Besluit Van De Vlaamse Regering van 24 oktober 2014
gepubliceerd op 03 december 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en

bron
vlaamse overheid
numac
2014036829
pub.
03/12/2014
prom.
24/10/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

24 OKTOBER 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage wat betreft de invoering van het professionaliseringstraject in het kader van de omvorming van een hbo5-opleiding, de invoering van het ambt van leraar niet-confessionele zedenleer in het gewoon secundair onderwijs en de invoering van maatregelen tot herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, artikel 5, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998, 8 juni 2000, 14 februari 2003, 13 juli 2007, 8 mei 2009, 1 juli 2011, 21 december 2012, 12 juli 2013, 19 juli 2013 en 25 april 2014, artikel 6, artikel 7, gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998, 20 oktober 2000 en 15 juni 2007, artikel 9, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011 en 12 juli 2013, en artikel 10, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998 en 18 mei 1999;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, gegeven op 22 mei 2014;

Gelet op protocol nr. 816 van 4 juli 2014 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op protocol nr. 584 van 4 juli 2014 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op advies 56.570/1/V van de Raad van State, gegeven op 22 augustus 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 2 worden een punt 15° en 16° toegevoegd, die luiden als volgt : "15° "hbo5" : het hoger beroepsonderwijs als vermeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs; 16° "omvorming van een hbo5-opleiding" : de omvorming van een hbo5-opleiding als vermeld in artikel 161 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs."; 2° in paragraaf 11 wordt de zinsnede "anderzijds één instelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht die in eenzelfde gebouwencomplex is gelegen" vervangen door de zinsnede "anderzijds één instelling met een tweede en derde graad en eventueel het HBO5 van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen".

Art. 2.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "Als het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies leidt tot een aanvullende onderwijsbevoegdheid wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid conform deze paragraaf."; 2° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt : " § 2bis.Voor de personeelsleden van wie de vaste benoeming ingeperkt is in het kader van herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid volgens artikel 55vicies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44quinquiesdecies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, wordt "hetzelfde ambt" beperkt tot de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die nog tot de ingeperkte vaste benoeming behoren."; 3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "een leermeester niet-confessionele zedenleer" vervangen door de woorden "een leermeester niet-confessionele zedenleer en een leraar niet-confessionele zedenleer"; 4° aan paragraaf 3 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "Voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 2bis, behoren de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die als gevolg van de inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming niet meer tot "hetzelfde ambt" behoren, ook niet tot "ander ambt".".

Art. 3.In artikel 5, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt b) worden de zinnen "Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer.Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer." opgeheven; 2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".

Art. 4.In artikel 7, § 1, 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt b) worden de zinnen "Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer.Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer of een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een godsdienstleraar." opgeheven; 2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".

Art. 5.Aan artikel 8, § 1, 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 31 augustus 1999, 23 september 2005 en 17 oktober 2008, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".

Art. 6.In artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt : "2° als het een ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs betreft : a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld.Deze bepaling is alleen geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor die opleiding of die module; b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a), waarvoor het personeelslid aan een van de volgende voorwaarden voldoet : 1° het personeelslid bezit het vereiste bekwaamheidsbewijs of hij wordt bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;2° het personeelslid heeft die opleiding of die module, als hij daarvoor vastbenoemd was op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, onderwezen gedurende een periode van ten minste zes maanden in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit.De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;";

In afwijking van het eerste lid, a) en b) behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";". 2° punt 2° bis wordt opgeheven;3° in punt 3°, b) wordt de zinsnede "gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden" vervangen door de zinsnede "gedurende een periode van ten minste zes maanden"; 4° aan punt 3°, b) wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : "De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;"; 5° aan punt 3° wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt"."; 6° in punt 3° bis, b) wordt de zinsnede "gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden" vervangen door de zinsnede "gedurende een periode van ten minste zes maanden"; 7° aan punt 3° bis, b) wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : "De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;"; 8° aan punt 3° bis wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";".

Art. 7.In artikel 11 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt de volgende tabel opgeheven :

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, doch geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden

wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel

de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen

wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel


2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt : " § 3.Als een ter beschikking gesteld personeelslid van een centrum voor volwassenenonderwijs na omvorming van een hbo5-opleiding tewerkgesteld wordt in een hogeschool van het samenwerkingsverband, wordt dat als een wedertewerkstelling beschouwd voor de toepassing van dit besluit.".

Art. 8.In artikel 12bis, § 5, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, vervangen en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, wordt punt 5° opgeheven.

Art. 9.In artikel 12ter, § 2, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, vervangen en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, wordt punt 7° opgeheven.

Art. 10.In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, wordt aan het laatste lid een zin toegevoegd, die luid als volgt : "Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar een centrum voor leerlingenbegeleiding van het gesubsidieerd vrij onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de vrije VCLB-koepel adviserend lid zijn van deze reaffectatiecommissie.".

Art. 11.In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan punt 5° wordt de volgende zin toegevoegd : "Deze bepaling geldt niet voor een personeelslid dat het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies weigert of niet succesvol beëindigt;"; 2° in punt 6° wordt de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet" vervangen door de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1ter van het decreet";3° punt 7° wordt opgeheven.

Art. 12.Artikel 19 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en 10 september 2010, wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 19.§ 1. De inrichtende macht stelt voor de start van de driejaarlijkse omkaderingsperiode voor elk van haar centra de personeelsformatie vast. § 2. Binnen de volgens paragraaf 1 bepaalde personeelsformatie verdeelt de inrichtende macht jaarlijks bij het begin van het schooljaar de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden op de volgende manier : 1° de inrichtende macht wijst per centrum en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaand schooljaar en/of ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking, rekening houdend met het begrip "hetzelfde ambt";2° de inrichtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit; 3° wanneer voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking dreigt, moet de inrichtende macht vooraleer de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking uit te spreken de in artikel 20bis vermelde maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling nemen.".

Art. 13.Aan artikel 20 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt : " § 9. In het volwassenenonderwijs geldt de volgende specifieke maatregel bij de omvorming van een hbo5-opleiding.

De inrichtende macht van het centrum voor volwassenenonderwijs dat bij de omvorming van een hbo5-opleiding is betrokken, bepaalt de competenties die een personeelslid in het ambt van lector nodig heeft om in de omgevormde opleiding een betrekking op te nemen. Als de inrichtende macht vaststelt dat een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector, over onvoldoende competenties beschikt om dat ambt uit te oefenen in de omgevormde opleiding, wordt dat personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een professionaliseringstraject aan als vermeld in artikel 47quater.".

Art. 14.In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012, wordt een artikel 20bis ingevoegd, dat luidt als volgt : "

Art. 20bis.§ 1. In afwijking van artikel 20 gelden volgende bepalingen voor de centra voor leerlingenbegeleiding. § 2. Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking nadat het in voorkomend geval en in volgende volgorde onder alle personeelsleden van het centrum in kwestie : 1° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden, die "hetzelfde ambt" uitoefenen;2° een einde heeft gesteld aan de diensten van vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;3° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt". Een inrichtende macht kan een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ook afwenden door een of meer vastbenoemde personeelsleden te affecteren naar een ander centrum van dezelfde inrichtende macht, voor zover dit gebeurt conform het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.".

Art. 15.Aan artikel 22, § 2, 4°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en 17 oktober 2008, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "De volgorde van terbeschikkingstelling vermeld in het eerste lid, a) en b), geldt niet als een personeelslid ter beschikking gesteld wordt met toepassing van artikel 20, § 9.".

Art. 16.In artikel 23 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt de zin "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vastgelegd in artikel 5, § 1, derde, vierde, zevende, achtste en negende gedachtestreep, § 1bis, § 1ter en § 1quater van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III gaan in op de eerste van de maand volgend op de datum waarop de hierin vermelde beslissingen uitwerking hebben." vervangen door de zin "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vermeld in artikel 5, § 1, derde, vierde, zevende, achtste, negende, elfde, twaalfde, dertiende en veertiende gedachtestreep, en in § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de hierin vermelde beslissingen uitwerking hebben."; 2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt : " § 3.De terbeschikkingstelling van een personeelslid, vermeld in artikel 20, § 9, gaat in op 1 september of op 1 februari.".

Art. 17.In artikel 25 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "Als het personeelslid een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies, voegt de inrichtende macht dat ook toe aan de mededeling.Als het personeelslid het voormelde professionaliseringstraject voortijdig beëindigt, deelt de inrichtende macht dat onmiddellijk mee aan de bevoegde diensten van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming."; 2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "overeenkomstig artikel 23, § 2 van dit besluit" vervangen door de zinsnede "overeenkomstig artikel 23, § 2 of § 3".

Art. 18.In artikel 25bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : " § 1.Dit artikel geldt voor instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs : 1° die behoren tot een scholengemeenschap;2° die op 1 september 2014 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 2014 worden gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering; 3° die op of na 1 september 2014 fuseren met een instelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort."; 2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "van de in § 1, 1°, a tot en met d en 2°, a tot en met d, genoemde instellingen" vervangen door de zinsnede "van de instellingen vermeld in paragraaf 1";3° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt : " § 7.Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend niet tot een andere scholengemeenschap zal behoren, moet de inrichtende macht van die instelling het eerste schooljaar volgend op de uittreding de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, nog meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waar de instelling uittreedt. Vanaf het tweede schooljaar geldt artikel 25ter.

Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend toetreedt tot een andere scholengemeenschap, moet de inrichtende macht van die instelling de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waartoe de instelling vanaf 1 september zal behoren.

De gegevens worden meegedeeld conform paragraaf 4.".

Art. 19.In artikel 25ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "en in artikel 25bis, § 1, 1°, e en 2°, e," opgeheven.

Art. 20.Aan artikel 29, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, wordt de volgende bepaling toegevoegd : "- het volgen van een professionaliseringstraject als vermeld in artikel 47quinquies.".

Art. 21.In artikel 34 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, A, wordt punt 5° bis opgeheven;2° in paragraaf 1, C, wordt punt 5° bis opgeheven.

Art. 22.In artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, A, wordt punt 3° bis opgeheven;2° in paragraaf 2, C, wordt punt 3° bis opgeheven.

Art. 23.Aan artikel 39, § 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, wordt de volgende zin toegevoegd : "Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies.".

Art. 24.In artikel 45 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 13° wordt de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1bis of § 1ter van het decreet" vervangen door de zinsnede "met toepassing van artikel 5, § 1ter, van het decreet";2° punt 14° wordt opgeheven.

Art. 25.In artikel 47bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt paragraaf 6 vervangen door wat volgt : " § 6. De bepalingen van dit artikel gelden ook voor een personeelslid dat met toepassing van artikel 5, § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III ter beschikking wordt gesteld en nog geschikt wordt geacht om een ander ambt uit te oefenen.".

Art. 26.In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 wordt een titel VIter, die bestaat uit artikel 47ter tot en met 47septies, ingevoegd, die luidt als volgt : "Titel VIter - Het professionaliseringstraject

Art. 47ter.Deze titel is van toepassing op het volwassenenonderwijs.

Art. 47quater.Als een hbo5-opleiding conform artikel 161 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs wordt omgevormd, bepaalt het samenwerkingsverband dat bij de omvorming betrokken is per opleiding en per module de competenties die een personeelslid nodig heeft om in deze opleiding of deze module van de omgevormde opleiding te kunnen worden ingezet. Dat gebeurt door per module of per opleiding een lijst vast te leggen van bekwaamheidsbewijzen als vermeld in artikel X.41 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, waarmee die competenties kunnen worden aangetoond. Het samenwerkingsverband maakt deze lijst van bekwaamheidsbewijzen bekend bij al haar personeelsleden.

Het samenwerkingsverband toetst daarna op basis van haar lijst met bekwaamheidsbewijzen de competenties van de bij de omvorming betrokken personeelsleden af met de competenties die nodig zijn om in de omgevormde opleiding het ambt van lector te kunnen opnemen.

Het personeelslid dat over voldoende competenties beschikt, kan onmiddellijk in de omgevormde hbo5-opleiding worden ingezet.

Het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en niet over voldoende competenties beschikt om het ambt van lector uit te oefenen in de omgevormde opleiding, wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. In dat geval biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject aan. Dat traject moet het mogelijk maken dat het betrokken personeelslid binnen de tijdsspanne die voorzien wordt in artikel 47quinquies de vastgestelde tekorten in de competenties die vereist zijn om ingezet te worden in de omgevormde opleiding kan wegwerken, zodat het personeelslid inzetbaar wordt in deze opleiding.

Het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en niet over voldoende competenties beschikt om het ambt van lector uit te oefenen in de omgevormde opleiding, kan in overleg met de inrichtende macht ook de keuze maken voor een andere hbo5-opleiding of voor een ander onderwijsniveau dan hbo5. In dat geval biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject aan. Dat traject moet het mogelijk maken dat het betrokken personeelslid op basis van zijn keuze en binnen de tijdsspanne die voorzien wordt in artikel 47quinquies de tekorten in competenties kan wegwerken, zodat het personeelslid kan ingezet worden in een andere hbo5-opleiding van zijn keuze of in een ander onderwijsniveau dan hbo5.

In afwijking van het vorige lid en in overleg met het betrokken personeelslid is de inrichtende macht niet verplicht aan dat personeelslid een professionaliseringstraject aan te bieden als het voor een tewerkstelling in een andere hbo5-opleiding kiest of vraagt om ingezet te worden in een ander onderwijsniveau dan hbo5, op voorwaarde dat het betrokken personeelslid daarvoor over een vereist of voldoend geachte bekwaamheidsbewijs beschikt. Als er omwille van deze reden geen professionaliseringstraject wordt aangeboden, dan moet dit blijken uit een document dat door de inrichtende macht en het betrokken personeelslid voor akkoord wordt ondertekend.

Tijdens de loopbaan van een personeelslid kan hem maar één keer een professionaliseringstraject worden aangeboden.

De kosten verbonden aan het volgen van een professionaliseringstraject komen ten laste van de inrichtende macht.

Art. 47quinquies.§ 1. Het professionaliseringstraject, vermeld in artikel 47quater, wordt opgesteld in overleg tussen de inrichtende macht en het personeelslid en omvat minstens de volgende elementen : 1° een omschrijving van de bijkomende competenties die het personeelslid moet verwerven en de doelstelling daarvan;2° de wijze waarop het personeelslid de competenties, vermeld in punt 1°, moet behalen.Dit houdt minstens in dat de inrichtende macht een heel concreet en haalbaar professionaliseringstraject aanbiedt aan het personeelslid om de bijkomende competenties te verwerven. Bij het vastleggen van deze mogelijkheden moet de inrichtende macht alleszins ook rekening houden met de andere opdrachten die de lector eventueel nog uitoefent; 3° de duur van het traject, waarbij alleszins de duur niet mag overschreden worden zoals die is vastgelegd in artikel 9, § 5 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III;4° de wijze waarop de inrichtende macht zal beoordelen of na het volgen van het traject de bijkomende competenties werden verworven. Deze zijn alleszins verworven als dat blijkt uit een certificaat, getuigschrift, diploma of ander document dat aan het personeelslid wordt afgeleverd na het volgen van dat traject en dat deel uitmaakt van de lijst van bekwaamheidsbewijzen vermeld in artikel 47quater; 5° de concrete afspraken betreffende de betaling van alle kosten verbonden aan het volgen van het professionaliseringstraject. Als voormeld overleg leidt tot een akkoord, dan wordt het professionaliseringstraject schriftelijk vastgelegd en voor akkoord ondertekend door het personeelslid en de inrichtende macht.

Als voormeld overleg niet leidt tot een akkoord, dan kan het personeelslid bezwaar aantekenen bij de Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5. Het personeelslid dient hiertoe bij deze commissie uiterlijk binnen een termijn van tien kalenderdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het schriftelijke aanbod, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, een gemotiveerd bezwaarschrift in. § 2. De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 is paritair samengesteld en bestaat uit zes leden, aangevuld met een voorzitter en een secretaris. De leden bestaan uit drie directeurs van centra voor volwassenenonderwijs die hbo5-opleidingen aanbieden en een vertegenwoordiger van iedere representatieve vakorganisatie. De directeurs die deel uitmaken van de arbitragecommissie mogen geen deel uitmaken van het samenwerkingsverband dat het professionaliseringstraject heeft aangeboden en worden aangesteld door de administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, of zijn afgevaardigde. De administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs of zijn afgevaardigde is voorzitter van deze commissie. De secretaris wordt door de voorzitter aangeduid onder de ambtenaren van zijn administratie.

De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 beoordeelt het bezwaarschrift van het personeelslid en kan daarbij zowel het personeelslid als een vertegenwoordiger van de inrichtende macht in kwestie horen.

De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject beslist collegiaal binnen een termijn van dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift bij de commissie ingediend werd. Als de leden van de commissie geen overeenstemming bereiken, beslist de voorzitter. De voorzitter van de commissie deelt de beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid en aan de betrokken inrichtende macht. Deze beslissing is bindend. De beslissing kan er ook uit bestaan dat er geen professionaliseringstraject mogelijk is of dat er geen professionaliseringstraject nodig is.

Art. 47sexies.§ 1. Tijdens het professionaliseringstraject blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en heeft hij voor het volume van de opdracht waarvoor hij ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking recht op een wachtgeld of wachtgeldtoelage als vermeld in titel III van dit besluit. Tijdens de duur van het professionaliseringstraject wordt het personeelslid beschouwd als zijnde gereaffecteerd. § 2. Als het personeelslid het professionaliseringstraject niet succesvol beëindigt, omdat hij het traject vroegtijdig stopzet, en vervolgens niet onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, werkt de duur van het professionaliseringstraject, in afwijking van artikel 29, § 3, niet opschortend voor de vaststelling van de vermindering van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage conform artikel 29, § 1. De duur van het professionaliseringstraject wordt dan onmiddellijk in mindering gebracht van de periode van twee jaar, vermeld in artikel 29, § 1, naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid als lector ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. § 3. Als het personeelslid het te volgen professionaliseringstraject weigert en het niet onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, wordt zijn wachtgeld of de wachtgeldtoelage, in afwijking van artikel 29, § 1, het eerste jaar onmiddellijk met 20% verminderd en de daaropvolgende jaren elk jaar telkens met 20% naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid als lector ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. De opeenvolgende verminderingen worden berekend op het wachtgeld of de wachtgeldtoelage die overeenkomt met het laatste activiteitssalaris of laatste activiteitssalaristoelage die het personeelslid geniet aan de vooravond van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking. Het wachtgeld of de wachtgeldtoelage mag echter niet lager zijn dan zoveel keer een dertigste van het activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt.

Voor de toepassing van deze paragraaf gelden als dienstjaren de dienstjaren die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. De bonificaties wegens diploma's tellen niet mee. De militaire dienst of burgerdienst die het personeelslid heeft vervuld voor zijn indiensttreding, wordt niet in aanmerking genomen en de in aanmerking komende militaire dienst en burgerdienst worden alleen meegerekend voor de gewone duur ervan, met behoud van de toepassing van artikel 13 van de gecoördineerde wetten van 3 augustus 1919 en 27 mei 1947 betreffende de prioriteiten.

Art. 47septies.§ 1. Na succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in de omgevormde hbo5-opleiding is het vastbenoemde personeelslid opnieuw inzetbaar in een betrekking in die hbo5-opleiding.

Als het personeelslid wordt tewerkgesteld in een betrekking in een hbo5-opleiding die wordt ingericht in een hogeschool van het samenwerkingsverband conform artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van lector en wordt de tewerkstelling in de hogeschool beschouwd als een wedertewerkstelling volgens dit besluit. § 2. Na succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in een andere hbo5-opleiding of in een ander onderwijsniveau dan hbo5, blijft het vastbenoemde personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van lector en komt hij in aanmerking voor een reaffectatie of wedertewerkstelling conform dit besluit.".

Art. 27.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2014.

Artikel 18 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2014.

Art. 28.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 24 oktober 2014.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Onderwijs, H. CREVITS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^