Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 17 mei 2019
gepubliceerd op 20 september 2019

Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders

bron
vlaamse overheid
numac
2019014454
pub.
20/09/2019
prom.
17/05/2019
ELI
eli/besluit/2019/05/17/2019014454/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 MEI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders


DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders, artikel 10, tweede en derde lid, artikel 11, vierde lid, artikel 12, vierde lid, artikel 13, eerste lid, artikel 24, 25, artikel 28, eerste lid, artikel 30, artikel 31, 1°, artikel 32 en 34;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 1 april 2019;

Gelet op advies 65.945/3 van de Raad van State, gegeven op 9 mei 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad Van State gecoördineerd op 12 januari 2008;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° aanvrager: een rechtspersoon die een aanvraag tot erkenning als zorgraad indient;2° administrateur-generaal: de leidend ambtenaar van het Agentschap Zorg en Gezondheid;3° agentschap: het Agentschap Zorg en Gezondheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/05/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035841 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap « Zorg en Gezondheid » sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid";decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten: het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders;5° zorgraad: een rechtspersoon als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten. HOOFDSTUK 2. - Opdrachten en werkingsvoorwaarden

Art. 2.De zorgraden realiseren en versterken de samenwerking en coördinatie tussen lokale besturen, eerstelijnszorgaanbieders, verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsvraag, verenigingen van mantelzorgers en verenigingen van vrijwilligers met als doel te evolueren naar een vraaggestuurde en integrale zorg en ondersteuning voor de persoon met een zorg- en ondersteuningsvraag.

Art. 3.Ter uitvoering van artikel 11, eerste lid, 1°, en vierde lid, van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten voeren de zorgraden de volgende opdrachten uit: 1° afstemming bevorderen tussen preventie, begeleiding, ondersteuning, curatie en revalidatie op het vlak van welzijn en gezondheid om te evolueren naar een integrale zorgverlening voor de persoon met een zorg- en ondersteuningsvraag;2° de eigen bijdrage aan de opdracht van de regionale zorgplatformen, vermeld in artikel 16, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet, voorbereiden via de volgende activiteiten: a) de noden en behoeften van de populatie in de eerstelijnszone op basis van empirisch onderbouwde gegevens in kaart brengen;b) een optimale ontwikkeling van het zorgaanbod in de eerstelijnszone schetsen;c) prioriteiten bepalen binnen het kader van de Vlaamse beleidsdoelstellingen en rekening houdend met de doelstellingen zoals geformuleerd in de meerjarenplanning van de lokale besturen;d) een voorstel van aanpak van de knelpunten opstellen;3° initiatief nemen tot afstemming van de lokale en buurtgerichte noden en bovenlokale problematieken waaraan lokale besturen een bijdrage leveren;4° meewerken aan de invulling en uitvoering van een Vlaams kwaliteitsbeleid voor de eerste lijn, op basis van de indicatoren, richtlijnen en methodieken die het Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn en het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg ontwikkelen of valideren. Voor de uitvoering van de opdracht, vermeld in het eerste lid, 2°, bepaalt de minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, in welke vorm de bijdrage moet worden opgemaakt.

Art. 4.Ter uitvoering van artikel 11, eerste lid, 2°, en vierde lid, van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten maakt de zorgraad afspraken met de lokale besturen over al de volgende aspecten: 1° de afstemming met de lokale sociale hulp- en dienstverlening;2° de ondersteuning van het geïntegreerd breed onthaal;3° de samenwerking voor de informele en buurtgerichte zorg.

Art. 5.Ter uitvoering van artikel 11, eerste lid, 3°, en vierde lid, van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten voeren de zorgraden de volgende opdrachten uit: 1° eerstelijnszorgaanbieders stimuleren om zich te verenigen met het oog op intraprofessionele samenwerking;2° informatie en methodieken ter beschikking stellen met het oog op een goede organisatie en vertegenwoordiging.

Art. 6.Ter uitvoering van artikel 11, eerste lid, 4°, en vierde lid, van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten voeren de zorgraden de volgende opdrachten uit: 1° multidisciplinaire en interdisciplinaire samenwerking operationaliseren door lokale afspraken te maken over die samenwerking;2° vorming aanbieden met een bijzondere aandacht voor deskundigheidsbevordering rond alle aspecten van een geïntegreerde zorgverlening, de interdisciplinaire samenwerking en het gebruik van ICT-applicaties ter ondersteuning van de praktijkvoering;3° initiatieven en praktijken ondersteunen van zorgaanbieders die personen met een zorg- en ondersteuningsvraag, mantelzorgers en vrijwilligers als volwaardige zorgpartner betrekken;4° ondersteuning bieden bij de toepassing van methodieken rond zorgplanning;5° de zorgaanbieders helpen met het oplossen van problemen, knelpunten of drempels op het vlak van de organisatie van de praktijkvoering en de samenwerking tussen de zorgaanbieders;6° de uitwerking van een klachtenbeleid door de zorgaanbieders ondersteunen;7° digitale gegevensdeling tussen de zorgaanbieders van de eerstelijnszone stimuleren;8° erover waken dat de gegevens van de zorgaanbieders in de sociale kaart altijd geactualiseerd en volledig zijn en als dat nodig is daarvoor initiatieven nemen.

Art. 7.Ter uitvoering van artikel 11, eerste lid, 5°, en vierde lid, van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten voeren de zorgraden de volgende opdrachten uit: 1° de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen en eigen doelstellingen voor de eerste lijn mee operationaliseren in samenwerking met de lokale en regionale partners en de zorgaanbieders;2° initiatieven nemen om de gezondheid en het welzijn van de bevolking te verbeteren, met bijzondere aandacht voor een toegankelijke eerstelijnszorg en kwetsbare doelgroepen. HOOFDSTUK 3. - Samenstelling

Art. 8.De zorgraden zijn samengesteld conform artikel 12 van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten.

De zorgraden nodigen de eerstelijnszorgaanbieders die werkzaam zijn in het werkgebied van de zorgraad uit om te participeren in de zorgraad.

De zorgraden zorgen ervoor dat elke eerstelijnszorgaanbieder die dat wenst en die werkzaam is in het werkgebied van de zorgraad, via een afgevaardigde vertegenwoordigd is in de zorgraad, op voorwaarde dat die eerstelijnszorgaanbieder zich ertoe verbindt de bepalingen van het voormelde decreet na te leven en er geen gegronde redenen zijn om te weigeren. Een beslissing tot weigering wordt met vermelding van de redenen meegedeeld aan de eerstelijnszorgaanbieder en aan het agentschap.

Art. 9.§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder: 1° welzijnsactor: a) de woonzorgcentra;b) de diensten voor gezinszorg;c) de lokale dienstencentra;d) de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen;e) de centra voor algemeen welzijnswerk;2° eerstelijnszorgactor: a) de huisartsen;b) de thuisverpleegkundigen;c) de kinesitherapeuten;d) de tandartsen;e) de apothekers;f) de podologen;g) de vroedvrouwen;h) de ergotherapeuten;i) de diëtisten;j) de klinisch psychologen;k) de partners die actief zijn in functie 1 van de netwerken volwassenen artikel 107 en activiteitenprogramma 1 van de netwerken geestelijke gezondheid kinderen en jongeren. § 2. Het bestuursorgaan van de zorgraden is pluralistisch en divers samengesteld volgens een representatieve vertegenwoordiging van het zorglandschap, die de volgende verdeling respecteert: 1° minimaal vier en maximaal zes bestuurders verkozen door de afgevaardigden van de welzijnsactoren;2° minimaal vier en maximaal zes bestuurders verkozen door de afgevaardigden van de eerstelijnszorgactoren;3° minimaal vier en maximaal zes bestuurders verkozen door de afgevaardigden van de lokale besturen;4° minimaal twee en maximaal drie bestuurders verkozen door de afgevaardigden van de verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsvraag, de erkende verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en vrijwilligersverenigingen. De zorgraden kunnen bijkomend maximaal vier bestuurders toelaten.

Deze paragraaf is niet van toepassing als de zorgraad het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft. § 3. In de zorgraad die het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft, is een stuurgroep belast met de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 2 tot en met 7.

De stuurgroep, vermeld in het eerste lid, is pluralistisch en divers samengesteld volgens een vertegenwoordiging van het zorglandschap, die volgende verdeling respecteert: 1° minimaal vier en maximaal zes leden verkozen door de afgevaardigden van de welzijnsactoren;2° minimaal vier en maximaal zes leden verkozen door de afgevaardigden van de eerstelijnszorgactoren;3° minimaal twee en maximaal drie leden verkozen door de afgevaardigden van de verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsvraag, de erkende verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en vrijwilligersverenigingen. De stuurgroep kan naast de leden, vermeld in het tweede lid, volgende leden omvatten: 1° maximaal zes leden verkozen door de afgevaardigden van de lokale besturen;2° maximaal vier leden, naast de leden, vermeld in het tweede lid en in punt 1°. HOOFDSTUK 4. - Erkenning en weigering van de erkenning

Art. 10.De administrateur-generaal erkent een zorgraad voor onbepaalde duur.

Een erkenning als zorgraad kan ten vroegste ingaan op 1 juli 2020.

Art. 11.Een aanvrager kan erkend worden als zorgraad, als hij voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° de aanvrager is een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks een vermogensvoordeel uitkeert of bezorgt, behalve voor het belangeloze doel dat in de statuten bepaald is;2° het werkgebied van de aanvrager omvat een volledige eerstelijnszone;3° de statuten zijn voor publicatie aangeboden;4° de aanvrager voldoet qua samenstelling aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8;5° voorzieningen en samenwerkingsverbanden van verschillende levensbeschouwelijke strekkingen zijn in de aanvrager vertegenwoordigd;6° de aanvrager beschikt over een beleidsplan met strategische invulling van de opdrachten voor de volgende twee werkingsjaren;7° de aanvrager vertegenwoordigt binnen zijn werkgebied minstens twee derden van de lokale besturen en van de eerstelijnszorgaanbieders, die door de Vlaamse Gemeenschap als voorziening of samenwerkingsverband zijn erkend;8° de zorgraden passen minimaal de loon- en arbeidsvoorwaarden van het paritair comité 331 toe op de tewerkstelling van het personeel. De aanvrager die als werkgebied het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad heeft, vertegenwoordigt in afwijking van het eerste lid, 7°, binnen zijn werkgebied alleen meer dan twee derden van de eerstelijnszorgaanbieders, die door de Vlaamse Gemeenschap als voorziening of samenwerkingsverband zijn erkend.

Art. 12.§ 1. Een aanvraag tot erkenning is alleen ontvankelijk als ze al de volgende documenten bevat: 1° de identificatiegegevens van de aanvrager;2° de statuten van de aanvrager, als ze nog niet gepubliceerd zijn;3° het werkgebied waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;4° het beleidsplan voor de eerste twee werkingsjaren;5° een bewijs dat de aanvrager voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, eerste lid, 4° en 5° ;6° een overzicht van de eerstelijnszorgaanbieders die door de Vlaamse Gemeenschap als voorziening of samenwerkingsverband zijn erkend en die actief zijn binnen het werkgebied waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, waarin wordt aangetoond dat de aanvrager minstens twee derden van die eerstelijnszorgaanbieders vertegenwoordigt conform artikel 11, eerste lid, 7°, en, tenzij de aanvrager als werkgebied het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad heeft, een bewijs dat minstens twee derden van de lokale besturen in de aanvrager vertegenwoordigd is. De erkenning wordt aangevraagd met een formulier dat het agentschap op zijn website ter beschikking stelt. § 2. Het agentschap meldt de aanvrager of de aanvraag ontvankelijk is binnen dertig dagen na de dag waarop het agentschap de erkenningsaanvraag heeft ontvangen.

Art. 13.§ 1. Het agentschap bezorgt de aanvrager de beslissing over de erkenning binnen dertig dagen na de dag waarop het agentschap de ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen. § 2. Als niet voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, deelt de administrateur-generaal het voornemen tot weigering van de erkenning mee.

Het agentschap brengt de aanvrager met een aangetekende zending op de hoogte van het voornemen tot weigering van de erkenning.

De aangetekende zending bevat naast het voornemen ook de uitleg over de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen bij het agentschap.

Als de aanvrager geen bezwaarschrift indient binnen vijfenveertig dagen nadat het agentschap de aangetekende zending heeft verstuurd, wordt de beslissing van de administrateur-generaal tot weigering van de erkenning met een aangetekende zending aan de aanvrager bezorgd. § 3. Als de erkenning wordt geweigerd, kan de aanvrager geen aanspraak maken op een vergoeding voor de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die hebben plaatsgevonden om de erkenning te verkrijgen. § 4. De beslissing waarbij de erkenning wordt verleend, bevat al de volgende gegevens: 1° de naam en het adres van de erkende zorgraad;2° de ingangsdatum en de termijn van de erkenning.

Art. 14.Om erkend te blijven, moeten de zorgraden: 1° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 11;2° de opdrachten en de taken, vermeld in artikel 3 tot en met 7, uitvoeren;3° jaarlijks uiterlijk tegen 31 maart aan het agentschap een verslag bezorgen over de uitvoering van de opdrachten tijdens het voorbije werkingsjaar;4° jaarlijks uiterlijk tegen 31 maart aan het agentschap het financieel verslag van het voorbije werkingsjaar bezorgen;5° een actieplan voor elk volgend werkingsjaar opmaken en ter goedkeuring aan het agentschap bezorgen voor 15 oktober;6° minstens voor oktober van het werkingsjaar waarin het beleidsplan afloopt, een nieuw beleidsplan opmaken voor de volgende drie werkingsjaren en ter goedkeuring voorleggen aan het agentschap;7° elke wijziging die betrekking heeft op de erkenning onmiddellijk aan het agentschap melden;8° beslissen met een meerderheid binnen elk van de volgende vier groepen die in de zorgraad vertegenwoordigd zijn: a) welzijnsactoren;b) eerstelijnszorgactoren;c) lokale besturen;d) vertegenwoordigers van personen met een zorg- en ondersteuningsvraag, mantelzorgers en vrijwilligers;9° voor 15 oktober van het eerste erkenningsjaar voldoen aan de voorwaarde van artikel 9, § 2, betreffende de samenstelling van het bestuursorgaan van de zorgraad of aan de voorwaarde van artikel 9, § 3, betreffende de samenstelling van de stuurgroep als de zorgraad het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft en hiervan het bewijs aan het agentschap bezorgen;10° hun personeelsadministratie, de ondersteuning van het personeelsmanagement, hun boekhoudkundige verplichtingen en de ondersteuning om hun verenigingsrechtelijke verplichtingen na te komen uitbesteden aan de partnerorganisatie, die daarvoor, wegens zijn deskundigheid in die materie, wordt aangewezen door de Vlaamse Regering. Als de zorgraad als werkgebied het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad heeft, wordt, in afwijking van het eerste lid, 8°, binnen de stuurgroep, vermeld in artikel 9, § 3, eerste lid, beslist met een meerderheid van elk van de drie groepen die in de stuurgroep vertegenwoordigd zijn: welzijnsactoren, eerstelijnszorgactoren en vertegenwoordigers van personen met een zorg en ondersteuningsvraag, mantelzorgers en vrijwilligers. HOOFDSTUK 5. - Procedure voor de schorsing en de intrekking van een erkenning

Art. 15.§ 1. De administrateur-generaal uit een voornemen tot schorsing of tot intrekking van de erkenning als een zorgraad niet meer voldoet aan de voorwaarden om erkend te blijven, vermeld in artikel 14. § 2. Het agentschap brengt de zorgraad met een aangetekende zending op de hoogte van het voornemen tot schorsing of tot intrekking van de erkenning.

De aangetekende zending bevat naast het voornemen ook de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen bij het agentschap.

Als de zorgraad geen bezwaarschift indient binnen vijfenveertig dagen nadat het agentschap de aangetekende zending heeft verstuurd, wordt de beslissing van de administrateur-generaal tot schorsing of intrekking van de erkenning met een aangetekende zending aan de zorgraad bezorgd. § 3. De beslissing tot schorsing vermeldt de begindatum, de periode van de schorsing en de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om de schorsing ongedaan te maken.

De administrateur-generaal bepaalt de termijn van de schorsing. Die termijn mag niet meer bedragen dan drie maanden. Op gemotiveerd verzoek van de zorgraad kan die termijn eenmalig maximaal drie maanden verlengd worden. Die aanvraag wordt minstens dertig dagen voor de afloop van de initiële schorsingstermijn met een aangetekende zending aan het agentschap bezorgd. § 4. Als bij het beëindigen van de schorsingstermijn nog niet aan alle erkenningsnormen is voldaan, wordt de procedure tot intrekking van de erkenning gestart. § 5. De beslissing tot intrekking van de erkenning heeft uitwerking op de datum, vermeld in die beslissing. § 6. Als de erkenning wordt ingetrokken, kan de zorgraad geen aanspraak maken op een vergoeding voor de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die hebben plaatsgevonden om de erkenning te behouden. HOOFDSTUK 6. - Procedure voor de intrekking van de erkenning op verzoek van een zorgraad

Art. 16.De administrateur-generaal kan de erkenning intrekken als een zorgraad daar aangetekend of tegen ontvangstbewijs rechtsgeldig en gemotiveerd om verzoekt. De beslissing van de administrateur-generaal wordt binnen drie maanden na de dag waarop de zorgraad het verzoek heeft ingediend, aangetekend met kennisgeving van ontvangst, aan de zorgraad bezorgd.

De zorgraad brengt het agentschap drie maanden voor de vrijwillige stopzetting van haar activiteiten op de hoogte van haar voornemen met de opgave van de datum waarop die beslissing uitwerking heeft. HOOFDSTUK 7. - Subsidiëring

Art. 17.Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, moeten de zorgraden: 1° de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, van dit besluit, naleven;2° een boekhouding voeren volgens de algemene boekhoudregels die van toepassing zijn op de rechtsvorm ervan als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het Beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.Het boekjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op 31 december.

Art. 18.§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder bevolkingsaantal: het bevolkingsaantal zoals gerapporteerd door Statbel op 1 januari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het berekeningsjaar. § 2. Binnen de beschikbare begrotingskredieten wordt per werkingsjaar een totale subsidie voorzien van 8.952.536,54 euro (acht miljoen negenhonderdtweeënvijftigduizend vijfhonderdzesendertig euro vierenvijftig cent) voor de financiering van de zorgraden voor de opdrachten, vermeld in artikel 3 tot en met 7.

Een werkingsjaar loopt van 1 januari tot 31 december. Als het eerste werkingsjaar korter is dan een kalenderjaar, wordt het subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, pro rata berekend. § 3. Het subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 2, wordt tussen de verschillende zorgraden verdeeld op basis van het aantal gewogen inwoners, berekend conform paragraaf 4 tot en met 6, in de eerstelijnszone waar de zorgraad actief is.

Het subsidiebedrag per gewogen inwoner wordt verkregen door het totaalbedrag van de subsidie, vermeld in paragraaf 2, te delen door het totaal van het aantal gewogen inwoners van alle eerstelijnszones, berekend conform paragraaf 4 tot en met 6.

Het subsidiebedrag per zorgraad wordt verkregen door het subsidiebedrag per gewogen inwoner, vermeld in het tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal gewogen inwoners in de eerstelijnszone waar de zorgraad actief is. § 4. Voor iedere eerstelijnszone wordt het aantal gewogen inwoners berekend per gemeente. Dat gewogen inwonersaantal wordt bepaald door het bevolkingsaantal van een gemeente te vermenigvuldigen met een wegingscoëfficiënt.

De wegingscoëfficiënt, vermeld in het eerste lid, wordt bepaald door de risicofactor van de gemeente. Die risicofactor is samengesteld uit de volgende negen indicatoren, die worden omschreven in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd: 1° het aantal inwoners met verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering ten opzichte van het totale aantal inwoners;2° het aantal alleenstaande ouders ten opzichte van het totale aantal huishoudens;3° de kansarmoede-index van Kind en Gezin;4° het aantal personen (0-59 jaar) in een gezin met zeer lage werkintensiteit ten opzichte van het totale aantal inwoners;5° het aantal inwoners van buitenlandse niet-EU-herkomst ten opzichte van het totale aantal inwoners;6° het aantal kredietnemers met minstens één uitstaand achterstallig contract ten opzichte van het totale aantal inwoners van achttien jaar of ouder;7° het aantal geplaatste en ingeschakelde budgetmeters ten opzichte van het aantal huishoudelijke elektriciteitsafnemers die aangesloten zijn op het distributienet;8° de verhouding van het aantal alleenstaande inwoners van 75 jaar of ouder ten opzichte van het totale aantal inwoners;9° het aantal personen met het statuut chronische aandoening ten opzichte van het totale aantal inwoners. Gemeenten die voor een indicator een score halen boven het 75ste percentiel, krijgen een risicoscore 1 op de indicator in kwestie. De andere gemeenten krijgen een risicoscore 0 op de indicator in kwestie. § 5. De totale risicofactor van een gemeente bestaat uit de som van de verschillende risicoscores op de verschillende indicatoren, vermeld in paragraaf 4, tweede lid. Elke gemeente krijgt een van de volgende wegingscoëfficiënten op basis van zijn totale risicoscore: 1° gemeenten met een score van 0 tot en met 3 krijgen wegingscoëfficiënt 1,000;2° gemeenten met een score van 4 tot en met 7 krijgen wegingscoëfficiënt 1,072;3° gemeenten met een score van 8 tot en met 9 krijgen wegingscoëfficiënt 1,386. § 6. In afwijking van paragraaf 4 en 5 wordt voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad het aantal gewogen inwoners berekend door 30% van het bevolkingsaantal van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad te vermenigvuldigen met de wegingscoëfficiënt, vermeld in paragraaf 5, 3°. § 7. Het aantal gewogen inwoners per gemeente en van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt om de drie jaar herberekend, conform paragraaf 3 tot en met 6, en een eerste keer in 2023. Het agentschap publiceert uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin het aantal gewogen inwoners per gemeente en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt herberekend, een actuele lijst met het gewogen aantal inwoners per gemeente en van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad op haar website.

Het herberekende aantal gewogen inwoners is van toepassing vanaf het werkingsjaar dat volgt op het jaar waarin de herberekening is uitgevoerd.

Art. 19.§ 1. De volgende kosten zijn alleen vergoedbaar als het agentschap op voorhand zijn toestemming heeft verleend: 1° de kosten voor reizen naar en verblijven in het buitenland;2° de reis- en verblijfskosten van buitenlandse deskundigen;3° de kosten die verbonden zijn aan leningen. Uitrustingsgoederen kunnen alleen worden gefinancierd via dit besluit als de kosten ervan gespreid worden afgeschreven. De afschrijvingstermijn voor informatica-apparatuur, hard- en software bedraagt ten minste drie jaar. Voor meubilair en andere uitrustingsgoederen bedraagt de afschrijvingstermijn ten minste vijf jaar. § 2. Het subsidiebedrag dat een zorgraad ontvangt overeenkomstig de berekening vermeld in artikel 18, wordt voor minstens 60% aangewend voor personeelskosten. Als uit het financieel verslag, vermeld in artikel 22, blijkt dat minder dan 60% wordt besteed aan personeelskosten, wordt het verschil tussen het bestede percentage aan personeelskosten en 60% van de voormelde subsidie,door het agentschap teruggevorderd of niet uitbetaald.

Art. 20.De zorgraden ontvangen maximaal 90% van de subsidie als voorschot.

Het voorschot wordt in vier gelijke delen betaald. Het eerste deel wordt zo snel als mogelijk na de vastlegging van de subsidie uitbetaald. De volgende schijven worden respectievelijk in de laatste week van maart, de laatste week van juni en de laatste week van september betaald.

Het saldo van de subsidie wordt betaald nadat het agentschap het financieel en inhoudelijk verslag heeft goedgekeurd.

Art. 21.De subsidie, vermeld in artikel 18, wordt gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, en wordt jaarlijks op 1 januari bij overschrijding van de spilindex geïndexeerd conform artikel 2 tot en met 2quater van het voormelde koninklijk besluit.

Art. 22.§ 1. Elk jaar bezorgen de zorgraden aan het agentschap een inhoudelijk en financieel jaarverslag uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

De documenten, vermeld in het eerste lid, worden elektronisch naar het agentschap gestuurd. Als dat niet mogelijk is, worden ze per post gestuurd. § 2. Het inhoudelijk verslag bevat een beschrijving van de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 3, die het agentschap in staat stelt de realisatie van de opdrachten te evalueren.

Het agentschap kan de vorm van het inhoudelijk verslag nader bepalen.

Het agentschap kan de elektronische versie van het inhoudelijk jaarverslag op haar website (www.zorg-en-gezondheid.be) publiceren. § 3. Het financieel verslag omvat de volgende elementen: 1° de staat van ontvangsten en uitgaven, gegroepeerd per kosten- en inkomstensoort, als een enkelvoudige boekhouding of kasboekhouding wordt gevoerd, of de resultatenrekening als een dubbele boekhouding wordt gevoerd, met inbegrip van de oorsprong, de omvang en de besteding van de eventuele middelen die verkregen worden buiten dit besluit en die aangewend worden voor activiteiten die verband houden met de activiteiten, vermeld in dit besluit;2° een genummerde lijst van de kosten en opbrengsten, met een verwijzing naar de begunstigde, het bedrag, een omschrijving en gerangschikt per kosten- of opbrengstensoort.De begunstigde houdt de originele bewijsstukken bij; 3° de opbouw en aanwending van de reserve;4° als dat van van toepassing is, een afschrijvingstabel met de lopende en de nieuwe afschrijvingen. Het agentschap kan de vorm van het financiële verslag nader bepalen.

Art. 23.Het gedeelte van de toegekende subsidie dat de aanvaarde uitgaven overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves.

Een reserve kan alleen aangewend worden om uitgaven te financieren die bijdragen tot de realisatie van de opdrachten, vermeld in artikel 3 tot en met 7, en voor het sociaal passief.

De reservevorming mag per werkingsjaar niet meer bedragen dan 20% van de jaarlijkse subsidie die toegekend wordt door het agentschap. De totale opgebouwde reserve mag op het einde van een bepaald werkingsjaar nooit meer bedragen dan de helft van het geïndexeerde bedrag van de subsidie, vermeld in artikel 18, voor het werkingsjaar in kwestie.

Als de erkenning wordt ingetrokken, wordt de reserve die binnen het kader van dit besluit is opgebouwd, integraal teruggestort, met uitzondering van het sociaal passief.

Art. 24.Alleen de kosten die betrekking hebben op de uitvoering van de opdrachten, vermeld in dit besluit, kunnen in rekening worden gebracht.

Het bedrag van de subsidie dat de toegelaten grenzen van de opbouw van de reserve, vermeld in artikel 23, overschrijdt, wordt teruggevorderd of niet uitbetaald. HOOFDSTUK 8. - Toezicht op de naleving van de erkennings- en subsidievoorwaarden

Art. 25.Het agentschap volgt de werking van de zorgraden op en kan daarvoor alle gegevens opvragen.

Het agentschap controleert de naleving van de erkennings- en subsidievoorwaarden, vermeld in dit besluit.

Als uit de controle of evaluatie door het agentschap blijkt dat de financiële verantwoording of de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 3 tot en met 7, onvoldoende is of als het subsidiebedrag te hoog blijkt, wordt door het agentschap een deel van de subsidie niet uitbetaald of teruggevorderd. HOOFDSTUK 9. - Werkingsgebied

Art. 26.De volgende gemeenten vormen een eerstelijnszone, namelijk het werkgebied van de zorgraden: 1° Kemp en Duin: Genk, As, Zutendaal, Oudsbergen, Bree;2° Maasland: Kinrooi, Maaseik, Dilsen-Stokkem, Maasmechelen, Lanaken;3° Herkenrode: Hasselt, Zonhoven, Diepenbeek, Alken, Herk-de-Stad;4° ZOLim: Bilzen, Hoeselt, Riemst, Tongeren, Voeren, Herstappe;5° MidWestLim : Houthalen-Helchteren, Halen, Heusden-Zolder, Lummen;6° Noord-Limburg: Lommel, Pelt, Hechtel-Eksel, Peer, Hamont-Achel, Bocholt;7° Haspengouw: Borgloon, Gingelom, Heers, Kortessem, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Wellen;8° West-Limburg: Beringen, Ham, Leopoldsburg, Tessenderlo;9° RupeLaar: Aartselaar, Boom, Niel, Schelle, Hemiksem, Rumst;10° Klein-Brabant Vaartland: Bornem, Puurs - Sint-Amands, Willebroek;11° ZORA: Mortsel, Boechout, Edegem, Hove, Kontich, Lint, Borsbeek;12° Voorkempen: Brecht, Malle, Zoersel, Schilde, Wijnegem, Zandhoven;13° Noorderkempen : Brasschaat, Essen, Kalmthout, Kapellen, Wuustwezel;14° Antwerpen-Centrum: 2000 Antwerpen, 2018 Antwerpen, 2060 Antwerpen, 2600 Berchem, 2050 Linkeroever;15° Noord Antwerpen : 2170 Merksem, 2030 Antwerpen, 2180 Ekeren, 2040 (Berendrecht, Zandvliet, Lillo), Schoten en Stabroek;16° Antwerpen Oost : 2100 Deurne, 2140 Borgerhout, Wommelgem;17° Antwerpen Zuid: 2020 Antwerpen, 2660 Hoboken, 2610 Wilrijk;18° Pallieterland: Berlaar, Duffel, Lier, Nijlen, Ranst;19° Bonstato: Heist-op-den-Berg, Putte, Bonheiden;20° Mechelen-Katelijne: Mechelen, Sint-Katelijne-Waver;21° Middenkempen : Grobbendonk, Herentals, Herenthout, Kasterlee, Lille, Olen, Vorselaar;22° Baldemore: Balen, Dessel, Mol, Retie;23° Zuiderkempen : Herselt, Hulshout, Geel, Laakdal, Meerhout, Westerlo;24° Kempenland : Turnhout, Beerse, Oud-Turnhout, Vosselaar, Hoogstraten, Rijkevorsel, Merksplas, Ravels, Arendonk, Baarle-Hertog;25° N-O-Waasland: Beveren, Kruibeke, Sint-Gillis-Waas, Stekene, Zwijndrecht;26° Dender: Dendermonde, Lebbeke, Buggenhout, Berlare, Zele, Hamme;27° Scheldekracht: Destelbergen, Laarne, Lochristi, Melle, Merelbeke, Wetteren, Wichelen, Wachtebeke;28° Gent: Gent;29° Z-W-Waasland: Sint-Niklaas, Temse, Waasmunster, Lokeren, Moerbeke;30° Vlaamse Ardennen: Oudenaarde, Zwalm, Gavere, Maarkedal, Kluisbergen, Horebeke, Wortegem-Petegem, Kruisem, Ronse;31° West-Meetjesland: Aalter, Lievegem, Maldegem;32° Oost-Meetjesland : Assenede, Eeklo, Evergem, Kaprijke, Sint-Laureins, Zelzate;33° Regio Aalst: Aalst, Lede, Erpe-Mere, Haaltert, Denderleeuw;34° Dender Zuid: Ninove, Geraardsbergen;35° Panacea: Sint-Lievens-Houtem, Herzele, Lierde, Zottegem, Brakel, Oosterzele;36° Schelde en Leie: Deinze, Nazareth, Sint-Martens-Latem, De Pinte, Zulte;37° Westkust&Polder: De Panne, Koksijde, Nieuwpoort, Veurne, Alveringem, Middelkerke, Diksmuide;38° Oostkust: Zuienkerke, De Haan, Blankenberge, Knokke-Heist, Damme;39° Westhoek: Heuvelland, Houthulst, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Lo-Reninge, Mesen, Poperinge, Vleteren, Zonnebeke;40° Oostende-Bredene: Oostende, Bredene;41° RITS: Tielt, Dentergem, Pittem, Wingene, Ruiselede, Meulebeke, Oostrozebeke, Izegem, Ingelmunster, Lendelede;42° Midden WVL: Ardooie, Hooglede, Ledegem, Lichtervelde, Moorslede, Roeselare, Staden;43° Brugge: Brugge;44° Regio Kortrijk: Kortrijk, Kuurne, Harelbeke;45° Regio Menen: Menen, Wevelgem, Wervik;46° Regio Waregem: Waregem, Wielsbeke, Deerlijk, Anzegem, Avelgem, Zwevegem, Spiere-Helkijn;47° WE40: Beernem, Oostkamp, Zedelgem, Jabbeke;48° Houtland en Polder : Gistel, Ichtegem, Koekelare, Kortemark, Oudenburg, Torhout;49° Leuven: Leuven;50° Tienen-Landen : Tienen, Hoegaarden, Glabbeek, Kortenaken, Linter, Zoutleeuw, Geetbets, Landen, Boutersem;51° Amalo: Asse, Liedekerke, Affligem, Opwijk, Merchtem;52° Pajottenland : Dilbeek, Ternat, Roosdaal, Lennik, Gooik, Herne, Galmaarden, Bever;53° Regio Grimbergen : Grimbergen, Wemmel, Meise, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel;54° Demerland : Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Diest, Scherpenheuvel-Zichem, Tielt-Winge;55° Druivenstreek: Zaventem, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Tervuren, Overijse, Hoeilaart;56° Leuven Noord : Boortmeerbeek, Haacht, Rotselaar, Holsbeek, Keerbergen, Tremelo;57° Leuven Zuid: Kortenberg, Herent, Bertem, Huldenberg, Oud-Heverlee, Bierbeek, Lubbeek;58° Zennevallei : Beersel, Drogenbos, Halle, Linkebeek, Pepingen, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw;59° BraViO: Vilvoorde, Machelen, Steenokkerzeel, Zemst, Kampenhout;60° Bruzel: Brussel, Schaarbeek, Etterbeek, Elsene, Sint-Gillis, Anderlecht, Sint-Jans-Molenbeek, Koekelberg, Sint-Agatha-Berchem, Ganshoren, Jette, Evere, Sint-Pieters-Woluwe, Oudergem, Watermaal-Bosvoorde, Ukkel, Vorst, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Joost-ten-Node. HOOFDSTUK 1 0. - Slotbepalingen

Art. 27.De volgende regelingen worden opgeheven: 1° het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 20/04/2004 numac 2004035536 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders sluiten betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders;2° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/12/2008 pub. 31/03/2009 numac 2009201391 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg sluiten betreffende de samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, 12 juli 2013, 13 maart 2015, 7 december 2018 en 26 april 2019.

Art. 28.De samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend zijn, blijven verder erkend volgens de regels die voor die datum van toepassing waren, tot hun erkenning afloopt.

Art. 29.De volgende regelgevende teksten treden in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen, die ingaat op de dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad: 1° het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders;2° dit besluit.

Art. 30.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 17 mei 2019.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

Bijlage. Omschrijving van de indicatoren als vermeld in artikel 18, § 4, tweede lid De indicatoren, vermeld in artikel 18, § 4, tweede lid, worden als volgt omschreven: 1° indicator 1: a) omschrijving: het aantal inwoners met voorkeursregeling in de ziekteverzekering ten opzichte van het totale aantal inwoners b) bron: Statbel c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar 2° indicator 2: a) omschrijving: het aantal alleenstaande ouders ten opzichte van het totale aantal huishoudens b) bron: Statbel c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar 3° indicator 3: a) omschrijving: de kansarmoede-index van Kind en Gezin b) bron: Kind en Gezin c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar 4° indicator 4: a) omschrijving: het aantal personen (0-59 jaar) in een gezin met zeer lage werkintensiteit ten opzichte van het totale aantal inwoners b) bron: Kruispuntbank van de sociale zekerheid c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar 5° indicator 5: a) omschrijving: het aantal inwoners van buitenlandse niet-EU-herkomst ten opzichte van het totale aantal inwoners b) bron: Kruispuntbank van de sociale zekerheid c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar 6° indicator 6: a) omschrijving: het aantal kredietnemers met minstens één uitstaand achterstallig contract ten opzichte van het totale aantal inwoners van achttien jaar of ouder b) bron: Nationale bank van België, Centrale voor Kredieten aan Particulieren (CKP), en Statbel c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar 7° indicator 7: a) omschrijving: het aantal geplaatste en ingeschakelde budgetmeters ten opzichte van het aantal huishoudelijke elektriciteitsafnemers die aangesloten zijn op het distributienet b) bron: Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar 8° indicator 8: a) omschrijving: de verhouding van het aantal alleenstaande inwoners van 75 jaar of ouder ten opzichte van het totale aantal inwoners b) bron: Statbel c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar 9° indicator 9: a) omschrijving: het aantal personen met het statuut chronische aandoening ten opzichte van het totale van het totale aantal inwoners b) bron: InterMutualistisch Agentschap en Statbel c) periode: de gegevens van het laatst beschikbare jaar Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 24/05/2019 numac 2019030471 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders sluiten betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders. Brussel, 17 mei 2019.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

^