Besluit Van De Vlaamse Regering van 26 februari 2016
gepubliceerd op 12 april 2016

Besluit van de Vlaamse Regering houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap

bron
vlaamse overheid
numac
2016035423
pub.
12/04/2016
prom.
26/02/2016
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2016035423

VLAAMSE OVERHEID


26 FEBRUARI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, artikel 8, 2°, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de residentiële en semiresidentiële voorzieningen voor personen met een handicap;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de nadere regels, toepasselijk op de opschorting en de intrekking van de erkenning van de residentiële en semiresidentiële voorzieningen voor personen met een handicap;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 januari 1971 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de tehuizen van kort verblijf ten behoeve van gehandicapten;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 1973 tot bepaling van de te volgen gemeenschappelijke regels voor de vaststelling van de toelagen per dag toegekend voor onderhoud, opvoeding en behandeling van minderjarigen en van gehandicapten geplaatst ten laste van de openbare besturen;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 1975 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de centra voor observatie, oriëntering en medische, psychologische en pedagogische behandeling van gehandicapten, evenals van de bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud, de opvoeding en de behandeling van de gehandicapten die er geplaatst zijn ten laste van de openbare besturen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 tot bepaling van het bedrag, de voorwaarden voor de toekenning en de wijze van vereffening van een vrij besteedbaar bedrag voor minderjarigen aan wie residentiële jeugdhulpverlening wordt geboden in voorzieningen die erkend zijn en gesubsidieerd worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;

Gelet op het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling wat betreft het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud en de behandeling van de gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen;

Gelet op het ministerieel besluit van 18 juni 1975 tot bepaling van de te volgen regels voor de vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming uit het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten in de kosten voor onderhoud, opvoeding en behandeling van gehandicapten die geplaatst zijn in inrichtingen die onder het stelsel van het semi-internaat werken;

Gelet op het ministerieel besluit van 20 oktober 1989 houdende vaststelling van de arbeidsdagen zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 maart 1973 tot bepaling van de te volgen gemeenschappelijke regels voor de vaststelling van de toelagen per dag toegekend voor onderhoud, opvoeding en behandeling van minderjarigen en van gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen;

Gelet op het ministerieel besluit van 25 oktober 1989 tot vaststelling van de arbeidsdagen zoals bedoeld in artikel 5 van het ministerieel besluit van 18 juni 1975 tot bepaling van de te volgen regels voor de vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming uit het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten in de kosten voor onderhoud, opvoeding en behandeling van gehandicapten die geplaatst zijn in inrichtingen die onder het stelsel van het semi-internaat werken;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 21 oktober 2015;

Gelet op advies 58.797/1 van de Raad van State, gegeven op 11 februari 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° agentschap : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;2° collectief overlegorgaan : het overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;3° collectieve inspraak : de collectieve inspraak, vermeld in artikel 30 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;4° decreet van 12 juli 2013 : het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;5° gebruiker : de minderjarige persoon met een handicap die beschikt over een indicatiestelling als vermeld in artikel 20 van het decreet van 12 juli 2013;6° MFC : een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2 van dit besluit;ministerieel besluit van 1 maart 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 01/03/2012 pub. 11/06/2014 numac 2014009320 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende overdracht van bepaalde bevoegdheden voorzien in het Gerechtelijk Wetboek en inzake de magistratuur en personeel in hoven en rechtbanken sluiten : het ministerieel besluit van 1 maart 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 01/03/2012 pub. 11/06/2014 numac 2014009320 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende overdracht van bepaalde bevoegdheden voorzien in het Gerechtelijk Wetboek en inzake de magistratuur en personeel in hoven en rechtbanken sluiten houdende vaststelling van de ondersteuningsvelden;8° module : een duidelijk afgelijnde eenheid van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 2, § 1, 38°, van het decreet van 12 juli 2013, en in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2005 betreffende de modulering in de integrale jeugdhulp.

Art. 2.Het agentschap kan binnen de grenzen van de kredieten die daarvoor ingeschreven zijn op de begroting, multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap erkennen en subsidiëren. HOOFDSTUK 2. - Erkenning

Art. 3.Om erkend te worden en te blijven, moet een MFC voldoen aan de bepalingen, vermeld in dit hoofdstuk en hoofdstuk 3, 4 en 5 van dit besluit.

Art. 4.Een MFC wordt erkend voor een aantal personeelspunten.

Per functie wordt per voltijdsequivalent een puntwaarde vastgesteld.

De tabel 1, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, geeft per voltijdsequivalent per functie het aantal personeelspunten aan.

De erkenningen of de wijzigingen van erkenning worden toegekend conform de bepalingen van hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

Art. 5.§ 1. Een MFC voorziet, wat betreft de infrastructuur en basisuitrusting die het ter beschikking stelt aan gebruikers, in veilige en aangepaste accommodatie waarbij de privacy van de gebruiker gegarandeerd wordt. De infrastructuur moet voldoende verwarmd, verlicht en geventileerd zijn. § 2. Een MFC neemt maatregelen voor brandpreventie.

Voor gebouwen waarin verblijf aangeboden wordt, en voor lokalen voor schoolaanvullende dagopvang of schoolvervangende dagopvang, beschikt een MFC over een brandweerverslag over de brandveiligheid van het gebouw. HOOFDSTUK 3. - Doelgroep

Art. 6.Een MFC richt zich tot de doelgroepen die bepaald zijn in de modulering van het MFC.

Art. 7.Een MFC kan gebruikers opnemen tot en met de leeftijd van eenentwintig jaar.

Art. 8.Een MFC biedt ondersteuning aan gebruikers die beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 26, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 12 juli 2013, voor de niet rechtstreeks toegankelijke modules dagopvang, verblijf of begeleiding of diagnostiek voor voorzieningen met een specifieke diagnostische opdracht.

Een MFC continueert de ondersteuning van de opgenomen gebruikers met een beslissing tot toewijzing van ondersteuningsveld Z11, Z25, Z30 of Z35 als vermeld in het ministerieel besluit van 1 maart 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 01/03/2012 pub. 11/06/2014 numac 2014009320 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende overdracht van bepaalde bevoegdheden voorzien in het Gerechtelijk Wetboek en inzake de magistratuur en personeel in hoven en rechtbanken sluiten.

Er kan ook ondersteuning geboden worden aan gebruikers die van modules gebruikmaken waarvoor alleen een indicatiestellingsverslag van niet rechtstreeks toegankelijke hulp nodig is als vermeld in artikel 21, eerste lid, 2°, van het decreet van 12 juli 2013.

Art. 9.§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder FAM : een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap. § 2. De gebruiker die in een MFC verblijft en de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt, kan verder ondersteund worden door een MFC tot en met de leeftijd van vijfentwintig jaar in de volgende gevallen : 1° de gebruiker komt niet in aanmerking voor opvang door een FAM;2° de gebruiker komt in aanmerking voor opvang door een FAM, maar wil er op korte termijn geen gebruik van maken;3° de gebruiker komt in aanmerking voor opvang door een FAM, heeft een zware ondersteuningsnood en heeft nog geen plaats in een FAM. § 3. De opname van de gebruiker, vermeld in paragraaf 2, 1° en 2°, heeft tot doel : 1° de afronding van zijn schoolloopbaan;2° de versterking van het netwerk van de jongvolwassene, met het oog op een zo groot mogelijke autonomie en zelfzorg en op een zo inclusief mogelijke opvang;3° de begeleide doorstroom naar gezondheids- of welzijnsvoorzienigen of, in voorkomend geval, naar een FAM. De gebruiker die in een MFC met module diagnostiek verblijft en de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt, kan in dat MFC blijven ter afronding van zijn traject dat maximaal zesendertig maanden duurt. § 4. In het geval, vermeld in paragraaf 2, 3°, moet de gebruiker beschikken over een beslissing tot toewijzing van ondersteuningsveld Z71, Z76, Z80, of Z85 als vermeld in het ministerieel besluit van 1 maart 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 01/03/2012 pub. 11/06/2014 numac 2014009320 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende overdracht van bepaalde bevoegdheden voorzien in het Gerechtelijk Wetboek en inzake de magistratuur en personeel in hoven en rechtbanken sluiten. HOOFDSTUK 4. - Opdracht

Art. 10.§ 1. Multifunctionele centra kunnen modules met de volgende ondersteuningsfuncties aanbieden : 1° verblijf;2° schoolaanvullende dagopvang;3° schoolvervangende dagopvang;4° begeleiding;5° diagnostiek. § 2. Verblijf als vermeld in paragraaf 1, 1°, is een verblijf met overnachting in een multifunctioneel centrum, met inbegrip van opvang en ondersteuning gedurende de ochtend- en avonduren.

Verblijf wordt uitgedrukt in nachten. § 3. Schoolaanvullende dagopvang als vermeld in paragraaf 1, 2°, is het aanbieden van handicapspecifieke opvang overdag zonder schoolvervangend karakter, gericht op het stimuleren van de ontwikkelingskansen en van de ontwikkelingsmogelijkheden van de gebruiker.

Schoolaanvullende dagopvang wordt uitgedrukt in dagdelen. Een dagdeel is de voor- of de namiddag. § 4. Schoolvervangende dagopvang als vermeld in paragraaf 1, 3°, is de dagopvang waarbij er een alternatief programma wordt aangeboden, zo veel mogelijk in samenwerking en in afstemming met een onderwijsinstelling.

Schoolvervangende dagopvang wordt uitgedrukt in dagdelen. Een dagdeel is de voor- of de namiddag. § 5. Begeleiding als vermeld in paragraaf 1, 4°, omvat de algemene psychosociale ondersteuning of ADL-ondersteuning, zowel mobiel als ambulant, aan de gebruiker of zijn context. Onder mobiele begeleiding wordt verstaan dat de begeleiding van een multifunctioneel centrum zich verplaatst naar de gebruiker of zijn context. Onder ambulante begeleiding wordt verstaan dat de gebruiker of context zich verplaatst naar een multifunctioneel centrum.

Elk MFC moet minimaal ambulante of mobiele begeleiding aanbieden.

Begeleiding wordt uitgedrukt in uren. § 6. Diagnostiek als vermeld in paragraaf 1, 5°, omvat het uitvoeren van handelingsgerichte diagnostiek al dan niet met classificatie bij de gebruiker en zijn context.

Om de typemodule diagnostiek te kunnen aanbieden, moet een multifunctioneel centrum beschikken over een (kinder)psychiater of (kinder)neuroloog.

In het tweede lid wordt verstaan onder typemodule : een afgelijnde eenheid van jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 2, § 1, 53°, van het decreet van 12 juli 2013, en artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2005 betreffende de modulering in de integrale jeugdhulp. § 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan de ondersteuningsfuncties, vermeld in dit artikel, wijzigen of kan nieuwe ondersteuningsfuncties bepalen ingevolge wijzigingen van de modules met toepassing van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2005 betreffende de modulering in de integrale jeugdhulp.

Art. 11.Een MFC maakt, binnen de geldigheidsduur van de toegewezen modules, een vlotte combinatie of overgang mogelijk tussen de ondersteuningsfuncties verblijf, schoolaanvullende dagopvang, schoolvervangende dagopvang, begeleiding of diagnostiek.

Naargelang de behoeften in een individueel traject kunnen modules ook gecombineerd worden.

Art. 12.Als verblijf en schoolaanvullende of schoolvervangende dagopvang samen worden aangeboden, moet er in volwaardige maaltijden voorzien worden.

Als een volledige dag schoolaanvullende of schoolvervangende dagopvang wordt aangeboden, moet een MFC in de mogelijkheid zijn een volwaardige maaltijd te verstrekken op verzoek van de gebruiker.

Art. 13.De gebruiker of zijn wettelijke vertegenwoordiger die zelf een woning huurt of wenst te huren, kan een MFC om begeleiding vragen bij het voorbereiden, afsluiten en opvolgen van de huurovereenkomst.

Art. 14.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan bepalen dat een MFC over beleidsmatig relevante topics cijfermatig of inhoudelijk moet rapporteren.

Art. 15.Een MFC bezorgt aan het agentschap de wettelijk vereiste gegevens, vermeld in artikel 73 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2010 houdende de uitvoering van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering.

Het agentschap bepaalt de wijze waarop die gegevens doorgegeven worden. HOOFDSTUK 5. - Subsidiëring Afdeling 1. - Subsidiëring door het agentschap

Art. 16.Het agentschap bepaalt, binnen de grenzen van de kredieten die daarvoor ingeschreven zijn op de begroting, per MFC : 1° het aantal personeelspunten waarvoor een MFC erkend wordt;2° de werkingssubsidies van een MFC;3° in voorkomend geval het hoogste bedrag voor de werkingssubsidies voor vervoer waarop het MFC gedurende de drie kalenderjaren voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit recht had met toepassing van artikel 2 § 5 van het ministerieel besluit van 18 juni 1975 tot bepaling van de te volgen regels voor de vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming uit het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten in de kosten voor onderhoud, opvoeding en behandeling van gehandicapten die geplaatst zijn in inrichtingen die onder het stelsel van het semi-internaat werken; Het agentschap bepaalt per MFC het aantal begeleidingsovereenkomsten die geregistreerd zijn tijdens het jaar voor de instap in het experiment MFC, dat opgezet werd vanaf 2012 en werd georganiseerd op basis van beheersovereenkomsten als vermeld in artikel 7/1, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1995 tot vaststelling van de voorwaarden en maatregelen volgens welke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap bijzondere subsidies aan voorzieningen kan toekennen. Dat aantal geldt als referentie voor het te realiseren aantal begeleidingsovereenkomsten, vermeld in artikel 36 van dit besluit. Bij de bepaling van het aantal begeleidingsovereenkomsten wordt geen rekening gehouden met de gebruikers die opgenomen zijn via een persoonsvolgend convenant dat gesloten is met toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap.

Art. 17.Minstens 75% van het puntenpakket in erkenning wordt besteed aan functies van zorggebonden personeel.

Art. 18.Met behoud van de toepassing van artikel 17 kan een MFC, met behoud van het aantal personeelspunten in de erkenning, personeelspunten overdragen aan een ander MFC. De overdracht van personeelspunten vindt pas plaats na overleg met de werknemersvertegenwoordiging van het MFC. Op verzoek van het agentschap bewijst het MFC het resultaat van het overleg met de werknemersvertegenwoordiging.

De betrokken MFC's staan zelf in voor de onderlinge verrekening van de overgedragen personeelspunten door middel van de elektronische uitwisseling van personeelsgegevens met het agentschap.

Art. 19.Een MFC kan maximaal 10% van de personeelspunten omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.

Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks door het agentschap bepaald door de totale gesubsidieerde personeelskosten van de voorzieningen erkend en gesubsidieerd door het agentschap te delen door het totale aantal gesubsidieerde personeelspunten.

Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt alleen gesubsidieerd op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag voorafgaand overleg is gepleegd met het collectief overlegorgaan of dat er collectieve inspraak is geweest en dat er een schriftelijke overeenkomst met de werknemersvertegenwoordiging is, en er aan deze overlegkanalen transparantie is geboden over de aanwending. Op verzoek van het agentschap bewijst het MFC het resultaat van het overleg met het collectief overlegorgaan of collectieve inspraak en het schriftelijk akkoord met de werknemersvertegenwoordiging.

Als een MFC 5% of minder dan 5% van de personeelspunten omzet in werkingsmiddelen, dan is er geen schriftelijke overeenkomst met de werknemersvertegenwoordiging vereist. In dat geval volstaat voorafgaand overleg met de genoemde overlegkanalen met het oog op transparantie over de aanwending.

Het bedrag, vermeld in het eerste lid, mag niet aangewend worden voor reservevorming als vermeld in artikel 30. De besteding van het bedrag mag evenwel gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar."

Art. 20.De personeelssubsidies worden gesubsidieerd conform de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 1 en bijlage 1 van het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud en de behandeling van de gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen, titel I, afdeling 2, en bijlage II, tabel II, van het ministerieel besluit van 18 juni 1975 tot bepaling van de te volgen regels voor de vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming uit het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten in de kosten voor onderhoud, opvoeding en behandeling van gehandicapten die geplaatst zijn in inrichtingen die onder het stelsel van het semi-internaat werken en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector.

Art. 21.Een MFC ontvangt aanvullend op de werkingssubsidies, vermeld in artikel 16, een aanvullende werkingssubsidie voor de uitgekeerde socioculturele toelagen aan de gebruikers, vermeld in artikel 9.

De aanvullende werkingssubsidie wordt berekend per gebruiker per nacht verblijf per maand, vermeerderd met factor 1,65. Het resultaat wordt begrensd tot het aantal dagen van de respectieve maand. Op jaarbasis wordt de werkingssubsidie begrensd tot respectievelijk 365 dagen of 366 dagen.

Art. 22.De werkingssubsidies en de aanvullende werkingssubsidies worden op 1 januari (jaar X) aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna G-index te noemen, volgens de formule : (basisbedrag x G-index december jaar X-1).

G-index december 2015

Art. 23.Het MFC geeft het totale zakgeld minderjarigen, toegekend met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 tot bepaling van het bedrag, de voorwaarden voor de toekenning en de wijze van vereffening van een vrij besteedbaar bedrag voor minderjarigen aan wie residentiële jeugdhulpverlening wordt geboden in voorzieningen die erkend zijn en gesubsidieerd worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, door aan het agentschap. Dit totaal zal bij de afrekening van het subsidiedossier geteld worden.

Art. 24.De werkingssubsidies worden verminderd met de niet-geïnde bijdrage, vermeld in artikel 30. Afdeling 2. - Financiële bijdrage

Onderafdeling 1. - De gebruiker jonger dan 21 jaar

Art. 25.§ 1. In een MFC wordt er een bijdrage gevraagd voor een van de volgende ondersteuningsfuncties die aangeboden worden : schoolvervangende dagopvang, schoolaanvullende dagopvang, begeleiding of verblijf.

Voor verblijf wordt een bijdrage van 11,95 euro per nacht gevraagd.

Voor schoolvervangende dagopvang wordt een bijdrage van 12,15 euro per dag gevraagd.

Voor schoolaanvullende dagopvang wordt een bijdrage van 5,25 euro per dag gevraagd.

Voor begeleiding kan een bijdrage van vijf euro per uur begeleiding gevraagd worden. De bijdrage voor begeleidingen wordt beperkt tot twee bijdragen per dag.

De bijdrage van de respectieve werkelijk aangeboden ondersteuningsfuncties, vermeld in het tweede tot en met vijfde lid, mag gecumuleerd worden, maar wordt begrensd tot de bijdrage voor verblijf plus schoolaanvullende dagopvang per dag. § 2. De bijdrage mag niet meer bedragen dan de volledige gewone kinderbijslag, verhoogd met de bijslag voor leeftijd en handicap waarop die gebruiker recht heeft in de kinderbijslagregeling. § 3. In deze paragraaf wordt verstaan onder intersectorale toegangspoort : de toegangspoort, vermeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp.

De bijdrage van de gebruiker die geplaatst is door de jeugdrechter, verwezen door een comité voor bijzondere jeugdzorg, of die via een gemandateerde voorziening aangemeld is bij de intersectorale toegangspoort, mag niet meer bedragen dan twee derde van de gewone kinderbijslag, verhoogd met de bijslag voor leeftijd en handicap waarop die gebruiker recht heeft in de kinderbijslagregeling.

Als de intersectorale toegangspoort beslist om een derde van de kinderbijslag op een spaarboekje te laten storten, mag de bijdrage van de gebruiker niet meer bedragen dan twee derde van de gewone kinderbijslag, verhoogd met de bijslag voor leeftijd en handicap waarop die gebruiker recht heeft in de kinderbijslagregeling. § 4. Indien de gebruiker gebruik maakt van de module hoogfrequent verblijf, dan wordt de bijdrage voor de dagen met de functie verblijf en de dagen met de functies verblijf en dagopvang beperkt tot dit aantal dagen ten opzichte van het aantal dagen van de maand, vermenigvuldigd met de kinderbijslag waarop die gebruiker recht heeft in de kinderbijslagregeling en verhoogd met de bijdrage voor de andere ondersteuningsfuncties waarvan die maand gebruik gemaakt wordt. Deze som mag niet hoger zijn dan de bijdrage bepaald met toepassing van paragraaf 2 en paragraaf 3. § 5. De bijdrage van de gebruikers die wegens het eigen sociaal statuut of het sociaal statuut van de ouders of de rechthebbende geen recht hebben op kinderbijslag, is gelijk aan de bijdrage, vermeld in paragraaf 1, als het netto jaarlijks belastbaar inkomen van die persoon of de persoon die het kind ten laste heeft, ten minste 11.272,04 euro, verhoogd met 1.127,20 euro per kind ten laste, bedraagt. § 6. De bedragen, vermeld in dit artikel, zijn gekoppeld aan de spilindex van de consumptieprijzen, daarvoor berekend en benoemd in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.

De basis is de spilindex die geldig is op 1 januari 2002.

De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden telkens op 1 januari en 1 juli aangepast overeenkomstig de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient te worden gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.

Art. 26.Als de gebruiker in de loop van de maand de overstap maakt van een residentiële voorziening die erkend en gesubsidieerd is door het agentschap Jongerenwelzijn, naar een MFC, mag er voor die maand geen financiële bijdrage worden gevraagd door het MFC. Het bedrag dat het MFC met toepassing van het eerste lid niet kan innen, komt in aanmerking voor subsidiëring.

Onderafdeling 2. - De gebruiker, vermeld in artikel 9

Art. 27.De bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap, zijn van toepassing voor de gebruiker, vermeld in artikel 9 van dit besluit.

Onderafdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 28.De bijdrage wordt geïnd door het MFC. De te innen bijdragen worden in mindering gebracht van de werkingssubsidies, met uitzondering van de bijdragen voor begeleiding.

Art. 29.In afwijking van artikel 28, tweede lid, zal het gedeelte van de bijdrage dat het MFC niet kan innen, niet in mindering van de werkingssubsidies worden gebracht, als een MFC kan aantonen dat de inning niet of niet volledig mogelijk was.

Het agentschap bepaalt de wijze waarop dat moet worden aangetoond.

Art. 30.Een MFC vermindert de bijdrage voor schoolaanvullende dagopvang of schoolvervangende dagopvang met drie euro als niet in een maaltijd wordt voorzien.

Art. 31.Aan de gebruiker mogen behoudens de financiële bijdrage alleen persoonlijke, individueel toewijsbare kosten aangerekend worden.

Die kosten kunnen geen betrekking hebben op infrastructuur of onderhoud van infrastructuur, energiekosten, vervoer naar de collectieve dagbesteding, kosten en heffingen ten laste van het MFC, kosten voor de collectieve atelierwerking binnen de dagondersteuning of administratiekosten.

Binnen de regels, vermeld in deze afdeling, wordt de regeling voor de kosten die verschuldigd zijn door de gebruikers, in overleg met het collectief overlegorgaan of collectieve inspraak bepaald. Afdeling 3. - Betaling van de subsidies

Art. 32.De voorschotten op de subsidies worden per maand betaald voor een bedrag van 8,33% van de totale subsidie op jaarbasis. De personeelssubsidies worden geraamd op basis van de aan het agentschap bekendgemaakte personeelsgegevens.

Het subsidiedossier wordt uiterlijk ingediend op 30 juni van het jaar na het werkingsjaar. Het agentschap bepaalt de inhoud en de vorm van het subsidiedossier.

Het saldo van de subsidies wordt verrekend na de goedkeuring van het subsidiedossier, binnen achttien maanden die volgen op de datum, vermeld in het tweede lid.

Art. 33.Het gedeelte van de toegekende subsidie dat de verantwoorde kosten overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves tot maximaal 20% van het subsidiebedrag, met uitzondering van het sociaal passief.

De totale gecumuleerde reserves, met uitzondering van het sociaal passief, kunnen maximaal vijftig procent van het subsidiebedrag van het laatst gesubsidieerde werkingsjaar bedragen.

Het sociaal passief, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt beperkt tot vijfentwintig procent van de jaarlijkse personeelskosten.

Als het maximum, vermeld in het eerste en tweede lid, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij het agentschap na motivering beslist dat er van de maximumpercentages kan worden afgeweken.

Als een MFC niet verder wordt gesubsidieerd, moet het gecumuleerde bedrag van de reserves aan het agentschap worden teruggestort. Afdeling 4. - Verantwoording van de personeelspunten

Art. 34.Een MFC en een gebruiker of wettelijke vertegenwoordiger, of de bewindvoerder, of de gebruiker en de bewindvoerder samen onderhandelen over een realistische individuele dienstverleningsovereenkomst, opgesteld in termen van de ondersteuningsfuncties, vermeld in artikel 10, die geconsolideerd wordt in een begeleidingsovereenkomst.

Als de aangeboden functies en de frequentie, vermeld in de dienstverleningsovereenkomst, niet meer overeenkomen met de werkelijke situatie, moet de begeleidingsovereenkomst aangepast worden. Om souplesse te garanderen, wordt er binnen de begeleidingsovereenkomst gewerkt met vorken waarin de frequentie vervat zit.

De tabel 2, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, bepaalt de vorken.

Art. 35.Een MFC registreert de begeleidingsovereenkomst op basis van de werkelijk ingezette ondersteuningsfuncties, vermeld in artikel 10, en de frequentie ervan.

De ondersteuning, vermeld in artikel 8, derde lid, wordt ook geregistreerd.

Art. 36.Een MFC moet minstens evenveel begeleidingsovereenkomsten realiseren als bepaald conform artikel 16, tweede lid.

Bij de bepaling van het aantal geregistreerde begeleidingsovereenkomsten, vermeld in het eerste lid, wordt geen rekening gehouden met de gebruikers die opgenomen zijn via een persoonsvolgend convenant dat gesloten is met toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap.

Als een MFC minder begeleidingsovereenkomsten realiseert dan bepaald in het eerste lid, motiveert het MFC dat in het subsidiedossier, vermeld in artikel 32, tweede lid. HOOFDSTUK 6. - Toezicht

Art. 37.Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin als vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, controleert in voorkomend geval ook ter plaatse of de bepalingen, vermeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van dit besluit, worden nageleefd. HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepaling

Art. 38.In artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 tot bepaling van het bedrag, de voorwaarden voor de toekenning en de wijze van vereffening van een vrij besteedbaar bedrag voor minderjarigen aan wie residentiële jeugdhulpverlening wordt geboden in voorzieningen die erkend zijn en gesubsidieerd worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008, 8 november 2013 en 11 maart 2014, wordt het woord "internaat" vervangen door de woorden "multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap". HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

Art. 39.De erkenningen als internaat, semi-internaat, tehuis voor kortverblijf voor minderjarigen of observatie- en behandelcentrum worden omgezet naar erkenningen als MFC. De erkenningen als vermeld in het eerste lid, worden na de omzetting opgeheven.

Art. 40.De beheersovereenkomsten, gesloten tussen het agentschap en de voorzieningen als MFC met toepassing van artikel 7/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1995 tot vaststelling van de voorwaarden en maatregelen volgens welke het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap bijzondere subsidies aan voorzieningen kan toekennen, zijn opgezegd met ingang van 1 januari 2016.

Art. 41.De volgende regelingen worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de nadere regels, toepasselijk op de opschorting en de intrekking van de erkenning van de residentiële en semiresidentiële voorzieningen voor personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013;2° het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de residentiële en semiresidentiële voorzieningen voor personen met een handicap, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 februari 2014;3° het koninklijk besluit van 25 januari 1971 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de tehuizen van kort verblijf ten behoeve van gehandicapten, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000;4° het koninklijk besluit van 30 maart 1973 tot bepaling van de te volgen gemeenschappelijke regels voor de vaststelling van de toelagen per dag toegekend voor onderhoud, opvoeding en behandeling van minderjarigen en van gehandicapten geplaatst ten laste van de openbare besturen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2015;5° het koninklijk besluit van 12 december 1975 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de centra voor observatie, oriëntering en medische, psychologische en pedagogische behandeling van gehandicapten, evenals van de bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud, de opvoeding en de behandeling van de gehandicapten die er geplaatst zijn ten laste van de openbare besturen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 1994;6° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1983 tot vaststelling van de financiële bijdrage van de personen met een handicap, geplaatst ten laste van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;7° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 1987 houdende de wijze van vereffening van de toelagen per dag toegekend voor het onderhoud en de behandeling van personen met een handicap, geplaatst ten laste van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;8° het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud en de behandeling van de gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2015;9° het ministerieel besluit van 18 juni 1975 tot bepaling van de te volgen regels voor de vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming uit het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten in de kosten voor onderhoud, opvoeding en behandeling van gehandicapten die geplaatst zijn in inrichtingen die onder het stelsel van het semi-internaat werken, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2015;10° het ministerieel besluit van 20 oktober 1989 houdende vaststelling van de arbeidsdagen zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 maart 1973 tot bepaling van de te volgen gemeenschappelijke regels voor de vaststelling van de toelagen per dag toegekend voor onderhoud, opvoeding en behandeling van minderjarigen en van gehandicapten, geplaatst ten laste van de openbare besturen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 1989 en het ministerieel besluit van 28 maart 1991;11° het ministerieel besluit van 25 oktober 1989 tot vaststelling van de arbeidsdagen zoals bedoeld in artikel 5 van het ministerieel besluit van 18 juni 1975 tot bepaling van de te volgen regels voor de vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming uit het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten in de kosten voor onderhoud, opvoeding en behandeling van gehandicapten die geplaatst zijn in inrichtingen die onder het stelsel van het semi-internaat werken, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 28 maart 1991 en 23 juli 2010.

Art. 42.Om in 2016 een subsidiebelofte als vermeld in artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden te kunnen krijgen van de minister kan voor de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap gebruik gemaakt worden van de toepasselijke erkenningsgegevens zoals gekend bij het agentschap per 31 december 2015.

Art. 43.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016, met uitzondering van artikel 41 dat in werking treedt op 31 december 2016.

Art. 44.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 26 februari 2016.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

Bijlage Tabel 1. De tabel, vermeld in artikel 4, tweede lid

functie

barema

functiegroep

Punten- waarde

1 zorggebonden personeel


1

L4

logistiek personeel klasse 4

53,5

2

L4 ond II

logistiek onderhoud categorie II

53,5

3

L4 ond III

logistiek onderhoud categorie III

53,5

4

L3 ond IV

logistiek onderhoud categorie IV

56

5

L2 ond V

logistiek onderhoud categorie V

61

6

L3a

logistiek klasse 3

56

7

L3

logistiek klasse 3

56

8

L2

logistiek personeel klasse 2

61

9

A2

logistiek personeel klasse 2

61

10

A1

logistiek personeel klasse 1

71

11

MV2

verzorgend personeel

67

12

B3

begeleidend-verzorgend klasse 3

57,5

13

B2B

begeleidend-verzorgend klasse 2B

61

14

B2A

begeleidend-verzorgend klasse 2A

63,5

15

B1C

opvoedend personeel klasse 1

71

16

B1b

hoofdopvoeder

79

17

B1A

opvoeder groepschef

86

18

MV1

sociaal paramedisch en therapeutisch personeel

71

19

B1b

diensthoofd sociaal paramedisch of therapeutisch personeel

79

20

B1A

coördinator sociaal paramedisch of therapeutisch personeel

86

21

L1

licentiaten

90

22

G1

geneesheer omnipracticus

108

23

GS

geneesheer specialist

143,5

24

B2B

adl-assistent

61


Barema

functiegroep

Punten- waarde

2 organisatiegebonden personeel


L4

logistiek personeel klasse 4

53,5

L4 ond II

logistiek onderhoud categorie II

53,5

L4 ond III

logistiek onderhoud categorie III

53,5

L3 ond IV

logistiek onderhoud categorie IV

56 waardewaardewaarde

L2 ond V

logistiek onderhoud categorie V

61

L3a

logistiek klasse 3

56

L3

logistiek klasse 3

56

L2

logistiek personeel klasse 2

61

A2

logistiek personeel klasse 2

61

A1

logistiek personeel klasse 1

71 waardewaarde

A1

administratie klasse 1

71

A2

administratie klasse 2

61

A2 boekh kl II

administratief personeel boekhouder klasse II

61,5

A3

administratief personeel klasse III

56

K5

onderdirecteur

90 waardewaarde

K3

directeur 30-59 bedden

93,5 waardewaarde

K2

directeur 60-89 bedden

96,5

K1

directeur +90 bedden

100


Tabel 2. Vorken per ondersteuningsfunctie. De tabel, vermeld in artikel 35, derde lid

ondersteuningsfunctie

begeleiding

schoolaanvullende dagopvang 2-4 dagen per maand 2-3 dagen per week 4-5 dagen per week 6-7 dagen per week

schoolvervangende dagopvang 2-4 dagen per maand 2-3 dagen per week 4-5 dagen per week 6-7 dagen per week

verblijf 2-4 nachten per maand 2-3 nachten per week 4-5 nachten per week 6-7 nachten per week


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor personen met een handicap.

Brussel, 26 februari 2016.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN


begin


Publicatie : 2016-04-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^