Besluit Van De Vlaamse Regering van 19 januari 2018
gepubliceerd op 23 februari 2018

Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de Vlaamse deelname aan en/of subsidiëring van internationale onderzoeksinfrastructuren

bron
vlaamse overheid
numac
2018030404
pub.
23/02/2018
prom.
19/01/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018030404

VLAAMSE OVERHEID


19 JANUARI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de Vlaamse deelname aan en/of subsidiëring van internationale onderzoeksinfrastructuren


DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035587 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid sluiten betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, artikel 18, § 3 en § 4, derde lid, vervangen bij het decreet van 20 november 2015;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/11/2011 pub. 20/12/2011 numac 2011206269 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen sluiten betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 24 oktober 2017;

Gelet op het advies van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen gegeven op 23 november 2017;

Gelet op het advies 62.584/1 van de Raad van State gegeven op 27 december 2017;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° commissie Science : de commissie, vermeld in artikel 4;2° commissie Strategie : de commissie, vermeld in artikel 5;3° Departement EWI : het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie, vermeld in artikel 21, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;4° derde : een rechtspersoon die in het kader van dit besluit geen subsidies kan verkrijgen;5° ESFRI-forum : European Strategy Forum for Research Infrastructures;6° FWO : de privaatrechtelijke stichting van openbaar nut Fonds Wetenschappelijk Onderzoek- Vlaanderen, vermeld in artikel 15, § 1, van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035587 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid sluiten betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;7° internationale onderzoeksinfrastructuur : onderzoeksinfrastructuur die opereert in een samenwerkingsverband tussen landen en regio's;8° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschapsbeleid;9° onderzoeksinfrastructuur : de faciliteiten en bronnen die het verrichten van grensverleggend, strategisch basisonderzoek en innovatie bevorderen.Daaronder worden onder meer begrepen wetenschappelijke infrastructuur, collecties, natuurlijke habitats, corpora en databanken, met inbegrip van de digitale ontsluiting ervan.

Ze kunnen gesitueerd zijn op één locatie, gedistribueerd of virtueel zijn; 10° raad van bestuur : de raad van bestuur van het FWO. HOOFDSTUK 2. - Deelname aan en/of subsidiëring van internationale onderzoeksinfrastructuren Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 2.Dit besluit heeft tot doel de Vlaamse deelname aan en/of subsidiëring van internationale onderzoeksinfrastructuren waarvan het strategisch belang voor het Vlaamse gewest of de Vlaamse gemeenschap kan worden aangetoond, te ondersteunen.

Ondersteuning kan betrekking hebben op : 1° de beslissing tot deelname van Vlaanderen aan de internationale onderzoeksinfrastructuur;2° de betaling van het lidgeld voor de deelname;3° de subsidiering van de activiteiten of investeringen die deel uitmaken van de deelname. Afdeling 2. - Selectie van deelname aan en/of subsidiëring van

internationale infrastructuren Onderafdeling 1. - Aanvragers

Art. 3.Aanvragen voor deelname aan en/of subsidiëring van internationale onderzoeksinfrastructuren kunnen worden ingediend door een onderzoeksgroep of onderzoeksgroepen bij : 1° een Vlaamse wetenschappelijke instelling;2° een universiteit;3° een strategisch onderzoekscentrum;4° een instelling van postinitieel onderwijs;5° het VLIZ;6° de KMDA-CRC;7° de Plantentuin van Meise;8° een Vlaams museum met een onderzoeksopdracht;9° een samenwerkingsverband tussen de instanties, vermeld in punt 1° tot en met 8°, of een samenwerkingsverband tussen ten minste een van die instanties en een of meer derden. In het eerste lid wordt verstaan onder : 1° instelling voor postinitieel onderwijs : de instellingen, vermeld in artikel III.115 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, of een instelling als vermeld in artikel III.119 van de voormelde codex; 2° strategisch onderzoekscentrum : een instelling als vermeld in artikel 29 van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035587 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid sluiten betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, of een instelling die erkend is op basis van het voormelde artikel; 3° universiteit : een universiteit als vermeld in artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; 4° Vlaams museum met een onderzoeksopdracht : een collectiebeherende organisatie met onderzoeksopdracht : een museum, een culturele archiefinstelling of erfgoedbibliotheek zoals gedefinieerd in artikel 3 van het decreet van 24 februari 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/02/2017 pub. 04/04/2017 numac 2017030163 bron vlaamse overheid Decreet houdende de ondersteuning van cultureelerfgoedwerking in Vlaanderen sluiten houdende de ondersteuning van cultureelerfgoedwerking in Vlaanderen, die ook een opdracht verricht van fundamenteel onderzoek, experimenteel onderzoek of industriële ontwikkeling.Hiervoor moet verder voldaan zijn aan vier van volgende criteria : het onderzoeksluik moet opgenomen zijn in de statuten of de missie, een internationale faam/erkenning als onderzoeksinstelling kunnen aantonen in hun vakgebied, voldoende kritische onderzoeksmassa hebben, publiceren in wetenschappelijke tijdschriften, over een strategisch onderzoeksplan beschikken en externe onderzoeksmiddelen aantrekken; 5° Vlaamse wetenschappelijke instelling : een van de volgende instellingen : a) het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos;b) het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 09/12/2005 pub. 07/02/2006 numac 2006035124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek;c) het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen;d) het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, opgericht bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed;6° VLIZ : de vereniging zonder winstoogmerk Vlaams Instituut voor de Zee, opgericht bij de notariële akte van 2 april 1999.7° KMDA-CRC : het Centre for Research and Conservation van de vereniging zonder winstoogmerk Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, opgericht bij onderhandse akte van 18 november 1946;8° Plantentuin Meise : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Plantentuin Meise", opgericht bij het decreet van 6 december 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/12/2013 pub. 17/12/2013 numac 2013036148 bron vlaamse overheid Decreet houdende de oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Plantentuin Meise" sluiten houdende de oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Plantentuin Meise"; De onderzoeksgroepen tonen in de subsidieaanvraag aan dat ze behoorlijk gemandateerd zijn door het bestuur van de betrokken instantie of instanties.

De minister kan de lijst van de aanvragende instanties, vermeld in het eerste lid, uitbreiden na advies van het FWO. Onderafdeling 2. - Commissie Science en commissie Strategie

Art. 4.De raad van bestuur richt een commissie Science op, die bestaat uit maximaal twintig leden die in hun onderzoeksdomein een internationale uitstraling en een bredere kijk hebben dan alleen op de discipline of deeldiscipline waarin ze actief zijn.

De commissie Science dekt in haar samenstelling de wetenschapsgebieden met belang in onderzoeksinfrastructuren af. Ook leden die uit de industriële sector komen of die ervaring daarmee hebben, komen in aanmerking. Binnen die commissie is expertise aanwezig in het wetenschaps- en innovatiebeleid en in het beheer van grote onderzoeksfaciliteiten.

De commissie Science kan worden aangevuld met experts als bijkomende expertise tijdelijk is vereist.

Een waarnemend vertegenwoordiger van het Departement EWI en van het FWO wonen de commissie Science bij.

De leden van de commissie Science worden door de raad van bestuur benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. De raad van bestuur wijst een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter aan.

Art. 5.In dit artikel wordt verstaan onder beleidsraad : de beleidsraad, opgericht voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie conform artikel 3, vierde lid, van het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003.

De raad van bestuur richt een commissie Strategie op. De leden van die commissie worden door de raad van bestuur benoemd op voordracht van de beleidsraad van het Beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie.

De leden van de commissie Strategie bezitten gezamenlijk een internationale of Vlaamse expertise in het beheer van investeringsdossiers, het internationale of Vlaamse wetenschaps- en innovatiebeleid, en het beheer of beleid van internationale onderzoeksinfrastructuren.

De commissie Strategie bestaat uit maximaal tien leden, waaronder minimaal : 1° een vertegenwoordiger van de minister;2° een vertegenwoordiger vanuit ParticipatieMaatschappij Vlaanderen;3° een vertegenwoordiger vanuit het Departement EWI;4° een lid van de commissie Science; De commissie Strategie kan worden aangevuld met experts als bijkomende expertise tijdelijk is vereist.

Een waarnemend vertegenwoordiger van het Departement EWI en van het FWO wonen de commissie Strategie bij.

De leden van de commissie Strategie worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar. De beleidsraad wijst een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter aan.

In afwijking van het zevende lid worden de leden van de eerste commissie Strategie benoemd voor twee jaar.

Art. 6.De raad van bestuur bepaalt de nadere regels voor een gender neutrale samenstelling van de commissies.

Onderafdeling 3. - Selectieprocedure

Art. 7.Het FWO organiseert de oproepen voor deelname aan en/of subsidiëring van internationale infrastructuren en legt de interne procedures vast voor de aanvraag, behandeling, evaluatie, selectie en toekenning van steun. Het FWO maakt die interne procedures openbaar.

Art. 8.§ 1. De aanvragen worden geselecteerd conform de chronologisch beschreven procedure, vermeld in paragraaf 2 en 3. § 2. De commissie Science evalueert de wetenschappelijke kwaliteit van de aanvragen en catalogiseert met motivatie de aanvragen binnen de volgende vier categorieën : 1° categorie A : vanuit wetenschappelijk oogpunt bekeken de excellente projecten uit de ingediende lijst;2° categorie B : vanuit wetenschappelijk oogpunt bekeken de zeer goede projecten inclusief de projecten die nog niet matuur zijn;3° categorie C : de eerder gesubsidieerde projecten die vanuit wetenschappelijk oogpunt niet meer tot categorie A of B behoren en waarvoor een uitdoofscenario wordt voorgesteld;4° categorie D : vanuit wetenschappelijk oogpunt bekeken de overige projecten. De wetenschappelijke kwaliteit wordt bepaald aan de hand van de volgende selectiecriteria : 1° de wetenschappelijke kwaliteit van de onderzoeksprogramma's die uitgevoerd zullen worden met de onderzoeksinfrastructuur;2° de wetenschappelijke kwaliteit van de gerealiseerde output van de Vlaamse aanvragers in relatie tot de state of the art in het onderzoeksdomein en in relatie tot de infrastructuur;3° het belang van de internationale onderzoeksinfrastructuur voor het onderzoek binnen de wetenschappelijk discipline in kwestie;4° het belang van de deelname of de investering in de internationale onderzoeksinfrastructuur om de positie van de Vlaamse onderzoekers binnen de wetenschappelijke discipline in kwestie te verstevigen;5° de mate waarin het voorstel aansluit bij het strategisch onderzoeksbeleid van de instelling of instellingen in kwestie;6° de mate waarin de onderzoeksinfrastructuur als logistiek knooppunt een grote reeks nieuwe projecten kan genereren op internationaal vlak ten opzichte van de Vlaamse deelnemers;7° als de onderzoeksinfrastructuur moet worden geconstrueerd, de technische haalbaarheid van de onderzoeksinfrastructuur en de mate waarin al infrastructuur aanwezig is;8° vanuit wetenschappelijk oogpunt bekeken, de kwaliteit van de aanpak van het Vlaamse project in relatie tot de gevraagde subsidie (de input-outputbalans);9° de toegankelijkheid van de infrastructuur voor onderzoekers van buiten de onthaalinstellingen. De commissie Science laat zich bij de beoordeling van de aanvragen bijstaan door peers die als autoriteit in de vakgebieden in kwestie zijn erkend, die niet in België werken en die niet betrokken zijn bij de desbetreffende internationale infrastructuur. De commissie Science motiveert haar evaluatie en verstrekt een inhoudelijk gemotiveerd advies over de financiering van elke aanvraag die wordt ingediend bij de commissie Strategie. § 3. De commissie Strategie analyseert de aanvragen die door de commissie Science in categorie A, B en C als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, zijn ingedeeld. Voor de aanvragen die in de voormelde categorie A en B ingedeeld zijn, gaat de commissie Strategie na of de voorstellen realistisch, haalbaar en van strategisch belang zijn voor het Vlaamse gewest of de Vlaamse gemeenschap en formuleert een voorstel van rangschikking en financiering per aanvraag. Voor de aanvragen die geplaatst zijn in de voormelde categorie C, stelt ze, na de beslissing vermeld in artikel 9, 4°, een uitdoofscenario voor.

De commissie Strategie hanteert de volgende criteria : 1° het strategische belang voor het Vlaamse gewest of de Vlaamse gemeenschap om deel te nemen of te investeren in de infrastructuur;2° de kwaliteit van het vierjarige operationeel plan, waarbij onder meer de volgende elementen worden geëvalueerd : a) de duidelijkheid en de aanpak;b) het managementteam;c) als dat van toepassing is, de kwaliteit van het investeringsplan waaronder de voorgenomen investering en hoe die wordt verkregen, de kwaliteit van de huisvesting van de infrastructuur;d) de schatting van de financiële, personele en materiële kosten en hoe ze worden ingezet;e) het gebruikersplan met de eventueel geschatte inkomsten;f) het exploitatieplan inclusief een tijdstabel met doelstellingen en mijlpalen;h) het financieringsplan met inbegrip van de cofinanciering;i) de risicoanalyse en de levensduur;j) het tijdpad;3° de evaluatie van het ESFRI-forum of andere van de internationale infrastructuur als dat beschikbaar is.

Art. 9.Op basis van het advies van de commissie Strategie beslist de raad van bestuur finaal : 1° aan welke projecten Vlaamse onderzoekers zullen deelnemen;2° of er vanuit Vlaanderen lidgelden zullen betaald worden, mocht de Federale Overheid hiervoor niet instaan, en in voorkomend geval het bedrag;3° naast de beslissing tot deelname welke subsidies, vermeld in artikel 11 en 12, verleend worden;4° voor welke projecten het uitdoofscenario zal worden uitgetekend, dat vervolgens eveneens voor beslissing aan de raad van bestuur zal worden voorgelegd; Het advies van de commissie Strategie met de voordracht van de projecten, kan alleen worden bekrachtigd of afgewezen.

Bij afwijzing worden de commissie Science en de commissie Strategie opnieuw bevraagd, met uitdrukkelijke opgave van de elementen die volgens de raad nader moeten worden onderzocht.

Art. 10.Het FWO maakt de beslissing, vermeld in artikel 9, bekend, sluit met de betrokkene een overeenkomst en volgt de projecten op. Afdeling 3. - Subsidiëring

Onderafdeling 1. - Subsidiabele kosten

Art. 11.De subsidiabele kosten omvatten zowel eenmalige als recurrente kosten die verbonden zijn aan de deelname aan en/of subsidiëring van internationale onderzoeksinfrastructuren.

De subsidie wordt aangewend voor de financiering van de uitrustings-, personele, institutionele, operationele en logistieke kosten.

Daaronder vallen de volgende kostencategorieën die niet noodzakelijk allemaal tegelijk dienen voor te komen in elke projectaanvraag : 1° uitrusting : de kosten voor onderzoeksinvesteringen, namelijk de kosten voor de aanschaf of de opbouw en de aansluiting van (onderdelen) van de onderzoeksinfrastructuur, substantiële upgrades, inclusief het niet-recupereerbare deel van de btw;2° personeelskosten voor de ontwikkeling, de constructie of de opbouw van de onderzoeksinfrastructuur.Daaronder vallen ook de personeelskosten voor de upgrade van de onderzoeksinfrastructuur en de kosten voor het personeel voor de bediening of het onderhoud als de infrastructuur eenmaal operationeel is; 3° werkingskosten zoals onderhoudskosten gedurende de hele afschrijvingsperiode, namelijk de kosten die voortvloeien uit onderhoudsovereenkomsten of upgrades van de onderzoeksinfrastructuur en de herstellingskosten aan de uitrusting, de coördinatiekosten die voortvloeien uit het multilaterale karakter, de institutionele kosten zoals de bijdragen en de engagementen die zijn aangegaan binnen internationale samenwerkingsakkoorden en die de voorwaarde vormen om te kunnen deelnemen, en de logistieke kosten die noodzakelijk zijn om onderzoek te verrichten aan de internationale onderzoeksfaciliteit zoals de huisvesting van vorsers. Bijkomende werkingskosten kunnen worden aangevraagd indien het Vlaamse consortium, of de leden ervan, ten dienste van de internationale infrastructuur in het internationale consortium een bijkomende taak op zich nemen die zichtbaar en aantoonbaar is.

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor financiering : 1° de werkingskosten voor het onderzoek dat uitgevoerd is met de onderzoeksinfrastructuur;2° de uitgaven voor het doorvoeren van het eigenlijke onderzoek;3° de kosten voor infrastructurele voorzieningen zoals de kosten voor gebouwen, voorzieningen die tot de gebruikelijke huisvesting gerekend worden, met uitzondering van de kosten voor aanpassingen aan gebouwen en aansluitingskosten voor de onderzoeksinfrastructuur. Onderafdeling 2. - Subsidiepercentage

Art. 12.De geselecteerde initiatieven ontvangen een subsidiëring van maximaal 80% van de subsidiabele kosten.

De subsidiëring wordt verhoogd tot 90% als het investeringsinitiatief uitgaat van een of meer onderzoeksgroepen bij meer dan een aanvrager, en in het aanvraagdossier wordt aangetoond dat alle aanvragers ten minste de helft dragen van het bedrag dat zij zouden moeten betalen, mocht de resterende 10% van de subsidiabele kosten naar evenredigheid worden verdeeld zodat een daadwerkelijke inbreng en engagement wordt aangetoond.

In het operationeel plan wordt aangetoond welke kosten in-kind als bijdrage tegen een financieel waardeerbaar bedrag, via cofinanciering of via inkomsten, zullen worden gedekt. Het operationeel plan verschaft duidelijkheid over welke kosten jaarlijks verwacht kunnen worden en hoe die gefinancierd zullen worden, via eenmalige of recurrente kosten, gedurende de looptijd van het project.

Als het aanvragende consortium via het operationeel plan kan aantonen dat, door de aard van de infrastructuur, geen cofinanciering mogelijk is en aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, kan worden voldaan, kan het subsidiepercentage opgetrokken worden tot 100%, maar de participatie, gedragenheid en het engagement van de betrokken instanties moeten aangetoond worden.

Onderafdeling 3. - Betalingsmodaliteiten

Art. 13.Het FWO en de ontvangers van de subsidie sluiten een overeenkomst over de wijze waarop de subsidies worden uitbetaald, na de goedkeuring van de subsidiabele kosten.

Onderafdeling 4. - Subsidiëringsvoorwaarden

Art. 14.De gesubsidieerde onderzoeksinfrastructuur wordt contractueel beheerd door een aanwijsbare onthaalinstelling die over een zakelijk of bijzonder recht uit overeenkomst op de infrastructuur beschikt, en die ook verantwoordelijk is voor het optimale gebruik van de infrastructuur en het beheer van de kosten die daaraan verbonden zijn.

In geval van onderzoek aan grote internationale onderzoeksinstellingen dat gemeenschappelijk door een promotor of copromotoren in verschillende onthaalinstellingen wordt uitgevoerd, is iedere promotor en onthaalinstelling bij de overeenkomst betrokken.

De onthaalinstelling is : 1° ofwel een Vlaamse universiteit, een Vlaams Wetenschappelijke instelling, een strategisch onderzoekscentrum, een instelling van postinitieel onderwijs, het VLIZ, de KMDA-CRC, de Plantentuin van Meise of een Vlaams museum met een onderzoeksopdracht;2° ofwel een behoorlijk gemandateerd orgaan van een Vlaamse universiteit, een Vlaams Wetenschappelijke instelling, een strategisch onderzoekscentrum, een instelling van postinitieel onderwijs, het VLIZ, de KMDA-CRC, de Plantentuin van Meise of een Vlaams museum met een onderzoeksopdracht;3° ofwel een samenwerkingsverband tussen één of meer Vlaamse universiteiten, Vlaams Wetenschappelijke instellingen, een strategisch onderzoekscentrum, een instelling van postinitieel onderwijs, het VLIZ, de KMDA-CRC, de Plantentuin van Meise of een Vlaams museum met een onderzoeksopdracht;4° ofwel een vereniging, stichting of vennootschap die door één of meer Vlaamse universiteit, een Vlaams Wetenschappelijke instelling, een strategisch onderzoekscentrum, een instelling van postinitieel onderwijs, het VLIZ, de KMDA-CRC, de Plantentuin van Meise of een Vlaams museum met een onderzoeksopdracht wordt gecontroleerd.De controle over een vereniging of stichting moet samenvallen met het bezit van de meerderheid van stemmen in de raad van bestuur. De controle over een vennootschap wordt geïnterpreteerd in de zin die artikel 5 van het Wetboek van vennootschappen daaraan geeft.

Art. 15.Derden kunnen participeren in een gesubsidieerd investeringsinitiatief.

Derden kunnen als tegenprestatie voor een bepaalde financiële, personele of materiële inbreng in het investeringsinitiatief een gelimiteerd recht van gebruik of toegang ten aanzien van de onderzoeksinfrastructuur doen gelden.

Derden kunnen nooit begunstigde zijn van de subsidiëring in de zin van dit besluit. De subsidiëring mag nooit doorgestort worden aan die derden of aan een rechtspersoon waarin de subsidiegerechtigden samen met die derden participeren.

Onderafdeling 5. - Begroting

Art. 16.Op basis van artikel 16, 4° van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035587 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid sluiten betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid wordt in de algemene uitgavenbegroting voor het FWO voor dit programma een vastleggingsmachtiging ingeschreven waarop verbintenissen kunnen worden aangegaan. HOOFDSTUK 3. - Bijzondere bepalingen voor specifieke internationale infrastructuurprojecten

Art. 17.Als ze daarom verzocht worden door de minister, brengen de commissie Science en de commissie Strategie bij de minister advies uit over : 1° aanvragen voor het creëren van toegangsmogelijkheden tot nieuwe of bestaande onderzoeksinfrastructuren die niet in het Vlaamse Gewest of in de Vlaamse Gemeenschap zelf kunnen worden gebouwd door de kostprijs ervan of door de beperkte kritische massa van de onderzoeksgemeenschap;2° de wenselijkheid van een rechtstreekse Vlaamse participatie, in het bijzonder door cofinanciering, in initiatieven voor de ontwikkeling van nieuwe onderzoeksinfrastructuur die redelijkerwijs alleen in een gemeenschaps- of gewestoverschrijdende context kan worden gefinancierd. De aanvragen, vermeld in het eerste lid, worden met dezelfde selectiecriteria als vermeld in artikel 8, § 2, tweede lid, door de commissie Science en de commissie Strategie beoordeeld. De commissie Strategie bezorgt haar advies en aanbevelingen aan de minister. HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/11/2011 pub. 20/12/2011 numac 2011206269 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen sluiten betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen

Art. 18.In titel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/11/2011 pub. 20/12/2011 numac 2011206269 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen sluiten betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 8 en 9, opgeheven. HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling

Art. 19.De Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschapsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 19 januari 2018.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, Ph. MUYTERS


begin


Publicatie : 2018-02-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^