Besluit Van De Waalse Regering van 09 juli 2015
gepubliceerd op 08 september 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Waalse Regering tot aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van een ontginningsgebied en compensatiegebied op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sa

bron
waalse overheidsdienst
numac
2015027135
pub.
08/09/2015
prom.
09/07/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015027135

WAALSE OVERHEIDSDIENST


9 JULI 2015. - Besluit van de Waalse Regering tot aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van een ontginningsgebied en compensatiegebied (natuurgebieden, landbouwgebieden, bosgebied en groengebied) op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon)


De Waalse Regering, Gelet op het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, inzonderheid op de artikelen 1, 22, 23, 25, 32, 35, 37 en 42 tot 46;

Gelet op de wet op het natuurbehoud van 12 juli 1973, met name gewijzigd bij het decreet van 6 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/12/2001 pub. 22/01/2002 numac 2002027035 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de instandhouding van de Natura 2000-gebieden alsook van de wilde fauna en flora sluiten, het decreet van 22 mei 2008 en het decreet van 22 december 2010;

Gelet op het Milieuwetboek;

Gelet op het Waterwetboek;

Gelet op het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan aangenomen door de Waalse Regering op 27 mei 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1980 tot vaststelling van het gewestplan Philippeville-Couvin, meermaals gewijzigd;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 27 maart 2004 tot herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin (blad n° 58/1 en 58/2) en tot aanneming van het voorontwerp van herziening van het plan met een oog op de opneming van vier ontginningsgebieden te Philippeville (Merlemont);

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 maart 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 09/03/2006 pub. 29/03/2006 numac 2006201048 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot verbetering, door de opneming van een vijfde ontginningsgebied in het voorontwerp van gewestplan, van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004 tot beslissing over herziening van het gewestplan Philippeville-Cou sluiten tot verbetering, door de opneming van een vijfde ontginningsgebied in het voorontwerp van gewestplan, van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 27/05/2004 pub. 10/09/2004 numac 2004202783 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende steun aan de landbouw sluiten tot beslissing over herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin (bladen 58/1 en 58/2) en tot goedkeuring van het voorontwerp van planherziening met het oog op de opneming van vier ontginningsgebieden te Philippeville (Merlemont);

Gelet op de beslissing van de Waalse Regering van 19 oktober 2006 tot aanneming van de inhoud van het milieueffectenonderzoek over het voorontwerp van gewestplan van Philippeville-Couvin aangenomen door de besluiten van 27 mei 2004 en 9 maart 2006;

Overwegende dat het effectenonderzoek betreffende het voorontwerp van gewestplan is uitgevoerd door de nv ARIES Consultants, behoorlijk erkend overeenkomstig artikel 42 van het Wetboek;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 7 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 08/03/2013 numac 2013027070 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van het buitengewone onroerende erfgoed van Wallonië type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 18/03/2013 numac 2013201628 bron waalse overheidsdienst 7 FEBRUARI 2013 - Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van de wijziging in de statuten van de "Société régionale d'Investissement de Wallonie" , afgekort "SOGEPA" type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 26/02/2013 numac 2013201080 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de tewerkstelling van gehandicapte werknemers in de provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en verenigingen van overheidsdiensten sluiten tot voorlopige aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van een ontginningsgebied en compensatiegebied (natuurgebieden, landbouwgebieden en bosgebied) op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon);

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 22 juli 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 22/07/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014204995 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten sluiten tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 24 juli 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 24/07/2014 pub. 20/08/2014 numac 2014204994 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot regeling van de werking van de Regering sluiten tot regeling van de werking van de Regering;

Gelet op de Waalse gewestelijke beleidsverklaring voorgelegd aan het Waals Parlement op 23 juli 2014;

Gelet op het ministerieel besluit van 3 februari 1989 tot aanneming van het bijzonder plan van aanleg nr. 1 van de gemeente Philippeville (Merlemont);

Overwegende dat het openbaar onderzoek van 5 april 2013 tot 21 mei 2013 is georganiseerd overeenkomstig de artikelen 4, 43 en 46 van het Wetboek; dat een informatievergadering op 15 april 2013 heeft plaatsgevonden;

Gelet op de documenten van het dossier die tijdens het openbaar onderzoek geraadpleegd zijn;

Gelet op de 320 bezwaren en bemerkingen en de petitie ingediend tijdens het openbaar onderzoek, namelijk : 1. De heer Guillitte Olivier, rue du Trichon 114 à 5030 Gembloux;2. Iew, Mundo-Namur, rue Nanon 98 à 5000 Namur;3. Mevr.Groux Véronique, rue Pisselotte 94a à 5600 Sautour; 4. De heer Bondroit Karl, rue Pisselotte 94a à 5600 Sautour;5. Mevr.Golinvaux Stéphanie, rue de la Pisselotte 90 à 5600 Sautour; 6. Mevr.Golinvaux Caroline, rue de la Pisselotte 90 à 5600 Sautour; 7. De heer Vandermeulen Lancelot, avenue Prince Charles de Lorraine 47 à 1420 Braine-l'Alleud 8.De heer Castellana Giuseppe, avenue Albert Ier 66 à 1420 Braine-l'Alleud; 9. Mme D'Odémont Muriel, avenue P.Ch. De Lorraine 47 à 1420 Braine-l'Alleud; 10. Mevr.Olwier Martine, avenue du Nouveau Rhode 21 à 1640 Rhode-Saint-Genèse; 11. De heer et Mme Massinon - Wauters, rue Haut du Village à Sautour;12. De heer Van Lerberghe Thomas, rue de la Barrière 7 à 5600 Romedenne;13. Mevr.Ninane Annie, rue de la Fontaine St Pierre 1 à 5600 Romedenne; 14. Mevr.Cantinaux Anne-Michèle, rue de Jolimont 2 à 5600 Romedenne; 15. Mevr.Nolf Madée, rue des Corneilles 26 à 5600 Merlemont; 16. Mevr.Van Quaquebeke Mélanie, quartier de Tavier 73 à 5620 Hemptinne-les-Florennes; 17. Mevr.Turchetto Christine, rue de Florennes 84 à 5600 Franchimont; 18. Mevr.Mathieu Christine, rue d'Aury 2 à 5600 Villers-le-Gambon; 19. De heer Gueur Stéphane, rue d'Aury 2 à 5600 Villers-le-Gambon;20. De heer Mairy Alain, rue de Roly 30 à 5600 Samart;21. De heer Pierrot Jacques, avenue JJ de Momigny 20 à 5600 Philippeville;22. De heer Blavier Jules, résidence Corbigni 2 à 5600 Philippeville;23. Mevr.Deravet Angèle, avenue de Samart 17 à 5600 Philippeville; 24. De heer Gobeaux Thierry;25. De heer Gerardo Petriello, rue du Postienne 48 à 5600 Sautour;26. Mevr.Abs Jeannine, rue Pisselotte 88a à 5600 Sautour; 27. Mevr.Pirenne Anne-Michèle, rue du Baron Nothomb à 5600 Merlemont; 28. De heer Stoquart Jean, rue Pisselotte 92bis à 5600 Sautour;29. Mevr.Rucharp Chiristiane, rue Pisselotte 92bis à 5600 Sautour; 30. Mevr.Gilly Martine, rue Pisselotte 93 à Sautour; 31. De heer Favresse Jean-Claude, rue Pisselotte 93 à 5600 Sautour;32. De heer Maistriaux Michaël, rue Pisselotte 97a à 5600 Sautour;33. Mevr.Massinon Vinciane, rue Pisselotte 97a à 5600 Sautour; 34. Mevr.Guaisnet Renée; 35. Mevr.Nachbauer Cathy; 36. De heer Belgeonne Antoine, place St Geneviève 12 à 5680 Vodelée;37. De heer Lanzo Yannick, place St Geneviève 3 à 5680 Vodelée;38. De heer Moulin Arnaud, rue Pierre Joseph Dewerpe 93 à 6040 Jumet;39. De heer Furnemont Christophe, ch.de Liège 211 à 5100 Jambes; 40. Mevr.Dusart Sophie, rue Petons 32 à 5650 Walcourt; 41. Mevr.Vandenberghe Amandine, rue Albert Ier 49/2 à 5640 Mettet; 42. Mevr.Simon Michèle, ch. d'Alsemberg 101+; 43. De heer Catinus Michel, rue Lavaux 10 à 5600 Sautour;44. Mevr.Blacha Catherine, place de Merlemont 8 à 5600 Merlemont; 45. Mevr.Lennertz France, place de Merlemont 8 à 5600 Merlemont; 46. De heer Lechat Alain, rue du Pont 8 à 5600 Merlemont;47. De heer Van Humbeeck Daniel, rue des Orchidées 4 à 5600 Merlemont;48. De heer Rocmans Jean-Luc, rue du Planois 112 à 5640 Biesme;49. Mevr.Didot Claudine, rue du Planois 115 à 5640 Biesme; 50. De heer Parisi Valeriano, rue Hardimont 18 à 5640 Mettet;51. Mevr.Divers Suzanne, rue Pisselotte 88 à 5600 Sautour; 52. Mevr.Cogniaux Alberte, rue Pisselotte 88 à 5600 Sautour; 53. De heer Boucher Maxime, rue Pisselotte 88b à 5600 Sautour;54. Mevr.Samain Agnès, rue Pisselotte 88b à 5600 Sautour; 55. De heer Boucher Thierry, rue Pisselotte 88b à 5600 Sautour;56. Mevr.Cordier Cindy, rue du Moulin à 5600 Philippeville; 57. De heer Plasman Christophe à 5600 Villers-en-Fagne;58. Mevr.Cordier Joséphine, rue Pisselotte à 5600 Sautour; 59. De heer Schoonjans Christian, rue Pisselotte 90b à 5600 Sautour;60. Mevr.Fooz Marie-Christine, rue Pisselotte 90b à 5600 Sautour; 61. Me Dereppe André, rue du Pont de Pierre 62 à 5600 Sautour;62. Mevr.Guelenne Chantal, rue du Pont de Pierres 62 à 5600 Sautour; 63. De heer Olivier Thierry, Petite Suisse 44 à 5600 Villers-en-Fagne;64. Mevr.Cordier Doris, Petite Suisse 44 à 5600 Villers-en-Fagne; 65. De heer Gaspart Damien, rue de la Calamine 2 à 5600 Philippeville;66. De heer Gaspart Julien, rue de la Calamine 2 à 5600 Philippeville;67. Mevr.Gaspart Céline, rue de la Calamine 2 à 5600 Philippeville; 68. Mevr.Belleflamme Dominique, rue de la Calamine 2 à 5600 Philippeville; 69. De heer Gaspart Rodrigue, rue de la Calamine 2 à 5600 Philippeville;70. De heer Van Humbeeck Bruno, rue de Mariachamps 1 à 5600 Merlemont;71. De heer Racqmaekers Vincent, Wagnée 1a à 5640 Biesmes;72. Mevr.Keuleneer Josette, place de Merlemont 15 à 5600 Merlemont; 73. De heer Thiry Arnaud, place de Merlemont 3 à 5600 Merlemont;74. Mevr.Vandriessche Charlotte, place de Merlemont 3 à 5600 Merlemont; 75. Mevr.Stolf Franca, place de Merlemont 9 à 5600 Merlemont; 76. De heer Czekalski René, rue Lavaux 17 à 5600 Sautour;77. De heer Defossez Dominique, rue du Faubourg 68 à 5600 Sautour;78. Mevr.Francotte Magda, rue du Faubourg 68 à 5600 Sautour; 79. Mevr.Demarteau Marie-Paule, rue du Faubourg 81 à 5600 Sautour; 80. De heer et Mme Raeymaekers-Ernoux, rue du Faubourg 72a à 5600 Sautour;81. Mevr.Lanoyt Valérie, rue du Faubourg 72d à 5600 Sautour; 82. De heer Bogaert Jérôme, rue du Faubourg 72d à 5600 Sautour;83. De heer Papart Jean-Luc, rue du Faubourg 75 à 5600 Sautour;84. De heer Lambert Jérémy, rue du Faubourg 80 à 5600 Sautour;85. De heer Lambert Yves, rue du Faubourg 80 à 5600 Sautour;86. De heer Van Emelen Vincent, rue du Faubourg 84 à 5600 Sautour;87. Mevr.Trifaux Stéphanie, rue du Faubourg 84 à 5600 Sautour; 88. Mevr.Alvarez Emma, rue du Faubourg 85 à 5600 Sautour; 89. De heer Hermand Raoul, rue Pisselotte 88a à 5600 Sautour;90. Mevr.Wagemans Epifany, rue Pisselotte 48 à 5600 Sautour; 91. Mevr.Vaes Nathalie, rue du Postienne 48 à 5600 Sautour; 92. Mevr.Bertaux Jérémie, rue du Prouvet 1 à 5600 Sautour; 93. Mevr.Estiévenart Anne-Sophie, rue Haut du Village 13 à 5600 Sautour; 94. De heer Housse Benoit, rue Haut du Village 13 à 5600 Sautour;95. Mevr.Destrée Marie, rue Haut du Village 4 à 5600 Sautour; 96. De heer Loudèche Thierry à 5600 Sautour;97. De heer Sonnet Kim, rue Haut du Village 14 à 5600 Sautour;98. Mevr.Marlier Véronique, rue Haut du Village 14a à 5600 Sautour; 99. Mevr.Backler Danielle, rue Lavaux 12 à 5600 Sautour (2 réclamations); 100. Mme Malburny Aline, rue Lavaux 2a à 5600 Sautour;101. De heer Huart Philippe, rue Lavaux 2a à 5600 Sautour;102. Mevr.Mangeot Hedwige, rue Lavaux 1 à 5600 Sautour; 103. Mevr.Raeymaekers Mélanie, rue Lavaux 1 bte 1 à 5600 Sautour; 104. De heer Troonen Patrick, rue Lavaux 12 à 5600 Sautour;105. Mevr.Harpigny Sarah, rue Lavaux 8 à 5600 Sautour; 106. De heer Laeremans Michel, rue Lavaux 8 à 5600 Sautour;107. Mevr.Magniette Isabelle, rue Lavaux 3 à 5600 Sautour; 108. De heer Goris Michel, rue Lavaux 3 à 5600 Sautour;109. De heer Wauters Guillaume;110. De heer D'Haeyer Dominique, Impasse Faglotte à 6060 Gilly;111. De heer Delestrait Jean-Guy, rue Chemin de Fer 47 à 6060 Gilly;112. De heer Squélard Olivier, rue Roger Delizée 90;113. De heer Dertiné Joël, Grand Rue 62;114. Mevr.Van Lerberghe, rue Général de Monge 90 à 5660 Couvin; 115. De heer Wauters Steve, place de Wisbecq 3 à 1430 Mebecq;116. De heer Destrée Alain, rue du Pulija 2 à 5660 Couvin;117. * De heer Rigotier Alessandro, rue des Kev Tienno;118. Mevr.Dupont Marie, place de Chaumont 37 à 5620 Florennes; 119. Mevr.Gérard Aline, rue de la Barrière 7 à 5600 Romedenne; 120. De heer Declerck Marcel, rue de Fagnolle 3 à 5600 Fagnolle;121. Mevr.Duquenne Caroline, rue de Fagnolle 16 à 5600 Fagnolle; 122. Mevr.Pinpin Marie-José, rue de Fagnolle 3 à 5600 Fagnolle; 123. Mevr.Laureys Caroline, Tienne Wérichet 11 à 5600 Merlemont; 124. Mevr.Sauvage Yvonne, rue de Merlemont 11 à 5600 Philippeville; 125. De heer Forthomme Gabriel, rue de Merlemont 11 à 5600 Philippeville;126. De heer Pirson Bernard, rue des Corneilles 14 à 5600 Philippeville;127. De heer Thiry Christophe, rue de la Motte 29 à 5660 Boussu;128. Mevr.Rolin Martine, Paya 2 à 5660 Boussu-en-Fagne; 129. De heer Magniette Eric, rue de Matagne, 57 à 5600 Villers-en-Fagne;130. De heer Magniette Dominique, rue Notre-Dame 14 à 5600 Sart-en-Fagne;131. De heer Charlier André, rue Sepré 11 à 5600 Neuville;132. De heer Lycke Jérémy, rue St Hubert 5 à 5600 Neuville;133. Mme Ernoux Suzanne, rue Sepré 11 à 5600 Neuville;134. Mevr.Van Marcke Anne-catherine, rue du Hierdaux à 5620 Hemptinne-les-Florennes; 135. Mevr.Rossignol Catherine, rue de Châtelet 17 à 5600 Villers-le-Gambon; 136. Mevr.Gueulette Mélodie, rue Belle Ruelle 35 à 5600 Jamagne; 137. Fromagerie du Pont de Pierre, rue de Vodecée 8 à 5600 Vodecée;138. Mevr.Vanderheyden Sylvie, rue de Roly 30 à 5600 Samart; 139. Mevr.Duquenne Hélène, avenue de Samart 3a à 5600 Philippeville; 140. De heer Lemaitre Didier, rue du Château d'Eau 24 à 5600 Philippeville;141. Mevr.Oger Françoise, rue du Château d'Eau 24 à 5600 Philippeville; 142. Mevr.Balle Carolyne, avenue du Presle 32 à 5600 Philippeville; 143. De heer Sonnet Jacques, avenue du Presle 32 à 5600 Philippeville;144. Mevr.Anciaux Annie à 5600 Philippeville; 145. De heer Van Marcke Dany, rue St Hubert 4 à 5600 Neuville;146. Mevr.Emplaincourt Laure, rue des Terres aux Pierres 1 à 5600 Sautour; 147. Mevr.Van Belleghem Sabine, rue de Sautour 8 à 5600 Sautour; 148. De heer Bail Guillaume, rue de Sautour 8 à 5600 Sautour;149. De heer Pemers Geoffrey, rue Haut du Village 38 à 5600 Sautour;150. Mevr.Magniette Chantal, rue Haut du Village 38 à 5600 Sautour; 151. De heer Lemaitre Cédric, rue Haut du Village 14 à 5600 Sautour;152. De heer Sandri Adrien, rue du Pont de Pierre 61 à 5600 Sautour;153. De heer Lefebvre Dylan, rue du Pont de Pierre 62 à 5600 Sautour;154. Mevr.Reyns Stéphanie, rue du Pont de Pierre 58 à 5600 Sautour; 155. Mevr.Schyns Monique, rue du Pont de Pierre 66 à 5600 Sautour; 156. De heer Sandri Bernard, rue du Pont de Pierre 61 à 5600 Sautour;157. Mevr.Ntsama Sabine, rue du Pont de Pierre 61 à 5600 Sautour; 158. De heer Happe Bertaud, rue du Pont de Pierre 63 à 5600 Sautour;159. Mevr.Péromet Carole, rue des Trys 6 à 5600 Sautour; 160. De heer Lannoy Vincent, rue des Trys 16 à 5600 Sautour;161. De heer Hourdisse Denis, rue Lavaux 1a à 5600 Sautour;162. Mevr.Baussart Carine, rue Lavaux 1a à 5600 Sautour; 163. De heer et Mme Sandri-Gilot, rue du Faubourg 67 à 5600 Sautour;164. De heer Dumont Roger, rue Cité Jardin 7 à 5600 Villers-le-Gambon;165. De heer Magniette Willy, rue du Faubourg 51 à 5600 Sautour;166. De heer Magniette Fabrice, rue du Faubourg 51 à 5600 Sautour;167. De heer Van Marcke Jacques, rue du Faubourg 72 à 5600 Sautour;168. Mevr.Devos Claudine, rue du Faubourg 72 à 5600 Sautour; 169. Mevr.Goffin Sandrine, rue du Faubourg 80 à 5600 Sautour; 170. De heer Dujardin Vincent, rue du Faubourg 74 à 5600 Sautour;171. Mevr.Pirson Marie-Claire, rue du Faubourg 74 à 5600 Sautour; 172. Mevr.Happe Stéphanie, rue du Faubourg 72c à 5600 Sautour; 173. De heer Foulon Grégory, rue du Faubourg 72c à 5600 Sautour;174. Mevr.Anciaux Janine, rue du Faubourg à 5600 Sautour; 175. De heer Magniette Pascal, rue du Faubourg 82 à 5600 Sautour;176. Mme Grawez Christine, rue du Faubourg 82 à 5600 Sautour;177. De heer Bodson Denis, rue du Faubourg 85b à 5600 Sautour;178. Mevr.Bodson Jordane, rue du Faubourg 85b à 5600 Sautour; 179. Mevr.Jacquet Joëlle, rue du Faubourg 85b à 5600 Sautour; 180. De heer Bodson Simon, rue du Faubourg 85b à 5600 Sautour;181. De heer Leclercq Jérôme, rue Pisselotte 86 à 5600 Sautour;182. Mevr.Val Anne-Françoise, rue Pisselotte 86 à 5600 Sautour; 183. Mevr.Leleux Sophie, rue Pisselotte 86a à 5600 Sautour; 184. Mevr.Devos Madeleine, rue Pisselotte à 5600 Sautour; 185. De heer Masschelain Franz, rue Pisselotte 87 à 5600 Sautour;186. De heer Golinvaux Georges, rue de la Pisselotte 90 à 5600 Sautour;187. Mevr.Nivart Isabelle, rue de la Pisselotte 90 à 5600 Sautour; 188. Mevr.Petry Muriel, bois du Corbeau à 5600 Sautour; 189. Mevr.Clicheroux Elisabeth, route de Vodecée 7a à 5600 Vodecée; 190. Mevr.Hardy Béatrice, place Ste Genviève 12 à 5600 Vodecée; 191. De heer Belgeonne Daniel, place Ste Genviève 12 à 5600 Vodecée;192. Mevr.Sibille Martine, rue des Gérinaux 27 à 5600 Vodecée; 193. Mevr.Donnay Marie-Ange, rue des Gérinaux 19 à 5600 Vodecée; 194. * De heer Done ? Albert, rue des Genaux 17 à 5680 Vodecée;195. De heer Lambrecht Vincent, rue du Vivier 16 à 5600 Vodecée;196. De heer en Mevr.Delvaux-Lambrechts Caroline, rue du Vivier 16 à 5600 Vodecée; 197. Mevr.Moinaux Chantal, rue du Postienne 45 à 5600 Sautour; 198. De heer Dupuis Vincent, Ferme du Vieux Sautour 96 à 5600 Sautour;199. Mevr.Burssens Jacqueline, rue Tienne Wérichet 4 à 5600 Merlemont; 200. De heer Vandermeulen Stéphane, rue du Bois des Corbeaux 5 à 5600 Sautour;201. De heer Thierry Laureys, rue de Jolimont 2 à 5600 Romedenne;202. De heer en Mevr.Magniette-Delcroix, rue du Vivier 14 à 5600 Vodecée; 203. De heer Paul Pirson, avenue Charles Quint 23 à 5600 Philippeville;204. Noix d'Pécan, Mme Prevot Karen, chemin du Pont de Busnel 2 à 5600 Philippeville;205. De heer Michel Duez, rue de l'Eglise St Philippe 47 à 5600 Philippeville;206. De heer en Mevr.Jean-Pol Brisebois - Isabelle Watelet, rue Haut du Village 41 à 5600 Sautour; 207. De heer Renard Yves, rue Célestin Denis 24 à 5660 Pesches-Couvin;208. De heer Thierry Loudèche, rue du Prouvet 2 à 5600 Sautour;209. Mevr.Vandermeulen Isabelle, rue du Village 17 à 1325 Chaumont-Gistoux; 210. De heer François Godart, rue Rohant Chabot 50 à 5620 Florennes;211. De heer.Pierre Gilissen, avenue Albert Giraud 17 à 1030 Brussel; 212. Mevr.Van Canneyt Anne, rue du Moulin à Vent 10 à 1300 Wavre; 213. De heer Nagel Didier, rue du Printemps 12 à 1380 Lasne;214. De heer Godart Charles, rue du Fourneau 36 à 5620 Saint-Aubin;215. Mevr.Motquin Amandine, boulevard-Louise 15 à 6460 Chimay; 216. Mevr.Laureys Pauline, rue Goffin 113; 217. Mevr.Murielle Peyronnet, place Jean Bourré 9 à 49330 Miré (France); 218. Mevr.Van Rymenant Noëmie, rue de Vodecée 8a à 5600 Vodecée; 219. Mevr.Backer Danielle, rue Lavaux 12 à 5600 Sautour; 220. Mevr.Roy Marie, rue du Château 12a à 5030 Grand Manil; 221. Mevr.Joëlle Piraux (Natagora), rue Nanon 98 à 5000 Namur; 222. Mevr.Ingrid Vanuscorps-Vandecappelle, rue Terne des Coris 9 à 5600 Franchimont; 223. Mevr.Delphes B. Dubray, rue de Châtelet 16 à 5600 Villers-le-Gambon; 224. Mevr.Reman Cécile, rue du Fourneau 36 à 5620 Saint-Aubin; 225. ASBL Moriachamps, Secrétaire Mme T.Bresser; 226. Mevr.Marie-Claire Auriol, rue du Moulin de Roly 5 à 5600 Roly; 227. Mevr.Martinet Ghislaine, rue Centrale 15 à 5600 Sart-en-Fagne; 228. De heer Denis Salmon (cpn Belgique), rue du Charme 17 à 1190 Brussel;229. Mevr.Amandine Dutranoit, rue du Monument 2 à 5600 Romedenne; 230. De heer Caudron Olivier, rue de la Picardie 3 à 5660 Dailly;231. De heer Nicolas Bieliavsky et Mme Ghislaine Van der Dussen, rue de l'Azeille 6 à 5600 Roly;232. Dolomies de Villers-le-Gambon, rue du Viveroux 20 à 5600 Villers-le-Gambon;233. De heer en Mevr.Golinvaux-Nivart, rue de la Pisselotte 90 à 5600 Sautour; 234. De heer Paquet Thierry, rue Tienne Wérichet 11 à 5600 Merlemont;235. De heer Vincent Laureys, rue Pisselotte 89 à 5600 Sautour;236. Mevr.Bresser Tracy, rue Pisselotte 89 à 5600 Sautour; 237. Mevr.Stein Nina, rue St Roch 7 à 5600 Sart-en-Fagne; 238. De heer Montaine Roger, rue Notre-Dame 3 à 5600 Sart-en-Fagne;239. De heer Vanhollebeke Alain, rue Notre-Dame 12 à 5600 Sart-en-Fagne;240. De heer Bellik Lionel, place de Sart-en-Fagne 31 à 5600 Philippeville;241. De heer Uttley Robert, rue Notre-Dame 18 à 5600 Sart-en-Fagne;242. De heer Hazard Jacques, rue Notre-Dame 48 à 5600 Sart-en-Fagne;243. De heer Thirifahy Jean-Luc, rue Notre-Dame 78 à 5600 Sart-en-Fagne;244. De heer Janssens Léopold, rue des Courtijas 17 à 5600 Sart-en-Fagne;245. De heer Baulois Claude, rue des Courtijas 16 à 5600 Sart-en-Fagne;246. De heer en Mevr.Collinet Wilgocki - Stéphanie Carl, rue St Roch 8 à 5600 Sart-en-Fagne; 247. Mevr.Van de Steene Monique, rue Notre-Dame 72 à 5600 Sart-en-Fagne; 248. Mevr.Melchior Jeanne à 5600 Sart-en-Fagne; 249. Mevr.Femmeima Adelina, rue du Viveroux 66 à 5600 Merlemont; 250. De heer Swaen Luc, r.N. de Fontaine 55 à 6200 Chatelet; 251. Mevr.Melchior Eloisa, rue Notre-Dame 73 à 5600 Sart-en-Fagne; 252. De heer Dabe Patrice, rue Notre-Dame 77 à 5600 Sart-en-Fagne;253. Mevr.Hellin Isabelle, rue Notre-Dame 26 à 5600 Sart-en-Fagne; 254. De heer en Mevr.Diolosa-Domenico, rue des Courtijas 21 à 5600 Sart-en-Fagne; 255. De heer en Mevr.Richir-Janssens Jean, rue des Courtijas 9 à 5600 Sart-en-Fagne; 256. Mevr.Even Christel, rue des Courtijas 3 à 5600 Sart-en-Fagne; 257. De heer Schmidt Jean-Claude, rue des Courtijas 8 à 5600 Sart-en-Fagne;258. De heer Naulaerts Grégory, rue Notre-Dame 63 à 5600 Sart-en-Fagne;259. De heer Zarour Toufick, rue Notre-Dame 98 à 5600 Sart-en-Fagne;260. De heer Paquet Didier, rue Saint Roch 8a à 5600 Sart-en-Fagne;261. Mevr.Happe-Dzisiak, rue du Pont de Pierres 63 à 5600 Sautour; 262. De heer George Daniel, rue Grand Mont 4 à 5600 Sart-en-Fagne;263. De heer Gotemans Daniel, rue des Courtijas 10 à 5600 Sart-en-Fagne;264. Mevr.Lepoutere Maryline, rue des Courtijas 12 à 5600 Sart-en-Fagne; 265. Mevr.Lemaire Andrée, rue des Courtijas 13 à 5600 Sart-en-Fagne; 266. De heer Squilbin Daniel, rue des Courtijas 5 à 5600 Sart-en-Fagne;267. De heer D'Antoni Francesco, rue des Courtijas 14 à 5600 Sart-en-Fagne;268. Mevr.Charlot Paulette, rue du Pont de Pierres 57 à 5600 Sautour; 269. De heer Fontenelle Frédéric, la Gueule de Loup 134 à 5600 Sautour;270. De heer Descatoires Maurice, la Gueule de Loup 105 à 5600 Sautour;271. De heer Descatoires Emmanuel, la Gueule de Loup 135 à 5600 Sautour;272. De heer Descatoires Sébastien, la Gueule de Loup 164 à 5600 Sautour; 273. Petitie nr.11986 van 13 mei 2013 op het Net, met 178 handtekeningen : - Van Cauter, Anne, rue de Sclaigneaux, 647, à 5300 Andenne; - D'Haese, Danielle, rue des Lilas, 20, à 1070 Anderlecht; - Viseur, Stephane, rue Basse, 21 à 7040 Aulnois; - Labarre, Régine, Stwg Po Ukkel, 17 à 1650 Beersel; - Lottefier, Catherine, Bloemhofstraat, 56 à 1650 Beersel; - De Vrye, Florence, avenue de la Basilique, à 1082 Sint-Agatha Berchem; - Guillaume, Belinda, Ghesuele, 12 à 1547 Biévène; - Dewelle, Maxime, rue du Fond des Bois, 48 à 1470 Bousval; - D'Odémont, Muriel, avenue P.Ch. De Lorraine, 47 à 1420 Braine-l'Alleud; - D'Odémont du Temple, Chantal, avenue Albert Ier, 66 à 1420 Braine-l'Alleud; - Roulin Corentin, rue du Jardinier, 24, 1420 Braine-l'Alleud; - Sammels, Danielle, avenue de la Croix Rouge, 40, 1420 Braine-l'Alleud; - Gérard, Vincent, La Forestière, 267, 5660 Brûly de Pesche; - Vanderhoven, Anne, Ch de La Hulpe, 1170 Brussel; - Bodart, Damien, rue Jules Besme, 25, 1081 Brussel; - Boonen, Fabienne, rue du Sceptre, 25 A, 1050 Brussel; - Daniel, Cécile, rue J. Manne, 32, 1070 Brussel; - De Zutter, Georges, avenue du Parc, 18, 1060 Brussel; - Delhausse, Nathalie, rue du Collège, 1050 Brussel; - Dubois, Hervé, rue du Trône, 1060 Brussel; - Dupuis, Jeanne, rue des Alexiens, 69, 1000 Brussel; - Filippa, Russo, rue Pierre Decoster, 117, 1190 Brussel; - Gilissen, Pierre, avenue Albert Giraud, 1030 Brussel; - Kuzmanovic, Anna, chaussée de Stockel, 1200 Brussel; - Lesage, Eric, Square Baron Robert Hankar, 4, 1160 Brussel; - Marcandella, Bruno, rue du Prétoire, 74, 1070 Brussel; - Maryns, Quentin, avenue de Broqueville, 306, 1200 Brussel; - Philips, Yvi, Drève des Renards, 2, 1180 Brussel; - Racasse, Lucas, Herkoliers, 1081, Brussel; - Recloux, Pauline, Drève des Maricolles, 91, 1082 Brussel; - Rodrigez, Julie, rue de l'Arbre Bénit, 97, 1050 Brussel; - Roy, Bénédicte, avenue des Azalées, 19, 1030 Brussel; - Russo, Angelo, rue W. Van Perck, 51, 1140 Brussel; - Salmon, Denis, rue du Charme, 17, 1190 Brussel; - Yonte Montero, Juan Carlos, avenue des Saisons, 50, 1050 Brussel; - Présiaux, Cécile, chemin des Berceaux, 7061 Casteau; - Tranchant, Daniele, Terrasses De Courbieu, 82100 Castelsarrasin, France; - Ch, Marie, rue de Virelles, 25, 5630 Cerfontaine; - Schyns, Pierre-Rémi, rue du Millénaire, 8, 6810 Chiny; - Bailly, Anne-Françoise, rue du Nord, 6180 Courcelles; - Puissant, Cindy, rue Albert Colard, 5660 Couvin; - Dutilloeul, Edith, rue Etang Derbaix, 7033 Cuesmes; - Gilissen, Jacqueline, rue Paul Dubois, 25, 6929 Daverdisse; - Theuns, Pieter, Turnhoutsebaan, 1-3, 2100 Deurne; - Mossoux, Pierre, rue de Dinant, 24, 5500 Dinant; - Haulot, Alexis, rue Général Wangermée, 30, 1040 Etterbeek; - Degreef, Alexandra, avenue des Loisirs, 1140 Evere; - Dehaye, Isabelle, rue H Rohan Chabot, 50, 5620 Florennes; - Falcon, Kim, rue Henry de Rohan Chabot, 69, 5620 Florennes; - Godart, François, rue Rohan Chabot, 5620 Florennes; - Lottin, Sarah, Europe, 5620 Florennes; - Ben Mimoun, Driss, avenue Molière, 21, 1190 Vorst; - Hoogaert, Henry, avenue Général Dumonceau, 94, 1190 Vorst; - Marion, Marine, rue d'Aremberg, 10, 5680 Gimnée; - Mingoia, Sébastien, rue d'Aremberg, 13A, 5680 Gimnée; - Lanoyt, Marjorie, rue de la Station, 6181, Gouy-lez-Piéton; - Gillet, Pierre, Taille-Antoine, 1, 5031 Grand-Leez; - Dejaiffe, Thibault, rue de Rhode, 13, 1390 Grez-Doiceau; - Lepreux, Jean, Place de la Prévoté, 65250 Hèches, France (heeft twee keer getekend); - Lepreux, Myriam, Place de la Prévoté, 65250 Hèches, France; - Médart, Andrée, rue L. Demeuse, 4040 Herstal; - Noterman, H., Vaucamplaan, 110, 1654 Huizingen; - Kickx, Donatienne, Kaalheide, 17, 3040 Huldenberg; - Bernard, Fabienne, avenue Pierre Dijon, 4500 Huy; - Planchet, Alix, rue du Bois, 5, 1460 Ittre; - Fransolet, Christophe, rue Goffart, 77, 1050 Elsene; - Furnelle, Pascale, avenue des Grenadiers, 1050 Elsene; - Mazabrard, Mathilde, chaussée d'Ixelles, 189/32, 1050 Elsene; - Boets, Simon, Place des Déportés, 2/2, 5580 Jemelle; - Stockman, Robin, Odon Warlandlaan, 89, 1090 Jette; - Gaudier, Julie, rue Lauwers, 11A, 1310 La Hulpe; - Vercheval, Paul, rue Lauwers, 11, 1310 La Hulpe; - François, Guy, Kameleud, 366, 29870 Landeda, France; - François, Nana, Kamaleud, 366, 29870 Landeda, France; - Nagel, Didier, rue du Printemps, 12, 1380 Lasne; - Pierard, Anne, Grand Chemin, 54, 1380 Lasne; - Durand, Nicolas, Lieu-dit Fautrel, 22630 Les Champs Géraux; - Dutrieux, Daniel, rue Lairesse, 50, 4020 Liège; - Hautphenne, Eddy, rue Gaston Dubois, 1428 Lillois; - Wolters, Eric, rue du Moulin à Eau, 1342 Limelette; - Bayet, Gilles, rue des Hâtres, 1630 Linkebeek; - Soltysiak, Patricia, chaussée de Bruxelles, 16, 6042 Lodelinsart; - Laureys, Charlotte, rue de Villers La Ville, 1471, Loupoigne; - Deltell, Violeta, rue Brehen, 9, 1350 Marilles; - Jacob, Samuel, rue Baron Nothomb, 7, 5600 Merlemont; - Laureys, Caroline, Tienne Werichet, 5600 Merlemont; - Paquet, Thierry, rue Tienne Werichet, 11, 5600 Merlemont; - Pirenne, Anne, rue du Baron Nothomb, 36, 5600 Merlemont; - Vandriessche, Charlotte, Place de Merlemont, 5600 Merlemont; - Van Herstraeten, Anne, Jules Destrée, 6032 Mont-sur-Marchienne; - Cuypers, Michel, rue Royale, 143, 5621 Morialmé; - Kersten, Pascal, Benne Brûlée, 5621 Morialmé; - Mouchet, Marie-Jeanne, rue de la Station, 5620 Morialmé; - Blondiaux, Sylvie, Benne Brûlée, 5621 Morialme; - Godart, Hélène, Place Chanoine Descamps, 11, 5000 Namur; - Sirjacobs, Paul, avenue de Marlagne, 11, 5000 Namur; - Raffier, Stéphanie, rue Lefevre Utile, 2, 44000 Nantes, France; - Boul, Lau, rue de la Place, 12, 5600 Neuville; - Brogneaux, Annabelle, rue de la Place, 12, 5600 Neuville; - Demeester, Pascal, Exchange Pl 20 Appt 3202, 10005 New-York, US.A.; - Geeroms, Caroline, Boulevard de la Dodaine, 19, 1400 Nivelles; - Bette, Valérie, rue du Printemps, 1380 Ohain; - Marchal, Stephan, chemin du Gros Tienne, 40, 1380 Ohain; - Kimmel, Laurence, avenue Foch, 21, 75116 Paris, France; - Taiello, Carmeline, avenue Parmentier, 75011 Paris, France; - Guignaud, Elisabeth, avenue Roger Marcade, 19, 33600 Pessac, France; - Delplan, Rose-Marie, rue de l'Eglise St Philippe, 47, 5600 Philippeville; - Derzelle, Philippe, rue du Moulin, 38, 5600 Philippeville; - Thiry, Marie, avenue du Presle, 10, 5600 Philippeville; - Voets, Bernadette, avenue de Momigny, 2, 5600 Philippeville; - Blondiaux, Isabelle, rue Borneau, 61, 6230 Pont-à-Celles; - Roisin, Maxime, rue de Bruxelles, 1, 6210 Rêves; - Fannoy, Vincent, avenue du Manoir, 1640 Rhode-Saint-Genèse; - Scohy, Yvan, 1330 Rixensart; - Scohy-Faber, Odile, Sentier Lambermont, 1, 1330 Rixensart; - Wilkin, Jean-Paul, rue de l'Abbaye, 5580 Rochefort; - Richir, Anne, Allée des Charmes, 4, 5600 Roly; - Brohez, Yves, rue des Ruelles, 73, 5620 Rosée; - Chabot, Melissa, rue du Fourneau, 39, 5620 Saint-Aubin; - Laureys, Pauline, rue Goffin, 113, 5620 Saint-Aubin; - Godart, Sebastien, rue Braemt, 31, 1210 Saint-Josse; - Sampedro Johnson, Candice, Santa Cruz Ave, 3911, 92107 San Diego, US.A.; - Daussogne, Liliane, rue des Courtijas, 5600 Sart-en-Fagne; - Ignoti, Vincent, rue Notre-Dame, 73, 5600 Sart-en-Fagne; - Janssens, Octavie, rue des Courtijas, 2, 5600 Sart-en-Fagne; - Naulaerts, Gregory, rue Notre-Dame, 63, 5600 Sart-en-Fagne; - Richir, Jean, rue des Courtijas, 2, 5600 Sart-en-Fagne; - Sablon, Josiane, rue Grand Mont, 2, 5600 Sart-en-Fagne; - Wauthier, Jean-Luc, rue des Courtijas, 24, 5600 Sart-en-Fagne; - Backlers, Danielle, rue Lavaux, 12, 5600 Sautour; - Bogaert, Jér+'Me, rue du Faubourg, 72d, 5600 Sautour; - Bondroit, Karl, rue Pisselotte, 5600 Sautour; - Bresser, Tracy, rue Pisselotte, 5600 Sautour; - Defossez, Dominique, rue du Faubourg, 68, 5600 Sautour; - Defossez, Maxime, rue du Faubourg, 68, 5600 Sautour; - Dujardin, Vincent, rue du Faubourg, 74, 5600 Sautour; - Happe, Bertaud, rue du Pont de Pierres, 63, 5600 Sautour; - Harpigny, Sarah, Lavaux, 8, 5600 Sautour; - Lambert, Sandrine, rue du Faubourg, 80, 5600 Sautour; - Lambert, Yves, rue du Faubourg, 80, 5600 Sautour; - Lanoy, Valérie, rue du Faubourg, 72d, 5600 Sautour; - Laureys, Vincent, rue Pisselotte, 5600 Sautour; - Leclercq, Jerss'Me, rue Pisselotte, 86, 5600 Sautour; - Moinaux, Chantal, rue du Postienne, 45, 5600 Sautour; - Papart, Jean-Luc, rue du Faubourg, 75, 5600 Sautour; - Val, Anne, rue Pisselotte, 86, 5600 Sautour; - Vandermeulen, Stéphane, rue du Bois des Corbeaux, 5, 5600 Sautour; - Watelet, Isabelle, rue Haut du Village, 41, 5600 Sautour; - Metens, Arnaud, rue de la Fourchinée, 26, 6596 Seloignes; - Van Leuven, Audrey, rue Royale, 5630 Silenrieux; - Mars, Catherine, rue Trieu Benoit, 10/16, 6470 Sivry; - Lecomte, Christine, rue Duquesnes, 7032 Spiennes; - Sallusti, Isabella, chemin des Collets, 670, 6640 St Jeannet, France; - Peeters, Fabienne, chemin Sous Bailleu, 33, 4370 Stavelot; - Morelli, Edwige, chemin Vert, 69160 Tassin, France; - Vanderhaegen, Vincent, Tervuursesteenweg, 39, 3080 Tervuren; - Bodson, Olivier, rue du Village, 5621 Thy-le-Bauduin; - De Houck, Luc, rue Marechal Juin, 10A, 5140 Tongrinne; - Moray, Pascaline, rue du Bailli, 1480 Tubize; - Van der Weehe, Monique, avenue Coghen, 1180 Uccle; - Goffriaux, Frédéric, rue de Matagne, 58c, 5600 Villers-en-Fagne; - Petit, Christian, Auvivôyes, 3, 5600 Villers-en-Fagne; - Maffioli, Jean, Cour de la Mozée, 5600 Villers-le-Gambon; - Van Rymenant, Noëmie, rue de Vodecée, 8a, 5600 Vodecée; - Van Pamel, Simon, Place du Mayeur (Pry), 5, 5650 Walcourt; - Geulette, Noella, rue de Tesny, 4020 Wandre; - De Sawef, Stéphane, avenue Florida, 54, 1410 Waterloo; - Riccardi, Cristina, rue de l'Hôspice Communal, 162, 1170 Watermael-Boitsfort; - De Lantsheere, Charlotte, Cour Au Bois, 8, 1440 Wautier Braine; - Stoufs, Philippe, rue des Liniers, 52, 1300 Wavre; - Van Canneyt, Anne, rue du Moulin à Vent, 1300 Wavre; - Van der Smissen, Arnaud, rue Achille Fiévez, 4, 1474 Ways; - Lambot, Jean-Michel, rue Fond des Vaux, 6920 Wellin; - Vandermeulen, Jill, Oudstrijderstraat, 68, 1780 Wemmel; - Thomas, Denis, avenue des Erables, 3, 1970 Wezembeek; - Mardulyn, Harry, rue St Jean, 43, 6666 Wibrin-Houffalize; - Ledermann, Michel, Qesnoit, 28, 7890 Wodecq; 274. De heer Bils Pierre, rue Centrale 25 à 5600 Sart-en-Fagne;275. De heer Dumont Bernard, rue de Neuville 12 à 5600 Philippeville;276. Mevr.Dropsy Séverine, avenue JJ de Momigny 32 à 5600 Philippeville; 277. De heer Dumont Benoît, avenue JJ de Momigny 32 à 5600 Philippeville;278. De heer Verlaeckt Damien, rue Centrale 13 à 5600 Sart-en-Fagne;279. De heer Geerinck Benoit, rue de Froidmont 6;280. De heer Couvreur Thomas, rue d'Aremberg 2 à 5680 Gimnée;281. De heer Tronçon Jean, rue Général de Monge 94 à 5660 Petigny;282. De heer Biard Olivier, rue Notre-Dame 32 à 5670 Oignies-en-Thiérache;283. De heer Delille Bruno, rue Jean Jaurès 44 à 59212 Wignehies;284. De heer Cosyns Dominique;285. De heer Thanos Geffrey, rue Neuve 76/2;286. De heer Dacosta Antonio, rue Emile Donnay 30 à 6464 Bourlers;287. De heer Botteaux Thierry;288. De heer Carlier Daniel, rue Roger de Keyser 113 à 6464 Forges;289. De heer Deweghe Marc, rue Dauphine 13;290. De heer Caudron Stéphane, rue du Parc St Roch 18 à 5660 Couvin;291. De heer Bonaventure Alain;292. De heer Telliez Joël, rue des Beguines;293. De heer Heremans Michaël;294. De heer Thomas Dominic;295. De heer Evrard Freddy, rue de la Gare 69 à 5670 Treignes;296. De heer Blehen Pierre, rue du Monument 36 à 5660 Couvin;297. * De heer Heboge ? Laurent, rue de la Gendarmerie 24 a à 6590 Momignies;298. De heer Robin Gilles, rue Planesse 29 à 5660 Couvin;299. De heer Thiry Pierre, rue du Village 29;300. De heer Mathot Pascal;301. Mevr.Bastien Bernadette; 302. * De heer Camly ? Christian;303. De heer Lambert Jean-Charles;304. De heer Ribière Michel, rue Pisselotte 91 à 5600 Sautour;305. De heer Houters Marc, rue du Faubourg 76 à 5600 Philippeville;306. Mevr.Marino Dominique, rue du Faubourg 76 à 5600 Sautour; 307. Mevr.Lecomte Christine, rue Arthur Duquesnes 69 à 7032 Spiennes; 308. De heer Ducoeur Alain, rue Notre-Dame 29 à 5600 Sart-en-Fagne;309. De heer en Mevr.Tondus-Leroux Yves, rue St Roch 9 à 5600 Sart-en-Fagne; 310. De heer Grandfils Guy, rue St Roch 2 à 5600 Sart-en-Fagne;311. De heer Dargenton Claude, rue St Roch 3 à 5600 Sart-en-Fagne;312. De heer Emplaincourt Christian, rue des Terres aux Pierres 1 à 5600 Sautour;313. De heer Marchand Jean, rue du Panorama 7 à 5650 Clermont;314. De heer Renotte Didier, rue Lavaux 1bte1 à 5600 Sautour;315. Mevr.Decarte Josiane, place de Merlemont 15 à 5600 Philippeville; 316. De heer Delcourt Jacques, rue de Merlemont 15 5600 Philippeville;317. Mevr.Mommen Sylvie, rue St Roch 6 à 5600 Sart-en-Fagne; 318. Mevr.Grosjean Isabelle, avenue de l'Opale 47 à 1030 Schaerbeek. 319. De heer en Mevr.Achille en Sibylle Debrus-Angstenberger, rue des Tilleuls 1a à 5600 Merlemont; 320. De heer Cavion Ofelio, rue des Terres aux Pierres 5 à 5600 Sautour. (* Adres of naam onleesbaar);

Overwegende dat vier personen aanwezig waren bij de gemeente Philippeville op de afsluitende vergadering van het openbaar onderzoek : mevr. Isabelle Nivart, de heer Georges Golinvaux, mevr. Claire Auriol en de heer Roger Dumont om de inhoud van hun schrijven tijdens het openbaar onderzoek te bevestigen;

Gelet op de notulen van de overlegvergadering die op 23 mei 2013 heeft plaatsgevonden;

Gelet op het gunstig advies van de gemeenteraad van Philippeville van 19 juni 2013;

Gelet op de adviesaanvragen gericht op 20 september 2013 aan Overwegende dat om de adviezen van de "Commission régionale d'aménagement du territoire" (Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening) en de "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable" (Waalse milieuraad voor duurzame ontwikkeling) en op 5 november 2013 aan het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;

Gelet op het voorwaardelijk gunstige advies van de "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable" (Waalse Raad voor Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling) van 14 oktober 2013;

Overwegende dat de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » een gunstig advies uitbrengt over de opneming van de ontginningsgebieden : "- van "Bois Saint-Lambert", ten oosten van Sautour, als omzetting van een bosgebied met landschappelijke waarde, van een landschappelijk waardevol landbouwgebied en van een landbouwgebied (39,9 ha); - van de oostelijke verlenging van de steengroeve Matissen, in het gehucht "Hollande", als omzetting van een landbouwgebied en twee bosgebieden (11 ha); - van de westelijke verlenging van de steengroeve Trieux-Collet in het gehucht "les longues Royes", als omzetting van een landbouwgebied (2 ha); - van de oostelijke verlenging van de steengroeve Trieux-Collet, ten zuiden van Franchimont, als omzetting van een bosgebied met landschappelijke waarde en van een landbouwgebied (11,3 ha)"; alsook de wijziging van de randen van het gebied Matissen door de opneming van een ontginningsgebied van 50 meter breed;

Overwegende dat de oppervlakte vermeld door de CWEDD voor de "Bois Saint-Lambert" verwijst naar de oppervlakte van het gebied opgenomen in het voorontwerp van gewestplan en onderzocht in het planeffectonderzoek dat de zogenaamde site van "Moriachamps" omvatte en niet overeenkomt met de oppervlakte onderworpen aan het openbaar onderzoek die betrekking had op ongeveer 22,9 ha; overwegende dat het hier gaat om een fout van de Raad in de mate dat hij, in zijn advies, "met tevredenheid noteert dat het eindbesluit van de Waalse Regering het gebied Moriachamps uitsluit, momenteel in tijdelijk gemeentelijk natuurgebied, zoals het studiebureau het in één van de bestudeerde alternatieven voorstelt";

Overwegende dat de CWEDD een gunstig advies uitbrengt over de opneming van al de gebieden voorgedragen als compensatie;

Overwegende dat het advies van de CWEDD afhangt van de ondertekening, zodra de wijziging van het gewestplan definitief wordt aangenomen, van de samenwerkingsovereenkomst tussen de aanvrager en de « DNF » (Directie Natuur en Bossen), vermeld in het bovenvermeld besluit van de Waalse Regering van 7 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 08/03/2013 numac 2013027070 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van het buitengewone onroerende erfgoed van Wallonië type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 18/03/2013 numac 2013201628 bron waalse overheidsdienst 7 FEBRUARI 2013 - Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van de wijziging in de statuten van de "Société régionale d'Investissement de Wallonie" , afgekort "SOGEPA" type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 26/02/2013 numac 2013201080 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de tewerkstelling van gehandicapte werknemers in de provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en verenigingen van overheidsdiensten sluiten;

Overwegende dat de CWEDD aan de bevoegde overheid voorstelt om de mogelijkheid te onderzoeken om het oostelijk gedeelte van Bois Saint-Lambert (Moriachamps) alsook de site van Beumont als natuurgebied te bestemmen, zelfs als Natura 2000-gebied te rangschikken, om het netwerk van de "Vallée de la Chinelle" aan te vullen; dat de CWEDD bovendien voorstelt om de mogelijkheid na te gaan om deze gebieden op te nemen in het veld van de samenwerkingsovereenkomst die tussen de aanvrager en de "DNF" zal ondertekend worden en om het geheel van de afgedankte sites van Merlemont daaraan toe te voegen;

Overwegende dat, wat betreft het effectenonderzoek, de CWEDD van mening is dat het onderzoek de nodige elementen bevat voor de besluitvorming;

Gelet op het gunstig advies van de "Commission régionale d'aménagement du territoire" (Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening) van 14 november 2013;

Overwegende dat de "Commission régionale d'aménagement du territoire" voorstander is van : - de opneming van de voorgestelde ontginningsgebieden en de overdruk *R.2.4 op het ontginningsgebied van Bois Saint-Lambert : ze is van mening dat het nieuwe ontginningsgebied gelegen in Bois Saint-Lambert en de uitbreidingen van de steengroeven Trieux-Collet en Matissen (Hollande) de optimalisering van de afzetting en zijn specificiteit mogelijk maken en eenzelfde en enig uitbreidingsproject vormen van de bestaande ontginningsactiviteit van de dolomietsteen in de streek; ze vindt ook dat, bij het lezen van de bezwaren uitgebracht in het kader van het openbaar onderzoek, een meerderheid van deze bezwaren meer betrekking hebben op de vergunning als op de herziening van het gewestplan; - de opneming van de zeven voorgestelde natuurgebieden, met uitzondering van het natuurgebied Bois du Corbeau : ze is inderdaad van mening dat de ontstedelijking van het gebied Bois du Corbeau niet opportuun is en dat de opneming van een natuurgebied een te dwingend karakter zal hebben op eventuele verbouwingen die later zouden kunnen gebeuren op de bestaande woningen; ze stelt vast dat de ontstedelijking van dit gebied ook niet noodzakelijk is aangezien het project meer ontstedelijking als bebouwing voorziet; - de opneming van de vier voorgestelde landbouwgebieden : ze is van mening dat de opneming van deze vier landbouwgebieden zal toelaten om het gewestplan aan de feitelijke toestand aan te passen; - de opneming van het voorgestelde bosgebied : ze is van mening dat de opneming van een bosgebied op deze plek zal toelaten om het gewestplan aan de feitelijke toestand aan te passen; - de alternatieve compensatie dat voorziet dat de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon een partnerschap zal afsluiten in de vorm van een overeenkomst met het DNF (Departement Natuur en Bossen) om een beheersplan op te maken dat de naleving garandeert van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; ze vindt inderdaad dat deze overeenkomst past in een doelstelling van goed beheer van de Natura 2000-sites die als compensatie worden voorgesteld en van valorisatie van de plaatselijke natuurlijke rijkdom;

Overwegende dat de "Commission régionale d'Aménagement du Territoire" overigens van mening is dat het effectenonderzoek van goede kwaliteit is; dat ze de duidelijkheid van het document onderstreept en dat ze vaststelt dat het document de gebieden die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening en het milieu op een grondige manier analyseert;

Gelet op het advies van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van 21 februari 2014;

Overwegende dat de inhoud van dit advies in het vervolg van dit besluit ontwikkeld zal worden, als antwoord op de bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens het openbaar onderzoek;

Gelet op de adviezen van 16 april 2013, 6 juni 2013 en 12 augustus 2013 van de Directie Wegen van Namen van het Operationeel directoraat-generaal Wegen en Gebouwen; dat deze adviezen in het vervolg van dit besluit ontwikkeld zullen worden, als antwoord op de bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens het openbaar onderzoek;

Gelet op het advies van 9 april 2013 van de maatschappij Fluxys; dat de inhoud van dit advies in het vervolg van dit besluit ontwikkeld zal worden, als antwoord op de bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens het openbaar onderzoek;

Overwegende dat het besluit van de Waalse Regering van 7 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 08/03/2013 numac 2013027070 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van het buitengewone onroerende erfgoed van Wallonië type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 18/03/2013 numac 2013201628 bron waalse overheidsdienst 7 FEBRUARI 2013 - Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van de wijziging in de statuten van de "Société régionale d'Investissement de Wallonie" , afgekort "SOGEPA" type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 26/02/2013 numac 2013201080 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de tewerkstelling van gehandicapte werknemers in de provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en verenigingen van overheidsdiensten sluiten tot voorlopige aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van een ontginningsgebied en compensatiegebied (natuurgebieden, landbouwgebieden en bosgebied) op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon) betrekking heeft op de opneming : - van ontginningsgebieden als uitbreiding van de ontginningsgebieden van de steengroeven van "Trieu Collet" en "Matissen"; - van een ontginningsgebied in het "Bois Saint-Lambert"; - van zeven natuurgebieden op de site van de voormalige steengroeven van "Merlemont -westelijke en noordelijke gedeelten, Merlemont-Oost, Monsieur, Madame, Wayons en Bois du Corbeau"; - Van vier landbouwgebieden op de sites van "Stoumont, Mignonveau, Wayons en Matissen"; - van een bosgebied op de site van "Stoumont"; dat een bijkomend voorschrift betrekking heeft op het ontginningsgebied gepland op de site van de Bois Saint-Lambert die pas van start zal mogen gaan na afloop van de uitbating van de andere ontginningsgebieden die door deze herziening van het gewestplan opgenomen zijn, met uitzondering van de werken voor de voorbereiding en de opening van de afzetting";

Dat een bepaling de aanneming van een overeenkomst tussen de S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst voorziet om een beheer te garanderen van de Natura 2000-sites die als compensatie worden voorgesteld;

Overwegende dat de bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens het openbaar onderzoek voornamelijk betrekking hebben op het principe en de uitbating van een nieuw ontginningsgebied op de site van de Bois Saint-Lambert; dat de brief van de vennootschap Dolomies van Villers-le-Gambon de rechtzetting van bepaalde grenzen van de gebieden beoogt in overeenstemming met de operationele realiteit van het bedrijf;

Overwegende dat de Waalse Regering na analyse van de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen en na analyse van de adviezen uitgebracht over het dossier in de verschillende stadia van de procedure daarop als volgt wenst te antwoorden;

Overwegende dat, in het algemeen, de bezwaarindieners de aanwezigheid van een afzetting van dolomiet in de sites betrokken bij de opneming als ontginningsgebied in het project niet op de helling zetten, zoals het effectenonderzoek het trouwens goed heeft aangetoond; dat sommige beweren dat ze fier zijn op de Waalse ontginningsactiviteit, dat ze de waarde erkennen van de dolomietsteen, de zogenaamde "gouden grind" waarvan de afzettingen heel beperkt zijn in Wallonië en zich vooral beperken tot het gebied Sautour, Merlemont en Villers-le-Gambon voor deze soort dolomietsteen;

Overwegende dat bezwaarindieners de afwezigheid vaststellen van grondproeven in de Bois Saint-Lambert die de schatting van het rendement van de afzetting onzeker zou maken en dat de vraag zich stelt van de uivoering van boringen door een instelling die niet afhangt van de uitbater van de steengroeve;

Overwegende dat het effectenonderzoek echter bevestigt dat de steengroeven van de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon en Merlemont zich in het Anticlinorium van Philippeville bevinden; dat ze de aanwezigheid van secundair dolomiet bevestigt die voortvloeit uit de dolomietisering van kalksteen die de Formatie van Philippeville en de Formatie van Grands Breux kenmerkt; dat de dolomietisering onregelmatig is en het geheel van het kalkmassief niet aantast; dat het voorvallen ervan moeilijk met nauwkeurigheid te voorspellen is, dat de afzetting drie soorten dolomiet heeft :de gele dolomiet, de grijze dolomiet en de gestreepte dolomiet; dat het effectenonderzoek de kenmerken (fysisch-chemische, kleur, enz) en de specifieke gebruiken van het product bevestigt;

Overwegende dat het effectenonderzoek aldus heeft kunnen nagaan dat als de herziening van het gewestplan niet is aangenomen, het bedrijf zijn activiteiten op korte termijn zal moeten stopzetten, waardoor de markt niet meer bevoorraad zal worden met een product dat enig is voor zijn fysische en kleur kenmerken en waarbij bovendien ongeveer twaalf personen werkloos zullen worden;

Overwegende dat het effectenonderzoek van het gewestplan concludeert dat over het geheel van de onderzochte gebieden, uit boringen, graafwerken en waarnemingen aan de oppervlakte blijkt dat dolomiet wel degelijk aanwezig is op de gebieden die het voorwerp uitmaken van de aanvraag en dit, op aanzienlijke diepten en oppervlakten; dat deze dolomietsteen meestal geel is en dat de kwaliteit van de afzettingen en, bij uitbreiding, hun ontginbaarheid goed tot zeer goed blijkt te zijn;

Overwegende dat het planeffectonderzoek vermeldt, in het bijzonder wat betreft het gebied van de Bois Saint-Lambert, dat er "in het gebied 7 (gebied van de Bois Saint-Lambert), ook onderzoeken werden gevoerd (bron : S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon, vertrouwelijke gegevens).

Voor de oostelijke helft werden 11 monsternemingen, verdeeld over het gebied, aan de oppervlakte genomen tijdens een geologische opneming uitgevoerd door de aanvrager (1971, bron S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon). Daarna werd er ook een openbare actie met 3 boringen gevoerd (2002, bron : S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon). De chemische analyse op de oppervlakkige monsternemingen (21 monsters) toont systematisch de aanwezigheid van dolomietsteen. De boringen zijn elk 40 meter diep. 20 monsters die op gelijke wijze verdeeld zijn op elk van hen, hebben het voorwerp uitgemaakt van een chemische analyse.

Daaruit vloeit voort dat drie boringen dolomietsteen aanduiden, respectievelijk op 100 %, 50 % en 25 % van hun diepte.

Het westelijk gedeelte, percelen van privé eigendommen, heeft niet het voorwerp uitgemaakt van grondige analyses. De dikte van de grond is echter voldoende gering om een betrouwbaar oppervlakkig onderzoek van de "bed-rock frasnien" (frasniaan grondgesteente) toe te laten. Het onderzoek van de geologische kaart van Sautour-Surice (Dumoulin & Marion, 1988) bevestigt inderdaad, naar gelang van de beschikbare aan de oppervlakte liggende rotsen en dagzomen, dat er dolomietsteen (symbool V) aanwezig is op een belangrijke oppervlakte van het gebied van de Bois Saint-Lambert (zie Kaart 6- Geologische kaart). Deze dolomietsteen strekt zich uit binnen een geologische eenheid genoemd "PL". Het gaat hier over de groepering van de Formatie van Philippeville en "Membre du Lion" (Formatie van Grands Breux) die in feite, vanuit een sedimentologisch standpunt, de overgang aanduidt tussen deze twee geologische eenheden (zie afbeelding 4). Laten we ook opmerken dat het gebied 7 (gebied van de Bois Saint-Lambert) zich vanuit het standpunt van de structurele geologie, op het periclinaal uiteinde van een anticlinaal bevindt, wat een ruimtelijke verdeling van de facies als gevolg heeft, in dit geval gedolomitiseerd, uitgestrekt zowel op de oppervlakte als in de diepte.";

Overwegende dat de auteur van het effectonderzoek de geldigheid van de resultaten van de boringen van het steengroevebedrijf niet in vraag stelt; dat hij erkent dat de interpretatiewaarde van de boringgegevens soms een zeer plaatselijk karakter heeft; dat zichtbare tegenstellingen zich dan ook kunnen voordoen als men deze gegevens met meer globale waarnemingen vergelijkt; dat de auteur van het effectonderzoek er ook op wijst dat afzettingen van dolomietsteen, door de aard ervan, belangrijke horizontale en verticale verschillen van de dolomitische facies kunnen tonen; dat de omvang van de dolomitiseringsverschijnselen afhangt van talrijke parameters, zoals de toevallige evolutie van het dolomitiseringsfront, het chemisme en de facies van de primitieve rots; dat de heterogeniteit van dit soort afzetting door de geologen erkend wordt; dat deze afzettingen in hun geheel moeten bekeken worden; dat het aantal noodzakelijke boringen om een nauwkeurige cartografie van de kwaliteiten van de aanwezige dolomietstenen te verkrijgen (geel, grijs, gestreept) te omvangrijk zou zijn en zou moeten overeenkomen met een dicht netwerk; dat in dit stadium van het onderzoek alleen maar bepaalde trends aan het licht kunnen worden gebracht alhoewel het dolomitisch karakter van de aanwezige rots geen twijfel lijdt in het geheel van het onderzochte gebied; dat meer nauwkeurige gegevens beschikbaar zullen zijn en meer boringen uitgevoerd zullen worden in het kader van de aanvraag tot globale vergunning;

Overwegende dat de auteur van het effectonderzoek tot slot de aanwezigheid van dolomietsteen bevestigt op de site van de Bois Saint-Lambert maar ook erkent dat proefboringen uitgevoerd zullen moeten worden om de kennis betreffende de afzetting aanwezig in dit gebied te bepalen;

Overwegende dat, op dit stadium van de procedure, de Regering erkent dat het niet aan de auteur van het planeffectonderzoek toekomt om de proefboringen of boringen uit te voeren of te laten uitvoeren; dat de milieueffectenstudie i.v.m. een vergunningsaanvraag daarentegen de afzetting op een duidelijk manier zal moeten omschrijven;

Overwegende dat, ondanks het feit dat de bezwaarindieners de aanwezigheid van een afzetting op de sites betrokken bij de opneming van een ontginningsgebied niet in vraag stellen, sommige dan toch alternatieven voorstellen voor het gebruik van dolomietsteen voor de steenslagverhardingen van de wegen door het gebruik van zand en grind, alsook om de meststoffen met magnesium te vervangen door groene meststoffen en de bevordering van biologische teelt;

Overwegende dat het effectonderzoek concurrerende of vervangingsproducten heeft geïdentificeerd; dat het onderzoek vaststelt dat, voor een groot deel van de algemene toepassingen van de dolomietsteen, deze dolomietsteen door kalksteen kan worden vervangen door het feit dat kalksteen een carbonaathoudende gesteente is dat veel gemeenschappelijke eigenschappen vertoont met dolomietsteen; dat, de afwezigheid van magnesium in kalksteen overigens als gevolg heeft dat deze soort rots niet dezelfde eigenschappen van hydrauliciteit als dolomietsteen bezit; dat de dolomietsteen ontgonnen door de "S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon" een uitzonderlijke gele kleur vertoont en dat hij, door deze bijzonderheid, volledig geschikt is, op esthetisch vlak, voor de verfraaiing van de wegen en paden van talrijke patrimoniale sites;

Overwegende dat het effectonderzoek nog aantoont dat de inventaris van de bouwproducten van het type decoratieve gele grind, naast de "Gravier d'Or" (Gouden grind), op een andere benaming wijst : "le Parc d'Or" (Gouden Park); dat het gaat om een kalkrots uit het secundaire tijdvak (Juratijd) met een warme gele kleurschakering die te wijten is aan een laag ijzergehalte; dat "le Parc d'Or" in Luxemburg en Frankrijk wordt geproduceerd; dat zijn tint homogeen, duurzaam en dezelfde is bij elk levering; dat het effectonderzoek echter besluit dat dit grind niet aan alle eigenschapen, met name de hydrauliciteit, van de "Gravier d'Or" voldoet;

Overwegende dat het effectonderzoek overigens nog een ander eventueel vervangingsproduct noemt met bijna dezelfde tint als de "Gravier d'Or", hoewel met verschillende kenmerken, namelijk de gele tot beige kalkzandsteenslag (mesozoïsche rots, secundair tijdvak, Juratijd) die in de streken van Aarlen en Florenville wordt geproduceerd; dat het onderzoek erop wijst dat het gebruik van deze zandsteen als siergrind plaatselijk nogal gangbaar is; dat de productie echter wordt bestemd voor de bouwsector en de civiele bouwkunde;

Overwegende dat het effectonderzoek ook nog nagaat of de productie van dolomietsteen voor de chemische industrie, in dit geval de productie van meststoffen, voorvloeit uit een mengeling van grijze (gestreepte) en gele dolomietsteen; dat, in dit geval, de dolomietsteen wordt gebruikt, zoals de kalksteen, als minerale last voor de voorbereiding van meststoffen; dat de natuurlijke inbreng aan magnesia niet voldoende is en dat de toevoeging van een aanvulling van zuivere magnesia onontbeerlijk is;

Overwegende dat het effectonderzoek concludeert dat, in de twee soorten toepassingen, zelfs als vervangingsproducten beschikbaar zijn op de markt, de "dolomies de Villers-le-Gambon", door hun fysisch-chemische kenmerken, niet te verwaarlozen voordelen verschaffen, door een materiaal voor steenslagverhardingen van grote technische kwaliteit te leveren dat geen enkele andere natuurlijke rots kan evenaren gelet op zijn sterk gehalte aan MgCO3 alsook een niet te verwaarlozen inbreng van magnesia in het kader van de chemische industrie van meststoffen;

Overwegende dat het effectonderzoek aldus bevestigt, zelfs als andere bedrijven een gelijkaardig materiaal voorstellen, dat de "S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon" het enige bedrijf is dat het massief van Philippeville uitbaat en, in het geval van de gele dolomietsteen, het enige bedrijf in Europa om een afzetting uit te baten met deze bijzondere kleur waarvoor het merk "Gravier d'Or" werd neergelegd; dat andere bedrijven potentieel kunnen concurreren met de "S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon" wat betreft de productie van dolomietsteen bestemd voor de productie van meststoffen, maar dat de klantenbinding van een unieke klant via een systeem van aandeelhouderschap het verbruik van de productie tot uitputting van de reserves lijkt te verzekeren; dat de vraag van de uitbater van de steengroeve aldus gevalideerd is;

Overwegende dat het effectonderzoek van mening is dat de vraag naar dolomietsteen stabiel zou moeten blijven in de komende jaren; dat het Bedrijf een monopolie bezit wat betreft de productie van "Gravier d'Or" en dat de productie van dolomietsteen gebruikt voor de vervaardiging van meststoffen ongeveer 33 % van de Benelux markt vertegenwoordigt;

Overwegende dat het effectonderzoek de nabije uitputting van de uitgebate afzettingen bevestigt en ook bevestigt dat de voortzetting van de activiteiten van het bedrijf gebonden is aan de uitbreiding van het ontginningsgebied; dat de voortzetting van de activiteiten van de Vennootschap trouwens noodzakelijk is om te voldoen aan de behoeften van de markt aan dolomietsteen die de omschreven kenmerken heeft;

Overwegende dat de Regering de ingediende bezwaren begrijpt; dat zij echter vaststelt dat zij geenszins de haalbaarheid en de rentabiliteit van de voorgestelde alternatieven aantoont en dat ze dan ook niet weerhouden kunnen worden;

Overwegende dat sommige bezwaarindieners wel degelijk bewust zijn van het economisch belang van de ontginningsactiviteit van het project voor de gemeentelijke financiën, hoewel sommige bezwaarindieners vinden dat de bijdrage die aan de uitbaters van de steengroeven gevraagd wordt onvoldoende is t.o.v. de verliezen voor de gemeenschap; dat zij overigens wijzen op het laag aantal betrekkingen die door de activiteit zouden worden bezet gedurende enkele jaren (10 jaar uitbating in Merlemont-Franchimont + 13 jaar volgens het effectenonderzoek van het gewestplan voor de Bois Saint-Lambert); dat sommige bezwaarindieners opmerken dat geen enkele toegevoegde waarde van de uitvoering van de ontginningsgebieden gevolgen heeft op plaatselijk vlak; dat de kwestie van de tewerkstelling een vals voorwendsel is;

Overwegende dat bezwaarindieners zich uitspreken voor het feit dat de gemeente geen onmiddellijke financiële winsten beperkt in de tijd zou binnenhalen, maar zou nadenken over een geïntegreerde ontwikkeling die gebaseerd zou zijn op de rijkdom van het natuurlijk en landschappelijk erfgoed; dat zij vinden dat de uitbatingstermijn van de uitbreiding van de sites van Trieux-Collet, Hollande, en Merlemont de tijd geeft om een beleid te starten van meer duurzame jobcreatie naar toekomstsectoren toe dat de mogelijkheid zou bieden om de tijd na de uitbating van de steengroeve voor te bereiden; dat er pistes worden voorgesteld in de sectoren van het ecotoerisme, de diensten aan personen, energie, woning, de plaatselijke productie of een project van sociale economie (gemeenschappelijke schaapskooi, onderhoud van het kalkminnend grasland, enz), die andere inkomsten voor de gemeente zouden mogelijk maken met inachtneming van de natuur; dat er een verband wordt gelegd met het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan dat aan de gang is in de gemeente Philippeville;

Overwegende dat sommige bezwaarindieners zich aldus uitspreken voor een visie op lange termijn en aan de politieke overheid vragen om visionair te zijn; dat de bezwaarindierners over het algemeen de uitbreiding van de sites Trieux-Collet, Hollande en Merlemont aanvaarden gedurende een tiental jaren; dat, daarentegen, de uitvoering van de site van Bois Saint-Lambert unaniem wordt afgewezen;

Overwegende dat de bezwaarindieners vinden dat de enkele betrekkingen die verbonden zouden zijn aan de uitbating van de site van Bois Saint-Lambert het definitief verlies van deze uitzonderlijke natuurlijke site niet compenseren; dat de vraag zich stelt van de economische waarde van een opmerkelijke natuurlijke site alsook van de evaluatie van de financiële impact i.v.m. de levenskwaliteit of de schoonheid van de site;

Overwegende dat de bezwaarindieners de fasering vragen van de aanvaarding door de Regering van de herziening van het gewestplan alsook de fasering van de uitbating; dat zij aldus in een eerste fase voorstellen dat de Regering de opneming van de ontginningsgebieden van Trieux-Collet, Matissen, Hollande en Merlemont en van de compensatiegebieden zou aanvaarden zodat de uitbater zich kan voorbereiden op het einde van de uitbating en de reconversie van de betrekkingen en dat het onderzoek van de eventuele opneming van het ontginningsgebied van Bois Saint-Lambert zou worden uitgesteld en zou afhangen van de voorstelling en de resultaten van een bijkomende evaluatie, met name biologisch; dat andere bezwaarindieners de weigering vragen van de opneming van het ontginningsgebied van de site van Bois Saint-Lambert;

Overwegende dat de Regering erop wijst dat deze bezwaren en opmerkingen niet worden gevolgd in de beraadslaging van de gemeenteraad van Philippeville van 19 juni 2013;

Overwegende dat, voor wat onder de vastlegging van een alternatieve lange termijn visie van de gemeentelijke ontwikkeling valt, het niet de taak van de Waalse Regering is om de plaats van de gemeentelijke overheid in te nemen voor het vastleggen van haar visie over de ruimtelijke ontwikkeling maar om na te gaan of zij niet in strijd is met haar eigen ontwikkelingsproject;

Overwegende dat, wat betreft de globale visie en de visie op lange termijn van de uitbating van de Waalse ondergrondse rijkdommen, met het oog op het spaarzaam beheer en de duurzame ontwikkeling, de Waalse Regering het litho- en stratografisch onderzoekslaboratorium van de Luikse universiteit (Professor E. Poty), in februari 1999, wat betreft de sector Philippeville-Couvin, met een onderzoek heeft belast aangaande de uitvoering van een inventaris van de bestaande ontginningen en de identificatie van de nieuwe potentiële ontginningen, waarbij het tegelijk de behoeften in kaart brengt; dat die opdracht resulteerde in de studie met als opschrift "Inventaire des ressources du sous-sol et perspectives des besoins à terme des industries extractives de Wallonie"; dat die studie in 2010 werd bijgewerkt; overwegende dat het Gewest over een globale visie van de bestaande toestand, van de uitbatingsperpectieven en van de potentiële afzettingen op schaal van het grondgebied beschikt en dit, voor het geheel van de grondstoffen die in Wallonië ontgonnen worden;

Overwegende dat de afzetting beoogd door de S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon aansluit op de resultaten van dit onderzoek;

Overwegende dat, wat betreft de tewerkstelling, eraan herinnerd dient te worden dat de industriële activiteit van de vennootschap Dolomie de Villers-le-Gambon van een specifieke natuurlijke rijkdom afhangt die op een bepaald plaats ligt; dat dit project niet alleen de bestaande industriële activiteit in Merlemont wil behouden maar ook de daarbij horende betrekkingen die door het effectenonderzoek op 28 tot 35 worden geschat;

Overwegende dat een herziening van het gewestplan een gewestelijk en niet plaatselijk belang beoogt; dat het van toepassing blijft ondank het feit dat de economische gevolgen van een dergelijke operatie zich niet alleen concentreren op de gemeente die de uitbating van de afzetting herbergt;

Overwegende dat het planeffectonderzoek, in de socio-economische rechtvaardiging van het project, overigens besloten heeft tot de noodzaak om de nieuwe aangevraagde ontginningsgebieden op te richten zoals onderworpen aan een openbaar onderzoek; dat de ligging van de gebieden weerhouden in het voorontwerp van gewestplan gevalideerd werd ondanks de opzoeking en de analyse van liggingsvarianten; dat het effectenonderzoek het project t.o.v. de behoeften, de markt en de potentialiteiten van het gewestplan gerechtvaardigd heeft; dat de Regering van mening is dat de beschouwingen van het onderzoek samenhangend en gegrond zijn en dan ook het voornemen heeft om zich hier achter te scharen;

Overwegende dat het antwoord op de aldus bewezen behoeften een prioriteit vormt voor de Regering;

Overwegende dat, door de aldus bewezen behoeften, de Regering de optie van de fasering van de herziening van het gewestplan niet weerhoudt; dat zij aldus de optie genomen in haar besluit van 9 maart 2006 bevestigt wegens het belang om vanaf nu het onderzoek van een oplossing voort te zetten die aan de naamloze vennootschap Dolomie de Villers-le-Gambon de mogelijkheid zou bieden om op langere termijn de uitbating van kwalitatieve dolomietsteen voort te zetten;

Overwegende dat de Regering bevestigt dat de procedure inderdaad een stap is vóór de eventuele uitvoering van de ontginningsgebieden; dat het steengroevebedrijf op een grondige manier de haalbaarheid van zijn industrieel project zal moeten bewijzen bij de vergunningsaanvraag die hij zal moeten indienen met het oog op de uitbating van de afzetting;

Overwegende dat de Regering daarentegen rekening houdt met de aanvraag die betrekking heeft op de fasering van de uitvoering van de ontginningsgebieden; dat laatstgenoemde geconcretiseerd zal worden zowel door de invoering van een bijkomend voorschrift in dit besluit als tijdens het onderzoek van elke vergunningsaanvraag;

Overwegende tot slot dat de Regering, wegens o.a. de know-how en de ervaring van het steengroevebedrijf, de voorkeur wil geven aan de voortzetting van de ontginningsactiviteiten en het behoud van de daarbij horende tewerkstelling; dat het project bovendien gedeeltelijk past in de verlenging en het rationeel gebruik van bestaande infrastructuren die sinds lange tijd in de structuur van de gemeente verankerd zijn;

Overwegende dat talrijke bezwaren betrekking hebben op de site van Moriachamps; dat deze site daadwerkelijk het voorwerp uitmaakte van een aanvraag van opneming als ontginningsgebied vanwege de S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon; dat, in zijn besluiten van 27 mei 2004 tot herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin (blad n° 58/1 en 58/2) en tot aanneming van het voorontwerp van herziening van het plan met een oog op de opneming van vier ontginningsgebieden te Philippeville (Merlemont) en van 9 maart 2006 tot rechtzetting, door de opneming van een vijfde ontginningsgebied in het voorontwerp van gewestplan, van het voornoemde besluit, de Regering dit ontginningsgebied in aanmerking nam;

Overwegende dat, ten gevolge van de conclusies van het effectenonderzoek van het gewestplan en van verschillende adviezen uitgebracht in die tijd, de Regering de site van Moriachamps (oppervlakte van ongeveer 15,8 ha) niet in aanmerking heeft genomen in haar besluit van 7 februari 2013 tot voorlopige aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van een ontginningsgebied en compensatiegebied (natuurgebieden, landbouwgebieden en bosgebied) op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon) met het oog om er biologisch zeer waardevolle omgevingen in stand te houden; dat de site van Moriachamps daardoor niet betrokken is bij het openbaar onderzoek i.v.m. deze herziening van het gewestplan; dat de bezwaren en adviezen betreffende de opneming van de site van Moriachamps als ontginningsgebied dan ook niet gegrond zijn;

Overwegende, voor het overige, dat bezwaarindieners zich ongerust maken over het behoud van de site van Moriachamps in het geval van de uitvoering van het ontginningsgebied van de site van Bois Saint-Lambert;

Overwegende dat, rekening houdende met het feit dat het ecologisch belang van deze site gekend is, de Regering bevestigt dat de uitbating van het geheel van deze ontginningsgebieden opgenomen in het gewestplan door deze procedure verenigbaar moet zijn met de bepalingen van de wetgeving op het natuurbehoud; dat de aflevering van elke vergunning en de daadwerkelijke uitvoering van de ontginningsgebieden tijdens de uitbating zullen afhangen van de naleving van deze wetgeving; dat het effectenonderzoek benadrukt dat het ontwerp van overeenkomst dat beschikbaar was tijdens de uitvoering van het effectenonderzoek, daar hij zich in de eerste plaats richt tot de gebieden die reeds uitgebaat worden, ook de mogelijkheid voorziet om beheersmaatregelen ten uitvoer te leggen die gunstig zijn voor het behoud en de ontwikkeling van de biodiversiteit : "De uitbater van de steengroeve zal, zowel op kwantitatief als op kwalitatief vlak, een voldoende belangrijk geheel van gebieden voorstellen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een ontginningsproces en/of van gebieden die nog steeds het voorwerp uitmaken van een ontginningsproces en/of van "buffer" gebieden die gelegen zijn rond deze ontginningssites of industriële sites.";

Overwegende dat de kwaliteit van het effectenonderzoek dat onvolledig, verkeerd en voorbijgestreefd is, door verschillende bezwaarindieners wordt betwist;

Overwegende dat het onderzoek de voornaamste uitdagingen i.v.m. de Bois Saint-Lambert o.a. niet voldoende aan het licht zou hebben gebracht door het feit dat de Bois Saint-Lambert het laatste dolomitisch bosmassief van het massief van Philippeville is dat door de ontginningsactiviteit niet opengescheurd is, het feit dat het bos één van de zeldzame gebieden zou zijn van confrontatie van de Atlantische en continentale varianten van neutrofiele eikenbossen-beukenbossen in het oostelijk front van de Atlantische formatie en het feit dat de site zich zou bevinden in het laatste nestbouwgebied van de kwartelkoning in Wallonië;

Overwegende dat de bezwaarindieners rekening houden met een gebrek aan nauwkeurige evaluatie van de impact van het project op de verschillende componenten van de biodiversiteit, in het bijzonder op de patrimoniale soorten en habitats en op een verkeerde manier op de soorten en habitats van gemeenschappelijk belang op de site van de Bois Saint-Lambert of op de Natura 2000-gebieden in de omgeving;

Overwegende dat de bezwaarindieners vinden dat het effectenonderzoek de impact van de afvoeralternatieven van de producten van de Bois Saint-Lambert niet of onvoldoende evalueert, geen diepgaand hydrogeologisch onderzoek bevat, ook geen onderzoek over de geluidshinder of het stof, geen onderzoek van de trillingen, van het gevaar van schaden aan de dorpen en beschermde gebouwen, dat het onderzoek niet de gezamenlijke gevolgen evalueert van het project van ontginningsgebied en van andere projecten zoals een project van windmolenpark;

Overwegende dat de bezwaarindieners vragen dat het effectenonderzoek wordt aangevuld en onderworpen aan een nieuw openbaar onderzoek; dat zij vinden dat het onderzoek inderdaad niet toelaat aan de bevolking noch aan de Regering om te kunnen oordelen over de milieuopportuniteit van het project;

Overwegende dat bezwaarindieners vinden dat het effectenonderzoek voorbijgestreefd is omdat het in 2003 is begonnen, in 2009 is afgewerkt en in 2013 aan een openbaar onderzoek is voorgesteld, dat het de huidige werkelijkheid op het terrein niet weergeeft; dat ze echter niet bepalen hoe dit voorbijgestreefd karakter in elkaar zou steken; dat de Regering dan ook geen antwoord kan geven op een dergelijke onduidelijke opmerking;

Overwegende dat, in zijn advies van 14 oktober 2013, de CWEDD "van mening is dat het effectenonderzoek de nodige elementen bevat voor de besluitvorming";

Overwegende dat, in haar advies van 14 november 2013, de "CRAT" van mening is dat het onderzoek van goede kwaliteit is; dat ze "de duidelijkheid van het document onderstreept en dat ze vaststelt dat het document de gebieden die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening en het milieu op een grondige manier analyseert";

Biologie/natuurerfgoed Overwegende dat de "Commission régionale d'aménagement du territoire", de "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable" en het Operationeel directoraat-generaal Natuurlijke hulpbronnen en Leefmilieu, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek verzocht werden om adviesverlening i.v.m. de ontwerp-inhoud en het effectenonderzoek van het gewestplan; dat het verzoek om adviesverlening betrekking had op de omvang en de duidelijkheid van de informatie die het effectenonderzoek voor een gewestplan moest bevatten; dat de adviezen van de CRAT en de CWEDD gedateerd zijn van 9 mei 2006; dat het advies van het Directoraat-generaal dateert van 19 mei 2006;

Overwegende dat de Regering rekening had gehouden met de adviezen voor de eindredactie van de inhoud van het effectenonderzoek van het gewestplan; dat het feit dat de locatie "Bois Saint-Lambert" een aanzienlijke natuurlijke rijkdom bevatte gekend was en dat er in de inhoud van het onderzoek aangedrongen werd op de noodzaak van een geschikte beoordeling van de effecten van het voorontwerp van het gewestplan op het leefmilieu in de zin van de wetgeving "Natura 2000"; dat de beoordeling van de leefmilieu-impacten uiteraard reeds volledig deel uitmaakte van de ontwerp-inhoud van het effectenonderzoek en dat die inhoud enkel aangevuld werd op grond van de tekst voorgelegd door het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;

Overwegende dat het advies van 21 februari 2014 van het Directoraat-generaal Landbouw, Leefmilieu en Natuurlijke Hulpbronnen feitelijk uit het advies van meerdere van zijn departementen bestaat;

Overwegende dat het Departement Onderzoek van het Natuurlijk en Landbouwmilieu enkel de overwegingen onderzocht heeft met betrekking tot de kwaliteit van het effectenonderzoek die tijdens het openbaar onderzoek geopperd werden door de heer Olivier Guillite voor zover die overwegingen volgens bedoeld departement de meeste argumenten bevatten;

Overwegende dat de DEMNA erop wijst dat de rechtstreekse vernietiging van Natura 2000 habitats door de ontginning duidelijk gemeld wordt en « dat wij daar niet op terug komen ». Meerdere beweringen [van de heer Guillite, niet-cursief lettertype hieronder] betreffende de effecten op de soorten of d nabije locaties verdienen enige commentaar of nuancering.

Volgens zijn gedachtegang : - zou de aanwezigheid van een open plek in het « Bois Saint-Lambert » "zeer gunstig" zijn voor de kwartelkoning, die nestelde "op enkele honderden meters van de groeve in ontginning". Hoewel een nestbouw niet uitgesloten kan worden in dat soort habitat, is dit hoogst onwaarschijnlijk, voor zover er in de nabijheid veel aantrekkelijker biotopen voor de soort bestaan, met name in het net van vochtige weiden in de vlakte van de Hermeton. Volgens Jacob et al. (2010 2010 Atlas des oiseaux nicheurs de Wallonie 2001-2007. Publicatie van Aves en DEMNA. Serie "Faune-Flore-Habitats", nr. 5, Gembloux, 525 p.) is de kwartelkoning vooral te vinden op meestal vochtige maaiweiden (62 tot 85 % van de habitats in 1998), graan- of erwtenakkers (26,2% in 1998) en andere meer marginale milieus zoals megaphorbiaie, braaklanden, gerooide bossen, weiden beplant met jonge naaldbomen, extensieve weiden en verlaten weilanden. Verder oppert de auteur dat de twee open plekken in de bossen een pleisterplaats kunnen zijn voor de klapekster, de grauwe klauwier, het paapje, de boomleeuwerik, de grote hoefijzerneus en de ingekorven vleermuis. Die soorten zijn aanwezig in de Hermeton vlakte, maar niets wijst erop dat ze zouden broeden op deze « open plekken », daar de grootte van de locaties of de plantstructuur niet optimaal zijn; - de mogelijke aanwezigheid van een kluizenarij in een open plek van het Bois Saint-Lambert, nog waar te nemen op de kaart van Ferraris (1770), « die van invloed zou kunnen zijn geweest op de botanische samenstelling van het bos zoals vastgesteld in het bos van Roly ». Er schijnt geen enkele vermelding te zijn van enige genaturaliseerde flora « zoals in Roly » op bedoelde locatie, die de naturalisten nochtans al meer dan zestig jaar lang bezoeken. De auteur meldt daarentegen de aanwezigheid van steenophopingen « in gedeelten van het bos zowel ten oosten als ten westen, waar stenen weggehaald werden ».

Die praktijk wijst er eerder op date en deel van die bossen groeide op voormalige akkerlanden, die waarschijnlijk reeds in 1770 herbebost werden zoals ook nog waargenomen op andere locaties uit de regio. - De oppervlakten van habitats met communautaur belang, gemeld in de Standard Data Form ofte SDF van de Natura 2000 locaties en door de auteur gebruikt (bv. 24 ha kalkgraslanden met orchideeën) komen niet met de werkelijkheid overeen. Die bemerking werd reeds meermaals geopperd en de SDF's zijn heden aan herziening onderworpen; - de "aanwezigheid van een rest kalkgrasland van 0,25 ha, met talrijke orchideeën w.o. het vogelnestje, de mannetjesorchis, de keverorchis, een nachtorchis...". Die soorten zijn niet typisch voor graslanden, maar eerder voor open bossen of kalkbossen; - « het herstel van die graslanden, rijk aan variëteiten orchideeën, is onmogelijk op korte en middellange termijn in de voormalige groevelocaties die als planologische compensatie worden voorgesteld ».

De inventarissen van de voormalige ontginningsputten hebben daarentegen getoond dat de flora en de beplanting die kenmerkend zijn voor de regionale graslanden zich herstelden. Uiteraard is de tijdsfactor een belangrijke parameter die in acht genomen dient te worden. Niettemin konden meerdere soorten orchideeën waargenomen worden in significante bestanden in deze voormalige ontginningsputten (zie o.a. de permanente atlas van de Waalse flora).

Ten slotte, de uitbreiding van het ontginningsgebied zoals voorzien in de herziening van het gewestplan zal onvermijdelijk effecten hebben op de biodiversiteit, hoofdzakelijk in de zone van het "Bois Saint-Lambert". Het effectenonderzoek voor het gewestplan heeft de gevolgen van de uitbreiding naar de habitats en naar de Natura 2000-soorten in de Natura 2000-locatie gelegen rondom het uitbreidingsgebied niet beoordeeld. In het kader van artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 9 maart 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 09/03/2006 pub. 29/03/2006 numac 2006201048 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot verbetering, door de opneming van een vijfde ontginningsgebied in het voorontwerp van gewestplan, van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004 tot beslissing over herziening van het gewestplan Philippeville-Cou sluiten (Belgisch Staatsblad van 5 mei 2006) tot rechtzetting via de opneming van een vijfde ontginningsgebied in het voorontwerp van gewestplan, van het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 27/05/2004 pub. 10/09/2004 numac 2004202783 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende steun aan de landbouw sluiten (Belgisch Staatsblad van 2 september 2004) tot herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin (bladen 58/1 en 58/2) en tot aanneming van het voorontwerp van herziening van het plan met het oog op de opneming van vier ontginningsgebieden te Philippeville (Merlemont) wordt bepaald dat, om een beheer van de Natura 2000-locaties te waarborgen voorgesteld als compensatie bedoeld in artikel 46, § 1, en 3°, en die naar de geest is van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 betreffende de instandhouding van natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora zet de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon een partnerovereenkomst op in de vorm van een overeenkomst met de Afdeling Natuur en Bos van het Ministerie van het Waalse Gewest om een beheersplan uit te werken tot waarborg van de naleving van deze richtlijn. Deze overeenkomst zal aan de Regering ter goedkeuring worden voorgelegd uiterlijk op de datum van de definitieve goedkeuring van de wijziging van het gewestplan Philippeville-Couvin.".

Eventuele verzachtende maatregelen dienen overwogen te worden bij het invoeren van de partnerovereenkomst tussen S.A. Dolomie en de Directie. » Overwegende dat de voornaamste bezwaren voor de Directie Namen van het Departement Natuur en bossen de volgende zijn : - het Bois Saint-Lambert (zones 7 en 8), met inbegrip van het oostelijke deel met de open plek Moriachamps (zone 7) is niet opgenomen in de omtrek van Natura 2000-locatie BE25029; - het effectenonderzoek is onvolledig daar er geen rekening wordt gehouden met de impact van de vernietiging/inbedrijfname van het Bois Saint-Lambert (zone 8) op de soorten, habitats van soorten en perifere Natura 2000-habitats, al dan niet opgenomen in een Natura 2000-gebied, of op schaal van het Waalse Gewest; - dat ze acht dat « voor het eerste punt, er al dan niet een antwoord gevonden zal worden bij het bestuderen van het dossier door de instandhoudingscommissie van de N2000-locaties Namen en bij het nemen van het aanwijzingsbesluit voor de locatie N2000 BE 25029"; - en dat : « Wat betreft de soorten, habitats van soorten en habitats N2000, bij inbedrijfname van het Bois Saint-Lambert in enkel het westelijk deel (zone 8) en bij uitsluiting van de wijziging van gewestplan, van het oostelijk deel (zone 7, Clairière de Moriachamps en omgeving) : - de zone waarin de Atlantische en de continentale variant van de eikenbossen ter vervanging van de neutrofiele beukenbossen zal inderdaad over een afstand van enkele honderden meters in de noord-zuidelijke as in het gedrang komen ondanks het feit dat er aan weerskanten van de toekomstige groeve dit oecotoon (die geen streep vormt, maar een langzame variatie over meerdere honderden meters in west-oostelijke richting) spoedig een nieuwe begroeiing zal ontstaan wat betreft de kenmerkende grasplanten die geleidelijk aan het gebied zullen innemen : voor de boomlaag zal de heraanleg van de groeve op het einde van de exploitatie, indien ze de verplichting bevat om gemengde beplantingen van beuk, eik en andere inlandse soorten aan te leggen (indien mogelijk), spoediger beukenbossen met habitats van communautair belang zien groeien dan indien ze zoals heden op natuurlijke wijzen dienen te volgende op de bestaande vervangingseikenbossen; - de Europese Unie heeft erkend dat België en Wallonie ingegaan waren op het verzoek tot bescherming van de habitats van communautair belang 9130 en 9150 voor het gehele grondgebied over om en bij de 50.000 ha zoals één van de bezwaarindieners opmerkt. De exploitatie van het Bois Saint-Lambert (zone 8) zou resulteren in de daadwerkelijke vernietiging van om en bij de 15 ha habitats (eikenbossen) ter vervanging van die beukenbossen, namelijk 0,03 % op Waalse schaal zelfs als dit op schaal van de site BE 35029 tussen de 5 en de 15 % zou kunnen vertegenwoordigen. Opnieuw is het mogelijk om op korte termijn de verdwijning van die vervangende eikenbossen te vervangen door de beplanting, eventueel zelfs voor de exploitatie, door het verplaatsen van afdekkingsgronden en de aanplanting met een hoger genoemd mengsel over een deel van zone C' (Merlemont-Est ofte ook Rinval genoemd). Dit zou de facto een habitat kunnen doen ontstaan dat dichter bij het beukenbos als habitat met een communautair belang staat dan de aanwezige eikenbebossing als habitat met communautair belang; - de lage mesofiele weiden (habitat met communautair belang 6510) en de orchideerijke kalkgraslanden (habitat met communautair belang 6210) worden aangetast op marginale oppervlakten tegenover wat aanwezig is op de site BE 35029. Eerstgenoemden zouden immers meerdere diersoorten kunnen herbergen vernoemd in de bijlagen IIa en XI van de wat op het natuurbehoud, maar de mogelijkheden tot opvang van die soorten in de onmiddellijke nabijheid ontbreken niet, met onbegrip overigens voor de (met uitsterven bedreigde) kwartelkoning die in het bijzonder in het nabije schisthoudend veengebied waar te nemen valt. De daadwerkelijke maar naar inhoud beperkte aantastingen van de kalkhoudende graslanden worden gecompenseerd door het reeds (in samenwerking met de groeve-uitbater opgestarte) herstel ervan, zowel in het kader van de erkenning van de na exploitatie gerecupereerde gronden als natuurreservaat als in het gepaste beheer van de « clairière de Moriachamps », gelegen in de oostelijke zone van het Bois Saint-Lambert (zone 7) »;

Dat ze besluit : Bijgevolg zie ik geen reden om het standpunt te wijzigen, voorheen ingenomen door mijn diensten en waarbij de intrekking van het oostelijk deel van het Bois Saint-Lambert (zone 7) uit het ontginningsgebied gehaald wordt, behalve dan dat het volgende dient te worden aangestipt : - bij de uitwerking van het beheersplan van de reservaten moet voorzien worden in de uitvoering van gemengde bestanden die hoofdzakelijk bestaan uit beuk op aangevoerde bosgrond van het Bois-Saint-lambert (of daarmee gelijk gesteld) die zo spoedig mogelijk een bestand van beukenbos met lievevrouwbedstro en/of orchideeën kan herstellen. Dat type aanplanting zou zijn plaats kunnen krijgen in het gebied « Merlemont-est », ofte nog « Rinval » genoemd (zone C'); - de open plek van Moriachamps, al dan niet opgenomen in de omtrek van het toekomstig reservaat, moet een herstel krijgen dat het voortbestaan ervan garandeert of er voor zover mogelijk voor moet zorgen dat er een hele waaier aan orchideeën of andere buitengewone planten, opgenomen in het onderzoek, opnieuw tot bloei komen; - de heraanleg van de « groeve » Bois Saint-Lambert (zone 8) voorziet in de aanplanting met dezelfde soorten als hierboven aangegeven voor "Rinval" om een snellere heropbloei van de eikenbossen te verkrijgen, evenals de herbebossing met de kenmerkende soorten van het oecotoon Atlantische beukenbossen/eikenbossen - continentale beukenbossen/eikenbossen op een ondergrond van dolomitisch kalk.";

Overwegende dat de Waalse Overheidsdienst reeds in 2011 een interne raadpleging opstartte van de diensten om zich ervan te vergewissen dat het opgeleverde effectenonderzoek inging op de impact van de wetgeving op het natuurbehoud;

Overwegende dat het advies van de Directie Namen van het Departement Natuur en bossen van 3 juni 2011 als volgt luidde : - « het effectenonderzoek van het gewestplan voldoet weldegelijk aan de gepaste beoordeling van de effecten op de Natura 2000-locaties, de betrokken habitats en soorten rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen zoals vermeld in het besluit van 27 mei 2004 : dat onderzoek werd in detail bestudeerd door DEMNA, en rekening houdend met het feit dat de omtrekken die vallen onder de wijziging van het gewestplan geen deel uitmaken van een Natura 2000-locatie maar dat de impact op de nabije locaties, de habitats en de soorten correct werd beoordeeld, wordt ervan uitgegaan dat dit onderzoek daadwerkelijk voldoet aan het begrip "gepaste beoordeling"; - het advies van de Afdeling Natuur en Bossen van 25 januari 2011 beantwoordt aan de vraag of het gepast is de afwijking toe te kennen bedoeld in artikel 5 van het decreet van 6 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/12/2001 pub. 22/01/2002 numac 2002027035 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de instandhouding van de Natura 2000-gebieden alsook van de wilde fauna en flora sluiten reeds vermeld in het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 27/05/2004 pub. 10/09/2004 numac 2004202783 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende steun aan de landbouw sluiten : rekening houdend met het feit dat de beheersmaatregelen, bestemd om vervangingsmilieus te creëren, reeds door de groeve-uitbater werden uitgevoerd, is het inderdaad onontbeerlijk om een afwijking toe te kennen voor de vernietiging van dier- en plantensoorten met integratie van compenserende maatregelen; - de activiteiten op de compensatiesites zijn verenigbaar met een Natura 2000-omtrek : namelijk, de beoefening van de duiksport in de steengroeve « Carrière Mme » en de klimsport in de steengroeve « Les Wayons ». Voor zover dergelijke activiteiten toelaatbaar zijn ten opzichte van de toekomstige bestemming op het gewestplan en er ten minste voor de klimclub een milieuvergunning wordt verkregen, zijn dergelijke activiteiten verenigbaar met een Natura 2000-omtrek in het kader van een overeenkomst die verder zou kunnen gaan dan de loutere naleving van de algemene en bijzondere maatregelen van de betrokken beheerseenheden; (...) »;

Overwegende dat de Regering bijgevolg niet kan instemmen met de argumentering van de bezwaarindieners en acht dat de beoordeling van de milieu-effecten van de ontwerp-herziening van het gewestplan op de gevolgen voor de biodiversiteit in dit stadium van de procedure voldoende onderzocht werd; dat de Regering voor het overige de aanbevelingen van haar administrataie hoort wat betreft het onderzoek naar de eventuele uitbreiding van de Natura 2000-locaties naar de sites Beumont en Moriachamps; dat die vraag behandeld wordt door de Natura 2000-instandhoudingscommissie Namen en het nemen van het aanwijzingsbesluit voor de site N2000 BE25029 en niet onder deze procedure valt; dat het effectenonderzoek in verband met elke vergunningsaanvraag overigens gedetailleerd onderzocht zal moeten worden door de kandidaat-uitbater;

Overwegende dat de Regering zich overigens op de adviezen van haar diensten heeft gebaseerd, uitgebracht tijdens de gehele procedure van onderzoek van het dossier van de aanvraag tot herziening van het gewestplan; dat dat overleg zich nog vertaald heeft in de concretisering van een partnerovereenkomst gesloten op 29 juni 2015 tussen S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon en S.A. Dolomies de Merlemont enerzijds en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst anderzijds, die een omtrek aanwijst waarin een domaniaal natuurreservaat opgericht zal worden waarvan het beheer toevertrouwd zal worden aan de Waalse Overheidsdienst middels een financiële bijdrage van de groeve-uitbaters tot werkzaamheden voor de uitvoering van dit toekomstige beheersplan;

Hydrogeologie Overwegende dat bezwaarindieners vaststellen dat het effectenonderzoek geen uitvoerig hydrogeologisch onderzoek bevat; dat anderen achten dat de beoordeling van de effecten op het hydrologische netwerk onvolledig is; dat er ook vrees wordt uitgedrukt over het waterniveau van de rivieren (de Haut Hermeton wordt genoemd) ten gevolge van de voor de uitbating nodige oppompingen; dat bezwaarindieners tegen de gevolgen van de eventuele exploitatie van de site "Bois Saint-Lambert" op de bevoorrading met bronwater van de hoeve "Vieux Sautour" en het verblijfpark "Gueule de Loup" waarschuwen; dat een onderzoek binnen een straal van 15 km wordt aangevraagd;

Overwegende dat bovenvermeld besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 27/05/2004 pub. 10/09/2004 numac 2004202783 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende steun aan de landbouw sluiten bepaalt dat "het effectenonderzoek in het bijzonder de aspecten van het dossier gebonden aan de hydrogeologie van de bij het voorontwerp betrokken gronden en de opportuniteit om een technisch onderzoek in dit kader te laten uitvoeren, zal moeten onderzoeken";

Gelet op het advies van 26 mei 2004 van de Dienst Grondwateren van de Afdeling Water van het DGRNE (heden het DGO3); overwegende dat deze

dienst bepaalde dat de gronden die het voorwerp uitmaakten van een aanvraag van opneming als ontginningsgebied gelegen zijn in het zuiden van de door de maatschappij Villers Monopole geëxploiteerde bronnen en buiten de op 29 april 2004 bepaalde preventiegebieden rond deze winningen; dat andere gronden zich binnen een omtrek van 1 km rond twee openbare distributiewinningen van het INASEP bevinden, waarvoor geen enkel preventiegebied nog vastgesteld is; dat deze dienst reeds een piëzometrisch toezicht aanbeval met het oog op de controle op elke variatie van het niveau van de waterlaag die eventueel gebonden is aan de ontginningsactiviteit wegens met name de aanwezigheid van drainerende verschuivingen;

Overwegende dat het effectenonderzoek de hydrogeologische context omschrijft en op 13 ondergrondse waterwinningwerken binnen een straal van 1,5 km rond het onderzochte gebied, waarvan 10 actief zijn, wijst en met name de winning "Gueule du Loup" en de winningen van Villers Monopole vermeldt;

Overwegende dat de auteur van het effectenonderzoek van het plan onderstreept dat een volledig hydrogeologisch onderzoek belangrijke middelen impliceert en dat bedoeld onderzoek in dit stadium van de uitvoering van het effectenonderzoek over de herziening van het gewestplan niet onontbeerlijk is geacht; dat de auteur bepaalt dat de risico's voor impact op de bestaande hydrologische stelsels gering zijn gelet op de in de regio beschikbare gegevens; dat het moeilijk is een model op te stellen van het bijzondere geologische milieu van de bij het project betrokken gebieden ( gedolomitiseerd en gedeeltelijk karsthoudend milieu); dat de berekeningshypotheses voor de modellen rekening houden met homogene gehelen, wat niet het geval is en wat de interpretatie van de modelvormingsresultaten bijzonder complex maakt; dat het piëzometrisch toezicht in dit geval het meest aangepaste controle- en ramingsmiddel blijft;

Overwegende dat het effectenonderzoek de uitvoering van een hydrogeologisch onderzoek evenals het piëzometrisch toezicht aanbeveelt en dat voor de geplande ontginningsgebieden waarvoor de bodemafmeting van de steengroeve zich dichtbij het niveau van de deklaag van de waterlaag zou bevinden, piëzometrische controles uitgevoerd worden om de bodemafmeting te kunnen aanpassen en in voorkomend geval een oppomping te voorkomen;

Overwegende dat het effectenonderzoek voor de winningen concludeert dat onder de 13 getelde werken en naar gelang van de verzamelde gegevens over die werken, sommige onder hen niet beïnvloed zouden worden door de uitvoering van het project aangezien ze ofwel een andere waterlaag betreffen, ofwel gelegen zijn in een geologische entiteit die verwijderd is van het anticlinaal van Merlemont, wat de effecten ten gevolge van de scheiding van de waterlagen aanzienlijk beperkt; dat de winning van de steengroeve van Rochefontaine overigens gevolgd wordt door een piëzometer van de maatschappij Lhoist; dat de werken van de maatschappij Villers Monopole, die door een preventiegebied beschermd worden, gelegen zijn in een andere geologische entiteit van het Anticlinorium van Philippeville stroomopwaarts van de vallei van Grand Pré in vergelijking met de toestand van het project ingediend door de nv Lhoist; dat het concludeert dat de impact van het project op de door de nv Villers Monopole beheerde werken onbelangrijk zou moeten zijn en dat de andere werken de nodige aandacht moeten vergen;

Overwegende dat hydrogeologische gegevens in 2010 door de groep Lhoist verstrekt zijn; dat het doel van die gegevens is te wijzen op de afwezigheid van verbinding en dus van impact tussen de door de maatschappij Villers Monopole geëxploiteerde waterlaag en de waterlaag die impact zou kunnen ondergaan van de in de herziening van het gewestplan overwogen exploitatie van de steengroeven;

Overwegende dat de Cel "Aménagement-Environnement" van het "DGO4" die gegevens heeft onderzocht en na analyse van de inlichtingen concludeert dat er geen belangrijke hydrogeologische drukfactor is voor de opneming van ontginningsgebieden als uitbreiding van de steengroeven van Merlemont; dat bedoelde cel acht dat de installatie en het toezicht van een netwerk van piëzometers in eerste instantie een voldoende maatregel is maar dat de hydrogeologie de nodige aandacht zal moeten vergen in het kader van de behandeling van de aanvraag om globale vergunning en dat het onontbeerlijk zal zijn een hydrogeologisch onderzoek uit te voeren alvorens de exploitatie onder het niveau van de waterlaag eventueel te machtigen;

Levenskwaliteit/Hinder Overwegende dat bezwaarindieners de nadruk leggen op het feit dat de site Bois Saint-Lambert en de omgeving ervan een prachtige plaats met ontegensprekelijke landschapskwaliteiten is die voor altijd aangetast en vernietigd zou worden door de overwogen ontginning en het nieuwe aanvullende vervoernet; dat ze wijzen op de rust van de plaats en het feit dat ze een gezonde omgeving vormen; dat de aankomst van een nieuw ontginningsbedrijf geluidshinder, verstrooiing van de stoffen, trillingen, schade aan de gebouwen en hinder voor de inwoners van het dorp Sautour waarvan een gedeelte beschermd is, als gevolg zou hebben; dat de gebouwen en de dorpen een waardevermindering zullen hebben; dat ze van mening zijn dat het effectenonderzoek het belang van een mogelijk ongeval gebonden aan de aanwezigheid van een gasleiding minimaliseert;

Overwegende dat een persoon die zich niet tegen het ontwerp tot herziening van het gewestplan verzet, dan weer om een vermindering van het geluid gebonden aan het vergruizen en het zeven op de huidige ontginningsite, de prioritaire bouw van merloenen op de site "Hollande" en analyses van stoffen verzoekt;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 17/07/2003 pub. 06/10/2003 numac 2003201104 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden i.v.m. de groeven en hun bijhorigheden type besluit van de waalse regering prom. 17/07/2003 pub. 29/10/2003 numac 2003201612 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende integrale voorwaarden voor de opslag van brandbare vloeistoffen in vaste houders, met uitzondering van installaties voor bulkopslag van olieproducten en gevaarlijke stoffen alsook de opslag in benzinestations type besluit van de waalse regering prom. 17/07/2003 pub. 17/10/2003 numac 2003201474 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden i.v.m. de werven voor de verwijdering van asbest in gebouwen en kunstwerken en op de werven voor de isolatie van asbest type besluit van de waalse regering prom. 17/07/2003 pub. 17/10/2003 numac 2003201475 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende integrale voorwaarden i.v.m. de werven voor de verwijdering van asbest in gebouwen en kunstwerken en op de werven voor de isolatie van asbest sluiten houdende sectorale voorwaarden voor de steengroeven en hun aanhorigheden (Belgisch Staatsblad van 6 oktober 2003);

Overwegende dat de meeste van die bezwaren betrekking hebben op de ligging en de exploitatie van een industrieproject waarvan de modaliteiten in deze fase van de procedures niet gekend zijn; dat een antwoord zal moeten komen op de bezwaren in het kader van de procedure m.b.t. de vergunningsaanvraag en de evaluatie van de latere gevolgen alsook in de formulering van de vergunning die toegekend zou worden;

Gelet op de hinder die nochtans aan het licht werd gebracht in het effectenonderzoek over het voorontwerp van gewestplan; overwegende dat het ontwerp van gewestplan zoals aangenomen bij het besluit van 7 februari 2013 de aanbevelingen van het effectenonderzoek in aanmerking wilde nemen om de hinder te beperken en tegelijkertijd een industrieproject dat voor de onderneming leefbaar is, te handhaven;

Gelet op de aanbevelingen vermeld in het effectenonderzoek van het gewestplan;

Overwegende dat het effectenonderzoek dus erkent dat de exploitatie van de als ontginningsgebieden opgenomen gebieden een diepgaande wijziging van sommige landschappen veroorzaakt door een wijziging van het reliëf zal inhouden;dat het aanbeveelt dat inrichtingen uitgevoerd kunnen worden om de zichtbaarheid van die gebieden te beperken, zoals bij voorbeeld de bouw van isoleringsmerloenen, de beplanting van hagen,...; dat het onderzoek erkent dat die inrichtingen, hoewel ze een rechtstreekse zichtbaarheid van de ontginningsputten voorkomen, nochtans ook de landschappen zullen wijzigen en dan ook zorgvuldig onderzocht moeten worden;

Verkeer/Vervoer Overwegende dat het document van het ingenieursbureau Incitec in opdracht van S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon uit januari 2005, met als opschrift « Projet d'exploitation de la carrière de Moriachamps et du Bois Saint-Lambert » verschillende opties voorstelt wat betreft het vervier van de ontgonnen producten uit de sites naar gelang de verbrijzelings- en de selectie-installaties behouden blijven in de groeve van Merlemont of weggehaald worden, evenals de bedrijfszetel en de opslag- en laadzones voor de vrachtwagens, bij het Bois Saint-Lambert; dat het behoud van deze installaties in de groeve van Merlemont de inrichting inhoudt van een nieuwe piste van ong 3,5 km op eigen bedding voor het intern vervoer (A-optie) terwijl het vervoer ervan naar het Bois Saint-Lambert de aanleg inhoudt van een nieuwe asfaltweg van 2,5 km ong. voor de vrachtwagens tussen die site en de N40 in het noorden (B-optie); dat die B-optie variantes inhoudt, genoemd B1, B2 en B3, die zich onderscheiden door de gebruikte wegen en de plaatsbepaling van het kruispunt met de N40;

Overwegende dat die opties onderzocht werden in het milieuonderzoek; dat de auteur acht dat de verplaatsing van de installaties naar het Bois Saint-Lambert de beste oplossing lijkt gelet op de omschreven voordelen die het volgende mogelijk maken : - de aanleg voorkomen van de nieuwe piste voor intern verkeer over 3,5 km; - sterke vermindering van de verkeersdruk door Villers-le-Gambon en significante vermindering van de afstand afgelegd door de klanten naar Philippeville, wat 90 % van het extern verkeer vormt; - de aanleg van een nieuw kruispunt of de heraanleg van een bestaand kruispunt op de N40 (Philippeville-Givet) te Vodecée om het probleem van de zichtbaarheid aan te pakken op het kruispunt van de Rue de l'Abreuvoir met de N40;

Overwegende dat deezwaarindieners zich uitspreken over de voorgestelde trajecten voor de afvoer van de producten uit het in het Bois Saint-Lambert overworgen ontginningsgebied; meerdere onder hen verwerpen het overwogen traject tussen de site van het Bois Saint-Lambert en de huidige site van Merlemont (A-optie), met name wegens de frequentie van het overwogen verkeer en van de hinder voor de omwoners;

Overwegende dat de bezwaarindieners vaststellen dat de B1-optie, tussen het Bois Saint-Lambert via bestaande wegen naar de N40 verder naar het noorden, als utopisch beschouwd wordt wegens aspecten ivm het gevaar wegens geringe zichtbaarheid bij het uitmonden van die weg op de N40 te Villers-le-Gambon; dat de B1 en B2-opties niet in overweging kunnen worden genomen omdat ze Natura 2000-gebieden doorkruisen; dat dan enkel de optie B3 overblijft;

Overwegende dat de Directie van de Veiligheid van de Verkeersinfrastructuren van de Waalse Overheidsdienst overigens in haar advies van 12 augustus 2013 meldt dat ze het kruispunt van de N40 met de N98 onderzocht heeft; dat daaruit blijkt dat van de oplossing van de aanleg van een rotonde afgezien wordt ten bate van een linkerafslag waardoor de trekkers met opleggers afkomstig van de steengroeve vlotter zouden kunnen invoegen;

Overwegende dat alle adviezen dus pleiten voor de aanleg van een nieuwe asfaltweg over ongeveer 2,5 km voor de vrachtwagens tussen de site van het Bois Saint-Lambert en de N40 in het noorden; dat die oplossing bijgevolg bij dit besluit aan de uitbater van de groeve zal worden opgelegd;

Overwegende dat het effectenonderzoek voor het gewestplan aanbeveelt om de nieuwe weg zover mogelijk aan te leggen op de bestaande wegenonderbouw om te voorkomen dat er een versnippering van de landbouwpercelen ontstaat en die nieuwe weg beveiligd wordt via met name snelheidsbeperkingen en een duidelijk gebruik van verkeersborden; dat aanbevolen wordt dat de kruispunten van die weg met bestaande wegen (met name de N40) in die zin aangelegd worden dat de verschillende gebruikers voldoende zichtbaarheid hebben; dat verder een handvest voor het groeveverkeer aanbevolen wordt, aangenomen door de uitbater van de steengroeve en de vervoersbedrijven, waarin alle aanbevelingen zouden worden opgenomen betreffende de reiswegen en de goede verkeerspraktijken;

Wegen en paden Overwegende dat uit het effectonderzoek blijkt dat de tenuitvoerlegging van het voorontwerp van herziening van het gewestplan de verplaatsing van sommige plaatselijke wegen en landbouwpaden tot gevolg zal hebben; dat dit meer bepaald het geval zal zijn voor de wegen die rechtstreeks gelegen zijn in de als ontginningsgebied op te nemen gebieden en dat die de facto zullen verdwijnen ingevolge de exploitatie; dat het onderzoek erop wijst dat sommige wegen al onbruikbaar zijn;

Overwegende dat de Regering naar de wetgeving op de buurtwegen verwijst en wenst dat de steenhouwersgroep overlegde oplossingen voorlegt vooraleer nieuwe ontginningsgebieden tot stand gebracht worden en de procedures tot declassering of omlegging van de openbare wegen opgestart worden;

Effecten op de landbouw Overwegende dat de bezwaarindieners kritiek leveren op de verkaveling van de landbouwpercelen, die bovendien door een intern communicatienet doorkruist zouden worden; dat drie landbouwers daarbij betrokken zouden worden; dat ze betreuren dat het vraagstuk van de onteigeningen geminimaliserd wordt in het onderzoek naar de effecten van het gewestplan;

Overwegende dat de impact van de opneming van de ontginningsgebieden op de leefbaarheid van de getroffen landbouwbedrijven in het effectonderzoek geanalyseerd werd naar gelang van hun oppervlakteklasse en van de relatieve omvang van de geleden oppervlakteverliezen; dat op grond van de resultaten van het onderzoek geschat kan worden dat 3 landbouwers die beschikken over een bedrijf met een kritische omvang niet te verwaarlozen of aanzienlijke oppervlakteverliezen zullen lijden die een weerslag op hun leefbaarheid kunnen hebben; dat het verlies voor één van die 3 exploitanten zich pas zal voordoen bij de totstandbrenging van de site van het « Bois Saint-Lambert »; dat, wat een andere exploitant betreft, de voor landbouw verloren gronden een zeer hoge biologische waarde hebben; dat enkel de derde exploitant op korte termijn landbouwoppervlakteverlies zal lijden maar dat hij beschikt over een aanzienlijke oppervlakte die veel groter is dan de in het effectonderzoek in aanmerking genomen kritische omvang;

Overwegende dat het « DGARNE » in zijn advies van 23 mei 2013 erop wijst dat « landbouwgronden verloren zullen gaan als gevolg van de tenuitvoerlegging van de herziening van het gewestplan; dat dat verlies volgens de auteur van het effectonderzoek 12 lanbouwers zal treffen, door de opneming zowel van ontginningsgebieden als van natuurgebieden; dat, ook al is de plaatsbepaling van de op te nemen ontginningsgebieden gegrond door de aanwezigheid van de ontgonnen afzetting, het landbouwoppervlakteverlies desondanks betreurd wordt »; dat het Directoraat-generaal, ter conclusie van het advies van zijn verschillende diensten, evenwel een gunstig advies uitbrengt m.b.t. de herziening van het gewestplan;

Overwegende dat de verkaveling van de landbouwpercelen waarnaar het effectonderzoek verwijst waarschijnlijk betrekking heeft op de gronden die het voorwerp zijn van de aanvankelijk overwogen aanleg van een binnenweg die de bestaande behandelingsinstallaties verbindt met de site van het « Bois Saint-Lambert »; dat van die oplossing werd afgezien;

Overwegende dat het door de steenhouwer in aanmerking genomen en bij dit besluit opgelegde traject voor de afvoer van de producten van het ontginningsgebied dat gepland wordt in het « Bois Saint-Lambert » noordwaarts en de verbinding ervan met de N40, hoofdzakelijk gebruik zou maken van de aardebaan van bestaande of in de atlas opgenomen wegen;

Overwegende dat uit het effectonderzoek blijkt dat dat traject, alhoewel niet definitief vastgelegd, zeker gebruikt zou moeten worden, op zijn minst voor een deel, wat zou inhouden dat er geen verkaveling van percelen zou komen die een herverkaveling van de landbouwpercelen zou vereisen;

Overwegende bijgevolg dat de Regering acht dat het aantal bij die verkeersweg betrokken landbouwpercelen beperkt zou worden; dat de weerslag van de gewestplanherziening op de landbouwactiviteit aanvaardbaar is; dat ze de steenhouwersgroep overigens zal aansporen om oplossingen te onderzoeken met de betrokken landbouwers;

Rectificatie van de grenzen aangevraagd door de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon Gelet op het bezwaar ingediend door de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon in de loop van het openbaar onderzoek m.b.t. de rectificatie van vier grenzen van ontginningsgebieden waarin het ontwerp van gewestplan voorziet; dat de aanvraag ernaar streeft het plan te laten stroken met de operationele realiteit van het bedrijf en betrekking heeft op de opneming van een bestaande weg in ontginningsgebied eerder dan in bosgebied, ten zuiden van het gebied genaamd Trieux-Collet oost, over een kleine uitbreiding richting noord-west en zuidwaarts van het gebied genaamd Matissen, zoals in aanmerking genomen in het ontwerp van gewestplan, om de verdieping van de groeve op een toereikend niveau mogelijk te maken ten einde een rationele ontginning van de afzetting te garanderen en, tot slot, m.b.t. de rectificatie van de noordelijke omtrek van het gebied genaamd Merlemont noord met het oog op de handhaving van de bestaande installaties van de groeve in ontginningsgebied;

Overwegende dat noch de « CRAT » noch de « CWEDD » op dat bezwaar ingaan;

Overwegende dat de gronden waarop die aanvragen betrekking hebben opgenomen waren in de omtrekken van de ontginningsgebieden waarvan sprake in het oorspronkelijke dossier betreffende de herziening van het gewestplan dat door de steenhouwersgroep werd ingediend;

Overwegende dat die omtrekken in het voorontwerp gerectificeerd werden om ze in overeenstemming te brengen met, enerzijds, de omtrek van de afzetting omschreven in het kader van het onderzoek Poty en, anderzijds, de indeling op het kadastrale perceelplan;

Overwegende dat de Regering acht dat de door de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon aangevraagde omtrekwijzigingen gering zijn ten opzichte van het dossier en dat ze overeenstemmen met hetzij bestaande toestanden wat betreft de weg en de installaties, hetzij de handhaving van een klein gedeelte ontginningsgebied dat op het oorspronkelijke gewestplan opgenomen is, hetzij een minder belangrijke grensaanpassing in het op het plan opgenomen ontginningsgebied en die alleen maar opgenomen zal kunnen worden in het te plannen isoleringsstelsel; dat de aanvragen van de nodige vergunningen voor de totstandbrenging van de ontginningsgebieden die via deze procedure op het plan opgenomen worden eveneens op die gronden betrekking zullen hebben; dat de Regering, bijgevolg, een gunstig gevolg aan dat bezwaar geeft en het in aanmerking neemt in de definitieve cartografie van het bij dit besluit herziene gewestplan;

Herinrichtingen Overwegende dat een reclamant acht dat geen enkel voorstel tot inrichting van de geëxploiteerde ruimtes in ruil voor de nieuwe ontginningsgebieden gedaan wordt, dat sommige gebieden gevaar voor de bevolking inhouden vanwege de aanwezigheid van steile hellingen;

Overwegende dat de gebieden waarnaar verwezen wordt niet nauwkeurig gelokaliseerd kunnen worden op grond van het bezwaar;

Gelet op de overeenkomst van 27 april 1990 en de desbetreffende bijlagen, waarin de clausules voor de herinrichting van de steengroeve van Merlemont vastliggen, gesloten tussen de S.A. Dolomies van Merlemont, de stad Philippeville en het Waalse Gewest;

Overwegende dat de verschillende vergunningen en machtigingen die voor de steengroeven zijn afgeleverd eveneens voorzien in clausules voor de herinrichting van de sites;

Gelet anderzijds op het dossier « Projet de réaménagement écologique des carrières désaffectées » (Project tot ecologische herinrichting van de afgedankte steengroeven), aangelegd in augustus 2003 door de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon; gelet op het rapport dat daar is opgemaakt door de « Groupe interuniversitaire de Recherches en Ecologie appliquée (G.I.R.E.A.) » van de Universiteit van Luik; overwegende dat dat dossier ter inzage van het publiek werd gelegd in de loop van het openbaar onderzoek betreffende deze procedure tot herziening van het gewestplan;

Gelet, tot slot, op de partnerschapsovereenkomst gesloten op 29 juni 2015 tussen de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon en de S.A. Dolomies van Merlemont, enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds, waarvan sprake hieronder;

Overwegende dat de nieuwe ontginningsgebieden voor hun totstandbrenging het voorwerp zullen moeten uitmaken van een eenmalige vergunning en dat deze zal voorzien in voorwaarden voor de herinrichting en de beveiliging van de site;

Overwegende dat de Regering acht dat het vraagstuk van de herinrichting van de ontginningsgebieden bijgevolg is onderzocht; dat ze, anderzijds, rekening houdt met het voorstel van andere bezwaarindieners om een begeleidingscomité in te stellen dat zal instaan voor de opvolging van de uitvoering van het project;

Overeenkomst Overwegende dat dit besluit instemt met de partnerschapsovereenkomsten gesloten op 2 december 2014 en 29 juni 2015 tussen de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon en de S.A. Dolomies van Merlemont, enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds, die in het besluit van de Waalse Regering van 7 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 08/03/2013 numac 2013027070 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van het buitengewone onroerende erfgoed van Wallonië type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 18/03/2013 numac 2013201628 bron waalse overheidsdienst 7 FEBRUARI 2013 - Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van de wijziging in de statuten van de "Société régionale d'Investissement de Wallonie" , afgekort "SOGEPA" type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 26/02/2013 numac 2013201080 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de tewerkstelling van gehandicapte werknemers in de provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en verenigingen van overheidsdiensten sluiten tot voorlopige aanneming van de gewestplanherziening als een voorafgaande voorwaarde worden gesteld voor de definitieve aanneming ervan;

Overwegende dat die overeenkomsten bepalen dat de aan de steenhouwers toebehorende gronden ter beschikking van de Waalse Overheidsdienst gesteld moeten worden en dat ze voorzien in de toekomstige oprichting van een domaniaal natuurreservaat waarvan het beheer aan de Waalse Overheidsdienst zal worden toegewezen in ruil voor een financiële tegemoetkoming van de steenhouwers in de werken tot uitvoering van het toekomstige beheersplan;

Overwegende dat dit besluit ook instemt met de op 14 november 2014 tussen de gemeente Philippeville en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst gesloten overeenkomst die bepaalt dat de aan de gemeente Philippeville toebehorende gronden ter beschikking van de Waalse Overheidsdienst gesteld moeten worden met het oog op de toekomstige oprichting van een domaniaal natuurreservaat;

Bijkomend voorschrift Overwegende dat de bezwaarindieners de wijze betwisten waarop het bijkomend voorschrift *R.2.4 betreffende het ontginningsgebiedproject op de site van het « Bois Saint-Lambert » is opgesteld zoals onderworpen aan het openbaar onderzoek, met name : « Het ontginningsgebied gemerkt *R.2.4 mag pas na afloop van de uitbating van de andere ontginningsgebieden die bij deze herziening van het gewestplan zijn opgenomen tot stand gebracht worden, met uitzondering van de werken ter voorbereiding en opening van de afzetting. »; dat ze achten dat de rust van de inwoners van Sautour zou kunnen verdwijnen zodra de herziening van het gewestplan in werking treedt omdat de stenhouwersgroep meteen zou kunnen overgaan tot de voorbereiding van de uitgraving;

Overwegende dat noch de « CRAT » noch de « CWEDD » zich over dat vraagstuk uitspreken;

Overwegende dat de gemeente Philippeville in haar beraadslaging van 19 juni 2013 zich in geval van goedkeuring van gedeeltelijke herziening van het gewestplan ertoe verbindt de fasering van de exploitaties op te leggen, met name de exploitatie van de sites Trieux-Collet en Hollande in eerste instantie en, aan het einde van de exploitatie van voornoemde sites (ongeveer 9 jaar), de exploitatie van het « Bois Saint-Lambert »;

Overwegende dat de Regering van plan is de formulering van het bijkomende voorschrift betreffende de site van het « Bois Saint-Lambert » te behouden om de programmering van de tenuitvoerlegging van het industrieel project van de steenhouwersgroep toe te laten en elke schadelijke onderbreking van de ontginningsactiviteit te voorkomen, dat de overheid die belast is met de afgifte van de eenmalige vergunning in dat kader het gepaste tijdstip zal moeten bepalen voor het opstarten van de werken ter voorbereiding en opening van de afzetting van het « Bois Saint-Lambert » op grond van het exploitatieschema dat in aanmerking zal worden genomen voor de andere ontginningsgebieden die bij dit besluit op het plan zijn opgenomen en waarvan de exploitatie in een eerste fase voorzien wordt;

Compensaties Overwegende dat, wat betreft de planologische compensaties die aan het openbaar onderzoek werden onderworpen, bezwaarindieners achten dat niet bewezen is in hoeverre ze de door het project veroorzaakte specifieke effecten op het leefmilieu en de biodiversiteit zouden kunnen verminderen of compenseren; dat de compensaties volgens hen immers betrekking hebben op types habitats die totaal verschillen van degene die vernietigd zouden kunnen worden op de sites die als ontginningsgebied zouden worden opgenomen; dat in het bijzonder de effecten voor de door de exploitatie van de site van het « Bois Saint-Lambert » bedreigde soorten niet gecompenseerd zouden kunnen worden door de compensaties; dat bezwaarindieners erop wijzen dat, om het behoud van de beschermde soorten mogelijk te maken, het beter is om te voorzien in de geleidelijke verbetering van andere gelijkwaardige habitats of van habitats die gunstig zijn voor de beschermde soorten dan een bos door voormalige groeven te vervangen; dat ze achten dat geen enkel compensatiegebied met dezelfde waarde voorgedragen kan worden inzake uitgestrektheid of biologische waarde;

Overwegende dat bezwaarindieners vragen dat de evaluatie diepgaander onderzoek doet naar de mogelijke alternatieven en naar andere compensaties dan louter planologische alternatieven;

Overwegende dat de planologische compensaties die in het ontwerp van herziening van het gewestplan in aanmerking genomen worden een grotere oppervlakte bestrijken dan die van de op het plan opgenomen nieuwe ontginningsgebieden en dat artikel 46, § 1, 3°, van het « CWATUPE » derhalve nageleefd wordt; dat, anderzijds, het effectonderzoek de plaatsbepaling van de compensaties en de geschiktheid van de wijziging van bestemming ervan bekrachtigt, vanwege zowel de feitelijke als de juridische situatie ervan : voormalige groeven die al geëxploiteerd zijn, aanwezigheid van leisteenafzettingen die niet interessant zijn voor exploitatie, sites opgenomen als Natura 2000-sites, enz...; dat bijgevolg geen enkele alternatieve plaatsbepaling van de compensaties in het onderzoek wordt voorgedragen;

Overwegende dat sommige bezwaarindieners derhalve voorstellen dat het statuut van natuurreservaat aan het « Bois Saint-Lambert » en de « Bois de Beumont » toegekend wordt; dat deze aanwijzing evenwel niet onder deze procedure tot wijziging van het gewestplan valt;

Overwegende dat bezwaarindieners erop wijzen dat, wat betreft de inrichting van de oude groeven als natuurreservaten, het type nodige werken niet nader bepaald wordt in het aan onderzoek onderworpen dossier en dat ze zich afvragen of ze toegankelijk zullen zijn voor het publiek en of er voorzien zal worden in didactische panelen;

Overwegende dat sommige bezwaarindieners betreuren dat geen klim- of speleologieactiviteiten meer uitgeoefend kunnen worden in de groeve « Wayons »;

Overwegende dat die activiteiten er al uitgeoefend werden bij de indiening van de aanvraag tot herziening van het gewestplan; dat uit het planeffectonderzoek overigens blijkt dat het van belang is om rekening te houden met het feit dat de vroegere groeve « Wayons », die nu als ontginningsgebied op het gewestplan opgenomen is, wanden biedt die voor het klimmen ingericht zijn en dat ze ook een vertrekpunt is voor speleologieparkoersen; dat ze erop wijzen dat de voor klimmers bestemde ruimte gemeentelijke eigendom is en dat wekelijkse sportactiviteiten de aanwezigheid van verschillende klimverenigingen tot gevolg hebben; dat de onlangs gebouwde via ferrata nog meer volk zal lokken in de toekomst;

Overwegende dat uit het onderzoek blijkt dat de opneming van de oude groeve als natuurgebied elke activiteit zou verbieden die niet in de lijn ligt van de instandhouding van het natuurlijk milieu;

Overwegende dat de site, doordat hij voor die activiteiten gebruikt wordt, in feite regelmatig onderhouden kan worden en dat een overwoekerende plantengroei die er de interessante kenmerken inzake natuurbehoud zou kunnen wijzigen beperkt kan worden; dat de Regering dan ook niet van plan is dat gebruik van de site te wijzigen omdat ze acht dat het verenigbaar is met de bestemming ervan als natuurgebied; dat dit bezwaar aldus ingewilligd is;

Gelet op het advies van de « CRAT » van 14 november 2013 waarin ze ingaat tegen de omzetting van het « Bois du Corbeau » in natuurgebied; dat de Commisssie immers acht dat de desurbanisatie van het gebied van het « Bois du Corbeau » niet opportuun is; dat de opneming van een natuurgebied een te dwingend effect zal hebben op eventuele transformaties die de bestaande woonruimte later zou kunnen ondergaan; dat ze erop wijst dat de desurbanisatie van dat gebied ook niet noodzakelijk is daar het ontwerp voorziet in meer desurbanisatie- dan bebouwingsgebieden;

Overwegende dat dat standpunt blijkbaar niet berust op een bezwaar dat tijdens het openbaar onderzoek is geformuleerd; dat slechts één enkele bezwaarindiener zijn wens uitdrukt om « het Bois des Corbeaux » te redden; dat die wens evenmin gegrond is;

Overwegende evenwel dat de Regering ermee instemt dat de opneming van een natuurgebied een te dwingend effect zal hebben op eventuele transformaties die de bestaande woonruimte later zou kunnen ondergaan; dat ze echter acht dat het niet relevant is om gronden waarvan de exploitatie voltooid is in ontginningsgebied te behouden; dat ze acht dat er rekening gehouden moet worden met het feit dat die gronden hoe dan ook opgenomen zijn in de omtrek van een site Natura 2000, waardoor ze beschermd zijn; dat ze tenslotte beslist om het « Bois des Corbeaux » als groengebied te bestemmen;

Opvolgingscomité Overwegende dat sommige bezwaarindieners voorstellen dat een opvolgingscomité voor de groeve ingesteld wordt en dat ze een nauwe samenwerking tussen de gemeente, de uitbaters en de natuurbehoudsorganen voorstaan; dat ze wensen dat permanente en reële procedures inzake « overleg en coproductie van constructieve oplossingen » ingevoerd worden;

Overwegende dat de Regering die voorstellen hoort en van nu af aan het beginsel van de instelling van een opvolgingscomité in overweging neemt zoals bepaald bij de artikelen D.29-25 en volgende van Boek I van het Leefmilieuwetboek door het te formaliseren in de bepalingen van dit besluit;

Complexiteit van het aan openbaar onderworpen dossier Overwegende dat sommige bezwaarindieners wijzen op de complexiteit van het aan openbaar onderzoek onderworpen dossier, op de moeilijkheden in het kader van de te ondernemen stappen, de informatieverstrekking, de aanplakking, de moeilijk te begrijpen informatie; dat sommige voorstellen dat een cel wordt opgericht die speciaal gemandateerd wordt om vulgarisatie en de sensibilisering van de burger te ontwikkelen;

Overwegende dat de procedures waarin de wetgeving voorziet (aanplakking, technische informatiezitting, ...) in acht werden genomen; dat een zo volledig mogelijk dossier in deze fase van de procedure voor advies werd overgelegd tijdens het openbaar onderzoek; overwegende dat zowel de gewestelijke als de gemeentelijke ambtenaren zich ter beschikking van het publiek hebben gesteld tijdens het openbaar onderzoek; overwegende dat de Regering bevestigt dat het geheel van haar diensten beschikbaar blijft in elke fase van de procedures; dat de Regering, zoals gezegd, van plan is de instelling in overweging te nemen van een opvolgingscomité waarbij de omwonenden van de groeve betrokken zullen worden om samenspraak tusssen de partijen te vergemakkelijken;

GPA Overwegende dat het bijzonder plan van aanleg nr. 1 van de gemeente Philippeville (Merlemont), aangenomen bij ministerieel besluit van 3 februari 1989, voorziet in een industriegebied op een gedeelte van de gronden waaruit het gebied Merlemont oost, dat bij dit besluit als natuurgebied opgenomen is, bestaat;

Overwegende derhalve dat het geboden is artikel 45 van het CWATUPE toe te passen en de voorschriften van dat plan die niet conform het herziene gewestplan zijn op te heffen, met name de bestemming als industriegebied van de percelen die het bestrijkt, wat het enige voorschrift ervan is;

Overwegende dat het derhalve geboden is het bijzonder plan van aanleg nr. 1 van de gemeente Philippeville (Merlemont) in zijn geheel op te heffen;

Conclusie Overwegende dat de Regering instemt met de conclusies van het effectenonderzoek waarvoor het ontwerp van gewestplanherziening grotendeels strookt met de opties van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan dat hem betreft, met uitzondering van de conclusies betreffende de mobiliteit, in zoverre het ruimtelijk ontwikkelingsplan erop aandringt dat goederen bij voorkeur via de waterweg, vervolgens de spoorweg en tenslotte de weg vervoerd worden; dat de betrokken afzetting evenwel van elke bevaarbare waterloop en elke in bedrijf zijnde spoorweglijn verwijderd is en dat de dolomietsteen dus enkel over de weg vervoerd kan worden; dat het planeffectonderzoek besluit dat het ontwerp van gewestplan globaal in de lijn ligt van de doelstellingen van het Milieuplan voor de duurzame ontwikkeling (PEDD) dat door de Waalse Regering werd aangenomen op 9 maart 1995; dat het erop wijst dat de opneming van ontginningsgebieden in een hoofdzakelijk landelijk milieu evenwel tegen de doelstellingen van het « PEDD » indruist inzake beperking van CO2-emissies en energieverbruik; dat de weg de enige oplossing is die in overweging genomen kan worden voor het vervoer van producten;

Overwegende dat het effectonderzoek het er mee eens is dat de plaatsbepaling van het voorontwerp indruist tegen bepaalde hierboven omschreven strategische gewestelijke opties inzake planning en ontwikkeling, met name wat CO2 -emissies en vervoer betreft, maar dat ze desalniettemin acht dat het belangrijkste plaatsbepalingscriterium in de steenhouwerscontext dat van de afzetting is; dat de plaatsbepaling van het voorontwerp tot slot door de specificiteit van de afzetting bekrachtigd wordt;

Gelet op de fysich-chemische kenmerken van de dolomietsteen;

Overwegende voor het overige dat de Regering, behoudens in dit besluit behoorlijk gemotiveerde uitzondering, de genomen opties bevestigt om de andere gebieden in aanmerking te nemen die bij haar besluit van 7 februari 2013 zijn gewijzigd om de redenen die erin ontwikkeld worden;

Overwegende dat de specifieke voorwaarden voor de exploitatie van de site desgevallend nader bepaald zullen worden bij de indiening en het onderzoek van het dossier betreffende de eenmalige vergunning die nodig is voor de totstandbrenging van de ontginningsgebieden en niet in deze fase van de procedure tot herziening van het gewestplan;

Gelet op de feitelijke en juridische situatie;

Overwegende dat de Regering, na afloop van het onderzoek van de verschillende belangen die op het spel staan, van plan is de voorkeur te geven aan de voortzetting van de ontginningsactiviteit en aan het behoud van de tewerkstelling op de site;

Gelet op de partnerschapsovereenkomsten gesloten op 2 december 2014 en 29 juni 2015 tussen de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon en de S.A. Dolomies van Merlemont, enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds;

Gelet op de partnerschapsovereenkomst gesloten op 2 november 2014 tussen de gemeente Philippeville, enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds;

Overwegende dat de Regering aldus wenst te voldoen aan de verbintenis aangegaan in de Gewestelijke beleidsverklaring 2014-2019 waarin gespecificeerd wordt dat ze inzake economische ontwikkeling zal trachten zo goed mogelijk in te spelen op de ontwikkelingsbehoeften van de steenhouwers, zonder de milieueffecten uit het oog te verliezen;

Overwegende dat deze wijziging van het gewestplan Philippeville-Couvin slaat op de opneming, op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon), van de volgende bestemmingsgebieden, naar gelang van de genoemde oppervlaktes (ruw geschat en afgerond, gezien de schaal van het gewestplan) : - ontginningsgebieden in uitbreiding west- en oostwaarts (respectievelijk 2,1 en 12,5 ha) van het ontginningsgebied van de groeve van Trieux-Collet, enerzijds, en in uitbreiding oostwaarts van het ontginningsgebied van de groeve Matissen (ongeveer 10,8 ha), anderzijds; - een ontginningsgebied van ongeveer 22,9 ha in het « Bois Saint-Lambert »; - zes natuurgebieden op de site van de vroegere groeven van Merlemont - westelijk gedeelte (6,6 ha) en noordelijk gedeelte (11,2 ha) van Merlemont oost (15,1 ha), M., (3,2 ha), Mme (3,7 ha) en Wayons (5,2 ha); - vier landbouwgebieden op de sites van Stoumont (25,9 ha), Mignonveau (2,1 ha), Wayons (5,1 ha) en Matissen (1,2 ha); - een bosgebied op de site van Stoumont (1,4 ha); - een groengebied op de site van het « Bois du Corbeau » (2,2 ha); dat ze bovendien voorziet in een bijkomend voorschrift waarmee het op de site van het « Bois Saint-Lambert » geplande ontginningsgebied pas na de exploitatie van de bij deze herziening van het gewestplan opgenomen andere ontginningsgebieden tot stand gebracht zal kunnen worden, met uitzondering van de werken ter voorbereiding en opening van de afzetting; dat ze ook een inrichtingsmaatregel bevat die bepaalt dat de exploitatie van het ontginningsgebied van het « Bois Saint-Lambert » onderworpen wordt aan de voorwaarde dat de vergruis- en zeefinstallaties, de exploitatiezetel, de opslagruimtes en de zones waar de vrachtwagens geladen worden op die site verplaatst worden en dat een nieuwe verbindingsweg op kosten van de steenhouwer aangelegd wordt tussen die site en de N40 noordwaarts;

Overwegende voor het overige dat dit besluit instemt met de partnerschapsovereenkomsten gesloten op 2 december 2014 en 29 juni 2015 tussen de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon en de S.A. Dolomies van Merlemont, enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds, alsook met de partnerschapsovereenkomst gesloten op 14 november 2014 tussen de gemeente Philippeville, enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds; dat het besluit van de Waalse Regering van 14 november 2014 tot voorlopige aanneming van de gewestplanherziening daarvan een voorafgaande voorwaarde heeft gemaakt voor de definitieve aanneming van de gewestplanherziening;

Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, Besluit :

Artikel 1.De partnerschapsovereenkomsten gesloten op 2 december 2014 en 29 juni 2015 tussen de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon en de S.A. Dolomies van Merlemont, enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds, alsook de partnerschapsovereenkomst gesloten op 14 november 2014 tussen de gemeente Philippeville, enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds, betreffende de concretisering van het beheer van de sites voorgedragen als compensatie zoals bedoeld in artikel 46, § 1, 3°, van het Wetboek, overeenkomstig de geest van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, worden goedgekeurd door de Regering.

Art. 2.De gedeeltelijke wijziging van de bladen nr. 58/1 en 58/2 van het gewestplan Philippeville-Couvin betreffende de opneming van : - ontginningsgebieden ter uitbreiding van de ontginningsgebieden van de steengroeven van Trieu Collet en Matissen; - een ontginningsgebied in het « Bois Saint-Lambert »; - zes natuurgebieden op de site van de vroegere groeven van Merlemont - westelijk gedeelte en noordelijk gedeelte, Merlemont oost, Monsieur, Madame en Wayons; - vier landbouwgebieden op de sites van Stoumont, Mignonveau, Wayons en Matissen; - een bosgebied op de site van Stoumont; - een groengebied op de site van het « Bois du Corbeau » op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon) wordt definitief aangenomen overeenkomstig de bijgaande kaart.

Art. 3.Het ontginningsgebied van het « Bois Saint-Lambert » is het voorwerp van volgend bijkomend voorschrift : « Het ontginningsgebied gemerkt *R.2.4 mag pas na afloop van de uitbating van de andere ontginningsgebieden die bij deze herziening van het gewestplan zijn opgenomen tot stand gebracht worden, met uitzondering van de werken ter voorbereiding en opening van de afzetting. ».

Art. 4.Deze wijziging van het gewestplan gaat gepaard met de volgende inrichtingsmaatregel : « De exploitatie van het ontginningsgebied van het « Bois Saint-Lambert » wordt onderworpen aan de voorwaarde dat de vergruis- en zeefinstallaties, de exploitatiezetel, de opslagruimtes en de zones waar de vrachtwagens geladen worden op die site verplaatst worden en dat een nieuwe verbindingsweg op kosten van de steenhouwer aangelegd wordt tussen die site en de N40 noordwaarts. ».

Art. 5.Overeenkomstig artikel D.29-26 van Boek I van het Leefmilieuwetboek, zal een begeleidingscomité opgericht worden in het kader van de eenmalige vergunning die vereist wordt voor de totstandbrenging van elk ontginningsgebied opgenomen naar aanleiding van deze wijziging van het gewestplan.

Art. 6.Het bijzonder plan van aanleg van het grondgebied nr. 1, aangenomen bij ministerieel besluit van 3 februari 1989 op het grondgebied van Philippeville (Merlemont), wordt opgeheven.

Art. 7.De milieuverklaring opgemaakt door de Waalse Regering op grond van artikel 44 van het Wetboek gaat als bijlage bij dit besluit.

Art. 8.De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 9 juli 2015.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO

BIJLAGE 1.

Milieubeleidsverklaring betreffende de definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van een ontginningsgebied en compensatiegebied (natuurgebieden, landbouwgebieden, bosgebied en groengebied) op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon) Deze milieuverklaring wordt vereist krachtens de bepalingen van artikel 44, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie (hierna het "Wetboek"). Ze gaat bij het besluit van de Waalse Regering tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van ontginningsgebieden en compensatiegebieden (natuurgebieden, landbouwgebieden, bosgebied en groengebied) op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon).

Deze tekst is een samenvatting van de manier waarop de milieuoverwegingen werden opgenomen in de herziening van het gewestplan en waarop het milieueffectenonderzoek, de adviezen, bezwaren en opmerkingen in overweging werden genomen. Deze tekst is ook een samenvatting van de redenen voor de keuzes van het plan zoals aangenomen.

Doel van de herziening van het gewestplan Deze herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin heeft als doel de productie van de gele dolomiet en de grijze dolomiet door de vennootschap Dolomie van Villers-le-Gambon voort te zetten; deze vennootschap baat nu ontginningsgebieden op het grondgebied van de gemeente Philippeville bij de zogenaamde zetel Merlemont uit.

Ze heeft betrekking op de opneming : - van ontginningsgebieden als westelijke en oostelijke uitbreiding (2,1 ha en 12,5 ha) van het ontginningsgebied van de steengroeve van "Trieu Collet"; - van een ontginningsgebied als oostelijke uitbreiding van het ontginningsgebied van de steengroeve van "Matissen" (10,8 ha); - van een ontginningsgebied van 22,9 ha in het "Bois Saint-Lambert"; - van zes natuurgebieden op de site van de voormalige steengroeven van Merlemont, westelijk gedeelte (6,6 ha) en noordelijk gedeelte (11,2 ha), "Merlemont-Oost (15, ha), Monsieur (3,2 ha), Madame (3,7 ha) en Wayons (5,2 ha); - van vier landbouwgebieden op de sites van "Stoumont (25,9 ha), Mignonveau (2,1 ha), Wayons (5,1 ha) en Matissen (1,2ha)"; - van een bosgebied op de site van "Stoumont" (1,4ha); - van een groengebied op de site Bois du Corbeau (2,2 ha).

Ze omvat bovendien een bijkomend voorschrift waardoor het ontginningsgebied gepland op de site van het Bois Saint-Lambert pas van start zal mogen gaan na afloop van de uitbating van de andere ontginningsgebieden opgenomen door deze herziening van het gewestplan, met uitzondering van de werken voor de voorbereiding en de opening van de afzetting.

Ze wordt ook vergezeld van een inrichtingsmaatregel die bepaalt dat de exploitatie van het ontginningsgebied van het « Bois Saint-Lambert » onderworpen wordt aan de voorwaarde dat de vergruis- en zeefinstallaties, de exploitatiezetel, de opslagruimtes en de zones waar de vrachtwagens geladen worden op die site verplaatst worden en dat een nieuwe verbindingsweg op kosten van de steenhouwer aangelegd wordt tussen die site en de N40 noordwaarts.

Chronologie van de herziening van het gewestplan De herziening van het gewestplan onderging de procedure waarvan sprake in de artikelen 42 tot en met 44 van het Wetboek.

Bij besluit van 27 mei 2004 heeft de Waalse Regering de herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin (blad n° 58/1 en 58/2) beslist en het voorontwerp van herziening van het plan met een oog op de opneming van vier ontginningsgebieden te Philippeville (Merlemont) aangenomen.

Bij besluit van 9 maart 2006 heeft de Regering, door de opneming van een vijfde ontginningsgebied in het voorontwerp van gewestplan, het voornoemde besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 27/05/2004 pub. 10/09/2004 numac 2004202783 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende steun aan de landbouw sluiten rechtgezet.

Bij haar beslissing van 19 oktober 2006 heeft de Regering de inhoud van het milieueffectenonderzoek over het voorontwerp van gewestplan van Philippeville-Couvin aangenomen, dat bij de besluiten van 27 mei 2004 en 9 maart 2006 aangenomen was.

Het effectenonderzoek betreffende het voorontwerp van gewestplan is uitgevoerd door de nv ARIES Consultants, behoorlijk erkend overeenkomstig artikel 42 van het Wetboek. Het einddocument van het onderzoek werd in januari 2009 ingediend.

Bij besluit van 7 februari 2013 heeft de Regering de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van ontginningsgebieden en compensatiegebieden (natuurgebieden, landbouwgebieden en bosgebied) op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon) voorlopig aangenomen.

Het openbaar onderzoek is overeenkomstig de artikelen 4, 43 en 46 van het Wetboek van 5 april 2013 tot 21 mei 2013 georganiseerd. Het heeft aanleiding gegeven tot 320 bezwaren en opmerkingen - waaronder een petitie - en vier personen waren aanwezig op de afsluitende vergadering van het openbaar onderzoek.

De informatievergadering heeft op 15 april 2013 plaatsgevonden en de overlegvergadering werd op 23 mei 2013 gevoerd.

De gemeenteraad van Philippeville heeft op 19 juni 2013 een gunstig advies uitgebracht over het project.

De "Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable" heeft op 14 oktober 2013 een gunstig advies uitgebracht.

De "Commission régionale d'aménagement du territoire" heeft op 14 november 2013 een gunstig advies uitgebracht. Dat advies wordt hieronder bekendgemaakt.

Milieu-overwegingen De in 2003 ingediende aanvraag van de S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon had betrekking op de herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van acht ontginningsgebieden, acht groengebieden, een bosgebied en vier landbouwgebieden, overeenstemmend met : - de uitbreiding van de steengroeven van Beumont, Trieu Collet en Matissen over een oppervlakte van 27,63 ha op gronden opgenomen als landbouwgebied en als bosgebied soms voorzien van een landschappelijk waardevolle omtrek; - de opening van een nieuwe steengroeve in de gehuchten "Moriachamps" en "Bois Saint-Lambert" over een oppervlakte van + 37,81 ha op landschappelijk waardevolle gronden opgenomen als landbouwgebied en als bosgebied; - de reconversie in groengebieden, bosgebieden of landbouwgebieden van de steengroeven of gedeelten van steengroeven van "Merlemont, Stoumont, Mignonveau, M., Mme, Matissen, Wayons en Bois du Corbeau" (77 ha) opgenomen als ontginningsgebied.

De besluiten van de Waalse Regering van 27 mei 2004 en 9 maart 2006 tot aanneming van het voorontwerp van gewestplan vermeldden bijna de hele omtrek aangevraagd door de steenhouwersgroep, waarbij de Regering van mening was om vanaf nu een oplossing te vinden voor een langere voortzetting van de ontginning van de kwaliteitsvolle dolomiet door de vennootschap "Dolomie de Villers-le-Gambon". Het project zou bovendien de betrekkingen op de site behouden en de bevoorrading van de markt in dolomiet tot 2035 volgens elementen voorgesteld door de "S.A.Dolomie de Villers-le-Gambon" waarborgen. Overigens diende het besluit van 9 maart 2006 ter aanvulling van de planologische compensaties de volgende bepaling in : "Om het beheer van de Natura 2000-gebieden te garanderen die als planologische compensatie worden voorgesteld zoals bedoeld in artikel 46, § 1, 3°, en opdat dit beheer overeenstemt met de geest van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna zal de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon een partnerschap afsluiten in de vorm van een overeenkomst met het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst om een beheersplan op te maken dat de naleving van deze Richtlijn garandeert. De overeenkomst zal aan de Regering ter goedkeuring worden voorgelegd uiterlijk op de datum van de definitieve goedkeuring van de wijziging van het gewestplan Philippeville-Couvin." Ten gevolge met name van de aanbevelingen van het effectenonderzoek van het gewestplan heeft het besluit van de Waalse Regering van 7 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 08/03/2013 numac 2013027070 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van het buitengewone onroerende erfgoed van Wallonië type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 18/03/2013 numac 2013201628 bron waalse overheidsdienst 7 FEBRUARI 2013 - Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van de wijziging in de statuten van de "Société régionale d'Investissement de Wallonie" , afgekort "SOGEPA" type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 26/02/2013 numac 2013201080 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de tewerkstelling van gehandicapte werknemers in de provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en verenigingen van overheidsdiensten sluiten tot voorlopige aanneming van de herziening van het gewestplan de omtrek van het in het Bois Saint-Lambert aangevraagde ontginningsgebied beperkt waarbij het de site van Moriachamps, of ongeveer 16 ha, heeft uitgesloten om er biologisch zeer waardevolle omgevingen in stand te houden. De oppervlaktevermindering houdt een vermindering van de exploiteerbare afzettingsreserve geschat op 3 450 000 ton, d.w.z. ongeveer 4 jaar, in. De opneming van een tweede ontginningsgebied op de site van Beumont is niet weerhouden wegens de hoge biologische waarde van de site en wegens zijn inpassing in een groot Natura 2000-gebied. De vermindering van de afzettingsreserve stemde overeen met ongeveer 1 750 000 ton, d.w.z. ongeveer 2 jaar ontginning.

Het besluit van 7 februari 2013 stelde de opneming in het ontginningsgebied van het « Bois Saint-Lambert » van een bijkomend voorschrift voor zodat het gebied pas na afloop van de uitbating van de andere ontginningsgebieden die bij deze herziening van het gewestplan zijn opgenomen tot stand gebracht mag worden, met uitzondering van de werken ter voorbereiding en opening van de afzetting.

Naast de planologische compensaties bevestigde het besluit ook de maatregel met het oog op de indiening van de overeenkomst tussen de steenhouwer en het Gewest om een beheersplan op te maken dat de naleving van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna garandeert.

Het besluit van de Waalse Regering tot aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin waarbij deze milieubeleidsverklaring wordt gevoegd, heeft eindelijk betrekking op de opneming : - van ontginningsgebieden als westelijke en oostelijke uitbreiding (2,1 ha en 12,5 ha) van het ontginningsgebied van de steengroeve van "Trieu Collet"; - van een ontginningsgebied als oostelijke uitbreiding van het ontginningsgebied van de steengroeve van "Matissen" (10,8 ha); - van een ontginningsgebied van 22,9 ha in het "Bois Saint-Lambert"; - van zes natuurgebieden op de site van de voormalige steengroeven van Merlemont, westelijk gedeelte (6,6 ha) en noordelijk gedeelte (11,2 ha), "Merlemont-Oost (15, ha), Monsieur (3,2 ha), Madame (3,7 ha) en Wayons (5,2 ha); - van vier landbouwgebieden op de sites van "Stoumont (25,9 ha), Mignonveau (2,1 ha), Wayons (5,1 ha) en Matissen (1,2ha)"; - van een bosgebied op de site van "Stoumont" (1,4ha); - van een groengebied op de site Bois du Corbeau (2,2 ha).

Het besluit bevestigt het bijkomend voorschrift waarmee het op de site van het « Bois Saint-Lambert » geplande ontginningsgebied pas na de exploitatie van de bij deze herziening van het gewestplan opgenomen andere ontginningsgebieden tot stand gebracht zal kunnen worden, met uitzondering van de werken ter voorbereiding en opening van de afzetting.

Het wordt ook vergezeld van een inrichtingsmaatregel die bepaalt dat de exploitatie van het ontginningsgebied van het « Bois Saint-Lambert » onderworpen wordt aan de voorwaarde dat de vergruis- en zeefinstallaties, de exploitatiezetel, de opslagruimtes en de zones waar de vrachtwagens geladen worden op die site verplaatst worden en dat een nieuwe verbindingsweg op kosten van de steenhouwer aangelegd wordt tussen die site en de N40 noordwaarts.

Dat besluit volgt voornamelijk de adviezen uitgebracht door de CRAT en de " Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" aan het einde van het onderzoek van het aan openbaar onderworpen dossier. Het houdt met name rekening met de door de CWEDD uitgebrachte voorwaarde m.b.t. de ondertekening van de partnerschapsovereenkomst tussen de verzoeker en het Departement Natuur en Bossen vermeld in het besluit van de Waalse Regering van 7 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 08/03/2013 numac 2013027070 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van het buitengewone onroerende erfgoed van Wallonië type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 18/03/2013 numac 2013201628 bron waalse overheidsdienst 7 FEBRUARI 2013 - Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van de wijziging in de statuten van de "Société régionale d'Investissement de Wallonie" , afgekort "SOGEPA" type besluit van de waalse regering prom. 07/02/2013 pub. 26/02/2013 numac 2013201080 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de tewerkstelling van gehandicapte werknemers in de provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en verenigingen van overheidsdiensten sluiten.

Zowel de CRAT als de CWEDD zijn gunstig voor het effectonderzoek van het gewestplan : de CWEDD is van mening dat het effectenonderzoek de nodige elementen bevat voor de besluitvorming en de CRAT is dan weer van mening van het effectenonderzoek van goede kwaliteit is. Ze onderstreept de duidelijkheid van het document en stelt vast dat het document de gebieden die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening en het milieu op een grondige manier analyseert.

De Regering heeft zich overigens gebaseerd op de adviezen van haar verschillende diensten die tijdens het onderzoek van het dossier m.b.t. de aanvraag tot herziening van het gewestplan zijn uitgebracht alvorens deze beslissing te nemen. Deze adviezen worden aangehaald in de verschillende besluiten aangenomen tijdens de herzieningsprocedure van het gewestplan.

Algemeen De bezwaren en opmerkingen uitgebracht tijdens het openbaar onderzoek hebben voornamelijk betrekking op het principe en de uitbating van een nieuw ontginningsgebied op de site van het Bois Saint-Lambert. Sommige brieven beogen een steun aan de vennootschap en aan de handhaving van de betrekkingen die de herziening van het gewestplan mogelijk zou maken. Een brief van de vennootschap Dolomies van Villers-le-Gambon beoogt de rechtzetting van bepaalde grenzen van de gebiedent in overeenstemming met de operationele realiteit van het bedrijf.

Een gedeelte van de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren hangt bovendien niet af van deze herziening van het gewestplan maar wel van de afgifte en van de opvolging van de vergunning. Dit is het geval voor de huidige uitbatingsvoorwaarden van de sites, voor de geluidsnormen, voor de trillingen, enz. Andere opmerkingen hebben betrekking op aangelegenheden die niet van het Wetboek afhangen en die uitgevoerd zullen moeten worden nadat deze herziening van het gewestplan in werking zal treden. Het is bij voorbeeld het geval van de verplaatsing van wegen opgenomen in de atlas van de buurtwegen Deze vragen zullen onderzocht moeten worden bij de eventuele afgifte of de wijziging van vergunningen, die slechts in aanmerking zullen worden genomen wanneer deze herziening van het gewestplan in werking zal treden op grond met name van de hieronder vermelde elementen en van de elementen vermeld in het effectenonderzoek van het gewestplan.

Beperkingen van de uitbreiding en geologie Volgens de steenhouwersgroep omvat de wijziging van het gewestplan reserves van 18 miljoen ton waarmee de activiteit tijdens 25 jaar voortgezet zal kunnen worden.

Over het algemeen trekken de bezwaarindieners de aanwezigheid van een dolomietafzetting in de sites betrokken bij de opneming als ontginningsgebied niet in twijfel. Sommige bezwaarindieners stellen nochtans de afwezigheid vast van grondproeven in het Bois Saint-Lambert die de schatting van het rendement van de afzetting onzeker zou maken.

Het effectenonderzoek bevestigt de ligging van de bedoelde sites op dolomietafzettingen en heeft bevestigd dat de herziening van het gewestplan noodzakelijk is voor de voortzetting van de activiteiten van de steengroeve voor de bevoorrading van de markt met een product dat enig is voor zijn fysische en kleurkenmerken, namelijk de in Merlemont uitgebate dolomiet.

De "S.A. Dolomie de Villers-le-Gambon" heeft een bezwaar ingediend tijdens het openbaar onderzoek m.b.t. de rectificatie van vier grenzen van ontginningsgebieden waarin het ontwerp van gewestplan voorziet .

De aanvraag streeft ernaar het plan te laten stroken met de operationele realiteit van het bedrijf die de Regering weerhoudt en in het besluit rechtvaardigt.

Kwaliteit van het effectenonderzoek De kwaliteit van het effectenonderzoek dat onvolledig, verkeerd en voorbijgestreefd is, wordt door verschillende bezwaarindieners betwist.

Deze klachten worden op gedetailleerde wijze in het besluit opgenomen.

Het besluit speelt daarop met verwijzing naar advies van 14 oktober 2013 van de CWEDD die van mening is dat het effectenonderzoek de nodige elementen bevat voor de besluitvorming. De "Commission régionale d'Aménagement du Territoire" acht in haar advies van 14 november 2013 dat het effectenonderzoek van goede kwaliteit is. Ze onderstreept de duidelijkheid van het document en stelt vast dat het document de gebieden die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening en het milieu op een grondige manier analyseert.

De procedure m.b.t. de herziening van het gewestplan houdt in het Waalse Gewet in dat om de adviezen van de "Commission régionale d'Aménagement du territoire", van de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" en van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu (huidig Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu) verzocht is overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek over de ontwerp-inhoud van het effectenonderzoek van het gewestplan; dat de adviesaanvraag op de omvang en de nauwkeurigheid van de gegevens die het effenctenonderzoek van het gewestplan diende te bevatten, betrekking had. De adviezen van de CRAT en van de CWEDD zijn van 9 mei 2006 en het advies van het DGRNE is van 19 mei 2006.

De Regering had rekening gehouden met die adviezen voor de eindopmaking van de inhoud van het effectenonderzoek van het plan; het feit dat de site van het Bois Saint-Lambert een aanzienlijke natuurlijke rijkdom omvat, was bekend en er werd in de inhoud van het onderzoek de nadruk gelegd op de noodzaak van een aangepaste evaluatie van de milieugevolgen van het voorontwerp van plan in de zin van de wetgeving Natura 2000. De evaluatie van de milieugevolgen maakte natuurlijk reeds volledig deel uit van de ontwerp-inhoud van het effectenonderzoek en die inhoud is slechts op basis van de door het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu ingediend tekst aangevuld.

Biologie/Natuurlijk erfgoed Tijdens het openbaar onderzoek hebben bezwaren betrekking gehad op de biologische kwaliteit van de bij het project en de omgeving ervan betrokken sites.

Het besluit tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan speelt breedvoerig op die bezwaren op basis van het effectenonderzoek van het gewestplan alsmede op grond van de adviezen van de "Commission régionale d'Aménagement du territoire", van de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable"en van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu uitgebracht na het openbaar onderzoek maar ook op grond van de administraties en instellingen die tijdens de procedure zijn uitgebracht. De verklaring verwijst naar de tekst van dit besluit.

Tot slot acht de Regering dat ze niet achter de argumentatie van de bezwaarindieners kan staan en dat de evaluatie van de gevolgen van het ontwerp tot herziening van het gewestplan op de biodiversiteit in deze fase van de procedure het voorwerp uitmaakt van een voldoende analyse.

De Regering hoort overigens de aanbevelingen van haar administratie wat betreft het onderzoek van de eventuele uitbreiding van de Natura 2000-sites tot de sites van Beumont en Moriachamps en die vraag zal onderzocht worden door de Instandhoudingscommissie van Namen en tijdens de aanneming van het besluit tot aanwijzing van de site N2000 BE25029 want ze niet onder deze procedure valt. Het effectenonderzoek gebonden aan elke vergunningsaanvraag voor de uitvoering van de ontginningsgebieden zal overigens het voorwerp uitmaken van een meer gedetailleerde analyse door de kandidaat-uitbater.

Bovendien keurt de Regering gezamenlijk met de aanneming van de herziening van het gewestplan de partnerschapsovereenkomst van 29 juni 2015 gesloten tussen de "S.A. Dolomies de Villers le-Gambon" en de "S.A. Dolomies de Merlemont" enerzijds, en het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst, anderzijds, over de oprichting en het beheer van domaniaal natuurreservaat. .

Hydrogeologie/Hydrologie Bezwaarindieners stellen vast dat het effectonderzoek geen uitvoerig hydrogeologisch onderzoek bevat Anderen achten dat de evaluatie van de gevolgen op het hydrologisch net onvolledig is. Vrees wordt ook uitgedrukt over het waterniveau van de rivieren ten gevolgen van de voor de uitbating nodige oppompingen en over hun gevolgen op de bevoorrading van goederen in bronwater.

De Regering speelt op die waarschuwingen in het besluit tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan zowel op basis van adviezen van haar administratie als op basis van het effectenonderzoek van het gewestplan. Ze onthoudt dat de hydrogeologie evenwel het voorwerp zal moeten uitmaken van een grondig onderzoek in het kader van het dossier m.b.t. de aanvraag om globaal vergunning en van het toezicht op de uitvoering ervan.

Levenskwaliteit//Landschap/Conflicten in het gebruik van de bodem Bezwaarindieners leggen de nadruk op het feit dat de site van het Bois Saint-Lambert en de omgeving een prachtige plaats met ontegensprekelijke landschapskwaliteiten is die voor altijd aangetast en vernietigd zou worden door de overwogen ontginning en het nieuwe aanvullende vervoernet. Ze onderstrepen de rust van de plaats en het feit dat ze een gezonde omgeving vormen en dat de aankomst van een nieuw ontginningsbedrijf geluidshinder, verstrooiing van de stoffen, trillingen, schade aan de gebouwen en hinder voor de inwoners van het dorp Sautour waarvan een gedeelte beschermd is, als gevolg zou hebben; dat de gebouwen en de dorpen een waardevermindering zullen hebben. Ze zijn van mening dat het effectenonderzoek het belang van een mogelijk ongeval gebonden aan de aanwezigheid van een gasleiding minimaliseert.

De meeste van die bezwaren hebben betrekking op de ligging en de exploitatie van een industrieel project waarvan de modaliteiten in deze stadium van de procedures niet bekend zijn. Een antwoord zal moeten komen op de bezwaren in het kader van de procedures m.b.t. de vergunningsaanvraag en de evaluatie van de latere gevolgen alsook in de formulering van de vergunning die toegekend zou worden. Die vergunning zou bovendien onderworpen worden aan de door de steenhouwerssector na te leven sectorale voorwaarden die vermeld zijn in het Milieuwetboek.

Het besluit van de Waalse Regering tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan motiveert overigens het antwoord van de Regering op die elementen op basis van de analyses en aanbevelingen van het effectenonderzoek van het gewestplan.

Bezwaarindieners spreken zich uit over de voorgestelde trajecten voor de afvoer van de producten uit het in het Bois Saint-Lambert overworgen ontginningsgebied; meerdere onder hen verwerpen het overwogen traject tussen de site van het Bois Saint-Lambert en de huidige site van Merlemont, met name wegens de frequentie van het overwogen verkeer en van de hinder voor de omwoners. Varianten van het traject die de afvoer vanaf de site van het Bois Saint-Lambert naar het noorden om een directe toegang tot de N40 te hebben maken het voorwerp uit van commentaren en worden verworpen wegens de aanwezigheid van Natura 2000-gebieden of wegens afwezigheid van zichtbaarheid bij de uitgang op de N40.

De Regering is van mening dat het geheel van de tijdens de procedure uitgebrachte adviezen pleiten voor de aanleg van een nieuwe asfaltweg over ongeveer 2,5 k voor de vrachtwagens tussen de site van het Bois Saint-Lambert en de N40 in het noorden. Ze weerhoudt die oplossing en legt ze aan de steenhouwer op in het besluit tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan.

Bezwaarindieners leveren kritiek op de verkaveling van de landbouwpercelen, die bovendien door een intern communicatienet doorkruist zouden worden en het feit dat drie landbouwers daarbij betrokken zouden worden. Ze betreuren dat het vraagstuk van de onteigeningen geminimaliseerd wordt in het onderzoek naar de effecten van het gewestplan.

Na met redenen omklede analyse acht de Regering dat het aantal bij die verkeersweg betrokken landbouwpercelen beperkt zou worden en dat de weerslag van de gewestplanherziening op de landbouwactiviteit aanvaardbaar is. Ze zal overigens de steenhouwersgroep aansporen om oplossingen te onderzoeken met de betrokken landbouwers.

Bijkomend voorschrift Bezwaarindieners betwisten de wijze waarop het bijkomend voorschrift *R.2.4 betreffende het ontginningsgebiedproject op de site van het « Bois Saint-Lambert » is opgesteld zoals onderworpen aan het openbaar onderzoek. Dit voorschrift vermeldt : "Het ontginningsgebied gemerkt *R.2.4 zal pas van start mogen gaan na afloop van de uitbating van de andere ontginningsgebieden die door deze herziening van het gewestplan opgenomen zijn, met uitzondering van de werken voor de voorbereiding en de opening van de afzetting." De bezwaarindieners achten dat de rust van de inwoners van Sautour zou kunnen verdwijnen zodra de herziening van het gewestplan in werking treedt omdat de stenhouwersgroep meteen zou kunnen overgaan tot de voorbereiding van de uitgraving.

De Regering stelt vast dat de CRAT en de CWEDD daarover geen advies hebben uitgebracht. De gemeenteraad van Philippeville verbindt zich dan weer in geval van goedkeuring van gedeeltelijke herziening van het gewestplan ertoe de fasering van de exploitaties op te leggen, met name de exploitatie van de sites Trieux-Collet en Hollande in eerste instantie en, aan het einde van de exploitatie van voornoemde sites, de exploitatie van het « Bois Saint-Lambert ». De Regering is van plan de formulering van het bijkomende voorschrift betreffende de site van het « Bois Saint-Lambert » te behouden om de programmering van de tenuitvoerlegging van het industrieel project van de steenhouwersgroep toe te laten en elke schadelijke onderbreking van de ontginningsactiviteit te voorkomen. Ze bevestigt dat de overheid die belast is met de afgifte van de eenmalige vergunning in dat kader het gepaste tijdstip zal moeten bepalen voor het opstarten van de werken ter voorbereiding en opening van de afzetting van het « Bois Saint-Lambert » op grond van het exploitatieschema dat in aanmerking zal worden genomen voor de andere ontginningsgebieden die bij dit besluit op het plan zijn opgenomen en waarvan de exploitatie in een eerste fase voorzien wordt.

Compensaties Wat betreft de planologische compensaties die aan het openbaar onderzoek werden onderworpen, achten bezwaarindieners dat niet bewezen is in hoeverre ze de door het project veroorzaakte specifieke effecten op het leefmilieu en de biodiversiteit zouden kunnen verminderen of compenseren. Ze achten dat de compensaties betrekking hebben op types habitats die totaal verschillen van degene die vernietigd zouden kunnen worden op de sites die als ontginningsgebied zouden worden opgenomen. In het bijzonder zouden de effecten voor de door de exploitatie van de site van het « Bois Saint-Lambert » bedreigde soorten niet gecompenseerd kunnen worden door de compensaties.

Bezwaarindieners wijzen erop dat, om het behoud van de beschermde soorten mogelijk te maken, het beter is om te voorzien in de geleidelijke verbetering van andere gelijkwaardige habitats of van habitats die gunstig zijn voor de beschermde soorten dan een bos door voormalige groeven te vervangen. Ze achten dat geen enkel compensatiegebied met dezelfde waarde voorgedragen kan worden inzake uitgestrektheid of biologische waarde. Bezwaarindieners vragen dat de evaluatie diepgaander onderzoek doet naar de mogelijke alternatieven en naar andere compensaties dan louter planologische alternatieven.

De Regering stelt vast dat de planologische compensaties die in het ontwerp van herziening van het gewestplan in aanmerking genomen worden een grotere oppervlakte bestrijken dan die van de op het plan opgenomen nieuwe ontginningsgebieden en dat artikel 46, § 1, 3°, van het « CWATUPE » derhalve nageleefd wordt. Anderzijds stelt ze vast dat het effectonderzoek de plaatsbepaling van de compensaties en de geschiktheid van de wijziging van bestemming ervan bekrachtigt, vanwege zowel de feitelijke als de juridische situatie ervan : voormalige groeven die al geëxploiteerd zijn, aanwezigheid van leisteenafzettingen die niet interessant zijn voor exploitatie, sites opgenomen als Natura 2000-sites, enz...; dat bijgevolg geen enkele alternatieve plaatsbepaling van de compensaties in het onderzoek wordt voorgedragen.

In haar advies van 14 november 2013 gaat de "Commission régionale d'Aménagement du Territoire" in tegen de omzetting van het « Bois du Corbeau » in natuurgebied. De Commissie is inderdaad van mening dat de ontstedelijking van het gebied Bois du Corbeau niet opportuun is en dat de opneming van een natuurgebied een te dwingend karakter zal hebben op eventuele verbouwingen die later zouden kunnen gebeuren op de bestaande woningen. Ze stelt vast dat de ontstedelijking van dit gebied ook niet noodzakelijk is aangezien het project meer ontstedelijking als bebouwing voorziet.

Dat standpunt berust blijkbaar niet op een bezwaar dat tijdens het openbaar onderzoek is geformuleerd. Slechts één enkele bezwaarindiener drukt zijn wens uit om « het Bois des Corbeaux » te redden maar die wens is evenmin gegrond. De Regering stemt ermee in dat de opneming van een natuurgebied een te dwingend effect zal hebben op eventuele transformaties die de bestaande woonruimte later zou kunnen ondergaan.

Ze acht echter dat het niet relevant is om gronden waarvan de exploitatie voltooid is in ontginningsgebied te behouden en ze acht dat er rekening gehouden moet worden met het feit dat die gronden hoe dan ook opgenomen zijn in de omtrek van een site Natura 2000, waardoor ze beschermd zijn. De Regering beslist tenslotte om het « Bois des Corbeaux » als groengebied te bestemmen.

Opvolgingscomité Sommige bezwaarindieners stellen voor dat een opvolgingscomité voor de groeve ingesteld wordt en dat ze een nauwe samenwerking tussen de gemeente, de uitbaters en de natuurbehoudsorganen voorstaan. Ze wensen dat permanente en reële procedures inzake « overleg en coproductie van constructieve oplossingen » ingevoerd worden.

De Regering hoort die voorstellen en neemt van nu af aan het beginsel van de instelling van een opvolgingscomité in overweging zoals bepaald bij de artikelen D.29-25 en volgende van Boek I van het Leefmilieuwetboek door het te formaliseren in de bepalingen van dit besluit.

Voor de rest verwijst de Regering naar de tekst van het besluit tot definitieve aanneming van de herziening van het gewestplan.

Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 juli 2015 tot aanneming van de gedeeltelijke herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van een ontginningsgebied en compensatiegebied (natuurgebieden, landbouwgebieden, bosgebied en groengebied) op het grondgebied van de gemeente Philippeville (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon).

Namen, 9 juli 2015.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, DI ANTONIO

BIJLAGE 2 14 NOVEMBER 2013. - Advies van de CRAT betreffende het ontwerp tot herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met het oog op de opneming van ontginningsgebieden en compensatiegebieden (Merlemont, Sautour, Franchimont en Villers-le-Gambon) INLEIDING Aanhangigmaking en antwoord Met haar schrijven ontvangen op 20 september 2013, heeft het DGO4 om het advies gevraagd van de CRAT over bovengenoemd project.

Overeenkomstig artikel 43, § 4, van het CWATUPE heeft het advies van de CRAT betrekking op het dossier dat bestaat uit het ontwerp van plan samen met het effectonderzoek en uit de bezwaren, opmerkingen, processen-verbaal en adviezen uitgebracht tijdens het openbaar onderzoek.

De CRAT heeft kennis genomen van het geheel van de hierboven vermelde elementen van het dossier en heeft ze geanalyseerd.

Voorgeschiedenis De CRAT heeft reeds twee adviezen over dit gewestplan van Philippeville-Couvin uitgebracht, namelijk : 1. Bemerkingen van 13 mei 2008 (Ref.: 08/CRAT A.679-AN) betreffende de eerste fase van het effectonderzoek : GUNSTIG VOOR DE VOORTZETTING VAN HET ONDERZOEK "De CRAT brengt een gunstig advies uit voor de voortzetting van het onderzoek maar dringt erop dat het volume van de afzettingsreserves in de tweede fase van het onderzoek duidelijk geschat wordt op grond van een optimale benutting van de afzetting. De Commissie acht immers dat één of meerdere gebieden voorzien voor een exploitatie voor 30 jaar geen doel op zich is maar wat belangrijk is, is de optimale benutting van de afzetting. Het is dan ook aangewezen om te onderzoeken of de voor elk gebied voorziene oppervlakte belangrijker is dan die van de afzetting om te voorkomen bijvoorbeeld dat de opslag van de gronden of het optrekken van merloenen op een exploiteerbare afzetting gebeurt.

In dergelijk geval zou de oppervlakte van de betrokken gebieden herzien moeten worden.

Het onderzoek zal ook de bestemming van de niet-bebouwbare gebieden, in het bijzonder de als natuurgebied bestemde gebieden, rechtvaardigen en de impact op de activiteiten en de gebouwen ter plaatse analyseren.

De Commissie verzoekt er ook om dat de uitvoerder van het onderzoek de effecten van de grondreservebaan tussen het gehucht Hollande en de installaties van Merlemont alsook de problemen inzake verkeerstoegang en de gevolgen van het voertuigenverkeer veroorzaakt door de uitvoering van de nieuwe ontginningsgebieden, meer bepaald dat van het Bois Saint-Lambert onderzoekt. De in het besluit van de Waalse Regering voorgestelde alternatieve compensatie die het sluiten van een overeenkomst met de Directie Natuur en bossen zal bovendien diepgaand onderzocht moeten worden.

Overigens acht de CRAT dat de rechtvaardiging van de afwezigheid van alternatief onvoldoende is. Het is immers niet bewezen dat het onmogelijk is de gebieden Matissen en Trieu-Collet uit te breiden boven wat heden voorzien is, wat de exploitatie van de sites van het Bois Saint-Lambert en Moriachamps zou kunnen uitstellen.

Wat betreft de kwaliteit van het onderzoek acht de CRAT dat sommige gedeelten van de eerste fase oppervlakkig zijn. Ze betreurt de afwezigheid van een alternatieve ligging.

De Commissie sluit aan bij de opmerkingen geformuleerd door de administratie in haar schrijven van 18 maart 2008". 2. Bemerkingen van 4 november 2008 (Ref.: 08/CRAT A.726-AN) betreffende de tweede fase van het effectenonderzoek : NEEMT AKTE EN IS DE VOORTZETTING VAN HET ONDERZOEK GUNSTIG GEZIND "De Commissie heeft vragen bij het belang om een alternatieve compensatie te handhaven daar de opneming van de voorgestelde ontginningsgebieden aanzienlijk gecompenseerd wordt door de opneming van bebouwbare gebieden als niet-bebouwingsgebieden, te meer daar die verschillende sites opgenomen als Natura 2000-gebieden het voorwerp zullen moeten uitmaken van een beheersplan.

Overigens sluit de CRAT aan bij de door de uitvoerder van het onderzoek voorgestelde maatregelen, met name die met het oog op de opneming van een bijkomend voorschrift, waarbij de fasering in de tijd en de ruimte van de verschillende ontginningsgebieden wordt verzekerd.

De Commissie acht dat het effectenonderzoek van goede kwaliteit is." Omschrijving van het ontwerp Het ontwerp tot herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin beoogt de opneming : - van een ontginningsgebied als uitbreiding van de ontginningsgebieden van de steengroeven van "Trieu Collet" en "Matissen"; - van een ontginningsgebied in het Bois Saint-Lambert dat voorzien zal worden met de overdruk *R.2.4. Die overdruk bepaalt dat het gebied pas van start zal mogen gaan na afloop van de uitbating van de andere ontginningsgebieden die door deze herziening van het gewestplan opgenomen zijn, met uitzondering van de werken voor de voorbereiding en de opening van de afzetting.

Het ontwerp voorziet in de volgende planologische compensaties : - zeven natuurgebieden op de site van de voormalige steengroeven van "Merlemont, Monsieur, Madame, Matissen, Wayons en Bois du Corbeau"; - vier landbouwgebieden op de sites van Stoumont, Mignonveau, Wayons en Matissen; - een bosgebied op de site van Stoumont.

Naast de planologische compensaties bepaalt het ontwerp ook dat : "Om het beheer van de Natura 2000-gebieden te garanderen die als planologische compensatie worden voorgesteld zoals bedoeld in artikel 46, § 1, 3°, en opdat dit beheer overeenstemt met de geest van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna zal de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon een partnerschap afsluiten in de vorm van een overeenkomst met het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst om een beheersplan op te maken dat de naleving van deze Richtlijn garandeert. De overeenkomst zal aan de Regering ter goedkeuring worden voorgelegd uiterlijk op de datum van de definitieve goedkeuring van de wijziging van het gewestplan".

MEDEDELING Over de opneming van ontginningsgebieden De CRAT is de opneming van de voorgestelde ontginningsgebieden en de overdruk *R.2.4 op het ontginningsgebied van Bois Saint-Lambert gunstig gezind.

Ze is van mening dat het nieuwe ontginningsgebied in het Bois-Saint-Lambert en de uitbreidingen van de steengroeven van Trieu-Collet en Matissen (Hollande) de optimalisering van de afzetting en van haar specificiteit mogelijk maken en een enig en uniek ontwerp tot uitbreiding van de ontginningsactiviteit van de bestaande dolomiet in de streek vormen.

Ze vindt ook bij het lezen van de bezwaren uitgebracht in het kader van het openbaar onderzoek, dat een meerderheid van deze bezwaren meer betrekking hebben op de vergunning als op de herziening van het gewestplan.

Over de opneming van planologische compensaties 2.3.1. Over de opneming van zeven natuurgebieden De CRAT is de opneming van de zeven natuurgebieden, met uitzondering van het natuurgebied Bois du Corbeau gunstig gezind.

De Commissie is inderdaad van mening dat de ontstedelijking van het gebied Bois du Corbeau niet opportuun . De opneming van een natuurgebied zal een te dwingend effect hebben op eventuele transformaties die de bestaande woonruimte later zou kunnen ondergaan.

Ze stelt vast dat de ontstedelijking van dit gebied ook niet noodzakelijk is aangezien het project meer ontstedelijking als bebouwing voorziet. 2.3.2. Over de opneming van vier landbouwgebieden De CRAT is de opneming van vier landbouwgebieden gunstig gezind.

De CRAT is van mening dat de opneming van deze vier landbouwgebieden zal toelaten om het gewestplan aan de feitelijke toestand aan te passen. 2.3.3. Over de opneming van een bosgebied De CRAT is de opneming van dat gebied gunstig gezind.

De CRAT is van mening dat de opneming van een bosgebied op deze plek zal toelaten om het gewestplan aan de feitelijke toestand aan te passen.

Over de alternatieve compensatie De CRAT is de alternatieve compensatie gunstig gezind die bepaalt dat de S.A. Dolomie van Villers-le-Gambon een partnerschap in de vorm van een overeenkomst zal afsluiten met het DNF (Departement Natuur en Bossen) om een beheersplan op te maken dat de naleving van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna garandeert.

De CRAT vindt inderdaad dat deze overeenkomst in een doelstelling van goed beheer van de Natura 2000 sites die als compensatie worden voorgesteld en van valorisatie van de plaatselijke natuurlijke rijkdom past.

Over de kwaliteit van het effectonderzoek De CRAT vindt dat het effectonderzoek van goede kwaliteit is.

Ze onderstreept de duidelijkheid van het document en stelt vast dat het document de gebieden die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening en het milieu op een grondige manier analyseert.

Voor de CRAT : De voorzitter, P. GOVAERTS


begin


Publicatie : 2015-09-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^