Besluit Van De Vlaamse Regering van 17 december 2010
gepubliceerd op 13 januari 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor

bron
vlaamse overheid
numac
2011035006
pub.
13/01/2011
prom.
17/12/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

17 DECEMBER 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, artikel 8, 3°;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 20 oktober 2010;

Gelet op advies 48.880/1 van de Raad van State, gegeven op 26 november 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, 14 mei 2004 en 12 december 2008, wordt een paragraaf 1/3 ingevoegd, die luidt als volgt : « § 1/3. Bij een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal wordt een medisch attest gevoegd.

Het agentschap bepaalt de inhoud van het attest, welke disciplines van artsen het attest moeten invullen en welke bewijsstukken moeten worden toegevoegd.

Voor een aanvraag voor incontinentiemateriaal, wordt geen adviesrapport als vermeld in artikel 9, § 3, 6°, opgemaakt. »

Art. 2.In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, 14 mei 2004, 27 januari 2006 en 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : « Als is voldaan aan de voorwaarden, vermeld in dit besluit, en aan de specifieke voorwaarden, vermeld in bijlage II en III, is de persoonlijke bijstandskorf samengesteld uit hulpmiddelen die in de refertelijst in de bijlage vermeld staan en die op die lijst gekoppeld worden aan de door de provinciale evaluatiecommissie toegekende functiebeperking, het door de provinciale evaluatiecommissie toegekende interventieniveau en het door het agentschap toegekende functioneringsdomein.2° in het bestaande vijfde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden « de arts van » opgeheven.

Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 16/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 16/2.§ 1. De beslissingen over de toekenning van een refertebedrag voor incontinentiemateriaal gelden met ingang van de eerste dag van de maand waarin de aanvraag volledig is. § 2. De beslissingen over de toekenning van het refertebedrag voor incontinentiemateriaal voor kinderen vanaf drie jaar gelden tot en met de laatste dag van de maand waarin het kind vijf jaar is geworden. § 3. De overige beslissingen over de toekenning van een refertebedrag voor incontinentiemateriaal gelden tot en met 31 december van het derde kalenderjaar, te rekenen vanaf het kalenderjaar waarin de beslissing werd genomen. § 4. De beslissingen, vermeld in paragraaf 3, worden ambtshalve verlengd voor een termijn van drie jaar, behalve als het agentschap van oordeel is dat een nieuw medisch attest moet worden voorgelegd. § 5. De refertebedragen voor incontinentiemateriaal worden in voorkomend geval pro rata uitbetaald rekening houdend met de aanvangsdatum van de geldigheid van de beslissing of rekening houdend met de einddatum van de geldigheid van de beslissing.

Het refertebedrag dat voor het tweede kalenderjaar en de volgende kalenderjaren wordt uitbetaald is het refertebedrag, vermeld in de beslissing, dat geïndexeerd is overeenkomstig artikel 16, laatste lid. »

Art. 4.In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002, 14 mei 2004 en 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden « op de datum van » vervangen door de woorden « één maand voorafgaand aan »;2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.De bepalingen van paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing als de tenlasteneming incontinentiemateriaal betreft. »

Art. 5.In artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « Behalve voor incontinentiemateriaal wordt de bijstand betaald op basis van ingediende facturen.»; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « In het geval van tenlasteneming van kosten van incontinentiemateriaal bewaart de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger de facturen van de aankopen van incontinentiemateriaal die gedaan zijn gedurende de geldigheidstermijn van de beslissing, tot aan het einde van de geldigheidstermijn van de beslissing.»

Art. 6.In artikel 31 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 en 12 december 2008, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt : « § 3. Om door de commissie, vermeld in dit artikel, te worden onderzocht moeten de aanvragen tot tenlasteneming van hulpmiddelen tegelijk aan al de volgende voorwaarden voldoen : 1° het hulpmiddel is niet opgenomen in de refertelijst;2° de aanvraag tot tenlasteneming is geldig ingediend;3° de tenlasteneming van het hulpmiddel is mogelijk overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in dit besluit;4° de kostprijs van het hulpmiddel bedraagt meer dan 250 euro, inclusief btw;5° bij de aanvraag is een offerte of een factuur gevoegd. Bij een aanvraag, vermeld in artikel 4, § 2, van bijlage II, en bij een aanvraag op grond van artikel 19 hoeft in afwijking van het eerste lid niet voldaan te zijn aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°.

Bij een aanvraag op grond van artikel 19 hoeft in afwijking van het eerste lid niet voldaan te zijn aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 4°, maar moet het verschil tussen het bedrag, vermeld op de factuur of de offerte, gevoegd bij de aanvraag, en het refertebedrag, vermeld in de refertelijst, meer dan 250 euro bedragen. »

Art. 7.In de bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 29 november 2010Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 29/11/2010 pub. 08/02/2011 numac 2011035101 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 betreffende bijzondere verplichtingen voor de stroomgebiedsdistricten ter uitvoering van titel I van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal w type ministerieel besluit prom. 29/11/2010 pub. 08/12/2010 numac 2010003637 bron federale overheidsdienst financien Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 juni 2000 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 17 februari 2000 betreffende de beperkende maatregelen tegen de Taliban van Afghanistan type ministerieel besluit prom. 29/11/2010 pub. 04/02/2011 numac 2011200495 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit tot toekenning van de erkenning als auditeur in het kader van de energieadviesprocedure voor de sector van de bestaande woningen sluiten, wordt in de tabel 11 Aanvulling/Vervanging zindelijkheid, de tabel Domein 1- Incontinentiemateriaal vervangen door wat volgt : « Domein 1. - Incontinentiemateriaal

kinderen van 3 jaar tot en met 4 jaar

kinderen van 5 tot en met 11 jaar

personen van 12 jaar en ouder

personen met alleen incontinentie 's nachts

/

113,60 euro

136,32 euro

personen met urine-incontinentie (dag en nacht) gebruik van sondes

/

204,48 euro

249,91 euro

personen met urine-incontinentie (dag en nacht) géén gebruik van sondes Voor personen met passieve zindelijkheid wordt het refertebedrag beperkt.

/

363,51 euro 204,48 euro

431,67 euro 249,92 euro

personen met fecale incontinentie of personen met fecale en urinaire incontinentie (dag en nacht) Voor personen met passieve zindelijkheid wordt het refertebedrag beperkt.

181,76 euro

613,43 euro 204,48 euro

704,30 euro 249,91 euro

incontinente personen die permanent bedlegerig zijn (supplement)

/

+ 68,16 euro

+ 90,88 euro

De bedragen, vermeld in deze tabel, zijn forfaitaire bedragen op jaarbasis en zijn btw inclusief »


.

Art. 8.Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage III toegevoegd, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 9.§ 1. De beslissingen over een vraag tot toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal, die door het agentschap of zijn rechtsvoorganger werden genomen voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, blijven maximaal gelden tot en met 31 december 2012. § 2. De personen die een beslissing hebben over een vraag tot toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal als vermeld in paragraaf 1, kunnen al voor 31 december 2012 een nieuwe aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming voor incontinentiemateriaal indienen overeenkomstig artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap.

De beslissing over de toekenning van een tegemoetkoming voor incontinentiemateriaal, genomen door het agentschap, in het geval, vermeld in het eerste lid, geldt in afwijking van artikel 16/2, § 1, van het voormelde besluit vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de beslissing. De beslissing, vermeld in paragraaf 1, houdt op te gelden vanaf dezelfde datum. § 3. In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, kunnen de personen die een beslissing hebben als vermeld in paragraaf 1, en die in een voorziening verblijven die erkend en gesubsidieerd wordt door het agentschap, voor 31 december 2012 een nieuwe aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal indienen door een medisch attest in te dienen dat ingevuld wordt door de arts die verbonden is aan de voorziening.

Het agentschap bepaalt de inhoud van het attest en welke bewijsstukken erbij gevoegd moeten worden. § 4. In afwijking van artikel 23 van het voormelde besluit kan het agentschap op basis van een beslissing als vermeld in paragraaf 1, alleen de aankopen van incontinentiemateriaal ten laste nemen die plaatsvinden voor de datum waarop de beslissing, vermeld in paragraaf 1, ophoudt te gelden.

De facturen van de aankoop van incontinentiemateriaal moeten aan het agentschap worden bezorgd binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de datum waarop de beslissing, vermeld in paragraaf 1, ophoudt te gelden.

Art. 10.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 17 december 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap Bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap Bijlage III. - Specifieke voorwaarden voor de tenlasteneming van hulpmiddelen, opgenomen in de refertelijst, vermeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap

Artikel 1.De refertebedragen voor incontinentiemateriaal worden toegekend voor de aankoop van wegwerpluiers, plastic broekjes en wasbaar incontinentiemateriaal.

Art. 2.Het refertebedrag dat als supplement kan worden toegekend aan incontinente bedlegerige personen, wordt toegekend voor de aankoop van incontinentieonderleggers en incontinentiehoezen voor matrassen.

Een permanent bedlegerige persoon is een persoon die als gevolg van zijn handicap meer dan zestien uur per dag een liggende houding aanneemt.

Art. 3.Het refertebedrag voor incontinentiemateriaal voor kinderen van drie jaar tot en met vier jaar kan alleen worden toegekend voor kinderen met een verstandelijke ontwikkelingsleeftijd van maximaal negen maanden op het moment van de aanvraag of voor kinderen die ten gevolge van fysieke oorzaken geen controle hebben over de defecatie of over de defecatie en mictie, en van wie op basis van de huidige toestand niet verwacht kan worden dat ze ooit zindelijk worden.

Art. 4.Er kan geen tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal worden toegekend in het geval van lichte vormen van incontinentie, urge- of aandrangincontinentie, stressincontinentie of occasionele incontinentie.

Art. 5.Bij courant behandelbare vormen van nachtincontinentie of nacht- en dagincontinentie kan alleen een tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal worden toegekend als aangetoond wordt dat de behandeling geen resultaten heeft opgeleverd of als wordt gemotiveerd waarom een behandeling niet mogelijk is.

Art. 6.Het refertebedrag voor passieve zindelijkheid wordt toegekend als het vermogen bestaat om blaas en darm gecontroleerd te ledigen op een daarvoor bestemde plaats en op een gepast tijdstip, maar niet zonder supervisie. Daarmee wordt bedoeld dat een andere persoon het initiatief moet nemen.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap.

Brussel, 17 december 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^