Besluit Van De Waalse Regering van 03 maart 2016
gepubliceerd op 23 maart 2016
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wat betreft de verschillende maatregelen i.v.m. de financiering van het waterbeleid en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van

bron
waalse overheidsdienst
numac
2016201585
pub.
23/03/2016
prom.
03/03/2016
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2016201585

WAALSE OVERHEIDSDIENST


3 MAART 2016. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wat betreft de verschillende maatregelen i.v.m. de financiering van het waterbeleid en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen


De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen, artikel 2, artikel 4, 1°, artikel 6, vervangen bij het decreet van 19 september 2013, artikel 10, vervangen bij het decreet van 19 september 2013, artikel 11 vervangen bij het decreet van 19 september 2013, artikel 11bis, vervangen bij het decreet van 19 september 2013 et bij het decreet van 28 november 2013, artikel 11ter, gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, 11quater, gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, artikel 12, vervangen bij het decreet van 19 september 2013, artikel 12bis, gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, artikel 13, gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2007, artikel 14, laatst gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, artikel15, vervangen bij het decreet van 10 december 2009, artikel 16, laatst gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, artikel 17bis, § 1, gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2007, artikel 18, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, artikel 18bis, gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, artikel 19, gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, artikel 20bis, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2009, de artikelen 25 tot 27, laatst gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, artikel 63, laatst gewijzigd bij het decreet van 12 december 2014, en artikel 64;

Gelet op Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, de artikelen D.174, § 3, gewijzigd bij het decreet van 7 november 2007, D.229, D.252, D.262, derde lid, D.263, § 1, derde lid, D.270, D.275, § 2, D.275, § 3, D.278 en D.283, laatst gewijzigd bij het decreet van 12 december 2014 en D.288, § 2, 1°;

Gelet op het regelgevend gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen;

Gelet op het rapport van 16 juli 2015 over de evaluatie van de weerslag van het project op de respectievelijke toestand van de vrouwen en mannen;

Gelet op het advies van de "Commission consultative de l'eau" (Wateradviescommissie), gegeven op 14 september 2015;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 mei 2015;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 16 juli 2015;

Gelet op het advies 58.540/4 van de Raad van State, gegeven op 21 december 2015, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het advies van de "Union des Villes et Communes de Wallonie" (Unie van de Steden en Gemeenten van Wallonië), gegeven op 14 september 2015;

Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt

Artikel 1.In artikel R.308bis van Boek II van het regelgevend Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt een streepje toegevoegd, luidend als volgt: « - Percentage van oninvorderbare: de verhouding, enerzijds, tussen de som van de netto dotaties aan de voorzieningen voor waardeverminderingen op vorderingen van waterverkoop en van de vorderingen die overgaan naar oninvorderbare tijdens datzelfde jaar en, anderzijds, het omzetcijfer "waterfactuur" van het jaar (CVD "werkelijke kostprijs bij de distributie", RKS "Reële Kostprijs Sanering", Sociaal fonds, huur van de teller) ».

Art. 2.In Deel III, Titel II van het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, worden de Hoofdstukken III tot VI, die de artikelen R.321 tot R.385 bevatten, vervangen als volgt : « HOOFDSTUK III. - Berekening en inning van de heffing en van de belasting op de winplaatsen van tot drinkwater verwerkbaar water en niet tot drinkwater verwerkbaar water Art. R.321. De modellen van aangifte van de volumes en van het verbruik van het geproduceerde of ontnomen water is bepaald door de Minister bevoegd voor het waterbeleid.

De Minister bevoegd voor het waterbeleid is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waarin de belastingplichtige zijn aangifte via de elektronische weg kan indienen.

Art. R.322. Als het bedrag van de voorschotten lager is dan 250 euro, mogen de aanbetalingen uitgesteld worden tot de datum van de uitbetaling van het saldo van de heffing of de belasting. HOOFDSTUK IV. - Berekening van de heffing betreffende de lozing van industrieel afvalwater en van de heffing betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater Afdeling 1. - Begripsomschrijving

Art. R.323. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° Administratie : het Departement Leefmilieu en Water van het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;2° de Minister : de Minister bevoegd voor het waterbeleid; 3° erkend laboratorium : laboratorium erkend krachtens artikel D.147 van Boek I van het Milieuwetboek of het referentielaboratorium van het Waalse Gewest; 4° zelftoezicht : de metingen uitgevoerd door de instelling zelf, binnen haar eigen uitrustingen voor analyse, of door een door haar aangewezen laboratorium;5° toezicht : de metingen uitgevoerd door een erkend laboratorium voor rekening van een instelling. Afdeling 2. - Berekening van de heffing betreffende de lozing van

huishoudelijk afvalwater Art.R.324. Het aangifteformulier wordt bepaald door de Minister.

De volledige en geldige aangifte betreffende de heffing op de lozing van industrieel afvalwater wordt van rechtswege gelijkgesteld met de aangifte bedoeld in het eerste lid voor zover ze bij de Administratie toekomt binnen de termijn bedoeld in artikel D.279.

De Minister is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waarin de belastingplichtige zijn aangifte per elektronische weg kan indienen. Afdeling 3. - Berekening van de heffing betreffende de lozing van

industrieel afvalwater Onderafdeling 1. - Aangifteformulier voor de heffing op de lozing van industrieel afvalwater Art.R.325. Het model van het aangifteformulier, met inbegrip van de specifieke modellen voor de sectoren van de ziekenhuizen, zwembaden en visteelt, wordt door de Minister bepaald.

De Minister is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waarin de belastingplichtige zijn aangifte per elektronische weg kan indienen.

Onderafdeling 2. - Technische modaliteiten voor de bepaling van de reële gemiddelde waarden van de parameters die tussenkomen in de berekening van de heffing op de lozing van industrieel en toezicht afvalwater.

A. Monsterneming en meetcampagnes Art. R.326. § 1er. Voor de bepaling van de reële gemiddelde waarden van de belastingparameters moet de belastingplichtige monsternemingen laten uitvoeren in verhouding tot de hoeveelheid industrieel afvalwater geloosd tijdens een periode van minstens 24 uren en volgens een minimale frequentie van bemonstering omschreven in bijlage XL. Wanneer de milieuvergunning of de sectorale voorwaarde van toepassing op de lozing van afvalwater een hogere frequentie van bemonstering voorschrijft, wordt laatstgenoemde toegepast. § 2. De monsterneming wordt uitgevoerd, op kosten van de belastingplichtige, door een erkend laboratorium, op de controlepunten bepaald in de milieuvergunning.

Het laboratorium kan gebruik maken van de apparatuur van het bedrijf voor zover de goede werking van die apparatuur vooraf door een erkend laboratorium is nagegaan en dat dit laboratorium de bemonsteraar verzegeld tijdens de monsternameverrichtingen. § 3. De monsterneming uitgevoerd door een erkend laboratorium op verzoek van een dienst van de Administratie mag niet worden opgenomen in de frequentie van bemonstering die aan de belastingplichtige wordt voorgeschreven overeenkomstig paragraaf 1. § 4. In afwijking van paragraaf 1 : 1° worden de duur en de frequentie van bemonstering geval per geval bepaald door de Administratie als de aard en het volume van de lozingen tijdens een productiecyclus variëren, in dat geval is de duur van de monsterneming hoger dan vierentwintig uren en is ze ten minste gelijk aan een volledige cyclus, met inbegrip van de tussenperiodes van onderhoud en reinigen;2° kan de Administratie een hogere frequentie opleggen wegens de grote variabiliteit van het geloosde volume of kwaliteit van het geloosde water;3° wordt, mits voorafgaande instemming van de Administratie, een momentaan monster toegelaten wanneer de belastingplichtige de zeer permanente kwaliteit van de lozing aantoont, en wordt tijdens de behandeling bij tussenpozen een representatief momentaan monster opgenomen vóór de lozing van het water;4° kan de belastingplichtige overgaan tot een monsterneming die aan de tijd onderworpen is, wanneer de monsterneming die aan het debiet onderworpen is, niet kan uitgevoerd worden op technisch vlak of wanneer de behandelingsprocessen van afvalwater een homogenisering van de effluenten verzekeren. In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden de beslissingen genomen door de Administratie schriftelijk meegedeeld aan de belastingplichtige volgens een communicatiemiddel vermeld in artikel R.328, § 4, en vóór 30 september van het jaar dat de monsterneming voorafgaat.

In het geval bedoeld in het eerste lid, 3°, is de procedure om het akkoord van de Administratie te verkrijgen, de procedure bedoeld in artikel R.328, § 3.

In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 4°, bepaalt en rechtvaardigt het analyseverslag van het erkende laboratorium de uitgevoerde monsternamemethodologie en het principe van schatting van het debiet. § 5. Als de monterneming niet kan worden uitgevoerd volgens de voorschriften omschreven in paragraaf 1, vraagt de belastingplichtige het schriftelijk voorafgaand akkoord van de Administratie volgens de procedure bedoeld in artikel R.328, § 3, met vermelding van de motiveringen of moeilijkheden en de overwogen technische oplossingen. § 6. Wanneer de frequentie van het toezicht één of twee monsters per jaar bedraagt, wordt de monsterneming uitgevoerd tijdens de maanden van het jaar met meer activiteit tijdens dewelke redelijkerwijs kan voorzien worden dat de geloosde hoeveelheid verontreinigende stoffen de hoogste is of tijdens dewelke de activiteit van het bedrijf de belangrijkste is. Het begrip van maand met meer activiteit is van toepassing op elk departement als het bedrijf meerdere departementen bevat waarvan de aard van de activiteit en de periode waarin deze plaatsvindt duidelijk gescheiden zijn. § 7. De te volgen methodes voor de monsterneming, de bewaring en het vervoer van de monsters zijn de methodes die door het "Institut scientifique de Service public" (Openbaar Wetenschappelijk Instituut) hierna "ISSeP" genoemd, worden goedgekeurd.

Art. R.327. § 1. Minstens acht werkdagen vóór de uitvoering van de monsterneming bedoeld in artikel R.326, § 2, deelt het door de belastingplichtige erkende laboratorium per gewoon schrijven of per elektronische weg aan de Administratie, de plaats, de datum en het uur mee van het begin van de monsterneming om haar de mogelijkheid te bieden om daar, in voorkomend geval, een vertegenwoordiger af te vaardigen. § 2. Onder toezicht van de verantwoordelijke van het erkende laboratorium of van de vertegenwoordiger van de Administratie, laat de belastingplichtige, althans aan het begin en aan het einde van de monsterneming, overgaan tot de opmeting van de hoeveelheid water opgenomen door meettoestellen die aangesloten zijn op de leidingen voor watertoevoer en afvalwaterafvoer en, in voorkomend geval, tot de opmeting van het waterniveau in de verschillende tanks, of elk andere aanwijzing die toelaat om de verdeling van de verschillende stromingen te schatten.

Op eigen initiatief verstrekt de belastingplichtige de verantwoordelijke van het erkende laboratorium de productiecijfers van het bedrijf die noodzakelijk zijn voor de berekening van de belasting tijdens de periode van de monsternemingen alsmede alle inlichtingen over het representatieve karakter van de tijdens dezelfde periode gestorte hoeveelheid afvalwater.

De in de eerste en tweede leden bedoelde inlichtingen worden bij het verslag van het erkende laboratorium gevoegd. De belastingplichtige voegt het volledig verslag van het erkende laboratorium bij de aangifte die hij overeenkomstig artikel D.278 aan de Administratie richt.

Het erkende laboratorium stuurt rechtreeks, per elektronische weg, een afschrift naar de Administratie van het analyseverslag voor elke monsterneming en van alle technische opmerkingen en diverse opmerkingen die de ordelijkheid van de monsternameverrichtingen bevestigen en die nuttig zijn voor de goede interpretatie van de resultaten. § 3. Tijdens de hele duur van de monsternemingen voert de afgevaardigde van de Administratie de controles uit die hij nuttig acht en verstrekt hij de verantwoordelijke van het laboratorium eventueel alle voor het goede verloop van de monsternemingen vereiste instructies.

B. Bepaling van de waarden van de parameters Art. R.328. § 1. De analyses worden uitgevoerd overeenkomstig de door het " Institut scientifique de Service public (ISSeP) " goedgekeurde procedures. § 2. Alle uitgevoerde analyses hebben betrekking op het geheel van de parameters waarmee N1, N2 en N3 berekend kunnen worden. De belastingplichtige kan een aanvraag om vrijstelling van de bepaling van de waarden van die parameters aan het Bestuur schriftelijk richten indien hij het bewijs levert dat de waarden van bepaalde parameters, rekening houdend met de aard van de binnen het bedrijf aangewende producten en processen, slechts gelijk aan nul zijn of dicht bij de detectiegrens liggen. Indien nieuwe elementen gebonden aan de productie, de processen of de zuiveringsinstallaties een wijziging van de lozingsvoorwaarden als gevolg kunnen hebben, verwittigt de belastingplichtige er het Bestuur van. Indien het Bestuur gezien die elementen van mening is dat de vrijstelling niet meer gerechtvaardigd wordt, beslist het de schrapping ervan. § 3. De aanvraag om vrijstelling moet met redenen omkleed zijn en vóór 30 september van het jaar voor het winningsjaar schriftelijk gericht worden volgens een communicatiewijze bepaald in § 4. Binnen tien dagen na de zending of de overbrenging van de aanvraag om vrijstelling stuurt het bestuur de belastingplichtige een bericht van ontvangst van de aanvraag volgens een communicatiewijze bepaald in § 4. De beslissing van het Bestuur wordt uiterlijk op 30 december van het jaar voor het winningsjaar schriftelijk gericht aan de belastingplichtige volgens een communicatiewijze bepaald in § 4. § 4. De volgende wijzen van communicatie worden voor de in § 3 bedoelde mededelingen en zendingen gebruikt : 1° aangetekende zending met ontvangstbericht;2° elke gelijksoortige formule als de in 1° bedoelde zending, die de verzend- en ontvangstdatum van de akte waarborgen;3° neerlegging tegen ontvangstbewijs;4° e-mail indien de procedure gedematerialiseerd wordt overeenkomstig de door de Minister bepaalde modaliteiten en voorwaarden. Art. R.329. § 1. De debietmeting wordt voortdurend over een periode gelijk aan de winningsperiode uitgevoerd volgens de vigerende normen en volgens de technische voorschriften van de fabrikanten van het meetsysteem. § 2. Wanneer de inrichting over een systeem voor de voortdurende meting van het debiet beschikt, kan het systeem door het erkende laboratorium, dat zich over de geldigheid van de geregistreerde metingen verzekert, gebruikt worden. § 3. De belastingplichtige zorgt voor de regelmatige metrologische opvolging van zijn debietmetingstoestellen volgens de door de fabrikant aanbevolen frequentie. Er wordt een getuigschrift van goede werking ter beschikking gesteld van het Bestuur. § 4. Wanneer het toegelaten dagelijkse debiet hoger is dan 100 m3, wordt de meting van het geloosde debiet voortdurend uitgevoerd. De toestellen voor de meting van het debiet worden uitgerust met een recorder of een data-acquisitiesysteem met een totalisator van het dagelijkse debiet. De samenvattende tabellen per maand en per jaar voor die gegevens worden bij de jaarlijkse aangifte gevoegd. § 5. Wanneer de monsternamekamer de installatie van een continu meetsysteem niet mogelijk maakt en voor zover het dagelijkse volume van het geloosde water niet hoger is dan 100 m3/d, kan het bij de uitvoering van de monstername geloosde debiet op grond van de tijdens de winningsperiode opgemeten waterconsumpties geraamd worden. Het erkende laboratorium legt het ramingsprincipe in zijn analyseverslag uit.

Art. R.330. § 1. De ecotoxiciteitsparameter "TU" bepaald in artikel D.262 wordt uitgevoerd wanneer de belastingplichtige onder de in bijlage XKI bepaalde activiteitensector(en) valt. De analyse van die ecotoxiciteitsparameter wordt door een erkend laboratorium verricht. § 2. Het in § 1 bedoelde erkende laboratorium gebruikt de volgende analysemethoden : 1° ofwel een doe-het-zelftest die daphnia uit de ontluiking van slapende eieren gebruikt;2° ofwel een conventionele methode die daphnia uit een teelt die binnen wordt gehouden, gebruikt. § 3. Het laboratorium erkend in één van de drie categorieën A, B of C van bijlage IX bij Boek I van het Milieuwetboek wordt voor de in § 2 bepaalde methode erkend indien het een attest voorlegt, waarbij wordt bewezen dat bedoeld laboratorium een opleiding georganiseerd door het referentielaboratorium van het "ISSeP" heeft gevolgd en regelmatig deelneemt aan proeven tussen laboratoria die georganiseerd worden door instellingen erkend voor de organisatie van dit soort proeven.

Art. R.331. § 1. Wat betreft de vaststelling van de verontreinigende last N4, is het gemiddelde temperatuurverschil toegepast aan het jaarlijkse volume koelwater gelijk aan het verschil tussen de gemiddelde temperatuur van het geloosde water en de gemiddelde temperatuur van het afgetapt water zoals bepaald aan het begin van een voortdurende registratie van de temperaturen. Het verschil kan ook overeenstemmen met het rekenkundig gemiddelde van het tijdverschil gemeten tussen die twee temperaturen. § 2. De belastingplichtige die koelwater loost, gaat tot de metingen van temperatuur bedoeld in § 1 volgens de richtlijnen van het Bestuur over.

Art. R.322. Het Bestuur hoeft de tijdens een bijzondere vervuilingsfase opgemeten waarden niet langer in aanmerking te nemen indien die fase klaarblijkelijk een toevallig, niet repetitief en kortstondig karakter vertoont en niet te wijten is aan de permanente nalatigheid van de belastingplichtige.

C. Modaliteiten i.v.m. met het in aanmerking nemen van de parameters Art. R.333. § 1. Als het Bestuur beschikt over het resultaat van de analyses uitgevoerd op verschillende voldoende representatief geachte monsters die op dezelfde loosplaats zijn genomen, wordt de verontreinigende last N1 bepaald op grond van het gemiddelde dagelijkse debiet en van het rekenkundige gemiddelde van de opgemeten waarden van de parameters SS en COD. Indien de tijdens de periodes van monsternemingen geloosde hoeveelheid is opgemeten, neemt het Bestuur, het gewogen gemiddelde van de opgemeten waarden van de in het eerste lid bedoelde parameters in aanmerking door aan ieder van hen een gewicht toe te kennen dat evenredig is met de geloosde hoeveelheid.

Indien één of meerdere waarden van de tijdens de periodes van monsternemingen geloosde hoeveelheid ontbrekend zijn, wordt de verontreinigende last N1 bepaald op grond van het gemiddelde dagelijkse debiet en van het rekenkundige gemiddelde van de opgemeten waarden van de parameters bedoeld in het eerste lid.

Wanneer N1 op grond van één of twee jaarlijkse monsters wordt berekend, is het gemiddelde dagelijkse debiet de gemiddelde hoeveelheid van de representatieve monsters. Het gemiddelde dagelijkse debiet is representatief van de drukste maand van het jaar en mag niet kleiner zijn dan het jaarlijkse debiet gedeeld door het aantal aangegeven lozingsdagen.

Wanneer N1 op grond van twee monsters wordt berekend, is het gemiddelde dagelijkse debiet gelijk aan het jaarlijkse debiet gedeeld door het aantal aangegeven lozingsdagen. § 2. De verontreinigende lasten N1 worden afzonderlijk per loospunt berekend. Indien het bedrijf zijn industrieel afvalwater echter op verschillende plaatsen loost waarvan minstens, 225 dagen per jaar wordt gebruikt, wordt elke loosplaats van dat type omgezet in een waterlozingspunt met dezelfde kenmerken, waar geloosd wordt tijdens een aantal dagen dat gelijk is aan het jaarlijks aantal dagen waarop een of andere lozing is vastgesteld. § 3. Als afvalwater wordt geloosd tijdens de periodes waar de activiteit van het bedrijf gelijk aan nul of zeer beperkt is, met een gemiddelde dagelijkse last die kleiner is dan 10 % van de gemiddelde dagelijkse last geloosd tijdens de normale activiteitsperiodes van het bedrijf, hoeft het Bestuur, voor de bepaling van de verontreinigende last N1 niet langer rekening te houden met de buiten de normale activiteitsperiode van het bedrijf verrichte lozing.

Art. R.334. Als het Bestuur beschikt over het resultaat van de analyses uitgevoerd op verschillende monsters die tijdens verschillende periodes op dezelfde loosplaats zijn genomen, worden de verontreinigende lasten N2 en N3 alsook de toxische last N 5 bepaald op grond van de gemiddelde dagelijkse hoeveelheid geloosd industrieel afvalwater en van het rekenkundige gemiddelde van de opgemeten waarden van de parameters "zware metalen, voedingsstoffen en ecotoxiciteit".

Indien de tijdens de periodes van monsternemingen geloosde hoeveelheid is opgemeten, neemt het Bestuur, het gewogen gemiddelde van de opgemeten waarden van die parameters in aanmerking.

De verontreinigende lasten N2, N3, N4 alsook de verontreinigende last gebonden aan de toxiciteitsgraad N5 worden verkregen door optelling van de met elk loospunt overeenstemmende verontreinigende lasten die aan de hand van de in artikel D.262 bedoelde formule zijn vastgesteld.

Art. R.335. § 1. Voor de belastingplichtigen die het voorwerp uitmaken van een intern bewakingsplan van de milieueisen kan het Bestuur het gebruik van de analyses uitgevoerd in dit kader toelaten onder de hierna vermelde voorwaarden : a) de analyses hebben betrekking op de parameters vermeld in bijlage D.262; b) de regels inzake monsterneming en analyses bedoeld in punt 326, § 1, moeten nageleefd worden; c) de in aanmerking genomen frequentie van de analyses mag niet kleiner zijn dan de in artikel R.326, § 1 bedoelde minimumfrequenties van de bemonsteringen.

Wanneer de belastingplichtige ertoe gemachtigd wordt, die analyses te gebruiken, moet hij in zijn aangifte het geheel van de analyses die bedoeld zijn in zijn interne bewakingsplan van de milieueisen m.b.t. de belastingparameters medeleden en de minimale analysefrequentie door een erkend laboratorium mag niet kleiner zijn dan twee per jaar.

Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen Art. R.336. De waarden van Q, Q1, Q2, SS en COD die rechtstreeks tussenkomen in de berekening van de verontreinigende lasten en zijn uitgedrukt in de bij artikel D.262 vastgestelde eenheden, worden op het hele aantal naar boven afgerond.

De waarden van N, P, Tu en dt die rechtstreeks tussenkomen in de berekening van de verontreinigende lasten en zijn uitgedrukt in de bij artikel D.262 vastgestelde eenheden, worden op de eerste decimaal naar boven afgerond.

De waarde van d, aantal zonder dimensie dat rechtstreeks tussenkomt in de berekening van de verontreinigende last, alsmede de waarden van N1, N2, N3, N4 en N5, uitgedrukt in verontreinigende lasteenheden, worden op de tweede decimaal naar boven afgerond.

De waarden van Xi, Yi en Zi die rechtstreeks tussenkomen in de berekening van de verontreinigende lasten en zijn uitgedrukt in de bij artikel D.262 vastgestelde eenheden, worden op de derde decimaal naar boven afgerond.

De in euro uitgedrukte bedragen van de belasting worden op de hogere eurocent afgerond. HOOFDSTUK V. - Milieulast veroorzaakt door de landbouwbedrijven Afdeling 1. - Vaststelling van de belasting op de milieulasten

veroorzaakt door de landbouwbedrijven Art. R.337. De belastingplichtige dient een aangifte in volgens de formule vastgesteld door de Minister bevoegd voor het Waterbeleid.

De Minister wordt ertoe gemachtigd om de voorwaarden waarin de belastingplichtige zijn aangifte per e-mail kan indienen, te bepalen. »

Art. 3.In deel III, Titel II, Hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van Hoofdstuk VI vervangen als volgt : « HOOFDSTUK VI. - Voorwaarden voor de vrijstelling of de terugbetaling van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater en van de reële kostprijs sanering et modaliteiten van de aanvraag".

Art. 4.Hoofdstuk VI van Deel III, Titel II, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een artikel R.389/1, luidend als volgt : « Art. R.389/1. De ambtenaar die belast is voor de invordering betaalt de sommen waarop een belastingplichtige overeenkomstig artikel D.270 aanspraak kan maken voor de onverschuldigde betaling van de belastingen op het huishoudelijk afvalwater van ambtswege terug binnen drie maanden na de zending van het dossier door het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst onder voorbehoud van het bewijs van betaling van de bedragen waarvoor de terugbetaling wordt aangevraagd. »

Art. 5.Tussen artikel R.389/1, ingevoegd bij artikel 3, en artikel R.390 van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk VIbis ingevoegd dat de artikelen R.389/2 tot R.389/5 inhoudt, luidend als volgt : « HOOFDSTUK VIbis. - Modaliteiten tot vrijstelling van de reële saneringsprijs overeenkomstig artikel D.229, 2° en 3° Art. R.389/2. § 1. Het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst richt aan elke betrokken verdeler en aan de "S.P.G.E." een bericht waarin gemeld wordt dat de in artikel D.229, 2°, bedoelde belastingplichtige die op hun netwerk aangesloten is een vrijstelling geniet, met opgave van het betrokken leveringspunt (de betrokken leveringspunten) en van de datum waarop de vrijstelling wordt vastgesteld;

Dat bericht geldt als richtlijn om de reële saneringsprijs niet meer bij de belastingplichtigen te innen en blijft geldig zolang geen nieuwe richtlijn wordt meegedeeld. De richtlijn wordt schriftelijk meegedeeld op een elektronische communicatiewijze en bij het taxatiedossier gevoegd.

De richtlijn wordt een maand na de verzending verworven. § 2. De terugbetaling van de reële saneringsprijs die te veel geïnd werd voor de richtlijn, wordt verricht op de eerste regulariseringsfactuur uitgegeven naar aanleiding van de richtlijn bedoeld in paragraaf 1.

Art. R.389/3. § 1. Het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst richt aan elke betrokken verdeler en aan de "S.P.G.E." een bericht waarin gemeld wordt dat de belastingplichtige die op hun netwerk aangesloten is geen vrijstelling meer geniet, met opgave van het betrokken leveringspunt (de betrokken leveringspunten) en van de datum vanaf dewelke het bericht geldt. Dat bericht geldt als richtlijn voor de inning van de reële saneringsprijs bij de belastigplichtigen die erin vermeld staan. De richtlijn wordt schriftelijk meegedeeld op een elektronische communicatiewijze en bij het taxatiedossier gevoegd. De richtlijn wordt geacht verworven te zijn een maand na de verzending van het bericht en blijft geldig zolang geen nieuwe richtlijn wordt meegedeeld. § 2. De terugvordering van de niet geïnde reële saneringsprijs wordt verricht op de eerste regulariseringsfactuur uitgegeven naar aanleiding van de richtlijn bedoeld in paragraaf 1.

Art. R.389/4. Bij het vastleggen van de jaarlijkse belasting actualiseert de in de artikelen R.389/2 en R.389/3 bedoelde dienst van de administratie de gegevens en richt hij aan de verdeler en aan de "S.P.G.E." een bericht waarin gewag wordt gemaakt van het bedrag van de reële saneringsprijs die de verdeler moet terugbetalen alsook van het watervolume van de aan de reële saneringsprijs te onderwerpen belastbare periode en, desgevallend, de overige leveringspunten betrokken bij de richtlijn bedoeld in de artikelen R.389/2 en R.389/3.

De richtlijn wordt schriftelijk meegedeeld op een elektronische communicatiewijze en bij het taxatiedossier gevoegd. De richtlijn wordt geacht te zijn verworven een maand na de verzending van het bericht.

Art. R.389/5. § 1. Wat betreft de belastingplichtigen onderworpen aan de belasting op de milieulasten die door landbouwbedrijven worden teweeggebracht, richt het Departement Leemilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst aan de "S.P.G.E." op een elektronische communicatiewijze een jaarlijkse lijst van de belastingplichtigen en van hun persoonlijke gegevens. De "S.P.G.E." richt aan de verdeler een bericht waarin gemeld wordt dat de belastingplichtige de in artikel D.229, 3°, bedoelde vrijstelling geniet. Dat bericht geldt als richtlijn om de reële saneringsprijs niet meer bij de belastingplichtigen te innen en blijft geldig zolang geen nieuwe richtlijn wordt meegedeeld.

De richtlijn wordt schriftelijk meegedeeld op een elektronische communicatiewijze.

De richtlijn wordt een maand na de verzending verworven. § 2. De terugbetaling van de reële saneringsprijs die te veel geïnd werd voor de richtlijn wordt verricht op de eerste regulariseringsfactuur uitgegeven naar aanleiding van de richtlijn bedoeld in paragraaf § 1, met uitzondering van het al gefactureerde vast bedrag voor 90 m3. »

Art. 6.In de artikelen R.418, R.419 en R.421 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "Fonds voor de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water" vervangen door de woorden "Fonds voor leefmilieubescherming, afdeling waterbescherming".

Art. 7.In Deel III, Titel II, van hetzelfde Wetboek wordt Hoofdstuk XI, dat de artikelen R.429 tot R.435, opgeheven.

Art. 8.Bijlage XXXIX bij hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

Art. 9.Bijlage XL bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage XL die als bijlage 1 bij dit besluit gaat.

Art. 10.Bijlage XLI bij hetzelfde Wetboek wordt vervangen door bijlage XLI die als bijlage 2 bij dit besluit gaat. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen

Art. 11.Artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014, wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt : « 5° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, de ambtenaren van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst; ».

Art. 12.Artikel 4 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2014, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidend als volgt : « § 5. De aangiftemodellen bedoeld in artikel D.278 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, worden vastgelegd door de Minister die voor het waterbeleid bevoegd is. »

Art. 13.Artikel 5 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014, wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt : « 5° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst. »

Art. 14.Artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 22 december 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014, wordt aangevuld met een punt 8°, luidend als volgt : « 8° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst. »

Art. 15.Artikel 6bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 22 december 2009, wordt aangevuld met volgend lid : « In afwijking van het eerste lid, voor de overtredingen bedoeld in artikel D.406 van Boek II van het Leefmilieuwetboek, dat het Waterwetboek vormt, is de in artikel D.12bis van hetzelfde decreet bedoelde ambtenaar de sanctionerend ambtenaar aangewezen krachtens Boek I van het Leefmilieuwetboek. »

Art. 16.Artikel 7 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014, wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt : « Dat artikel is niet van toepassing op de belastingen en bijdragen voor de financiering van het waterbeleid. »

Art. 17.Artikel 8 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014, wordt aangevuld met een punt 7°, luidend als volgt : « 7° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst. »

Art. 18.Artikel 9 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014, wordt aangevuld met een punt 7°, luidend als volgt : « 7° voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, de directeur van de Directie Financiële hulpmiddelen van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu of diens gemachtigde. »

Art. 19.Artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2007, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt : « § 3. In afwijking van paragraaf 1, wordt elke betaling op de lopende rekening van de ontvanger met melding van de aard van de belasting of bijdrage ter financiering van het waterbeleid, van het specifieke kohierartikel of van de dienst bedoeld in artikel 3, 5°, niettegenstaande elke andersluidende aangifte, geacht te zijn verricht voor de aanzuivering van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid. »

Art. 20.In artikel 22bis van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 5 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidend als volgt : « § 1bis.Overeenkomstig artikel 63, § 1, van het decreet, wordt de schaal van de boetes die toepasselijk is op de overtredingen van de bepalingen betreffende de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid vastgelegd als volgt :

Type overtreding

Niveau van de administratieve boete

De belastingplichtigen maken geen gebruik van het aangifteformulier

125 euro

De belastingplichtige die het aangifteformulier niet ontvangen heeft en verzuimd heeft het op te vragen bij de door de Regering aangewezen dienst

125 euro

Een onvolledige aangifte, niet voor eensluidend verklaard, niet gedagtekend of niet ondertekend

125 euro

De belastingplichtige heeft verzuimd een wijziging van één de gegevens van de aangifte aan te geven

125 euro

Bij gebrek aan taxatie ambtshalve, het niet verzenden of niet overmaken van de aangifte aan de door de Regering aangewezen dienst, op papieren drager of in elektronische vorm, binnen de wettelijke termijn

250 euro


2° paragraaf 2, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 5 december 2013, wordt vervangen als volgt : « § 2.De dienst bedoeld in artikel 63, § 2, 1°, van het decreet is : 1° de directeur van de Directie Economische hulpmiddelen van de "Office wallon des déchets" (Waalse Dienst afvalstoffen) wat betreft de afvalbelastingen;2° de directeur van de Directie Economische hulpmiddelen van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu wat betreft de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid.»

Art. 21.Artikel 23 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014, wordt aangevuld als volgt : « - voor de toepassing van de belastingen en bijdragen ter financiering van het waterbeleid, de directeur van de Directie Economische hulpmiddelen van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst. » HOOFDSTUK III. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 22.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 23.De maximale monsternemingsfrequentie bedoeld in bijlage XL bij het regelgevend gedeelte van Boek II van het Leefmilieuwetboek wordt teruggebracht tot 6 keer per dag voor het jaar 2016.

Art. 24.De Minister van Leefmilieu en de Minister van Begroting zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 3 maart 2016.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit enVervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO

BIJLAGE 1 BIJLAGE XL Frequentie van de samenstelling van dagmonsters (24 u.) naar gelang de geloosde vuilvracht

Bestanddelen van de verontreiniging

Frequentie van de samenstelling van dagmonsters (24 u.) naar gelang de geloosde vuilvracht.

Eénmaal per jaar

Tweemaal per jaar

4 maal per jaar

Zes maal per jaar

Acht maal per jaar

Twaalf maal per jaar

Zwevende stoffen (kg/j) 1, 4, 5

-

vracht < 15

15 ? vracht < 30

30 ? vracht < 50

50 ? vracht < 65

vracht ? 65

Chemische zuurstofverbruik na bezinking van twee uren (kg/j) 1, 4, 5

-

vracht < 45

45 ? vracht < 110

110 ? vracht < 170

170 ? vracht < 225

vracht ? 225

Totale stikstof (kg/j) 1, 4, 5

-

vracht < 5

5 ? vracht < 15

15 ? vracht < 20

20 ? vracht < 30

vracht ? 30

Totaal fosfor (kg/j) 1, 4, 5

-

vracht < 1

1 ? vracht < 2

2 ? vracht < 3

3 ? vracht < 4

vracht ? 4

Metalen (kg/jaar) 3, 4, 5

-

vracht < 10

10 ? vracht < 50

50 ? vracht < 125

125 ? vracht < 250

vracht ? 250

Acute toxiciteit (keq/jaar) 2

50 ? toxische vracht < 100 kilo equivalent tox

100 ? toxische vracht < 250 kilo equivalent tox

250 ? toxische vracht < 10 000 kilo equivalent tox

-

-

10 000 ? toxische vracht


1. De frequentie van de controle van de basisparameters (Zwevende stoffen, chemisch zuurstofverbruik na bezinking van twee uren, Totale stikstof, Totaal fosfor) is de hoogste frequentie van de 4 bestanddelen afzonderlijk.2. Als het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan het toxiciteitsniveau lager is dan 50 kilo equivalent tox/jaar, is een regelmatige opvolging dan niet verplicht, maar een opwaardering wordt om de vijf jaar uitgevoerd op basis van een driemaandelijkse controle door een erkend laboratorium.Een vermindering van de frequentie is enkel mogelijk op basis van de analyseresultaten van monsters die minstens vier maal per jaar worden afgenomen. 3. Wat metalen betreft, gaat het om de totale gecumuleerde en gewogen vracht van de 9 metalen bedoeld in artikel D.262 die in aanmerking komen voor de berekening van N2. Ze wordt berekend als volgt : Q1 [Xi + 0,2Yi + 10Zi]/1 000 met Q1 = jaarlijks volume (m3/jaar); Xi = som van de concentraties in mg/l van de metalen As, Cr, Cu, AG; Yi = zinkconcentratie (mg/l); Zi = som van de concentraties in mg/l van de metalen Cd, Hg, Ni, Pb. 4. Het referentiejaar dat in aanmerking moet worden genomen voor de in aanmerking te nemen vrachten is het jaar vóór het lozingsjaar.Bij gebrek aan referentievracht tijdens het eerste lozingsjaar, wordt de minimale frequentie voor de analyse bepaald op 4 maal per jaar. 5. De geloosde vuilvracht is het verschil tussen uitgaande en inkomende vracht.Het resultaat van deze berekening kan nooit negatief zijn.

Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2016 tot uitvoering van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wat betreft de verschillende maatregelen i.v.m. de financiering van het waterbeleid en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen.

Namen, 3 maart 2016.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit, Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO

BIJLAGE 2 BIJLAGE XLI Lijst van de sectoren betrokken bij de ecotoxicologische karakterisering

Nr. sector

Omschrijving van de sector

02

Ijzermetallurgie

03

Productie van non-ferrometalen

04

Textielveredeling

05

Wasserij

09

Petroleumnijverheid

10

Leerlooierijen/Textiel

13

Eenheden voor het wassen van wol

14

Papier- en kartonnijverheid

15

Glasnijverheid

19

Oppervlaktebehandeling/metalen

20

Cokesovens

21

Petrochemie en organische scheikunde

23

Scheikunde/Meststoffen

28

Productieeenheden van peroxyden

31

Chloorchemie

32

Lak-, verf-, inkt- en pigmentfabrieken

37

Productie van oppervlakte-aktieve stoffen

38

Grafische inijverheden

40

Farmaceutische nijverheden

60

Ondernemingen voor verwerking van kunststoffen

80

Productieeenheden van pyrotechnische producten

83

Fabrieken textielstoffen

84

Chemische industrieën

86

Rubbernijverheid

89

Verwerking en recycling van afvalstoffen

90

Electriciteitscentrales


Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2016 tot uitvoering van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wat betreft de verschillende maatregelen i.v.m. de financiering van het waterbeleid en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 tot uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen.

Namen, 3 maart 2016.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit, Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO


begin


Publicatie : 2016-03-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^