Besluit Van De Waalse Regering van 03 mei 2012
gepubliceerd op 23 mei 2012
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 27 oktober 2011 betreffende steunverlening voor banencreatie via de bevordering van beroepsovergang naar het statuut van zelfstandige als hoofdactiviteit

bron
waalse overheidsdienst
numac
2012202797
pub.
23/05/2012
prom.
03/05/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

3 MEI 2012. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 27 oktober 2011 betreffende steunverlening voor banencreatie via de bevordering van beroepsovergang naar het statuut van zelfstandige als hoofdactiviteit


De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 27 oktober 2011 betreffende steunverlening voor banencreatie via de bevordering van beroepsovergang naar het statuut van zelfstandige als hoofdactiviteit;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 november 2011;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 24 november 2011;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling), gegeven op 24 januari 2012;

Gelet op het advies van de "Conseil économique et social de la Région wallonne" (Sociaal-economische raad van het Waalse Gewest), gegeven op 26 januari 2012;

Gelet op het advies nr. 51.065/2 van de Raad van State, gegeven op 4 april 2012, overeenkomstig artikel 84, § 1, lid 1, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° het decreet : het decreet van 27 oktober 2011 betreffende steunverlening voor banencreatie via de bevordering van beroepsovergang naar het statuut van zelfstandige als hoofdactiviteit;2° de Minister : de Minister van Tewerkstelling;3° het « comité » : het Selectiecomité bedoeld in artikel 7 van het decreet.

Art. 2.De Minister kan tegen de voorwaarden van het decreet en dit besluit en binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten een financiële incentive verlenen aan de gerechtigden en hun overschakeling naar het statuut van zelfstandige in hoofdberoep ondersteunen. HOOFDSTUK II. - Gerechtigden

Art. 3.§ 1. Het bedrag van het jaarinkomen bedoeld in artikel 3, lid 1, 1°, e) van het decreet mag 23.000 euro niet overschrijden.

Onder jaarinkomen wordt het bruto-beroepsinkomen bedoeld zoals bepaald in artikel 11, § 2, van koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en zoals voortvloeiend uit de activiteit uitgeoefend als zelfstandige onder de aanvullende regeling gedurende het belastingjaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor de financiële incentive.

Het bedrag bedoeld in lid 1 houdt geen rekening met de overheidssteun die de zelfstandige verkregen heeft voor de indiening van de aanvraag voor een financiële incentive, namelijk elke bijdrage, prijs, steun of tegemoetkoming, onder welke vorm of benaming ook, verleend door een overheid met het oog op de begunstiging en de ondersteuning van een zelfstandige beroepsactiviteit. § 2. De personen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 2°, van het decreet behalen en leggen voor : 1° ofwel een diploma of getuigschrift, verstrekt door het onderwijs van de Middenstand, voor een opleiding tot bedrijfsleider of een opleiding met betrekking tot de basiskennis inzake beheer waarvan het programma beoogd is in artikel 6 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 ter uitvoering van Hoofdstuk I van Titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, met een minimum van 120 opleidingsuren;dat diploma of dat getuigschrift moeten binnen de vijf jaar voor de indiening van de aanvraag voor een financiële incentive verkregen zijn; 2° ofwel een attest van de finalisatie van een begeleidingsproces bij een "structure d'accompagnement à l'autocréation d'emploi" (begeleidingsstructuur voor de creatie van een eigen baan) erkend krachtens het decreet van 15 juli 2008 betreffende de "structures d'accompagnement à l'autocréation d'emploi" (begeleidingsstructuren voor zelftewerkstelling);de gezamenlijke begeleidingsstructuren voor de creatie van een eigen baan vormen de lijst opgemaakt door de Regering overeenkomstig artikel 3, 2°, b) van het decreet. Het attest, opgemaakt door het valideringscomité van de erkende begeleidingsstructuur voor de creatie van een eigen baan vermeldt dat de aanvrager over een project voor de creatie van een eigen baan beschikt met het oog op de vestiging als zelfstandige in hoofdactiviteit en dat hij de leef- en haalbaarheid van zijn project aantoont, met name via een operationeel opstartplan met een begrotingsraming van de investerings- en kennisbehoeften die nodig zijn voor de uitvoering van zijn zelfstandigenactiviteit. Dat attest moet verkregen zijn binnen de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag van de incentive. § 3. De persoon bedoeld in artikel 3, lid 6, van het decreet kan om de financiële incentive verzoeken indien de voorwaarden bedoeld in artikel 3, lid 1, 2°, a) tot c), van het decreet nageleefd worden bij de tweede vestiging als zelfstandige in hoofdactiviteit, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 3, lid 2, van het decreet.

Het diploma of het getuigschrift bedoeld in § 2 moeten verkregen zijn binnen de tien jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor een financiële incentive.

De termijn van minstens twee jaar en hoogstens vijf jaar wordt berekend vanaf de aangetoonde beëindiging van de eerste vestiging tot aan de eerste dag van de tweede officiële installatie als zelfstandige in hoofdberoep.

De stappen of de acties bedoeld bij het decreet moeten de aanvulling of uitdieping mogelijk maken van : 1° de basiskennis inzake beheer in verband met het statuut van zelfstandige, met name in termen van commercieel beheer, creatie van activiteiten, boekhouding, fiscaliteit of juridische aspecten;2° voor zover die basisvaardigheden inzake beheer bedoeld onder 1° vaststaan en aangetoond zijn, de specifiekere vaardigheden in verband met de sector of de bedrijfstak waarin de zelfstandige zijn activiteit wil opnemen. Die stappen en acties moeten concreet worden gemaakt aan de hand van één of meerdere attesten verstrekt door erkende opleidings- of onderwijsverstrekkers, gesubsidieerd of ingericht door de overheid, waarmee de gepersonaliseerde begeleiding in de uitwerking van het zelfstandigenproject of de uitdieping van de basiskennis inzake beheer of de specifiekere vaardigheden in verband met de sector of de bedrijfstak aangetoond worden waarmee hij de moeilijkheden kan helpen overwinnen die mee aan de basis lagen van de beëindiging van de eerste vestiging als zelfstandige in hoofdberoep. § 4. Overeenkomstig artikel 3, vierde lid, van het decreet worden de volgende personen als prioritair beschouwd onder de in artikel 3, eerste lid, 1 van het decreet bedoelde personen : - de gerechtigden wier activiteit als zelfstandige aan de uitvoering van het sectoraal beleid bedoeld in de gewestelijke beleidsverklaring voldoet; - de gerechtigden wier activiteit als zelfstandige onder onder een sector valt met een meerwaarde inzake leefmilieu; - de gerechtigden wier activiteit als zelfstandige onder onder een sector valt met een maatschappelijke meerwaarde, kinderopvang met name; - de gerechtigden waarvan het project als zelfstandige uit de overname bestaat van een beroepsactiviteit die tevoren door een andere zelfstandige werd uitgeoefend; - de gerechtigden die 30 jaar oud of meer zijn; - de gerechtigden die 50 jaar oud of meer zijn. HOOFDSTUK III. - Aanvraag voor een financiële incentive

Art. 4.§ 1. De in artikel 5, § 1, eerste lid, van het decreet bedoelde aanvraag omvat minstens de volgende elementen : 1° de volledige identificatie van de aanvrager, met inbegrip van de woonplaats of de bedrijfszetel als zelfstandige in hoofdberoep; overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van het decreet, voegt de aanvrager een gedateerde en ondertekende verklaring op erewoord, waarvan het model door de Minister wordt bepaald en waarin hij gewag maakt van zijn voornemen om daar zijn woonplaats of zijn bedrijfszetel te hebben; 2° een uittreksel uit het strafregister;3° het bewijs van de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen tot vastlegging van de voorwaarden voor de toegang tot bedoeld beroep alsmede die tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen;4° het bewijs dat hij in de hoedanigheid van zelfstandige in hoofdberoep bij een erkende sociale verzekeringskas voor zelfstandige werknemers aangesloten is, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 3, tweede lid, van het decreet;als het bovendien gaat om een persoon bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° van het decreet, het bewijs en dat hij in de hoedanigheid van zelfstandige onder de aanvullende regeling sinds minstens drie jaar bij een erkende sociale verzekeringskas voor zelfstandige werknemers aangesloten is; 5° een precieze beschrijving van de activiteit van zelfstandige in hoofdberoep, waarin de wil om op duurzame wijze in het project te kaderen wordt bewezen, en waarmee de beoordeling van de in artikel 6 van het decreet bedoelde selectiecriteria mogelijk wordt gemaakt;6° voor de personen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het decreet, een aanslagbiljet van de Federale Overheidsdienst Financiën voor het laatste beschikbare belastingjaar alsmede het nummer van de bankrekening;7° voor de personen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 2°, van het decreet, het afschrift van het diploma of het attest afgeleverd door het Middenstandsonderwijs of van het attest van de finalisatie van een begeleidingsproces afgeleverd door de begeleidingsstructuur voor de creatie van een eigen baan, met inachtneming van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2, van dit besluit;bovendien voor de personen bedoeld in artikel 3, zesde lid, van het decreet, de redenen van de beëindiging van de eerste vestiging als zelfstandige in hoofdberoep en het attest van de sociale verzekeringskas die dateert van de beëindiging van de eerste vestiging als zelfstandige in hoofdberoep alsmede één of meer attesten van opleidings- of onderwijsoperatoren die erkend, gesubsidieerd of georganiseerd zijn door de openbare overheid zoals bedoeld in artikel 3, § 3, vierde lid, van dit besluit; 8° een door de aanvrager gedateerde en ondertekende verklaring op erewoord, waarvan het model door de Minister wordt bepaald en waarin hij gewag maakt van zijn voornemen om niet in aanmerking te komen voor beroepsinkomens, werkloosheidsuitkeringen, wachtuitkeringen, leefloon, of de financiële sociale hulp onverminderd de toepassing van artikel 3, tweede lid, van het decreet en artikel 3, § 3, van dit besluit;9° een door de aanvrager gedateerde en ondertekende verklaring op erewoord, waarvan het model door de Minister wordt vastgesteld en waarin wordt bepaald dat de aanvrager het totaal bedrag van de de-minimissteun met de cumulatie van de andere toegekende openbare steun niet overschrijdt, overeenkomstig artikel 3, punt 3, van Verordening EG nr.1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de de-minimissteun. § 2. Overeenkomstig artikel 3, vierde lid, van het decreet en van artikel 3, § 4, van het besluit, kan de persoon die een voorrang geniet, daarvan voordeel trekken door het voorleggen van elk document waaruit blijkt dat hij deel uitmaakt van een prioritaire sector of doelgroep. HOOFDSTUK IV. - Procedure

Art. 5.De aanvrager dient zijn aanvraag, met inbegrip van het geheel van de in artikel 4 van het besluit bedoelde elementen, door elk ander middel waarbij de verzenddatum wordt bewezen, bij de Dienst in aan de hand van een formulier waarvan het model door de Minister wordt bepaald en volgens de door hem bepaalde modaliteiten.

De Dienst gaat na of de aanvraag volledig is ten opzichte van de krachtens artikel 4 van dit besluit vereiste documenten.

Art. 6.§ 1. Wanneer de aanvraag volledig is, bericht de Dienst er ontvangst van binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag.

Indien de aanvraag onvolledig is, verwittigt de Dienst binnen dezelfde termijn de aanvrager, die over een termijn van vijftien dagen beschikt om de aanvullende stukken en gegevens over te maken. Zoniet verwittigt de Dienst de aanvrager dat hij geen gevolg geeft aan zijn aanvraag. De aanvrager mag op een met redenen omkleed verzoek een verlenging met tien dagen vragen om de aanvullende stukken en gegevens te verstrekken. § 2. Wanneer de aanvraag volledig is, gaat de Dienst na of ze ontvankelijk is.

Om ontvankelijk verklaard te worden, moet de aanvraag : 1° in het kader van de doelstelling voor zelftewerkstelling bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het decreet passen;2° voldoen aan de voorwaarden voor de toegang tot de financiële incentive, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het decreet, en aan de in artikel 3 van dit besluit bedoelde voorwaarden;3° niet in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in artikel 4 van het decreet verkeren. Indien de aanvraag niet ontvankelijk is, verwittigt de Dienst de aanvrager binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van het bericht van ontvangst en geeft hij geen gevolg aan de aanvraag.

Na afloop van een termijn van twintig dagen na ontvangst van de aanvraag en bij gebrek aan een verklaring van ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid wordt de aanvraag als ontvankelijk beschouwd onder voorbehoud van een ontvankelijkheidscontrole uitgeoefend door het comité op het moment waarop de aanvraag overeenkomstig artikel 7 wordt geanalyseerd. § 3. Wanneer de aanvraag ontvankelijk wordt verklaard, behandelt de Dienst de aanvraag en stelt hij binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de verklaring van ontvankelijkheid of van de afloop van de termijn bedoeld in het vorige lid een technisch advies ten opzichte van de in artikel 6 van het decreet bedoelde selectiecriteria op. Het geheel van het dossier wordt binnen dezelfde termijn aan het comité overgemaakt.

Art. 7.Binnen veertig dagen na ontvangst van het hele dossier overgemaakt door de Dienst aan het comité, kent dit comité voor elke aanvraag een al dan niet gunstig advies toe ten opzichte van de in artikel 6 van het decreet bedoelde selectiecriteria en stelt het een gemotiveerd indelingsvoorstel voor de als ontvankelijk beschouwde aanvragen voor. Na afloop van die termijn en bij gebrek aan advies wordt het hele dossier overgemaakt aan de Minister.

Het comité mag evenwel die termijn voor de behandeling van de aanvraag verlengen met een bijkomende termijn van vijftien dagen wanneer het aantal aanvragen die door het comité worden onderzocht, hoger is dan het in het huishoudelijk reglement bepaalde aantal.

Art. 8.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten neemt de Minister een gemotiveerde beslissing tot toekenning of weigering binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de aanhangigmaking door het comité op grond van het hele dossier dat hem is overgemaakt.

Bij gebrek aan advies van het comité kan de Minister de aanvraag ofwel toekennen of weigeren overeenkomstig het eerste lid, ofwel de analyse van het dossier toevertrouwen aan het comité. In dit laatste geval brengt het comité uiterlijk binnen zestig dagen na zijn aanhangigmaking zijn advies uit en stuurt het dit advies aan de Minister die overeenkomstig het eerste lid beslist.

Bij gebrek aan beslissing van de Minister binnen die termijn van twintig dagen wordt het advies van het comité bevestigd en in geval van een gunstig advies wordt de incentive onder voorbehoud van de beschikbare begrotingskredieten toegekend. In het geval waarin het selectiecomité geen advies heeft uitgebracht, wordt het dossier voor behandeling aan het comité overgemaakt dat zijn advies uiterlijk binnen zestig dagen na zijn aanhangigmaking uitbrengt en het aan de Minister stuurt die overeenkomstig het eerste lid beslist.

Binnen een termijn van maximum vijftien dagen na ontvangst van de ministeriële beslissing wordt de Dienst ermee belast die beslissing door elk ander middel waarbij de verzenddatum wordt bewezen, aan de aanvrager mede te delen. HOOFDSTUK V. - Uitbelating

Art. 9.§ 1. De eerste schijf van de financiële incentive wordt voor het einde van de vierde maand na de beslissing tot toekenning van de financiële incentive door de Dienst uitbetaald na verificatie van de in artikel 3, tweede lid, van het decreet bedoelde voorwaarden. § 2. De gerechtigde die de tweede schijf van de financiële incentive wenst aan te vragen, richt voor het begin van de zesde maand te rekenen van de beslissing tot toekenning de in artikel 8, § 3, eerste lid, van het decreet bedoelde documenten aan de Dienst.

Het model van de verklaring op erewoord bedoeld in artikel 8, § 3, van het decreet wordt door de Minister bepaald.

In geval van ontbrekende of onvolledige documenten verwittigt de Dienst onmiddellijk de aanvrager. Laatstgenoemde beschikt over een termijn van vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag van de Dienst om de aangevraagde documenten of elementen over te maken. Zo niet wordt de tweede schijf van de financiële incentive niet uitbetaald.

Wanneer de in artikel 8, § 3, eerste lid, van het decreet bedoelde documenten binnen de termijnen worden overgemaakt en door de Dienst als volledig worden beschouwd, gaat laatstgenoemde tot de storting van de tweede schijf van de financiële incentive over uiterlijk voor het begin van de twaalfde maand te rekenen van de toekenningsbeslissing. § 3. De gerechtigde die de derde schijf van de financiële incentive wenst aan te vragen, richt voor het begin van de twaalfde maand te rekenen van de toekenningsbeslissing de in artikel 8, § 4, eerste lid, van het decreet bedoelde documenten aan de Dienst.

Wat betreft de in artikel 3, eerste lid, 1°, van het decreet bedoelde gerechtigden moet de ontwikkeling van de beroepsactiviteit overeenkomen met een effectieve verhoging met 5 % van het omzetcijfer voor de zes eerste maanden van de activiteit als zelfstandige in hoofdberoep, behalve de inachtneming van de reeds uitbetaalde schijf van de financiële incentive. De gerechtigde stuurt een attest op erewoord van de verhoging van zijn omzetcijfer met minimum 5 % aan de Dienst, die gesteund wordt door elk bewijsstuk, zoals de resultatenrekeningen, de voorlopige of definitieve balansen, de driemaandelijkse btw-aangiften, de ingaande en uitgaande factuurboeken, enz.

Bovendien om de openbare tegemoetkoming te blijven genieten, moet het bruto-beroepsinkomen bedoeld zoals bepaald in artikel 11, § 2, van koninklijk besluit nr. n° 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen dat voor het eerste jaar als zelfstandige in hoofdberoep geschat is, lager zijn dan 45.000 euro. Om dit bedrag te verifiëren stuurt de gerechtigde de voorlopige of definitieve balans van de activiteit aan de Dienst.

Het model van het in artikel 8, § 4, van het decreet bedoelde verslag wordt door de Dienst bepaald.

In geval van onvolledig verslag verwittigt de Dienst onmiddellijk de aanvrager die over een termijn van vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag van de Dienst beschikt om de aangevraagde documenten of elementen over te maken. Zo niet wordt de derde schijf van de financiële incentive niet uitbetaald.

Wanneer het in artikel 8, § 4, eerste lid, van het decreet bedoelde verslag binnen de in het eerste lid bedoelde termijn wordt overgemaakt ent als volledig wordt beschouwd, brengt de Dienst een positieve of negatieve beoordeling uit.

In geval van positieve beoordeling van de Dienst gaat laatstgenoemde tot de storting van de derde schijf van de financiële incentive over uiterlijk voor het begin van de achttiende maand te rekenen van de toekenningsbeslissing.

In geval van negatieve beoordeling van de Dienst richt hij het dossier aan het comité overeenkomstig artikel 8, § 4, van het decreet. § 4. De gerechtigde die de vierde schijf van de financiële incentive wenst aan te vragen, richt voor het begin van de achttiende maand te rekenen van de toekenningsbeslissing het in artikel 8, § 4, eerste lid, van het decreet bedoelde verslag aan de Dienst en werkt de bestanddelen ervan bij. De procedure voor de toekenning of de weigering van de uitbetaling van de incentive is dezelfde als die bedoeld in artikel 8, § 4, van het decreet en in artikel 9, § 3, van dit besluit.

Wat betreft de in artikel 3, eerste lid, 1° van het decreet bedoelde gerechtigden, komt de ontwikkeling van de beroepsactiviteit daadwerkelijk overeen met een effectieve verhoging met minimum 10 % van het omzetcijfer bewezen door de zelfstandige voor de twaalf eerste maanden van de activiteit als zelfstandige in hoofdberoep, behalve de inachtneming van de reeds uitbetaalde schijven van de financiële incentive. De gerechtigde stuurt elk bewijsstuk van die verhoging van het omzetcijfer aan de Dienst, zoals het aanslagbiljet, de resultatenrekeningen, de voorlopige of definitieve balansen, de driemaandelijkse btw-aangiften, de ingaande en uitgaande factuurboeken, enz. § 5. Wanneer een persoon naast de financiële incentive een door de "ONEm" toegekend werkhervattingstoeslag geniet, overeenkomstig de artikelen 129ter en 129quater van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, wordt het bedrag van dit toeslag voor elke betrokken maand afgetrokken van het bedrag van de financiële incentive op het moment van de vereffening ervan. § 6. De in artikel 8, § 7, van het decreet bedoelde boordtabel dat door de Dienst is opgesteld en dat de samenvatting van de ministeriële beslissingen omvat, wordt maandelijks aan het comité overgemaakt. HOOFDSTUK VI. - Selectiecomité

Art. 10.§ 1. Het comité bestaat uit zoveel plaatsvervangende als gewone leden; de plaatsvervangende leden hebben slechts zitting wanneer de gewone leden die ze vervangen, afwezig zijn. Alleen de leden die zitting hebben, zijn stemgerechtigd. § 2. Onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen betreffende de in het huishoudelijk reglement bepaalde beraadslagingsregels wordt het aanwezigheidsquorum bepaald op de helft van de leden en wordt het stemmingsquorum op de helft van de aanwezige leden vastgesteld.

Elke persoon die een rechtstreeks of onrechtstreeks, patrimoniaal of persoonlijk belang heeft over het onderwerp van een beraadslaging, mag niet beraadslagen. § 3. Als ontslagnemend wordt het lid beschouwd : 1° dat op niet-gerechtvaardigde wijze afwezig is geweest op meer dan 3 opeenvolgende vergaderingen waarvoor het regelmatig is opgeroepen;2° dat zonder medische reden afwezig is geweest op meer dan de helft van de tijdens de twaalf laatste maanden georganiseerde vergaderingen, waarvoor het regelmatig is opgeroepen;3° dat de vertrouwelijke aard van de beraadslagingen of van de documenten niet naleeft, wanneer een dergelijke vertrouwelijke aard erkend is overeenkomstig de wettelijke of reglementaire bepalingen, met inbegrip van de bepalingen van het huishoudelijk reglement;4° dat de hoedanigheid waarvoor het lid van het comité was, verliest;5° dat een vijandige houding heeft en veroordeeld is krachtens een in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing of dat lid is van een organisme, een vereniging of een groep die een vijandige houding heeft en die veroordeeld is krachtens een in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing ten opzichte van de democratische principes zoals vermeld in het Verdrag tot bescherming van de rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, in de additionele protocollen bij dit Verdrag van kracht in België in de Grondwet, in de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden of in de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd en in het decreet van het Waalse Gewest van 6 november 2008 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie. Dit verbod houdt op tien jaar na de beslissing van bovenvermelde rechterlijke beslissing indien vastgesteld kan worden dat de persoon, het organisme, de vereniging of de groep publiekelijk afgezien heeft van zijn/haar vijandige houding tegen de democratische principes vermeld in de bepalingen bedoeld in het vorige lid.

Het houdt op één jaar na bovenvermelde rechterlijke beslissing indien de persoon het organisme, de vereniging, de groep heeft verlaten wegens en onmiddellijk na zijn veroordeling voor niet-naleving van de democratische principes vermeld in de bepalingen bedoeld in het eerste lid. § 4. De Minister keurt het huishoudelijk reglement van het comité goed. Dat rapport bevat op zijn minst : - de procedure voor de bijeenroeping van de vergaderingen en de opstelling van de notulen; - de zetel en plaats van de vergaderingen; - de regels betreffende de deelneming van externe deskundigen; - de wijze waarop wordt bijgedragen tot de door de Dienst verrichte beoordeling van de uitvoering van het decreet. § 5. Behalve de verplaatsingskosten van de deskundigen die ten laste komen van de Dienst en waarvan het bedrag overeenkomstig Boek IV, titel II, van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode bepaald wordt, wordt het mandaat van de leden gratis uitgeoefend. HOOFDSTUK VII. - Controle en sanctie

Art. 11.In de gevallen bedoeld in artikel 9 van het decreet kan de Minister beslissen om een deel of het geheel van de financiële incentive te schorsen tijdens een termijn waarin de persoon zich aan de niet-vervulde verplichtingen kan aanpassen, de vereffening van de storting(en) van de financiële incentive kan weigeren of de terugbetaling van een deel of het geheel ervan en de desbetreffende kosten kan eisen, op grond van de inlichtingen verstrekt door de Dienst of door de inspecteurs belast met het toezicht en de controle overeenkomstig artikel 10, tweede lid, van het decreet.

De dienst richt eerst een aanmaning bij aangetekend schrijven aan de betrokken persoon, waarin hij erom wordt verzocht om zijn opmerkingen mede te delen binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven.

Op zijn verzoek kan de betrokken persoon binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de aanvraag door het comité gehoord worden.

De beslissing van de Minister tot schorsing, tot weigering van de uitbetaling of tot terugbetaling wordt aan de betrokken persoon en aan de dienst medegedeeld.

Wanneer de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de financiële incentive beslist wordt, is ze evenredig met de vastgestelde overtredingen. De Dienst wordt ermee belast de onrechtmatig gestorte sommen met alle rechtsmiddelen terug te vorderen.

Art. 12.De Minister voert ook controle op de toepassing van dit besluit, met name wat betreft de ontvangst van de verklaringen op erewoord voor de naleving van de minimissteun en de verplichting voor de gerechtigde tot mededeling aan de Dienst van elke openbare tegemoetkoming ontvangen na de datum van toekenning van de financiële incentive. HOOFDSTUK VIII. - Slot- en overgangsbepalingen

Art. 13.De in het decreet en in dit besluit bedoelde procedure- en uitbetalingstermijnen worden van 16 juli tot 15 augustus opgeschort en de verlofdagen worden in de termijnen niet geboekt.

De dag van ontvangst van de akte die het uitgangspunt van een termijn is, is niet inbegrepen.

De vervaldag is in deze termijn inbegrepen. Wanneer deze dag een zaterdag, een zondag of een wettelijk verlofdag is, wordt de vervaldatum uitgesteld tot de volgende werkdag.

Art. 14.Treden in werking tien dagen na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad : 1° het decreet van 27 oktober 2011 betreffende steunverlening voor banencreatie via de bevordering van beroepsovergang naar het statuut van zelfstandige als hoofdactiviteit;2° dit besluit.

Art. 15.De Minister van Tewerkstelling is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 3 mei 2012.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^