Besluit Van De Vlaamse Regering van 21 mei 2010
gepubliceerd op 24 juni 2010
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen

bron
vlaamse overheid
numac
2010035394
pub.
24/06/2010
prom.
21/05/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

21 MEI 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen


De Vlaamse Regering, Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, artikel 2, § 1, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1998 en 5 februari 1999 en bij het decreet van 19 december 2008;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 11 februari 2010;

Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 11 februari 2010, bekrachtigd door de Interministeriële Conferentie Landbouwbeleid op 7 april 2010;

Gelet op advies nr. 48 070/3 van de Raad van State, gegeven op 20 april 2010, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van de State;

Overwegende dat Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen gewijzigd werd bij Richtlijn 2009/74/EG van de Commissie van 26 juni 2009 tot wijziging van Richtlijn 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/55/EG en 2002/57/EG, wat betreft de botanische namen van planten en de wetenschappelijke namen van andere organismen, en bepaalde bijlagen bij Richtlijn 66/401/EEG, 66/402/EEG en 2002/57/EG in het licht van de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis en dat die richtlijn een verplichting inhoudt om er zich binnen de voorgeschreven termijn naar te schikken;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° granen : planten van de volgende soorten, die voor de landbouw of de tuinbouw zijn bestemd, met uitzondering van sierdoeleinden :

Avena nuda L.

naakte haver

Avena sativa L. (omvat A. byzantina K. Koch)

haver

Avena strigosa Schreb.

evene

Hordeum vulgare L.

gerst

Oryza sativa

rijst

Phalaris canariensis L.

kanariezaad

Secale cereale L.

rogge

Sorghum bicolor (L.) Moench

sorgho

Sorghum sudanense (Piper) Stapf

soedangras

xTriticosecale Wittm. ex A. Camus

hybriden die het gevolg zijn van de kruising van een soort van het geslacht Triticum met een soort van het geslacht Secale

Triticum aestivum L.

zachte tarwe

Triticum durum Desf.

harde tarwe

Triticum spelta L.

spelt

Zea mais L.(partim)

Mais, met uitzondering van popcorn en suikermais


De definitie geldt ook voor de volgende hybriden die het product zijn van een kruising van de hierboven vermelde soorten.

Sorghum bicolor (L.) Moench x Sorghum sudanense (Piper) Stapf

hybriden die het product zijn van een kruising van Sorghum bicolor en Sorghum sudanense


Tenzij het anders bepaald is, gelden voor zaad van de vermelde hybriden de normen of andere voorwaarden die van toepassing zijn voor zaad van elk van de soorten waaruit ze zijn verkregen. »

Art. 2.Bijlage I bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 3.Bijlage II bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 4.Bijlage III bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 oktober 2006Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 25/10/2006 pub. 08/11/2006 numac 2006036814 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen en tot wijziging van het ministerieel besluit van 21 december 2001 tot vaststelling va sluiten, wordt vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op 30 juni 2010.

Art. 6.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 21 mei 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen Bijlage I. Voorwaarden voor goedkeuring ten aanzien van het gewas. 1. Op het perceel mag geen voorvrucht zijn verbouwd die zich niet verdraagt met de productie van zaaizaad van de soort en het ras van het betrokken gewas.Het perceel moet ook voldoende vrij zijn van opslag van de voorvrucht. 2. Het gewas moet voldoen aan de onderstaande normen betreffende de afstand tot dicht in de buurt gelegen bestuivingsbronnen die tot ongewenste vreemdbestuiving kunnen leiden en in het bijzonder voor Sorghum spp.van bronnen van Sorghum halepense :

Gewas

Minimumafstand

Phalaris canariensis, Secale cereale (andere dan hybriden) :


- voor de productie van basiszaad

300 m

- voor de productie van gecertificeerd zaad

250 m

Sorghum spp.

300 m

xTriticosecale, zelfbestuivende rassen


- voor de productie van basiszaad

50 m

- voor de productie van gecertificeerd zaad

20 m

Zea mays

200 m


Deze afstanden behoeven niet in acht genomen te worden, wanneer er voldoende bescherming tegen ongewenste vreemdbestuiving aanwezig is. 3. Het gewas moet voldoende rasecht en raszuiver zijn : een gewas van een ingeteelde stam moet voldoende echt en zuiver zijn met betrekking tot zijn eigenschappen.Wat de productie van zaad van hybriderassen betreft, gelden genoemde bepalingen ook voor de eigenschappen van de kruisingspartners, inclusief mannelijke steriliteit of herstel van de fertiliteit.

Gewassen van Oryza sativa, Phalaris canariensis, Secale cereale (andere dan hybriden), Sorghum spp. en Zea mays moeten met name aan de volgende andere normen of voorwaarden voldoen : A. Oryza sativa : het aantal planten dat duidelijk als wilde planten of als planten met rode zaden kan worden herkend, mag niet meer bedragen dan : - 0 voor de productie van baiszaad; - 1 per 50 m2 voor de productie van gecertificeerd zaad.

B. Phalaris canariensis, Secale cereale (andere dan hybriden) : het aantal planten van de soorten die duidelijk niet tot het betrokken ras behoren, mag niet meer bedragen dan : - 1 per 30 m2 voor de productie van basiszaad; - 1 per 10 m2 voor de productie van gecertificeerd zaad.

C. Sorghum spp. : a) het percentage van het aantal planten van een andere sorghumsoort dan de soort van het gewas of die duidelijk niet tot de ingeteelde stammen of de kruisingspartners behoren, mag niet meer bedragen dan : aa) voor de productie van basiszaad : i) tijdens de bloeitijd : 0,1 %; ii) na rijping : 0,1 %; bb) voor de productie van gecertificeerd zaad : i) planten van de mannelijke kruisingspartner die stuifmeel afgeven als de stempel van de planten van de vrouwelijke kruisingspartner receptief is : 0,1 %; ii) planten van de vrouwelijke kruisingspartner : - tijdens de bloeitijd : 0,3 %; - na rijping : 0,1 %; b) voor de productie van gecertificeerd zaad van hybriderassen moet aan de volgende andere normen of voorwaarden worden voldaan : aa) de planten van de mannelijke kruisingspartners moeten voldoende stuifmeel afgeven wanneer de stempel van de planten van de vrouwelijke kruisingspartner receptief is; bb) wanneer de stempel van de planten van de vrouwelijke kruisingspartner receptief is, maar het percentage planten van die kruisingspartner die stuifmeel afgeven of hebben afgegeven niet meer bedragen dan 0,1 %; c) gewassen van vrij bestoven of kunstmatig verkregen rassen van Sorghum spp.moeten voldoen aan de volgende normen : het aantal planten van de gewassoorten die duidelijk niet tot het betrokken ras behoren, mag niet meer bedragen dan : - 1 per 30 m2 voor de productie van basiszaad, - 1 per 10 m2 voor de productie van gecertificeerd zaad.

D. Zea mays : a) het percentage planten die duidelijk niet tot het ras, de ingeteelde stammen of de kruisingspartners behoren, mag niet meer bedragen dan : aa) voor de productie van basiszaad : i) ingeteelde stammen : 0,1 %; ii) enkelvoudige hybriden, voor iedere kruisingspartner : 0,1 %; iii) vrij bestoven rassen : 0,5 %; bb) voor de productie van gecertificeerd zaad : i) kruisingspartners van hybriderassen : - ingeteelde stammen : 0,2 %; - enkelvoudige hybriden : 0,2 %; - vrij bestoven rassen : 1,0 %; ii) vrij bestoven rassen : 1,0 %; b) voor de productie van zaad van hybriderassen moet aan de volgende andere normen of voorwaarden worden voldaan : aa) de planten van de mannelijke kruisingspartner moeten voldoende stuifmeel afgeven wanneer de planten van de vrouwelijke kruisingspartner in bloei staan; bb) zo nodig moet tot ontpluiming worden overgaan; cc) wanneer 5 % of meer planten van de vrouwelijke kruisingspartner bevrucht kunnen worden, mag het percentage planten van de vrouwelijke kruisingspartner die stuifmeel hebben afgegeven of afgeven, niet meer bedragen dan : - 1 % bij elke officiële veldkeuring;en - 2 % over alle officiële veldkeuringen tezamen.

Planten worden geacht stuifmeel te hebben afgegeven of af te geven wanneer op 50 mm of meer van de hoofdas of de zijassen van de pluim de meeldraden uit de kafjes steken, en als ze stuifmeel hebben afgegeven of afgeven. 4. Hybriden van Secale cereale a) Het gewas moet voldoen aan de onderstaande normen betreffende de afstand tot dicht in de buurt gelegen bestuivingsbronnen die tot ongewenste vreemdbestuiving kunnen leiden :

Gewas

Minimumafstand

- voor de productie van basiszaad


- indien gebruik wordt gemaakt van mannelijke steriliteit

1 000 m

- indien geen gebruik wordt gemaakt van mannelijke steriliteit

600 m

- voor de productie van gecertificeerd zaad

500 m


b) Het gewas moet voldoende rasecht en raszuiver zijn wat de eigenschappen van de kruisingspartners betreft, inclusief de mannelijke steriliteit. Het gewas moet in het bijzonder voldoen aan de volgende andere normen of voorwaarden : i) het aantal planten van de gewassoorten die duidelijk niet tot de kruisingspartners behoren, mag niet meer bedragen dan : - 1 per 30 m2 voor de productie van basiszaad; - 1 per 10 m2 voor de productie van gecertificeerd zaad; bij officiële veldkeuringen geldt die norm alleen voor de vrouwelijke kruisingspartner; ii) voor basiszaad moet, indien gebruik wordt gemaakt van mannelijke steriliteit, de steriliteit van de mannelijke steriele kruisingspartner ten minste 98 % bedragen. c) Zo nodig moet gecertificeerd zaad worden geproduceerd in gemengde teelt van een vrouwelijke, mannelijke steriele kruisingspartner met een mannelijke kruisingspartner die de mannelijke fertiliteit herstelt.5. Gewassen voor de productie van gecertificeerd zaad van hybriden van Avena nuda, Avena sativa, Avena strigosa, Hordeum vulgare, Oryza sativa, Triticum aestivum, Triticum durum, Triticum spelta en zelfbestuivende xTriticosecale a) Het gewas moet voldoen aan de onderstaande normen betreffende de afstand tot dicht in de buurt gelegen bestuivingsbronnen die tot ongewenste vreemdbestuiving kunnen leiden : - de minimumafstand tot de vrouwelijke kruisingspartner is 25 m ten opzichte van ieder ander ras van dezelfde soort, met uitzondering van een gewas van de mannelijke kruisingspartner; - de afstand behoeft niet in acht te worden genomen wanneer er voldoende bescherming tegen ongewenste vreemdbestuiving aanwezig is. b) Het gewas moet voldoende rasecht en raszuiver zijn wat de kenmerken van de kruisingspartners betreft. Als het zaad wordt geproduceerd door gebruikmaking van een chemische-hybridisatieagens moet het gewas voldoen aan de volgende andere normen of voorwaarden : i) de minimale raszuiverheid van iedere kruisingspartner bedraagt : - Avena nuda, Avena sativa, Avena strigosa, Hordeum vulgare, Oryza sativa, Triticum aestivum, Triticum durum, Triticum spelta : 99,7 %; - zelfbestuivende xTriticosecale : 99,0 %; ii) de minimale hybriditeit moet 95 % bedragen. Het percentage van de hybriditeit moet worden bepaald volgens gangbare internationale methoden voor zover dergelijke methoden bestaan. Als de raszuiverheid wordt bepaald via zaadonderzoek vóór de certificering, hoeft bij de veldkeuring niet de hybriditeit te worden bepaald. 6. De aanwezigheid van schadelijke organismen die de gebruikswaarde van het zaaizaad verminderen, in het bijzonder van Ustilaginaceae, moet zo veel mogelijk beperkt zijn.7. Of aan de bovenvermelde andere normen of voorwaarden is voldaan, wordt voor basiszaad vastgesteld door middel van officiële veldkeuringen, en voor gecertificeerd zaad door middel van hetzij officiële veldkeuringen hetzij onder officieel toezicht uitgevoerde keuringen. Bij de veldkeuringen moeten de volgende punten in acht worden genomen : A. De stand en het ontwikkelingsstadium van het gewas moeten een afdoend onderzoek mogelijk maken.

B. Het aantal veldkeuringen bedraagt ten minste : a) voor Avena nuda, Avena sativa, Avena strigosa, Hordeum vulgare, Oryza sativa, Phalaris canariensis, xTriticosecale, Triticum aestivum, Triticum durum, Triticum spelta, Secale cereale : één;b) voor Sorghum spp.en Zea mays tijdens de bloeitijd : aa) vrij bestoven rassen : één; bb) ingeteelde stammen of hybriden : drie.

Als het gewas volgt op in hetzelfde jaar of in het voorafgaande jaar geteelde Sorghum spp. en Zea mays, moet ten minste één bijkomende keuring worden verricht om na te gaan of aan de bepalingen van punt 1 van deze bijlage is voldaan.

C. De grootte, het aantal en de verdeling van de perceelsgedeelten waarvoor moet worden nagegaan of aan de bepalingen van deze bijlage wordt voldaan, moeten worden vastgesteld volgens daartoe passende methoden.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen.

Brussel, 21 mei 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen Bijlage II. Voorwaarden waaraan het zaaizaad moet voldoen.

Het zaad moet voldoende rasecht en raszuiver zijn of, in het geval van zaad van een ingeteelde stam, voldoende echt en zuiver zijn met betrekking tot zijn eigenschappen. Wat zaad van hybriderassen betreft, gelden genoemde bepalingen ook voor de eigenschappen van de kruisingspartners.

Zaad van de onderstaande soorten moet met name voldoen aan de volgende andere normen of voorwaarden : A. Avena nuda, Avena sativa, Avena strigosa, Hordeum vulgare, Oryza sativa, Triticum aestivum, Triticum durum, Triticum spelta andere dan hybriden in elk geval :

Categorie

Minimale raszuiverheid

basiszaad

99,9

gecertificeerd zaad, eerste vermeerdering

99,7

gecertificeerd zaad, tweede vermeerdering

99,0


Of aan de eisen inzake minimale raszuiverheid is voldaan, wordt hoofdzakelijk nagegaan door middel van de in bijlage I omschreven veldkeuringen.

B. Zelfbestuivende rassen van xTriticosecale andere dan hybriden :

Categorie

Minimale raszuiverheid

basiszaad

99,7

gecertificeerd zaad, eerste vermeerdering

99,0

gecertificeerd zaad, tweede vermeerdering

98,0


Of aan de eisen inzake minimale raszuiverheid is voldaan, wordt hoofdzakelijk nagegaan door middel van de in bijlage I omschreven veldkeuringen.

C. Hybriden van Avena nuda, Avena sativa, Avena strigosa, Hordeum vulgare, Oryza sativa, Triticum aestivum, Triticum durum, Triticum spelta en zelfbestuivende xTriticosecale.

De minimale raszuiverheid van zaad van de categorie « gecertificeerd zaad » moet 90 % bedragen. Dit wordt gecontroleerd via officiële nacontroles op een adequaat gedeelte van de zaadmonsters.

D. Sorghum spp. en Zea mays : Als voor de productie van gecertificeerd zaad van hybriderassen gebruik is gemaakt van een vrouwelijke, mannelijke steriele kruisingspartner en een mannelijke kruisingspartner die de mannelijke fertiliteit niet herstelt, wordt het zaad geproduceerd : - ofwel door partijen zaaizaad te mengen, in een verhouding die eigen is aan het ras, waarbij enerzijds gebruik wordt gemaakt van een vrouwelijke, mannelijke steriele kruisingspartner, en anderzijds van een vrouwelijke, mannelijke fertiele kruisingspartner; - ofwel door de teelt van de vrouwelijke, mannelijke steriele kruisingspartner en de vrouwelijke, mannelijke fertiele kruisingspartner in een verhouding die eigen is aan het ras. De verhouding tussen deze twee kruisingspartners wordt nagegaan door middel van de veldkeuringen, vermeld in bijlage I. E. Hybriden van Secale cereale : Zaad mag alleen als gecertificeerd zaad worden gecertificeerd als terdege rekening is gehouden met de uitkomsten van een officiële nacontrole op officieel genomen monsters van basiszaad, uitgevoerd in de groeiperiode van het zaad dat voor de certificering als gecertificeerd zaad werd aangeboden, teneinde na te gaan of het basiszaad heeft voldaan aan de in deze richtlijn vastgestelde eisen voor basiszaad qua rasechtheid en raszuiverheid wat de eigenschappen van de kruisingspartners betreft, inclusief de mannelijke steriliteit. 1. Het zaaizaad moet ten aanzien van de kiemkracht, mechanische zuiverheid en gehalte aan zaden van andere plantensoorten aan de volgende andere normen of voorwaarden voldoen : A.Tabel :

soorten en categorieën

minimum kiemkracht (% zuiver zaad)

minimale mechanische zuiverheid (gewichts- %)

maximumgehalte - in aantallen - aan zaden van andere plantensoorten, met inbegrip van rode zaden van Oryza sativa, in een monster waarvan het gewicht is aangegeven in bijlage III, kolom 4 (totaal per kolom)

andere planten- soorten (a)

rode zaden van Oryza sativa

andere graansoorten

Planten- soorten andere dan granen

Avena fatua, Avena starilis, Lolium temulentum

Raphanus raphanistrum, Agrostemma githago

Panicum spp.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Avena sativa, Avena strigosa, Hordeum vulgare, Triticum aestivum, Triticum durum, Triticum spelta :


- basiszaad

85

99

4

1 (b)

3

0 (c)

1


- gecertificeerd zaad, eerste en tweede vermeerdering

85 (d)

98

10

7

7

0 (c)

3


Avena nuda :


- basiszaad

75

99

4

1 (b)

3

0 (c)

1


- gecertificeerd zaad, eerste en tweede vermeerdering

75 (d)

98

10

7

7

0 (c)

3


Oryza sativa :


- basiszaad

80

98

4

1

1

- gecertificeerd zaad, eerste vermeerdering

80

98

10

3

3

- gecertificeerd zaad, tweede vermeerdering

80

98

15

5

3

Secale cereale :


- basiszaad

85

98

4

1 (b)

3

0 (c)

1


- gecertificeerd zaad

85

98

10

7

7

0 (c)

3


Phalaris canariensis :


- basiszaad

75

98

4

1 (b)

0 (c)


- gecertificeerd zaad

75

98

10

5

0 (c)


Sorghum spp.

80

98

0


xTriticosecale :


- basiszaad

80

98

4

1 (b)

3

0 (c)

1


- gecertificeerd zaad, eerste en tweede vermeerdering

80

98

10

7

7

0 (c)

3


Zea mays

90

98

0


B. Andere normen of voorwaarden waaraan moet worden voldaan als daarnaar wordt verwezen in de tabel, vermeld in deel 2, A : a) het in kolom 4 vastgestelde maximumgehalte aan zaden vermeld in kolom 4, omvat ook de zaden van de soorten, vermeld in kolom 5 tot en met 10;b) de aanwezigheid van een tweede zaadkorrel geldt niet als onzuiverheid, wanneer een tweede monster van hetzelfde voorgeschreven gewicht volledig vrij is van zaden van andere graansoorten;c) de aanwezigheid van één zaadkorrel van Avena fatua, Avena sterilis of Lolium temulentum in een monster van het voorgeschreven gewicht geldt niet als onzuiverheid, als een tweede monster van hetzelfde gewicht vrij is van zaden van die soorten;d) voor rassen van Hordeum vulgare (naakte gerst) wordt de vereiste minimumkiemkracht verlaagd tot 75 % van zuiver zaad.Op het officiële etiket wordt de vermelding « Minimumkiemkracht 75 % » aangebracht. 2. De aanwezigheid van schadelijke organismen die de gebruikswaarde van het zaaizaad verminderen, moet zo veel mogelijk beperkt zijn. Het zaad moet in het bijzonder voldoen aan de volgende normen betreffende Claviceps purpurea (maximumaantal sclerotiën of delen van sclerotiën in een monster van het gewicht, vermeld in bijlage III, kolom 3).

Categorie

Claviceps purpurea

granen andere dan hybriden van Secale cereale :


- basiszaad

1

- gecertificeerd zaad

3

hybriden van Secale cereale :


- basiszaad

1

- gecertificeerd zaad

4 (*)


(*) De aanwezigheid van vijf sclerotiën of delen van sclerotiën in een monster van het voorgeschreven gewicht wordt niet in strijd met de normen geacht, indien een tweede monster van hetzelfde gewicht niet meer dan vier sclerotiën of delen van sclerotiën bevat.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen.

Brussel, 21 mei 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen Bijlage III. Gewicht van een partij zaaizaad en van een monster.

soort

maximumgewicht van een partij (ton)

minimumgewicht van een monster dat van een partij wordt genomen (gram)

gewicht van het monster voor de bepaling van het aantal, vermeld in bijlage II, punt 2, A, kolom 4 tot en met 10, en in bijlage II, punt 3 (gram)

1

2

3

4

Avena nuda, Avena sativa, Avena strigosa, Hordeum vulgare, Triticum aestivum, Triticum durum, Triticum spelta, Secale cereale, xTriticosecale

30

1.000

500

Phalaris canariensis

10

400

200

Oryza sativa

30

500

500

Sorghum bicolor, Sorghum bicolor x Sorghum sudanense

30

1000

900

Sorghum sudanense

10

1000

900

Zea mays, basiszaad van ingeteelde stammen

40

250

250

Zea mays, basiszaad van andere dan ingeteelde stammen; gecertificeerd zaad

40

1.000

1.000


Het maximumgewicht van de partij mag niet met meer dan 5 % worden overschreden.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaigranen, Brussel, 21 mei 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^