Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 26 januari 2001
gepubliceerd op 15 maart 2001

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 1997 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2001035258
pub.
15/03/2001
prom.
26/01/2001
ELI
eli/besluit/2001/01/26/2001035258/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

26 JANUARI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 1997 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij


De Vlaamse regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid artikel 6, § 1, V, zoals gewijzigd door de wet van 8 augustus 1988 en de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 20 december 1996 betreffende het Vlaams Promotiecentrum voor Agro- en Visserijmarketing, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 1997 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 23 juli 1997, 4 november 1997, 10 maart 1998 en 19 december 1998;

Gelet op het voorstel van het Vlaams Promotiecentrum voor Agro- en Visserijmarketing vzw van 20 oktober 2000;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 26 januari 2001.

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het, om de continuïteit van de promotie en afzetbevordering te verzekeren en de gestelde budgettaire doelstellingen te realiseren, dringend noodzakelijk is verplichte bijdragen in te stellen in de sectoren van de frituristen en de biologische landbouw en diverse andere bijdragesystemen aan te passen.

Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw;

Na beraadslaging, Beslist :

Artikel 1.In artikel 5, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 1997 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij worden de drie laatste zinnen geschrapt.

Art. 2.Punt 1, 2° van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « 2° « frituur » : elke exploitatie in binnen- of buiteninrichting met of zonder verbruik ter plaatse, waar aan het cliënteel gerechten en voedingswaren verstrekt worden, die gebruikelijk worden verstrekt of verkocht in de frituursector, al dan niet geserveerd met brood of drank, en die uitsluitend opgediend worden in een voor eenmalig gebruik bestemde houder of verpakking van papier, karton of kunststof, eventueel vergezeld van bestek dat eveneens dient voor eenmalig gebruik. »

Art. 3.In punt 2, 1° van dezelfde bijlage wordt het getal `2 000' vervangen door het getal `1 500'.

Art. 4.Aan punt 4 van dezelfde bijlage wordt een 5° toegevoegd dat luidt als volgt : « 5° Alle in Vlaanderen gevestigde frituren betalen voor de referentiejaren 2000 tot en met 2002 een jaarlijkse verplichte bijdrage van 38 euro. »

Art. 5.Punt 5 van dezelfde bijlage wordt geschrapt.

Art. 6.Punt 3, 2°, van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt geschrapt.

Art. 7.Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage IX toegevoegd die luidt als volgt : « Bijlage IX. Verplichte bijdragen in het promotiefonds « Brood en banket ». 1. Voor de toepassing van deze bijdrageregeling wordt verstaan onder 'brood- en banketbakker' : de persoon of de vennootschap die voor rekening van derden ten minste één van de volgende werkzaamheden uitoefent : a) het bereiden van bakkerijproducten of andere producten zoals die door de wetgeving inzake levensmiddelen betreffende brood en andere bakkerijproducten worden bepaald;b) het bereiden van producten die gewoonlijk als banketbakkerijproducten worden aangeduid, met name: - producten op basis van soezenbeslag en bladerdeeg; - meringues; - diverse vetdegen, biscuit- en cakebeslagsoorten; - petit-fours; - taarten, taartjes en gebak. 2. De verplichte bijdragen bestemd voor het promotiefonds `Brood en banket' worden als volgt bepaald : 1° Alle in Vlaanderen gevestigde brood- en banketbakkers, met uitzondering van deze met een omzet van meer dan 1.239.468 euro en meer dan 20 werknemers in dienst in het kalenderjaar waarvan het jaartal verwijst naar het tweede kalenderjaar dat onmiddellijk datgene voorafgaat waarvoor de bijdragen verschuldigd zijn, betalen een verplichte bijdrage van 2 % op de verkoop van brood- en banketbakkerijproducten onderworpen aan een BTW-percentage van 6 %, met een forfaitaire vrijstelling van 10 %. 2° De inning van deze bijdragen geschiedt op basis van het omzetcijfer zoals gekend bij de BTW-administratie en dat betrekking heeft op het kalenderjaar waarvan het jaartal verwijst naar het tweede kalenderjaar dat onmiddellijk datgene voorafgaat waarvoor de bijdragen verschuldigd zijn.3° Indien het wegens aanvang of hervatting van de activiteit van brood- en banketbakker niet mogelijk is de bijdrage op de in 2° bedoelde wijze vast te stellen, is een voorlopige jaarlijkse verplichte bijdrage verschuldigd van 248 euro.Deze voorlopige bijdrage wordt geregulariseerd op basis van de definitieve verkoopcijfers van het betrokken jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is, zodra deze beschikbaar zijn. »

Art. 8.Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage X toegevoegd die luidt als volgt : « Bijlage X. Verplichte bijdragen in het promotiefonds « Biologische landbouw ». 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder `producten uit de biologische landbouw' : producten waarop aanduidingen voorkomen die verwijzen naar de biologische productiemethode of waarvan het in de bedoeling ligt op die producten dergelijke aanduidingen aan te brengen, zoals bepaald in Verordening (EEG) nr.2092/91 van de Raad van 24 juni 1991, inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, en de toepasselijke uitvoeringsbepalingen. 2. Wie producten uit de biologische landbouw produceert in de zin van de in punt 1 genoemde verordening, betaalt een jaarlijkse bijdrage van 38 euro.3. Wie producten uit de biologische landbouw bereidt in de zin van de in punt 1 genoemde verordening, betaalt een jaarlijkse bijdrage in functie van het omzetcijfer zoals opgegeven bij de BTW-administratie en dat betrekking heeft op het kalenderjaar waarvan het jaartal verwijst naar het kalenderjaar dat onmiddellijk datgene voorafgaat waarvoor de bijdragen verschuldigd zijn, namelijk : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijdragen die voor producten uit de biologische landbouw betaald werden krachtens de bijlagen I tot en met IX van dit besluit mogen in mindering gebracht worden van de krachtens dit punt verschuldigde bijdragen.De bewijslast hiervoor ligt bij de bijdrageplichtige. 4. Wie als groothandel producten uit de biologische landbouw in de handel brengt in de zin van de in punt 1 genoemde verordening, betaalt een jaarlijkse bijdrage in functie van het omzetcijfer zoals opgegeven bij de BTW-administratie en dat betrekking heeft op het kalenderjaar waarvan het jaartal verwijst naar het kalenderjaar dat onmiddellijk datgene voorafgaat waarvoor de bijdragen verschuldigd zijn, namelijk : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijdragen die voor producten uit de biologische landbouw betaald werden krachtens de bijlagen I tot en met IX van dit besluit mogen in mindering gebracht worden van de krachtens dit punt verschuldigde bijdragen.De bewijslast hiervoor ligt bij de bijdrageplichtige. 5. Wie als kleinhandel producten uit de biologische landbouw in de handel brengt in de zin van de in punt 1 genoemde verordening, betaalt per verkooppunt een jaarlijkse bijdrage van 38 euro.6. De bijdragen uit punt 2 tot en met 5 zijn niet cumulatief.Wie meerdere activiteiten als opgenomen in deze punten uitoefent, betaalt alleen de hoogste verschuldigde bijdrage. 7. De in deze bijlage opgenomen bijdragen gelden voor de referentiejaren 2000 tot en met 2002.

Art. 9.De volgende koninklijke besluiten worden opgeheven voor wat het Vlaams Gewest betreft : 1° het koninklijk besluit van 31 januari 1985 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de producten van de consultatieve afdelingen « Niet-eetbare tuinbouwproducten », « Zeevisserij », « Varkens » en « Runderen, schapen, geiten en paarden » opgericht in de schoot van de Nationale Dienst voor de afzet van land- en tuinbouwproducten;2° het koninklijk besluit van 31 juli 1989 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de producten van de consultatieve afdeling « Akkerbouwproducten« » opgericht in de schoot van de Nationale Dienst voor de afzet van land- en tuinbouwproducten;3° het koninklijk besluit van 31 juli 1989 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de producten van de consultatieve afdeling « Pluimvee, eieren en kleinvee » opgericht in de schoot van de Nationale Dienst voor de afzet van land- en tuinbouwproducten;4° het koninklijk besluit van 31 juli 1989 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de producten van de consultatieve afdeling « Groenten en fruit » opgericht in de schoot van de Nationale Dienst voor de afzet van land- en tuinbouwproducten;5° het koninklijk besluit van 22 mei 1990 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de producten van de consultatieve afdeling « Varkens » opgericht in de schoot van de Nationale Dienst voor de afzet van land- en tuinbouwproducten;6° het koninklijk besluit van 28 november 1991 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de producten van de consultatieve afdeling « Niet-eetbare tuinbouwproducten » opgericht in de schoot van de Nationale Dienst voor de afzet van land- en tuinbouwproducten;7° het koninklijk besluit van 19 april 1993 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de bevordering van de afzet van de producten van de consultatieve afdeling « Zuivel » opgericht in de schoot van de Nationale Dienst voor de afzet van land- en tuinbouwproducten.

Art. 10.De artikels 3 en 6 van dit besluit hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2000.

De artikels 4 en 8 hebben uitwerking met ingang van 1 november 2000.

Artikel 7 treedt in werking op 1 januari 2001.

De overige artikels treden in werking op de datum van de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Art. 11.Vanaf de in werking treding van dit besluit tot en met 31 december 2001 gelden : 1° in plaats van het bedrag van 38 euro, vermeld in artikel 4, het bedrag van 1.500 fr.; 2° in plaats van het bedrag van 1 239 468 euro en 248 euro, vermeld in artikel 7, het respectievelijke bedrag van 50 mln.fr. en 10 000 fr.; 3° in plaats van de bedragen in artikel 8 de volgende bedragen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art.12. De Vlaamse minister bevoegd voor het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 26 januari 2001.

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, Mevr. V. DUA

^