Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 07 juli 2005
gepubliceerd op 14 juli 2005

Besluit van de Waalse Regering tot afwijking van sommige verplichtingen inzake braaklegging in geval van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2005201889
pub.
14/07/2005
prom.
07/07/2005
ELI
eli/besluit/2005/07/07/2005201889/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

7 JULI 2005. - Besluit van de Waalse Regering tot afwijking van sommige verplichtingen inzake braaklegging in geval van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid


De Waalse Regering, Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, inzonderheid op artikel 3, § 1, 1°, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001;

Gelet op de Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001, meer bepaald op de artikelen 53 tot 57 en artikel 145, q) ;

Gelet op de Verordening (EG) nr. 795/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers;

Gelet op de Verordening (EG) nr. 1973/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en IVbis van die verordening ingestelde steunregelingen en het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van grondstoffen;

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003 tussen de federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het vlak van de landbouw en de visserij;

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2004 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het vlak van de landbouw en de visserij;

Gelet op het advies van het Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen uitgebracht in zijn zitting van 29 juni 2005;

Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de federale overheid d.d. 4 juli 2005;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op de overdracht naar de Gewesten van de bevoegdheden inzake landbouw vanaf 1 januari 2002;

Overwegende dat artikel 54, § 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bepaalt dat de landbouwers de voor braakleggingstoeslagrechten in aanmerking komende oppervlakten uit productie nemen;

Overwegende dat artikel 32, § 1, van Verordening (EG) nr. 795/2004 bepaalt dat braakgelegde oppervlakten braak moeten blijven voor een periode die uiterlijk op 15 januari ingaat en op zijn vroegst op 31 augustus eindigt;

Overwegende de bijzonder geringe neerslag sinds herfst 2004 en dat die toestand de voorziening met voeder ernstig heeft aangetast;

Overwegende dat met het oog op de oplossing van het probleem dat die droogte met zich meebrengt, het gebruik in 2005 van braakgelegde gronden ten behoeve van de veevoeding zo spoedig mogelijk moet worden toegestaan;

Overwegende dat erop moet worden toegezien dat die gronden niet voor winstgevende bestemmingen worden gebruikt en dat het derhalve noodzakelijk is elke verkoop van het op genoemde gronden voortgebrachte voeder te verbieden;

Overwegende dat de landbouwers onverwijld verwittigd moeten worden van de toegekende afwijking;

Overwegende dat die afwijking van toepassing is met ingang 29 juni 2005;

Overwegende dat er in boetes is voorzien bij slechte toepassing van de betrokken regelgevingen;

Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In afwijking van artikel 54, § 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001, en in afwijking van artikel 32, § 1, van Verordening (EG) nr. 795/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij bovenbedoelde Verordening (EG) nr. 1782/2003, mogen de landbouwers bij wijze van uitzondering voor 2005 de als braakland aangegeven gronden gebruiken ten behoeve van de veevoeding.

Die afwijking wordt toegekend aan de landbouwers die voldoen aan volgende voorwaarden : 1° de landbouwer is houder van runderen en/of schapen;2° de bedekking van de braakgelegde percelen wordt uitsluitend geoogst voor de veestapel van het bedrijf van de betrokken landbouwer;3° de landbouwer laat enkel runderen en schapen van zijn bedrijf grazen op de braakgelegde percelen.Al deze dieren moeten geïdentificeerd en geregistreerd zijn op zijn naam in het identificatie- en registratiesysteem voor dieren (Sanitel) en moeten zich bevinden in de door de betrokken landbouwer beheerde productie-eenhe(i)d(en); 4° de betrokken percelen mogen niet braakgelegd zijn onder het stelsel van de faunabeschermende braaklegging bestemd om de wilde fauna te beschermen en te bevorderen;5° de betrokken percelen mogen niet gebruikt worden in de zin van artikel 55, punt b), van Verordening (EG) nr.1782/2003 voor de vervaardiging, in de Gemeenschap, van niet specifiek voor voeding of voor vervoedering bestemde producten; 6° de braakgelegde percelen worden noch gemaaid noch begraasd voor commerciële doeleinden.Het voeder voortkomend uit genoemde percelen wordt noch verkocht noch afgestaan aan een andere landbouwer noch bestemd voor verbruik door andere dieren dan het vee van het bedrijf van de betrokken landbouwer; 7° de braakgelegde percelen worden noch verhuurd noch tijdelijk afgestaan voor commerciële doeleinden.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 15 januari 2005.

Art. 3.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 7 juli 2005.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN

^