Besluit Van De Vlaamse Regering van 28 oktober 2011
gepubliceerd op 21 december 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

bron
vlaamse overheid
numac
2011035999
pub.
21/12/2011
prom.
28/10/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

28 OKTOBER 2011. - Besluit tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid, artikel 16.1.1, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, artikel 16.1.2, 1°, f) , artikel 16.2.7, § 1, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, artikel 16.3.2 tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 30 april 2009, artikel 16.4.17, derde lid, artikel 16.4.18, § 5, artikel 16.4.20, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, artikel 16.4.21, § 9 en § 11, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2010 en artikel 16.4.24 ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 betreffende de leden van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, vermeld in artikel 16.2.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 houdende de rechtspositieregeling van het Milieuhandhavingscollege;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 augustus 2011;

Gelet op het advies nr. 50.367/3 van de Raad van State, gegeven op 11 oktober 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

Artikel 1.Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 4° wordt vervangen door "Verordening (EG) nr.1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002"; 2° punten 13° en 14° worden toegevoegd die luiden als volgt: "13° verordening (EG) nr.1102/2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik;"; "14° verordening (EG) nr. 708/2007 inzake het gebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur.".

Art. 2.In artikel 14 § 1 en § 2, artikel 15, eerste lid, en artikel 89 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "artikel 13, tweede lid" vervangen door "artikel 13, § 1, tweede lid".

Art. 2bis.Artikelen 21, 10°, artikel 29, 3° en artikel 34, 10° worden vervangen door de woorden "Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002".

Art. 3.Aan artikel 62 § 1 van hetzelfde besluit worden de woorden ", Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel." toegevoegd.

Art. 4.In artikel 62 § 3, lid 2 van hetzelfde besluit wordt het woord "veertien" vervangen door het woord "tien".

Art. 5.Aan artikel 64 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, worden de woorden ", Koning Albert II-laan 20, 1000 Brussel." toegevoegd.

Art. 6.In artikel 66 van hetzelfde besluit wordt het vierde lid opgeheven.

Art. 7.In artikel 66 lid 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "het eerste lid, 2° " vervangen door de woorden "artikel 64".

Art. 8.Artikel 68 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 68.Zijn zetel is gevestigd in het Ellipsgebouw, Koning Albert II laan 35, 1030 Brussel."

Art. 9.In artikel 71, eerste en derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de leden van het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "De voorzitter, de ondervoorzitter en de overige bestuursrechters".

Art. 10.In artikel 74 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt het punt 4° opgeheven;2° in het derde lid worden de woorden "na goedkeuring" vervangen door de woorden "na bekrachtiging".

Art. 11.Artikel 78 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 12.In hetzelfde besluit wordt bijlage VII, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 en 19 november 2010, vervangen door bijlage VII die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 13.In hetzelfde besluit wordt het opschrift van de tweede "bijlage XXII", ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu, vervangen door het opschrift "bijlage XXIII". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 betreffende de aanstelling van de leden van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving

Art. 14.In artikel 1, 8° van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 betreffende de aanstelling van de leden van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, vermeld in artikel 16.2.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt a) wordt vervangen door wat volgt: "a) voor de parketten-generaal: mevrouw Kathleen Desaegher, substituut-procureur-generaal bij het hof van beroep van Brussel, met als plaatsvervanger: de heer Jan De Clercq, substituut-procureur-generaal bij het hof van beroep van Gent;"; 2° punt b) wordt vervangen door wat volgt: "b) voor de parketten van eerste aanleg: de heer Wouter Haelewyn, substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van Kortrijk, met als plaatsvervanger: mevrouw Sara Boogers, substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van Turnhout;". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 houdende de rechtspositieregeling van de leden van het Milieuhandhavingscollege

Art. 15.Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 houdende de rechtspositieregeling van de leden van het Milieuhandhavingscollege wordt vervangen door wat volgt: "

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° decreet: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; 2° college: het Milieuhandhavingscollege, vermeld in artikel 16.4.19, § 1, van het decreet; 3° voorzitter: de voorzitter van het college, vermeld in artikel 16.4.21, § 1, 1°, van het decreet; 4° ondervoorzitter: de ondervoorzitter van het college, vermeld in artikel 16.4.21, § 1, 1°, van het decreet; 5° bestuursrechters: de leden van het college, vermeld in artikel 16.4.21, § 1, 2°, van het decreet; 6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, de Vlaamse minister, bevoegd voor landinrichting en het natuurbehoud, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de natuurlijke rijkdommen; 7° Raad: de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, vermeld in artikel 16.2.2 van het decreet."

Art. 16.In artikel 2, 6, eerste lid, artikel 7, 11, 15, 16 en 24 van hetzelfde besluit worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters".

Art. 17.In artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord "bijzitters" vervangen door de woorden "overige bestuursrechters".

Art. 18.In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 opgeheven.

Art. 19.In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters" en worden de woorden "het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "het college";2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters";3° in paragraaf 2 worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters".

Art. 20.In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters";2° in het tweede lid worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters" en worden de woorden "het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "het college".

Art. 21.In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden "lid van het Milieuhandhavingscollege" vervangen door het woord "bestuursrechter" en worden de woorden "het lid" vervangen door de woorden "de bestuursrechter".

Art. 22.In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters".

Art. 23.In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "De leden" telkens vervangen door de woorden "De bestuursrechters" en worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters";2° in paragraaf 2 worden de woorden "een lid" vervangen door de woorden "een bestuursrechter";3° in paragraaf 3 worden de woorden "een lid" vervangen door de woorden "een bestuursrechter" en worden de woorden "het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "het college".

Art. 24.In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters";2° in paragraaf 2 worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters".

Art. 25.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "De leden" vervangen door de woorden "De bestuursrechters";2° in paragraaf 3 worden de woorden "de leden" vervangen door de woorden "de bestuursrechters";3° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "een lid" vervangen door de woorden "een bestuursrechter".

Art. 26.In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de woorden "de plaatsvervangende bijzitters" vervangen door de woorden "de plaatsvervangende bestuursrechters".

Art. 27.In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 5, dat bestaat uit artikel 18 tot en met 23, opgeheven.

Art. 28.Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 29.In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "het college";2° in het tweede lid worden de woorden "Het Milieuhandhavingscollege" vervangen door de woorden "Het college".

Art. 30.Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 31.Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 32.De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van het besluit.

Brussel, 28 oktober 2011.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage VII Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

Artikel 1.Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk :

Artikel

Wettelijke verplichting

1.2.4.1, tweede lid

Deze besluiten dienen door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

[..]

[..]

4.1.4.2

De exploitant houdt de gegevens met betrekking tot de door dit reglement of de milieuvergunning opgelegde meet- en registratieverplichtingen, met inbegrip van de registers en balansen, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar en bewaart ze gedurende ten minste 5 jaar.

4.1.5.2

Alle documenten en gegevens die in toepassing van dit besluit moeten bezorgd worden aan de overheid moeten tevens ter beschikking worden gesteld van de werknemersvertegenwoordiging in de ondernemingsraad en in het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen. Bij ontstentenis van deze beide organen worden de documenten en gegevens ter beschikking gesteld van de syndicale delegatie van de onderneming.

4.1.8.1, § 4

Bij de opmaak van het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" van het milieujaarverslag moet er optimaal gebruik worden gemaakt van de resultaten van emissiemetingen die aan de exploitant zijn opgelegd door dit reglement, door de milieuvergunning en/of in het kader van de afvalwaterheffingen.

4.1.8.1, § 5

Het milieujaarverslag wordt ingediend door middel van de volgende deelformulieren van het integrale milieujaarverslag waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, is gevoegd : 1° inrichtingen als vermeld in § 1, 1°, 2° en 4° het deelformulier "Identificatiegegevens", het deelformulier "Luchtemissies", het relevante gedeelte van het deelformulier "Energiegegevens", deelformulier "Wateremissies", deelformulier "Afvalstoffenmelding voor producenten" en deelformulier "Bodememissies, verontreinigende stoffen uit afval; 2° inrichtingen als vermeld in artikel 4.1.8.1, § 1, 3° : het deelformulier "Identificatiegegevens" en het relevante gedeelte van het deelformulier "Energiegegevens"; 3° afvalwater afgevoerd voor zuivering in een externe afvalwaterzuiveringsinstallatie : het deelformulier "Identificatiegegevens" en het deelformulier "Wateremissies";

4.1.8.2, § 1

De exploitanten van de categorieën van inrichtingen, bedoeld in artikel 4.1.8.1, zijn gehouden jaarlijks in het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, het milieujaarverslag te sturen naar de administratie, overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag en voor de datum die daarin wordt bepaald. De bijlagen bij dat jaarverslag, bedoeld in § 2 van artikel 4.1.8.3, hoeven niet te worden bijgevoegd.

4.1.8.2, § 3

Inrichtingen die nieuw in bedrijf worden genomen, dienen het eerste jaarverslag in in het jaar dat volgt op het eerste volledige kalenderjaar van bedrijvigheid

4.1.8.3, § 1

Het milieujaarverslag vermeld in artikel 4.1.8.2., § 1, bevat de volgende deelformulieren voor zover de inrichting daartoe verplicht wordt volgens de desbetreffende bepalingen van dit besluit : 1° het deelformulier "Identificatiegegevens"; 2° het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" : deze deelformulieren bevatten de gegevens weergegeven in het model van het deelformulier "Luchtemissies" en het deelformulier "Wateremissies" van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag; 3° het deelformulier "Energiegegevens" : dit deelformulier bevat gegevens weergegeven in deelformulier "Energiegegevens" van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.

4.1.8.3, § 2

Voor zover van toepassing op de inrichting worden de in de vergunningsbesluiten in bijzondere voorwaarden opgelegde rapporten niet gevoegd als bijlage bij het integrale milieujaarverslag, maar wel afzonderlijk verstuurd naar de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen en de andere in de bijzondere voorwaarden genoemde diensten.

4.1.8.3, § 4

Het milieujaarverslag en de bijlagen worden door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

4.1.9.1.3, § 3

De milieucoördinator stelt ten behoeve van de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, ten behoeve van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis van deze organen, van de vakbondsafvaardiging jaarlijks een verslag op over de wijze waarop hij zijn opdracht heeft vervuld. Dit verslag bevat onder meer een overzicht van de door hem uitgebrachte adviezen en het gevolg dat eraan werd gegeven. Het verslag wordt ten minste gedurende vijf kalenderjaren volgend op het kalenderjaar waarop de gegevens betrekking hebben ter inzage gehouden van de afdeling Milieuvergunningen alsook van de toezichthoudende overheid.

4.1.9.2.6, § 1

De volgende elementen van de in artikel 4.1.9.2.4. bedoelde milieuaudit moeten, binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de validatie van de milieuaudit, worden meegedeeld : 1° aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 8° van § 2; 2° aan de Vlaamse Milieumaatschappij : de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 4° van § 2.

4.1.9.2.6, § 2

De gevalideerde milieuaudit moet door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard worden en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

4.1.9.3.1, § 1

1° De exploitant moet aan de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk bezorgen : a) vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, afschrift van het milieujaarverslag bedoeld in artikel 4.1.8.2. van dit reglement; b) in voorkomend geval, een afschrift van de gevalideerde milieuverklaring als bedoeld in artikel 4.1.9.2.3. van dit reglement; c) in voorkomend geval, een afschrift van de gevalideerde milieuaudit als bedoeld in artikel 4.1.9.2.5. van dit reglement; 2° De exploitant moet ter beschikking stellen van het comité voor preventie en bescherming op het werk : a) vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, het afschrift van de bijlagen bij het milieujaarverslag bedoeld in artikel 4.1.8.2. van dit reglement; b) alle al dan niet door de milieureglementering opgelegde inlichtingen, verslagen, adviezen en documenten die verband houden met het milieu en/of de externe veiligheid; inzonderheid geldt dit voor de inlichtingen, verslagen, adviezen en documenten die de eigen onderneming met toepassing van de milieureglementering aan de overheid dient te verschaffen of ter inzage dient te houden;

4.1.9.3.1, § 2

De milieucoördinator bezorgt aan het comité voor preventie en bescherming op het werk : 1° voor 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, het jaarverslag over de wijze waarop hij zijn opdracht heeft vervuld, dit overeenkomstig artikel 4.1.9.1.3., § 3 van dit reglement; 2° een afschrift van zijn adviezen bedoeld in § 2 van artikel 4.1.9.1.3. van dit reglement.

4.2.5.2.1, § 4

De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.

4.2.5.3.1, § 4

De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.

4.2.5.4.2, § 2

De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.

4.3.2.2, § 3, derde lid, eerste zin

De afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving dient tenminste 10 dagen vóórde aanvang van de werken in kennis gesteld van de aanleg van de in het eerste lid bedoelde meetputten.

4.3.2.2, § 3, derde lid, laatste zin

De exploitant moet een technische steekkaart, opgemaakt of geattesteerd door de aannemer die de meetputten heeft aangelegd, en die alle technische gegevens in verband met de constructie en de uitgevoerde testpomping bevat, ter beschikking houden van de toezichthoudende ambtenaar.

4.3.2.3, § 3

In het in § 1 bedoelde geval dient de exploitant de resultaten van de uitgevoerde metingen bij te houden in een meetdossier dat steeds ter inzage dient gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

4.4.2.4

en deze ter beschikking te houden van de toezichthoudende ambtenaar.

4.4.2.5

en deze ter beschikking te houden van de toezichthoudende ambtenaar

4.9.2, § 1

Dit plan wordt op de inrichting ter inzage gehouden van de toezichthoudende diensten

4.10.1.4., § 1

De exploitant van een BKG-inrichting zorgt voor de bewaking van de CO2-emissies van de BKG-inrichting in kwestie. De bewaking van CO2-emissies wordt uitgevoerd volgens een door het bedrijf opgesteld monitoringplan. De exploitant van een BKG-inrichting moet in bezit zijn van een door het verificatiebureau voor deze BKG-inrichting geverifieerd en door de afdeling bevoegd voor luchtverontreiniging goedgekeurd monitoringplan.

4.10.1.4., § 2

Als startend monitoringplan geldt het monitoringplan dat bij de milieuvergunningsaanvraag of de mededeling kleine verandering is gevoegd. Elke latere actualisering of wijziging van het voormelde monitoringplan moet geverifieerd worden door het verificatiebureau, en moet door de afdeling bevoegd voor luchtverontreiniging worden goedgekeurd. Om de verificatie en goedkeuring te verkrijgen, moet de exploitant de actualisering of wijziging indienen bij het verificatiebureau.

4.10.1.5, § 1

Met ingang van 1 januari 2006 stelt de exploitant van een BKG-inrichting jaarlijks een CO2-emissiejaarrapport op over de CO2-emissies van de BKG-inrichting in het voorgaande kalenderjaar. Het CO2-emissiejaarrapport bevat een verslag van de totale CO2-emissies van de betreffende BKG-inrichting

4.10.1.5, § 2

Elk CO2-emissiejaarrapport dient ten minste het volgende te bevatten : 1° gegevens ter identificatie van de BKG-inrichting, waaronder : a) de naam van de BKG-inrichting;b) adres van de BKG-inrichting, met postcode en land; c) het nummer van de rubriek in Bijlage I van Titel I van het VLAREM waaronder de BKG-inrichting werd ingedeeld; d) adres, telefoon-, fax-en e-mailgegevens van een contactpersoon e) de naam van de exploitant van de BKG-inrichting en van een eventuele moedermaatschappij. 2° voor elke BKG-inrichting waarvoor de emissies worden berekend : a) activiteitsgegevens (gebruikte brandstof, gebruikte grondstof, enz.); b) emissiefactoren; c) oxidatiefactoren; d) totale emissies;e) onzekerheid. 3° Voor elke BKG-inrichting waarvoor de emissies worden gemeten : a) de totale emissies;b) informatie over de betrouwbaarheid van de meetmethoden;c) onzekerheid. 4° Voor de emissies als gevolg van verbranding ten behoeve van energieproductie wordt in het verslag ook de oxidatiefactor vermeld, tenzij bij de uitwerking van een voor de activiteit specifieke emissiefactor al met de oxidatie rekening werd gehouden. 4.10.1.5, § 3

Het CO2-emissierapport wordt opgesteld volgens methode en de bepalingen beschreven in het voor de BKG-inrichting gevalideerde monitoring protocol.

4.10.1.5, § 4

De exploitant van een BKG-inrichting bezorgt het CO2-emissiejaarrapport, bij wijze van een aangetekend schrijven of bij wijze van een levering met ontvangstbewijs, uiterlijk op 1 februari van het lopende jaar aan het verificatiebureau.

5.4.1.4, § 1

De exploitant van een inrichting waarin de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2 worden geproduceerd, gebruikt en/of opgeslagen, dient een register bij te houden waarin tenminste de volgende gegevens zijn vermeld : 1° gegevens omtrent de vervaardigde, respectievelijk in de inrichting binnengekomen produkten : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2, de hoeveelheid, uitgedrukt in kg of ton, die in de inrichting wordt geproduceerd, respectievelijk binnengebracht; 2° gegevens omtrent de opslag : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2, de aanduiding van de plaats samen met de hoeveelheid, uitgedrukt in kg of ton, waar deze produkten in de inrichting zijn opgeslagen; 3° gegevens omtrent de afvoer uit de inrichting : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2: a) de in de inrichting zelf verwerkte hoeveelheid; b) de naam van degene aan wie het produkt werd geleverd, de leveringsdatum, het nummer van de factuur en de geleverde hoeveelheid.

5.4.1.4, § 2

Het in § 1 bedoelde register wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar en dit gedurende een periode van tenminste 3 jaar.

5.4.3.2.3, § 4

Voor elke spuitcabine houdt de exploitant een verslag ter beschikking van de toezichthoudende overheid,

5.4.3.2.3, § 4, tweede lid

De exploitant bezorgt een afschrift van dit verslag aan de toezichthoudende overheid als die daarom verzoekt.

5.9.2.1.bis § 2

Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.9.2.3, § 6

Deze studie wordt ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.9.7.1, § 3

De uitvoeringsplannen en de boorverslagen van de onder vorige §§ 1 en 2 bedoelde waarnemingsbuizen of controle-inrichtingen worden ter beschikking gesteld van de Afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.

5.9.11.1

De exploitant houdt een register bij zoals bedoeld in artikel 10 (Register van dierlijke mestproductie) en 11 (Register van afzet van de nutriënten P2O5 en N uit meststoffen) van het besluit van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen.

5.16.3.3, § 2, 1°

De exploitant houdt een attest ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar dat is opgesteld door de constructeur of een milieudeskundige, erkend in de discipline toestellen en installaties onder druk en/of in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen,

5.16.3.3, § 3, 2°

De resultaten van deze onderzoeken worden ingeschreven in een register dat ter inzage is van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.3.3, § 7, 3°

Zowel een gedetailleerde beschrijving als de resultaten en bevindingen van die controles moeten onder vermelding van datum in het logboek worden geregistreerd.

5.16.3.3, § 8, 2°

De beheerder van een koelinstallatie moet een installatiegebonden logboek bijhouden dat zich in de nabijheid van de koelinstallatie bevindt. Dat logboek kan ook geheel of gedeeltelijk uit een computerbestand bestaan. In dat logboek wordt, onder vermelding van datum, ten minste bijgehouden : a) de datum van ingebruikname van de koelinstallatie met vermelding van type koelmiddel en de nominale koelmiddelinhoud; b) de aard van controle-, onderhouds-, herstel-en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht; c) alle storingen en alarmeringen met betrekking tot de koelinstallatie die mogelijk aanleiding kunnen geven tot lekverliezen;d) de hoeveelheid en het soort (nieuw, hergebruikt, gerecycleerd of geregenereerd) koelmiddel dat aan een koelinstallatie wordt toegevoegd;e) de hoeveelheid koelmiddel die uit een koelinstallatie wordt afgetapt en de hoeveelheid koelmiddel die is afgevoerd, met vermelding van datum, vervoerder en bestemming; f) een beschrijving en de resultaten van de lekdichtheidscontroles; g) de persoon die werkzaamheden en waarnemingen heeft verricht als genoemd onder a) tot en met f) en, indien van toepassing, de naam van de onderneming waarbij de persoon in dienst is; h) indien van toepassing, een attest dat is afgegeven door de onder g) bedoelde persoon met betrekking tot de door hem verrichte handelingen; i) significante periodes van buitenbedrijfstelling. 5.16.3.3, § 8, 3°

Om controle over de toegevoegde en afgetapte koelmiddelen mogelijk te maken, moet de exploitant de volgende documenten ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar houden : a) de facturen met betrekking tot de aangekochte hoeveelheden koelmiddelen; b) het in sub 2° bedoelde logboek.

5.16.4.1.3, § 3, 1°

De testresultaten worden genoteerd in een notitieboek dat ter beschikking wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar alsmede van de erkende milieudeskundige belast met de in sub 2° vermelde controles.

5.16.4.1.3, § 3, 2°, derde lid

Het voormelde controleverslag wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.4.3.6, § 3,

die ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.6.11, § 9

De exploitant houdt dit attest ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.6.16, tweede lid

De exploitant houdt het attest van goedkeuring van de houder en het verslag van onderzoek ter beschikking van de burgemeester en van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.6.17, 4°

De exploitant houdt het eventuele attest van goedkeuring van de houder en het verslag van onderzoek ter beschikking van de burgemeester en van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.7.8, § 1

De exploitant houdt de resultaten van de door dit reglement voorgeschreven metingen, keuringen en controles van de installatie ter inzage van de toezichthoudende overheid en dit ten minste tot de resultaten van de eerstvolgende meting, keuring of controle van de inrichting beschikbaar zijn.

5.17.1.4, § 2, tweede lid

Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar. Een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.

5.17.1.11, § 1

Onverminderd de verplichtingen uit artikel 7 van Titel I van het Vlarem dient de exploitant van een in klasse 1 ingedeelde inrichting, een register of een alternatieve informatiedrager bij te houden waarin, per hoofdeigenschap, ten minste de aard en hoeveelheden van de opgeslagen gevaarlijke producten worden vermeld. Deze gegevens dienen zo opgeslagen te worden dat het mogelijk is om op elk ogenblik de in het bedrijf aanwezige hoeveelheden gevaarlijke producten te bepalen.

5.17.1.11, § 2

Het in § 1 bedoelde register of de alternatieve informatiedrager wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar en dit gedurende een periode van ten minste 1 maand.

5.17.1.15, § 1

Vooraleer aan een houder die P1-en/of P2-producten heeft bevat herstellingen of inwendige onderzoeken uit te voeren, dient de inrichting te beschikken over een door de exploitant of het diensthoofd Preventie en Bescherming geviseerde procedure om dergelijke werkzaamheden uit te voeren. De procedure moet inhouden dat de houder moet worden gereinigd volgens een reinigingsmethode die zowel op gebied van brand-en explosiebeveiliging, als op gebied van milieubescherming voldoende waarborgen biedt.

5.17.1.20

Hij houdt de bedoelde attesten steeds ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.

5.17.2.4, § 1, 4°, tweede lid

dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar; een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.

5.17.2.5, § 1, 4°, tweede lid

dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar; een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.

5.17.3.12, § 1, vijfde lid

De uitvoeringsplans en de boorverslagen dienen ter inzage te zijn van de toezichthoudende ambtenaar.

5.17.4.1.3, § 4

Dit verslag moet worden gestuurd naar de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en de Vlaamse Milieumaatschappij.

5.17.4.1.5

De exploitant dient een register bij te houden waarin de doorzetgegevens worden vermeld. Dit register is ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren.

5.17.4.1.6

De exploitant van een dampterugwinningsinstallatie dient een register bij te houden waarin elke periode van buitengebruikstelling van deze installatie nauwkeurig wordt vermeld, alsmede de reden daarvan en de getroffen maatregelen. Dit register ligt ter inzage op de plaats van exploitatie.

5.17.4.2.1, § 2

Indien de benzinedoorzet 100 m3/jaar of minder bedraagt, houdt de exploitant een bewijs daarvan ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.

5.17.4.2.5, § 1

Binnen 3 maand na de datum van de indienstname van het fase 2 damprecupera-tiesysteem moeten de volgende gegevens doorgegeven worden aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : 1° Naam en adres van de houder van de vergunning(en) (exploitant); 2° Referentie(s) van de lopende vergunning(en); 3° Aantal verdeelzuilen, pompen en vulpistolen voor benzine; 4° Type fase 2 damprecuperatiesysteem; 5° Datum van indienstname van het systeem;6° Kopie van certificaat van het systeem;7° Efficiëntie, gemeten tijdens de initiële controle bij de oplevering van het systeem;8° Orde van grootte van de doorzet (al dan niet groter dan 500 m3/jaar). 5.17.4.2.5, § 2

De exploitant moet een kopie van de in § 1 bepaalde gegevens en het bewijs van de melding ervan aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaar. De exploitant moet vanaf 3 maanden na datum van de indienstname van het fase 2 damprecuperatiesysteem de nodige gegevens in verband met de gemeten doorzet en de orde van grootte van de verwachte doorzet ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.18.1.1, § 4

De exploitant houdt een afschrift van de vergunningsbesluiten en de bijhorende plannen waarop de vergunde kadastrale percelen duidelijk zijn aangegeven, ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren.

5.18.1.1, § 5

De naam van deze verantwoordelijke persoon wordt door de vergunninghouder aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving alsmede aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen schriftelijk meegedeeld.

5.18.1.2, § 4

De vergunninghouder is ertoe gehouden een voortgangsrapport op te stellen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse regering houdende regels tot uitvoering van het oppervlaktedelfstoffendecreet

5.18.2.1, § 1

De exploitant deelt datum en uur waarop tot deze afpaling wordt overgegaan uiterlijk zeven kalenderdagen vooraf mee aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving alsmede aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen.

5.19.2.3.3, 3°

de exploitant houdt ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren, een attest

5.19.2.3.4, § 3, derde lid

De exploitant houdt een controleprogramma ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaar.

5.19.2.3.4, § 4

De data van de in § 3 bedoelde controles, de meetresultaten en andere vaststellingen alsmede de eventueel uitgevoerde herstellingen of wijzigingen aan de installaties, worden in een register ingeschreven dat, samen met de controleverslagen, ter beschikking gehouden wordt van de toezichthoudende ambtenaar.

5.20.2.8, § 3

Iedere verandering van brandstof, van het zwavelgehalte van de vloeibare brandstof, en van de uren van buitengebruikstelling worden ingeschreven in een register, dat de exploitant ter beschikking houdt van de toezichthoudende overheid.

5.20.3.9

In een bedrijfshandleiding moeten maatregelen tot emissievermindering bij het cokesovenbedrijf worden vastgelegd, met name voor : 1° het afdichten van de openingen; 2° het waarborgen dat alleen geheel vercookst materiaal wordt uitgedrukt; 3° het vermijden van het in de atmosfeer terechtkomen van onverbrande gassen. 5.28.2.3, § 7, tweede lid

De exploitant zendt een afschrift van de analyseresultaten aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en in voorkomend geval aan de exploitant van de te beschermen waterwinning.

5.28.3.2.1, § 1

De exploitant deelt de naam van de bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.

5.28.3.2.3, § 1

De exploitant houdt een register bij. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning noteert de exploitant in dit register ten minste : 1° gegevens over de aangevoerde dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte); c) de herkomst (producent) van de dierlijke mest; d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt;e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5; g) in voorkomend geval de opmerkingen over de dierlijke mest en de aanvoer.2° gegevens over de eventueel afgevoerde onbewerkte of onverwerkte dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de afvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de onverwerkte dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte,); c) de bestemming van de dierlijke mest;d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt;e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon;f) de gehalten aan stikstof en P2O5; g) in voorkomend geval de opmerkingen over de dierlijke mest en de afvoer.3° gegevens over de afvoer van de afgewerkte producten (al of niet voor nuttige toepassing) : a) het volgnummer, de datum en het uur van de afvoer van afgewerkte producten;b) de aard van de afgewerkte producten;c) de bestemming van de afgewerkte producten; d) de vervoerder van de afgewerkte producten en de wijze van vervoer met vermelding van de referenties van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument; e) de hoeveelheid (massa en volume) van de afgewerkte producten met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5;4° gegevens over de aangevoerde doch geweigerde dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte); c) de herkomst (producent) van de dierlijke mest; d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt;e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; f) de gehalten aan stikstof en P2O5; g) de reden van de weigering en opmerkingen over de dierlijke mest en de aanvoer; 5° de ondervonden moeilijkheden en storingen, waarnemingen, metingen en andere inlichtingen betreffende de uitbating van de inrichting. 6° gegevens over de aanvoer van andere (grond)stoffen : a.het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de andere (grond)stoffen; b) de aard van de andere (grond)stoffen; c) de herkomst van de andere (grond)stoffen; d) de hoeveelheid (massa en volume) van andere (grond)stoffen met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon; e) de gehalten aan P2O5 en stikstof;

5.28.3.2.3, § 2

De luiken D (bewijs van ontvangst) van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument die betrekking hebben op de aangevoerde dierlijke mest, moeten samen met het register bewaard worden. Hetzelfde geldt voor de luiken C (bewijs van afzet) van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument die betrekking hebben de afgevoerde onbewerkte of onverwerkte dierlijke mest.

5.28.3.2.3, § 3

Het register, bedoeld in § 1, alsook de luiken, bedoeld in § 2, liggen ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren alsook van de ambtenaren van de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij.

5.28.3.2.4, § 1

De hoeveelheid aangevoerde, verwerkte en afgevoerde dierlijke mest en de hoeveelheid aangevoerde andere (grond)stoffen moeten in het register, bedoeld in artikel 5.28.3.2.3, worden getotaliseerd respectievelijk per dag, per maand en per kalenderjaar en dit voor wat betreft de dierlijke mest per type. Op eenvoudig verzoek worden deze gegevens meegedeeld aan de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij. De hoeveelheid aangevoerde dierlijke mest wordt eveneens getotaliseerd per Mestbanknummer per kalenderjaar.

5.28.3.2.4, § 2, derde lid

De hierboven bedoelde nutriëntenbalansen dienen jaarlijks te worden doorgestuurd naar de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij voor 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de balans betrekking heeft.

5.29.0.6, § 1, 3°, derde lid

Het tijdstip en uitvoerder van de metingen worden uiterlijk 72 uur voor de aanvang van de metingen per faxbericht gemeld aan de toezichthoudende overheid.

5.31.1.4, § 3

De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage gehouden worden van de toezichthoudende ambtenaren.

5.31.2.3

en die gegevens ter beschikking houden van de toezichthoudende overheid.

5.32.2.3, § 1, 4°, derde lid

De vergunningverlenende overheid en de toezichthoudende ambtenaar worden door de exploitant schriftelijk in kennis gesteld van de voorziene saneringsmaatregelen.

5.32.2.3, § 3

De in de §§ 1 en 2 van dit artikel bedoelde onderzoeksverslagen zijn aanwezig in de inrichting. Zij zijn ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.2.4, § 1, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.2.4, § 2

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.2.5, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.

5.32.3.4, § 1

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.3.8, § 5, laatste lid

De data van deze onderzoekingen en de vaststellingen die tijdens deze onderzoekingen werden gedaan worden in een notitieboekje ingeschreven, dat ter beschikking van de burgemeester en van de bevoegde ambtenaar wordt gehouden.

5.32.4.2, § 6

die de hierbij gedane vaststellingen optekent in een bijzonder register dat te allen tijde ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar wordt gehouden.

5.32.7.2.4, § 2, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.2.4, § 5

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.2.5, § 1, derde lid

Datum en aard van de onderhoudswerkzaamheden moeten genoteerd worden in een register dat deel uitmaakt van het door de exploitant bij te houden veiligheidsdossier dat ter inzage dient gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.2.6, § 1, eerste lid

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.

5.32.7.2.9, § 9, eerste lid

Een intern ordereglement wordt ter kennis gebracht van de plaatselijke politie of rijkswacht. Dit intern ordereglement bevat : de richtlijnen en verplichtingen in verband met de registratie van de schutters, de modaliteiten aangaande het laden en het ontladen van wapens, de modaliteiten van het schieten o.a. de schietdisciplines en de standplaatsen en aangaande het betreden en evacueren van de schietzone. Het reglement vermeldt uitdrukkelijk dat de schutters de bevelen in verband met de veiligheid van de verantwoordelijke persoon dienen na te leven.

5.32.7.2.12, § 1

De exploitant is ertoe gehouden een exploitatiedossier bij te houden, omvattende : 1° een veiligheidsdossier dat bevat : a) het liggingsplan minimum op schaal 1/200 van alle lokalen met aanduiding van hun verbindingen, toegangen en uitgangen, alsmede de aard en plaats van de blustoestellen en de plaats van het elektrisch schakelbord; b) het attest van het bevoegd brandweerkorps betreffende de aard, het aantal en de plaats van de blustoestellen, evenals met betrekking tot het in de schietruimte toegelaten aantal personen; c) de attesten met betrekking tot de brandweerstand of zelfdovendheid van gebruikte bouwmaterialen; d) de attesten betreffende de controles van de elektrische installatie en de blustoestellen; e) de naam van de persoon verantwoordelijk voor de veiligheid. 2° het interne ordereglement; 3° een werkregister met de lijst van de aard en datum van de uitgevoerde nazichts-en onderhoudsbeurten en herstellingswerken; 4° de naam van de exploitant en de ledenlijst.

5.32.7.2.12, § 2

Het exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.5.3, § 3

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.5.4, § 1

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehou-den.

5.32.7.5.4, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het in artikel 5.32.7.5.7., § 1, sub 1° bedoelde veiligheidsdossier gevoegd worden.

5.32.7.5.7, § 1

De exploitant is ertoe gehouden een exploitatiedossier bij te houden, omvattende : 1° een veiligheidsdossier dat bevat : a) het liggingsplan minimum op schaal 1/200 van alle lokalen met aanduiding van hun verbindingen, toegangen en uitgangen, alsmede de aard en plaats van de blustoestellen en de plaats van het elektrisch schakelbord; b) de attesten betreffende de controles van de elektrische installatie en de blustoestellen; c) de naam van de persoon verantwoordelijk voor de veiligheid.2° het interne ordereglement; 3° een werkregister met de lijst van de aard en datum van de uitgevoerde nazichts-en onderhoudsbeurten en herstellingswerken;

5.32.7.5.7, § 2

Het exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.6.4, § 1, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.6.4, § 3

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.8.2.1, § 1

Het bewijs van de eventuele huurovereenkomst dient ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.8.2.6, § 1

De exploitant is er toe gehouden een exploitatiedossier bij te houden waarin voor elke schieting vermeld wordt : 1° de naam en leeftijd van de verantwoordelijke personen, de operatoren en de werpleiders; 2° de namen van de schutters;hiervoor mag ook worden verwezen naar een gedateerde deelnemerslijst; 3° de datum, het begin-en einduur en het nummer van de schieting; 4° het interne ordereglement.

5.32.8.2.6, § 3

Het in § 1 bedoelde exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.1.2, § 1, tweede lid

De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.1.3, § 1

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.1.4, § 1

De exploitant meldt aan de toezichthoudende ambtenaar van de Administratie Gezondheidszorg : 1° de datum van de eerste ingebruikname; 2° de sluitingsperiode voor bv. onderhoud, aanpassingen, enz; 3° de wederingebruikname van het bad; 4° alle bouwtechnische veranderingen ook indien deze intern worden doorgevoerd.

5.32.9.2.2, § 1, eerste lid, eerste zin

De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven. Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.2.2, § 1, eerste lid, voorlaatste zin

Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.2.2, § 2, 2°

Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.

5.32.9.2.2, § 2, 7°

De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.

5.32.9.2.2, § 3, 5°

Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.2.2, § 3, 6°

Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.2.2, § 3ter, tweede lid,

Dit toezichtsplan ligt ter inzage voor de toezichthoudende ambtenaren.

5.32.9.2.2, § 4, 3°, derde lid,

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.2.2, § 4, 4°

De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses;c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen;d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval;f) de maandelijkse notering van het waterverbruik;g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen.Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.2.2, § 7, 1°

De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren.

5.32.9.2.2, § 7, 2°

Het sub 1° bedoelde reglement omvat tenminste de volgende punten : a) de directie heeft het recht om elke persoon die een gevaar blijkt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de instelling te verbieden (dronkenschap, ordeverstoring, niet naleving van dit reglement, e.d.); b) dieren worden niet in de inrichting toegelaten; c) elke bader moet een stortbad nemen alvorens de zwemhal te betreden;d) kinderen van minder dan 6 jaar zijn steeds vergezeld van een toezichthoudende volwassene. 5.32.9.3.2, § 1, eerste lid, eerste zin

De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven.

5.32.9.3.2, § 1, eerste lid, voorlaatste zin

Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.3.2, § 2, 2°

Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.

5.32.9.3.2, § 2, 7°

De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.

5.32.9.3.2, § 3, 5°

Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.3.2, § 3, 6°

Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.3.2, § 3bis, tweede lid

Dit toezichtsplan ligt ter inzage voor de toezichthoudende ambtenaren.

5.32.9.3.2, § 4, 3°, derde lid

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.3.2, § 4, 4°

De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik;g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.3.2, § 7, 1°

De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren.

5.32.9.3.2, § 7, 2°

Het in § 1 bedoelde reglement omvat tenminste de volgende punten : a) de directie heeft het recht om elke persoon die een gevaar blijkt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de instelling te verbieden (dronkenschap, ordeverstoring, niet naleving van dit reglement, e.d.); b) dieren worden niet in de inrichting toegelaten; c) elke bader moet een stortbad nemen alvorens de kaden en het zwembad te betreden;d) kinderen van minder dan 6 jaar zijn steeds vergezeld van een toezichthoudende volwassene

5.32.9.4.2, § 3, derde lid

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.4.2, § 6

De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : 1° de resultaten van de in § 2 bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;2° de resultaten van de in § 3 bedoelde maandelijkse analyses; 3° de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; 4° de dagelijkse bezetting van het zwembad; 5° elke bijzonderheid, incident of ongeval; 6° de maandelijkse notering van het waterverbruik;7° elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt tenminste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.5.1, § 3, derde lid

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.5.2, § 1, tweede lid

Dit register, wordt tenminste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar

5.32.9.7.2, § 1, eerste lid

De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven.

5.32.9.7.2, § 1, tweede lid

Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar

5.32.9.7.2, § 2, 2°

Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.

5.32.9.7.2, § 2, 7°

De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.

5.32.9.7.2, § 3, 4°

Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.7.2, § 4, 3°, derde lid

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.7.2, § 4, 4°

De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens: a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik;g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.8.1, § 2

Door de exploitant wordt een reglement van inwendige orde vastgelegd dat tenminste de volgende bepalingen omvat : 1° de toegang tot de zwemgelegenheid wordt verboden voor dronken personen; 2° personen aangetast door of verdacht van besmettelijke ziekten worden niet tot het zwemwater toegelaten; 3° het is verboden zeep te gebruiken op andere plaatsen dan onder het stortbad; 4° honden of andere huisdieren worden niet toegelaten in het water of op het strand; 5° kinderen van minder dan 6 jaar staan steeds onder het toezicht van een volwassene.

5.32.9.8.2, § 3

Een dubbel van deze analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks naar de gezondheidsinspecteur gezonden.

5.32.9.8.5, § 6bis, tweede lid

Dit toezichtsplan wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

5.32.9.8.5, § 7

Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.8.5, § 8

Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.10.1, § 3, tweede lid

Ook de controle en de wijze van controle op de maatregelen wordt in het register vermeld.

5.33.0.2, § 1, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.33.0.2, § 2

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.33.0.3, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.36.0.2, § 1, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.36.0.2, § 2

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.36.0.3, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.38.0.2, § 2, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.38.0.2, § 4

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.38.0.3, § 5

De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.41.1.3, § 1

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar

5.41.1.3, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.41.2.2, § 4, eerste lid

Voor elke machine houdt de exploitant een verslag ter beschikking van de toezichthoudende overheid, waarin aangetoond wordt dat aan de voorwaarden van § 2of § 3 voldaan is.

5.41.2.2, § 4, derde lid

De exploitant bezorgt een afschrift van dit verslag aan de toezichthoudende overheid als die daarom verzoekt.

5.41.2.3, § 3

Dat logboek wordt voor een periode van minstens 5 jaar na de laatste registratie bewaard en ter inzage van de toezichthoudende overheid gehouden.

5.43.2.1.2, § 3

De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet.

5.43.2.1.3, § 7

De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.

5.43.2.1.5

en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden

5.43.2.2.2, § 2

De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet.

5.43.2.2.3, § 4.

De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.

5.43.2.2.5

en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden.

5.43.2.3.3, § 4.

De resultaten van de bovengenoemde emissiemetingen moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden

5.43.3.2, § 3

De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor de milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet

5.43.3.3, § 6.

De meet-of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.

5.43.3.6

en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden.

5.43.4.2

Iedere verandering van brandstof, van het zwavelgehalte van de vloeibare brandstof, en van de uren van buitengebruikstelling worden ingeschreven in een register, dat de exploitant ter beschikking houdt van de toezichthoudende overheid.

5.51.4.1

De gebruiker houdt het verslag van de risicoanalyse en een register met GGO'sen pathogene organismen, aangewend in het kader van ingeperkt gebruik, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren en de bevoegde instantie.

5.51.4.2, § 2, tweede lid

Dat controleprogramma moet ter beschikking gehouden worden van de toezichthoudende overheid.

5.53.3.3, § 5.

dat op eenvoudig verzoek aan de met toezicht belaste ambtenaren wordt voorgelegd.

5.53.3.3, § 6

De stand van de meter wordt bij het wegnemen en het terugplaatsen genoteerd in een register.

5.53.3.3, § 9.

De stand van iedere debietmeter wordt genoteerd in een register op de laatste kalenderdag van elk jaar waarin grondwater werd opgepompt en telkens wanneer, om welke reden ook, de debietmeter verwijderd of herplaatst wordt.

5.53.4.6, § 2.

De gegevens, bedoeld in artikel 5.53.4.5 en § 1, worden door de exploitant bijgehouden in een register, dat ter plaatse of in een gecentraliseerde databank van het bedrijf ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

5.53.4.7

De exploitant van een grondwaterwinning, waarvan het vergunde volume meer dan 30.000 m3 per jaar bedraagt, deelt elk jaar de resultaten van het voorgaande kalenderjaar mee van de gewonnen volumes grondwater per watervoerende laag, de analyses van het grondwater en de peilmetingen.

Hij doet dit overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van de deel IA en IV van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 januari 2005 tot wijziging van de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, 18 maart 1997 houdende vaststelling van de modaliteiten voor aangifte van de opgepompte of gewonnen hoeveelheden grondwater door de maatschappijen die instaan voor de openbare drinkwatervoorziening ten behoeve van de bepaling van de heffing, 28 juni 2002 tot uitvoering van het Hoofdstuk IIIbis van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging en Hoofdstuk IVbis van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, en 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.

5.53.4.8

Ten laatste negentig dagen na het boren respectievelijk het herboren of de aanleg, wijziging of verbouwing van een grondwaterwinning of grondwaterwinningseenheid, waarvan het vergunde volume meer dan 30.000 m3 per jaar bedraagt, bezorgt de exploitant de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor grondwater : 1° het doel van de boring; 2° het boorverslag met een beschrijving van de aard van de aangeboorde lagen; 3° de geologische beschrijving van de lagen, voor zover deze gekend zijn; 4° de technische beschrijving van de uitrusting van het boorgat, de uitvoering of wijziging van de put en/of andere inrichting; 5° de watervoerende laag waaruit grondwater wordt opgepompt;6° het specifieke debiet van de put; 7° de kwaliteit van het opgepompte grondwater aan de hand van de analyseresultaten bedoeld in artikel 5.53.4.5. § 1; 8° de diepte van het grondwater in rust na de putontwikkeling ten opzichte van het maaiveld; 9° de maatregelen die werden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van het leefmilieu in het algemeen en van het grondwater in het bijzonder; 10° vanaf een vergund debiet van 1.000.000 m3 per jaar, het verslag van een deskundig uitgevoerde pompproef; 11° de ligging op een kaart op schaal 1/250 met aanduiding van op het terrein waarneembare referenties.

5.53.5.1, § 1, tweede lid

De exploitant deelt deze buitendienststelling mee aan de afdeling, bevoegd voor grondwater..

5.53.6.3.1, § 4

De gegevens, bedoeld in § 1en § 2, worden bijgehouden in een register, dat ter plaatse of in een gecentraliseerde databank van het bedrijf ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

5.53.6.3.2

De exploitant van een grondwaterwinning, bedoeld in subrubriek 53.7 van de indelingslijst, maakt per periode van vijf jaren een rapport op met de volgende inhoud : 1° de beschrijving van de evolutie van de opgepompte debieten en overeenkomstige peilen in de productieputten en de peilputten over de afgelopen periode (ev. weergegeven in tijdsreeksen) alsook een evaluatie hiervan; 2° de beschrijving van de eventuele mogelijke vastgestelde invloeden op de bovengrondse eigendommen, zowel wat betreft stabiliteit van de grond als de mogelijke invloed op gewassen en het natuurlijk milieu; 3° bij grondwaterwinningen met vijf peilputten en meer, twee stijghoogtekaarten respectievelijk in de aangepompte watervoerende laag en de freatische watervoerende laag van de omgeving, opgemaakt op basis van de reële metingen, één met de hoogste en één met de laagste gemeten grondwaterstand.De exploitant bezorgt een kopie van dit rapport aan de vergunningverlenende overheid alsook aan de afdeling, bevoegd voor grondwater..

5.54.3, § 2

De exploitant houdt met betrekking tot de exploitatie van een inrichting voor het kunstmatig aanvullen van grondwater een register bij waarin worden ingeschreven : 1° de resultaten van de peilmetingen, bedoeld in § 1, samen met het peil in het infiltratiepand; 2° gedurende het eerste jaar van het kunstmatig aanvullen, de hoeveelheid water die tijdens de 24 uren voorafgaand aan de wekelijkse peilmetingen kunstmatig werd aangevuld; 3° de hoeveelheid water die maandelijks kunstmatig werd aangevuld.

Het register wordt door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.54.3, § 3

Wanneer het jaarlijkse volume aangevuld water meer dan 30.000 m3 bedraagt, moet de exploitant de gegevens, bedoeld in § 2, op uiterlijk 15 maart van elk jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben, tevens schriftelijk meedelen aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.

5.54.4, § 2, derde lid

De verslagen van de bemonsteringen en analyses, bedoeld in het eerste lid, worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.54.5, § 2.

De verslagen van de bemonsteringen en analyses, bedoeld in § 1, worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.54.5, § 3

Wanneer het jaarlijkse volume aangevuld water meer dan 30.000 m3 bedraagt, moet de exploitant de gegevens, bedoeld in § 1, op uiterlijk 15 maart van elk jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben, tevens schriftelijk meedelen aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.

5.55.2, § 4

Wanneer het gaat om een boring met een diepte van meer dan 50 m ten opzichte van het maaiveld, bezorgt de exploitant, uiterlijk negentig dagen na het boren, de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor grondwater : 1° het doel van de boring; 2° het boorverslag met een beschrijving van de aard van de aangeboorde lagen; 3° de geologische beschrijving van de lagen, voorzover deze bekend zijn; 4° de technische beschrijving van de uitrusting van het boorgat; 5° de diepte van het grondwater in rust na de putontwikkeling ten opzichte van het maaiveld; 6° de maatregelen die werden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van het leefmilieu in het algemeen en van het grondwater in het bijzonder; 7° de ligging op een kaart op schaal 1/250 met aanduiding van op het terrein waarneembare referenties.

5.55.3, § 1, tweede lid

Wanneer het gaat om een boring met een diepte van meer dan 50 m ten opzichte van het maaiveld, deelt de exploitant deze buiten dienststelling mee aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.

5.57.2.2, § 2, tweede lid

De exploitant bezorgt een exemplaar van dit plan : 1° aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen; 2° aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving;3° aan de afdeling, bevoegd voor geluidshinder 4° aan de Bestendige Deputatie van de provincie(s) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken; 5° aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente(n) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken.

5.57.2.2, § 3

Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, worden het plan, bedoeld in § 2, en de gegevens, bedoeld in artikel 5.57.1.2, § 5, uiterlijk tegen 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarover de berekening gaat, bezorgd aan de in § 2 vermelde instanties.

5.59.1.2, § 2, eerste en tweede lid

Als de exploitant voor installaties gebruik wenst te maken van het reductieprogramma van bijlage 5.59.2 moet hij dat per aangetekend schrijven, melden aan de vergunningverlenende overheid en aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen op volgende data : 1° uiterlijk op 31 oktober 2005 in het geval van bestaande installaties; 2° bij de vergunningsaanvraag of melding in het geval van nieuwe installaties waarvoor voor 1 april 2001 nog geen vergunningsaanvraag of melding is ingediend;3° voor de ingebruikname in het geval van nieuwe installaties waarvoor voor 1 april 2001 reeds een vergunningsaanvraag of melding is ingediend.

5.60.3, § 1

De exploitant deelt de naam van die bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.

5.60.3, § 4

Tenzij het anders vermeld is in de milieuvergunning, houdt de exploitant een register bij waarin tenminste de volgende gegevens zijn genoteerd : 1° het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 2° de herkomst en oorsprong van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 3° de vervoerder van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 4° de hoeveelheid aangevoerde niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie; 5° opmerkingen over de uitgegraven bodem en/of bagger-en ruimingsspecie en aanvoer, met inbegrip van de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodems en/of bagger-en ruimingsspecie.

5.61.2, § 4

Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, houdt de exploitant een register bij waarin ten minste de volgende gegevens zijn genoteerd : 1° voor wat betreft de aanvoer : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de uitgegraven bodem;b) de herkomst en oorsprong van de uitgegraven bodem; c) de vervoerder van de uitgegraven bodem; d) de hoeveelheid aangevoerde uitgegraven bodem; e) opmerkingen omtrent de uitgegraven bodem en aanvoer, met inbegrip van de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodem. 2° voor wat betreft de opslag : de plaats waar de geleverde partij opgeslagen ligt.3° voor wat betreft de afvoer : a) de bestemming van de uitgegraven bodem;b) de vervoerder van de uitgegraven bodem; c) de hoeveelheid aangevoerde uitgegraven bodem;

6.5.3.1, § 1, 5°

dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar

6.5.4.3, § 1, eerste zin

Binnen de maand na de aanleg van een opslaginstallatie maakt de exploitant, of op zijn verzoek de installateur of de erkende technicus die toezicht gehouden heeft bij de plaatsing, hiervan melding bij de Afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij, bevoegd voor grondwater.


6.5.4.3, § 2

Deze melding bevat volgende inlichtingen : • de identificatie van de installateur of de erkende technicus; • een eenduidige plaatsbepaling van de opslaginstallatie; • een kopie van het afgeleverde certificaat;

6.5.4.4

Bij de oplevering van de opslaginstallatie bezorgt de gemachtigde installateur of de erkende technicus aan de eigenaar het certificaat van de installatie samen met de certificaten of de beproevingsverslagen van de onderdelen ervan. De eigenaar van de opslaginstallatie draagt er zorg voor dat de exploitant(en) in het bezit is (zijn) van een kopie van het certificaat van de installatie.


Art. 2.Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in de bijlagen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk

Bijlage

Wettelijke verplichting

4.2.5.1, C) CONTROLE-INRICHTING BIJ GESLOTEN AFVOER, 1.

Debietmeetsysteem, a)

de desbetreffende ijkingsattesten dienen door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar

4.5.2,

Art. 2.Uitvoering, tweede lid

Het volledige akoestische onderzoek wordt door de exploitant in drie exemplaren toegestuurd aan de vergunningverlenende overheid,

4.5.3,

Art. 2.Redactie, tweede lid

Het saneringsplan wordt door de exploitant in drie exemplaren toegestuurd aan de vergunningverlenende overheid,

5.30.1, 1. Hoofdgrondstof, 1.1. Monsterneming, § 3

De opgave van alle klei-en of leemsoorten die deel uitmaken van de hoofdgrondstof, evenals de motivatie hiervoor, moet worden meegedeeld aan de toezichthoudende ambtenaren van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen.

Dit gebeurt een eerste maal voorafgaand aan de vanaf 1 januari 2003 voor nieuwe inrichtingen en de vanaf 1 januari 2004 voor bestaande inrichtingen verplichte emissiemetingen en nadien bij elke wijziging van de situatie.

5.30.1, 1. Hoofdgrondstof, 1.2. Analyse, § 2

De resultaten van voormelde analyse van de hoofd- grondstof dienen ter inzage gehouden van de met het toezicht gelaste ambtenaar.

5.30.1, 2. Rookgassen, § 5

De afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving wordt vooraf schriftelijk op de hoogte gebracht van de datum en uitvoerder van de emissiemetingen. De resultaten van de emissiemetingen worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid

5.51.4, 4. Algemene maatregelen, 10°

bijhouden van adequate registers

5.51.4, 4. Algemene maatregelen, 13°

voorzien in schriftelijke gestandaardiseerde werkprocedures om de veiligheid te waarborgen


5.51.4, 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.1 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in laboratoria, 4.1.3 Werkpraktijken en afvalbeheer

Maatregelen

Inperkingsniveau

L1

L2

L2-Q

L3

L4

44

beschikken over geschikte registers

vereist

vereist

vereist

vereist

vereist

46

nota voor gebruiksaanwijzing van doeltreffende ontsmettingsmiddelen

vereist

vereist

vereist

vereist

vereist

49

schriftelijke instructies inzake procedures met betrekking tot bioveiligheid

vereist

vereist

vereist

vereist

vereist


5.51.4., 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.2 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in animalaria, 4.2.3 Werkpraktijken en afvalbeheer

Maatregelen

Inperkingsniveau

A1

A2

A3

A4

46

register(s) waarop alle handelingen vermeld worden (binnenbrengen en buitenbrengen van proefdieren, inoculatie van GGM's enz.)

vereist

vereist

vereist

vereist

48

nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelen

vereist

vereist

vereist

vereist

51

schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheid

vereist

vereist

vereist

vereist

5.51.4., 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.3 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in serres en kweekkamers, 4.3.3 Werkpraktijken en afvalbeheer

Maatregelen

Inperkingsniveau

G1

G2

G2-Q

G3

39

register(s) waarop alle handelingen vermeld worden (binnenbrengen en buitenbrengen van planten, inoculatie van GGM's enz.)

vereist

vereist

vereist

vereist

41

nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelen

vereist

vereist

vereist

vereist

43

schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheid

vereist

vereist

vereist

vereist

5.51.4, 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.5 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in inrichtingen voor grootschalige activiteiten, 4.5.3 Werkpraktijken en afvalbeheer

Maatregelen

Inperkingsniveau

LS1

LS2

LS3

LS4

57

beschikken over geschikte registers

vereist

vereist

vereist

vereist

59

nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelen

vereist

vereist

vereist

vereist

62

schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheid

vereist

vereist

vereist

vereist

6.10.2.2. § 1 Milieuvoorwaarden voor vast opgestelde zendantennes

De exploitatie van een vast opgestelde zendantenne of verandering van een vast opgestelde zendantenne is verboden zonder conformiteitsattest.

6.10.3.2. Bepalingen voor bestaande vast opgestelde zendantennes

Voor bestaande vast opgestelde zendantennes moet uiterlijk op 31 december 2011 een attest zijn afgeleverd dat de conformiteit met deel 2, hoofdstuk 2.14, afdeling 2.14.2, bevestigt.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2011 tot wijziging van diverse besluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Brussel, 28 oktober 2011.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^