Besluit Van De Vlaamse Regering van 14 september 2012
gepubliceerd op 14 november 2012
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, wat de

bron
vlaamse overheid
numac
2012036155
pub.
14/11/2012
prom.
14/09/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

14 SEPTEMBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, wat de maximale subsidiabele oppervlakte voor de dagverzorgingscentra betreft, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, wat de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de dagverzorgingscentra betreft


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 6, § 1;

Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 6, 26, 27, 40, 42, eerste lid, artikel 48, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2011, artikel 52, 58, § 1, artikel 60, 62, eerste lid, artikel 67, 72, eerste lid, en artikel 87;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 21 juni 2012;

Gelet op advies 51.613/1/V van de Raad van State, gegeven op 19 juli 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg

Artikel 1.In artikel 4, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juni 2000, 24 juli 2009 en 4 juni 2010, wordt punt 4° vervangen door wat volgt : « 4° voor de dagverzorgingscentra: 300 m2 per dagverzorgingscentrum; ». HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers

Art. 2.Aan hoofdstuk III, afdeling IV, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt een artikel 10/1 toegevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10/1.In afwijking van artikel 10 kan, per erkend dagverzorgingscentrum, aan een aantal gebruikers, jonger dan 65 jaar, zorg- en dienstverlening verstrekt worden zonder dat het centrum voor die gebruikers een verslag als vermeld in dat artikel, ter beschikking moet stellen. Maximaal 25 percent van het aantal gebruikers van het dagverzorgingscentrum kan daarvoor in aanmerking komen. De minister kan nadere voorwaarden bepalen met betrekking tot de gebruikers. ».

Art. 3.Aan artikel 1 van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, wordt een punt 21° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 21° dagverzorgingscentrum: een dagverzorgingscentrum dat werd erkend ter uitvoering van artikel 51 van bijlage IX. ».

Art. 4.In artikel 4, A, van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, wordt een punt 7° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 7° /1 een verzorgend personeelslid van een dienst waarvan de initiatiefnemer ook een erkend dagverzorgingscentrum uitbaat, kan, in afwijking van punt 6°, zorg verlenen aan een gebruiker van dat dagverzorgingscentrum, als de gebruiker bij aanvang van de zorg- en dienstverlening in het dagverzorgingscentrum gezinszorg of aanvullende thuiszorg geniet, als die zorgverlening aangewezen is voor het welzijn van de gebruiker en de kwaliteit van de zorg, en met akkoord van de gebruiker. De minister kan de nadere voorwaarden bepalen met behoud van de toepassing van hoofdstuk 3, afdeling 5, van bijlage IX; ».

Art. 5.In artikel 12, § 2, van bijlage I bij hetzelfde besluit, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Bij de bepaling van het aantal geopende en bijgehouden dossiers, vermeld in het eerste lid, worden de uren gezinszorg die in een dagverzorgingscentrum gepresteerd worden, niet meegeteld. ».

Art. 6.Bijlage IX bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 april 2010 en 23 december 2011, wordt vervangen door de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 7.In bijlage IX bij hetzelfde besluit, vervangen bij artikel 6 van dit besluit, wordt hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 52 en 53, vervangen door een hoofdstuk dat bestaat uit artikel 52 tot en met 53/1 : « Hoofdstuk 4. Subsidiëring

Art. 52.De erkende dagverzorgingscentra komen in aanmerking voor een jaarlijks subsidiebedrag dat berekend wordt op basis van de gemiddelde bezettingsgraad.

De dagverzorgingscentra die een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal tien gebruikers realiseren, komen in aanmerking voor een subsidiebedrag van 35.000 euro per jaar. De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 250.

De dagverzorgingscentra die een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan tien gebruikers maar van minimaal vier hebben, kunnen evenredig aan de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad een subsidiebedrag ontvangen van 33.200 euro, 31.400 euro, 29.600 euro, 27.800 euro, 26.000 euro of 24.200 euro, naargelang ze een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 9, 8, 7, 6, 5 of 4.

In afwijking van artikel 14 van het besluit zijn de bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, uitgedrukt tegen 100 % op basis van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2012.

De minister bepaalt de nadere subsidievoorwaarden en legt de overgangsbepalingen vast.

Art. 53.Ongeacht de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad kunnen dagverzorgingscentra die voor het eerst erkend worden, gedurende de eerste drie jaar waarin ze voor subsidiëring in aanmerking komen, een subsidiebedrag ontvangen dat gelijk kan zijn aan het hoogste subsidiebedrag. Voor de berekening van die eerste drie jaar komen ook de jaren in aanmerking waarin dagverzorgingscentra die op 1 januari 2010 subsidiabel zijn, al subsidies ontvangen hebben.

Art. 53/1.In afwijking van artikel 52 komen dagverzorgingscentra als vermeld in artikel 51 die een gemiddelde bezettingsgraad van tien gebruikers realiseren, in aanmerking voor een subsidiebedrag van 23.000 euro per jaar. De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde uren per kalenderjaar, gedeeld door 1500.

Als die dagverzorgingscentra een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan tien gebruikers maar van minimaal vier hebben, kunnen ze evenredig aan de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad een subsidiebedrag ontvangen van 22.400 euro, 21.800 euro, 21.200 euro, 20.600 euro, 20.000 euro of 19.400 euro, naargelang ze een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 9, 8, 7, 6, 5 of 4.

In afwijking van artikel 14 van het besluit zijn de bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, uitgedrukt tegen 100% op basis van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2012.

De minister bepaalt de nadere subsidievoorwaarden en legt de overgangsbepalingen vast. ». HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 8.Voor de dagverzorgingscentra waarvoor het principieel akkoord, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, of het definitief principieel akkoord, vermeld in artikel 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, werd gegeven voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, geldt een maximale subsidiabele oppervlakte van 20 m2 per verblijfseenheid.

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 17 december 2012, met uitzondering van artikel 7 dat in werking treedt op 1 januari 2013.

Art. 10.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 14 september 2012.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2012 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, wat de maximale subsidiabele oppervlakte voor de dagverzorgingscentra betreft, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, wat de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de dagverzorgingscentra betreft Bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers Bijlage IX. - Dagverzorgingscentra HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In deze bijlage wordt verstaan onder : 1° beheersinstantie : de persoon of de personen die een dagverzorgingscentrum vertegenwoordigen en juridisch kunnen binden;2° oudere : een gebruiker van 65 jaar of ouder;3° Regio : voor een gemeente die minder dan 10 000 ouderen boven de 65 jaar telt : de gemeente in kwestie en de aangrenzende gemeenten, met uitzondering van de aangrenzende gemeenten die meer dan 10 000 ouderen boven de 65 jaar tellen en waarvan het programmacijfer al overschreden is;voor een gemeente die minstens 10 000 ouderen boven de 65 jaar telt : de gemeente zelf; 4° vertegenwoordiger : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die belast is met de betaling van de kosten die verband houden met het verblijf van een gebruiker in het dagverzorgingscentrum;5° voorschotten ten gunste van derden : elke uitgave die door het dagverzorgingscentrum betaald wordt op naam van de gebruiker en die voor hetzelfde bedrag terugbetaald wordt door de gebruiker of zijn vertegenwoordiger. HOOFDSTUK 2. - Programmatie

Art. 2.De programmatie voor de dagverzorgingscentra bestaat uit programmacijfers en evaluatiecriteria.

Art. 3.De programmacijfers voor de dagverzorgingscentra worden als volgt bepaald : 1° 0,1 centrum per 3 000 ouderen van de leeftijdsgroep van 65 tot en met 69 jaar;2° 0,4 centrum per 3 000 ouderen van de leeftijdsgroep van 70 tot en met 79 jaar;3° 0,8 centrum per 3 000 ouderen van de leeftijdsgroep van 80 tot en met 89 jaar;4° 1,5 centrum per 3 000 ouderen van de leeftijdsgroep vanaf 90 jaar. Het aantal dagverzorgingscentra bedraagt minstens één per gemeente.

Voor de toepassing van de programmacijfers, vermeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de bevolkingsprojectie voor het vijfde jaar dat volgt op het jaar van de aanvraag van een voorafgaande vergunning. Die bevolkingsprojectie wordt door de minister vastgelegd en voldoet minstens aan de volgende voorwaarden : 1° ze is per afzonderlijk kalenderjaar opgesteld;2° ze is specifiek berekend voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° ze is regionaal gedifferentieerd tot op het niveau van de gemeenten binnen het Nederlandse taalgebied;4° ze is opgesteld volgens de leeftijdsgroepen 65 tot 69 jaar, 70 tot 79 jaar, 80 tot 89 jaar en 90 jaar en ouder.

Art. 4.De minister legt de evaluatiecriteria voor de dagverzorgingscentra vast. Daarbij houdt de minister onder meer rekening met : 1° de verhouding van het totale aantal vooraf vergunde en gerealiseerde centra tot het programmacijfer voor de regio;2° het huidige of toekomstige profiel van het dagverzorgingscentrum;3° de relatie met andere voorzieningen voor ouderen in het beoogde werkingsgebied;4° de visie op wonen, leven en verzorgen in het dagverzorgingscentrum;5° de verwachte rendabiliteit en prijszetting;6° de professionele kwaliteitsgaranties van de initiatiefnemer. HOOFDSTUK 3. - Specifieke erkenningsvoorwaarden Afdeling 1. Algemene bepaling

Art. 5.Met behoud van de toepassing van artikel 4, 25 tot en met 27, 39, 43, 53, § 2, artikel 56, 67 en 72, tweede lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en van artikel 10 van dit besluit gelden voor de erkenning van dagverzorgingscentra de specifieke voorwaarden van dit hoofdstuk. Afdeling 2. Voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening

Onderafdeling 1. Rechten en plichten

Art. 6.Bij de aanvang of bij het beëindigen van de zorg- en dienstverlening aan de gebruiker mag het dagverzorgingscentrum geen criteria hanteren die betrekking hebben op : 1° de ideologische, filosofische, politieke of godsdienstige overtuiging van de gebruiker;2° het lidmaatschap van een organisatie of groepering;3° de financiële draagkracht van de gebruiker;4° de etnische afkomst van de gebruiker.

Art. 7.De gebruiker en zijn familieleden of mantelzorgers genieten de grootst mogelijke vrijheid. Het dagverzorgingscentrum kan die alleen beperken om organisatorische redenen, op voorwaarde dat daarover duidelijk gecommuniceerd wordt.

De gebruiker kan vrij zijn huisarts kiezen.

Bezoek is altijd toegestaan. Als op sommige tijdstippen bezoek minder gewenst is, communiceert het centrum daarover.

Art. 8.Het dagverzorgingscentrum voert een actieve communicatie met de gebruiker en zijn omgeving over de strategische beleidsbeslissingen van het management die een impact hebben op de dagelijkse werking van het centrum en op de kosten of de aard van de aangeboden zorg- en dienstverlening.

Art. 9.Uiterlijk bij de aanvang van de zorg- en dienstverlening moet het dagverzorgingscentrum aan de gebruiker of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en aan zijn familie of mantelzorgers een kopie bezorgen van de interne afsprakennota. De hoofdlijnen ervan worden bij voorkeur samengevat in een onthaalbrochure. De afsprakennota vermeldt : 1° de identificatie- en contactgegevens van het dagverzorgingscentrum en de verantwoordelijke beheersinstantie ervan;2° de procedure en de voorwaarden om gebruik te maken van de zorg- en dienstverlening in het dagverzorgingscentrum;3° de omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot de beëindiging van de zorg- en dienstverlening door het dagverzorgingscentrum en de opzeggingstermijn;4° de wijze waarop binnen het dagverzorgingscentrum het dagelijkse leven en de zorg- en dienstverlening worden georganiseerd, in het bijzonder met betrekking tot de dagindeling, de maaltijden, de bezoekregeling, de organisatie van activiteiten, het restrictiebeleid ten aanzien van gebruikers met een bijzonder zorgprofiel, de regeling met betrekking tot opname in een ziekenhuis en de mogelijkheden en beperkingen binnen het dagverzorgingscentrum in verband met palliatie en euthanasie;5° de wijze waarop gebruikers actief betrokken worden en inspraak hebben bij alle aangelegenheden die de werking van het dagverzorgingscentrum betreffen;6° de strategische beslissingen van het management die aan de gebruikers, de familie en de mantelzorgers moeten worden meegedeeld;7° de procedure voor de behandeling van suggesties, opmerkingen en klachten;8° in voorkomend geval, de regels met betrekking tot het meebrengen van huisdieren;9° een verwijzing naar de instanties die toezicht uitoefenen op de erkenning van het dagverzorgingscentrum en een verwijzing naar de toepasselijke erkenningsnormen. Wijzigingen aan de afsprakennota worden vooraf meegedeeld en kunnen op zijn vroegst toegepast worden dertig dagen nadat de gebruiker of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger er kennis van heeft genomen.

Art. 10.Het dagverzorgingscentrum verbindt er zich toe om de zorg- en dienstverlening aan een gebruiker alleen te beëindigen in geval van overmacht of om redenen en volgens de procedure, vermeld in de interne afsprakennota.

Art. 11.De zorg- en dienstverlening wordt nader geregeld in een schriftelijke overeenkomst die door de belanghebbende partijen wordt ondertekend en die, met behoud van de toepassing van artikel 12, eerste lid, minstens de volgende bepalingen bevat : 1° de identificatiegegevens van de contracterende partijen;2° de vermoedelijke periodiciteit van de zorg- en dienstverlening;3° het bedrag en de samenstelling van de dagprijs;4° de diensten en leveringen die aanleiding geven tot de aanrekening van een extra vergoeding;5° in voorkomend geval, de regeling van de voorschotten ten gunste van derden;6° de wijze waarop de beheersinstantie van het dagverzorgingscentrum de overeenkomst kan beëindigen en de toepasselijke opzeggingstermijn;7° de identificatie van de natuurlijke of rechtspersoon die belast is met de betaling, en de wijze waarop de betaling uitgevoerd zal worden;8° de regelingen van aansprakelijkheid en verzekeringen;9° de wijze waarop de overeenkomst kan worden gewijzigd;10° de regelingen in verband met het vervoer.

Art. 12.De gebruiker kan de overeenkomst op elk moment met onmiddellijke ingang beëindigen. De formaliteiten die daarvoor moeten worden nageleefd, zijn bepaald in de overeenkomst.

Als de beheersinstantie van het dagverzorgingscentrum de overeenkomst wil beëindigen, bedraagt de opzeggingstermijn veertien dagen. Die termijn gaat in op de eerste dag die volgt op de ontvankelijke betekening ervan aan de gebruiker volgens de bepalingen van de overeenkomst. De eerste maand die volgt op de eerste dag dat gebruik wordt gemaakt van de zorg- en dienstverlening in het centrum, wordt beschouwd als een proefperiode, ongeacht het aantal dagen dat tijdens die maand van die zorg- en dienstverlening gebruikgemaakt wordt. De opzeggingstermijn wordt in die periode voor het centrum beperkt tot zeven dagen.

Gedurende de opzeggingstermijn mag er boven op de verschuldigde dagprijs geen extra opzegvergoeding aangerekend worden, ongeacht wie de overeenkomst beëindigt.

Art. 13.Het agentschap kan het model van overeenkomst en elke wijziging ervan consulteren.

De overeenkomst mag alleen gewijzigd worden met akkoord van de gebruiker of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger. Als de gebruiker of zijn vertegenwoordiger niet akkoord gaat, kan de gebruiker verder in het dagverzorgingscentrum zorg- en dienstverlening ontvangen op basis van de voordien gesloten overeenkomst.

Art. 14.Een eventuele aanpassing van het bedrag van de dagprijs wordt vooraf aan alle belanghebbenden bekendgemaakt en gaat op zijn vroegst in dertig dagen na de kennisgeving ervan aan de gebruiker of, in voorkomend geval, aan zijn vertegenwoordiger. Een dergelijke aanpassing wordt niet beschouwd als een wijziging van de overeenkomst.

Onderafdeling 2. Zorg en kwaliteit van de zorg

Art. 15.Het dagverzorgingscentrum voert een beleid ter preventie van infectieziekten. Bij vaststelling van een infectieziekte worden de gepaste maatregelen getroffen. De minister kan daarvoor nadere regels bepalen.

Art. 16.Het dagverzorgingscentrum neemt de nodige maatregelen om de veiligheid van de gebruikers, rekening houdend met hun toestand, te waarborgen.

Art. 17.Het dagverzorgingscentrum betrekt familieleden, mantelzorgers en vrijwilligers bij zijn werking. Het centrum integreert zich zo veel mogelijk in de buurt.

Art. 18.Als er in of rond het dagverzorgingscentrum dieren worden gehouden, dan gebeurt dat met de nodige aandacht voor het welzijn en de gezondheid van zowel de gebruikers als de dieren.

Art. 19.Elk dagverzorgingscentrum ontwikkelt een hitteplan. Als de temperatuur oploopt, maar in elk geval als in de publiek toegankelijke ruimtes of in de kamers van de gebruikers een temperatuur van 29 ° C bereikt wordt, treedt dat hitteplan in werking.

Art. 20.Met betrekking tot de individuele zorg- en dienstverlening aan de gebruikers beantwoordt het dagverzorgingscentrum aan de volgende voorwaarden : 1° aan de gebruiker moet steeds de nodige hulp geboden worden bij de dagelijkse lichaamsverzorging;2° elke gebruiker moet minstens eenmaal per week een bad of douche kunnen nemen, naar eigen keuze;3° in voorkomend geval moet de gebruiker steeds over voldoende en aangepast incontinentiemateriaal kunnen beschikken;4° het dagverzorgingscentrum maakt voor elke gebruiker een geïndividualiseerd zorg- en begeleidingsplan op dat minstens de volgende gegevens bevat : a) de identiteitsgegevens;b) de behandelende arts;c) de persoon of personen die in geval van nood gewaarschuwd moeten worden;d) persoonlijke kenmerken, levensloop;e) individuele behoeften of wensen;f) de afspraken rond de aangeboden zorg- en dienstverlening;g) de afstemming van de zorg- en dienstverlening;h) de afspraken rond vrijetijdsbesteding en sociale activiteiten;5° het dagverzorgingscentrum toont aan dat de gebruiker of zijn familieleden en mantelzorgers instemmen met het zorg- en begeleidingsplan.Daarin worden een maximale persoonlijke autonomie en zelfverantwoordelijkheid ingeschreven; 6° de dossiers worden bewaard met respect voor de privacy, zodat alleen daartoe bevoegde personen er toegang toe hebben.De gebruiker en zijn vertegenwoordiger hebben steeds recht op inzage in dat deel van het zorg- en begeleidingsplan dat hen rechtstreeks aanbelangt.

Art. 21.§ 1. Elk dagverzorgingscentrum wijst een klachtenbehandelaar aan. De gebruiker of zijn familie of mantelzorger kan suggesties, opmerkingen of klachten rechtstreeks, zowel schriftelijk als mondeling, aan die persoon meedelen. De klachtenbehandelaar verzamelt de ingediende suggesties, opmerkingen of klachten. Het personeel van het agentschap kan daarvan inzage nemen. Aan de indiener moet het gevolg dat aan zijn klacht wordt gegeven, schriftelijk meegedeeld worden.

Het dagverzorgingscentrum zorgt voor periodieke informatie over het klachtenbeleid aan alle gebruikers, hun familieleden en mantelzorgers. § 2. De gegevens betreffende de Woonzorglijn worden op een zichtbare plaats uitgehangen.

Art. 22.Wat de voeding betreft, voldoet een dagverzorgingscentrum aan de volgende regels : 1° de gebruiker moet een warme maaltijd per dag kunnen krijgen;2° de maaltijden moeten bereid en verdeeld worden met inachtneming van de hygiënische voorschriften.Het voedsel moet in voldoende hoeveelheid beschikbaar zijn. Het moet gezond en afwisselend zijn, en aangepast zijn aan de gezondheidstoestand van de gebruiker. De dieetvoorschriften van de behandelende arts moeten in acht genomen worden; 3° het menu wordt op de dag van het verblijf aan de gebruikers meegedeeld.Het menu wordt gedurende ten minste twee weken ter inzage bewaard; 4° elke gebruiker moet steeds gratis over voldoende drinkbaar water kunnen beschikken.

Art. 23.Het dagverzorgingscentrum zorgt ervoor dat zijn gebruikers gebruik kunnen maken van aangepast vervoer waarbij ze, als dat nodig is, thuis kunnen worden opgehaald en na het verblijf in het centrum weer naar huis kunnen worden gebracht. De minister kan de nadere voorwaarden bepalen.

Onderafdeling 3. Facturatie

Art. 24.Er kan alleen een extra vergoeding worden aangerekend voor de persoonlijke en individuele diensten en leveringen die in de overeenkomst uitdrukkelijk vermeld worden en die niet behoren tot de minimale kostprijselementen van de dagprijs. De beheersinstantie van het dagverzorgingscentrum moet op eenvoudig verzoek de bewijsstukken kunnen voorleggen die de uitgaven rechtvaardigen. Die extra vergoeding mag alleen tegen marktconforme prijzen aangerekend worden. Ze moet gebaseerd zijn op een reële aantoonbare kostenberekening.

Art. 25.De minister bepaalt welke kostprijselementen minimaal deel moeten uitmaken van de dagprijs.Tevens kan de minister bepalen : 1° voor welke extra diensten en leveringen er een extra vergoeding aangerekend kan worden en, in voorkomend geval, onder welke voorwaarden die aangerekend mag worden;2° welke uitgaven als voorschotten ten gunste van derden beschouwd moeten worden. Voorschotten ten gunste van derden moeten gerechtvaardigd kunnen worden door een bewijsstuk.

Art. 26.Het overzicht van de gehanteerde dagprijzen, eventueel opgesplitst per kostensoort, en van de aangerekende extra vergoedingen, is beschikbaar in het dagverzorgingscentrum en wordt op eenvoudig verzoek aan het agentschap bezorgd.

Art. 27.De in het dagverzorgingscentrum gehanteerde dagprijzen en extra vergoedingen, alsook de regeling van de voorschotten ten gunste van derden, worden duidelijk geafficheerd op een centrale plaats die toegankelijk is voor alle gebruikers, bezoekers en personeelsleden. Ze kunnen worden geraadpleegd op de website van de beheersinstantie.

Art. 28.Het dagverzorgingscentrum kan aan de gebruiker geen waarborgsom vragen.

Art. 29.Voor afwezigheden die uiterlijk de dag voordien worden gemeld, en voor perioden van opname in een ziekenhuis of in kortverblijf mogen geen dagprijs of extra vergoedingen gefactureerd worden. Evenmin mogen een dagprijs en extra vergoedingen worden aangerekend vanaf de dag die volgt op het overlijden van de gebruiker.

Art. 30.Gebruikers aan wie alleen tijdens de nacht in het dagverzorgingscentrum zorg- en dienstverlening worden verstrekt, betalen een aangepaste dagprijs die minder bedraagt dan de dagprijs in een centrum voor kortverblijf of een woonzorgcentrum.

Art. 31.De eerste factuur kan pas worden opgemaakt op het einde van de maand waarin de gebruiker voor het eerst gebruik maakt van de zorg- en dienstverlening in het dagverzorgingscentrum. De prestaties worden steeds achteraf verrekend. Het is niet toegestaan een voorschot aan te rekenen voor de maand die volgt.

Art. 32.Op het einde van elke maand wordt voor iedere gebruiker een factuur opgemaakt waarop onder meer de volgende gegevens duidelijk zijn vermeld : 1° de identiteit van de gebruiker;2° het aantal dagen dat aan de gebruiker in het dagverzorgingscentrum zorg- en dienstverlening werd verstrekt;3° de gevraagde dagprijs;4° een gedetailleerde opgave van alle extra vergoedingen die boven op de dagprijs in rekening zijn gebracht, met vermelding van de aard, het aantal en het bedrag;5° eventueel voorschotten ten gunste van derden;6° het totale verschuldigde nettobedrag dat de gebruiker of zijn vertegenwoordiger moet betalen.

Art. 33.Dagverzorgingscentra die voorschotten ten gunste van derden buiten de facturatie regelen, boeken de individuele ontvangsten en uitgaven op een voor de gebruiker overzichtelijke wijze. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan steeds inzage nemen van de stand van de rekening.

Art. 34.Het aangestelde personeel van het agentschap is gemachtigd om kennis te nemen van de boekhouding en van de individuele facturen. Afdeling 3. Voorwaarden voor de omkadering

Art. 35.Een dagverzorgingscentrum moet over ten minste het volgende personeel kunnen beschikken : 1° een coördinator die verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding in dagverzorgingscentra en die voor één derde tewerkgesteld wordt of meer, in functie van het aantal gebruikers.De coördinator is in het bezit van ten minste een bachelordiploma in een sociale, medische, paramedische of verzorgende studierichting; 2° minstens één voltijds verzorgend personeelslid;3° het centrum zet voldoende en deskundig personeel en medewerkers in om zijn vooropgestelde doelstellingen te realiseren;4° tijdens de openingsuren moet ten minste één lid van het verzorgend personeel een permanente dienstverlening verzorgen. De minister kan de aanvullende personeelsformatie vaststellen.

Art. 36.In voorkomend geval kan elke voltijdse personeelsfunctie door maximaal twee verschillende personeelsleden worden vervuld.

Art. 37.Overdag en in voorkomend geval 's nachts moet in het dagverzorgingscentrum voldoende gekwalificeerd personeel oproepbaar zijn om tijdig aangepaste hulp te kunnen bieden. Een dagverzorgingscentrum dat ook 's nachts aan gebruikers zorg- en dienstverlening verstrekt, moet een beroep kunnen doen op een actieve nachtdienst. Die actieve nachtdienst kan worden opgenomen door het personeel van het woonzorgcentrum waarin het dagverzorgingscentrum geïntegreerd is. In dat geval wordt het aantal gebruikers van het dagverzorgingscentrum aan wie 's nachts zorg- en dienstverlening wordt verstrekt, opgeteld bij het aantal opgenomen bewoners in het woonzorgcentrum om te bepalen hoeveel personeelsleden het woonzorgcentrum daarvoor moet inzetten conform artikel 40 van bijlage XII.

Art. 38.Het dagverzorgingscentrum ontwikkelt een vormings-, trainings- en opleidingsbeleid voor het personeel. Elk voltijds personeelslid volgt over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens 20 uren bijscholing. In geval van deeltijds werk of van een ander arbeidsregime, en in geval van nieuwe indiensttreding in de loop van het kalenderjaar, wordt het minimaal aantal uren bijscholing proportioneel verminderd. De coördinator volgt jaarlijks 8 uren extra bijscholing.

De minister kan per functie bepalen welke vormingsactiviteiten in aanmerking komen voor de bijscholing.

Art. 39.Het dagverzorgingscentrum kan voor elke medewerker en elk lid van de raad van bestuur een uittreksel uit het strafregister tonen.

De erkenning kan worden geweigerd of ingetrokken als een van de personen, vermeld in het eerste lid, in België of in het buitenland door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing werd veroordeeld wegens een misdrijf dat genoemd is in boek II, titel VII, hoofdstuk V, VI en VII, titel VIII, hoofdstuk I, II, artikel 422bis, IV en VI en titel IX, hoofdstuk I en II, van het Strafwetboek.

Als een werkstraf of een andere alternatieve straf werd opgelegd, wordt voor een aangepaste begeleiding van de werknemer gezorgd, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met mogelijke risico's voor de bewoners. Afdeling 4. Voorwaarden voor de infrastructuur

Onderafdeling 1. Veiligheid

Art. 40.Een dagverzorgingscentrum voldoet aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering.

Onderafdeling 2. Het gebouw

Art. 41.Het dagverzorgingscentrum ontwikkelt zijn werking in een eigen, duidelijk te onderscheiden infrastructuur. Als het dagverzorgingscentrum is ingericht in de gebouwen van een woonzorgcentrum of van een andere voorziening, beklemtoont een aparte ingang of een aangepaste bewegwijzering de eigen werking ervan.

Art. 42.De ingang van het dagverzorgingscentrum is zo aangepast dat de gebruikers bij aankomst en vertrek gemakkelijk kunnen in- en uitstappen.

Art. 43.Een dagverzorgingscentrum bestaat uit één of meer gemeenschappelijke zitkamers voor de gebruikers, en één of meer aangepaste rustkamers en sanitaire installaties. De minister kan daar nadere voorwaarden voor bepalen.

In de gemeenschappelijke zitkamer(s) en in de rustkamer(s) moet het raamoppervlak ten minste een zesde bedragen van de nettovloeroppervlakte. In een gemeenschappelijke zitkamer met een nettovloeroppervlakte van meer dan 30 m2 is het raamoppervlak ten minste een zevende van de nettovloeroppervlakte.

Het glasoppervlak van het raam in alle kamers en gemeenschappelijke ruimten begint op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak, en ook zittend moet een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk zijn.

Art. 44.Elke gebruiker moet, als dat nodig is, een aangepast oproepsysteem kunnen gebruiken.

Art. 45.Geneesmiddelen en dossiers moeten op een veilige en discrete manier bewaard kunnen worden.

Art. 46.In een dagverzorgingscentrum moeten alle voor de gebruikers toegankelijke ruimten samen, met uitzondering van de sanitaire ruimten en de gangen, ten minste 5 m2 per opgenomen gebruiker bedragen.

In elke zitkamer is minimaal een aansluiting op het tv- en radionet aanwezig en is internet beschikbaar.

Art. 47.Het gebouw of de gebouwen van het dagverzorgingscentrum voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° bij de inrichting van het gebouw worden huiselijke en gezellige accenten gelegd;2° de gebouwen en de lokalen moeten regelmatig onderhouden worden;3° de nodige maatregelen moeten worden genomen om vocht en insijpelen van water of hinder van welke aard ook te voorkomen;4° restafval en gft moeten in gesloten afvalemmers bewaard worden zodat geen geur- of andere hinder ontstaat;5° een centraal verwarmingssysteem is verplicht.Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden; 6° in alle lokalen moeten de verwarming, ventilatie en verlichting aangepast zijn aan de bestemming van het lokaal;7° in de kamers van de gebruikers en de gemeenschappelijke ruimten moet de temperatuur overdag minstens 22 ° C kunnen bedragen;8° aangepaste zonnewering waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, moet waar dat nodig is, aangebracht worden;9° in alle voor de gebruiker toegankelijke ruimten moeten niveauverschillen zoals treden, trappen en andere hindernissen vermeden worden;10° om zich te verplaatsen in het gebouw moeten de gebruikers zich kunnen behelpen met leuningen en handgrepen.Ook in de sanitaire ruimten moeten leuningen en handgrepen aangebracht zijn; 11° alle gangen die voor de gebruikers toegankelijk zijn, moeten over de nodige rustpunten beschikken.

Art. 48.De infrastructuur van het dagverzorgingscentrum moet toelaten dat de minimale privacy van elke gebruiker gewaarborgd is en dat het steeds mogelijk is om de gepaste zorg te bieden en hulp te verlenen.

Art. 49.Een dagverzorgingscentrum dat ook nachtopvang organiseert, stelt daarvoor rustkamers ter beschikking die, met behoud van de toepassing van artikel 45, artikel 46, tweede lid, en artikel 48, voldoen aan de volgende vereisten : 1° de kamer moet een netto vloeroppervlakte van ten minste 16 m2 hebben, sanitair niet inbegrepen.Elke kamer moet over een aparte, ingerichte sanitaire cel beschikken, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker, met minstens een toilet en een wastafel; 2° het dagverzorgingscentrum moet per kamer het nodige meubilair ter beschikking kunnen stellen opdat elke gebruiker op een behoorlijke manier kan eten, rusten en slapen;3° in de kamer moet een koelkast ter beschikking van de gebruiker gesteld kunnen worden;4° in de kamers moet het raamoppervlak ten minste een zesde bedragen van de netto vloeroppervlakte.In een kamer met een netto vloeroppervlakte van meer dan 30 m2 is het raamoppervlak ten minste een zevende van de netto vloeroppervlakte. Het glasoppervlak van het raam in alle kamers begint op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak, en ook zittend moet een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk zijn.

Alleen dagverzorgingscentra die in een woonzorgcentrum zijn geïntegreerd, kunnen nachtopvang organiseren.

Art. 50.In het dagverzorgingscentrum of in de onmiddellijke nabijheid ervan moet ten minste één gemeenschappelijke badkamer met een aangepaste bad- of douchegelegenheid beschikbaar zijn. Die installaties moeten toegankelijk zijn voor alle gebruikers van het dagverzorgingscentrum.

De sanitaire installaties in het dagverzorgingscentrum of in de onmiddellijke nabijheid ervan moeten, naast de eventuele uitrusting van de badkamer, bestaan uit minstens één rolstoeltoegankelijk toilet.

De toiletten moeten een goede rechtstreekse verluchting of een degelijke ventilatie en een vast oproepsysteem hebben. Afdeling 5. Specifieke erkenningsvoorwaarden voor dagverzorgingscentra

die uitsluitend gebruikers verzorgen die gezinszorg of aanvullende thuiszorg genieten

Art. 51.Een dagverzorgingscentrum kan worden erkend voor het verstrekken van zorg- en dienstverlening aan uitsluitend gebruikers aan wie gezinszorg of aanvullende thuiszorg wordt verleend, als het voldoet aan de specifieke voorwaarden van afdeling 1 tot en met 4 van dit hoofdstuk. Concreet houdt dat het volgende in : 1° het dagverzorgingscentrum wordt uitgebaat door een initiatiefnemer die ook een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg uitbaat;2° de persoonsverzorging, de huishoudelijke hulp en de psychosociale ondersteuning voor de gebruikers in het dagverzorgingscentrum worden verricht door de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, vermeld in punt 1°, conform de regels van bijlage I met uitzondering van artikel 4, A, 9°, van die bijlage;3° een verzorgend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, vermeld in punt 1°, mag zorg- en dienstverlening als vermeld in punt 2° aan gemiddeld vier gebruikers per jaar in het dagverzorgingscentrum verstrekken, met een maximum van tegelijkertijd zes gebruikers per uur;4° het dagverzorgingscentrum verstrekt alleen zorg- en dienstverlening aan gebruikers aan wie gezinszorg of aanvullende thuiszorg wordt verstrekt door een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg;5° het dagverzorgingscentrum werkt samen met een thuiszorgvoorziening of een ouderenvoorziening, met het oog op continuïteit van zorg in het natuurlijke thuismilieu;6° het dagverzorgingscentrum biedt uitsluitend zorg- en dienstverlening aan op een weekdag tussen 7 uur en 20 uur, die geen feestdag is;7° in afwijking van artikel 11, 3°, artikel 12, derde lid, artikel 14, 24, 25, eerste lid, artikel 26, 27, 29 en artikel 32, 2°, 3° en 4°, factureert het dagverzorgingscentrum voor de andere zorg- en dienstverlening dan die het centrum aan de gebruiker verstrekt, een prijs per uur in plaats van een dagprijs aan de gebruiker.De minister kan de nadere regels bepalen; 8° het dagverzorgingscentrum realiseert een gemiddelde bezettingsgraad van maximaal tien;9° in afwijking van artikel 38 ontwikkelt het dagverzorgingscentrum een vormings-, trainings- en opleidingsbeleid voor het personeel overeenkomstig artikel 4, B, 9° en 10°, van de bijlage I;10° het dagverzorgingscentrum kan geen bijzondere erkenning verkrijgen als centrum voor dagverzorging als vermeld in het koninklijk besluit van 21 september 2004 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis, als centrum voor dagverzorging of als centrum voor niet aangeboren hersenletsels;11° het dagverzorgingscentrum betaalt aan de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, vermeld in punt 1°, voor de zorg- en dienstverlening, vermeld in punt 2°, een vergoeding conform de regels die de minister bepaalt. HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring

Art. 52.De erkende dagverzorgingscentra komen in aanmerking voor een jaarlijks subsidiebedrag dat berekend wordt op basis van de gemiddelde bezettingsgraad.

De dagverzorgingscentra die een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal tien gebruikers realiseren, komen in aanmerking voor een subsidiebedrag van 31.097,06 euro per jaar. De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 250.

De dagverzorgingscentra die een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan tien gebruikers maar van minimaal zeven hebben, kunnen evenredig aan de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad een subsidiebedrag ontvangen van 28.255,14 euro, 25.413,20 euro of 22.572,35 euro, naargelang ze een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 9, 8 of 7.

In afwijking van artikel 14 van het besluit zijn de bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, uitgedrukt tegen 100 % op basis van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2006.

De minister bepaalt de nadere subsidievoorwaarden en legt de overgangsbepalingen vast.

Art. 53.Ongeacht de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad kunnen dagverzorgingscentra die voor het eerst erkend worden, gedurende de eerste drie jaar waarin ze voor subsidiëring in aanmerking komen, een subsidiebedrag ontvangen dat gelijk kan zijn aan het hoogste subsidiebedrag. Voor de berekening van die eerste drie jaar komen ook de jaren in aanmerking waarin dagverzorgingscentra die op 1 januari 2010 subsidiabel zijn, al subsidies ontvangen hebben.

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Art. 54.§ 1. De dagverzorgingscentra die op 1 januari 2010 erkend zijn, behouden hun erkenning. Ze beantwoorden uiterlijk twee jaar na die datum aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en dit besluit. § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 58, § 4, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 kunnen dagverzorgingscentra die gedurende de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 zonder erkenning werden uitgebaat, een voorafgaande vergunning en een erkenning verkrijgen, ook als in hun regio de programmatie al volledig ingenomen is.

Om een voorafgaande vergunning te verkrijgen moet bij de aanvraag van de voorafgaande vergunning bijkomend een bezetting gedurende de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 aangetoond worden. Als de bezetting wordt aangetoond, kan een voorafgaande vergunning voor minstens vijf verblijfseenheden worden verkregen. Als het centrum een voorafgaande vergunning wil voor meer dan vijf verblijfseenheden, bepaalt de gemiddelde bezetting van het dagverzorgingscentrum gedurende de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 januari 2009 het aantal verblijfseenheden waarvoor een voorafgaande vergunning kan worden verkregen.

Zolang de overprogrammatie niet geneutraliseerd is en er geen ruimte is in de geldende programmatie, kunnen er geen nieuwe voorafgaande vergunningen verleend worden.

Art. 55.Met behoud van de toepassing van artikel 58, § 4, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 kunnen dagcentra die op 17 december 2012 zonder erkenning worden uitgebaat als een dagcentrum als vermeld in artikel 51, een voorafgaande vergunning en een erkenning verkrijgen als dagverzorgingscentrum, ook als in hun regio de programmatie al volledig ingenomen is. Om een voorafgaande vergunning te verkrijgen moet bij de aanvraag van de voorafgaande vergunning bijkomend een bezetting gedurende de periode vanaf 1 januari 2012 tot en met 16 december 2012 of, als de uitbating van het dagcentrum na 1 januari 2012 werd aangevat, gedurende de periode vanaf de datum van aanvang van de uitbating tot en met 16 december 2012, aangetoond worden. Als de bezetting wordt aangetoond kan een voorafgaande vergunning worden verkregen.

De voorafgaande vergunning en de erkenning moeten samen aangevraagd worden voor 17 december 2012.

Zolang de overprogrammatie niet geneutraliseerd is en er geen ruimte is in de geldende programmatie, kunnen er geen nieuwe voorafgaande vergunningen verleend worden.

Art. 56.De dagverzorgingscentra die op 1 januari 2010 zonder erkenning worden uitgebaat en die uiterlijk twee jaar na die datum niet voorlopig erkend zijn of erkend zijn voor onbepaalde duur, mogen niet langer worden uitgebaat.

De dagcentra die op 1 januari 2011 zonder erkenning als dagverzorgingscentrum worden uitgebaat en die uiterlijk twee jaar na die datum niet voorlopig erkend zijn of erkend zijn voor onbepaalde duur, mogen niet langer worden uitgebaat.

Art. 57.Als over een aanvraag tot erkenning van een dagverzorgingscentrum waarvoor geen gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op 1 januari 2010 nog geen beslissing is genomen, wordt de aanvraag verder behandeld met toepassing van de erkenningsvoorwaarden die voor die datum van toepassing waren. Het centrum beantwoordt uiterlijk twee jaar na de datum van zijn erkenning aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en dit besluit.

Art. 58.Als over een aanvraag tot erkenning van een dagverzorgingscentrum waarvoor een gebouw moet worden opgericht, verbouwd of ingericht, op 1 januari 2010 nog geen beslissing is genomen, gelden de volgende regels : 1° als op 1 januari 2010 de persoon die de erkenning heeft aangevraagd, nog niet op de hoogte werd gebracht van de opschorting van de behandeling van de aanvraag, vervalt de aanvraag van rechtswege.Het agentschap deelt dat aan die persoon mee; 2° als op 1 januari 2010 aan de persoon die de erkenning heeft aangevraagd, is meegedeeld dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort in afwachting van de oprichting, verbouwing of inrichting van een gebouw voor het centrum, kan het dagverzorgingscentrum na de voltooiing van die werkzaamheden alleen worden erkend als het beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en dit besluit. In afwijking van het eerste lid, 2°, wordt de erkenningsaanvraag verder behandeld met toepassing van de erkenningsvoorwaarden die voor 1 januari 2010 van toepassing waren, als voor die datum met betrekking tot het centrum hetzij aan het agentschap de start van de oprichtings-, verbouwings- of inrichtingswerkzaamheden werd meegedeeld, hetzij het technische en financieel aspect van het masterplan is goedgekeurd met toepassing van de regelgeving inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. In geval van erkenning beantwoordt het centrum uiterlijk twee jaar na de datum van de erkenningsbeslissing aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 25, 26 en 27 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 en dit besluit.

Art. 59.De dagverzorgingscentra die op 17 december 2012 erkend of vergund zijn, behouden hun erkenning of voorafgaande vergunning.

Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2012 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, wat de maximale subsidiabele oppervlakte voor de dagverzorgingscentra betreft, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, wat de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de dagverzorgingscentra betreft.

Brussel, 14 september 2012.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^