Besluit Van De Vlaamse Regering van 22 januari 2010
gepubliceerd op 10 maart 2010
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt

bron
vlaamse overheid
numac
2010035181
pub.
10/03/2010
prom.
22/01/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

22 JANUARI 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt


De Vlaamse Regering, Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, artikel 2, § 1, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1998 en 5 februari 1999 en bij het decreet van 19 december 2008, artikel 2, § 1, 1°, 3°, 4° en 6°; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2005 houdende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 oktober 2009;

Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 22 oktober 2009, bekrachtigd door de Interministeriële Conferentie Landbouwbeleid, op 22 december 2009;

Gelet op advies 47.379/3 van de Raad van State, gegeven op 24 november 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende richtlijn 2008/90/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt en overwegende dat die richtlijn een verplichting inhoudt om er zich binnen de voorgeschreven termijn naar te schikken;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Onderwerp en definities

Artikel 1.§ 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van de Richtlijn 2008/90/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt. Het besluit is van toepassing op het in de handel brengen in de Europese Gemeenschap van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt. § 2. Het besluit is van toepassing op de in bijlage genoemde geslachten en soorten, alsmede op hybriden daarvan. Dit besluit is ook van toepassing op onderstammen en andere plantendelen van andere dan de in bijlage genoemde geslachten en soorten of op hybriden daarvan, wanneer materiaal van in de bijlage genoemde geslachten en soorten of hybriden daarvan daarop wordt of moet worden geënt. § 3. Dit besluit doet geen afbreuk aan de fytosanitaire bevoegdheden, vermeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. § 4. Dit besluit is niet van toepassing op teeltmateriaal en fruitgewassen waarvan wordt aangetoond dat zij voor uitvoer naar derde landen bestemd zijn, mits zij als zodanig zijn geïdentificeerd en in voldoende mate apart worden gehouden.

De uitvoeringsmaatregelen van het eerste lid, met name wat betreft de identificatie en het apart houden, worden door de minister vastgesteld overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap.

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° teeltmateriaal : zaad, plantendelen en alle plantmateriaal, inclusief onderstammen, bestemd voor de vermeerdering en de productie van fruitgewassen;2° fruitgewassen : planten die bestemd zijn om, nadat zij in de handel zijn gebracht, te worden uitgeplant of herplant;3° ras : een plantengroep binnen een botanisch taxon van de laagst bekende rang die kan worden : a) gedefinieerd aan de hand van de expressie van het kenmerk dat het resultaat is van een bepaald genotype of een combinatie van genotypen;b) onderscheiden van elke andere groep planten op grond van ten minste één van die kenmerken;en c) beschouwd als een eenheid, gezien haar geschiktheid om onveranderd te worden vermeerderd;4° kloon : een vegetatieve genetisch uniforme afstamming van één enkele plant;5° prebasismateriaal : teeltmateriaal a) dat volgens algemeen aanvaarde methoden is geproduceerd ter instandhouding van de identiteit van het ras, met inbegrip van de relevante pomologische kenmerken, alsmede ter voorkoming van ziekten;b) dat dient voor de productie van basismateriaal, gecertificeerd materiaal of fruitgewassen;c) dat voldoet aan de specifieke voorschriften voor prebasismateriaal die overeenkomstig artikel 4 zijn vastgesteld;d) waarvan bij officiële inspectie is vastgesteld dat het aan de eisen onder a), b) en c) voldoet;6° basismateriaal : teeltmateriaal a) dat volgens algemeen aanvaarde methoden is verkregen ter instandhouding van de identiteit van het ras, met inbegrip van de relevante pomologische kenmerken, alsmede ter voorkoming van ziekten en dat rechtstreeks van prebasismateriaal afkomstig is of in een bekend aantal stadia vegetatief uit prebasismateriaal is voortgekweekt;b) dat dient voor de productie van gecertificeerd materiaal;c) dat voldoet aan de specifieke voorschriften voor basismateriaal die overeenkomstig artikel 4 zijn vastgesteld;d) waarvan bij officiële inspectie is vastgesteld dat het aan de eisen onder a), b) en c) voldoet;7° gecertificeerd materiaal : a) teeltmateriaal : i) dat rechtstreeks vegetatief is voortgekweekt uit basismateriaal of prebasismateriaal of, indien het voor de productie van onderstammen dient, uit gecertificeerd zaad van basismateriaal of gecertificeerd materiaal van onderstammen; ii) dat bestemd is voor de productie van fruitgewassen; iii) dat voldoet aan de specifieke voorschriften voor gecertificeerd materiaal die overeenkomstig artikel 4 zijn vastgesteld; iv) waarvan bij officiële inspectie is vastgesteld dat het aan de eisen onder i), ii) en iii) voldoet; b) fruitgewassen : i) die rechtstreeks uit gecertificeerd, basis- of prebasisteeltmateriaal zijn voortgekweekt; ii) die bestemd zijn voor de productie van fruit; iii) die voldoen aan de specifieke voorschriften voor gecertificeerd materiaal die overeenkomstig artikel 4 zijn vastgesteld; iv) waarvan bij de officiële inspectie is vastgesteld dat zij aan de eisen onder i), ii) en iii) voldoen; 8° CAC-materiaal (Conformitas Agraria Communitatis ) : teeltmateriaal en fruitgewassen a) die rasecht en voldoende raszuiver zijn;b) die bedoeld zijn voor : - de productie van teeltmateriaal; - de productie van fruitgewassen; - de productie van fruit; c) die voldoen aan de specifieke voorschriften voor CAC-materiaal die overeenkomstig artikel 4 zijn vastgesteld;9° leverancier : elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepshalve ten minste een van de volgende activiteiten verricht met betrekking tot teeltmateriaal of fruitgewassen : vermeerderen, produceren, beschermen of behandelen, invoeren en in de handel brengen;10° in de handel brengen : de verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, het aanbieden voor verkoop en iedere beschikbaarstelling, levering of overdracht van teeltmateriaal of fruitgewassen aan derden, al dan niet tegen vergoeding, met het oog op commercieel gebruik;11° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid;12° de bevoegde entiteit : het Agentschap voor Landbouw en Visserij van het Vlaamse ministerie van Landbouw en Visserij;13° de officiële inspectie : door of onder verantwoordelijkheid van de bevoegde entiteit verrichte inspectie;14° partij : een aantal eenheden van één product, identificeerbaar door zijn homogene samenstelling en oorsprong;15° de richtlijn : Richtlijn 2008/90/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt. HOOFDSTUK II. - Voorschriften voor teeltmateriaal en fruitgewassen

Art. 3.§ 1. Teeltmateriaal en fruitgewassen mogen alleen in de handel worden gebracht indien : 1° het teeltmateriaal officieel als prebasismateriaal, basismateriaal of gecertificeerd materiaal is gecertificeerd of indien het voldoet aan de voorwaarden om als CAC-materiaal te worden aangemerkt;2° de fruitgewassen officieel als gecertificeerd materiaal zijn gecertificeerd of voldoen aan de voorwaarden om als CAC-materiaal te worden aangemerkt. § 2. Teeltmateriaal en fruitgewassen die bestaan uit een genetisch gemodificeerd organisme als vermeld in artikel 2, 2°, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu, evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of producten die er bevatten, worden alleen in de handel gebracht indien het genetisch gemodificeerde organisme uit hoofde van dit besluit of uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders is toegelaten. § 3. Wanneer van fruitgewassen of van teeltmateriaal afgeleide producten bestemd zijn om te worden gebruikt als of in levensmiddelen in de zin van artikel 3 of als of in diervoeders in de zin van artikel 15 van bovenvermelde Verordening (EG) nr. 1829/2003, worden het betrokken teeltmateriaal en het betrokken fruitgewas alleen in de handel gebracht indien het van dit materiaal afgeleide levensmiddel of diervoeder uit hoofde van die verordening is toegelaten. § 4. In afwijking van § 1 mag de bevoegde entiteit de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest gevestigde leveranciers machtiging verlenen voor het in de handel brengen van passende hoeveelheden teeltmateriaal en fruitgewassen die bestemd zijn : 1° voor proeven of wetenschappelijke doeleinden;2° voor selectie;3° om te helpen de genetische diversiteit te behouden. De voorwaarden waaronder dergelijke machtigingen worden verleend, kunnen door de bevoegde entiteit vastgesteld worden overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap.

Art. 4.Voor elk geslacht of elke soort, vermeld in bijlage I, worden door de minister overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap specifieke voorschriften vastgesteld; deze specificeren : 1° de voorwaarden betreffende de kwaliteit waaraan CAC-materiaal moet voldoen, met name de voorwaarden inzake het toegepaste vermeerderingsprocedé, de zuiverheid van het staande gewas, en, behalve in het geval van onderstammen waarvan het materiaal niet tot een ras behoort, het rasaspect;2° de voorwaarden waaraan prebasismateriaal, basismateriaal en gecertificeerd materiaal moeten voldoen inzake kwaliteit (inclusief, voor prebasis- en basismateriaal, methoden voor de instandhouding van de identiteit van het ras en, indien van toepassing, van de kloon, met inbegrip van de relevante pomologische kenmerken), de toegepaste onderzoeksmethoden en -procedures, het (de) toegepaste vermeerderingssyste(e)m(en) en, behalve in het geval van onderstammen waarvan het materiaal niet tot een ras behoort, het rasaspect;3° de voorwaarden waaraan onderstammen en andere plantendelen van andere dan de in bijlage I genoemde geslachten of soorten of hybriden daarvan moeten voldoen wanneer teeltmateriaal van de in bijlage I genoemde geslachten en soorten of hybriden daarvan, daarop wordt geënt. HOOFDSTUK III. - Voorschriften waaraan leveranciers moeten voldoen

Art. 5.§ 1. De bevoegde entiteit zorgt ervoor dat de leveranciers officieel zijn geregistreerd voor de activiteiten die zij uit hoofde van dit besluit uitoefenen. § 2. De voorgaande paragraaf wordt niet toegepast op leveranciers die alleen aan niet-professionele eindverbruikers verkopen of leveren. § 3. De uitvoeringsbepalingen van paragrafen 1 en 2 kunnen, zo nodig, door de minister worden vastgesteld overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap.

Art. 6.§ 1. De minister zorgt ervoor dat prebasis-, basis- en gecertificeerd materiaal alsook CAC-materiaal wordt geproduceerd onder de verantwoordelijkheid van leveranciers die teeltmateriaal en fruitgewassen produceren of vermeerderen. Daartoe doen deze leveranciers het volgende : 1° zij identificeren en controleren kritische punten in hun productieproces die de kwaliteit van het materiaal beïnvloeden;2° zij houden gegevens betreffende de in het vorige streepje bedoelde controle bij, die desgewenst door de bevoegde entiteit kunnen worden onderzocht;3° zij nemen zo nodig monsters voor analyse in een laboratorium;4° zij zorgen ervoor dat partijen teeltmateriaal tijdens de productie afzonderlijk identificeerbaar blijven. § 2. Indien op een bedrijf van een leverancier een schadelijk organisme dat in de bijlagen bij het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen voorkomt, gelden de voorschriften van het vermeld koninklijk besluit. Indien op een bedrijf van een leverancier een organisme wordt aangetroffen in een hogere mate dan in de specifieke voorschriften vastgesteld overeenkomstig artikel 4 van dit besluit, zal de leverancier dit onverwijld melden aan de bevoegde entiteit. De bevoegde entiteit zal gepaste maatregelen opleggen. § 3. De bevoegde entiteit zorgt ervoor dat de leveranciers ten minste drie jaar lang een register van hun verkoop of aankoop bijhouden wanneer teeltmateriaal of fruitgewassen in de handel worden gebracht.

Het eerste lid is niet van toepassing op leveranciers die alleen aan niet-professionele eindverbruikers verkopen of leveren. § 4. De uitvoeringsbepalingen van § 1 kunnen, zo nodig, worden vastgesteld door de minister overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap. HOOFDSTUK IV. - Aanduiding van het ras en etikettering

Art. 7.§ 1. Teeltmateriaal en fruitgewassen worden in de handel gebracht onder vermelding van het ras waartoe zij behoren. Wanneer bij onderstammen het materiaal niet tot een ras behoort, wordt er verwezen naar de betrokken soort of naar de betrokken interspecifieke hybride. § 2. De rassen die overeenkomstig § 1 moeten worden vermeld, zijn : 1° hetzij wettelijk beschermd uit hoofde van een kwekersrecht overeenkomstig bepalingen betreffende de bescherming van kweekproducten;2° hetzij officieel geregistreerd overeenkomstig § 4;3° hetzij algemeen bekend;een ras wordt als algemeen bekend beschouwd indien : a) het officieel is geregistreerd in een andere lidstaat;b) het ras het voorwerp is van een aanvraag tot officiële registratie in een lidstaat, of van een aanvraag voor een kweekproduct als bedoeld onder 1°;c) het voor 30 september 2012 op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of van een ander gewest of lidstaat reeds in de handel is gebracht, op voorwaarde dat het een officieel erkende beschrijving heeft. Het is ook mogelijk om overeenkomstig § 1 te verwijzen naar een ras dat geen intrinsieke waarde heeft voor de commerciële productie, mits dat ras een officieel erkende beschrijving heeft en het teeltmateriaal en de fruitgewassen op het grondgebied van het VlaamseGewest als CAC-materiaal in de handel worden gebracht en worden geïdentificeerd door middel van een verwijzing naar deze bepaling op het etiket enof het document. § 3. Voor zover mogelijk moet ieder ras in alle lidstaten dezelfde benaming hebben, overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die door de minister vastgesteld worden overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap of, zo deze er niet zijn, overeenkomstig aanvaarde internationale richtsnoeren van de Union internationale pour la Protection des obtentions (UPOV) en het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO - Community Plant Variety Office). § 4. De rassen kunnen officieel geregistreerd worden indien gebleken is dat zij voldoen aan bepaalde officieel goedgekeurde voorwaarden, en indien zij een officiële omschrijving hebben. Zij kunnen ook officieel worden geregistreerd indien hun materiaal reeds voor 30 september 2012 op het grondgebied van het Vlaamse Gewest in de handel is gebracht, op voorwaarde dat zij een officieel erkende beschrijving hebben.

Een genetisch gemodificeerd ras kan alleen officieel worden geregistreerd indien het genetisch gemodificeerde organisme waaruit het bestaat, uit hoofde van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of producten die er bevatten of uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1829/2003 is toegelaten.

Wanneer van fruitgewassen of van teeltmateriaal afgeleide producten bestemd zijn om te worden gebruikt als of in levensmiddelen in de zin van artikel 3 of als of in diervoeders in de zin van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, wordt het betrokken ras alleen officieel geregistreerd indien de van dit materiaal afgeleide levensmiddelen of diervoeders uit hoofde van die verordening zijn toegelaten. § 5. De eisen voor de in § 4 bedoelde officiële registratie worden door de minister vastgesteld overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap, rekening houdend met de stand van wetenschap en techniek, en behelzen : 1° de voorwaarden voor officiële registratie die met name betrekking kunnen hebben op onderscheidbaarheid, bestendigheid en voldoende homogeniteit;2° de kenmerken die bij het onderzoek van de verschillende soorten ten minste dienen te worden onderzocht;3° de minimumeisen voor het verrichten van het onderzoek;4° de maximumperiode waarvoor de officiële registratie van een ras geldt. § 6. Overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap : 1° kan een regeling worden ingesteld om rassen of soorten of interspecifieke hybriden aan de bevoegde entiteit van de lidstaten mee te delen;2° kan worden besloten dat een gemeenschappelijke rassenlijst wordt opgesteld en bekendgemaakt.

Art. 8.§ 1. Tijdens de groei, het rooien of het wegnemen van enten bij het uitgangsmateriaal worden teeltmateriaal en fruitgewassen in afzonderlijke partijen gehouden. § 2. Wanneer teeltmateriaal of fruitgewassen van verschillende oorsprong bij verpakking, opslag, vervoer of levering worden samengevoegd of gemengd, houdt de leverancier een register bij met de volgende gegevens : samenstelling van de partij en oorsprong van de samenstellende delen.

Art. 9.§ 1. Teeltmateriaal en fruitgewassen mogen slechts in voldoende homogene partijen in de handel worden gebracht; daarbij moeten zij : 1° hetzij gekwalificeerd zijn als CAC-materiaal en vergezeld gaan van een document dat door de leverancier is opgemaakt in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde specifieke voorschriften. Wanneer op dit document een officiële verklaring voorkomt, moet deze duidelijk van de rest van de inhoud van het document gescheiden zijn; 2° hetzij gekwalificeerd zijn als prebasismateriaal, basismateriaal of gecertificeerd materiaal en als zodanig gecertificeerd zijn door de bevoegde entiteit in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde specifieke voorschriften. Voorschriften inzake het etiketteren of plomberen en verpakken van het teeltmateriaal of de fruitgewassen kunnen worden opgenomen in uitvoeringsmaatregelen vastgesteld door de minister overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap. § 2. Bij levering van teeltmateriaal en fruitgewassen door een kleinhandelaar aan een niet-professionele eindverbruiker, kunnen de in § 1 bedoelde etiketteringsvoorschriften worden beperkt tot de noodzakelijke informatie betreffende het product. § 3. In het geval van teeltmateriaal of van een fruitgewas van een genetisch gemodificeerd ras moet op alle op het teeltmateriaal aangebrachte etiketten en op de bij het teeltmateriaal gevoegde begeleidende documenten in het kader van dit besluit, officieel of niet-officieel, duidelijk worden vermeld dat het een genetisch gemodificeerd ras betreft, en moeten de genetisch gemodificeerde organismen worden geïdentificeerd. HOOFDSTUK V. - Ontheffingen

Art. 10.§ 1. Er kan ontheffing verleend worden : 1° van de toepassing van artikel 9, § 1, aan kleine producenten waarvan de volledige productie en verkoop van teeltmateriaal en fruitgewassen bestemd is voor uiteindelijk gebruik door personen op de lokale markt die niet beroepshalve betrokken zijn bij de productie van gewassen (lokaal verkeer);2° van de in artikel 13 bedoelde controles en officiële inspectie, voor lokaal verkeer van teeltmateriaal en fruitgewassen, geproduceerd door aldus vrijgestelde personen. § 2. De uitvoeringsbepalingen worden door de minister vastgesteld overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap, betreffende andere eisen inzake de in § 1 bedoelde ontheffingen, in het bijzonder voor de begrippen "kleine producenten" en "lokale markt" en betreffende de procedures dienaangaande.

Art. 11.In geval van tijdelijke moeilijkheden bij de levering van teeltmateriaal of fruitgewassen die voldoen aan de eisen van de richtlijn, als gevolg van natuurrampen of onvoorziene omstandigheden, kan de bevoegde entiteit overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap maatregelen nemen die ertoe strekken het in de handel brengen van deze producten aan minder stringente eisen te onderwerpen. HOOFDSTUK VI. - Teeltmateriaal en fruitgewassen die in derde landen zijn geproduceerd

Art. 12.§ 1. De bevoegde entiteit kan beslissen overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap of teeltmateriaal en fruitgewassen die in een derde land zijn geproduceerd en dezelfde garanties bieden inzake verplichtingen van de leverancier, identiteit, kenmerken, substraat, verpakking, voorschriften met betrekking tot inspectie, waarmerking en plombering, in al deze opzichten gelijkwaardig zijn aan teeltmateriaal en fruitgewassen die in de Europese Gemeenschap zijn geproduceerd en aan de eisen en voorschriften van de richtlijn voldoen. § 2. In afwachting van paragraaf 1 en tot 31 december 2010, kan de bevoegde entiteit met behoud van de toepassing van koninklijk besluit van 10 augustus 2005 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen voorwaarden toepassen die tenminste gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden die op tijdelijke of permanente basis zijn opgenomen in de artikel 4 vermelde specifieke voorschriften. Indien in deze specifieke voorschriften niet in dergelijke voorwaarden is voorzien, dienen de voorwaarden voor de invoer tenminste gelijkwaardig te zijn aan de voorwaarden die zijn vastgesteld overeenkomstig dit besluit. § 3. In afwachting van paragraaf 1 kan de termijn van paragraaf 2 verlengd worden overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap voor de onderscheiden derde landen. § 4. Voor teeltmateriaal en fruitgewassen die door een ander gewest of een andere lidstaat worden ingevoerd overeenkomstig een besluit dat dit gewest of die lidstaat overeenkomstig § 1 heeft genomen, gelden ten aanzien van de in § 1 vermelde punten geen beperkingen ten aanzien van het in de handel brengen. HOOFDSTUK VII. - Controlemaatregelen

Art. 13.§ 1. De bevoegde entiteit draagt er zorg voor dat teeltmateriaal en fruitgewassen tijdens de productie en het in de handel brengen officieel geïnspecteerd worden teneinde na te gaan of de eisen en voorwaarden van dit besluit in acht zijn genomen. § 2. De bevoegde entiteit kan de in dit besluit bedoelde taken die onder hun gezag en toezicht moeten worden verricht, overdragen aan een publiek- of privaatrechtelijk rechtspersoon die, krachtens zijn officieel goedgekeurde statuten, uitsluitend belast is met specifieke taken van openbaar belang, op voorwaarde dat deze rechtspersoon en de leden daarvan geen enkel persoonlijk voordeel trekken uit het resultaat van de maatregelen die zij nemen.

De Commissie wordt in kennis gesteld van de bevoegde entiteit. De Commissie zendt deze informatie toe aan de andere lidstaten. § 3. De gedetailleerde uitvoeringsbepalingen worden door de minister vastgesteld in een keuringsreglement overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap. Deze bepalingen moeten in verhouding zijn tot de betrokken materiaalcategorie.

Art. 14.§ 1. De minister legt vast of er proeven of zo nodig tests op monsters uitgevoerd worden om na te gaan of het teeltmateriaal en de fruitgewassen voldoen aan de voorschriften en voorwaarden van dit besluit; deze proeven kunnen door vertegenwoordigers van andere gewesten, lidstaten en de Commissie worden geïnspecteerd. § 2. Er kunnen in de Europese Gemeenschap communautaire vergelijkende tests en proeven worden verricht voor een nacontrole van monsters van teeltmateriaal en fruitgewassen die in de handel zijn gebracht overeenkomstig de verplicht dan wel facultatief toe te passen bepalingen van de richtlijn. De vergelijkende tests en proeven kunnen ook betrekking hebben op : 1° in derde landen geproduceerd teeltmateriaal en fruitgewassen;2° voor biologische landbouw geschikt teeltmateriaal en fruitgewassen;3° teeltmateriaal en fruitgewassen die in de handel worden gebracht in verband met maatregelen met het oog op de instandhouding van de genetische diversiteit. § 3. De in § 2 bedoelde vergelijkende tests en proeven worden gebruikt om de technische methoden voor het onderzoek van het teeltmateriaal en de fruitgewassen te harmoniseren en om te onderzoeken of aan de voor het materiaal bepaalde voorwaarden wordt voldaan. § 4. De in §§ 1, 2 en 3 vermelde tests en proeven mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de bevoegde entiteit of door de bevoegde overheid van een andere lidstaat, of door rechtspersonen die handelen onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde entiteit of van die van de bevoegde overheid van een andere lidstaat.

Art. 15.Deskundigen van de Commissie kunnen, in samenwerking met de bevoegde entiteit, zo nodig controles ter plaatse verrichten om een uniforme toepassing van de richtlijn te waarborgen en in het bijzonder om na te gaan of de leveranciers de voorschriften van dit besluit daadwerkelijk in acht nemen. De bevoegde entiteit dient de deskundigen alle nodige bijstand te verlenen bij de uitvoering van hun taken.

Art. 16.§ 1. De bevoegde entiteit draagt er zorg voor dat teeltmateriaal en fruitgewassen die op het grondgebied van het Vlaamse Gewest worden geproduceerd om in de handel te worden gebracht, voldoen aan de eisen van dit besluit. § 2. Wanneer bij de officiële inspectie bedoeld in artikel 13 of de proeven bedoeld in artikel 14 blijkt dat in de handel gebracht teeltmateriaal of in de handel gebrachte fruitgewassen niet aan de eisen van dit besluit voldoen, neemt de bevoegde entiteit passende maatregelen om te bewerkstelligen dat deze producten aan deze bepalingen voldoen of, indien dit niet mogelijk is, om het in de handel brengen in de Gemeenschap van teeltmateriaal of fruitgewassen die daar niet aan voldoen, te verbieden. § 3. Wanneer blijkt dat teeltmateriaal en fruitgewassen die door een bepaalde leverancier in de handel worden gebracht, niet aan de eisen en voorwaarden van dit besluit voldoen, draagt de bevoegde entiteit er zorg voor dat tegen deze leverancier passende maatregelen worden genomen. Wanneer deze leverancier geen teeltmateriaal of fruitgewassen in de handel mag brengen, stelt de bevoegde entiteit de Commissie en de bevoegde nationale instanties in de lidstaten in kennis van dit verbod. § 4. Krachtens § 3 genomen maatregelen worden ingetrokken zodra met voldoende zekerheid is vastgesteld dat het teeltmateriaal en de fruitgewassen die bestemd zijn om door de leverancier in de handel te worden gebracht, voortaan aan de eisen en voorwaarden van dit besluit zullen voldoen. HOOFDSTUK VIII. - Algemene en slotbepalingen

Art. 17.§ 1. Voor het in de handel brengen van teeltmateriaal en fruitgewassen die voldoen aan de eisen en voorwaarden van dit besluit, mogen geen andere dan de in dit besluit vastgestelde beperkingen gelden wat de leverancier, het substraat en de inspectievoorschriften betreft. § 2. Voor het in de handel brengen van teeltmateriaal en fruitgewassen van de in bijlage I bedoelde geslachten en soorten worden geen stringentere voorwaarden of andere beperkingen opgelegd dan die welke zijn vastgelegd in dit besluit of in de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde specifieke voorschriften of, in voorkomend geval, diegene die op 28 april 1992 bestonden.

Art. 18.De minister kan overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap de bijlage I wijzigen om ze aan te passen aan de ontwikkelingen in de wetenschap en de techniek.

Art. 19.Bij wijze van overgangsmaatregel kan tot en met 31 december 2018 toestemming verleend worden voor het op het grondgebied van het Vlaamse Gewest in de handel brengen van teeltmateriaal en fruitgewassen die afkomstig zijn van moederplanten die vóór 30 september 2012 bestonden en die vóór 31 december 2018 officieel gecertificeerd zijn of voldoen aan de voorwaarden om als CAC-materiaal te worden aangemerkt. Wanneer dat teeltmateriaal en die fruitgewassen in de handel worden gebracht, worden zij geïdentificeerd door middel van een verwijzing naar dit artikel op het etiket of het document. Na 31 december 2018 kunnen teeltmateriaal en fruitgewassen in de handel worden gebracht indien aan de voorschriften van dit besluit is voldaan.

Art. 20.De inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft in overeenstemming met wat is bepaald in de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt.

Art. 21.Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2005 houdende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, wordt opgeheven.

Art. 22.Dit besluit treedt in werking op 30 september 2012.

Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 22 januari 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Bijlage. - Lijst van de geslachten en soorten waarop dit besluit van toepassing is 1° Castanea sativa Mill.2° Citrus L.3° Corylus avellana L.4° Cydonia oblonga Mill.5° Ficus carica L.6° Fortunella Swingle 7° Fragaria L.8° Juglans regia L 9° Malus Mill.10° Olea europaea L 11° Pistacia vera L.12° Poncirus Raf.13° Prunus amygdalus Batsch 14° Prunus armeniaca L. 15° Prunus avium (L.) L. 16° Prunus cerasus L.17° Prunus domestica L. 18° Prunus persica (L.) Batsch 19° Prunus salicina Lindley 20° Pyrus L.21° Ribes L.22° Rubus K.23° Vaccinium L. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 januari 2010 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt.

Brussel, 22 januari 2010.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^