Besluit Van De Waalse Regering van 11 juli 2013
gepubliceerd op 02 augustus 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van

bron
waalse overheidsdienst
numac
2013204348
pub.
02/08/2013
prom.
11/07/2013
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

11 JULI 2013. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 houdende sectorale voorwaarden voor de exploitatie van centra voor technische ingraving


De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, inzonderheid op de artikelen 19, § 3, en 60;

Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, artikelen 4, 5, 7, 8 en 9;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 houdende sectorale voorwaarden voor de exploitatie van centra voor technische ingraving;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen in centra voor technische ingraving;

Gelet op het advies van de gewestelijke afvalcommissie, gegeven op 19 april 2013;

Gelet op het advies nr. 53.386/4 van de Raad van State, gegeven op 19 juni 2013 overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik;

Gelet op Richtlijn 2011/97/EU van de Raad van 5 december 2011 tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG met betrekking tot specifieke criteria voor opslag van metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd;

Overwegende dat de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 en van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 niet alle kenmerken van metallisch kwik in aanmerking nemen, dat voor de veilige en langetermijnopslag van die stoffen naast de bestaande regelgeving voorzien moet worden in bijkomende voorschriften;

Overwegende bijgevolg dat de nieuwe voorschriften opgelegd bij de Richtlijn 2011/97/EU bedoeld in de eerste considerans uitsluitend op de tijdelijke opslag van toepassing zijn en dat ze beschouwd worden als geschikt en representatief voor de beste beschikbare technieken inzake de veilige opslag van metallisch kwik gedurende een periode van maximum vijf jaar;

Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen in centra voor technische ingraving

Artikel 1.Artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen in centra voor technische ingraving wordt vervangen als volgt : «

Artikel 1.De Richtlijnen 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen, 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal Richtlijnen en 2011/97/EU van de Raad van 5 december 2011 tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG met betrekking tot specifieke criteria voor opslag van metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd worden gedeeltelijk omgezet bij dit besluit.

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidend als volgt : « § 8. In afwijking van paragraaf 1, a), kan metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd krachtens artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik in een adequate omhulling en overeenkomstig bijlage IIIbis, punt C, opgeslagen worden als volgt : 1° tijdelijk gedurende meer dan een jaar of permanent (verwijderingshandelingen G1 of D12 respectievelijk zoals omschreven in de bijlagen IV en II bij het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen) in zoutmijnen die voor de verwijdering van metallisch kwik geschikt zijn gemaakt of in diepe, ondergrondse en harde rotsformaties die hetzelfde niveau van veiligheid en insluiting bieden als die zoutmijnen;2° tijdelijk (verwijderingshandeling G1, zoals omschreven in bijlage IV bij het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen) gedurende meer dan een jaar in bovengrondse installaties voor de tijdelijke opslag van metallisch kwik die daarvoor uitgerust zijn.In dat geval zijn de in bijlage V bedoelde criteria niet van toepassing. ».

Art. 3.Artikel 3bis van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een punt C, luidend als volgt : « C. Metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd Op de tijdelijke opslag gedurende meer dan een jaar van metallisch kwik zijn de volgende voorschriften van toepassing : 1. Samenstelling van het kwik Metallisch kwik moet voldoen aan de volgende specificaties : 1° kwikgehalte hoger dan 99,9 gewichtsprocent;2° geen onzuiverheden die koolstofstaal of roestvrij staal kunnen corroderen (bv.salpeterzuuroplossing, chlorideoplossingen). 2. Inrichting van het centrum voor technische ingraving of van de cel : 1° metallisch kwik moet apart van andere afvalstoffen worden opgeslagen;2° de vaten moeten worden opgeslagen in verzamelbekkens die op passende wijze gecoat zijn zodat zij vrij zijn van scheuren en gaten en geen metallisch kwik doorlaten, en waarvan de capaciteit toereikend is voor de opgeslagen hoeveelheid kwik;3° de opslaglocatie moet voorzien zijn van kunstmatige of natuurlijke barrières die geschikt zijn om het milieu tegen kwikemissies te beschermen en waarvan de capaciteit toereikend is voor de totale opgeslagen hoeveelheid kwik;4° de vloeren van de opslaglocatie moeten bedekt zijn met een kwikbestendig dichtingsproduct.Er moet een hellend oppervlak met een vergaarbekken voorhanden zijn; 5° de opslaglocatie moet zijn uitgerust met een brandbeveiligingssysteem;6° de opslag moet zodanig worden ingericht dat alle vaten gemakkelijk bereikbaar zijn.3. Omhulling Vaten die voor opslag van metallisch kwik worden gebruikt, moeten corrosie- en schokbestendig zijn.Lasverbindingen moeten daarom worden vermeden.

De vaten moeten daarom in het bijzonder voldoen aan de volgende eisen : 1° materiaal van het vat : koolstofstaal (ten minste ASTM A36) of roestvrij staal (AISI 304, 316L);2° de vaten moeten gas- en vloeistofdicht zijn;3° de buitenkant van het vat moet bestand zijn tegen de opslagomstandigheden; 4° het vat moet voorzien zijn van een attest waaruit blijkt dat het ontwerptype ervan met succes de valproef en de dichtheidsproef heeft doorstaan, zoals omschreven onder de punten 6.1.5.3 en 6.1.5.4 van het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, ondertekend te Genève op 30 september 1957.

De vullingsgraad van het vat mag ten hoogste 80 volumeprocent bedragen, zodat er voldoende vrije ruimte beschikbaar is en er geen lekkage of permanente vervorming van het vat kan optreden ten gevolge van expansie van de vloeistof door hoge temperatuur. ». HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 houdende sectorale voorwaarden voor de exploitatie van centra voor technische ingraving

Art. 4.Het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 houdende sectorale voorwaarden voor de exploitatie van centra voor technische ingraving wordt aangevuld met een artikel 1bis, luidend als volgt : «

Art. 1bis.Richtlijn 2011/97/EU van de Raad van 5 december 2011 tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG met betrekking tot specifieke criteria voor opslag van metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd wordt gedeeltelijk omgezet bij dit besluit. ».

Art. 5.Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een artikel 25bis, luidend als volgt : «

Art. 25bis.Voor de tijdelijke opslag van metallisch kwik gedurende langer dan een jaar zijn de volgende voorschriften van toepassing : Alle documenten met de gegevens bedoeld onder punt C van bijlage 3bis bij het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van de afvalstoffen in centra voor technische ingraving alsook onder punt 1.4 van bijlage 3 bij dat besluit, met inbegrip van de certificaten waarvan de vaten voorzien zijn en de lijsten met de melding van de voorraadvermindering en de afvoer van metallisch kwik na een tijdelijke opslag, de bestemming en de voorziene behandeling ervan, worden gevoegd bij het register bedoeld in artikel 25 en gedurende minstens drie jaar na afloop van de opslag bewaard. »

Art. 6.Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een artikel 61bis, luidend als volgt : «

Art. 61bis.Voorschriften inzake toezicht, inspectie en noodsituaties Voor de tijdelijke opslag van metallisch kwik gedurende langer dan een jaar zijn de volgende voorschriften van toepassing : Op de opslaglocatie moet een permanent meetsysteem voor kwikdamp met een gevoeligheid van ten minste 0,02 mg kwik/m3 moet worden geïnstalleerd. Sensoren moeten op het grondniveau en op hoofdhoogte worden opgesteld. Dit systeem moet een visueel en akoestisch alarmmechanisme omvatten. Het moet jaarlijks onderhouden worden.

De opslaglocatie en de vaten moeten ten minste eenmaal per maand visueel onderzocht worden door een bevoegde persoon. Wanneer lekken worden vastgesteld, moet de exploitant onmiddellijk het nodige ondernemen om elke kwikemissie in het milieu te voorkomen en de veiligheid van de opslag van het kwik te herstellen.

Elk lek wordt geacht significante nadelige milieueffecten te hebben en wordt onmiddellijk meegedeeld aan de technisch ambtenaar, de toezichthoudend ambtenaar en de burgemeesters van de gemeenten waar het centrum voor technische ingraving gevestigd is.

Noodplannen en passende beschermende uitrusting voor het hanteren van metallisch kwik moeten op de locatie ter beschikking staan. »

Art. 7.In bijlage 3 bij hetzelfde besluit wordt punt 1 aangevuld met een punt 1.4, luidend als volgt : « 1.4. tijdelijke opslag van metallisch kwik gedurende meer dan een jaar 1.4.1. Aanvaardingssprocedures Alleen vaten met een certificaat dat aan de in dit punt vastgestelde voorschriften voldoet, mogen aanvaard worden.

De aanvaardingsprocedures voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° alleen metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd krachtens artikel 2 van verordening 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 oktober inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik en dat voldoet aan de minimale toelatingscriteria bedoeld onder punt C, 1.van bijlage IIIbis bij het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van de afvalstoffen in centra voor technische ingraving wordt aanvaard; 2° de vaten worden voor opslag visueel onderzocht.Beschadigde, lekkende of gecorrodeerde vaten mogen niet worden aanvaard; 3° de vaten moeten een duurzaam merkteken dragen (aangebracht door ponsing), waarop het identificatienummer van het vat, het constructiemateriaal, het leeggewicht, de referentie van de fabrikant en de datum van fabricage vermeld staan;4° de vaten moeten een permanent op het vat bevestigd plaatje dragen waarop het identificatienummer van het certificaat vermeld staat. 1.4.2. Certificaat Het certificaat bevat de volgende gegevens : 1° naam en adres van de afvalproducent;2° naam en adres van de voor het vullen verantwoordelijke persoon;3° plaats en datum van vullen;4° hoeveelheid kwik;5° de zuiverheid van het kwik en, indien relevant, een beschrijving van de onzuiverheden, inclusief het analyserapport;6° de bevestiging dat de vaten uitsluitend voor het vervoer/de opslag van kwik zijn gebruikt;7° de identificatienummers van de vaten;8° eventuele specifieke opmerkingen. De certificaten worden afgegeven door de producent van de afvalstoffen of, bij gebreke daaraan, door de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer ervan. ».

Art. 8.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 11 juli 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^