Besluit Van De Vlaamse Regering van 15 december 2017
gepubliceerd op 02 maart 2018
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobi

bron
vlaamse overheid
numac
2018010883
pub.
02/03/2018
prom.
15/12/2017
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018010883

VLAAMSE OVERHEID


15 DECEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 25/01/2013 pub. 19/02/2013 numac 2013200881 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bemestingsadvisering voor groenteteelten en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 betreffende nadere regels rond tuinbouw ter uitvoering van het decreet van 22 december 200 sluiten tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid


DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 20/04/2009 numac 2009201673 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid sluiten betreffende het mobiliteitsbeleid,, artikel 16, § 3, achtste lid, gewijzigd bij het decreet van 10 februari 2012, artikel 20, artikel 26/3, 26/5, 26/6, eerste lid en derde lid, artikel 26/8, § 4, artikel 26/10, § 2, artikel 26/11, tweede lid, en artikel 26/12, ingevoegd bij het decreet van 10 februari 2012;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 25/01/2013 pub. 19/02/2013 numac 2013200881 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bemestingsadvisering voor groenteteelten en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 betreffende nadere regels rond tuinbouw ter uitvoering van het decreet van 22 december 200 sluiten tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 4 juli 2017;

Gelet op het advies nr. 62.352/3 van de Raad van State, gegeven op 23 november 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 25/01/2013 pub. 19/02/2013 numac 2013200881 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bemestingsadvisering voor groenteteelten en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 betreffende nadere regels rond tuinbouw ter uitvoering van het decreet van 22 december 200 sluiten tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid, worden een punt 12° en een punt 13° toegevoegd, die luiden als volgt: "12° bovenlokale functionele fietsroutenetwerk: een wensbeeld voor gemeentegrensoverschrijdende fietsinfrastructuur in het Vlaamse Gewest. Het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk verbindt woonkernen en attractiepolen, met name zones van tewerkstelling, van onderwijs, van handel, van sport en cultuur en mobiliteitsknooppunten; 13° fietssnelweg: de ruggengraat van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk, namelijk potentieel intensief te gebruiken doorgaande fietsroutes tussen steden en belangrijke attractiepolen, die met kwalitatief hoogwaardige infrastructuur worden uitgerust.De fietssnelweg biedt een aantrekkelijk alternatief voor verplaatsingen met de auto. Op fietssnelwegen, die herkenbaar zijn, kunnen fietsers veilig en comfortabel doorrijden over langere afstanden.

Art. 2.In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 en 24 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, zesde lid, wordt de zinsnede "de naamloze vennootschap van publiek recht en autonoom overheidsbedrijf NMBS Holding," opgeheven; 2° aan paragraaf 2 wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Voor een project waarvoor subsidies kunnen worden aangevraagd, wordt de bevoegde instantie, vermeld in artikel 37, § 2, altijd uitgenodigd om als variabel lid deel uit te maken van de GBC, als die bevoegde instantie voor het desbetreffende project niet als vast lid deel uitmaakt van de GBC.".

Art. 3.In artikel 13, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "een vast lid dat daarvoor door de minister wordt aangewezen" vervangen door de woorden "het departement".

Art. 4.In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In afwijking van het eerste lid kan elk lid van de RMC om het quorum te bereiken een schriftelijke volmacht verlenen aan een ander lid van de RMC.".

Art. 5.In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1 wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt: "11° de aanleg van nieuwe, ongelijkvloers kruisende, gemeentelijke fietsinfrastructuur op trajecten van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk boven of onder gewestwegen."; 2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt: " § 1/1.Als voor de infrastructuurgebonden projecten, vermeld in paragraaf 1, een plan-MER over plannen en programma's conform titel IV, hoofdstuk II, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, moet worden opgemaakt, vangt de methodiek, vermeld in artikel 26/6 van het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 20/04/2009 numac 2009201673 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid sluiten, op zijn vroegst aan nadat de bevoegde administratie het plan-MER heeft goedgekeurd conform artikel 4.2.11, § 4, van het voormelde decreet van 5 april 1995."; 3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "in paragraaf 1, 1° tot en met 9° worden uitgevoerd volgens de methodiek vermeld in artikel 26/6 van het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 20/04/2009 numac 2009201673 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid sluiten, op voorwaarde dat:" vervangen door de zinsnede "in paragraaf 1, 1° tot en met 9° en 11° worden uitgevoerd volgens de methodiek vermeld in artikel 26/6 van het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 20/04/2009 numac 2009201673 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid sluiten, mits voldaan is aan één van de volgende voorwaarden:"; 4° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "ten minste 200.000 euro bedragen" vervangen door de zinsnede "op ten minste 500.000 euro worden geraamd"; 5° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "op voorwaarde dat" vervangen door de woorden "mits voldaan is aan één van de volgende voorwaarden"; 6° in paragraaf 2, tweede lid, 1°, wordt de zinsnede "ten minste 200.000 euro bedragen" vervangen door de zinsnede "op ten minste 500.000 euro worden geraamd"; 7° in paragraaf 3, derde lid, wordt tussen het woord "vermeld" en de zinsnede "artikel 24 tot en met 27" het woord "in" ingevoegd.

Art. 6.In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "op voorwaarde dat" vervangen door de woorden "mits voldaan is aan één van de volgende voorwaarden"; 2° in het eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "ten minste 200.000 euro per jaar per maatregel bedragen" vervangen door de zinsnede "op ten minste 500.000 euro per jaar per maatregel worden geraamd"; 3° in het tweede lid worden de woorden "de initiatiefnemer" vervangen door de woorden "een of meer vaste leden van de GBC of IGBC".

Art. 7.Aan artikel 27, 3°, a), van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", inclusief de financiële impact van die maatregelen" toegevoegd.

Art. 8.In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "het departement" vervangen door de woorden "de voorzitter van de RMC";2° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "en aan het departement" opgeheven;3° in paragraaf 1, zesde lid, worden de woorden "het departement de voorzitter van de RMC en" vervangen door de woorden "de voorzitter van de RMC";4° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "het departement" vervangen door de woorden "de voorzitter van de RMC".

Art. 9.In artikel 29, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het vierde lid worden de woorden "en het departement" opgeheven;2° in het vijfde lid worden de woorden "het departement de voorzitter van de RMC en" vervangen door de woorden "de voorzitter van de RMC".

Art. 10.In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "aan de kwaliteitsadviseur, de voorzitter van de RMC en het departement" vervangen door de woorden "aan de kwaliteitsadviseur en de voorzitter van de RMC"; 2° in paragraaf 4, tweede lid, wordt de zin "Een afschrift van het verzoek wordt bezorgd aan het departement." opgeheven.

Art. 11.In artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt de zinsnede "het departement," opgeheven;2° in het derde lid worden de woorden "het departement de voorzitter van de RMC en" vervangen door de woorden "de voorzitter van de RMC".

Art. 12.In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zinsnede "het departement," opgeheven;2° in het tweede lid worden de woorden "het departement" vervangen door de woorden "de voorzitter van de RMC".

Art. 13.Aan artikel 37, § 2, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt: "d) de aanleg van nieuwe, ongelijkvloers kruisende, gemeentelijke fietsinfrastructuur op trajecten van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk boven of onder gewestwegen, vermeld in artikel 21, § 1, 11°. ".

Art. 14.In artikel 38, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, 2°, b), wordt het woord "die" opgeheven;2° in het eerste lid, 2°, c), wordt het woord "die" opgeheven;3° in het vierde lid wordt tussen het woord "maar" en de woorden "wordt maximaal één subsidie" het woord "er" ingevoegd.

Art. 15.In artikel 42 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "Als de studies, vermeld in artikel 43, § 2, 1°, en in artikel 47, § 2, 1°, en het toezicht, vermeld in artikel 43, § 2, 2°, en in artikel 47, § 2, 2°, " vervangen door de zinsnede "Als de studies, vermeld in artikel 43, § 2, 1°, in artikel 47, § 2, 1°, in artikel 48/3, § 3, 1°, en in artikel 49, § 3, 1°, en het toezicht, vermeld in artikel 43, § 2, 2°, in artikel 47, § 2, 2°, in artikel 48/3, § 3, 2°, en in artikel 49, § 3, 2°, ".

Art. 16.In artikel 47, § 3, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "en de helft van de kosten van werken" vervangen door de zinsnede ", de kosten die gemaakt zijn door de gemeente voor de verwerving of onteigening van de gronden en de helft van de kosten van de werken".

Art. 17.Aan artikel 48, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt: "6° de betaalbewijzen van de kosten voor de verwerving van de gronden, vermeld in artikel 47, § 3, 1°. ".

Art. 18.Aan titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/11/2015 pub. 23/02/2016 numac 2016035143 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning sluiten, wordt een onderafdeling 5, die bestaat uit artikel 48/1 en 48/2, toegevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling 5. De aanleg van nieuwe, ongelijkvloers kruisende, gemeentelijke fietsinfrastructuur op trajecten van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk boven of onder gewestwegen

Art. 48/1.§ 1. De subsidies die gericht zijn op de aanleg van nieuwe fietsinfrastructuur, vermeld in artikel 21, § 1, 11°, die een of meer gewestwegen ongelijkvloers kruist, bedragen 100% van de kostprijs voor de aanleg van de nieuwe fietsinfrastructuur.

De projecten, vermeld in het eerste lid, zijn subsidiabel als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de fietsinfrastructuur in kwestie ligt op het traject van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk;2° de fietsinfrastructuur in kwestie kruist een of meer gewestwegen ongelijkvloers;3° de gewestweg is een genummerde weg;4° de fietsinfrastructuur in kwestie wordt eigendom van en zal worden beheerd door de gemeente. § 2. De kostprijs, vermeld in paragraaf 1, omvat: 1° de studiekosten, namelijk de kosten voor: a) de opmaak van de start- en projectnota of de unieke verantwoordingsnota, met inbegrip van de kosten voor de opmaak van de plannen of bestekken die daarvoor noodzakelijk zijn, en de uitvoering van de nodige opmetingen;b) de samenstelling van het technische gedeelte van de dossiers voor grondverwerving;c) de samenstelling van het dossier voor de omgevingsvergunning;d) de begeleiding van de gunningsprocedure voor de werken;2° de toezichtskosten, namelijk de kosten voor: a) het werftoezicht, met inbegrip van de proefkosten, als het toezicht is uitbesteed aan derden;b) de voorlopige en definitieve oplevering, als de opmaak en opvolging ervan worden uitbesteed aan derden;3° de kosten voor de werken volgens de inschrijvingsprijs van de aannemer, in voorkomend geval te vermeerderen met de prijsherzieningen, verrekeningen, meer- of bijwerken.De volgende werken zijn inbegrepen: a) de voorbereidende werken, de opbraakwerken en de grondwerken aan de bermlichamen waarin de fietsinfrastructuur wordt aangelegd, in voorkomend geval met inbegrip van de bouwkundige verbetering van de ondergrond, met uitsluiting van eventuele meerkosten die verbonden zijn aan een bodemsanering;b) de aanleg en de uitrusting van de fietsinfrastructuur die bij het te bouwen kunstwerk aankomt: onderfundering, fundering, verharding en signalisatie;c) de aanleg en de uitrusting van de fietsinfrastructuur: pijlers, landhoofden, funderingen, tunneldak en -wanden, tunneltoeritten, kwartkegels, taludplaten en brugstructuur;d) in voorkomend geval, de afdekking van de strook tussen het aankomende fietspad en de rijbaan, inclusief de verharding, de levering en de aanplanting van het groen en de levering en de plaatsing van noodzakelijke scheidende veiligheidselementen in die strook;e) de herstelling van de strook tussen de fietsinfrastructuur en de rooilijn, met uitzondering van bomen en struiken;f) de constructie van kantopsluitingen, de straatgoten en de waterslikkers in de straatgoten inbegrepen;g) de aanpassing, verplaatsing of aanleg van een waterafvoersysteem voor hemelwater dat kan bestaan uit bermsloten, daarin begrepen de duikers, draineersleuven of RWA-rioolleidingen, met inbegrip van toebehoren.In geval van nieuw aan te leggen RWA-rioolleidingen komt alleen het deel van de kosten in aanmerking in verhouding tot de waterafvoer die afkomstig is van de fietsinfrastructuur; h) de aanleg van pompkelders, pompinstallaties en de afvoer van water uit de tunnel;i) in het kader van de vernieuwing of de aanpassing van de DWA-riolering: het op de juiste hoogte brengen van de bovenbouw van bestaande inspectieputten in de verharding van de fietsinfrastructuur en de levering en de plaatsing van geschikte riooldeksels;j) de verlenging van dwarse duikers of onderbruggingen onder de fietsinfrastructuur;k) de plaatsing van beschermmiddelen, zoals paaltjes en hekken, die dienen om oneigenlijke gebruik van de fietsinfrastructuur te voorkomen;l) het aanbrengen van werfsignalisatie en omleidingssignalisatie tijdens de uitvoering van de werken;m) in voorkomend geval de bronbemaling tijdens de aanleg van de infrastructuur;n) de aanpassing van de kruispunten, ingevolge de aanleg van de fietsinfrastructuur, ter hoogte van uitmondende zijstraten.Het betreft de heraanleg van de verharding of de ophoging van de verharding ter hoogte van de kruispunten; o) de aanleg en de uitrusting, waar nodig, van gelijkvloerse fietsoversteekplaatsen;p) het voorzien in functionele verlichting van wegen die voorbehouden zijn voor fietsverkeer, zowel op de aankomende fietsinfrastructuur als op de fietsbruggen en in de fietstunnels en tunneltoeritten. § 3. De subsidie, vermeld in paragraaf 1, wordt in de volgende drie schijven uitbetaald: 1° een eerste schijf voor het bedrag van de studiekosten en de helft van de kosten voor de werken volgens de inschrijvingsprijs van de aannemer wordt betaald bij de betekening van de opdracht aan de aannemer van de werken;2° een tweede schijf voor het saldo van de kosten van de werken, de eventuele prijsherzieningen en verrekeningen, meer- of bijwerken wordt betaald na de voorlopige oplevering van de werken;3° een derde schijf wordt uitbetaald na de definitieve oplevering van de werken en omvat het saldo van het ereloon van de studiekosten.

Art. 48/2.De subsidieaanvraag voor de eerste schijf, vermeld in artikel 48/1, § 3, 1°, bevat: 1° informatie over de aanvrager, met inbegrip van het rekeningnummer waarop de subsidie moet worden gestort;2° de identificatie van het project;3° een financiële afrekening die de schuldvordering omvat;4° een kopie van de gunningsbeslissing van de gemeenteraad en de overeenkomst met de opdrachtnemer;5° de betaalbewijzen voor de studiekosten, vermeld in artikel 48/1, § 2, 1°. De subsidieaanvraag voor de tweede schijf, vermeld in artikel 48/1, § 3, 2°, bevat: 1° informatie over de aanvrager, met inbegrip van het rekeningnummer waarop de subsidie moet worden gestort;2° de identificatie van het project;3° een financiële afrekening die de schuldvordering en de betaalbewijzen voor de kosten, vermeld in artikel 48/1, § 3, 2°, omvat;4° een kopie van het proces-verbaal van voorlopige oplevering. De subsidieaanvraag voor de derde schijf, vermeld in artikel 48/1, § 3, 3°, bevat: 1° informatie over de aanvrager, met inbegrip van het rekeningnummer waarop de subsidie moet worden gestort;2° de identificatie van het project;3° een financiële afrekening die de schuldvordering omvat en de betaalbewijzen voor het saldo van het ereloon in het kader van de studiekosten; 4° een kopie van het proces-verbaal van definitieve oplevering.".

Art. 19.Aan titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/11/2015 pub. 23/02/2016 numac 2016035143 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning sluiten, wordt een onderafdeling 6, die bestaat uit artikel 48/3 en 48/4, toegevoegd, die luidt als volgt: "Onderafdeling 6. De aanleg of herinrichting van fietsinfrastructuur op trajecten van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk langs wegen die niet onder het beheer van het Vlaamse Gewest vallen

Art. 48/3.§ 1. De subsidies die gericht zijn op de aanleg of herinrichting van fietsinfrastructuur op trajecten van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk langs wegen die niet onder het beheer van het Vlaamse Gewest vallen, zoals vermeld in artikel 21, § 1, 4°, bedragen 50% van de kostprijs voor: 1° de aanleg van nieuwe fietsinfrastructuur;2° de verbreding van een eenrichtingsfietspad van minder dan anderhalve meter breed;3° de verbreding van een tweerichtingsfietspad van minder dan drie meter breed;4° de vervanging van een tweerichtingsfietspad door de aanleg van eenrichtingsfietspaden per rijrichting van minimaal anderhalve meter breed;5° de omvorming van een aanliggend fietspad tot een gescheiden fietspad, waar de verkeersomstandigheden dat noodzakelijk maken;6° de aanleg van fietssnelwegen die de minister aanwijst. § 2. De projecten, vermeld in paragraaf 1, zijn subsidiabel als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de fietsinfrastructuur in kwestie ligt op een traject van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk dat beheerd zal worden door de gemeente;3° er wordt voor dit project aan de gemeente geen subsidie toegekend door de provincie op basis van de subsidieregeling, vermeld in artikel 49. § 3. De kostprijs, vermeld in paragraaf 1, omvat: 1° de studiekosten voor de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen, namelijk de kosten voor: a) de opmaak van de start- en projectnota of de unieke verantwoordingsnota, met inbegrip van de kosten voor de opmaak van de plannen of bestekken die daarvoor noodzakelijk zijn en de uitvoering van de nodige opmetingen;b) de samenstelling van het technische gedeelte van de dossiers voor grondverwerving;c) de samenstelling van het dossier voor de omgevingsvergunning;d) de begeleiding van de gunningsprocedure voor de werken;2° de toezichtskosten bij de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen, namelijk de kosten voor: a) het werftoezicht, met inbegrip van de proefkosten;b) de voorlopige oplevering;3° de kosten die gemaakt zijn door de gemeente voor de verwerving van de gronden die nodig zijn voor de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen;4° de kosten voor de werken volgens de inschrijvingsprijs van de aannemer voor de uitvoering van de volgende werken: a) de voorbereidende werken, de opbraakwerken en de grondwerken aan de bermlichamen waarin de fietsinfrastructuur wordt aangelegd, in voorkomend geval met inbegrip van de bouwkundige verbetering van de ondergrond, met uitsluiting van eventuele meerkosten die verbonden zijn aan een bodemsanering;b) de aanleg en de uitrusting van de fietsinfrastructuur: onderfundering, fundering, verharding en signalisatie;c) de afdekking van de strook tussen het fietspad en de rijbaan, inclusief de verharding, de levering en aanplanting van het groen en de levering en plaatsing van noodzakelijke scheidende veiligheidselementen in die strook;d) de herstelling van de strook tussen de fietsinfrastructuur en de rooilijn, met uitzondering van bomen en struiken;e) de constructie van kantopsluitingen, de straatgoten en de waterslikkers in de straatgoten inbegrepen;f) de aanpassing, verplaatsing of aanleg van een waterafvoersysteem voor hemelwater dat kan bestaan uit bermsloten, daarin begrepen de duikers, draineersleuven of RWA-rioolleidingen, met inbegrip van toebehoren.In geval van nieuw aan te leggen RWA-rioolleidingen komt alleen het deel van de kosten in aanmerking in verhouding tot de waterafvoer die afkomstig is van de fietsinfrastructuur; g) de vernieuwing of de aanpassing van de DWA-riolering is niet subsidiabel, met uitzondering van de kostprijs voor het op de juiste hoogte brengen van de bovenbouw van bestaande inspectieputten in de verharding van de fietsinfrastructuur en de levering en plaatsing van geschikte riooldeksels;h) de verlenging van dwarse duikers of onderbruggingen onder de fietsinfrastructuur;i) kunstwerken langs, over of onder gemeentewegen, verlaten spoorwegen en onbevaarbare waterlopen;j) beschermmiddelen, zoals paaltjes en hekken die dienen om oneigenlijk gebruik van de fietsinfrastructuur te voorkomen;k) het aanbrengen van de bovenlaag van de fietssuggestiestrook over een beperkte lengte en alleen als projectonderdeel van de aanleg van een volwaardig fietspad;l) werfsignalisatie en omleidingssignalisatie tijdens de uitvoering van de werken;m) de aanpassing van de kruispunten, ingevolge de aanleg van de fietsinfrastructuur, ter hoogte van uitmondende zijstraten.Het betreft de heraanleg van de verharding of de ophoging van de verharding ter hoogte van de kruispunten; n) de aanleg en de uitrusting, waar nodig, van gelijkvloerse fietsoversteekplaatsen;o) het voorzien in functionele verlichting van wegen die voorbehouden zijn voor fietsverkeer. In afwijking van het eerste lid komen de kosten, vermeld in het eerste lid, 4°, a), en de onderfundering en fundering, vermeld in het eerste lid, 4°, b), niet in aanmerking voor subsidiëring als het gaat om fietsinfrastructuur als vermeld in artikel 2.61 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. § 4. Het subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 1, wordt betaald in twee schijven: 1° een eerste schijf voor het bedrag van de studiekosten en de kosten die gemaakt zijn door de gemeente voor de verwerving of onteigening van de gronden, in het geval deze voor subsidie in aanmerking komen, en de helft van de kosten van de werken volgens de inschrijvingsprijs van de aannemer wordt betaald bij de betekening van de opdracht aan de aannemer van de werken;2° een tweede schijf voor het saldo van de studiekosten en de toezichtskosten, voor zover deze voor subsidie in aanmerking komen, en het saldo van de kosten van de werken met de eventuele prijsherzieningen en verrekeningen, meer- of bijwerken wordt betaald na de voorlopige oplevering van de werken.

Art. 48/4.De subsidieaanvraag voor de eerste schijf, vermeld in artikel 48/3, § 4, 1°, bevat: 1° informatie over de aanvrager, met inbegrip van het rekeningnummer waarop de subsidie moet worden gestort;2° de identificatie van het project;3° een financiële afrekening die de schuldvordering omvat;4° een kopie van de gunningsbeslissing van de gemeenteraad en de overeenkomst met de opdrachtnemer;5° de betaalbewijzen voor de studiekosten, vermeld in artikel 48/3, § 3, 1° ;6° de betaalbewijzen van de kosten voor de verwerving van de gronden, vermeld in artikel 48/3, § 3, 3°. De subsidieaanvraag voor de tweede schijf, vermeld in artikel 48/3, § 4, 2°, bevat: 1° informatie over de aanvrager, met inbegrip van het rekeningnummer waarop de subsidie moet worden gestort;2° de identificatie van het project;3° een financiële afrekening die de schuldvordering en de betaalbewijzen voor de kosten, vermeld in artikel 48/1, § 3, 4°, omvat;4° een financiële afrekening die de schuldvordering en de betaalbewijzen omvat met betrekking tot het saldo van de studiekosten, vermeld in artikel 48/3, § 3, 1°, en de toezichtskosten, vermeld in artikel 48/3, § 3, 2° ;4° een kopie van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.

Art. 20.Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 49.§ 1. De subsidie aan provincies voor de aanleg of herinrichting van fietsinfrastructuur op trajecten van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk bedraagt 50% van de kostprijs voor: 1° de aanleg van nieuwe fietsinfrastructuur;2° de verbreding van een eenrichtingsfietspad van minder dan anderhalve meter breed;3° de verbreding van een tweerichtingsfietspad van minder dan drie meter breed;4° de vervanging van een tweerichtingsfietspad door de aanleg van eenrichtingsfietspaden per rijrichting van minimaal anderhalve meter breed;5° de omvorming van een aanliggend fietspad tot een gescheiden fietspad, waar de verkeersomstandigheden dat noodzakelijk maken;6° de aanleg van fietssnelwegen die de minister aanwijst conform artikel 48/3, § 1, 6°. § 2. De projecten, vermeld in paragraaf 1, zijn subsidiabel als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de fietsinfrastructuur in kwestie ligt op een traject van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk dat beheerd zal worden door de gemeente;2° de fietsinfrastructuur in kwestie ligt op het grondgebied van een of meer gemeenten die beschikken over een definitief vastgesteld gemeentelijk of intergemeentelijk mobiliteitsplan, dat in voorkomend geval binnen de termijn, vermeld in artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 20/04/2009 numac 2009201673 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid sluiten, aan een sneltoets is onderworpen;3° er is voor de fietsinfrastructuur in kwestie aan de gemeente geen subsidie toegekend op basis van de subsidieregeling, vermeld in artikel 48/3. § 3. De kostprijs, vermeld in paragraaf 1, omvat: 1° de studiekosten voor de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen, namelijk de kosten voor: a) de opmaak van de start- en projectnota of de unieke verantwoordingsnota, met inbegrip van de kosten voor de opmaak van de plannen of bestekken die daarvoor noodzakelijk zijn en de uitvoering van de nodige opmetingen;b) de samenstelling van het technische gedeelte van de dossiers voor grondverwerving;c) de samenstelling van het dossier voor de omgevingsvergunning;d) de begeleiding van de gunningsprocedure voor de werken;2° de toezichtskosten bij de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen, namelijk de kosten voor: a) het werftoezicht, met inbegrip van de proefkosten;b) de voorlopige oplevering;3° de kosten die gemaakt zijn door de gemeente of de provincie voor de verwerving van de gronden die nodig zijn voor de realisatie van de fietsinfrastructuur op fietssnelwegen;4° de kosten voor de werken volgens de inschrijvingsprijs van de aannemer voor de uitvoering van de volgende werken: a) de voorbereidende werken, de opbraakwerken en de grondwerken aan de bermlichamen waarin de fietsinfrastructuur wordt aangelegd, in voorkomend geval met inbegrip van de bouwkundige verbetering van de ondergrond, met uitsluiting van eventuele meerkosten die verbonden zijn aan een bodemsanering;b) de aanleg en de uitrusting van de fietsinfrastructuur: onderfundering, fundering, verharding en signalisatie;c) de afdekking van de strook tussen het fietspad en de rijbaan, inclusief de verharding, de levering en aanplanting van het groen en de levering en plaatsing van noodzakelijke scheidende veiligheidselementen in die strook;d) de herstelling van de strook tussen de fietsinfrastructuur en de rooilijn, met uitzondering van bomen en struiken;e) de constructie van kantopsluitingen, de straatgoten en de waterslikkers in de straatgoten inbegrepen;f) de aanpassing, verplaatsing of aanleg van een waterafvoersysteem voor hemelwater dat kan bestaan uit bermsloten, daarin begrepen de duikers, draineersleuven of RWA-rioolleidingen, met inbegrip van toebehoren.In geval van nieuw aan te leggen RWA-rioolleidingen komt alleen het deel van de kosten in aanmerking in verhouding tot de waterafvoer die afkomstig is van de fietsinfrastructuur; g) de vernieuwing of de aanpassing van de DWA-riolering is niet subsidiabel, met uitzondering van de kostprijs voor het op de juiste hoogte brengen van de bovenbouw van bestaande inspectieputten in de verharding van de fietsinfrastructuur en de levering en plaatsing van geschikte riooldeksels;h) de verlenging van dwarse duikers of onderbruggingen onder de fietsinfrastructuur;i) kunstwerken langs, over of onder gemeentewegen, verlaten spoorwegen en onbevaarbare waterlopen;j) beschermmiddelen, zoals paaltjes en hekken die dienen om oneigenlijk gebruik van de fietsinfrastructuur te voorkomen;k) het aanbrengen van de bovenlaag van de fietssuggestiestrook over een beperkte lengte en alleen als projectonderdeel van de aanleg van een volwaardig fietspad;l) werfsignalisatie en omleidingssignalisatie tijdens de uitvoering van de werken;m) de aanpassing van de kruispunten, ingevolge de aanleg van de fietsinfrastructuur, ter hoogte van uitmondende zijstraten.Het betreft de heraanleg van de verharding of de ophoging van de verharding ter hoogte van de kruispunten; n) de aanleg en de uitrusting, waar nodig, van gelijkvloerse fietsoversteekplaatsen;o) het voorzien in functionele verlichting van wegen die voorbehouden zijn voor fietsverkeer. In afwijking van het eerste lid komen de kosten, vermeld in het eerste lid, 4°, a), en de onderfundering en fundering, vermeld in het eerste lid, 4°, b), niet in aanmerking voor subsidiëring als het gaat om fietsinfrastructuur als vermeld in artikel 2.61 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. § 4. De subsidie, vermeld in paragraaf 1, wordt betaald in de volgende twee schijven: 1° een eerste schijf van 50% van de subsidie wordt aan de provincie betaald nadat ze bewijsstukken heeft voorgelegd waaruit blijkt dat de provincie al minstens de helft van de door haar toegezegde subsidies heeft uitbetaald aan de gemeente.Als de provincie opdrachtgever is van de subsidiabele werken, wordt de eerste schijf van 50% uitbetaald na de betekening van het aanvangsbevel aan de aannemer; 2° een tweede schijf van maximaal het saldo van het subsidiebedrag dat is bepaald bij de subsidieaanvraag van de eerste schijf, wordt betaald aan de provincie op basis van de goedgekeurde eindafrekening na de voorlopige oplevering van de werken, in voorkomend geval met inbegrip van de prijsherzieningen, verrekeningen, meer- of bijwerken, of op basis van het bewijs van betaling van de tweede schijf door de provincie aan de gemeente.".

Art. 21.In artikel 50, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 2° wordt de zinsnede "80%" vervangen door de zinsnede "90%";2° in punt 2° wordt tussen het woord "fietsinfrastructuurwerken" en de woorden "aan de gemeente" de zinsnede ", of 100% als het fietssnelwegen, die de minister aanwijst conform artikel 48/3, § 1, 6°, betreft," ingevoegd;3° in punt 3° worden de woorden "het gunningsbesluit van de gemeenteraad en de overeenkomst met de opdrachtnemer" vervangen door de zinsnede "de gemotiveerde gunningsbeslissing en de overeenkomst met de opdrachtnemer van de opdrachten, vermeld in artikel 49, § 3, of, als de werken worden uitgevoerd voor een opdrachtgever die niet onderhevig is aan de wetgeving over overheidsopdrachten, een kopie van de overeenkomst met de aannemer"; 4° punt 4° wordt vervangen door wat volgt: "4° hetzij een verklaring dat de toekomstige beheerder van de fietsinfrastructuur eigenaar is van de grond waarop de fietsinfrastructuur wordt aangelegd, hetzij een bewijs dat de gemeente of de provincie langdurige gebruiksrechten bezit op de gronden.".

Art. 22.In artikel 53 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "waarvan de gezamenlijke investeringskosten meer dan 200.000 euro bedragen" vervangen door de zinsnede "die voldoen aan één van de voorwaarden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid"; 2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "200.000 euro of minder bedragen" vervangen door de zinsnede "op 500.000 euro of minder worden geraamd"; 3° in paragraaf 3 wordt tussen de woorden "volgende projecten" en de woorden "een samenwerkingsovereenkomst" de zinsnede ", die voldoen aan één van de voorwaarden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid," ingevoegd;4° aan paragraaf 3, 3°, worden de woorden "van bovenlokaal belang of met een significante mobiliteitsimpact" toegevoegd;5° in paragraaf 3 wordt punt 5° opgeheven; 6° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Ongeacht het bedrag van de gezamenlijke investeringskosten wordt voor de aanleg of de plaatsing van schermen en gronddammen langs een gewestweg die het wegverkeerslawaai verminderen, vermeld in artikel 21, § 1, 10°, een samenwerkingsovereenkomst voor de uitvoering van de werken gesloten tussen de betrokken actoren, als voldaan is aan één van de voorwaarden, vermeld in artikel 21, § 2, tweede lid.".

Art. 23.In artikel 55 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/11/2015 pub. 23/02/2016 numac 2016035143 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In afwijking van het eerste lid wordt voor de projecten, vermeld in het eerste lid, geen samenwerkingsovereenkomst gesloten ter uitvoering van de studiefase en het toezicht op de werken als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° het Vlaamse Gewest is de initiatiefnemer en de enige wegbeheerder;2° het project wordt volledig buiten de bebouwde kom uitgevoerd; 3° er worden geen rioleringswerken uitgevoerd."; 2° in paragraaf 2 worden de woorden "aanbestedende overheid" vervangen door de woorden "beheerder of projectontwikkelaar"; 3° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Voor de projecten, vermeld in artikel 53, § 3, eerste lid, 4°, worden de kosten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, volledig gedragen door de gemeente.".

Art. 24.Artikel 56 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/11/2015 pub. 23/02/2016 numac 2016035143 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning sluiten, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 56.§ 1. In afwijking van artikel 55 omvat de reële kostprijs in de projectspecifieke samenwerkingsovereenkomsten, vermeld in artikel 53, § 3, eerste lid, 1° en 2°, naast de kosten, vermeld in de projectspecifieke samenwerkingsovereenkomst, de studiekosten, de toezichtskosten en de kosten voor de uitvoering van de werken als die kosten voortvloeien uit een opdracht voor diensten die is gesloten vóór 1 januari 2014. § 2. In afwijking van artikel 55 draagt het Vlaamse Gewest de studiekosten en de toezichtskosten van de projectspecifieke samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 1°, met uitzondering van de studiekosten en de toezichtskosten voor de werken die ten laste van de andere partijen vallen, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° er is een projectspecifieke samenwerkingsovereenkomst als vermeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 1°, gesloten;2° de gemeente kan aantonen dat de studiekosten en de toezichtskosten zijn gemaakt bij de voorbereiding van een module 10 of een module 13, respectievelijk als bijlage XI en bijlage XIV gevoegd bij het ministerieel besluit van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 21/12/2001 pub. 08/01/2003 numac 2002036512 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit betreffende de mobiliteitsconvenants sluiten betreffende de mobiliteitsconvenants;3° de kosten vloeien voort uit een opdracht voor diensten die is gesloten vóór 1 januari 2014;4° de resultaten van de studie zijn nuttig en kunnen aangewend worden voor de uitvoering van de werken, gedefinieerd in de projectspecifieke samenwerkingsovereenkomst. § 3. De studiekosten, vermeld in paragraaf 1 en 2, omvatten de kosten voor: 1° de opmaak van de start- en projectnota of de unieke verantwoordingsnota, met inbegrip van de kosten voor de opmaak van de plannen of bestekken die daarvoor noodzakelijk zijn, en de uitvoering van de nodige opmetingen;2° de samenstelling van het technische gedeelte van de dossiers voor grondverwerving;3° de opmaak van het dossier voor de aanvraag van de omgevingsvergunning;4° de begeleiding van de gunningsprocedure voor de werken. De toezichtskosten, vermeld in paragraaf 1 en 2, omvatten de kosten voor: 1° het werftoezicht, met inbegrip van de proefkosten;2° de voorlopige en definitieve oplevering. De studiekosten en de toezichtskosten worden verminderd naar rata van de mate waarin de kosten nuttig zijn voor de realisatie van de werken. § 4. In geval van de projectspecifieke samenwerkingsovereenkomsten, vermeld in artikel 53, § 3, eerste lid, 1° en 2°, omvat de eerste schijf, vermeld in artikel 7 van de projectspecifieke samenwerkingsovereenkomst, opgenomen als bijlage 5 en 6, die bij dit besluit is gevoegd, de studiekosten en de toezichtskosten.

In geval van de projectspecifieke samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 1°, worden de studiekosten en de toezichtskosten uitbetaald aan de gemeente na de betekening van de opdracht aan de aannemer van de werken.".

Art. 25.In hetzelfde besluit, worden bijlage 1 tot en met 9 vervangen door bijlage 1 tot en met 9, die bij dit besluit zijn gevoegd.

Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 15 december 2017.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn, B. WEYTS

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin


Publicatie : 2018-03-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^