Besluit Van De Vlaamse Regering van 20 december 2013
gepubliceerd op 27 december 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van subsidies aan land- of tuinbouwers voor de diversificatie naar zorgboerderijactiviteiten

bron
vlaamse overheid
numac
2013036181
pub.
27/12/2013
prom.
20/12/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

20 DECEMBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van subsidies aan land- of tuinbouwers voor de diversificatie naar zorgboerderijactiviteiten


DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 87, § 1, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 3 maart 2004 inzake de subsidiëring van meer duurzame landbouwproductiemethoden en de erkenning van centra voor meer duurzame landbouw, artikel 5;

Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 9, 10 en 11;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2005 betreffende de toekenning van subsidies voor de zorg en activering van zorgvragers op land- of tuinbouwbedrijven met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling;

Gelet op het het ministerieel besluit van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 06/12/2005 pub. 10/02/2006 numac 2006035025 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit houdende nadere bepalingen betreffende de toekenning van subsidies voor de zorg en activering van zorgvragers op land- of tuinbouwbedrijven met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling sluiten houdende nadere bepalingen betreffende de toekenning van subsidies voor de zorg en activering van zorgvragers op land- of tuinbouwbedrijven met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling;

Gelet op het ministerieel besluit van 28 december 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 28/12/2012 pub. 23/01/2013 numac 2013200246 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen sluiten tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen;

Gelet op het ministerieel besluit van 7 januari 2013Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 07/01/2013 pub. 23/01/2013 numac 2013200244 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen sluiten tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen;

Gelet op het ministerieel besluit van van 10 januari 2013 tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 10 september 2013;

Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij, gegeven op 18 oktober 2013;

Gelet op advies 54.402/3 van de Raad van State, gegeven op 29 november 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° agentschap : het Agentschap voor Landbouw en Visserij, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004;2° departement : het Departement Landbouw en Visserij;3° land- of tuinbouwer : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een bedrijf exploiteert met alleen activiteiten die verband houden met land- of tuinbouw en land- of tuinbouwverbreding, hierna het land- of tuinbouwbedrijf te noemen;4° land- of tuinbouwverbreding : het hoevetoerisme, de landbouwgerelateerde dagrecreatie, de rechtstreekse verkoop van hoeveproducten, de productie van hernieuwbare energie, het landschapsbeheer, de landbouweducatie, het agrarisch natuurbeheer en de zorgboerderijactiviteit;5° ministers : de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, de Vlaamse minister bevoegd voor het gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs;6° voorziening : een organisatie die voldoet aan een van de volgende voorwaarden : a) de organisatie is erkend door de Vlaamse overheid en oefent activiteiten uit op het domein van de zorgverstrekking, de gezondheidsopvoeding, de preventieve gezondheidszorg, het gezin, het maatschappelijk welzijn, de personen met een handicap, de ouderen, de bijzondere jeugdzorg, en de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale reïntegratie, vermeld in artikel 5, § 1, I en II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van de organisaties die activiteiten uitoefenen op het domein van het medisch verantwoord sporten en de kinderopvang;b) de organisatie is een gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand, een comité voor bijzondere jeugdzorg, een ondersteuningscentrum jeugdzorg, een sociale dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand of een medisch-pedagogisch instituut van het gemeenschapsonderwijs;c) de organisatie is een centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding;d) de organisatie is actief in de gezondheidszorg, met een RIZIV-conventie;e) de organisatie krijgt van de ministers de toestemming om een zorgboerderijovereenkomst te sluiten met toepassing van dit besluit;7° zorgvrager : een natuurlijk persoon die een beroep doet op een voorziening.De persoon die een beroep doet op een centrum voor leerlingenbegeleiding komt alleen in aanmerking voor zover hij ten minste het eerste leerjaar van de eerste graad van het secundair onderwijs heeft aangevat en de begeleiding door het CLB past in het kader van het tijdelijk uit het onderwijs nemen van leerlingen om pedagogische, juridische, sociale of persoonlijke redenen, met de bedoeling hen opnieuw in het onderwijs op te nemen; 8° zorgboerderijactiviteit : een aan de landbouw gerelateerde activiteit voor zorgvragers op het bedrijf van de land- of tuinbouwer. HOOFDSTUK 2. - Subsidie voor diversificatie naar zorgboerderijactiviteiten

Art. 2.Binnen de daarvoor bestemde begrotingskredieten kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, volgens de bepalingen die zijn vastgesteld in het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, een subsidie verlenen aan land- of tuinbouwers die in samenwerking met een voorziening op hun bedrijf een zorgboerderijactiviteit aanbieden.

Art. 3.De subsidie, vermeld in artikel 2, bedraagt 20 euro per aaneensluitende periode van drie uur overdag.

De land- of tuinbouwer kan per dag maximaal 40 euro ontvangen als subsidie voor de maatregel die in dit besluit wordt beschreven.

Art. 4.De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt verleend onder de voorwaarden, vermeld in Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie L 379 van 28 december 2006.

Art. 5.Om in aanmerking te komen voor de subsidie, vermeld in artikel 2, moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden : 1° de land- of tuinbouwer behoort tot een van de volgende categoriëen : a) een natuurlijk persoon;b) een handelsvennootschap als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen, met uitzondering van het economisch samenwerkingsverband;c) een landbouwvennootschap als vermeld in artikel 2, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen;d) een consumentencoöperatie, namelijk een handelsvennootschap als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen;2° de land- of tuinbouwer baat een land- of tuinbouwbedrijf uit met een voldoende bruto bedrijfsresultaat als vermeld in artikel 7;3° de land- of tuinbouwer heeft een maximumberoepsinkomen uit andere beroepsactiviteiten als vermeld in artikel 8;4° de land- of tuinbouwer is gedurende de volledige looptijd van de zorgboerderijovereenkomst verzekerd voor zijn burgerlijke aansprakelijkheid voor de schade aan derden, veroorzaakt door de zorgvrager in het kader van de uitoefening van zorgboerderijactiviteiten op zijn land- of tuinbouwbedrijf en de verzekeringspolis vermeldt expliciet de uitoefening van zorgboerderijactiviteiten;5° de land- of tuinbouwer heeft een zorgboerderijovereenkomst als vermeld in hoofdstuk 4 van dit besluit, gesloten;6° de land- of tuinbouwer, een gezinslid, een medewerker, een derde of een voorziening hebben een zorgboerderijactiviteit uitgevoerd op het bedrijf van de land- of tuinbouwer zoals bepaald in de zorgboerderijovereenkomst;7° de land- of tuinbouwer heeft de aanwezigheid van de zorgvrager op het bedrijf van de land- of tuinbouwer in het kader van een zorgboerderijactiviteit geregistreerd. In het eerste lid, 6°, wordt verstaan onder : 1° gezinslid : een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad;2° medewerker : een persoon die actief is op het bedrijf van de land- of tuinbouwer in het kader van een gereglementeerd sociaal statuut.

Art. 6.Als de land- of tuinbouwer de zorgboerderijactiviteiten delegeert aan een derde partij, vinden de zorgboerderijactiviteiten plaats op het bedrijf van de land- of tuinbouwer, wordt dat vermeld in de zorgboerderijovereenkomst en wordt daarover een overeenkomst gesloten tussen de land- of tuinbouwer en die derde partij. HOOFDSTUK 3. - Bruto bedrijfsresultaat en beroepsinkomen

Art. 7.Het bruto bedrijfsresultaat, vermeld in artikel 5, eerste lid, 2°, bedraagt ten minste 30.000 euro per bedrijfsleider uit land- of tuinbouwactiviteiten en uit land- of tuinbouwverbredingsactiviteiten op het land- of tuinbouwbedrijf. Het bruto bedrijfsresultaat van die land- of tuinbouwverbredingsactiviteiten mag maximaal 50% bedragen van het totale bruto bedrijfsresultaat van het bedrijf.

Onder bruto bedrijfsresultaat wordt het verschil verstaan tussen bedrijfsopbrengsten en operationele kosten op de wijze die beschreven wordt in de bijlage bij het ministerieel besluit van 1 oktober 2007 betreffende bepalingen en minimumstandaard voor de bedrijfseconomische boekhouding in de landbouw, dienstig als basis voor de door de Vlaamse overheid gesteunde adviseringssystemen.

Voor de berekening van het bruto bedrijfsresultaat worden de volgende land- en tuinbouwverbredingsactiviteiten meegenomen : 1° hoevetoerisme;2° landbouwgerelateerde dagrecreatie;3° rechtstreekse verkoop van hoeveproducten;4° productie van hernieuwbare energie;5° landschapsbeheer;6° agrarisch natuurbeheer;7° landbouweducatie;8° zorgboerderijactiviteit. In afwijking van het eerste lid mag het maximumpercentage van 50 % overschreden worden in geval van rechtstreekse verkoop van eigen geteelde producten.

Art. 8.Om in aanmerking te komen voor subsidiëring moet de land- of tuinbouwer die een natuurlijk persoon is, de exploitatie van een land- of tuinbouwbedrijf en de verhandeling van de voortgebrachte producten als belangrijkste beroepsactiviteit hebben en moet de land- of tuinbouwer voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° de land- of tuinbouwer haalt op jaarbasis minder dan 18.000 euro beroepsinkomen uit andere beroepsactiviteiten; 2° de land- of tuinbouwer geniet geen ouderdomspensioen. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring moet de land- of tuinbouwer die een handelsvennootschap is,voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° de exploitatie van een land- of tuinbouwbedrijf en de verhandeling van de voortgebrachte producten is een doelstelling van de vennootschap;2° alle zaakvoerders of bestuurders zijn natuurlijke personen;3° voor alle zaakvoerders of bestuurders is de beroepsactiviteit in de vennootschap de belangrijkste activiteit; 4° alle zaakvoerders of bestuurders halen op jaarbasis minder dan 18.000 euro beroepsinkomen uit activiteiten buiten de vennootschap; 5° geen enkele zaakvoerder of bestuurder geniet een ouderdomspensioen;6° de zaakvoerders of bestuurders worden onder de vennoten aangewezen en bezitten elk minstens 25 % van de aandelen;7° alle aandelen zijn op naam en zijn ingeschreven in een aandelenregister;8° de vennootschap is opgericht voor onbepaalde duur of voor ten minste twintig jaar. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring moet de land- of tuinbouwer die een landbouwvennootschap is, voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° de beherende vennoten halen op jaarbasis minder dan 18.000 euro beroepsinkomen uit activiteiten buiten de vennootschap; 2° geen enkele beherende vennoot geniet een ouderdomspensioen. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring moet de land- of tuinbouwer die een consumentencoöperatie is, voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° de exploitatie van een land- of tuinbouwbedrijf en de verhandeling van de voortgebrachte producten zijn doelstellingen van de coöperatie;2° de bestuurders worden onder de vennoten aangewezen;3° voor ten minste één bestuurder, hierna de bestuurder-land- of tuinbouwer te noemen, is de beroepsactiviteit in de vennootschap de belangrijkste beroepsactiviteit; 4° de bestuurder-land- of tuinbouwer haalt op jaarbasis minder dan 18.000 euro beroepsinkomen uit activiteiten buiten de vennootschap; 5° de bestuurder-land- of tuinbouwer geniet geen ouderdomspensioen;6° de coöperatie is opgericht voor onbepaalde duur of voor ten minste twintig jaar. HOOFDSTUK 4. - De zorgboerderijovereenkomst

Art. 9.De zorgboerderijovereenkomst is een overeenkomst tussen de voorziening en de land- of tuinbouwer, die de onderlinge verplichtingen en verantwoordelijkheden vastlegt met betrekking tot de zorgboerderijactiviteit op het land- of tuinbouwbedrijf.

Art. 10.De zorgboerderijovereenkomst bevat de verbintenissen, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. Door het ondertekenen van de zorgboerderijovereenkomst verklaren alle partijen in kwestie zich akkoord met die verbintenissen.

Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, bepaalt welke gegevens door de land- of tuinbouwer worden ingevuld in de zorgboerderijovereenkomst.

Art. 12.Zolang de zorgboerderijovereenkomst niet is ondertekend door de land- of tuinbouwer en de voorziening, zijn de bepalingen in de zorgboerderijovereenkomst niet juridisch afdwingbaar en kan er voor die zorgboerderijovereenkomst geen subsidie toegekend worden.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, bepaalt op welke manier de zorgboerderijovereenkomst ondertekend en ingediend wordt en kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure.

Art. 13.De zorgboerderijovereenkomst is op elk ogenblik opzegbaar door de land- of tuinbouwer of door de voorziening.

De aanwezigheid van de zorgvrager op de zorgboerderij gebeurt altijd met instemming van de zorgvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger en kan niet worden verplicht op basis van de zorgboerderijovereenkomst.

Als de voorziening of de land- of tuinbouwer de zorgboederijovereenkomst voortijdig beëindigt, brengt de partij die de zorgboerderijovereenkomst beëindigt, de andere partij en het agentschap daarvan onmiddellijk op de hoogte.

Als de voorziening en de land- of tuinbouwer na de duurtijd van een zorgboerderijovereenkomst hun samenwerking willen voortzetten, wordt er een nieuwe zorgboerderijovereenkomst gesloten.

Art. 14.De voorziening wordt door een medewerker vertegenwoordigd op het bedrijf van de landbouwer, minstens bij de opmaak en het beëindigen van de zorgboerderijovereenkomst. HOOFDSTUK 5. - Aanmelding voor de subsidie aan land- of tuinbouwers

Art. 15.De land- of tuinbouwer die een subsidie als vermeld in dit besluit wil ontvangen, meldt zich daarvoor aan bij het agentschap.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, bepaalt welke gegevens de aanmelding bevat en welke documenten toegevoegd worden, en kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure.

Art. 16.Als de aanmelding volledig is en zodra het agentschap eventueel opgevraagde aanvullende gegevens heeft ontvangen, onderzoekt het agentschap of aan de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, 2°, 3° en 4°, is voldaan en brengt het de land- of tuinbouwer binnen twee maanden op de hoogte van de datum waarop de land- of tuinbouwer voor subsidie in aanmerking komt.

De land- of tuinbouwer brengt het agentschap onmiddellijk op de hoogte van elke wijziging die gevolgen heeft voor de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 5.

Als wordt vastgesteld dat de land- of tuinbouwer niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, 2° of 3°, meldt het agentschap dat aan de land- of tuinbouwer. De land- of tuinbouwer kan nog subsidies ontvangen voor de zorgboerderijactiviteiten die zijn uitgevoerd gedurende een termijn van drie maanden na deze melding.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure. HOOFDSTUK 6. - Registratie van de aanwezigheid van zorgvragers

Art. 17.De land- of tuinbouwer moet de zorgboerderijactiviteiten op het land- of tuinbouwbedrijf per halve dag en per zorgvrager registreren en door de voorziening laten bevestigen.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure. HOOFDSTUK 7. - Uitbetaling van de subsidie

Art. 18.Na het aflopen van een kwartaal of na het beëindigen van een zorgboerderijovereenkomst bevestigt de land- of tuinbouwer de registraties en dient hij de geregistreerde zorgboerderijactiviteiten in als subsidieaanvraag.

De betalingsaanvraag is pas ontvankelijk na bevestiging van de geregistreerde dagen door de voorziening.

Een subsidie voor een zorgboerderijactiviteit wordt alleen uitbetaald als de subsidieaanvraag voor geregistreerde zorgboerderijactiviteiten is ingediend binnen de periode van één jaar nadat die zorgboerderijactiviteit werd uitgevoerd.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure. HOOFDSTUK 8. - Controle

Art. 19.Het agentschap kan bij de land- of tuinbouwer controles uitvoeren op elementen die binnen haar bevoegdheid liggen en betrekking hebben op dit besluit.

Het agentschap of het departement kunnen een verzoek tot controle van een voorziening indienen bij de diensten die bevoegd zijn voor de controles van die voorzieningen.

Art. 20.Het departement en het agentschap kunnen alle gegevens met betrekking tot deze steunmaatregel uitwisselen die ze nodig hebben voor de uitvoering en de controle van de steunmaatregel en voor de uitvoering van beleidsondersteunende taken.

Art. 21.De land- of tuinbouwers verstrekken alle documenten en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de controle.

Art. 22.Het agentschap kan de gegevens die het nodig heeft voor de uitvoering en de controle van deze steunmaatregel, rechtstreeks opvragen bij derden, op voorwaarde dat het beschikt over de machtiging tot mededeling van persoonsgegevens op basis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.

Art. 23.De voorziening blijft verantwoordelijk voor het zorgaanbod aan de zorgvrager en ziet erop toe dat de aangeboden zorgboerderijacitiviteiten aangepast zijn aan de behoeften en mogelijkheden van de zorgvrager. Ze aanvaardt daarvoor alle noodzakelijke controles die binnen de controlebevoegdheden van de controle-instanties liggen en betrekking hebben op dit besluit. HOOFDSTUK 9. - De zorgboerderijcommissie

Art. 24.De ministers kunnen organisaties als vermeld in artikel 1, 6°, e), alleen toestaan om een zorgboerderijovereenkomst te sluiten na advies van de zorgboerderijcommissie, die is samengesteld uit : 1° twee vertegenwoordigers op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, waarvan één optreedt als voorzitter;2° twee vertegenwoordigers op voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;3° twee vertegenwoordigers op voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs. De leden en de voorzitter worden aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij.

Art. 25.Een organisatie als vermeld in artikel 1, 6°, e), die de toestemming wil krijgen om een zorgboerderijovereenkomst te sluiten, kan daarvoor een aanvraag indienen bij het departement.

Het departement zorgt voor de voorbereiding van het dossier voor de zorgboerderijcommissie en kan in voorkomend geval aanvullende informatie of toelichtingen vragen bij de aanvragende organisatie.

De commissie komt samen op vraag van het departement. De commissie kan alleen geldig vergaderen als naast de voorzitter minstens één vertegenwoordiger van elk beleidsdomein aanwezig is. Het departement bezorgt het advies van de zorgboerderijcommissie aan de ministers. De ministers beslissen of de aanvragende organisatie al dan niet de toestemming krijgt om zorgboerderijovereenkomsten te sluiten met toepassing van dit besluit.

De organisatie kan enkel van de ministers de toestemming krijgen om een zorgboerderijovereenkomst te sluiten als de organisatie bij de aanvraag alle controles aanvaardt die noodzakelijk zijn om de kwaliteit van de zorg op het bedrijf van de land- of tuinbouwer te garanderen. HOOFDSTUK 1 0. - Slotbepalingen

Art. 26.De volgende regelingen worden opgeheven : 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2005 betreffende de toekenning van subsidies voor de zorg en activering van zorgvragers op land- of tuinbouwbedrijven met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 april 2006 en 4 mei 2007;2° het ministerieel besluit van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 06/12/2005 pub. 10/02/2006 numac 2006035025 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit houdende nadere bepalingen betreffende de toekenning van subsidies voor de zorg en activering van zorgvragers op land- of tuinbouwbedrijven met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling sluiten houdende nadere bepalingen betreffende de toekenning van subsidies voor de zorg en activering van zorgvragers op land- of tuinbouwbedrijven met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 19 mei 2006 en 20 juli 2006;3° het ministerieel besluit van 28 december 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 28/12/2012 pub. 23/01/2013 numac 2013200246 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen sluiten tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen;4° het ministerieel besluit van 7 januari 2013Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 07/01/2013 pub. 23/01/2013 numac 2013200244 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen sluiten tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen;5° het ministerieel besluit van van 10 januari 2013 tot benoeming van de leden van de adviescommissie zorgboerderijen.

Art. 27.De land- of tuinbouwer die met toepassing van de besluiten, vermeld in artikel 26, 1° en 2°, een subsidie heeft ontvangen, heeft tijd tot 31 december 2014 om te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, 2° en 3°.

Art. 28.De voorzieningen die erkend zijn met toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2005 betreffende de toekenning van subsidies voor de zorg en activering van zorgvragers op land- of tuinbouwbedrijven met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, krijgen de toestemming om zorgboerderijovereenkomsten te sluiten met toepassing van dit besluit.

Art. 29.Op subsidieaanvragen voor zorgboerderijactivtiteiten die zijn uitgevoerd na de inwerkingtreding van dit besluit, op basis van zorgboerderijovereenkomsten die gesloten zijn voor de inwerkingtreding van dit besluit, zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing.

Art. 30.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014.

Art. 31.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 20 december 2013.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid Kris PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo VANDEURZEN De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Pascal SMET

Bijlage. - De verbintenissen van de land- of tuinbouwer en de voorziening in de zorgboerderijovereenkomst, vermeld in artikel 10 1° Verbintenissen van de land- of tuinbouwer Door het ondertekenen van de zorgboerderijovereenkomst gaat de land- of tuinbouwer ermee akkoord en garandeert hij : a) de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het ARAB na te leven;b) te streven naar de optimalisatie van de mogelijkheden van de zorgvrager, rekening houdend met zijn verwachtingen en beperkingen. Binnen de beperkingen van het land- of tuinbouwbedrijf worden activiteiten aangeboden op maat van de zorgvrager. De activiteiten wordt aangepast aan de behoeften en mogelijkheden van de individuele zorgvrager, in afstemming met de voorziening; c) alle informatie die van en over de zorgvrager verkregen wordt, vertrouwelijk te behandelen.De land- of tuinbouwer moet met het oog op de optimale begeleiding van de zorgvrager de toestemming krijgen om relevante gegevens te bespreken met de voorziening; d) de geldende voorschriften en afspraken over hygiëne en veiligheid na te leven;e) dat de zorgvrager op een veilige en hygiënische manier de activiteiten kan uitvoeren;f) dat zijn verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid de volgende elementen omvat : 1) de zorgboerderijactiviteiten;2) de aansprakelijkheid van de land- of tuinbouwer voor de schade veroorzaakt door de zorgvrager in het kader van de zorgboerderijactiviteiten;g) dat de voorziening op de hoogte wordt gebracht van andere lopende en geplande zorgboerderijovereenkomsten tijdens de periode waarin de overeenkomst wordt gesloten.2° Verbintenissen van de voorziening Door het ondertekenen van de zorgboerderijovereenkomst gaat de voorziening ermee akkoord en garandeert ze : a) minstens bij de opmaak en het beëindigen van de zorgboerderijovereenkomst vertegenwoordigd te zijn op het bedrijf van de land- of tuinbouwer;b) de belangen van de zorgvrager te behartigen met betrekking tot de zorgboerderijactiviteiten op de zorgboerderij;c) erover te waken dat de zorgvrager voldoet aan alle voorwaarden die verband houden met het behoud van zijn tegemoetkoming of uitkering, aan de verplichtingen van de sociale zekerheid en aan alle andere wettelijke verplichtingen;d) erover te waken dat de zorgvrager vrijwillig aanwezig is;e) de zorgboerderijovereenkomst onmiddellijk te beëindigen als de zorgvrager daarom verzoekt;f) erover te waken dat de zorgvrager het engagement aangaat om zich correct te gedragen en de taken op het land- of tuinbouwbedrijf zorgvuldig uit te voeren, met aandacht voor de voorschriften op het vlak van veligheid en hygiëne die de land- of tuinbouwer vraagt na te leven;g) erover te waken dat de zorgboerderijactiviteiten aangepast zijn aan de behoeften en de mogelijkheden van de zorgvrager;h) te zorgen voor de opvolging van de zorgvrager;i) erover te waken dat de zorgvrager maximaal 1 euro per uur aanwezigheid ontvangt.Die vergoeding kan niet beschouwd worden als een vorm van loon. Omgekeerd kan geen bijdrage van de zorgvrager geëist worden ter compensatie van een verminderde economische productiviteit op het land- of tuinbouwbedrijf ten gevolge van het zorgverlenende aspect. De zorgvrager of voorziening kan eventuele kosten wel vergoeden aan de land- of tuinbouwer; j) erover te waken dat de zorgvrager verzekerd is voor de burgerlijke aansprakelijkheid in het kader van de zorgboerderijovereenkomst;k) alle noodzakelijke controles te aanvaarden.3° Verbintenissen van de land- of tuinbouwer en de voorziening Door het ondertekenen van de zorgboerderijovereenkomst gaan de land- of tuinbouwer en de voorziening ermee akkoord en garanderen ze : a) dat de zorgboerderijovereenkomst, rekening houdend met het doel van de overeenkomst, geen arbeidsovereenkomst is;b) dat de andere partij vooraf wordt op de hoogte gebracht als ze de zorgboerderijovereenkomst willen beëindigen;c) dat er afspraken gemaakt zijn over de manier en de periodiciteit van de opvolging;d) dat de partij die de zorgboerderijovereenkomst beëindigt, de beëindiging van de zorgboerderijovereenkomst onmiddellijk zal melden aan het Agentschap voor Landbouw en Visserij. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 tot toekenning van subsidies aan land- of tuinbouwers voor de diversificatie naar zorgboerderijactiviteiten.

Brussel, 20 december 2013 De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid Kris PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo VANDEURZEN De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Pascal SMET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^