal uitbaten. HOOFDSTUK II. - Voorafgaande vergunning

Art. 2.Een voorafgaande vergunning voor een centrum voor kortverblijf wordt verleend, verlengd en gewijzigd conform het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 1998 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning, bedoeld in artikel 10 van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991. HOOFDSTUK III. - Programmatie

Art. 3.Conform artikel 10, vierde lid, van de gecoördineerde decreten bestaat de programmatie voor de centra voor kortverblijf enerzijds uit programmacijfers voor woongelegenheden in die centra en anderzijds uit evaluatiecriteria.

Art. 4.Onverminderd artikel 10, vierde lid, van de gecoördineerde decreten worden de programmacijfers voor de woongelegenheden in de centra voor kortverblijf in het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op basis van de leeftijd van de inwoners, als volgt vastgesteld : 1° 0,2 woongelegenheden per 3.000 inwoners van de leeftijdsgroep van 18 tot en met 64 jaar; 2° 1 woongelegenheid per 3.000 inwoners van de leeftijdsgroep van 65 tot en met 69 jaar; 3° 5 woongelegenheden per 3.000 inwoners van de leeftijdsgroep van 70 tot en met 79 jaar; 4° 10 woongelegenheden per 3.000 inwoners van de leeftijdsgroep van 80 tot en met 89 jaar; 5° 25 woongelegenheden per 3.000 inwoners van de leeftijdsgroep vanaf 90 jaar.

Voor de toepassing van de programmacijfers wordt uitgegaan van de bevolkingsprojectie voor het vijfde jaar, volgend op het jaar van het indienen van de aanvraag voor een voorafgaande vergunning.

De bevolkingsprojectie, bedoeld in het tweede lid, wordt door de minister vastgelegd en dient minstens aan volgende voorwaarden te voldoen : 1° ze is per afzonderlijk kalenderjaar opgesteld;2° ze is specifiek voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad berekend;3° ze is regionaal gedifferentieerd tot op het niveau van de gemeenten binnen het Nederlandse taalgebied.

Art. 5.De evaluatiecriteria voor de centra voor kortverblijf worden door de minister vastgelegd. Hij houdt daarbij minstens rekening met : 1° de verhouding voor de gemeente in kwestie tussen enerzijds het programmacijfer, en anderzijds het totale aantal woongelegenheden in centra voor kortverblijf waarvoor hetzij een erkenning of voorafgaande vergunning werd verleend, hetzij een ontvankelijke aanvraag voor een voorafgaande vergunning werd ingediend mits de aangevraagde woongelegenheden voldoen aan de programmatie;2° de verhouding voor de regio in kwestie tussen enerzijds het programmacijfer, en anderzijds het totale aantal woongelegenheden in centra voor kortverblijf waarvoor hetzij een erkenning of voorafgaande vergunning werd verleend, hetzij een ontvankelijke aanvraag voor een voorafgaande vergunning werd ingediend mits de aangevraagde woongelegenheden voldoen aan de programmatie;3° het aantal woongelegenheden in het centrum voor kortverblijf en het aantal centra voor kortverblijf per inplantingsplaats;4° als een aanvraag tot capaciteitsuitbreiding van een al bestaand centrum voor kortverblijf wordt ingediend : de gemiddelde bezettingsgraad van de al erkende capaciteit;5° de datum van indienen van de ontvankelijke aanvraag voor een voorafgaande vergunning;6° de geografische spreiding van de centra voor kortverblijf en van de woongelegenheden in de centra voor kortverblijf;7° het toekomstige profiel van de gebruikers van het centrum voor kortverblijf waarvoor een voorafgaande vergunning wordt aangevraagd;8° de samenwerkingsverbanden met andere welzijnsvoorzieningen. Voor een gemeente die minder dan 10.000 inwoners boven de zestig jaar telt, wordt de regio omschreven als volgt : de gemeente in kwestie en de aangrenzende gemeenten, met uitzondering van de aangrenzende gemeenten die meer dan 10.000 inwoners boven de zestig jaar tellen en waarvan het programmacijfer al overschreden is. Voor een gemeente die minstens 10.000 inwoners boven de zestig jaar telt, is de regio de gemeente zelf. HOOFDSTUK IV. - Erkenning Afdeling I. - Erkenningsvoorwaarden

Art. 6.Onverminderd artikel 16, § 1, van de gecoördineerde decreten zijn op de centra voor kortverblijf de volgende erkenningsvoorwaarden van toepassing : A. Voorwaarden betreffende de hulp- en dienstverlening : 1° bij de eerste opname moet het centrum voor kortverblijf beschikken over een verslag van een maatschappelijk werker, verbonden aan het centrum voor kortverblijf, aan een openbaar bestuur of een erkende welzijnsvoorziening.Daaruit moet blijken dat na met de gebruiker en eventueel met zijn mantelzorgers de verschillende mogelijkheden van hulpverlening te hebben onderzocht en besproken, de gebruiker beslist voor de tijdelijke opname in het betreffende centrum voor kortverblijf.

In dit geval wordt in het verslag aangetoond dat de opname in het centrum voor kortverblijf verantwoord is.

Wanneer tussen een nieuwe verblijfsdag en het laatste verblijf in het centrum meer dan twaalf maanden zijn verlopen, moet een nieuw verslag opgemaakt worden en ter beschikking zijn.

Bij opname van een gebruiker die de leeftijd van 60 jaar nog niet bereikt heeft, dient het verslag aan te tonen dat er in de woonomgeving van de gebruiker geen andere voorzieningen beschikbaar waren die de zorgvraag gepast konden beantwoorden; 2° in het centrum voor kortverblijf verblijven gebruikers die geen intensieve medische behandeling en toezicht nodig hebben, maar wel behoefte aan (re-)activering, verpleging, verzorging, toezicht en/of begeleiding in de activiteiten van het dagelijkse leven;3° de gebruikers mogen maximaal zestig opeenvolgende dagen en, beschouwd over de periode van één jaar, in totaal maximaal negentig dagen in kortverblijf opgenomen worden, al dan niet in hetzelfde centrum voor kortverblijf. Een afwijking op deze maximale verblijfsduur is enkel mogelijk mits een verslag van een maatschappelijk werker, verbonden aan het centrum voor kortverblijf, aan een openbaar bestuur of een erkende welzijnsvoorziening, waarin gemotiveerd wordt waarom de maximale duur overschreden werd. Dit verslag moet uiterlijk de laatste dag van de voornoemde maximale verblijfsduur ter beschikking zijn in het centrum voor kortverblijf; 4° als het centrum voor kortverblijf een aanvraag krijgt voor opname van een gebruiker, maar door gebrek aan vrije kamers deze aanvraag niet kan beantwoorden, dan dient het centrum voor kortverblijf de gebruiker toe te leiden naar andere centra voor kortverblijf uit de regio.De minister kan de nadere regels betreffende deze toeleiding bepalen. Op zijn minst moet het centrum voor kortverblijf de gebruiker een lijst meegeven met alle erkende centra voor kortverblijf uit de regio; 5° elk centrum voor kortverblijf is verplicht een reglement van orde op te stellen, waarin onder meer de volgende punten zijn opgenomen : a) het juridische statuut en de aard van het centrum.Er moet vermeld worden wie het onthaal organiseert, welke formaliteiten bij opname door het centrum vervuld worden, wie de directeur is en wanneer die bereikbaar is. Er moet ook vermeld worden dat het centrum erkend is door de Vlaamse Regering. Het erkenningsnummer moet in het reglement van orde vermeld worden, evenals op alle akten, brieven, facturen en soortgelijke documenten die van het centrum uitgaan; b) de opnamevoorwaarden en -bepalingen;c) de verblijfscriteria en -voorwaarden : de wederzijdse rechten en plichten van de gebruikers en van het centrum;d) de ontslagcriteria : minstens de eventuele annulatieregeling en de omstandigheden omschreven in punt 9°, die aanleiding kunnen geven tot het beëindigen van de overeenkomst en de eventuele opzegvergoeding;e) inspraak en klachtenprocedure : de gestructureerde wijze waarop de gebruikers en hun vertrouwenspersonen suggesties en opmerkingen kunnen indienen en de wijze waarop die suggesties en opmerkingen worden behandeld;f) de financiële voorwaarden : minstens de dagprijs, de diensten en leveringen die aanleiding geven tot een extra vergoeding en het terugbetalingtarief voor niet-geleverde diensten;6° de bepalingen van het reglement van orde en elke latere wijziging ervan zijn onderworpen aan registratie door het agentschap;7° de verblijfs- en ontslagcriteria mogen geen betrekking hebben op : a) de ideologische, filosofische en godsdienstige overtuiging van de gebruiker;b) het lidmaatschap van de gebruiker bij een organisatie of groepering;c) het al of niet een beroep doen door de gebruiker op andere hulp- en dienstverleningsvormen;d) de financiële draagkracht van de gebruiker, tenzij dit zou inhouden dat het centrum zich prioritair richt naar gebruikers met een verhoogd risico op verminderde welzijnskansen;8° behalve in geval van dringende opname moet het reglement van orde bij de eerste opname aan de gebruiker en/of aan een vertrouwenspersoon worden overhandigd, die tekent voor ontvangst en akkoord. Elke wijziging van dit reglement moet aan de gebruiker of in voorkomend geval aan een vertrouwenspersoon worden overhandigd, die tekent voor ontvangst en akkoord; 9° het centrum voor kortverblijf verbindt er zich toe niemand uit te sluiten tenzij om reden van overmacht of om een reden en volgens de procedure, vermeld in het reglement van orde.Zorgbehoevendheid kan geen reden zijn tot weigering van verblijf in het centrum, behalve wanneer het personen betreft die : a) wegens hun gedragingen zwaar storend zijn voor de andere gebruikers of voor het centrum voor kortverblijf zelf;b) medische behandeling en toezicht nodig hebben;c) niet behoren tot de doelgroep, bepaald in het reglement van orde conform punt 5°, b. Indien de lichamelijke of geestelijke gezondheidstoestand van de gebruiker zodanig is dat het verblijf in het centrum voor kortverblijf niet langer meer mogelijk is, verbindt het centrum zich ertoe, in overleg met de gebruiker en met de natuurlijke of rechtspersonen die voor het verblijf instaan, te zorgen voor een passende oplossing; 10° in zijn werking dient het centrum voor kortverblijf uit te gaan van het principe dat aan de personen die er verblijven de grootst mogelijke vrijheid verleend moet worden. Aan elke gebruiker moet gedurende zijn verblijf een volledige filosofische, godsdienstige en politieke vrijheid gewaarborgd worden.

De vrijheid van keuze van arts moet worden verzekerd. Het staat de gebruiker vrij bezoek te ontvangen; 11° de gebruiker mag in geen geval het beheer van zijn geld en/of goederen of het bewaren ervan toevertrouwen aan het centrum voor kortverblijf, noch aan een beheerder, noch aan de dagelijks verantwoordelijke of een personeelslid van het centrum voor kortverblijf of het rusthuis waarbij of waarin het centrum ingericht is;12° bij elke opname wordt een schriftelijke overeenkomst gesloten tussen het centrum voor kortverblijf en de gebruiker of, in voorkomend geval, een vertrouwenspersoon die de gebruiker heeft aangewezen en die niet behoort tot het centrum voor kortverblijf.Die overeenkomst wordt uiterlijk de dag van de opname gesloten en vermeldt onder meer : a) de identiteit van de gebruiker;b) de aan de gebruiker aangeboden kamer;c) de dagprijs.Die bevat alle kosten voor het verblijf en de aangeboden dienstverlening, behalve de diensten en leveringen waarvoor in het reglement van orde uitdrukkelijk een extra vergoeding wordt bepaald. De dagprijs moet voldoen aan de geldende regelgeving voor de rusthuizen; d) de diensten en leveringen die aanleiding geven tot extra vergoedingen;e) het terugbetalingstarief bij onvoorziene afwezigheden, zoals bijvoorbeeld hospitalisatie;f) de te verwachten datum van opname en de te verwachten ontslagdatum;g) in voorkomend geval de annulatieregeling;h) in voorkomend geval de opzegvergoeding;i) de natuurlijke personen of rechtspersonen die het verblijf betalen en de betalingswijze;j) de bevestiging dat de gebruiker akkoord gaat met het reglement van orde en dat heeft ontvangen;13° uiterlijk bij de opname ontvangt de gebruiker of zijn vertrouwenspersoon een afschrift van de overeenkomst en een reglement van orde;14° indien er bij het opstellen van de overeenkomst een annulatieregeling bepaald werd, kan die hoogstens zevenmaal de dagprijs bedragen.Dat bedrag moet in mindering gebracht worden op de eerstvolgende factuur; 15° indien een opname door de gebruiker eenzijdig en vroegtijdig beëindigd wordt, en er bij het opstellen van de overeenkomst een opzegvergoeding bepaald werd, kan die vergoeding maximaal zevenmaal de dagprijs bedragen, tenzij die beperkt wordt door het einde van de overeengekomen periode;16° de terugbetaling gaat in vanaf de eerste dag dat de gebruiker afwezig is, op voorwaarde dat hij dat minstens 24 uur vooraf aan de voorziening meldt en voor minstens 24 uur afwezig blijft;17° van elke gebruiker worden, met respect voor de persoonlijke levenssfeer, de volgende gegevens bijgehouden : a) de volledige identiteit (naam, geboorteplaats en -datum, burgerlijke staat, nationaliteit);b) in voorkomend geval, naam, adres en telefoonnummer van de behandelend geneesheer;c) naam, adres en eventueel telefoonnummer van de personen die in geval van nood dienen te worden verwittigd;d) in voorkomend geval, naam, adres en eventueel telefoonnummer van de vertrouwenspersoon;e) de data van verblijf in het centrum voor kortverblijf;18° de voeding moet voldoen aan de ter zake geldende regelgeving voor de rusthuizen;19° het centrum voor kortverblijf dient inzake hygiëne en inzake de te verstrekken hulp- en dienstverlening te voldoen aan de ter zake geldende regelgeving voor de rusthuizen;20° activering, ondersteuning en revalidatie, animatie en creatieve ontspanning en psycho-sociale ondersteuning moeten worden aangeboden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de specifieke situatie van de gebruikers van het centrum voor kortverblijf, die er voor een beperkte periode verblijven; 21° bij ontslag van de gebruiker uit het centrum voor kortverblijf dient het centrum de nodige maatregelen te nemen opdat de gebruiker met voldoende begeleiding en met de nodige afspraken over de zorgafstemming naar zijn thuismilieu kan terugkeren. B. Voorwaarden betreffende het personeel : 1° de centra voor kortverblijf moeten, wat het aantal, de kwalificatie en de bijscholing betreft van de personen, werkzaam in het centrum, voldoen aan de ter zake geldende normen voor de rusthuizen;2° onverminderd punt 1°, dienen de personeelsbestanden van het centrum voor kortverblijf en van het rusthuis waarin of waarbij het centrum voor kortverblijf ingericht wordt, geglobaliseerd te worden.Het gezamenlijke personeelsbestand van het centrum voor kortverblijf en het rusthuis moet voldoen aan dezelfde vereisten als de vereisten die van kracht zijn voor een rusthuis dat een capaciteit heeft die minstens gelijk is aan de gezamenlijke capaciteit van het rusthuis en het centrum voor kortverblijf; 3° onverminderd punt 1° en 2°, is de dagelijks verantwoordelijke van het rusthuis, waarin of waarbij het centrum voor kortverblijf ingericht is, ook de dagelijks verantwoordelijke van het centrum voor kortverblijf en wordt een contactpersoon voor het centrum voor kortverblijf aangewezen. C. Voorwaarden betreffende de werking en de inspraak van de gebruikers : 1° de gebruikers en hun vertrouwenspersonen moeten de mogelijkheid hebben om hun suggesties, bemerkingen of klachten mee te delen aan de dagelijks verantwoordelijke of de contactpersoon van het centrum voor kortverblijf;2° om de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening te garanderen en te bestendigen maakt het centrum voor kortverblijf een kwaliteitshandboek op.Dat handboek bevat minstens een inleiding, een weergave van het door de voorziening gevoerde kwaliteitsbeleid en een weergave van het kwaliteitssysteem. De minister bepaalt de minimale kwaliteitseisen en de minimale vereisten waaraan het kwaliteitshandboek en het kwaliteitssysteem moeten voldoen. Het kwaliteitshandboek kan door het agentschap of het agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden opgevraagd; 3° na elke periode van verblijf of, ingeval van een verblijf van meer dan dertig dagen, na elke maand wordt voor iedere gebruiker een rekening opgemaakt waarop duidelijk de volgende gegevens zijn vermeld : a) de identiteit van de gebruiker;b) het aantal dagen van verblijf;c) de begin- en einddatum van het verblijf;d) de gevraagde dagprijs;e) de gedetailleerde opgave van al de boven de dagprijs in rekening gebrachte extra vergoedingen (aard, aantal en bedrag van deze extra kosten);f) het totale verschuldigde nettobedrag;g) het bedrag dat de gebruiker vooraf heeft betaald en dat in mindering wordt gebracht. Een exemplaar van die rekening wordt overhandigd aan elke natuurlijke of rechtspersoon die geheel of gedeeltelijk voor de betaling instaat; 4° het centrum voor kortverblijf staat in voor de gecoördineerde, systematische, kwantitatieve registratie van zijn werking, evenals van de gebruikers, hun normale leef- en woonsituatie, hun mantelzorgers, de aard van de zorgvraag, de geboden hulpverlening en het effect van de hulpverlening. Van de gebruikers dienen, met respect voor de persoonlijke levenssfeer, minstens de identiteit, de verblijfsduur, de reden van opname en ontslag, en het zorgprofiel te worden geregistreerd.

Deze gegevens dienen gedurende minstens drie jaar in het centrum bewaard te blijven; 5° een centrum voor kortverblijf bezorgt jaarlijks voor 1 mei de volgende documenten aan het agentschap : a) het jaarverslag van het voorbije werkjaar;b) de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar;6° het jaarverslag bevat alle door de minister bepaalde gegevens, volgens een model dat door het agentschap ter beschikking wordt gesteld;7° de kwaliteitsplanning bevat een omschrijving van de activiteiten die worden ontplooid om de doelstellingen, de kwaliteitseisen en het kwaliteitssysteem te bepalen en te realiseren.De minister bepaalt de minimale vereisten waaraan de kwaliteitsplanning moet voldoen; 8° een centrum voor kortverblijf voert een boekhouding volgens de algemene boekhoudregels die van toepassing zijn op haar rechtsvorm, zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/01/2006 pub. 16/05/2006 numac 2006035728 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin sluiten betreffende de boekhouding en het financiële verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.Het boekjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op 31 december. Het centrum bezorgt jaarlijks zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 1 oktober het financiële verslag van het afgelopen jaar aan het agentschap. Dat financiële verslag omvat minstens de documenten die vermeld worden in artikel 13 en 14 van het voormelde besluit; 9° een centrum voor kortverblijf verleent zijn medewerking aan de uitoefening van het toezicht, vermeld in artikel 21 van de gecoördineerde decreten en hoofdstuk VI.Het centrum bezorgt aan de ambtenaren, vermeld in artikel 15, op hun eenvoudig verzoek, de stukken of gegevens die met de uitoefening van dat toezicht verband houden.

D. Voorwaarden betreffende de infrastructuur : 1° het centrum voor kortverblijf moet inzake veiligheid voldoen aan de ter zake geldende regelgeving voor de rusthuizen;2° het gebouw van het centrum voor kortverblijf moet voldoen aan de ter zake geldende regelgeving voor de rusthuizen;3° de kamers in het centrum voor kortverblijf dienen bij leegstand steeds dermate ingericht en uitgerust te zijn dat deze op elk moment kunnen in gebruik genomen worden;4° tenzij ingeval van opname van een echtpaar of van twee personen die uitdrukkelijk vragen om in een tweepersoonskamer opgenomen te worden, dient de kamer die de persoon in kortverblijf toegewezen krijgt een eenpersoonskamer te zijn.

Art. 7.De minister kan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 6, nader invullen. Afdeling II. - Erkenningsprocedure

Art. 8.§ 1. Een centrum voor kortverblijf kan enkel erkend worden als het : 1° daartoe een aanvraag heeft ingediend;2° een voorafgaande vergunning heeft bekomen;3° voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, bepaald bij of krachtens afdeling I. § 2. Mits voldoende gemotiveerde aanvraag van de initiatiefnemer, kan de minister afwijkingen toestaan op de erkenningsvoorwaarden, vermeld in afdeling I, voor zover die afwijkingen de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening en de veiligheid van het centrum voor kortverblijf niet in het gedrang brengen.

Art. 9.Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 1985 tot vaststelling van de rechtspleging voor erkenning en sluiting van serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen is van overeenkomstige toepassing voor het verlenen van een voorlopige erkenning en voor het verlenen, verlengen of wijzigen van een erkenning. HOOFDSTUK V. - Subsidiëring Afdeling I. - Subsidievoorwaarden

Art. 10.Onverminderd artikel 16, § 4, van de gecoördineerde decreten kan de administrateur-generaal aan erkende centra voor kortverblijf binnen de perken van de begrotingskredieten een jaarlijkse subsidie-enveloppe toekennen volgens de bepalingen van dit hoofdstuk.

Art. 11.Jaarlijks bepaalt de minister het prioriteitenschema voor de toekenning van de subsidie-enveloppen. Voor het vaststellen van dit prioriteitenschema baseert de minister zich op de centra voor kortverblijf die vóór 1 juli van het betrokken jaar erkend zijn, maar niet gesubsidieerd werden. Het prioriteitenschema voor de centra voor kortverblijf houdt minstens rekening met : 1° de datum van het erkenningsbesluit;2° de geografische spreiding van de centra voor kortverblijf;3° de mate waarin het centrum voor kortverblijf in de periode, voorafgaand aan de datum van het indienen van de ontvankelijke erkenningsaanvraag, reeds actief was als centrum voor kortverblijf. De centra voor kortverblijf die het voorgaande jaar reeds gesubsidieerd werden en nog erkend zijn, worden opnieuw gesubsidieerd als ze voldoen aan de subsidievoorwaarden.

Art. 12.De subsidiëring van een centrum voor kortverblijf is het product van het aantal woongelegenheden en de basistoelage van 2 217,54 euro. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moet een centrum voor kortverblijf een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 50 % .

De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 365 en gedeeld door het aantal woongelegenheden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de aanwezigheidsdagen van gebruikers die na hun opname in het centrum voor kortverblijf zonder tussenperiode opgenomen worden in het rusthuis waarin of waarbij het centrum voor kortverblijf ingericht is.

Evenmin wordt rekening gehouden met het aantal aanwezigheidsdagen dat uitstijgt boven de maximale verblijfsduren zoals omschreven in artikel 6, A, 3°; daarbij wordt er rekening gehouden met de aanwezigheidsdagen die verantwoord worden met toepassing van artikel 6, A, 3°, tweede lid.

In afwijking van het eerste lid kan, tijdens de eerste drie jaar dat ze in aanmerking komen voor subsidiëring, aan de centra voor kortverblijf een forfaitaire basissubsidie van 2.217,54 euro per woongelegenheid toegekend worden, ongeacht de gemiddelde bezettingsgraad. Afdeling II. - Subsidieprocedure

Art. 13.§ 1. Op straffe van niet-ontvankelijkheid dient een centrum voor kortverblijf dat voor het eerst een subsidie-enveloppe aanvraagt, vóór 1 juli per aangetekende brief aan het agentschap de subsidie-enveloppe aan te vragen, met toevoeging van de door de minister te bepalen stukken. § 2. De subsidie-enveloppe wordt vastgesteld op de wijze die is bepaald in artikel 12. § 3. De minister bepaalt de wijze waarop de subsidie-enveloppe wordt toegekend en vereffend. Om de continue werking van de centra voor kortverblijf te garanderen kan de minister voor de centra bepalen dat een gedeelte van de subsidie-enveloppe, dat ten hoogste 90 % van de totale subsidie-enveloppe kan bedragen, bij wijze van voorschot wordt vereffend.

Art. 14.Binnen de perken van de begrotingskredieten worden de subsidie-enveloppen die aan de centra voor kortverblijf worden toegekend, geïndexeerd overeenkomstig de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Die koppeling aan het indexcijfer wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex van toepassing op 1 januari 2008. De koppeling aan het prijsindexcijfer gebeurt op 1 januari van het jaar volgend op de indexsprong. HOOFDSTUK VI. - Toezicht op de erkenning en subsidiëring Afdeling I. - Algemene bepaling

Art. 15.Ambtenaren van het agentschap of het agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, aangewezen door het hoofd van het betrokken agentschap, oefenen ter plaatse of op stukken toezicht uit op de naleving, door de centra voor kortverblijf, van de bepalingen inzake de erkenning en de subsidiëring. Afdeling II. - Toezicht op de erkenning

Art. 16.Als een centrum voor kortverblijf niet langer voldoet aan één of meer erkenningsvoorwaarden of als het niet meewerkt aan de uitoefening van het toezicht, vermeld in artikel 15, kan het agentschap het centrum bij aangetekende brief aanmanen om zich binnen een door het agentschap te bepalen termijn van maximum zes maanden aan de erkenningsvoorwaarden of binnen een door het agentschap te bepalen termijn van maximum één maand aan de regels betreffende het toezicht te conformeren.

Het agentschap bepaalt de in het eerste lid vermelde termijnen op basis van de ernst van de vastgestelde feiten en het risico voor de gebruikers. Als de gezondheid en de veiligheid van de gebruikers in het gedrang komt, wordt de termijn om aan de betrokken erkenningsvoorwaarden te voldoen beperkt tot vierentwintig uren.

Art. 17.Als het centrum voor kortverblijf, ondanks de aanmaning, na verloop van de krachtens artikel 16 bepaalde termijnen, de erkenningsvoorwaarden niet naleeft of niet meewerkt aan de uitoefening van het toezicht, kan de erkenning van het centrum worden geschorst of ingetrokken. Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 1985 tot vaststelling van de rechtspleging voor erkenning en sluiting van serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen is van overeenkomstige toepassing op die schorsing en intrekking.

Bij gevaar voor de gezondheid en de veiligheid van de gebruikers, kan de administrateur-generaal de onmiddellijke stopzetting van de exploitatie bevelen en alle bewarende maatregelen opleggen die nodig zijn voor de bescherming van de gebruikers. Deze maatregelen gelden zolang niet definitief beslist is over de intrekking van de erkenning.

Art. 18.Als de erkenning van het rusthuis, waarbij of waarin het centrum voor kortverblijf ingericht is, geschorst of ingetrokken wordt of als het rusthuis gesloten wordt, heeft dit gelijktijdig de schorsing of intrekking van de erkenning van het centrum voor kortverblijf respectievelijk de sluiting van het centrum voor kortverblijf tot gevolg. Als de erkenning van het rusthuis eindigt, eindigt tegelijkertijd de erkenning van het centrum voor kortverblijf.

Art. 19.§ 1. De beslissing tot intrekking van de erkenning van een centrum voor kortverblijf beveelt tevens de sluiting van het centrum.

Wat de sluiting betreft, zijn artikelen 10, 12, eerste lid, en 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 1985 tot vaststelling van de rechtspleging voor erkenning en sluiting van serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen van overeenkomstige toepassing. § 2. De sluiting van een niet erkend centrum voor kortverblijf kan worden bevolen. Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 1985 tot vaststelling van de rechtspleging voor erkenning en sluiting van serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen is van overeenkomstige toepassing op die sluiting. Afdeling III. - Toezicht op de subsidiëring

Art. 20.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikelen 57 en 58 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kan de administrateur-generaal, als een centrum voor kortverblijf niet langer voldoet aan één of meer erkennings- of subsidiëringsvoorwaarden, als bij haar subsidiefraude wordt vastgesteld of als ze niet meewerkt aan de uitoefening van het in artikel 15 bedoelde toezicht, de vereffening van de subsidies geheel of gedeeltelijk stopzetten. Ook kan de administrateur-generaal de al vereffende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Het voornemen van de administrateur-generaal wordt aan het centrum verzonden met een aangetekende brief, waarin de mogelijkheid en de voorwaarden om een bezwaarschrift in te dienen worden vermeld.

Ingeval erkenningsvoorwaarden niet worden nageleefd kan tegelijkertijd de procedure tot schorsing of intrekking van de erkenning worden aangevat volgens het besluit, vermeld in artikel 17, eerste lid. § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid kan het centrum voor kortverblijf tot uiterlijk vijfenveertig dagen na ontvangst van het voornemen tot stopzetting van de subsidiëring of tot terugvordering van de subsidies, hiertegen met een aangetekende brief een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het agentschap. Het centrum kan daarin uitdrukkelijk vragen om te worden gehoord.

De administrateur-generaal neemt binnen zestig dagen na ontvangst van dit bezwaarschrift een beslissing.

Als het centrum geen bezwaarschrift heeft ingediend binnen de gestelde termijn, wordt het voornemen van de administrateur-generaal van rechtswege geacht zijn beslissing te zijn. HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen

Art. 21.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/12/1998 pub. 30/03/1999 numac 1999035379 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg sluiten houdende de erkenning en subsidiëring van de verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006, worden in punt 2° de woorden "een centrum voor kortverblijf" geschrapt.

Art. 22.In artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "een lokaal of regionaal dienstencentrum, een dagverzorgingscentrum of een centrum voor kortverblijf" vervangen door de woorden "een lokaal of regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum".

Art. 23.Bijlage V bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, 30 november 2001, 4 juni 2004 en 17 maart 2006, wordt opgeheven. HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 24.§ 1. Centra voor kortverblijf die op datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend zijn, blijven voor de duur van vijf jaar, te rekenen vanaf die datum, verder erkend met behoud van het aantal erkende woongelegenheden. § 2. Erkenningsaanvragen voor centra voor kortverblijf, die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend, worden verder behandeld volgens de procedureregels die voor de inwerkingtreding van dit besluit van toepassing waren.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van procedures met betrekking tot de intrekking van de erkenning van centra voor kortverblijf, waarin een voornemen tot intrekking werd geuit voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit. § 3. Een centrum voor kortverblijf waarvoor de behandeling van de erkenningsaanvraag werd opgeschort met het oog op het oprichten, verbouwen of inrichten van een gebouw, wordt geacht het voorwerp uit te maken van een voorafgaande vergunning als vermeld in artikel 2. De duur van de opschorting die op datum van de inwerkingtreding van dit besluit verstreken is, wordt voor een derde in mindering gebracht op de duur van de voorafgaande vergunning. § 4. Centra voor kortverblijf die twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit niet voorlopig erkend of erkend zijn, mogen niet langer worden uitgebaat.

Art. 25.Het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2007 pub. 06/09/2007 numac 2007036487 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991, en houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in sluiten houdende wijziging van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991, en houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg treedt in werking op 1 december 2008.

Art. 26.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2009.

Art. 27.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de utvoering van dit besluit.

Brussel, 12 december 2008.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, S. VANACKERE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^