Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 18 december 2020
gepubliceerd op 28 januari 2021

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 13 juli 2018 houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik

bron
vlaamse overheid
numac
2021030149
pub.
28/01/2021
prom.
18/12/2020
ELI
eli/besluit/2020/12/18/2021030149/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

18 DECEMBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik


Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; - het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik, artikel 3, tweede lid, artikel 4, tweede lid, artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid, artikel 7, artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 9, tweede lid, artikel 10.

Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 14 december 2020. - De Vlaamse Toezichtcommissie heeft advies nr. 2019/21 gegeven op 23 juni 2019; - De Raad van State heeft advies nr. 66.562/1 gegeven op 9 oktober 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Initiatiefnemers Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management, de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen, de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand, de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding en de Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media.

Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);2° commissie: de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik, vermeld in artikel 3, eerste lid, van het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten;decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten: het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik;4° Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/03/2006 pub. 31/05/2006 numac 2006035781 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein sluiten betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein;5° secretaris-generaal: het hoofd van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/03/2006 pub. 31/05/2006 numac 2006035781 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein sluiten betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein. HOOFDSTUK 2. - Samenstelling

Art. 2.De samenstelling van de commissie voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° er is aanwezige expertise in processen gerelateerd aan misbruik, minstens vanuit het slachtofferperspectief;2° in de commissie zetelen ten hoogste 2/3 leden van hetzelfde geslacht;3° minstens drie leden van de commissie hebben aantoonbare ervaring inzake bemiddeling;4° minstens één lid is geneesheer-specialist in de psychiatrie.

Art. 3.De leden van de commissie worden benoemd door de secretaris-generaal.

Het mandaat van de leden van de commissie eindigt bij vrijwillig ontslag of bij ontslag door de secretaris-generaal. HOOFDSTUK 3. - Werking Afdeling 1. - Werkwijze ten aanzien van slachtoffers

Art. 4.De commissie is op rechtstreekse wijze toegankelijk voor slachtoffers.

Het onthaal, dat wordt opgenomen door de coördinator van de commissie, vermeld in artikel 8, tweede lid, heeft tot doel : 1° de ontvankelijkheid van de aanmelding of vraag te beoordelen, rekening houdend met de opdrachten van de commissie;2° informatie te verstrekken aan het slachtoffer over de werking van de commissie;3° vast te stellen of en met welk doel een traject binnen de commissie kan worden opgestart;4° het slachtoffer desgevallend passend te verwijzen als de aanmelding of vraag niet ontvankelijk is.

Art. 5.Een traject als vermeld in artikel 4, tweede lid, 3°, kan worden opgestart met het oog op : 1° erkenning van het slachtoffer;2° bemiddeling tussen het slachtoffer, de (vermeende) dader van het misbruik en/of de instelling, voorziening, organisatie of vereniging waar het misbruik plaatsgevonden heeft;3° verwijzing naar hulpverlening of justitie. Een traject verloopt steeds met inachtneming van de behoefte van het slachtoffer. Medewerking van het slachtoffer en betrokkenen is altijd op vrijwillige basis.

Art. 6.Als conform artikel 4, tweede lid, 3°, besloten wordt om een traject op te starten, kunnen erkenningsgesprekken worden ingepland door de coördinator van de commissie.

Bij een erkenningsgesprek zijn de volgende personen aanwezig : 1° het slachtoffer en eventuele vertrouwenspersonen die hij gekozen heeft;2° twee leden van de commissie, waaronder, indien mogelijk, minstens één bemiddelaar;3° de coördinator van de commissie. Op verzoek van het slachtoffer kan worden afgeweken van het tweede lid.

Als gekozen wordt voor een bemiddelingstraject, wordt dat traject bij voorkeur opgevolgd door de bemiddelaar, die als commissielid aanwezig was bij erkenningsgesprekken. Afdeling 2. - Interne werking

Art. 7.Naast de erkenningsgesprekken vergadert de commissie minstens drie keer per jaar over onder meer : 1° de werking van de commissie;2° de dossiers die in behandeling zijn;3° de beleidsadviezen die aan de Vlaamse Regering verstrekt moeten worden. De vergaderingen, vermeld in het eerste lid, kunnen, met goedkeuring van de voorzitter van de commissie, door derden bijgewoond worden.

Art. 8.De werking van de commissie wordt gefaciliteerd door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De opdracht van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bestaat uit : 1° het waarnemen van het secretariaat van de commissie;2° het ter beschikking stellen van een coördinator van de commissie.3° de bekendmaking van de commissie, zowel bij de burger als bij de betrokken sectoren. De coördinator van de commissie, is belast met minstens de volgende opdrachten : 1° het onthaal van de commissie, vermeld in artikel 4, tweede lid;2° de beoordeling van de ontvankelijkheid van een aanmelding of vraag;3° het slachtoffer desgevallend passend verwijzen als de aanmelding of vraag niet ontvankelijk is;4° de logistieke, administratieve en inhoudelijke voorbereiding van gesprekken met het slachtoffer, de (vermeende) dader, instelling, voorziening, organisatie of vereniging waar het misbruik zou hebben plaatsgevonden, en/of eventuele andere betrokkenen;5° het bijwonen van alle erkenningsgesprekken, tenzij het slachtoffer dat niet wil;6° het verstrekken, op verzoek of op eigen initiatief en op basis van vastgestelde behoeften, van informatie over mogelijkheden tot hulpverlening, rechtsbijstand, interventie van justitie, bemiddeling, en lotgenotencontact en het eventueel zetten van de eerste stappen daarvoor;7° de logistieke en administratieve voorbereiding, de opvolging en de verslaggeving van de vergaderingen van de commissie;8° ondersteuning bieden aan de commissie bij de rapportering aan de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 13;9° het maken van afstemmingsafspraken met andere organisaties die zich richten op het helpen van slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag.

Art. 9.De voorzitter van de commissie is belast met onder meer de volgende taken : 1° de vergaderingen van de commissie voorzitten;2° erover waken dat de commissie altijd is samengesteld conform artikel 2;3° erover waken dat de leden van de commissie hun taken correct en kwaliteitsvol uitvoeren;4° optreden als woordvoerder van de commissie. De ondervoorzitter van de commissie kan op verzoek van de voorzitter de taken, vermeld in het eerste lid, uitvoeren. De ondervoorzitter is er in elk geval toe gehouden om de taken, vermeld in het eerste lid, uit te voeren in geval van afwezigheid van de voorzitter.

Art. 10.De leden van de commissie ontvangen elk een vergoeding van 150 euro per bijgewoond gesprek.

De leden van de commissie ontvangen elk een vergoeding van 75 euro per bijgewoonde vergadering van de commissie. In afwijking daarvan ontvangen de voorzitter en de ondervoorzitter, als die de voorzitter vervangt in geval van afwezigheid van de voorzitter, een vergoeding van 100 euro per bijgewoonde vergadering van de commissie.

De leden van de commissie ontvangen, zowel in geval van gesprekken als in geval van vergaderingen van de commissie, een vergoeding voor de gemaakte reiskosten volgens de regeling die geldt voor de vergoeding van reiskosten van personeelsleden van de Vlaamse overheid.

De uitbetaling van de vergoedingen, vermeld in het eerste tot en met derde lid, gebeurt door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Art. 11.De commissie is gevestigd op het adres van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Art. 12.De commissie stelt in onderling overleg een huishoudelijk reglement op. Het huishoudelijk reglement regelt minstens het volgende : 1° de regels voor de bijeenroeping en de agenda van de vergaderingen van de commissie;2° de wijze van aanduiding van de commissieleden voor het voeren van erkenningsgesprekken;3° de klachtenbehandeling.

Art. 13.De commissie rapporteert conform artikel 4, eerste lid, 6°, en artikel 9 van het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten jaarlijks over haar werkzaamheden aan de Vlaamse Regering. Die rapportering omvat minstens : 1° het aantal aanmeldingen;2° het aantal geopende en afgesloten dossiers;3° een overzicht van de gevolgde trajecten;4° een overzicht van dossiers met een aantal objectieve gegevens, waaronder de sectoren waarin de feiten zich voordoen, de soorten misbruik, de leeftijd van de slachtoffers, de leeftijd van de slachtoffers ten tijde van het misbruik, het aantal mannelijke en vrouwelijke slachtoffers, het aantal mannelijke en vrouwelijke daders en de relatie tussen de dader en het slachtoffer;5° relevante beleidsgerichte conclusies die uit de betreffende dossiers kunnen worden getrokken;6° een of meer beleidsadviezen. De rapportering, vermeld in het eerste lid, gebeurt altijd op basis van anonieme gegevens. HOOFDSTUK 4. - Gegevensverwerking

Art. 14.De commissie verwerkt conform artikel 8 van het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten de volgende persoonsgegevens : 1° identificatiegegevens;2° contactgegevens;3° gegevens met betrekking tot het betreffende misbruik. De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt op grond van artikel 6, eerste lid, a) en c), artikel 9, tweede lid g), en artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming.

In de mate dat het nodig is voor de registratie van de aanmelding, het onthaal, de praktische organisatie van de trajecten en de rapportering vermeld in artikel 13, kan de coördinator van de commissie de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, verwerken. De coördinator van de commissie kan die gegevens verstrekken aan de leden van de commissie, in de mate dat dat nodig is voor het verloop van een traject.

Art. 15.Bij de gegevensverwerking, vermeld in artikel 8 van het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten en artikel 14 van dit besluit, worden voldoende technische en organisatorische maatregelen genomen om de persoonsgegevens te beveiligen.

Art. 16.De commissie treedt voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de werking van de commissie op als verwerkingsverantwoordelijke. HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepaling

Art. 17.Aan artikel 3, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/03/2006 pub. 31/05/2006 numac 2006035781 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein sluiten betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, ingevoegd door het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2015, wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt : "De taken, vermeld in het eerste lid, 2°, hebben ook betrekking op de organisatie en de werking van de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik, opgericht bij artikel 3, eerste lid, van het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik.". HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

Art. 18.De volgende regelgevende teksten treden in werking op de tiende dag die volgt op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad : 1° het decreet van 13 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2018 pub. 02/08/2018 numac 2018031587 bron vlaamse overheid Decreet houdende de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik sluiten;2° dit besluit. Dit besluit treedt buiten werking op het ogenblik dat de commissie ophoudt te bestaan en uiterlijk op 31 december 2022.

Art. 19.De Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur, de Vlaamse minister, bevoegd voor gelijke kansen, en integratie en inburgering, de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, de Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor gezondheids- en woonzorg, de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, de Vlaamse minister, bevoegd voor de jeugd en de Vlaamse minister, bevoegd voor de media, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 18 december 2020.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management, J. JAMBON De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen, B. SOMERS De Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand, B. WEYTS De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Z. DEMIR De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, W. BEKE De Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media, B. DALLE

^