Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 14 juli 1998
gepubliceerd op 11 september 1998

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 augustus 1972 tot vaststelling van de minvermogendheid van de kandidaten voor een studietoelage en van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1983 betreffende de studietoelagen voor hoger onderwijs

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1998036008
pub.
11/09/1998
prom.
14/07/1998
ELI
eli/besluit/1998/07/14/1998036008/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

14 JULI 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 augustus 1972 tot vaststelling van de minvermogendheid van de kandidaten voor een studietoelage en van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1983 betreffende de studietoelagen voor hoger onderwijs


De Vlaamse regering, Gelet op de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen, inzonderheid op artikel 4 en artikel 9, gewijzigd bij decreet van 8 juli 1996;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 augustus 1972 tot vaststelling van de minvermogendheid van de kandidaten voor een studietoelage, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 september 1973, 4 maart 1974, 3 februari 1975, 7 maart 1978 en 21 december 1978 en bij de besluiten van de Vlaamse regering van 14 juli 1982, 13 juli 1983, 10 oktober 1984, 30 juli 1985, 29 oktober 1986, 24 juli 1991, 31 juli 1992, 17 december 1992, 22 juli 1993 en 15 juni 1994;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1983 betreffende de studietoelagen voor hoger onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 10 oktober 1984, 30 juli 1985, 29 oktober 1986, 4 juli 1990, 24 juli 1991, 31 juli 1992, 17 december 1992, 22 juli 1993, 4 mei 1994, 15 juni 1994, 10 oktober 1995, 24 juli 1996 en 16 september 1997;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 18 mei 1998;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat administratieve aanpassingen vóór 1 september 1998 moeten doorgevoerd worden;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 11 juni 1998 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 23 augustus 1972 tot vaststelling van de minvermogendheid van de kandidaten voor een studietoelage, wordt vervangen als volgt : « § 1. Heeft recht op een studietoelage, de kandidaat van wie het in artikel 1 bepaalde referentiebedrag van hemzelf en van de personen van wie hij ten laste is, gelijk is aan of lager is dan de hieronder vermelde bedragen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit van 23 augustus 1972 wordt § 3 opgeheven.

Art. 3.Artikel 4, 1°, eerste lid van hetzelfde koninklijk besluit van 23 augustus 1972 wordt vervangen als volgt : « 1° Wanneer de kandidaat beweert alleen in zijn onderhoud te voorzien, mag het in aanmerking te nemen inkomen beperkt worden tot zijn inkomen, op voorwaarde dat hij in de drie jaar die voorafgaat aan de aanvraag tot het verkrijgen van een toelage, of aan de aanvang of de hervatting van de studie, gedurende achttien maanden : - ofwel een bedrijfsinkomen genoten heeft, waarvan het bedrag niet lager ligt dan 268 913 frank. »

Art. 4.In artikel 4, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit van 23 augustus 1972 worden het tweede en derde lid opgeheven.

Art. 5.Artikel 5, eerste lid van hetzelfde koninklijk besluit van 23 augustus 1972 wordt vervangen als volgt : « De echtgenoot mag beschouwd worden als de persoon die de kandidaat ten laste heeft, indien het huwelijk werd aangegaan uiterlijk 31 december van het betrokken schooljaar en op voorwaarde dat deze echtgenoot gedurende een periode van acht maanden : - ofwel een bedrijfsinkomen genoten heeft, waarvan het bedrag niet lager ligt dan 111 274 frank. »

Art. 6.In artikel 5, van hetzelfde koninklijk besluit van 23 augustus 1972 worden het tweede en derde lid opgeheven.

Art. 7.Aan hetzelfde koninklijk besluit van 23 augustus 1972 wordt een artikel 9 toegevoegd, dat luidt als volgt : « De bedragen vermeld in de artikelen 2, § 1, 4, 1°, eerste lid en 5, eerste lid, worden aangepast overeenkomstig de procentuele stijging van het indexcijfer bedoeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, voor de maand december (basis 1988) van het tweede kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin het schooljaar in kwestie begint ten opzichte van indexcijfer voor de maand december (basis 1988) van het derde kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin het schooljaar in kwestie begint. Deze stijging wordt afgerond naar het hogere tiende. »

Art. 8.In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1983 betreffende de studietoelagen voor hoger onderwijs, worden in het eerste lid de woorden « waarvan het bedrag niet lager ligt dan 97 200 fr. » vervangen door de woorden « waarvan het bedrag niet lager ligt dan 110 808 frank ».

Art. 9.In artikel 3, § 1 van hetzelfde besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1983 worden in het eerste lid de woorden « waarvan het bedrag niet lager ligt dan 234 900 fr. » vervangen door de woorden « waarvan het bedrag niet lager ligt dan 267 786 frank ».

Art. 10.In artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1983 worden punt 1° tot en met 6° vervangen door wat volgt : « 1° 222 536 frank wanneer de kandidaat in zijn eigen onderhoud voorziet; 2° 402 162 frank wanneer één persoon ten laste is;3° 465 031 frank wanneer twee personen ten laste zijn;4° 517 920 frank wanneer drie personen ten laste zijn;5° 549 854 frank wanneer vier personen ten laste zijn;6° 581 455 frank, 613 056 frank, 644 656 frank, 676 257 frank, 707 858 frank, 739 459 frank, 771 060 frank, 802 660 frank, 834 261 frank, 865 862 frank, 897 463 frank, voor respectievelijk 5 tot 15 personen ten laste.»

Art. 11.In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De kandidaat die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 1, heeft recht op een volledige studietoelage : 1° 100 300 frank als hij intern is in de onderwijsinstelling of logies neemt in de stad waar de onderwijsinstelling gelegen is;2° 65 100 frank als hij zich dagelijks verplaatst naar de onderwijsinstelling die op 10 km of meer verwijderd is van zijn woonplaats;3° 59 400 frank als hij op minder dan 10 km van de onderwijsinstelling woont. Met een wijziging in de toestand van kamer-, spoor- of thuisstudent wordt rekening gehouden als die zich voordoet uiterlijk op 1 januari van het academiejaar in kwestie. »

Art. 12.In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Heeft geen recht op een studietoelage, de kandidaat van wie het in artikel 10 bepaalde referentiebedrag van hemzelf en van de persoon van wie hij ten laste is, gelijk is aan of hoger is dan de hieronder vermelde bedragen : 1° 412 452 frank wanneer de kandidaat in zijn eigen onderhoud voorziet;2° 646 380 frank wanneer één persoon ten laste is;3° 829 521 frank wanneer twee personen ten laste zijn;4° 975 726 frank wanneer drie personen ten laste zijn;5° 1 134 243 frank wanneer vier personen ten laste zijn;6° 1 329 696 frank, 1 462 050 frank, 1 532 844 frank, 1 603 638 frank, 1 675 971 frank, 1 752 921 frank, 1 820 637 frank, 1 896 048 frank, 1 966 842 frank, 2 039 175 frank, 2 111 508 frank voor respectievelijk 5 tot 15 personen ten laste. Deze bedragen vormen de maximumgrens. »

Art. 13.Artikel 14, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « De bedragen genoemd in artikel 2, 3, § 1, 11, §§ 1 en 2 en 12, § 1, worden aangepast overeenkomstig de procentuele stijging van het indexcijfer bedoeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, voor de maand december (basis 1988) van het tweede kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin het schooljaar in kwestie begint ten opzichte van indexcijfer voor de maand december (basis 1988) van het derde kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin het schooljaar in kwestie begint. Deze stijging wordt afgerond naar het hogere tiende. »

Art. 14.Dit besluit treedt in werking op datum van aanvang van het school- en academiejaar 1998-1999.

Art. 15.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 14 juli 1998.

De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, L. VAN DEN BOSSCHE

^