Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 30 maart 1999
gepubliceerd op 10 juli 1999

Besluit van de Vlaamse regering houdende de instelling van een subsidie aan OCMW'S die op de privé-woningmarkt huurwaarborgen stellen voor hun cliënteel

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1999035733
pub.
10/07/1999
prom.
30/03/1999
ELI
eli/besluit/1999/03/30/1999035733/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 MAART 1999. - Besluit van de Vlaamse regering houdende de instelling van een subsidie aan OCMW'S die op de privé-woningmarkt huurwaarborgen stellen voor hun cliënteel


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, inzonderheid op artikels 3, 4 en 59;

Gelet op de beslissing van de Vlaamse regering, gegeven op 30 maart 1999;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het nodig is om de OCMW's zo spoedig mogelijk te ondersteunen bij het stellen van een huurwaarborg voor hun cliënteel op de private- huurwoning markt om zo dit systeem van huurwaarborg op korte termijn te promoten bij de OCMW's, in het kader van het beleid tegen armoede en sociale uitsluiting;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting en van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting;2° OCMW : openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;3° huurwaarborg : hetzij de waarborg welke een OCMW stelt in de plaats van een huurder bij het huren van een woning op de privé- woningmarkt aan de verhuurder, en dit zolang deze niet integraal is terugbetaald aan het OCMW en voor de duur van het huurcontract, hetzij de bankwaarborg die op verzoek van het OCMW door een financiële instelling verleend wordt ten einde de naleving van de verbintenissen en de verplichtingen van de huurder te waarborgen;4° administratie : de afdeling Financiering van het Huisvestingsbeleid van de Administratie Ruimtelijke Ordening en Huisvesting van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap;5° woning : elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande en welke als hoofdverblijfplaats wordt verhuurd.

Art. 2.Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de minister elk jaar, aan elk in het Vlaamse Gewest gelegen OCMW een subsidie van F 700 per gevestigde huurwaarborg met een maximum van 1 huurwaarborg per schijf van 500 inwoners in de betrokken gemeente.

Art. 3.De woning waarvoor deze huurwaarborg wordt gesteld is om voor subsidie in aanmerking te komen, gelegen op het grondgebied van de gemeente van het bevoegd OCMW en mag geen eigendom zijn van een sociale woonorganisatie.

Art. 4.De vaststelling van de subsidie gebeurt op basis van het aantal verleende huurwaarborgen vermeld in het jaarlijks rapport bedoeld in artikel 13, § 3 van het decreet van 14 mei van 1996 tot vaststelling van de regelen inzake de werking en de verlening van het sociaal impulsfons. De lijst van deze aantallen per OCMW wordt op het einde van elk kwartaal ter beschikking gesteld van de administratie.

De betaling van deze subsidie aan de OCMW's volgt binnen de maand na ontvangst door de administratie van de verzonden gegevens.

De administratie berekent de subsidie, rekening houdend met het in artikel 2 vermelde maximum.

De controle op de aanwending van de middelen die via dit besluit aan de OCMW's worden toegekend, gebeurt volgens dezelfde wijze als deze bepaald in het decreet tot vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds van 14 mei 1996.

Art. 5.De subsidies voorzien in dit besluit worden aangerekend op basisallocatie 01.09 (Fonds voor de Huisvesting) van organisatieafdeling 62, programma 40 van de begroting van de Vlaamse gemeenschap.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999. Het besluit houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.

Art. 7.De Vlaamse ministers, bevoegd respectievelijk voor de huisvesting en voor welzijn, zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 30 maart 1999.

De Minister-President van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting, L. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, L. MARTENS

^