Besluit Van De Vlaamse Regering van 21 januari 2011
gepubliceerd op 15 februari 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de algemene regels voor de erkenning en de subsidiëring van de landschapswerking van regionale landschappen

bron
vlaamse overheid
numac
2011035123
pub.
15/02/2011
prom.
21/01/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

21 JANUARI 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de algemene regels voor de erkenning en de subsidiëring van de landschapswerking van regionale landschappen


De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, artikel 39, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2001 en vervangen bij het decreet van 13 februari 2004;

Gelet op het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, artikel 54;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 2 december 2010;

Gelet op advies 48.995/3 van de Raad van State, gegeven op 23 december 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° agentschap : het agentschap, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapzorg;2° ankerplaats : de ankerplaats, vermeld in artikel 3, 11°, van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapzorg;3° beveiligde zending : een aangetekend schrijven, een afgifte tegen ontvangstbewijs of elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;4° decreet van 16 april 1996 : het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg;5° landschapsanimator : een personeelslid dat een duidelijk onderscheiden functie heeft binnen het projectteam van een Regionaal Landschap en specifiek belast is met de opdracht in het kader van algemene landschapszorg;6° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed;7° Regionaal Landschap : het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 54, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;8° landschapswerking : het geheel van initiatieven genomen door een Regionaal Landschap binnen zijn werkingsgebied ter bevordering en promotie van de algemene landschapszorg als vermeld in het decreet van 16 april 1996;9° werkingsgebied : het werkingsgebied van het Regionaal Landschap, vermeld in artikel 1, § 2, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1998 tot vaststelling van de regelen voor de voorlopige en definitieve erkenning van regionale landschappen. HOOFDSTUK 2. - De erkenning van de landschapswerking van de Regionale Landschappen

Art. 2.De landschapswerking van een Regionaal Landschap wordt door de minister erkend als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° het Regionaal Landschap is voorlopig of definitief erkend conform de voorwaarden, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1998 tot vaststelling van de regelen voor de voorlopige en definitieve erkenning van Regionale Landschappen;2° de taken van de landschapsanimator worden vervuld door minstens 0,8 voltijds equivalent of het Regionaal Landschap verbindt zich ertoe dat dit zo gebeurt in het werkingsjaar dat volgt op het jaar van de erkenning;3° het Regionaal Landschap heeft een visie, met inbegrip van actiepunten, op de kwaliteitsvolle uitbouw van de landschapswerking;4° het Regionaal Landschap verbindt zich ertoe dat een afgevaardigde van het agentschap vergaderingen van de raad van bestuur kan bijwonen als raadgevend lid.

Art. 3.§ 1. Een aanvraag tot erkenning wordt met een beveiligde zending ingediend bij het agentschap voor 1 juni van het lopende jaar. § 2. Het erkenningsdossier bevat minstens de volgende stukken : 1° een overzicht van de personeelsleden van het Regionaal Landschap en hun functies;2° een visienota waarin wordt verduidelijkt hoe de landschapswerking zal uitgewerkt worden door het Regionaal Landschap;3° een overzicht van de leden van de raad van bestuur en de verslagen van de bijeenkomsten van het voorgaande werkingsjaar;4° de verbintenissen, vermeld in artikel 2, 2° en 4°. § 3. Het agentschap onderzoekt het erkenningsdossier op zijn volledigheid. Als wordt vastgesteld dat de aanvraag onvolledig is, vraagt het agentschap binnen een termijn van dertig dagen aanvullende informatie op bij het Regionaal Landschap. Het Regionaal Landschap vervolledigt zijn dossier binnen een termijn van dertig dagen. Zoniet wordt de aanvraag niet in overweging genomen.

Het agentschap brengt binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of van ontvangst van de aanvullende informatie, een gemotiveerd advies uit over de aanvraag aan de minister. § 4. Op basis van dat advies neemt de minister een beslissing tot erkenning of tot weigering van erkenning en deelt die beslissing binnen vijf maanden na de datum van ontvangst van de aanvraag of van ontvangst van de aanvullende informatie mee aan het Regionaal Landschap. Een weigering van erkenning wordt met redenen omkleed.

Bij ontstentenis van beslissing over de erkenningsaanvraag binnen vijf maanden na de datum van ontvangst van de aanvraag of van ontvangst van de aanvullende informatie kan het Regionaal Landschap een maanbrief zenden. Als na het verstrijken van de 45e dag na de verzending van de maanbrief geen beslissing is genomen, wordt de aanvraag geacht te zijn goedgekeurd. § 5. Een Regionaal Landschap kan worden gesubsidieerd vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van de erkenning van de landschapswerking.

Art. 4.Om de erkenning van de landschapswerking te behouden, moet een Regionaal Landschap voldoen aan de volgende criteria : 1° het Regionaal Landschap vervult de voorwaarden, vermeld in artikel 2;2° het Regionaal Landschap ontplooit jaarlijks eigen activiteiten inzake landschapswerking of het Regionaal Landschap ondersteunt die actief;3° het Regionaal Landschap stelt jaarlijks een afsprakennota op en rapporteert over de uitvoering ervan in het jaarverslag, vermeld in artikel 9;4° het Regionaal Landschap voert een boekhouding, waarin de aanwending van de subsidie controleerbaar is.De rekeningen worden jaarlijks door een erkende accountant geverifieerd, die daarover aan de algemene vergadering rapporteert. Dat rapport wordt gevoegd bij het jaarverslag, vermeld in artikel 9; 5° het Regionaal Landschap doet voor de uitvoering van de landschapswerken maximaal beroep op ondernemingen uit sociale economie.

Art. 5.Het agentschap is belast met de algemene toetsing, de opvolging en het toezicht op de landschapswerking en de activiteiten van de Regionale Landschappen.

Het agentschap stelt jaarlijks een evaluatieverslag op, waarin wordt aangegeven in welke mate het Regionaal Landschap zijn functie vervult en beantwoordt aan de criteria, vermeld in artikel 4. Dat evaluatieverslag wordt samen met het jaarverslag voor 15 augustus van elk kalenderjaar naar de minister gestuurd. Op grond van het evaluatieverslag kan de minister aanbevelingen geven of het Regionaal Landschap negatief evalueren.

Art. 6.§ 1. De erkenning geldt tot ze wordt ingetrokken door de minister.

De minister beslist de erkenning van de landschapswerking van een Regionaal Landschap in te trekken als een of meer van de volgende gevallen zich voordoen : 1° de erkenning werd verkregen op grond van valse verklaringen en documenten;2° het Regionaal Landschap voldoet niet aan de bepalingen en de voorwaarden, vermeld in dit besluit;3° het Regionaal Landschap werd twee opeenvolgende jaren negatief geëvalueerd door de minister. Het Regionaal Landschap in kwestie wordt van die beslissing op de hoogte gebracht door het agentschap binnen een termijn van zestig dagen. § 2. Het Regionaal Landschap in kwestie heeft geen recht op een toelage voor het kalenderjaar waarin de erkenning wordt ingetrokken en is gehouden tot de onmiddellijke terugbetaling van de reeds uitbetaalde toelage van het lopende kalenderjaar, overeenkomstig artikel 57, eerste lid, 1°, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 1 juli 1991. HOOFDSTUK 3. - De opdracht en organisatie van de landschapswerking van Regionale Landschappen

Art. 7.Het Regionaal landschap neemt eigen initiatieven inzake landschapswerking. Daarnaast ondersteunt het Regionaal Landschap initiatieven van deelnemers aan het samenwerkingsverband of van derden of werkt met hen samen.

Art. 8.De landschapsanimator coördineert de landschapswerking en is verantwoordelijk voor de volgende taken : 1° de opmaak van een jaarlijkse afsprakennota en de rapportering over de uitvoering ervan;2° de organisatie en begeleiding van de werken van het landschapsteam, meer bepaald de projectwerking van een Regionaal Landschap met het oog op algemene landschapszorg;3° de verbreding van het draagvlak door middel van educatie en sensibilisatie;4° de prospectie, vertaling en promotie voor een betere inzet van het volgens het decreet bepaalde beheersinstrumentarium, met inbegrip van het stimuleren of begeleiden van de oprichting van landschapsbeheerscommissies en de opmaak van landschapsbeheersplannen;5° de uitbouw van een lokaal netwerk;6° het documenteren en informeren van de inwoners of bezoekers van het werkingsgebied. De taken van de landschapsanimator worden gespecificeerd in de jaarlijkse afsprakennota.

Art. 9.Het Regionaal Landschap dient jaarlijks voor 1 maart een gedagtekende afsprakennota met begroting en een jaarverslag met de afrekening van het voorbije boekjaar in bij het agentschap. Alle nodige bewijsstukken worden toegevoegd.

De afsprakennota legt een aantal projecten, aandachtspunten en doelstellingen vast bij het begin van het werkingsjaar. De afsprakennota omvat een concrete planning en bepaalt de tijdens het werkingsjaar te behalen resultaten.

In het jaarverslag rapporteert het Regionaal Landschap over de uitgevoerde activiteiten en de concrete bijdragen die het voorbije werkingsjaar geleverd zijn in het kader van de algemene landschapszorg. Het jaarverslag refereert aan de afsprakennota van hetzelfde werkingsjaar. HOOFDSTUK 4. - De subsidiëring van de landschapswerking van Regionale Landschappen

Art. 10.§ 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering jaarlijks financiële middelen uittrekken om de overeenkomstig hoofdstuk 2 erkende landschapswerking van Regionale Landschappen te ondersteunen. De subsidie omvat zowel personeels-, werkings- als projectmiddelen. § 2. Het jaarlijkse subsidiebedrag is gekoppeld aan de oppervlakte relictzones en ankerplaatsen, zoals opgenomen in de vastgestelde landschapsatlas in het werkingsgebied van het Regionaal Landschap per 1 juni voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

In afwachting van een eerste vaststelling van de landschapsatlas wordt de versie 2001 gehanteerd.

De jaarlijkse basissubsidie bedraagt minstens 90.000 euro De jaarlijkse subsidie wordt vermeerderd met een bonus van 5.000 euro per volle schijf van 5 000 ha relictzones en ankerplaatsen.

Overlappende oppervlakten relictzone en ankerplaats worden daarbij slechts eenmaal geteld. § 3. De personeelsmiddelen omvatten de reële loonkost van de landschapsanimator. De werkingsmiddelen bedragen maximaal 8.725 euro.

Reservevorming is uitgesloten.

De projectmiddelen bedragen maximaal 70 % van de bewezen projectkosten.

Art. 11.§ 1. Voor de uitbetaling van de jaarlijkse subsidie kunnen op verzoek van het Regionaal Landschap voorschotten worden verstrekt. § 2. De voorschotten worden als volgt betaalbaar gesteld : 1° een eerste voorschot van 50 % na de voorlegging van de jaarlijkse afsprakennota met begroting, vermeld in artikel 9;2° een tweede voorschot van 30 % na de voorlegging van de nodige bewijsstukken voor minstens 50 % van de subsidie, die bestaan uit loonstaten en ondertekende bestelbonnen of facturen voor de werkings- of projectkosten. § 3. Het saldo wordt uitbetaald na de goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde van de loonstaten, de ondertekende facturen voor de projectkosten en het evaluatieverslag, vermeld in artikel 5, tweede lid, waaruit blijkt dat de resultaten, vermeld in de afsprakennota, werden gehaald.

Als bij wijze van voorschot al meer uitbetaald is, moet het teveel betaalde worden terugbetaald.

Art. 12.§ 1. Door het indienen van een aanvraag voor subsidie verbindt het Regionaal Landschap er zich toe de algemene voorwaarden betreffende de aard van de subsidieerbare werken te respecteren.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, stelt deze algemene voorwaarden vast. § 2. Een aanvraag van een subsidie voor de landschapswerking wordt met een beveiligde zending, samen met de nodige bewijsstukken, ingediend bij het agentschap.

De aanvraag tot de uitbetaling van de voorschotten, vermeld in artikel 11, wordt voor het einde van het werkjaar ingediend. Het werkjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

De aanvraag tot de uitbetaling van het eindsaldo, vermeld in artikel 11, kan tot en met 1 maart van het volgende werkjaar worden ingediend. § 3. Het aanvraagdossier voor de subsidie, het voorschot en het saldo bestaat uit de nodige documenten in enkelvoud met de bijgevoegde factuur en de schuldvordering voor echt en onvergolden verklaard.

Het agentschap bepaalt op welke wijze de aanvraag moet worden ingediend. Ze doet dat uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop een aanvraag wordt ingediend. Het agentschap kan een model van aanvraagdossier verplichten. HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

Art. 13.De Regionale Landschappen die op 1 januari 2010 voorlopig of definitief erkend waren conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1998 tot vaststelling van de regelen voor de voorlopige en definitieve erkenning van Regionale Landschappen, worden met ingang van dit besluit vrijgesteld van het indienen van een aanvraag tot erkenning van de landschapswerking en worden geacht te zijn erkend volgens artikel 2.

Art. 14.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2011.

Art. 15.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 21 januari 2011.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, G. BOURGEOIS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^