Besluit Van De Vlaamse Regering van 28 juni 2002
gepubliceerd op 01 augustus 2002
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse regering houdende de nadere bepaling van de regels en bevoegdheden voor de uitvoering van het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen op de onbevaarbare waterlopen

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2002035958
pub.
01/08/2002
prom.
28/06/2002
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

28 JUNI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering houdende de nadere bepaling van de regels en bevoegdheden voor de uitvoering van het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen op de onbevaarbare waterlopen


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen, inzonderheid op de artikelen 5, 11, 12 en 14;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24 september 2001;

Gelet op het advies van de Raad van State met nummer 32.491/3, gegeven op 25 april 2002;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° het decreet : het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen;2° de bevoegde administratie : de administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;3° de bevoegde afdeling : de afdeling Water van de administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer.

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de onroerende goederen, gelegen in de valleien van de onbevaarbare waterlopen, zoals bedoeld in artikel 3 van het decreet. HOOFDSTUK II. - Kennisgeving van werken

Art. 3.De kennisgeving van de werken aan de betrokken eigenaars, zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het decreet, gebeurt door de directeur-generaal van de bevoegde administratie.

In dringende gevallen gebeurt de kennisgeving van de werken aan de burgemeesters, zoals bedoeld in artikel 5, derde lid, van het decreet, door de bevoegde afdeling.

Art. 4.De aangetekende brief, waarmee van de werken kennis wordt gegeven, zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het decreet, omvat : 1° een beknopte omschrijving van de aard van de werken en een situeringsplan;2° inlichtingen over het geplande tijdstip van de aanvang en de duur van de werken;3° een kopie van het decreet met bijzondere aandacht voor artikel 5, eerste en tweede lid, en voor de artikelen 6 tot en met 10;4° de kadastrale gegevens van de percelen waarop de in artikel 4 van het decreet bedoelde werken uitgevoerd zullen worden;5° naam, adres en telefoonnummer van de persoon bij de bevoegde afdeling die aan de betrokkenen nadere inlichtingen kan verstrekken;6° het adres waar de werkplannen ter inzage liggen.

Art. 5.Wanneer een aangetekende brief onbestelbaar is, wordt de kennisgeving gestuurd aan de burgemeester van de gemeente, waar de eigenaar zijn laatst bekende woonplaats heeft. HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan waterkeringen, overstromingsbekkens, wachtbekkens en toegangswegen

Art. 6.De bevoegde afdeling kan de toestemming geven om aan waterkeringen, overstromingsbekkens, wachtbekkens en toegangswegen wijzigingen aan te brengen, zoals bedoeld in artikel 11 van het decreet.

Art. 7.§ 1. De eigenaar van het onroerend goed dient de gemotiveerde aanvraag voor het aanbrengen van wijzigingen in bij de bevoegde afdeling. De aanvraag kan ook ingediend worden door de huurder, de pachter, de gebruiker of een andere persoon die enig recht uitoefent op het goed. De eigenaar van het onroerend goed moet in dat geval zijn schriftelijke en uitdrukkelijke toestemming vooraf verlenen. § 2. De gemotiveerde aanvraag moet de volgende gegevens bevatten : 1° de technische beschrijving van de aangevraagde wijzigingen;2° als de aanvraag tot doel heeft infrastructuur op te richten of te wijzigen, een gedetailleerde uitvoeringstekening van de op te richten of de te wijzigen infrastructuur, alsook een situatietekening, waarop de ligging van de infrastructuur ten opzichte van de waterloop wordt aangeduid;3° als de aanvraag niet ingediend wordt door de eigenaar, een schriftelijke en uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar met de aangevraagde wijzigingen.

Art. 8.De aangevraagde wijziging mag op geen enkele wijze de graad van beveiliging tegen wateroverlast of overstroming verminderen. De bevoegde afdeling kan de toestemming doen afhangen van de voorwaarde dat de nodige werken, door de afdeling gepreciseerd, door de persoon die de toestemming krijgt of door het Vlaamse Gewest, op kosten van de persoon die de toestemming krijgt, worden uitgevoerd.

Art. 9.§ 1. De bevoegde afdeling kan op elk ogenblik de verleende toestemming geheel of gedeeltelijk intrekken, schorsen of wijzigen in het algemeen belang zonder dat de persoon die de toestemming heeft gekregen aanspraak kan maken op schadeloosstelling. § 2. Als de toestemming wordt ingetrokken, moet de persoon die de toestemming heeft gekregen binnen de hem daartoe verleende termijn het goed in zijn oorspronkelijke staat brengen, tenzij de bevoegde afdeling hem hiervan uitdrukkelijk ontslaat.

Als deze verplichting niet of gebrekkig uitgevoerd wordt, wordt daartoe ambtshalve overgegaan op kosten en voor risico van de persoon die de toestemming heeft gekregen.

Art. 10.De persoon die de toestemming heeft gekregen, kan op grond van de verleende toestemming op geen andere rechten aanspraak maken dan op de rechten die uitdrukkelijk in de toestemming zijn opgenomen.

Door het verlenen van de toestemming is de betrokken persoon evenmin ontslagen van de verplichting zich naar de bepalingen van de vigerende reglementeringen te voegen.

Art. 11.§ 1. De persoon die de toestemming heeft gekregen, moet de aanvang van de werken, met het oog op de wijzigingen waarvoor de toestemming is verleend, ten minste tien dagen op voorhand schriftelijk aan de bevoegde afdeling meedelen. De bevoegde afdeling kan voor de uitvoering van de werken de nodige aanwijzingen geven, die stipt opgevolgd moeten worden. § 2. De toegestane wijzigingen worden aangebracht onder de volledige en exclusieve verantwoordelijkheid van de persoon die de toestemming heeft gekregen. § 3. Elk werk waarvoor de toestemming werd verleend, wordt na voltooiing ervan gekeurd door de gemachtigde van de bevoegde afdeling.

Deze bevestigt in een proces-verbaal dat het werk werd uitgevoerd overeenkomstig de gestelde voorwaarden of stelt vast dat het hiermee niet in overeenstemming is. In het laatste geval moet het werk aangepast worden, waarna het opnieuw gekeurd wordt.

De persoon die de toestemming heeft gekregen, verzoekt uiterlijk tien dagen na de voltooiing van het werk de bevoegde afdeling met een ter post aangetekende brief om over te gaan tot de keuring. § 4. De persoon die de toestemming heeft gekregen, mag de toegang tot en op de oever, zoals bedoeld in artikel 17 van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, het toegelaten verkeer op de dijken, alsook de waterafvoer nooit hinderen.

Art. 12.Bij het in gebreke blijven na een aanmaning met een aangetekende brief of in dringende gevallen, kan de bevoegde afdeling ambtshalve maatregelen nemen om de uitvoering te verzekeren van de bij de toestemming opgelegde voorwaarden, en dit op kosten en risico van de persoon die de toestemming heeft gekregen. HOOFDSTUK IV. - Schouwing van de waterkeringen en toekenning van de hoedanigheid van officier van de gerechtelijke politie

Art. 13.De bevoegdheid voor het schouwen van de waterkeringen van de onbevaarbare waterlopen, opgesomd in de bijlage bij het decreet en die gelegen zijn buiten een aan de polderwetgeving onderworpen zone, wordt toegekend aan de hierna genoemde categorieën van ambtenaren, tewerkgesteld bij de bevoegde afdeling van de bevoegde administratie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap : 1° de ambtenaar, aangesteld als afdelingshoofd of zijn vervanger;2° de ambtenaren vanaf de graad van ingenieur of van adjunct van de directeur, belast met de leiding van een buitendienst, of hun vervanger;3° de ambtenaren vanaf de graad van ingenieur of van adjunct van de directeur, die daartoe aangewezen worden door het afdelingshoofd.

Art. 14.De in artikel 13 bedoelde schouwingen worden gehouden ieder jaar in de loop van de maand maart of april en in de loop van de maand september.

Art. 15.Aan de in artikel 13 genoemde categorieën van ambtenaren wordt eveneens de hoedanigheid van officier van de gerechtelijke politie toegekend. Deze ambtenaar moet toezien op de naleving van het decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsook de overtredingen van het decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan opsporen en vaststellen, voor wat betreft de onbevaarbare waterlopen, opgesomd in de bijlage bij het decreet.

Art. 16.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 28 juni 2002.

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, V. DUA

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^