Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 25 oktober 2013
gepubliceerd op 14 januari 2014

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten

bron
vlaamse overheid
numac
2013036189
pub.
14/01/2014
prom.
25/10/2013
ELI
eli/besluit/2013/10/25/2013036189/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

25 OKTOBER 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, artikel 22, § 2, vervangen bij het decreet van 24 maart 2006 en gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2009, 9 maart 2012 en 31 mei 2013, artikel 26 en artikel 33, vervangen bij het decreet van 24 maart 2006 en gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2009, 29 april 2011, 23 december 2011, 9 maart 2012, 23 maart 2012 en 31 mei 2013;

Gelet op het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, artikel 4.1.16, § 3, vervangen bij het decreet van 23 december 2011 en gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013, artikel 4.1.20, § 7, artikel 4.1.21, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013, artikel 4.1.22, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013, en artikel 4.1.23, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2013;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998 tot aanmoediging van projecten inzake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap in sociale woonwijken;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdrachten van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011 betreffende de werking en het beheer van het Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant en tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van de Vlaamse Wooncode;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;

Gelet op het Financieringsbesluit van 21 december 2012;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 17 juli 2013;

Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 24 juli 2013 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° beoordelingscommissie : de commissie, vermeld in artikel 21;2° beveiligde zending : een van de volgende betekeningswijzen : a) een aangetekende brief;b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;c) een elektronische aangetekende zending;d) elke andere door de minister toegestane betekeniswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;3° CBO-oproep : een periodieke door de VMSW gelanceerde oproep tot private actoren om voorstellen in te dienen voor de realisatie van sociale huur- of koopwoningen overeenkomstig de technische normen en de prijsnormen;4° decreet Grond- en Pandenbeleid : het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;5° decretaal beleidskader : het decretale kader voor het Vlaamse woonbeleid en de besluiten genomen ter uitvoering ervan;6° Design and Build-oproep onder de vorm van een onderhandelingsprocedure : een periodieke door de VMSW gelanceerde oproep tot private actoren om voorstellen in te dienen voor de gelijktijdige gunning van ontwerp en realisatie van sociale huur- of koopwoningen op verschillende locaties overeenkomstig de technische normen en de prijsnormen, waarbij de VMSW of een andere sociale woonorganisatie initiatiefnemer is;7° Design and Build-oproep onder de vorm van een open of beperkte offerteaanvraag : een periodiek door de VMSW gelanceerde oproep tot private actoren om voorstellen in te dienen voor de gunning van ontwerp en realisatie van sociale huur- of koopwoningen op een bepaalde locatie overeenkomstig de technische normen en de prijsnormen, waarbij de VMSW of een andere sociale woonorganisatie initiatiefnemer is;8° financiële kader : het financiële kader, vastgesteld op de wijze, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2° ;9° financiering : een van de volgende financieringswijzen : a) eigen middelen van de initiatiefnemer;b) een marktconforme lening op 33 jaar bij de VMSW, gekoppeld aan een tussenkomst in de leningslast als vermeld in artikel 11, § 3, van het Financieringsbesluit;c) een bulletlening op 10 jaar bij de VMSW, gekoppeld aan een tussenkomst in de prefinanciering als vermeld in artikel 26 van het Financieringsbesluit;d) een tenlasteneming als vermeld in hoofdstuk 3 van het Financieringsbesluit;e) een subsidie als vermeld in hoofdstuk 3 van het Financieringsbesluit of in artikel 83 van het voormelde besluit;f) een andere lening bij de VMSW dan de lening, vermeld in punt b) en c);g) een lening bij een andere financiële instelling dan de VMSW;h) elke combinatie van de financieringswijzen, vermeld in punt a) tot en met g);10° initiatiefnemer : a) de VMSW;b) het Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant, opgericht bij artikel 16 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;c) een sociale huisvestingsmaatschappij als vermeld in artikel 40 van de Vlaamse Wooncode;d) het VWF, vermeld in artikel 50 van de Vlaamse Wooncode;e) een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;f) een OCMW of een OCMW-vereniging;g) andere initiatiefnemers als vermeld in artikel 75 van de Vlaamse Wooncode, die door de Vlaamse Regering als initiatiefnemer erkend worden; h) verkavelaars en bouwheren van een project met een sociale last die wordt uitgevoerd in natura overeenkomstig artikel 4.1.20 tot en met artikel 4.1.24 van het decreet Grond- en Pandenbeleid; i) initiatiefnemers die krachtens artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid vrijwillig sociale huurwoningen of sociale koopwoningen realiseren; 11° kortetermijnplanning : de planning van verrichtingen waarvan de uitvoering of gunningsprocedure binnen een termijn van vier maanden opgestart kan worden als vermeld in artikel 18;12° lokaal woonoverleg : een gemeentelijk overleg als vermeld in artikel 28 van de Vlaamse Wooncode, waarbij de gemeente, samen met sociale woonorganisaties en in voorkomend geval andere woon- en welzijnsactoren die op haar grondgebied werken, de doelstellingen bespreekt op het vlak van wonen op korte of middellange termijn en de relatie daarvan met sociale en andere woonprojecten;13° meerjarenplanning : de planning van verrichtingen waarvan de uitvoering of gunningsprocedure binnen een termijn van drie jaar opgestart kan worden als vermeld in artikel 16;14° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor wonen;15° prijsnormen : de normen, vermeld in artikel 3, § 2;16° project : een of meer verrichtingen die betrekking hebben op een van de volgende typen woonprojecten : a) een sociaal woonproject;b) een woonproject met sociaal karakter; c) een project met een sociale last die wordt uitgevoerd in natura overeenkomstig artikel 4.1.20 tot en met artikel 4.1.24 van het decreet Grond- en Pandenbeleid; d) een project voor de realisatie of de instandhouding van een bescheiden woonaanbod;e) een project voor de realisatie of de instandhouding van niet-residentiële ruimten; f) een project voor de vrijwillige realisatie van sociale woningen als vermeld in artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid; 17° Projectportaal : het digitale projectplatform, vermeld in artikel 5;18° technische normen : de normen, vermeld in artikel 3, § 1;19° uitvoeringsprogramma : het uitvoeringsprogramma, vermeld in artikel 33, § 3, van de Vlaamse Wooncode, dat wordt opgesteld door de VMSW;20° verrichtingen : a) de verwerving van een of meer onroerende goederen;b) de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur, in het bijzonder : 1) het bouwrijp maken van gronden;2) de sloop van een of meer constructies;3) de uitvoering van infrastructuurwerken;4) de oprichting van gemeenschapsvoorzieningen;5) de uitvoering van aanpassingswerken aan de woonomgeving;c) de nieuwbouw of vervangingsbouw van een of meer woningen;d) de investering in de renovatie, verbetering of aanpassing van een of meer woningen;e) elke combinatie van de verrichtingen, vermeld in punt a), b), c) en d);21° Vlaamse Wooncode : het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;22° VMSW : de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, opgericht bij artikel 30 van de Vlaamse Wooncode;23° Wonen-Vlaanderen : het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen;24° woonproject met sociaal karakter : een project als vermeld in artikel 1, eerste lid, 17°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011 betreffende de werking en het beheer van het Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant en tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van de Vlaamse Wooncode.

Art. 2.Dit besluit wordt aangehaald als het Procedurebesluit Wonen.

Art. 3.§ 1. Op voorstel van de VMSW en na mededeling aan de Vlaamse Regering stelt de minister de technische normen vast waaraan sociale woningen en de infrastructuuraanleg voor sociale woonprojecten moeten voldoen.

De normen, vermeld in het eerste lid, bevatten minimaal : 1° een inhoudelijke omschrijving en de vereiste dossiersamenstelling voor elk van de volgende ontwerpfasen, zowel van een aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur als vermeld in artikel 1, 20°, b), als van een bouwverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, c), en van een investeringsverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, d) : a) het schetsontwerp;b) het voorontwerp;c) het uitvoeringsdossier;d) het gunningsdossier;2° het maximumbedrag van de tenlasteneming of de subsidie voor een aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur als vermeld in artikel 1, 20°, b);3° een simulatietabel om het maximale subsidiabele bedrag van een bouwverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, c), en van een investeringsverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, d), te bepalen;4° een tabel om de maximale uitvoeringstermijn van de werkzaamheden te bepalen op basis van de raming en de complexiteit voor wat een aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur als vermeld in artikel 1, 20°, b), betreft, en op basis van het aantal woningen en het type woningen voor wat een bouwverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, c), en een investeringsverrichting als vermeld in artikel 1, 20°, d). § 2. De prijsnormen voor sociale koopwoningen, sociale kavels en middelgrote kavels die worden gerealiseerd in het kader van een sociaal woonproject, zijn opgenomen in bijlage V bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode.

De prijsnormen voor sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en sociale kavels die worden gerealiseerd ter uitvoering van een sociale last als vermeld in artikel 4.1.16, § 1, van het decreet Grond- en Pandenbeleid, of in het kader van de vrijwillige realisatie van sociale huur- of koopwoningen, vermeld in artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid, zijn opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 4.Na mededeling aan de Vlaamse Regering stelt de minister de volgende zaken vast : 1° het decretaal beleidskader voor de beleidstoets op projectniveau, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 2, zodanig opgesteld dat het objectief aftoetsbaar is;2° het financiële kader voor de financiële toets op niveau van de verrichting, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdelingen 3 en 4. Op basis van een evaluatierapport van Wonen-Vlaanderen over het afgelopen jaar en na advies van de Vlaamse Woonraad kan de minister het decretaal beleidskader en het financiële kader wijzigen na mededeling aan de Vlaamse Regering. HOOFDSTUK 2. - Planning en programmatie van projecten Afdeling 1. - Aanmelding en projectopvolging

Art. 5.De VMSW stelt een digitaal projectplatform ter beschikking, het Projectportaal genaamd. Het Projectportaal heeft de volgende doelstellingen : 1° de interactie tussen de VMSW, Wonen-Vlaanderen en de initiatiefnemers van projecten;2° de aanmelding van projecten en de projectopvolging;3° de opvolging van de programmatie. De volgende instanties hebben toegang tot het Projectportaal : 1° de initiatiefnemers, voor de projecten die ze hebben aangemeld;2° de gemeenten, voor de projecten op hun grondgebied;3° Wonen-Vlaanderen;4° de afdeling Toezicht van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie RWO;5° de visitatieraad, vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 tot vaststelling van de aanvullende voorwaarden en de procedure voor de erkenning als sociale huisvestingsmaatschappij en tot vaststelling van de procedure voor de beoordeling van de prestaties van sociale huisvestingsmaatschappijen. De VMSW staat in voor het digitale beheer van het Projectportaal. De initiatiefnemers staan in voor de actualisatie van het geheel van de projecten die worden aangemeld overeenkomstig artikel 6, en de verrichtingen die eraan verbonden zijn.

Art. 6.De initiatiefnemers brengen de VMSW met een aanmelding op de hoogte van de geplande projecten. Per project vermelden ze de verrichtingen die er deel van uitmaken.

Elke verrichting bevat minstens de volgende gegevens : 1° de locatie, GIS-gekoppeld indien voorzien;2° het jaar van de geplande uitvoering, met aanduiding van de mogelijke knelpunten;3° een raming van de kostprijs per verrichting;4° de initiatiefnemer;5° het aantal te realiseren of in stand te houden woningen of kavels;6° de wijze waarop de verrichting gefinancierd zal worden. De initiatiefnemers maken voor de aanmelding gebruik van het Projectportaal. Eventuele latere wijzigingen aan het project melden de initiatiefnemers aan de VMSW, via het Projectportaal indien voorzien. Afdeling 2. - Programmatie van projecten

Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 7.§ 1. Een verrichting waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), c), d) of e), wordt aangevraagd, doorloopt achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de beleidstoets op projectniveau, vermeld in onderafdeling 2;2° de opname in de meerjarenplanning, vermeld in onderafdeling 3;3° de opname in de kortetermijnplanning, vermeld in onderafdeling 4;4° de toewijzing van middelen op een jaarbudget, vermeld in onderafdeling 5. In afwijking van het eerste lid wijst de VMSW voor een verwerving waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), c) of e), wordt aangevraagd, de middelen toe op een jaarbudget na de beslissing tot toekenning van de financiering overeenkomstig de bepalingen van het Financieringsbesluit.

In afwijking van het eerste lid wijst de VMSW voor de volgende deelverrichtingen waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), d) of e), wordt aangevraagd, de middelen toe op een jaarbudget na de beslissing tot toekenning van de financiering overeenkomstig de bepalingen van het Financieringsbesluit : 1° sloopwerkzaamheden;2° dringende werkzaamheden aan bestaande constructies ten gevolge van niet te voorziene omstandigheden, na een met redenen omklede aanvraag van de initiatiefnemer;3° moeilijk programmeerbare verrichtingen;4° prijsverhogingen ten gevolge van noodzakelijke contractwijzigingen en contractuele bepalingen bij verrichtingen waarvoor al middelen op een jaarbudget werden toegewezen;5° opportuniteiten voor de renovatie van een woning naar aanleiding van een wijziging in de bewoning;6° werkzaamheden inzake openbare verlichting of het watervoorzieningsnet. In afwijking van het eerste lid doorlopen verrichtingen die kaderen in een CBO-oproep waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), d) of e), wordt aangevraagd, achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de regels met betrekking tot de opname in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16, op basis van de goedkeuring van een voorontwerp conform het CBO-bestek;2° de regels met betrekking tot de opname in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 18, op basis van de goedkeuring van een uitvoeringsdossier conform het CBO-bestek;3° de toewijzing van middelen op een jaarbudget, op basis van een goedgekeurd uitvoeringsdossier. In afwijking van het eerste lid doorlopen verrichtingen die kaderen in een Design and Build-oproep onder de vorm van een onderhandelingsprocedure waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), d) of e), wordt aangevraagd, achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de regels met betrekking tot de opname in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16, voor wat de bouwverrichting betreft op basis van de afgifte van deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27;2° de regels met betrekking tot de opname in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 18, op basis van de melding van de initiatiefnemer aan de VMSW dat de werkzaamheden binnen een termijn van vijf maanden worden gestart;3° de toewijzing van middelen op een jaarbudget, op basis van de melding van de initiatiefnemer aan de VMSW dat de werkzaamheden binnen een termijn van 14 kalenderdagen worden gestart. In afwijking van het eerste lid doorlopen verrichtingen die kaderen in een Design and Build-oproep onder de vorm van een open of beperkte offerteaanvraag waarvoor een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, b), d) of e), wordt aangevraagd, achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de beleidstoets op projectniveau, vermeld in onderafdeling 2;2° de regels met betrekking tot de opname in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16, voor wat de bouwverrichting betreft op basis van de afgifte van deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27;3° de regels met betrekking tot de opname in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 18, op basis van de melding van de initiatiefnemer aan de VMSW dat de werkzaamheden binnen een termijn van vijf maanden worden opgestart;4° de toewijzing van de middelen op een jaarbudget, op basis van de melding van de initiatiefnemer aan de VMSW dat de werkzaamheden binnen een termijn van 14 kalenderdagen worden gestart. § 2. Een verrichting die volledig gefinancierd wordt op een van de wijzen, vermeld in artikel 1, 9°, a), f) of g), doorloopt achtereenvolgens elk van de volgende fasen : 1° de beleidstoets op projectniveau, vermeld in onderafdeling 2;2° de regels met betrekking tot de opmaak en advisering van een voorontwerp als vermeld in artikel 14;3° de regels met betrekking tot de opmaak en advisering van een uitvoeringsdossier als vermeld in artikel 17;4° de regels met betrekking tot de opmaak en advisering of beoordeling van een gunningsdossier als vermeld in artikel 20.

Art. 8.De VMSW kan in elk van de fasen, vermeld in artikel 7, beslissen om een project van een sociale huisvestingsmaatschappij al dan niet tijdelijk stop te zetten als uit de financiële planning die de VMSW heeft opgemaakt voor een sociale huisvestingsmaatschappij, blijkt dat het niet-uitvoeren van het project een rechtstreeks positief effect heeft als vermeld in artikel 10, derde lid, van het Financieringsbesluit.

Art. 9.Het uitvoeringsprogramma is de jaarlijkse rapportering aan de minister over verrichtingen waarvoor de middelen zijn toegewezen op een jaarbudget, met vermelding van de kostprijs en de wijze waarop de verrichtingen gefinancierd worden.

Onderafdeling 2. - Fase 1. De beleidstoets op projectniveau

Art. 10.§ 1. Elk project wordt besproken op een lokaal woonoverleg.

Bij projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f), wordt de bespreking op het lokaal woonoverleg beperkt tot het sociaal gedeelte van het project.

Op een lokaal woonoverleg worden per project minimaal de volgende zaken besproken : 1° de gegevens van het project en de verrichtingen die er deel van uitmaken, vermeld in artikel 6;2° het aantal te realiseren of in stand te houden huurwoningen, koopwoningen of kavels, dat in voorkomend geval overeenstemt met de resultaten van de stedenbouwkundige studie;3° als het project de realisatie of instandhouding van huur- of koopwoningen omvat : a) een aanduiding of het gaat om eengezinswoningen, duowoningen of appartementen;b) een aanduiding van het woningtype;4° als het project de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur omvat : a) de vraag of een stedenbouwkundige studie nodig is;b) in voorkomend geval, het voornemen van de initiatiefnemer om zelf als opdrachtgever op te treden voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het Financieringsbesluit;c) in voorkomend geval, de verbintenis van de initiatiefnemer om de wooninfrastructuur, samen met de grond waarin of waarop ze wordt uitgevoerd, aan de gemeente over te dragen om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen;d) de vraag of de oprichting van gemeenschapsvoorzieningen nodig is;5° de verhouding van het project met de lokale woonbehoeften en de wachtlijsten in de gemeente;6° de verhouding van het project met het bindend sociaal objectief van de gemeente. Van het lokaal woonoverleg wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Dat verslag wordt binnen een termijn van veertien kalenderdagen die ingaat op de dag na het lokaal woonoverleg, verstuurd aan de betrokken actoren. De gemeente voert het verslag van het lokaal woonoverleg binnen diezelfde termijn in het Projectportaal in. § 2. Op een lokaal woonoverleg worden de volgende zaken meegedeeld : 1° de geplande strategische verkopen van sociale of bescheiden huurwoningen;2° de renovatieplanning, waarin geplande investeringen in de renovatie, verbetering of aanpassing van sociale of bescheiden huurwoningen zijn opgenomen. § 3. In afwijking van paragraaf 1 is voor de volgende projecten geen bespreking op een lokaal woonoverleg vereist : 1° een project dat alleen een of meer verwervingen als vermeld in artikel 1, 20°, a), omvat;2° een project dat alleen een of meer investeringen in de renovatie, verbetering of aanpassing als vermeld in artikel 1, 20°, d), omvat, waarvoor aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan : a) de investering heeft een hoogdringend en onvoorzienbaar karakter omwille van een gevaarlijke situatie of een dreigende onbewoonbaarverklaring; b) de initiatiefnemer voert de investering met eigen middelen uit en de geraamde kostprijs voor de uitvoering van de investering bedraagt maximaal 5.000 euro per betrokken sociale woning; c) de investering is opgenomen in een op het lokaal woonoverleg meegedeelde renovatieplanning als vermeld in paragraaf 2, 2°, de geraamde kostprijs voor de uitvoering van de investering bedraagt minder dan 80% van de nieuwbouwkostprijs en de ontruiming van de woningen is niet vereist;3° een project dat een combinatie van de verrichtingen, vermeld in punt 1° en 2°, omvat;4° een project voor de realisatie of instandhouding van niet-residentiële ruimten. Op het eerstvolgende lokaal woonoverleg worden de projecten, vermeld in het eerste lid, meegedeeld.

Art. 11.§ 1. Op zijn vroegst op het lokaal woonoverleg zelf en binnen een termijn van 21 kalenderdagen die ingaat op de dag na de invoering van het verslag van het lokaal woonoverleg in het Projectportaal, brengt Wonen-Vlaanderen op basis van het decretaal beleidskader een met redenen omkleed advies uit. Wonen-Vlaanderen voert het advies in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer en de gemeente op de hoogte.

Als Wonen-Vlaanderen vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het eerste lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Als Wonen-Vlaanderen in zijn advies vaststelt dat het project in overeenstemming is met het decretaal beleidskader, dan is het project principieel vatbaar voor programmatie en gaat het naar fase 2 als vermeld in onderafdeling 3. Als volgens het verslag van het lokaal woonoverleg een stedenbouwkundige studie nodig is, dan is het project principieel vatbaar voor programmatie en gaat het naar fase 2 als Wonen-Vlaanderen in zijn advies vaststelt dat het project in overeenstemming is met het decretaal beleidskader en de stedenbouwkundige studie is voltooid.

Als Wonen-Vlaanderen in zijn advies vaststelt dat het project niet in overeenstemming is met het decretaal beleidskader, is de initiatiefnemer met behoud van de toepassing van artikel 23 en 25 verplicht zijn project aan te passen en opnieuw op een lokaal woonoverleg te bespreken.

Als het advies van Wonen-Vlaanderen niet tijdig wordt verleend, wordt het project geacht in overeenstemming te zijn met het decretaal beleidskader en is het principieel vatbaar voor programmatie. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f). Deze projecten zijn automatisch principieel vatbaar voor programmatie.

Art. 12.De VMSW houdt een actuele lijst bij van aangemelde projecten die besproken zijn op het lokaal woonoverleg en die overeenkomstig artikel 11 principieel vatbaar zijn voor programmatie, desgevallend na herziening met toepassing van artikel 23 of 25, de Projectenlijst genaamd.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de projecten die overeenkomstig artikel 10, § 3, niet besproken worden op een lokaal woonoverleg.

Onderafdeling 3. - Fase 2. De opname in de meerjarenplanning

Art. 13.Voordat de initiatiefnemer voor een verrichting als vermeld in artikel 1, 20°, b), c) of d), overeenkomstig artikel 14 een voorontwerp indient, kan hij de VMSW een schetsontwerp bezorgen met een aanvraag tot advisering.

Art. 14.§ 1. De initiatiefnemer bezorgt de VMSW voor een verrichting als vermeld in artikel 1, 20°, b), c) of d), een voorontwerp met een aanvraag tot advisering. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging.

In afwijking van het eerste lid is voor de volgende verrichtingen geen voorontwerp als vermeld in het eerste lid vereist : 1° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 10, § 3;2° de infrastructuurverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f) en waarvoor geen financiering als vermeld in artikel 1, 9°, d) of e), is aangevraagd;3° de bouw- en investeringsverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f);4° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, d) en e). § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorontwerp, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, brengt de VMSW op basis van de technische normen en de prijsnormen een met redenen omkleed advies uit. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte.

Als de VMSW vanwege de onvolledigheid van de aanvraag bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het eerste lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Als de VMSW in haar advies vaststelt dat het voorontwerp in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen, dan is de verrichting principieel vatbaar voor uitvoering en beslist de beoordelingscommissie of de verrichting in de meerjarenplanning wordt opgenomen : 1° als het advies minstens vijfenveertig kalenderdagen voor de volgende bijeenkomst van de beoordelingscommissie wordt verleend, op de volgende bijeenkomst;2° als het advies minder dan vijfenveertig kalenderdagen voor de volgende bijeenkomst van de beoordelingscommissie wordt verleend, op de tweede bijeenkomst. Als de VMSW in haar advies vaststelt dat het voorontwerp niet in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen, is de initiatiefnemer met behoud van de toepassing van artikel 24 en 25 verplicht zijn voorontwerp aan te passen en opnieuw te bezorgen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid.

Als het advies van de VMSW niet tijdig wordt verleend, wordt het voorontwerp geacht in overeenstemming te zijn met de technische normen en de prijsnormen, en is de verrichting principieel vatbaar voor uitvoering. § 3. Als de VMSW of een andere aanbestedende overheid overeenkomstig artikel 12, § 1, tweede lid, van het Financieringsbesluit optreedt als opdrachtgever voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur, maakt de VMSW of de andere aanbestedende overheid in afwijking van paragraaf 1, eerste lid, zelf een voorontwerp op of laat een voorontwerp opmaken door een ontwerper.

Art. 15.§ 1. Als voor een project de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur is vereist, informeert de initiatiefnemer de lokale bevolking op gepaste wijze over de uit te voeren verrichtingen, al dan niet door een informatievergadering te beleggen. De initiatiefnemer bezorgt de VMSW de eventuele opmerkingen van de lokale bevolking of het verslag van de informatievergadering.

In afwijking van het eerste lid hoeft de initiatiefnemer de lokale bevolking niet te informeren over een geplande verrichting als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° voor de verrichting is noch een stedenbouwkundige studie, noch de uitvoering van infrastructuurwerken of aanpassingswerken aan de woonomgeving vereist; 2° de kostprijs van de verrichting, exclusief btw, bedraagt maximaal 1.000.000 euro of er zijn maximaal acht woningen of kavels bij de verrichting betrokken. § 2. Als voor een project de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur is vereist, belegt de initiatiefnemer een plenaire vergadering waarop de stedenbouwkundige studies en de voorontwerpen besproken worden nadat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de initiatiefnemer heeft de VMSW, de gemeente, de rioolbeheerder en alle andere uitgenodigde partijen een voorontwerp voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur bezorgd;2° de bouw- of investeringsverrichting is overeenkomstig artikel 14 principieel vatbaar voor uitvoering, of er is een akkoord over het inplantingsplan. Op verzoek van de initiatiefnemer kan de VMSW : 1° vrijstelling verlenen van het beleggen van een plenaire vergadering als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan : a) de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur omvat geen uitvoering van infrastructuurwerken of aanpassingswerken aan de woonomgeving;b) de uit te voeren infrastructuurwerken omvatten alleen nutsvoorzieningen of omgevingswerken;2° toestaan dat de initiatiefnemer een plenaire vergadering belegt nadat voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°. § 3. In afwijking van artikel 14, § 2, eerste lid, begint de termijn voor de advisering van het voorontwerp voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur op basis van de technische normen te lopen op de dag nadat zowel is voldaan aan de vereiste, vermeld in paragraaf 1, als aan de vereiste, vermeld in paragraaf 2.

Art. 16.Op voorstel van de VMSW beslist de beoordelingscommissie of een verrichting die overeenkomstig artikel 14 principieel vatbaar is voor uitvoering, desgevallend na herziening met toepassing van artikel 24 of 25, in de meerjarenplanning wordt opgenomen op basis van : 1° het decretaal beleidskader, als de gegevens, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid, zijn gewijzigd sinds de opname op de Projectenlijst, vermeld in artikel 12;2° het financiële kader;3° de eventuele samenhang van de verrichting met andere verrichtingen die deel uitmaken van hetzelfde project. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op : 1° de verrichtingen uit de Projectenlijst, vermeld in artikel 12, waarvoor overeenkomstig artikel 14, § 1, tweede lid, geen voorontwerp vereist is;2° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f), waarvoor het deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27, is afgeleverd;3° de verrichtingen die kaderen in een CBO-oproep waarvoor het voorontwerp is goedgekeurd;4° de verrichtingen die kaderen in een Design and Build-oproep onder de vorm van een offerteaanvraag of een Design and Build-oproep onder de vorm van een onderhandelingsprocedure, waarvoor het deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27, is afgeleverd. De VMSW voert de beslissing van de beoordelingscommissie over de opname van een verrichting in de meerjarenplanning in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte.

Als een verrichting wordt opgenomen in de meerjarenplanning, gaat het naar fase 3 als vermeld in onderafdeling 4.

Onderafdeling 4. - Fase 3. De opname in de kortetermijnplanning

Art. 17.§ 1. De initiatiefnemer bezorgt de VMSW voor een verrichting als vermeld in artikel 1, 20°, b), c) of d), een uitvoeringsdossier met een aanvraag tot advisering. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging.

In afwijking van het eerste lid is voor de volgende verrichtingen geen uitvoeringsdossier als vermeld in het eerste lid vereist : 1° de infrastructuurverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f) en waarvoor geen financiering als vermeld in artikel 1, 9°, d) of e), is aangevraagd;2° de bouw- en investeringsverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f);3° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, d) en e). § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het uitvoeringsdossier voor een bouw- of investeringsverrichting overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, brengt de VMSW op basis van de technische normen en de prijsnormen een met redenen omkleed advies uit. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte.

Binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het uitvoeringsdossier voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, in voorkomend geval verlengd met de periode tussen de adviesaanvraag en het advies van de Inspectie van Financiën, brengt de VMSW op basis van de technische normen een met redenen omkleed advies uit. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte.

Als de VMSW vanwege de onvolledigheid van de aanvraag bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, respectievelijk vermeld in het eerste en het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Als de VMSW in haar advies vaststelt dat het uitvoeringsdossier in overeenstemming is met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen, dan is de verrichting principieel vatbaar voor aanbesteding en beslist de beoordelingscommissie of de verrichting in de kortetermijnplanning wordt opgenomen : 1° als het advies minstens vijfenveertig kalenderdagen voor de volgende bijeenkomst van de beoordelingscommissie is verleend, op de volgende bijeenkomst;2° als het advies minder dan vijfenveertig kalenderdagen voor de volgende bijeenkomst van de beoordelingscommissie is verleend, op de tweede bijeenkomst. Als de VMSW in haar advies vaststelt dat het uitvoeringsdossier niet in overeenstemming is met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen, is de initiatiefnemer met behoud van de toepassing van artikel 24 en 25 verplicht zijn uitvoeringsdossier aan te passen en opnieuw te bezorgen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid.

Als het advies van de VMSW niet tijdig wordt verleend, wordt het uitvoeringsdossier geacht in overeenstemming te zijn met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen, en is de verrichting principieel vatbaar voor aanbesteding. § 3. Als de VMSW of een andere aanbestedende overheid overeenkomstig artikel 12, § 1, tweede lid, van het Financieringsbesluit optreedt als opdrachtgever voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur, maakt de VMSW of de andere aanbestedende overheid in afwijking van paragraaf 1, eerste lid, zelf een uitvoeringsdossier op, of laat een uitvoeringsdossier opmaken door een ontwerper.

De adviestermijn van zestig kalenderdagen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, begint te lopen op de dag na de melding van de VMSW aan de initiatiefnemer dat het uitvoeringdossier volledig is.

Art. 18.Op voorstel van de VMSW beslist de beoordelingscommissie of een verrichting die overeenkomstig artikel 17 principieel vatbaar is voor aanbesteding, desgevallend na herziening met toepassing van artikel 24 of 25, in de kortetermijnplanning wordt opgenomen op basis van : 1° het decretaal beleidskader, als de gegevens, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid, zijn gewijzigd sinds de opname in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16;2° het financiële kader;3° de eventuele samenhang van de verrichting met andere verrichtingen die deel uitmaken van hetzelfde project. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op : 1° de verrichtingen uit de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16, waarvoor overeenkomstig artikel 17, § 1, tweede lid, geen uitvoeringsdossier vereist is;2° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f), waarvoor de werkzaamheden binnen een termijn van drie maanden voltooid zullen zijn;3° de verrichtingen die kaderen in een CBO-oproep waarvoor het uitvoeringsdossier is goedgekeurd;4° de verrichtingen die kaderen in een Design and Build-oproep onder de vorm van een offerteaanvraag of een Design and Build-oproep onder de vorm van een onderhandelingsprocedure, waarvoor de werkzaamheden binnen een termijn van vijf maanden worden gestart. De VMSW voert de beslissing van de beoordelingscommissie over de opname van een verrichting in de kortetermijnplanning in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte.

Als een verrichting wordt opgenomen in de kortetermijnplanning, gaat het naar fase 4 als vermeld in onderafdeling 5.

Onderafdeling 5. - Fase 4. De toewijzing op een jaarbudget

Art. 19.Als een verrichting op de kortetermijnplanning is opgenomen, voert de initiatiefnemer de volgende gegevens in het Projectportaal in : 1° een opsomming van alle vereiste vergunningen, met vermelding van de datum van verlening of weigering van de vergunningen;2° een bewijs van een zakelijk recht of een daarmee vergelijkbare zekerheid op de gronden.

Art. 20.§ 1. De initiatiefnemer bezorgt de VMSW voor een verrichting als vermeld in artikel 1, 20°, b), c) of d), een gunningsdossier, samen met het gunningsvoorstel, met een aanvraag tot advisering of goedkeuring. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging.

In afwijking van het eerste lid is voor de volgende verrichtingen geen gunningsdossier als vermeld in het eerste lid vereist : 1° de infrastructuurverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f) en waarvoor geen financiering als vermeld in artikel 1, 9°, d) of e), is aangevraagd;2° de bouw- en investeringsverrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, c) en f);3° de verrichtingen die deel uitmaken van projecten als vermeld in artikel 1, 16°, d) en e). § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het gunningsdossier voor een bouw- of investeringsverrichting overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, brengt de VMSW op basis van de technische normen en de prijsnormen een met redenen omkleed advies uit. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in.

Binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het gunningsdossier voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, in voorkomend geval verlengd met de periode tussen de aanvraag en het gunstige advies van de Inspectie van Financiën, neemt de VMSW op basis van de technische normen een beslissing tot goedkeuring of afkeuring van het gunningsdossier. De VMSW voert de beslissing in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte.

Als de VMSW vanwege de onvolledigheid van de aanvraag bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, respectievelijk vermeld in het eerste en het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Als de VMSW naargelang het geval overeenkomstig het eerste lid in haar advies vaststelt dat het gunningsdossier in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen of overeenkomstig het tweede lid het gunningsdossier goedkeurt, en uit de gegevens, vermeld in artikel 19, blijkt dat de initiatiefnemer beschikt over de vereiste vergunningen en een zakelijk recht of een daarmee vergelijkbare zekerheid op de gronden, dan is de verrichting vatbaar voor gunning en wijst de VMSW de middelen voor de financiering van de verrichting effectief toe op een jaarbudget.

Als de VMSW naargelang het geval overeenkomstig het eerste lid in haar advies vaststelt dat het gunningsdossier niet in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen of overeenkomstig het tweede lid het gunningsdossier afkeurt, is de initiatiefnemer met behoud van de toepassing van artikel 24 en 25 verplicht zijn gunningsdossier aan te passen en opnieuw te bezorgen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, of een nieuwe gunningsprocedure op te starten.

Als de VMSW bij een gunningsdossier voor een bouw- of investeringsverrichting niet tijdig het advies als vermeld in het eerste lid, verleent, wordt het gunningsdossier geacht in overeenstemming te zijn met de technische normen en de prijsnormen, en is de verrichting vatbaar voor gunning. Als de VMSW bij een gunningsdossier voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur niet tijdig een beslissing als vermeld in het tweede lid, neemt, wordt het gunningsdossier geacht te zijn goedgekeurd en is de verrichting vatbaar voor gunning, tenzij de Inspectie van Financiën een ongunstig advies heeft verleend dat niet is herzien. In dat geval wordt het gunningsdossier geacht te zijn afgekeurd. § 3. Als de VMSW of een andere aanbestedende overheid overeenkomstig artikel 12, § 1, tweede lid, van het Financieringsbesluit optreedt als opdrachtgever voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur, maakt de VMSW of de andere aanbestedende overheid in afwijking van paragraaf 1, eerste lid, zelf een gunningsdossier op, of laat een gunningsdossier opmaken door een ontwerper.

De beslissingstermijn van zestig kalenderdagen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, begint te lopen op de dag na de melding van de VMSW aan de initiatiefnemer dat het gunningsdossier volledig is. § 4. Om recht te hebben op een financiering als vermeld in artikel 1, 9°, d) of e), mogen verrichtingen niet worden besteld voordat zij overeenkomstig paragraaf 2 worden geacht vatbaar te zijn voor gunning.

In afwijking van het eerste lid kan de VMSW toestaan dat een opdracht tot uitvoering van een verrichting vroeger wordt gesloten met een opdrachtnemer, en in dat geval wordt de verrichting eveneens vatbaar geacht voor gunning, als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° in geval van hoogdringendheid, na een met redenen omklede aanvraag van de initiatiefnemer; 2° de kostprijs van de verrichting, exclusief btw, bedraagt maximaal 20.000 euro; 3° de verrichting kadert in een CBO-oproep. Afdeling 3. - De beoordelingscommissie

Art. 21.§ 1. Een beoordelingscommissie wordt opgericht.

De commissie wordt als volgt samengesteld : 1° drie vertegenwoordigers van de VMSW;2° twee vertegenwoordigers van Wonen-Vlaanderen;3° twee vertegenwoordigers, voorgedragen door de sociale huisvestingsmaatschappijen;4° één vertegenwoordiger van het VWF, vermeld in artikel 50 van de Vlaamse Wooncode;5° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;6° één vertegenwoordiger, voorgedragen door representatieve organisaties die de belangen ter harte nemen van de initiatiefnemers, vermeld in artikel 1, 10°, h) en i). De beoordelingscommissie is onderworpen aan het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid.

Het voorzitterschap en het secretariaat van de beoordelingscommissie worden waargenomen door de VMSW. § 2. De beoordelingscommissie komt jaarlijks ten minste in de maanden februari, juni en oktober bijeen.

Op initiatief van de voorzitter kan de beoordelingscommissie op andere tijdstippen bijeenkomen dan de tijdstippen, vermeld in het eerste lid. § 3. Op voorstel van de VMSW neemt de beoordelingscommissie op elke bijeenkomst een beslissing over de volgende aangelegenheden : 1° de toetsing van projecten aan het decretaal beleidskader;2° de opname van verrichtingen in de meerjarenplanning en de schrapping van verrichtingen uit de meerjarenplanning;3° de opname van verrichtingen in de kortetermijnplanning en de schrapping van verrichtingen uit de kortetermijnplanning;4° de rapportering over het uitvoeringsprogramma van het voorgaande jaar en een prognose voor de opmaak en aanpassing van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.5° de opvolging van in het kader van een CBO-oproep of een Design and Build-oproep ingediende projectvoorstellen voor de verwezenlijking van sociale huur- of koopwoningen. Als de beoordelingscommissie op andere tijdstippen bijeenkomt dan de tijdstippen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, neemt ze een beslissing over een of meer van de aangelegenheden, vermeld in het eerste lid.

Art. 22.Minstens veertien kalenderdagen voor de bijeenkomst bezorgt de VMSW aan de leden van de beoordelingscommissie de documenten, vermeld in het tweede tot en met het vijfde lid.

Om de beoordelingscommissie in staat te stellen een beslissing te nemen over de toetsing van projecten aan het decretaal beleidskader, bezorgt de VMSW : 1° een overzicht van de projecten waarvan de gegevens, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid, zijn gewijzigd sinds de opname in : a) de Projectenlijst, vermeld in artikel 12;b) de meerjarenplanning, vermeld in artikel 16;2° een voorstel van aftoetsing van de projecten, vermeld in punt 1°, aan het decretaal beleidskader. Om de beoordelingscommissie in staat te stellen een beslissing te nemen over de opname van verrichtingen in de meerjarenplanning en de schrapping van verrichtingen uit de meerjarenplanning, bezorgt de VMSW : 1° de meerjarenplanning die goedgekeurd is op de vorige bijeenkomst van de beoordelingscommissie;2° een overzicht van de verrichtingen die in aanmerking komen voor schrapping uit de meerjarenplanning : a) de verrichtingen die gedurende drie jaar in de meerjarenplanning zijn opgenomen;b) de verrichtingen die in aanmerking komen voor opname in de kortetermijnplanning;c) de verrichtingen die de VMSW overeenkomstig artikel 8 heeft stopgezet;3° een overzicht van de verrichtingen die in aanmerking komen voor opname in de meerjarenplanning;4° een voorstel van een aangepaste meerjarenplanning. Om de beoordelingscommissie in staat te stellen een beslissing te nemen over de opname van verrichtingen in de kortetermijnplanning en de schrapping van verrichtingen uit de kortetermijnplanning, bezorgt de VMSW : 1° de kortetermijnplanning die goedgekeurd is op de vorige bijeenkomst van de beoordelingscommissie;2° een overzicht van de verrichtingen die in aanmerking komen voor schrapping uit de kortetermijnplanning : a) de verrichtingen die gedurende acht maanden in de kortetermijnplanning zijn opgenomen;b) de verrichtingen die overeenkomstig artikel 20 vatbaar zijn voor gunning;c) de verrichtingen die de VMSW overeenkomstig artikel 8 heeft stopgezet;d) de verrichtingen waarvoor de vergunning is geweigerd of vervallen;3° een overzicht van de verrichtingen die in aanmerking komen voor opname in de kortetermijnplanning;4° een voorstel van een aangepaste kortetermijnplanning. Om de beoordelingscommissie in staat te stellen te rapporteren over het uitvoeringsprogramma van het voorgaande jaar en een prognose te geven voor de opmaak en aanpassing van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, bezorgt de VMSW : 1° een overzicht van de verrichtingen waarvoor in het huidige en voorgaande begrotingsjaar middelen zijn toegewezen op een jaarbudget, opgesplitst per begrotingsjaar;2° een overzicht van de benuttingsgraad van de financieringswijzen, vermeld in artikel 1, 9°, b), c), d) of e), in het huidige en het voorgaande begrotingsjaar;3° een overzicht van de verwervingen van bebouwde en onbebouwde onroerende goederen in de afgelopen vijf jaar en een prognose voor : a) de timing van de realisatie of instandhouding van sociale huurwoningen, sociale koopwoningen of sociale kavels op die onroerende goederen;b) de impact op de financiering in het huidige en het volgende begrotingsjaar;4° een overzicht van de geplande verwervingen van bebouwde en onbebouwde onroerende goederen in het huidige en het volgende begrotingsjaar en een prognose voor de impact op de financiering in het huidige en het volgende begrotingsjaar. Afdeling 4. - Beroepsmogelijkheden

Art. 23.§ 1. De initiatiefnemer van een project waarvoor Wonen-Vlaanderen overeenkomstig artikel 11 in zijn advies heeft vastgesteld dat het project niet in overeenstemming is met het decretaal beleidskader, kan daartegen een verzoek tot heroverweging betekenen aan de administrateur-generaal van Wonen-Vlaanderen. Het verzoek wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de invoering van het advies, vermeld in het eerste lid, in het Projectportaal.

De administrateur-generaal van Wonen-Vlaanderen brengt over het verzoek een met redenen omkleed advies uit binnen een termijn van 21 kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in het eerste lid. Wonen-Vlaanderen voert het advies in het Projectportaal in, en brengt de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte.

Als de administrateur-generaal vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de betekening met een beveiligde zending van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Als het advies van de administrateur-generaal niet tijdig wordt betekend aan de initiatiefnemer, wordt het verzoek tot heroverweging geacht ingewilligd te zijn. In dat geval wordt het project geacht in overeenstemming te zijn met het decretaal beleidskader. § 2. Het advies van de administrateur-generaal van Wonen-Vlaanderen, vermeld in paragraaf 1, heeft dezelfde gevolgen als het advies van Wonen-Vlaanderen, vermeld in artikel 11, § 1.

Art. 24.§ 1. De initiatiefnemer van een project waarvoor de VMSW overeenkomstig artikel 14, 17 of 20 in haar advies heeft vastgesteld dat het dossier niet in overeenstemming is met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen, kan daartegen een verzoek tot heroverweging betekenen aan de gedelegeerd bestuurder van de VMSW. Het verzoek wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending binnen een termijn van zestig kalenderdagen die ingaat op de dag na de invoering van het advies, vermeld in het eerste lid, in het Projectportaal.

De gedelegeerd bestuurder van de VMSW brengt over het verzoek een met redenen omkleed advies uit binnen een termijn van : 1° vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in het eerste lid, als het verzoek een voorontwerp betreft;2° zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in het eerste lid, als het verzoek een uitvoeringsdossier of een gunningsdossier betreft. De VMSW voert het advies in het Projectportaal in, en brengt de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte.

Als de gedelegeerd bestuurder vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de betekening met een beveiligde zending van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Als het advies van de gedelegeerd bestuurder niet tijdig wordt betekend aan de initiatiefnemer, wordt het verzoek tot heroverweging geacht ingewilligd te zijn. In dat geval wordt het dossier geacht in overeenstemming te zijn met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen. § 2. De initiatiefnemer van een project waarvoor de VMSW overeenkomstig artikel 20 het gunningsdossier heeft afgekeurd, kan daartegen een verzoek tot heroverweging betekenen aan de gedelegeerd bestuurder van de VMSW. Het verzoek wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending binnen een termijn van zestig kalenderdagen die ingaat op de dag na de invoering van de afkeuring in het Projectportaal.

De gedelegeerd bestuurder van de VMSW neemt over het verzoek een beslissing binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in het eerste lid. De VMSW voert de beslissing in het Projectportaal in, en brengt de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte.

Als de gedelegeerd bestuurder vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de betekening met een beveiligde zending van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Als de beslissing van de gedelegeerd bestuurder niet tijdig wordt betekend aan de initiatiefnemer, wordt het verzoek tot heroverweging geacht te zijn ingewilligd, tenzij de Inspectie van Financiën een ongunstig advies heeft verleend dat niet is herzien. In dat geval wordt het verzoek tot heroverweging geacht te zijn verworpen. § 3. Het advies en de beslissing van de gedelegeerd bestuurder van de VMSW, respectievelijk vermeld in paragrafen 1 en 2, hebben dezelfde gevolgen als het advies en de beslissing van de VMSW, respectievelijk vermeld in artikel 14, 17 of 20 en in artikel 20.

Art. 25.De initiatiefnemer kan beroep aantekenen tegen : 1° een advies van de administrateur-generaal van Wonen-Vlaanderen, verleend overeenkomstig artikel 23;2° een advies of beslissing van de gedelegeerd bestuurder van de VMSW, verleend overeenkomstig artikel 24. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending op het adres van Wonen-Vlaanderen of de VMSW, naargelang het een advies betreft als vermeld in het eerste lid, 1°, of een advies of beslissing als vermeld in het eerste lid, 2°. De minister doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift.

Een advies of beslissing als vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, is definitief als binnen dertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de invoering ervan in het Projectportaal, geen beroep is ingesteld, bij een negatieve uitspraak van de minister over het beroep of bij gebrek aan een uitspraak binnen de termijn van vijfenveertig kalenderdagen, vermeld in het tweede lid.

Wonen-Vlaanderen voert de beslissing van de minister over het beroep tegen een advies als vermeld in het eerste lid, 1°, in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte.

De VMSW voert de beslissing van de minister over het beroep tegen een advies of beslissing als vermeld in het eerste lid, 2°, in het Projectportaal in en brengt de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte.

Als vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen opgevraagd moeten worden, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de betekening met een beveiligde zending van de bijkomende documenten of inlichtingen. HOOFDSTUK 3. - Specifieke bepalingen voor projecten met een sociale last en voor de vrijwillige realisatie van sociale huur- of koopwoningen Afdeling 1. - Aflevering van deelattesten door de VMSW

Art. 26.De bepalingen, vermeld in deze afdeling, zijn van toepassing op : 1° initiatiefnemers die een sociale last uitvoeren in natura overeenkomstig artikel 4.1.20 tot en met artikel 4.1.22 van het decreet Grond- en Pandenbeleid; 2° initiatiefnemers die vrijwillig sociale huur- of koopwoningen realiseren overeenkomstig artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid.

Art. 27.§ 1. De initiatiefnemer stelt een voorontwerp op, dat bestaat uit plannen en een simulatietabel als vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, 3°. Hij bezorgt het voorontwerp aan de VMSW. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging. Het voorontwerp geldt als aanvraag van het deelattest nummer 1.

Als de VMSW van oordeel is dat het voorontwerp onvolledig is, kan ze bij de initiatiefnemer aanvullende documenten of inlichtingen opvragen. De initiatiefnemer bezorgt de aanvullende documenten of inlichtingen aan de VMSW. § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de ontvangst van het volledige voorontwerp, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, spreekt de VMSW zich uit over de conformiteit van de plannen met de technische normen en de prijsnormen. Op gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer kan de VMSW beperkte afwijkingen van die normen toestaan, als die bijdragen tot een meer kwaliteitsvolle architectuur of een betere prijszetting.

De VMSW brengt de initiatiefnemer binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, op de hoogte van haar beslissing over de conformiteit, vermeld in het eerste lid. De vaststelling van de conformiteit wordt neergelegd in het deelattest nummer 1, dat in voorkomend geval bij de beslissing van de VMSW gevoegd wordt. § 3. De ontvangst van het deelattest nummer 1, alsook de niet-tijdige kennisgeving door de VMSW van haar beslissing over de conformiteit, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, geven de initiatiefnemer het recht om de werkzaamheden te starten.

De initiatiefnemer brengt de VMSW minstens dertig kalenderdagen voor aanvang van de werkzaamheden op de hoogte van de aanvangsdatum. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging. § 4. Als de initiatiefnemer een subsidie heeft aangevraagd voor een verrichting als vermeld in artikel 4, § 1, 2°, c), van het Financieringsbesluit, heeft de afgifte van het deelattest nummer 1 tot gevolg dat de verrichting in aanmerking kan komen voor subsidiëring binnen de perken van het beschikbare budget, op voorwaarde dat ook deelattesten nummers 2 en 3 afgeleverd worden.

De VMSW neemt een beslissing over de toekenning van de subsidie, vermeld in het eerste lid, nadat de initiatiefnemer haar overeenkomstig paragraaf 3, tweede lid, op de hoogte heeft gebracht van de aanvang van de werkzaamheden.

Art. 28.§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 29 kan de initiatiefnemer voor de werkzaamheden voltooid zijn, zoals blijkt uit de voorlopige oplevering of het dagboek van de werkzaamheden, in het kader van de oprichting van sociale huurwoningen of sociale koopwoningen een indicatief voorstel van prijsberekening bezorgen aan de VMSW. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging.

Als de VMSW van oordeel is dat ze over onvoldoende informatie beschikt om de conformiteit, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, te beoordelen, kan ze bij de initiatiefnemer aanvullende documenten of inlichtingen opvragen. De initiatiefnemer bezorgt de aanvullende documenten of inlichtingen aan de VMSW. § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de ontvangst van alle documenten en inlichtingen, vermeld in paragraaf 1, spreekt de VMSW zich uit over de conformiteit van het indicatieve voorstel van prijsberekening met de prijsnormen.

De VMSW brengt de initiatiefnemer binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, op de hoogte van haar beslissing over de conformiteit, vermeld in het eerste lid. § 3. De initiatiefnemer brengt de VMSW minstens drie maanden voor de voltooiiing van de werkzaamheden op de hoogte van de einddatum. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging.

Art. 29.§ 1. Binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op de dag nadat de werkzaamheden voltooid zijn, zoals blijkt uit de voorlopige oplevering of het dagboek van de werkzaamheden, bezorgt de initiatiefnemer een verklaring van voltooiing van de werkzaamheden en een definitief voorstel van prijsberekening aan de VMSW. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging. De verklaring geldt als aanvraag van het deelattest nummer 2. Op basis van de ontvangen stukken en alle controles die de VMSW nodig acht, onderzoekt de VMSW de conformiteit, vermeld in paragraaf 2, eerste lid.

Als de VMSW van oordeel is dat ze over onvoldoende informatie beschikt om de conformiteit, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, te beoordelen, kan ze bij de initiatiefnemer aanvullende documenten of inlichtingen opvragen. De initiatiefnemer bezorgt de aanvullende documenten of inlichtingen aan de VMSW. § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de ontvangst van alle documenten en inlichtingen, vermeld in paragraaf 1, spreekt de VMSW zich uit over de conformiteit van de uitvoering van de werkzaamheden met de technische normen, en over de conformiteit van het definitieve voorstel van prijsberekening met de prijsnormen.

De VMSW brengt de initiatiefnemer binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, op de hoogte van haar beslissing over de conformiteit, vermeld in het eerste lid. De vaststelling van de conformiteit wordt neergelegd in het deelattest nummer 2, dat in voorkomend geval bij de beslissing van de VMSW gevoegd wordt. § 3. De ontvangst van het deelattest nummer 2, alsook de niet-tijdige kennisgeving door de VMSW van haar beslissing over de conformiteit, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, geven de initiatiefnemers, vermeld in artikel 26, 1°, het recht om over te gaan tot de overdracht, vermeld in artikel 4.1.21 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, respectievelijk de indeplaatsstelling, vermeld in artikel 4.1.22 van het voormelde decreet.

De ontvangst van het deelattest nummer 2, alsook de niet-tijdige kennisgeving door de VMSW van haar beslissing over de conformiteit, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, geven de initiatiefnemers, vermeld in artikel 26, 2°, het recht om over te gaan tot de overdracht, vermeld in artikel 4.1.16, § 3, tweede lid, 2°, van het decreet Grond- en Pandenbeleid, respectievelijk de indeplaatsstelling, vermeld in artikel 4.1.16, § 3, vierde lid, 2°, van het voormelde decreet.

Art. 30.§ 1. Binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de overdracht of indeplaatsstelling, vermeld in artikel 29, § 3, brengt de initiatiefnemer de VMSW op de hoogte van de overdracht of indeplaatsstelling. De VMSW bezorgt de initiatiefnemer een ontvangstbevestiging. De kennisgeving geldt als aanvraag van het deelattest nummer 3.

Als de VMSW van oordeel is dat ze over onvoldoende informatie beschikt om de regelmatigheid, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, te beoordelen, kan ze bij de initiatiefnemer aanvullende documenten of inlichtingen opvragen. De initiatiefnemer bezorgt de aanvullende documenten of inlichtingen aan de VMSW. § 2. Binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de ontvangst van alle documenten en inlichtingen, vermeld in paragraaf 1, spreekt de VMSW zich uit over de regelmatigheid van de overdracht of indeplaatsstelling, vermeld in artikel 29, § 3.

De VMSW brengt de initiatiefnemer binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, op de hoogte van haar beslissing over de regelmatigheid, vermeld in het eerste lid. De vaststelling van de regelmatigheid wordt neergelegd in het deelattest nummer 3, dat in voorkomend geval bij de beslissing van de VMSW gevoegd wordt.

De VMSW bezorgt het vergunningverlenende bestuursorgaan een afschrift van het deelattest nummer 3. § 3. De ontvangst van het deelattest nummer 3, alsook de niet-tijdige kennisgeving door de VMSW van haar beslissing over de regelmatigheid, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, impliceren de regelmatige uitvoering van de sociale last door de initiatiefnemers, vermeld in artikel 26, 1°.

De ontvangst van het deelattest nummer 3, alsook de niet-tijdige kennisgeving door de VMSW van haar beslissing over de regelmatigheid, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, impliceren de regelmatige vrijwillige realisatie van sociale huur- of koopwoningen door de initiatiefnemers, vermeld in artikel 26, 2°. § 4. De toegekende subsidie, vermeld in artikel 28, § 4, tweede lid, wordt uitbetaald na de afgifte van het deelattest nummer 3.

Art. 31.§ 1. Er wordt een technische commissie opgericht, die belast wordt met de advisering van de VMSW over : 1° de bezwaren tegen de weigering van de VMSW om een van de deelattesten, vermeld in deze afdeling, af te geven;2° de verzoeken tot heroverweging van adviezen of beslissingen van de VMSW over een uitvoeringsdossier of een gunningsdossier, vermeld in artikel 24. De technische commissie wordt als volgt samengesteld : 1° één vertegenwoordiger van de VMSW;2° één vertegenwoordiger van Wonen-Vlaanderen;3° één vertegenwoordiger, voorgedragen door representatieve organisaties die de belangen ter harte nemen van de initiatiefnemers, vermeld in artikel 1, 10°, h) en i). Het voorzitterschap en het secretariaat van de technische commissie worden waargenomen door de VMSW. § 2. De initiatiefnemer van wie de aanvraag van een van de deelattesten, vermeld in deze afdeling, geweigerd wordt, kan daartegen bezwaar aantekenen bij de technische commissie.

Het bezwaar wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending, gericht aan de technische commissie op het adres van de VMSW. De technische commissie bezorgt de VMSW zijn gemotiveerd advies over het bezwaar binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening van het bezwaarschrift, en brengt de initiatiefnemer binnen dezelfde termijn met een beveiligde zending op de hoogte.

Als de technische commissie vanwege de onvolledigheid van het bezwaarschrift bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Een weigering van de VMSW om een deelattest af te geven is definitief als binnen dertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing door de VMSW, geen bezwaar is ingesteld, bij een ongunstig advies van de technische commissie over het bezwaar of bij gebrek aan een advies van de technische commissie binnen de termijn van vijfenveertig kalenderdagen, vermeld in het tweede lid.

Binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de betekening van het gunstige advies, vermeld in het tweede lid, brengt de VMSW de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte van haar beslissing over het al of niet verlenen van het deelattest in kwestie, dat in voorkomend geval bij de beslissing van de VMSW gevoegd wordt.

Art. 32.De minister kan een model vaststellen van : 1° het deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27, § 2, tweede lid;2° het deelattest nummer 2, vermeld in artikel 29, § 2, tweede lid;3° het deelattest nummer 3, vermeld in artikel 30, § 2, tweede lid.

Art. 33.In afwijking van artikel 27, 28 en 29 spreekt de VMSW zich uit over de conformiteit van het voorstel van prijsberekening met de prijsnormen waaraan sociale woningen moesten voldoen voor 1 januari 2013 als op die datum een aanvraag tot afgifte van deelattest nummer 1 aan de VMSW is bezorgd. Afdeling 2. - Storting van een bijdrage aan de gemeente ter uitvoering

van een last inzake bescheiden woonaanbod

Art. 34.Voor de toepassing van artikel 4.2.8, eerste lid, van het decreet Grond- en Pandenbeleid wordt het geïndexeerde bedrag, vastgesteld overeenkomstig artikel 5, § 2, tweede lid, 1° en 2°, van het Financieringsbesluit, beschouwd als het forfaitaire bedrag voor het grondaandeel bij de aankoop van een bestaande woning waaraan hoogstens beperkte investeringen moeten worden gedaan voor ze ter beschikking kan worden gesteld als sociale huurwoning. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16

juni 1998 tot aanmoediging van projecten inzake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap in sociale woonwijken

Art. 35.In artikel 20, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998 tot aanmoediging van projecten inzake het zelfstandig wonen van personen met een fysieke handicap in sociale woonwijken, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt de zinsnede « artikel 4, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten » vervangen door de zinsnede « artikel 6 van het Procedurebesluit Wonen ». Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29

september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdrachten van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode

Art. 36.In bijlage V, artikel 1, bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdrachten van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt de zinsnede « het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten, van toepassing, en wordt daarnaast verstaan onder het Programmatiebesluit : het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten » vervangen door de woorden « het Procedurebesluit Wonen van toepassing ».

Art. 37.In bijlage V, artikel 11, § 2, en § 3, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009, wordt de zinsnede « bij of krachtens artikel 50/1 van het Programmatiebesluit » vervangen door de zinsnede « krachtens artikel 3, § 1, van het Procedurebesluit Wonen ». Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21

september 2007 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid

Art. 38.In artikel 6, § 3, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2010 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt de zinsnede « voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten » vervangen door de zinsnede « , vermeld in artikel 6, van het Procedurebesluit Wonen ». Afdeling 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7

oktober 2011 betreffende de werking en het beheer van het Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant en tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van de Vlaamse Wooncode

Art. 39.In artikel 6, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011 betreffende de werking en het beheer van het Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant en tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt de zinsnede « het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten » vervangen door de zinsnede « het Financieringsbesluit ». Afdeling 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13

januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen

Art. 40.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren en de private actoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt punt 7° /2 opgeheven.

Art. 41.In artikel 8/1, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt de zinsnede « bijlage 1 bij het Programmatiebesluit » vervangen door de woorden « de bijlage bij het Procedurebesluit Wonen ».

Art. 42.In artikel 8/2, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt de zinsnede « bijlage 1 bij het Programmatiebesluit » vervangen door de woorden « de bijlage bij het Procedurebesluit Wonen ».

Art. 43.In artikel 33/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, wordt de zinsnede « bijlage 1 bij het Programmatiebesluit » vervangen door de woorden « de bijlage bij het Procedurebesluit Wonen ». Afdeling 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van

21 december 2012 houdende de financiering van verrichtingen in het kader van sociale woonprojecten en de daaraan verbonden werkingskosten

Art. 44.In artikel 1 van het Financieringsbesluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een punt 1° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 1° /1 aanpassingswerken aan de woonomgeving : werkzaamheden met betrekking tot de gehele of gedeeltelijke heraanleg van wooninfrastructuur in het kader van een renovatieproject voor woningen van een wijk of buurt waaraan een initiatiefnemer deelneemt via de renovatie van een of meer woningen in de wijk of buurt die hem toebehoren, met uitzondering van de normale onderhouds- en instandhoudingswerken;»; 2° er wordt een punt 6° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 6° /1 bouwrijp maken : het voor bebouwing geschikt maken van bouwpercelen bestemd voor het woonproject, inbegrepen de opmaak van een stedenbouwkundige studie, met uitzondering van de sloop en de infrastructuurwerken;»; 3° er wordt een punt 10° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 10° /1 infrastructuurwerken : de hiernavolgende werken, voor zover ze bestemd en noodzakelijk zijn voor de bruikbaarheid van het woonproject : a) de wegenuitrusting, met name het aanleggen en het geschikt maken van de toegangs- en circulatieruimten voor alle verkeersdeelnemers, alsook de parkeerplaatsen, fietsenstallingen en de vaste constructies binnen de toegangs- en circulatieruimten;b) het rioleringsnet, met name het aanleggen en het geschikt maken van de waterafvoerleiding tot het dichtstbijzijnde lozingspunt, de wachtbuizen voor de aansluiting van de woningen, alsook de gemalen, zuiveringsstations en andere, op advies van de VMSW noodzakelijk geachte voorzieningen voor de normale waterafvoer of ter voorkoming van de verontreiniging door afvalwater;c) de functioneel aangepaste openbare verlichting en de daarbij horende netuitbreiding;d) het watervoorzieningsnet, met name het aanleggen en het uitrusten van de uitbreiding van het waterbedelingsnet, uitgezonderd de huisaansluitingen, maar met inbegrip van de hydranten;e) de omgevingswerken, hoofdzakelijk omvattende groenvoorzieningen, verhardingen voor niet-gemotoriseerd verkeer en recreatief gebruik, al dan niet vast straatmeubilair en speeltuigen, vaste constructies voor plant-, water- en speelvakken en eventueel andere bijkomende werken, zoals plaatselijke draineringen, beperkte parkeeroppervlakten, met uitsluiting van werken van burgerlijke bouwkunde;»; 4° punt 14° wordt opgeheven;5° er wordt een punt 19° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 19° /1 sloop : de sloop van een of meer constructies, alsook de uitvoering van werken die er integrerend deel van uitmaken, zoals onder meer het wegnemen van leidingen, het uitvoeren van beveiligingswerken en het afwerken van de door de sloop vrijgekomen gevels van belendende gebouwen;».

Art. 45.In artikel 7, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede « bij of krachtens artikel 50/1 van het Programmatiebesluit » vervangen door de zinsnede « krachtens artikel 3, § 1, van het Procedurebesluit Wonen ».

Art. 46.In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede « neemt de VMSW uiterlijk dertig kalenderdagen na de goedkeuring van het gunningsdossier, vermeld in artikel 19, § 2, tweede lid, van het Programmatiebesluit op basis van het gunningsverslag een beslissing over de toekenning van de tenlasteneming of de subsidie » vervangen door de zinsnede « geldt de goedkeuring door de VMSW van het gunningsdossier, vermeld in artikel 20 van het Procedurebesluit Wonen, als beslissing tot toekenning van de tenlasteneming of de subsidie »;2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;3° paragraaf 2 wordt opgeheven.

Art. 47.In artikel 22, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « uiterlijk dertig kalenderdagen na de aanvraag » vervangen door de zinsnede « binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op de dag na het advies waarin wordt vastgesteld dat het gunningsdossier voor de realisatie of instandhouding van sociale koopwoningen in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen, vermeld in artikel 20 van het Procedurebesluit Wonen, »;2° in het tweede lid wordt het woord « betekend » vervangen door het woord « bezorgd » en wordt het woord « betekening » vervangen door het woord « ontvangst »;3° in paragraaf 2 en paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden « met een beveiligde zending » telkens opgeheven.

Art. 48.In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Als voor een verrichting als vermeld in artikel 4, § 1, 2°, c), een subsidie is aangevraagd, neemt de VMSW binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op de dag na het advies waarin wordt vastgesteld dat het gunningsdossier voor de realisatie of instandhouding van sociale koopwoningen in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen, vermeld in artikel 20 van het Procedurebesluit Wonen, een beslissing over de toekenning van de subsidie. Als er geen gunningsdossier of gunningsverslag is vereist, neemt de VMSW binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de bestelling van de werkzaamheden een beslissing over de toekenning van de subsidie.

De beslissing over de toekenning van de subsidie wordt samen met het advies over het gunningsdossier aan de initiatiefnemer bezorgd. De verzending van de beslissing tot toekenning van de subsidie geldt als belofte van subsidie. ».

Art. 49.Aan hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 4, die bestaat uit een artikel 25/1, toegevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling 4. Beoordeling van de ligging in een bestaande woonkern

Art. 25/1.§ 1. Het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen van het Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed oordeelt of een project in een bestaande woonkern ligt. Het levert daarvoor een attest « ligging in een bestaande woonkern » af. § 2. De initiatiefnemer kan het agentschap, vermeld in paragraaf 1, een aanvraag voor een attest « ligging in een bestaande woonkern » bezorgen.

Binnen een termijn van dertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, oordeelt het agentschap of het project in een bestaande woonkern ligt. Het agentschap voert de beslissing in het Projectportaal, vermeld in artikel 1, 17°, van het Procedurebesluit Wonen, in en brengt de initiatiefnemer op de hoogte. De vaststelling van de ligging in een bestaande woonkern wordt neergelegd in een attest, dat in voorkomend geval bij de beslissing van het agentschap gevoegd wordt.

Als het agentschap vanwege de onvolledigheid van de aanvraag bijkomende documenten of inlichtingen moet opvragen, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de ontvangst van de bijkomende documenten of inlichtingen.

Als het agentschap niet tijdig een beslissing neemt, wordt het project geacht in een bestaande woonkern te liggen. § 3. De initiatiefnemer van wie de aanvraag voor een attest « ligging in een bestaande woonkern » afgewezen wordt, kan daartegen beroep aantekenen.

Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingediend met een beveiligde zending op het adres van het agentschap, vermeld in paragraaf 1. De minister doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift.

Een weigering van Wonen-Vlaanderen om een attest « ligging in een bestaande woonkern » af te geven is definitief als binnen dertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing door het agentschap, geen beroep is ingesteld, bij een negatieve uitspraak van de minister over het beroep of bij gebrek aan een uitspraak binnen de termijn van vijfenveertig kalenderdagen, vermeld in het tweede lid.

Het agentschap voert de beslissing van de minister over het beroep in het Projectportaal, vermeld in artikel 1, 17°, van het Procedurebesluit Wonen, in en brengt de initiatiefnemer met een beveiligde zending op de hoogte. In voorkomend geval wordt een attest « ligging in een bestaande woonkern » bij de beslissing van de minister gevoegd.

Als vanwege de onvolledigheid van het dossier bijkomende documenten of inlichtingen opgevraagd moeten worden, wordt de vervaltermijn, vermeld in het tweede lid, geschorst. De termijn begint opnieuw te lopen op de zevende kalenderdag na de betekening met een beveiligde zending van de bijkomende documenten of inlichtingen. ».

Art. 50.In artikel 35, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zin « Die bedragen worden vastgesteld op de datum waarop de VMSW beslist de subsidie toe te kennen. » vervangen door de zin « Die bedragen worden vastgesteld op de datum van de verwerving. ». HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

Art. 51.Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma's in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009, 30 oktober 2009, 1 oktober 2010, 20 mei 2011, 7 oktober 2011, 16 maart 2012 en 21 december 2012, wordt opgeheven.

Art. 52.De beoordelingscommissie komt voor de eerste keer bijeen in de maand februari van 2014.

Met behoud van de toepassing van artikel 21, § 3, en artikel 22 komen de verrichtingen die op 31 december 2013 aan elk van de volgende voorwaarden voldoen, in aanmerking voor opname in de meerjarenplanning : 1° de verrichting is opgenomen op de effectieve lijst of op de reservelijst van een van de uitvoeringsprogramma's voor de jaren 2009 tot en met 2013 of van het ontwerp van uitvoeringsprogramma voor het jaar 2014;2° de VMSW heeft in haar advies vastgesteld dat het voorontwerp voor de verrichting in overeenstemming is met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen;3° voor de verrichting zijn nog geen middelen op een jaarbudget toegewezen. Met behoud van de toepassing van artikel 21, § 3, en artikel 22 komen de verrichtingen die op 31 december 2013 aan elk van de volgende voorwaarden voldoen, in aanmerking voor opname in de kortetermijnplanning : 1° de verrichting is opgenomen op de effectieve lijst of op de reservelijst van een van de uitvoeringsprogramma's voor de jaren 2009 tot en met 2013 of van het ontwerp van uitvoeringsprogramma voor het jaar 2014;2° de VMSW heeft in haar advies vastgesteld dat het uitvoeringsdossier voor de verrichting in overeenstemming is met de technische normen en, in voorkomend geval, de prijsnormen;3° voor de verrichting zijn nog geen middelen op een jaarbudget toegewezen. De VMSW stelt een lijst op van aangemelde projecten die voor 1 januari 2014 besproken zijn op het lokaal woonoverleg, die niet opgenomen zijn op een van de lijsten, vermeld in het tweede lid, 1°, en waarvoor Wonen-Vlaanderen krachtens het besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 51, voor 1 januari 2014 geadviseerd heeft ze op te nemen op een uitvoeringsprogramma. Deze lijst wordt beschouwd als de Projectenlijst, vermeld in artikel 12. De projecten in kwestie wordt geacht fase 1, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 2, te hebben doorlopen.

Art. 53.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014.

Art. 54.De Vlaamse minister, bevoegd voor wonen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 25 oktober 2013.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, F. VAN DEN BOSSCHE

Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten.

Prijsnormen voor sociale woningen en sociale kavels gerealiseerd ter uitvoering van een sociale last en voor de vrijwillig gerealiseerde sociale woningen als vermeld in artikel 4.1.16 van het decreet Grond- en Pandenbeleid HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In deze bijlage wordt verstaan onder Overdrachtenbesluit : het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode. HOOFDSTUK 2. - Sociale huurwoningen Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 2.Aan de bepalingen van dit hoofdstuk zijn onderworpen : 1° de verkoopprijs van sociale huurwoningen die gerealiseerd zijn ter uitvoering van een sociale last, en die overeenkomstig het cascadesysteem, vermeld in artikel 4.1.21, § 1, eerste lid, van het decreet Grond- en Pandenbeleid, verkocht worden; 2° de verkoopprijs van sociale huurwoningen die gerealiseerd zijn met toepassing van artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid.

Art. 3.De verkoopprijs, vermeld in artikel 2, is gelijk aan de som, afgerond op het eerstvolgende veelvoud van 100 euro, van : 1° de verkoopprijs van de grond, vastgesteld overeenkomstig afdeling 2;2° de verkoopprijs van de woningen, vastgesteld overeenkomstig afdeling 3. De initiatiefnemer kan de vergoeding, verschuldigd met toepassing van hoofdstuk 2, afdeling 6, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren en de private actoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, toevoegen aan die verkoopprijs. Afdeling 2. - De verkoopprijs van de grond

Art. 4.De verkoopprijs van de grond bij sociale huurwoningen is gelijk aan de som van : 1° de kostprijs van de grond, vermeld in artikel 5 van deze bijlage;2° de extra kosten bij de verkoop van de grond, vermeld in artikel 6 van deze bijlage;3° de btw op de kostprijs van de grond.

Art. 5.De kostprijs van de grond wordt vastgesteld binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op de dag nadat de werkzaamheden voltooid zijn, zoals blijkt uit de voorlopige oplevering of het dagboek van de werkzaamheden en is maximaal gelijk aan het prijsplafond, vastgesteld overeenkomstig artikel 5, § 2, eerste tot en met derde lid, van het Financieringsbesluit.

Art. 6.De extra kosten bij de verkoop van de grond zijn de reële uitgaven, inclusief btw, vermeld in artikel 5, § 3, eerste lid, van het Financieringsbesluit.

De extra kosten worden beperkt tot 2% van de kostprijs van de grond, vermeld in artikel 5 van deze bijlage. Afdeling 3. - De verkoopprijs van de woningen

Art. 7.De verkoopprijs van de woningen is gelijk aan de som van : 1° de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 8 van deze bijlage;2° de studiekosten, vermeld in artikel 9 van deze bijlage;3° de btw op de kostprijs en op de studiekosten.

Art. 8.De kostprijs van de bouw van de woningen wordt vastgesteld binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op de dag nadat de werkzaamheden voltooid zijn, zoals blijkt uit de voorlopige oplevering of het dagboek van de werkzaamheden, en is maximaal gelijk aan het prijsplafond dat overeenkomstig artikel 7, § 2, eerste lid, van het Financieringsbesluit wordt vastgesteld.

Art. 9.De studiekosten zijn de reële uitgaven, exclusief btw, vermeld in artikel 6, § 3, eerste lid, van het Financieringsbesluit.

De studiekosten worden beperkt tot 10% van de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 8 van deze bijlage.

Art. 10.Als de overnemer daarmee akkoord gaat, kan in de sociale huurwoningen de eindafwerking van een of meer zaken ontbreken.

De niet-uitgevoerde eindafwerking wordt geraamd en in rekening gebracht bij de vaststelling van de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 8 van deze bijlage. HOOFDSTUK 3. - Sociale koopwoningen Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 11.Aan de bepalingen van dit hoofdstuk zijn onderworpen : 1° de verkoopprijs van sociale koopwoningen die gerealiseerd zijn ter uitvoering van een sociale last, en die overeenkomstig artikel 4.1.22 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in naam en voor rekening van de initiatiefnemer aangeboden worden door een sociale huisvestingsmaatschappij; 2° de verkoopprijs van sociale koopwoningen die gerealiseerd zijn met toepassing van artikel 4.1.16, § 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid.

Art. 12.De verkoopprijs, vermeld in artikel 11 van deze bijlage, is gelijk aan de som, afgerond op het eerstvolgende veelvoud van 100 euro, van : 1° de verkoopprijs van de grond, vastgesteld overeenkomstig afdeling 2;2° de verkoopprijs van de woningen, vastgesteld overeenkomstig afdeling 3. De initiatiefnemer kan het gedeelte van de vergoeding, verschuldigd met toepassing van hoofdstuk 2, afdeling 6, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren en de private actoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, dat 0,5% van de verkoopprijs, vermeld in het eerste lid, overschrijdt, toevoegen aan die verkoopprijs. Afdeling 2. - De verkoopprijs van de grond

Art. 13.De verkoopprijs van de grond wordt vastgesteld per kavel, op basis van de venale waarde van de bouwgrond.

De venale waarde van de bouwgrond wordt geraamd door een instantie als vermeld in artikel 1.2, eerste lid, 14° /1, van het decreet Grond- en Pandenbeleid, zonder rekening te houden met de gevolgen van de sociale last.

Art. 14.De verkoopprijs van de grond is minimaal gelijk aan 50% en maximaal gelijk aan 75% van de venale waarde van de bouwgrond. Afdeling 3. - De verkoopprijs van de woningen

Art. 15.De verkoopprijs van de woningen is gelijk aan de som, inclusief btw, van : 1° de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 16 van deze bijlage;2° de kosten van meerwerken, vermeld in artikel 17 van deze bijlage;3° de studiekosten, vermeld in artikel 18 van deze bijlage;4° de afwerkingskosten, vermeld in artikel 19 van deze bijlage;5° de provisie-, werkings- en financieringskosten, vermeld in artikel 20 van deze bijlage.

Art. 16.De kostprijs van de bouw van de woningen is gelijk aan de reële gunningsprijs na openbare aanbesteding van de bouw van de woningen overeenkomstig de overheidsopdrachtenwetgeving, met inbegrip van de contractuele prijsherzieningen. Als niet openbaar wordt aanbesteed, is de kostprijs van de bouw van de woningen maximaal gelijk aan het prijsplafond dat aan de hand van de simulatietabel, vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, 2°, van dit besluit, wordt vastgesteld.

De kostprijs van de bouw van de woningen wordt vastgesteld binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de betekening van het definitieve voorstel van prijsberekening. Als de initiatiefnemer met toepassing van artikel 28, § 1, eerste lid, van dit besluit tijdens de uitvoering van de werkzaamheden een indicatief voorstel van prijsberekening aan de VMSW bezorgt, wordt de kostprijs van de bouw van de woningen vastgesteld binnen een termijn van vijfenveertig kalenderdagen die ingaat op de dag na de betekening van het indicatieve voorstel van prijsberekening.

Art. 17.§ 1. De kosten van meerwerken worden forfaitair vastgesteld op 2% van de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 16 van deze bijlage.

In afwijking van het eerste lid kunnen de kosten van meerwerken meer bedragen dan 2% van de kostprijs van de bouw van de woningen, op voorwaarde dat de initiatiefnemer aantoont dat de meerwerken het gevolg zijn van omstandigheden buiten zijn wil. § 2. Het al dan niet vervuld zijn van de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt beoordeeld door een paritaire ad-hoc commissie die bestaat uit : 1° een vertegenwoordiger van de sociale huisvestingsmaatschappij die bij de verkoop bemiddelt;2° een vertegenwoordiger van de VMSW;3° een vertegenwoordiger van de vastgoedsector. De paritaire ad-hoc commissie wordt samengeroepen en voorgezeten door de VMSW. § 3. In geval van een openbare aanbesteding als vermeld in artikel 16, eerste lid, van deze bijlage, worden de kosten van meerwerken in afwijking van paragraaf 1 en 2 vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van bijlage V bij het Overdrachtenbesluit.

Art. 18.De studiekosten zijn de reële uitgaven, vermeld in artikel 6, § 3, eerste lid, van het Financieringsbesluit.

De studiekosten worden beperkt tot 10% van de som van de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 16 van deze bijlage, en de kosten van meerwerken, vermeld in artikel 17 van deze bijlage.

In geval van een openbare aanbesteding als vermeld in artikel 16, eerste lid, van deze bijlage, worden de studiekosten in afwijking van het eerste lid vastgesteld overeenkomstig artikel 9 van bijlage V bij het Overdrachtenbesluit.

Art. 19.De afwerkingskosten zijn de reële uitgaven, verbonden aan alle nutsleidingen, aansluitingen en omgevingswerken die noodzakelijk zijn voor de afwerking en de bewoonbaarheid van de woningen, verminderd met de eventueel verkregen subsidies voor nutsleidingen, aansluitingen en omgevingswerken. Alle uitgavenposten en alle eventueel verkregen subsidies worden afgerond op het eerstvolgende veelvoud van 100 euro.

De afwerkingskosten, vermeld in het eerste lid, worden op verzoek van de initiatiefnemer forfaitair verhoogd met 1300 euro per opgerichte woning voor onvoorziene kosten.

Art. 20.§ 1. De provisiekosten worden forfaitair vastgesteld op 1% van de som van de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 16 van deze bijlage, de kosten van meerwerken, vermeld in artikel 17 van deze bijlage, de studiekosten, vermeld in artikel 18 van deze bijlage, en de afwerkingskosten, vermeld in artikel 19 van deze bijlage. § 2. De werkingskosten bedragen maximaal 4% van de som van de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 16 van deze bijlage, en de kosten van meerwerken, vermeld in artikel 17 van deze bijlage.

In geval van een openbare aanbesteding als vermeld in artikel 16, eerste lid, van deze bijlage worden de werkingskosten in afwijking van het eerste lid vastgesteld overeenkomstig artikel 11, § 2, van bijlage V bij het Overdrachtenbesluit. § 3. De financieringskosten, hierna K te noemen, worden berekend volgens de volgende formule : K = P x D x R/12, waarbij : 1° P : de helft van de som van de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 16 van deze bijlage, de kosten van meerwerken, vermeld in artikel 17 van deze bijlage, de studiekosten, vermeld in artikel 18 van deze bijlage, en de afwerkingskosten, vermeld in artikel 19 van deze bijlage;2° D : de werkelijke duur van de werkzaamheden, uitgedrukt in volledige maanden, waarbij het aantal restdagen naar boven wordt afgerond, vermeerderd met vier maanden bij appartementen, of vermeerderd met twee maanden bij andere sociale koopwoningen dan appartementen;3° R : al naargelang het geval, een van de volgende rentevoeten : a) als de initiatiefnemer de bouw van de woningen met eigen middelen bekostigt : de gemiddelde rentevoet op korte termijn van de rekening-courant van een sociale huisvestingsmaatschappij bij de VMSW, vermeerderd met 0,50%, berekend over de periode tussen de datum van de aanvang van de werkzaamheden en de datum van de voltooiing van de werkzaamheden, respectievelijk vermeld in het tweede en het derde lid;b) als de initiatiefnemer voor de bouw van de woningen een marktconforme lening aangaat : de gemiddelde rentevoet van een marktconforme lening bij de VMSW, berekend over de periode, vermeld in punt a). De datum van de aanvang van de werkzaamheden is de datum waarop de initiatiefnemer zowel het deelattest nummer 1, vermeld in artikel 27, § 2, tweede lid, van dit besluit, als de vergunning voor de bouw van de woningen verkregen heeft.

De datum van de voltooiing van de werkzaamheden, die blijkt uit de voorlopige oplevering of het dagboek van de werkzaamheden, wordt beperkt op basis van de maximale uitvoeringstermijn, vastgesteld aan de hand van de tabel, vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, 3°, van dit besluit.

Als de verkoopprijs van de sociale koopwoningen vastgesteld wordt voor de werkzaamheden voltooid zijn, worden de financieringskosten berekend overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid, met dien verstande dat onder R verstaan wordt : al naargelang het geval, een van de volgende rentevoeten : 1° als de initiatiefnemer de bouw van de woningen met eigen middelen bekostigt : de gemiddelde rentevoet op korte termijn van de rekening-courant van een sociale huisvestingsmaatschappij bij de VMSW, vermeerderd met 0,50%, berekend over de periode tussen de datum van de aanvang van de werkzaamheden en de datum waarop de verkoopprijs van de sociale koopwoningen wordt vastgesteld, die beperkt wordt op basis van de maximale uitvoeringstermijn, vastgesteld aan de hand van de tabel, vermeld in het vierde lid;2° als de initiatiefnemer voor de bouw van de woningen een marktconforme lening aangaat : de gemiddelde rentevoet van een marktconforme lening bij de VMSW, berekend over de periode, vermeld in punt 1°.

Art. 21.Op voorwaarde dat de VMSW en de bemiddelende sociale huisvestingsmaatschappij, vermeld in artikel 4.1.22 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, daarmee akkoord gaan, kan in de sociale koopwoningen de eindafwerking van een of meer zaken ontbreken.

De niet-uitgevoerde eindafwerking wordt geraamd en in rekening gebracht bij de vaststelling van de kostprijs van de bouw van de woningen, vermeld in artikel 16. HOOFDSTUK 4. - Sociale kavels

Art. 22.De verkoopprijs van sociale kavels die gerealiseerd zijn ter uitvoering van een sociale last, en die overeenkomstig artikel 4.1.22 van het decreet Grond- en Pandenbeleid in naam en voor rekening van de initiatiefnemer aangeboden worden door een sociale huisvestingsmaatschappij, is onderworpen aan de bepalingen van dit hoofdstuk.

Art. 23.De verkoopprijs van sociale kavels wordt vastgesteld per kavel, op basis van de venale waarde van de bouwgrond.

De venale waarde van de bouwgrond wordt geraamd door een instantie als vermeld in artikel 1.2, eerste lid, 14° /1, van het decreet Grond- en Pandenbeleid, zonder rekening te houden met de gevolgen van de sociale last.

Art. 24.De verkoopprijs van een sociale kavel is minimaal gelijk aan 50% en maximaal gelijk aan 85% van de venale waarde van de bouwgrond.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013 houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten.

Brussel, 25 oktober 2013.

De Minister-President van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse Minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, F. VAN DEN BOSSCHE

^