Besluit Van De Vlaamse Regering van 30 oktober 2015
gepubliceerd op 04 december 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden en het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot va

bron
vlaamse overheid
numac
2015036460
pub.
04/12/2015
prom.
30/10/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015036460

VLAAMSE OVERHEID


30 OKTOBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden en het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, wat betreft de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 6, § 1, en artikel 10, eerste lid;

Gelet op het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, artikel 57;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 7 juli 1995;

Gelet op advies 58.209/3 van de Raad van State, gegeven op 21 oktober 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden

Artikel 1.Aan artikel 41, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Met behoud van de toepassing van het eerste lid, is het centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning zoals omschreven in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, dat een residentiële functie of de typemodule ambulante opvang of ambulante pedagogische training van ouders samen met kinderen in groepsverband aanbiedt, ertoe gehouden, wat de door het Fonds gesubsidieerde onroerende goederen betreft, deze gedurende minstens een periode van acht jaar, te rekenen vanaf de subsidiebelofte, te gebruiken voor het aanbieden van de functie respectievelijk typemodule waarvoor men een investeringssubsidie heeft verkregen.".

Art. 2.Aan artikel 42 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Bij overtreding van de in artikel 41, § 2, derde lid, vervatte verplichting zullen de verleende subsidies worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen

Art. 3.In artikel 1, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, wordt de zinsnede "1 maart 2002 betreffende de erkenning en de" vervangen door de zinsnede "9 november 2012 inzake erkenning en".

Art. 4.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 1° wordt opgeheven;2° punt 2° en 3° worden vervangen door wat volgt: "2° bij nieuwbouw is er in voldoende, passende en veilige buitenspeelruimte voorzien voor de residentieel of ambulant opgevangen kinderen.Deze bepaling geldt niet voor de infrastructuur waarin alleen ambulante trainingen worden georganiseerd waarbij de aanwezigheid van kinderen niet vereist is; 3° de basisinfrastructuur van een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning bestaat ten minste uit de volgende lokalen, waarbij de opgegeven nuttige vloeroppervlakten minima zijn: a) voor de secretariaatsfunctie: voldoende administratieve ruimte;b) voor de residentiële functie: 1) voldoende ruime kamers naargelang van de leeftijd van de kinderen;2) voldoende slaapruimtes voor baby's en peuters;3) minimaal één toilet en badgelegenheid per vijf residentiële bewoners;4) voldoende multifunctionele ruimtes;5) een sanitaire ruimte van 10 m², met gescheiden wc voor mannen en vrouwen en met een verluierruimte voor ouders met jonge kinderen;6) een of meer gespreksruimtes;7) voldoende administratieve ruimtes;c) voor de ambulante dagopvang en voor de ambulante trainingen is er naast de leef- en trainingsruimte in voldoende rust-, gespreks- en kantoorruimte voorzien; d) voor de mobiele dienstverlening zijn er voldoende administratieve ruimtes, gespreksruimtes en multifunctionele ruimtes in overeenstemming met het aantal begeleidingen.".

Art. 5.Artikel 9, tweede lid, 4°, van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt: "4° voor een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning: a) 50 m² per residentiële opvangplaats waarvoor men subsidies ontvangt van Kind en Gezin overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning.Dat geldt voor de verschillende typemodules van residentiële opvang, vermeld in artikel 45, 49 en 53 van het ministerieel besluit van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 21/12/2012 pub. 26/11/2013 numac 2013206167 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende het aanbod, beschreven in typemodules, van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning sluiten betreffende het aanbod, beschreven in typemodules, van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning; b) 30 m² per ambulante opvangplaats als vermeld in artikel 23 van het voormelde ministerieel besluit, waarvoor men subsidies ontvangt van Kind en Gezin overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;c) 20 m² per voltijdsequivalent, ingezet voor de mobiele begeleiding, waarvoor men subsidies ontvangt van Kind en Gezin overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning. Dat geldt voor de verschillende typemodules van mobiele begeleiding, vermeld in artikel 8, 11, 14, 17 en 20 van het voormelde ministerieel besluit; d) 30 m² per voltijdsequivalent, ingezet voor de typemodule ambulante pedagogische training in groepsverband, van ouders samen met kinderen, als vermeld in artikel 29 van het voormelde ministerieel besluit, waarvoor men subsidies ontvangt van Kind en Gezin overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning; e) 15 m² per voltijdsequivalent, ingezet voor andere typemodules van ambulante training in groepsverband als vermeld in artikel 35 en 38 van het voormelde ministerieel besluit, waarvoor men subsidies ontvangt van Kind en Gezin overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning.". HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

Art. 6.Voor de dossiers waarvoor de subsidiebelofte is gegeven voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, gelden de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 30 oktober 2015.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN


begin


Publicatie : 2015-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^