Besluit Van De Vlaamse Regering van 19 november 2010
gepubliceerd op 14 december 2010
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het bes

bron
vlaamse overheid
numac
2010035927
pub.
14/12/2010
prom.
19/11/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

19 NOVEMBER 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos


De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikelen 20 en 87, § 1;

Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikelen 16.1.2, 1°, f°, 16.2.3, derde lid, 16.2.5, vijfde lid, 16.3.1, § 1, 1°, 16.3.2, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, 16.3.9, § 2, eerste lid, 16.3.16, eerste lid, 16.3.24, derde lid, 16.4.11, eerste lid, 16.4.18, § 5 en 16.4.27, derde lid, 16.5.2, § 1, eerste lid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;

Gelet op advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 juni 2010;

Gelet op advies 48. 779/3 van de Raad van State gegeven op 19 oktober 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 1 wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 8° de handhaving te verzekeren van de regelgeving, vermeld in artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.»; 2° in paragraaf 2 wordt punt 9° opgeheven.

Art. 2.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een punt 16°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 16°/1 decreet Integraal Waterbeleid : het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;»; 2° er worden een punt 35°/1 en een punt 35°/2 ingevoegd, die luiden als volgt : « 35°/1 de afdeling, bevoegd voor de rapportering over water : de afdeling Rapportering Water van de Vlaamse Milieumaatschappij; 35°/2 de afdeling, bevoegd voor de maritieme toegang : de afdeling Maritieme Toegang van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken; »; 3° er worden een punt 36°/1 tot en met 36°/8 ingevoegd, die luiden als volgt : « 36°/1 de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer Antwerpen : de afdeling Wegen en Verkeer Antwerpen van het Agentschap Wegen en Verkeer; 36°/2 de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer Vlaams-Brabant : de afdeling Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant van het Agentschap Wegen en Verkeer; 36°/3 de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer Limburg : de afdeling Wegen en Verkeer Limburg van het Agentschap Wegen en Verkeer; 36°/4 de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer Oost-Vlaanderen : de afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen van het Agentschap Wegen en Verkeer; 36°/5 de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer West-Vlaanderen : de afdeling Wegen en Verkeer West-Vlaanderen van het Agentschap Wegen en Verkeer; 36°/6 de afdeling, bevoegd voor elektriciteit en mechanica Antwerpen : de afdeling Elektriciteit en Mechanica Antwerpen van het Agentschap Wegen en Verkeer; 36°/7 de afdeling, bevoegd voor elektriciteit en mechanica Gent : de afdeling Elektriciteit en Mechanica Gent van het Agentschap Wegen en Verkeer; 36°/8 de afdeling, bevoegd voor verkeerskunde : de afdeling Verkeerskunde van het Agentschap Wegen en Verkeer; »; 4° er wordt een punt 39°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 39°/1 de afdeling, bevoegd voor waterwegbeheer : de afdeling Waterwegbeheer van het agentschap De Scheepvaart;».

Art. 3.In artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1° worden de woorden « Verordening (EEG) nr.3626/82 van de Raad van 3 december 1982 betreffende de toepassing in de gemeenschap van de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten » vervangen door de woorden « Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer »; 2° in punt 3° worden de woorden « Verordening (EG) nr.2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen » vervangen door de woorden « Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen ». 3° er wordt een punt 11° en een punt 12° toegevoegd, die luiden als volgt : « 11° Verordening (EG) nr.865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer; 12° Verordening (EG) nr.359/2009 van de Commissie van 30 april 2009 tot schorsing van het binnenbrengen in de Gemeenschap van specimens van bepaalde in het wild levende dier- en plantensoorten. »

Art. 4.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt in Hoofdstuk IV voor Afdeling I, die Afdeling I/1 wordt, een nieuwe Afdeling I, dat bestaat uit artikel

4/1, ingevoegd, dat luidt als volgt : « Afdeling I. Protocollen «

Art. 4/1.De minister bekrachtigt de protocollen die gesloten worden tussen de afdelingen van het Departement en de agentschappen, vermeld in artikel 1, 21° tot en met 40°.

De protocollen die gesloten worden tussen gewestelijke en andere overheden of instanties,worden ondertekend door de minister. Die protocollen worden als mededeling aan de Vlaamse Regering voorgelegd. »

Art. 5.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt een artikel 6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 6/1.De voorzitter en de ondervoorzitter zijn gemachtigd om de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht en waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, te verzoeken de gegevens dewelke zij bezitten, vrijwillig ter beschikking te stellen van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving voor de opstelling van het milieuhandhavingsrapport, op voorwaarde van kennisgeving van dit verzoek aan de Vlaamse Regering. »

Art. 6.In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een punt 9°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 9°/1 de door de minister aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de rapportering over water;»; 2° er worden een punt 12°/1 tot en met 12°/8 ingevoegd, die luiden als volgt : « 12°/1 de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer Antwerpen; 12°/2 de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer Vlaams-Brabant; 12°/3 de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer Limburg; 12°/4 de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer Oost-Vlaanderen; 12°/5 de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor wegen en verkeer West-Vlaanderen; 12°/6 de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor elektriciteit en mechanica Antwerpen; 12°/7 de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor elektriciteit en Mechanica Gent; 12°/8 de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor verkeerskunde; »; 3° er wordt een punt 16° en een punt 17° toegevoegd, die luiden als volgt : « 16° de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de maritieme toegang;17° de door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor waterwegbeheer.»

Art. 7.In artikel 13 § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Provinciale toezichthouders moeten om dat bekwaamheidsbewijs te verkrijgen de onderdelen theoretisch en praktisch onderricht in verband met geluidshinder en luchtverontreiniging niet volgen en dienen de bijhorende bekwaamheidsproeven niet af te leggen. »

Art. 8.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt een artikel 20/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 20/1.Onverminderd de in dit besluit bepaalde toezichtopdrachten, oefent de leidend ambtenaar van het Departement toezicht uit op de regelgeving, vermeld in de artikelen 21 tot en met 32 van dit besluit. De leidend ambtenaar van het Departement zal deze bevoegdheid aanwenden in geval van uitzonderlijke omstandigheden. »

Art. 9.In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden in punt 9° de woorden « Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen » vervangen door de woorden « Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen ».

Art. 10.In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en 4 september 2009, worden in punt 6° de woorden « Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen » vervangen door de woorden « Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen ».

Art. 11.In artikel 25, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 6° worden de woorden « artikel 145bis, § 1, vierde lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening » vervangen door de woorden « artikel 1.1. 2, 10°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening »; 2° punt 12° wordt vervangen door wat volgt : « 12° Verordening (EG) nr.338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer »; 3° er wordt een punt 12°/1 en een punt 12°/2 ingevoegd, die luiden als volgt : « 12°/1 Verordening (EG) nr.865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer; 12°/2 Verordening (EG) nr. 359/2009 van de Commissie van 30 april 2009 tot schorsing van het binnenbrengen in de Gemeenschap van specimens van bepaalde in het wild levende dier- en plantensoorten. »

Art. 12.In artikel 28 van hetzelfde besluit wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° afdeling II van hoofdstuk III van titel I van het decreet Integraal Waterbeleid en artikelen 62 en 70 van het decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 1 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen. »

Art. 13.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009,wordt een artikel 28/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 28/1.De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 9°/1, oefenen het toezicht uit op de toepassing van : 1° de wet Oppervlaktewateren;2° het Milieuvergunningendecreet wat de oppervlaktewaterverontreiniging betreft;3° de uitvoeringsbesluiten van het decreet, vermeld in punt 2°;4° artikelen 62 en 70 van het decreet Integraal Waterbeleid.»

Art. 14.In artikel 31 van hetzelfde besluit worden tussen de woorden « in artikel 12, 12° » en de zinsnede « , oefenen het toezicht uit » de woorden « 12°/1, 12°/2, 12°/3, 12°/4, 12°/5, 12°/6, 12°/7 en 12°/8 » ingevoegd.

Art. 15.In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « artikel 12, 13°, 14° en 15° » worden vervangen door de woorden « artikel 12, 13°, 14°, 15°, 16° en 17° »;2° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 3° afdeling II van hoofdstuk III van titel I van het decreet Integraal Waterbeleid en artikel 62 en 70 van het decreet Integraal Waterbeleid wat betreft de bevaarbare waterlopen, de waterwegen en de havens en hun aanhorigheden.»

Art. 16.Aan artikel 33 van hetzelfde besluit wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4° afdeling II van hoofdstuk III van titel I van het decreet Integraal Waterbeleid en artikel 62 en 70 van het decreet Integraal Waterbeleid, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen. ».

Art. 17.In artikel 34, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt punt 9° vervangen door wat volgt : « 9° Verordening (EG) nr.1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen »

Art. 18.In artikel 53 van hetzelfde besluit, worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt : « Elk deel van het genomen monster wordt bewaard en verstuurd in fysische omstandigheden die wijzigingen in de samenstelling van het monster zo veel mogelijk vermijden.

Uiterlijk op de eerste werkdag na de monsterneming wordt elk deel van het genomen monster aan het laboratorium bezorgd dat de analyses uitvoert. Het laboratorium deelt het protocol van de analyse mee aan de persoon die de analyse aanvraagt. »

Art. 19.Aan artikel 54 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 4 toegevoegd, dat luidt als volgt : « § 3 is niet van toepassing bij het uitoefenen van de technische controles op de geluidshinder en de trillingshinder. »

Art. 20.In artikel 58, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « de naam van de vermoedelijke overtreder » worden vervangen door de woorden « de concrete locatie van het milieumisdrijf en indien bekend, de naam van vermoedelijke overtreder »;2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Voor de ingedeelde inrichtingen, wordt van elk proces-verbaal een afschrift bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.»

Art. 21.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt een artikel 61/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 61/1.De toezichthouders, vermeld in artikel 12,5°, en 5°/1, melden aan de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, en aan de burgemeester dat er een besluit houdende opheffing van bestuurlijke maatregelen werd genomen.

De andere toezichthouders dan de toezichthouders, vermeld in het eerste lid, melden schriftelijk aan de provinciegouverneur, aan de burgemeester en aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, dat er een besluit houdende opheffing van bestuurlijke maatregelen werd genomen.

De provinciegouverneur of zijn plaatsvervanger meldt schriftelijk aan de burgemeester en aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, dat er een besluit houdende opheffing van bestuurlijke maatregelen werd genomen.

De burgemeester of zijn plaatsvervanger meldt schriftelijk aan de provinciegouverneur en aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, dat er een besluit houdende opheffing van bestuurlijke maatregelen werd genomen. »

Art. 22.In artikel 64 van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 63, § 5, » vervangen door de woorden « artikel 63, § 4, ».

Art. 23.In bijlage III bij hetzelfde besluit, wordt de volgende bepaling opgeheven :

76, § 1

Als op een grond een schadegeval gebeurt, meldt de exploitant, gebruiker of eigenaar van de grond dit onverwijld aan de bevoegde overheid. In deze melding geeft de exploitant, gebruiker of eigenaar aan welke maatregelen hij eventueel reeds genomen heeft ter uitvoering van zijn zorgvuldigheidsplicht


Art. 23/1.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk VII/1, dat bestaat uit artikel 78/1, ingevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk VII/1. Inning en invordering van verschuldigde bedragen

Art. 78/1.Als de ambtenaar vermeld in artikel 16.5.2, § 1, eerste lid van het decreet, wordt de leidend ambtenaar van het Departement aangewezen. »

Art. 24.In bijlage VIII bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « 3.5.1bis, § 1, c) », wordt vervangen door het woord « 3.5.1bis, § 1, 1°, c) »; 2° de verwijzing naar artikel 5.1.1.4, § 4 wordt opgeheven; 3° de bepaling

«


5.5.8.4, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°

De houder van apparaten die PCB's bevatten, moet : 1° uiterlijk op 1 januari 1999 aan de OVAM ten minste kennis geven van : a) zijn naam en adres;b) plaats en omschrijving van de apparaten die PCB's bevatten en die hij in zijn bezit heeft, alsook de hoeveelheden PCB's in deze apparaten;c) de hoeveelheden PCB's die hij in zijn bezit heeft;d) de hoeveelheden gebruikte PCB's die hij in zijn bezit heeft;e) data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen.2° Als die kennisgeving eerder is gebeurd met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, worden daarbij de eventuele wijzigingen vermeld ten aanzien van deze vroegere kennisgeving; 3° na 1 januari 1999 aan de OVAM kennis geven van elke wijziging in de onder 1° beschreven situatie;4° ervoor zorgen dat elk apparaat dat meer dan 1 liter PCB's bevat, wordt voorzien van een etiket.Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten PCB's bevatten, mogen worden voorzien van een etiket waarop staat « verontreinigd met PCB's < 0,05 % ». Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van lokalen waar dit apparaat zich bevindt;

»


wordt vervangen door wat volgt :

«


5.5.8.4, § 1, 1°, 2° en 3°

« § 1. De houder van apparaten die pcb's bevatten, moet : 1° uiterlijk op 1 januari 1999 aan de OVAM ten minste kennisgeven van : a) zijn naam en adres;b) de plaats en de omschrijving van de apparaten die hij in zijn bezit heeft die pcb's bevatten, alsook de hoeveelheden pcb's in die apparaten;c) de hoeveelheden pcb's die hij in zijn bezit heeft;d) de hoeveelheden gebruikte pcb's die hij in zijn bezit heeft;e) de data en de soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen.Als die kennisgeving eerder heeft plaatsgevonden met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, worden de eventuele wijzigingen ten opzichte van de vroegere kennisgeving vermeld; 2° na 1 januari 1999 aan de OVAM kennisgeven van elke wijziging in de situatie, vermeld in 1°;3° ervoor zorgen dat op elk apparaat dat meer dan 1 liter pcb's bevat, wordt een etiket aangebracht.Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Op apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen erin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevatten, mag een etiket worden aangebracht met de vermelding « verontreinigd met pcb's < 0,05 % ». Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van de lokalen waar het apparaat zich bevindt;

»;


4° de volgende bepaling wordt ingevoegd :

«


6.3.1.2. § 2

§ 2. De verslaggeving heeft betrekking op alle bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente werden ingezameld of opgehaald. De verslaggeving bevat jaartotalen uit het afvalstoffenregister, vermeld in artikel 6. 2. 1. Voor bedrijfsafvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze, overbrenger of verwerker verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld

».


Art. 25.In het enige artikel van bijlage XV bij hetzelfde besluit,ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden de woorden « Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen » vervangen door de woorden « Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen ».

Art. 26.Aan hetzelfde besluit,gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt een bijlage XXII toegevoegd, dat bij dit besluit is gevoegd.

Art. 27.De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 19 november 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, Mevr. J. SCHAUVLIEGE

Bijlage XXII Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Enig artikel. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend :

Artikel

Wettelijke verplichting

1° 12, § 1

Voor de jacht op kleinwild zijn een wildrapport en een beheerplan klein wild, in te dienen door de jachtrechthouder, verplicht. 2° 12 § 2, eerste lid

Het beheerplan klein wild wordt door de jachtrechthouder ingediend bij het agentschap uiterlijk drie maanden voor de opening van de jacht van de soorten, vermeld in het eerste lid.Als het wildbeheerplan niet tijdig is ingediend, wordt de jacht voor deze wildsoorten en de jachtterreinen in kwestie op zijn vroegst geopend drie maanden na de indiening van het wildbeheerplan.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos.

Brussel, 19 november 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister vanLeefmilieu, Natuur en Cultuur, Mevr. J. SCHAUVLIEGE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^