Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 24 juli 2009
gepubliceerd op 27 augustus 2009

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de declaratieve attestering van het bestaan, het niet-bestaan of het verval van het woonrecht in de zin van artikel 5.4.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

bron
vlaamse overheid
numac
2009035804
pub.
27/08/2009
prom.
24/07/2009
ELI
eli/besluit/2009/07/24/2009035804/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

24 JULI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de declaratieve attestering van het bestaan, het niet-bestaan of het verval van het woonrecht in de zin van artikel 5.4.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening


De Vlaamse Regering, Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

Gelet op artikel 5.4.3, § 5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 maart 2009;

Gelet op het advies van de Vereniging van Vlaamse Provincies, gegeven op 7 mei 2009;

Gelet op het advies van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, gegeven op 29 april 2009;

Gelet op het advies nr. 46.747/1 van de Raad van State, gegeven op 25 juni 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° college van burgemeester en schepenen : het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid waaraan krachtens artikel 58 van het Gemeendecreet van 15 juli 2005 een bevoegdheid werd ge(sub)delegeerd; 2° permanente bewoner : de persoon, vermeld in artikel 5.4.1., eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; 3° Vlaamse Wooncode : het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode; 4° weekendverblijf : de constructie die voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in artikel 5.4.1, eerste lid, 1°, en tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; 5° woonrecht : het tijdelijke en het eventueel daaropvolgende aanvullende woonrecht, vermeld in artikel 5.4.3., § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Art. 2.Het bestaan van het woonrecht wordt neergelegd in een « declaratief attest van woonrecht ».

Het niet-bestaan of het verval van het woonrecht wordt neergelegd in een « negatief declaratief attest ».

Art. 3.§ 1. Het declaratief attest van woonrecht wordt verstrekt door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het weekendverblijf is gelegen, op aanvraag van de permanente bewoner van het weekendverblijf, gebruikmakend van het aanvraagformulier waarvan het model toegevoegd is als bijlage I bij dit besluit. Het aanvraagformulier wordt persoonlijk ondertekend door alle aanvragers en aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt per aangetekend schrijven, via afgifte tegen ontvangstbewijs of door middel van een elektronische aangetekende zending.

Aanvragen in de zin van het eerste lid kunnen van 1 april 2010 tot en met 31 maart 2011 worden verstuurd of afgegeven. § 2. Wanneer de aanvraag aan alle andere voorwaarden voor het toekennen van het woonrecht voldoet, wordt ter plaatse via een conformiteitsonderzoek nagegaan of het weekendverblijf beantwoordt aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, vermeld in artikel 5 van de Vlaamse Wooncode.

Bij de beoordeling van de conformiteit van het weekendverblijf aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten wordt enkel rekening gehouden met het resultaat van na 1 september 2009 uitgevoerde renovatie- verbeterings- of aanpassingswerken in de zin van artikel 5, § 2, van de Vlaamse Wooncode, indien deze werken rechtmatig zijn uitgevoerd binnen de termijnen van 36 respectievelijk 12 maanden, vermeld in artikel 12, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen. De vrijstellingsregeling van artikel 12, § 2, van voormeld besluit van de Vlaamse Regering wordt hier buiten toepassing gelaten.

De aanvrager deelt de uitvoering van de werken, vermeld in het tweede lid, mee aan het college van burgemeester en schepenen. Behoudens bewijs van het tegendeel, worden de werken ten vroegste op datum van deze mededeling geacht integraal te zijn uitgevoerd.

Een declaratief attest van woonrecht wordt eerst afgegeven nadat feitelijk is vastgesteld dat voldaan is aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten. Het attest vermeldt uitdrukkelijk de datum van de feitelijke vaststelling. § 3. Over de aanvraag wordt beslist binnen een termijn van ten hoogste 3 maanden, desgevallend verlengd met de termijnen, vermeld in § 2.

Deze termijn vangt aan op de dag van het overmaken van de aanvraag, behoudens aanvraag via aangetekend schrijven, in welk geval de termijn begint te lopen vanaf de vierde dag na de afgifte ter post. § 4. Het declaratief attest van woonrecht is persoonlijk, en geldt enkel voor de permanente bewoners namens wie de aanvraag werd ingediend en die nominatim in het attest zijn opgenomen, onverminderd het recht op medebewoning in hoofde de gezinsleden van de permanente bewoners in de zin van artikel 5.4.3, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Het attest vermeldt uitdrukkelijk de uiterste datum van het woonrecht zoals vastgesteld door artikel 5.4.3, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, alsmede de redenen van verval zoals bepaald door artikel 5.4.3, § 2, van deze codex.

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, kan een model van declaratief attest van woonrecht bepalen.

Art. 4.§ 1. Het negatief declaratief attest stelt vast dat het woonrecht niet of niet langer bestaat doordat niet of niet langer voldaan is aan één of meerdere van de in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalde toepassingsvoorwaarden.

Het attest wordt verstrekt naar aanleiding van een aanvraag, vermeld in artikel 3, § 2. Tot het afleveren van het attest kan ook ambtshalve worden besloten door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op wiens grondgebied het weekendverblijf is gelegen, de stedenbouwkundige inspecteur vermeld in artikel 1.1.2, 12°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, de gewestelijke ambtenaar, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 7°, van de Vlaamse Wooncode of de wooninspecteur, vermeld in artikel 20, § 2, van de Vlaamse Wooncode. § 2. Het negatief declaratief attest wordt overgemaakt aan alle bewoners van het weekendverblijf van wie het woonrecht is vervallen, met de vermelding dat de wet- en decreetgeving, de reglementering en de stedenbouwkundige voorschriften zich verzetten tegen een permanente bewoning.

Het attest vermeldt de redenen waarom niet of niet langer aan één of meerdere van de in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalde toepassingsvoorwaarden is voldaan, en vermeldt dat de permanente bewoning aanleiding kan geven tot de decretaal bepaalde strafsancties, gerechtelijke herstelmaatregelen en/of administratieve stakingsbevelen. Het attest verwijst tevens naar de in artikel 5.4.3, § 6, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalde bevoegdheid van de burgemeester om woonverboden uit te spreken en alle nuttige maatregelen te nemen om dat woonverbod te doen naleven.

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, kan een model van negatief declaratief attest bepalen. § 3. Een afschrift van het negatief declaratief attest wordt verstuurd aan de andere overheden, vermeld in § 1, tweede lid, aan de procureur des Konings en aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van de gemeente waar het weekendverblijf is gelegen.

Art. 5.De sociale huisvestingsmaatschappijen, Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en andere overheidsinstanties die herhuisvesting aanbieden aan bewoners van weekendverblijven, zijn gehouden om de overheden, vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, onmiddellijk in kennis te stellen van elke weigering van een aanbod tot herhuisvesting in de zin van artikel 5.4.3, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Art. 6.De overheid die een declaratief attest aflevert, stuurt ambtshalve een afschrift van het attest naar het college van burgemeester en schepenen, ter opname van het attest in het vergunningenregister.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.

Art. 8.De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 24 juli 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, P. MUYTERS

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden als bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de declaratieve attestering van het bestaan, het niet-bestaan of het verval van het woonrecht in de zin van artikel 5.4.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Brussel, 24 juli 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, P. MUYTERS

^