Besluit Van De Vlaamse Regering van 18 november 2016
gepubliceerd op 22 december 2016
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden en het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot va

bron
vlaamse overheid
numac
2016036645
pub.
22/12/2016
prom.
18/11/2016
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2016036645

VLAAMSE OVERHEID


18 NOVEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden en het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, wat betreft de kinderopvanglocaties


DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 6, § 1, artikel 10, eerste lid, en artikel 11, § 2, eerste lid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 15 maart 2016;

Gelet op advies 59.299/3 van de Raad van State, gegeven op 20 mei 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden

Artikel 1.In artikel 4, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008, 24 juli 2009, 10 november 2011, 14 februari 2014, 5 september 2014 en 15 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1° wordt de zinsnede "2° tot en met 5° " vervangen door de zinsnede "2° tot en met 6° ";2° er wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt: "6° voor de kinderopvanglocaties, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters: a) de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om een investeringssubsidie en eventueel een investeringswaarborg aan te vragen;b) de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager rechtspersoonlijkheid heeft met sociaal oogmerk; c) de aanvraag tot goedkeuring van het masterplan.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen

Art. 2.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 september 2014 en 30 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt: "3° kinderopvanglocatie: een kinderopvanglocatie als vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;"; 2° in het eerste lid wordt punt 5° vervangen door wat volgt: "5° sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen: de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, de kinderopvanglocaties en de vertrouwenscentra kindermishandeling."; 3° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: "Voor de toepassing van dit besluit gelden bovendien de volgende vereisten voor een kinderopvanglocatie om in aanmerking te komen voor een investeringssubsidie: 1° de aanvrager komt voor de kinderopvanglocatie in kwestie in aanmerking voor een vergunning voor groepsopvang voor minimaal negentien tegelijk aanwezige kinderen, overeenkomstig de regels, vermeld in of ter uitvoering van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;2° de aanvrager komt voor de kinderopvanglocatie in kwestie in aanmerking voor een subsidie voor inkomenstarief als vermeld in artikel 1, 17°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013; 3° de aanvrager bezorgt voor de kinderopvanglocatie in kwestie de subsidiebelofte of de subsidiebeslissing in het kader van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 aan het Fonds."; 4° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De investeringssubsidies voor kinderopvanglocaties worden toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.".

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 3.§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder: 1° ruimte: een afzonderlijke binnenruimte als vermeld in artikel 14, eerste lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.Deze definitie geldt niet voor de buitenspeelruimte; 2° zone: een oppervlakte met een bepaalde functie. § 2. Een kinderopvanglocatie moet voldoen aan de specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in paragraaf 3 tot en met 9, om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen. § 3. De kinderopvanglocatie beschikt over een buitenspeelruimte.

Voor de buitenspeelruimte, vermeld in het eerste lid, gelden de volgende normen: 1° de kinderopvanglocatie beschikt over een aan het gebouw aanpalende, veilige en passend ingerichte buitenspeelruimte die bestemd is voor de opgevangen kinderen;2° de buitenspeelruimte is voor de kinderen veilig en gemakkelijk bereikbaar en is overal omheind;3° bij nieuwbouw is de beschikbare oppervlakte van de buitenspeelruimte minstens 3 m2 per kind. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan op gemotiveerde aanvraag, afwijken van de normen, vermeld in het tweede lid, met behoud van de toepassing van artikel 17 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013. § 4. Voor de bouw en de inrichting gelden de volgende normen: 1° de infrastructuur en de technische installaties garanderen dat in de ruimtes die bestemd zijn voor de kinderen, de temperatuur in de leefruimte minimaal 22 ° C bedraagt en in de rustruimte minimaal 18 ° C;2° de technische installaties garanderen dat de temperatuur van het water dat bestemd is voor de kinderen, niet hoger is dan 38 ° C;3° alle lokalen die bestemd zijn voor de kinderen, kunnen geventileerd worden op natuurlijke wijze of op mechanische wijze, waardoor de koolstofdioxideconcentratie in de lucht onder 1200 ppm blijft. § 5. De gebouwdelen die bestemd zijn voor de kinderen, worden onderverdeeld in leefgroepunits. In één leefgroepunit wordt één leefgroep ondergebracht. De leefgroepunit is samengesteld uit één leefruimte, minstens twee afsluitbare rustruimtes en één verzorgingszone. Binnen een leefgroepunit moet visueel toezicht tussen de ruimtes onderling of tussen de ruimtes en de verzorgingszone mogelijk zijn. § 6. Voor de leefruimte gelden de volgende normen: 1° de nettovloeroppervlakte in de leefruimtes die gebruikt kan worden voor spel, bedraagt minstens 3 m2 per kinderopvangplaats;2° de oppervlakte van de buitenramen bedraagt minstens een zesde van de vloeroppervlakte;3° de hoogte van de vensterbanken van de buitenramen in de leefruimtes bedraagt maximaal 0,6 meter;4° de vorm en de inrichting van de leefruimte maken een permanent toezicht mogelijk. § 7. Voor de rustruimte gelden de volgende normen: 1° de nettovloeroppervlakte van de rustruimte bedraagt minstens 2 m2 per kinderopvangplaats;2° de rustruimte is akoestisch geïsoleerd. § 8. Voor de verzorgingszone gelden de volgende normen: 1° de verzorgingszone is minstens uitgerust met een ingebouwd kinderbad;2° de verzorgingszone beschikt over twee kindertoiletten als de verzorgingszone ook voor peuters is bestemd. § 9. De kinderopvanglocatie beschikt over: 1° een hoofdingang.Er is een afzonderlijke toegang tot de kinderopvanglocatie, die alleen daarvoor gebruikt wordt, met mogelijkheid tot toezicht. Vanuit die ingang en de circulatieruimte is elke leefgroepunit afzonderlijk te bereiken. Als de hoofdingang een buiteningang is, is die voorzien van een tochtportaal; 2° een administratieve ruimte;3° een zone om kinderwagens te stallen in de onmiddellijke nabijheid van de hoofdingang.Die zone mag de circulatie niet hinderen; 4° minstens één kleedzone voor de kinderen per bouwlaag;5° een keukenzone of -ruimte die voldoet aan de regelgeving over de veiligheid van de voedselketen en de voorwaarden die gesteld zijn door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;6° een personeelsruimte;7° sanitair voor het personeel en voor de bezoekers; 8° een berging.".

Art. 4.In artikel 8, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, wordt het woord "crèche" vervangen door het woord "kinderopvanglocatie".

Art. 5.In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 september 2014 en 30 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° voor de aanvrager van een kinderopvanglocatie: 20 m2 per plaats, bekeken op het niveau van de subsidiegroep van de aanvrager, vermeld in artikel 1, 20°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;"; 2° in het vierde lid worden de woorden "voor zover de erkennings- en exploitatievoorwaarden dat vereisten" vervangen door de zinsnede "als de erkennings-, vergunnings- of exploitatievoorwaarden dat vereisen". HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

Art. 6.Voor de dossiers waarvoor de subsidiebelofte is gegeven voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, gelden de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 18 november 2016.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN


begin


Publicatie : 2016-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^