Besluit Van De Waalse Regering van 12 mei 2011
gepubliceerd op 24 mei 2011
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de toelagen betreffende de doorgangsgebouwen gebruikt voor landbouwdoeleinden en tot bepaling van de modaliteiten van hun terbeschikkingstelling

bron
waalse overheidsdienst
numac
2011202467
pub.
24/05/2011
prom.
12/05/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

12 MEI 2011. - Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de toelagen betreffende de doorgangsgebouwen gebruikt voor landbouwdoeleinden en tot bepaling van de modaliteiten van hun terbeschikkingstelling


De Waalse Regering, Gelet op het programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken, inzonderheid op artikel 113;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 juli 2010 en 8 februari 2011;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 22 juli 2010 en 10 februari 2011;

Gelet op advies nr. 49.305/4/AG van de Raad van State, gegeven op 23 maart en 5 april 2011, overeenkomstig artikel 84, § 1, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het advies van de "Conseil économique et social de la Région wallonne" (Sociaal-Economische Raad van het Waalse Gewest, gegeven op 4 oktober 2010;

Op de voordracht van de Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, Besluit : HOOFDSTUK I. - Toekenning en modaliteiten van de berekening van de toelagen betreffende de doorgangsgebouwen gebruikt voor landbouwdoeleinden

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° promotor : de rechtspersonen bedoeld in artikel 113, eerste lid, van het programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken;2° doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden : gebouw bestemd voor activiteiten inzake de verwerking of de afzet van landbouwproducten, met inbegrip van opslagactiviteiten, verricht door landbouwers of coöperatieve verwerkings- en afzetvennootschappen alsmede de roerende of technische uitrusting van die gebouwen bestemd voor de ontwikkeling van "korte circuits" voor de valorisatie van landbouwproducten;3° bestuur : het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;4° berekeningscijfer : cijfer dat driemaandelijks bepaald wordt en dat gelijk is aan de gemiddelde waarde van de EURIBOR-rentevoet op één jaar van het vorige kwartaal dat met 1,5 % verhoogd is zonder evenwel het cijfer van 5 % te mogen overschrijden.

Art. 2.§ 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan een door een promotor voorgesteld project van doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden in aanmerking komen voor een toelage krachtens de bepalingen van dit besluit. § 2. De toelage wordt verleend in de vorm van : 1° ofwel een kapitaalsubsidie;2° ofwel een interestsubsidie wanneer de promotor een krediet aangaat;3° ofwel een verbinding tussen de in de punten 1° en 2° bedoelde subsidies. In het in artikel 8 bedoelde kandidatuurdossier vermeldt de promotor de keuze van de subsidie of van de verbinding van subsidies waaraan hij de voorkeur geeft.

Die keuze geeft de promotor geen enkel recht en bindt het bestuur niet. § 3. Het subsidiepercentage wordt met een bonus verhoogd wanneer het project van doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden : 1° gelegen is in één van de vrije zones bedoeld in artikel 38 van het programmadecreet van 23 februari 2006 betreffende de prioritaire acties voor de toekomst van Wallonië;2° minstens tien landbouwers betreft;3° rechtstreeks minstens 5 voltijds equivalenten creëert.

Art. 3.§ 1. De in artikel 2, § 2, 1°, bedoelde kapitaalsubsidie wordt in opeenvolgende jaarlijkse schijven betaald. § 2. Voor de onroerende investeringen is de jaarlijkse schijf gelijk aan 4 % van het nominale investeringsbedrag.

Dat percentage wordt met een bonus van 1 % verhoogd, wanneer het project van doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden één van de in artikel 2, § 3, bedoelde kenmerken vertoont.

Het percentage mag niet met meer dan twee bonussen verhoogd worden.

De jaarlijkse schijven die voor een onroerende investering toegekend worden, mogen niet hoger zijn dan vijftien. § 3. Voor de onroerende investeringen is de jaarlijkse schijf gelijk aan 6 % van het nominale investeringsbedrag.

Dat percentage wordt met een bonus van 2 % verhoogd wanneer het project van doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden één van de in artikel 2, § 3, bedoelde kenmerken vertoont.

Het percentage mag niet met meer dan twee bonussen verhoogd worden.

De jaarlijkse schijven die voor een onroerende investering toegekend worden, mogen niet hoger zijn dan negen.

Art. 4.Wanneer de promotor een krediet aangaat, wordt de in artikel 2, § 2, 2°, bedoelde interestsubsidie verleend in de vorm van een tegemoetkoming in de tenlasteneming van de interestkosten die de investeringen betreffende het project van doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden bezwaren.

De subsidie is gelijk aan het verschil tussen de rentevoet van 1 % ten laste van de promotor en het berekeningscijfer dat in werking is op het tijdstip van de ondertekening van de leningsakte met de kredietinstelling.

De duur van de interestsubsidie mag niet hoger zijn dan zes jaar.

Art. 5.De garantie van het Waalse Gewest kan gevraagd worden voor elk project van doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden dat het voorwerp uitmaakt van een toelage en waarvoor een lening door de promotor bij een kredietinstelling wordt aangegaan.

De garantie vult in voorkomend geval de door de promotor gestelde zekerheden aan. Ze mag in geen geval meer dan 75 % van het nog verschuldigde saldo van het krediet betreffende het in aanmerking komende project dekken.

Het gegarandeerde deel van de lening mag in geen geval de som van 1.500.000 euro per in aanmerking komend project overschrijden.

Art. 6.Het totaal brutobedrag van de in artikel 2 bedoelde toelage dat aan eenzelfde onderneming wordt toegekend, mag in geen geval de som van tweehonderdduizend euro overschrijden per periode van drie fiscale boekjaren.

De in artikel 12 bedoelde toelage mag niet aan ondernemingen in moeilijkheden toegekend worden.

In voorkomend geval wordt het bedrag van de toelage in evenredige mate door het bestuur verminderd.

Art. 7.De in artikel 2 bedoelde toelage wordt verleend volgens een procedure van projectenoproep.

In de loop van het eerste halfjaar van het kalenderjaar gaat de Regering tot een projectenoproep per jaar over.

Art. 8.§ 1. Binnen een termijn van twee maanden na de projectenoproep dient de promotor een kandidatuurdossier bij het bestuur in.

Het kandidatuurdossier wordt aan het bestuur medegedeeld door elk middel dat vaste datum aan zijn verzending verleent. § 2. Het model van het kandidatuurdossier wordt door het bestuur bepaald.

Dat dossier bevat minstens : 1° de identificatie van elke promotor van het project en, in voorkomend geval, het inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank der Ondernemingen;2° het precieze doel van het project, namelijk : a) de fysische en technische kenmerken van het overwogen doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden met vermelding van de uitbreidingsvooruitzichten op korte, middellange en lange termijn;b) de modaliteiten van het technische beheer van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden;c) de door de uitvoering van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden nagestreefde doelstellingen;d) het financieel plan;e) de vooruitzichten in termen van creatie van rechtstreekse jobs en van betrokken landbouwers;3° de globale financiële raming van de uitvoering van het project;4° de keuze van het type subsidie of van de verbinding van subsidies waaraan de promotor(en) de voorkeur geeft (geven);5° het huishoudelijk reglement dat van toepassing is op het overwogen doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden, met inbegrip van de mechanismen die als doel hebben de periodieke evaluatie en de doorzichtigheid van de door de beheersorganen genomen beslissingen te waarborgen;6° voor elke promotor een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat hij zijn verplichtingen zoals ze voortvloeien uit de reglementaire wetgevingen en bepalingen op fiscaal, sociaal of milieuvlak heeft vervuld;7° het bewijs dat het project minstens één landbouwer impliceert, in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2008 voor de investeringen in de landbouwsector;8° het vermoedelijke tijdschema voor de stappen van de uitvoering van het project.

Art. 9.§ 1. Het bestuur bericht ontvangst van het volledige karakter van het kandidatuurdossier aan de promotor binnen tien werkdagen na ontvangst ervan.

Indien het overgemaakte kandidatuurdossier onvolledig is, stelt het bestuur de promotor binnen de in het vorige lid bedoelde termijn in kennis daarvan en bepaalt het de termijn waarin de ontbrekende gegevens het moeten worden medegedeeld. § 2. Het bestuur onderzoekt de volledige kandidatuurdossiers en maakt een verslag op over de haalbaarheid, de levensvatbaarheid van de projecten alsmede over de relevantie van het financiële plan.

Het verslag wordt aan het in artikel 10 bedoelde adviescomité overgemaakt binnen een termijn van twee maanden na afsluiting van de projectenoproep bedoeld in artikel 7.

Art. 10.§ 1. Er wordt een adviescomité opgericht, dat bestaat uit : 1° een vertegenwoordiger van de Minister van Landbouw;2° een vertegenwoordiger van het bestuur;3° een door de Minister van Landbouw aangewezen deskundige inzake micro-economie wier deskundigheid erkend is in het beoordelen van financiële plannen;4° een door de Minister van Landbouw aangewezen deskundige inzake landelijke economie wier deskundigheid erkend is in het beoordelen van landelijke economische projecten;5° een vertegenwoordiger van de Minister van Economie;6° een vertegenwoordiger van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst. § 2. Binnen een termijn van één maand na ontvangst van het in artikel 9, § 2, bedoelde verslag van het bestuur stelt het comité een advies op over elk project dat voor de in artikel 2 bedoelde toelage in aanmerking komt en bepaalt het hun rangschikking.

De rangschikking wordt in dalende volgorde verricht op grond van de criteria bepaald in artikel 113 van het programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken.

De rangschikking wordt door het adviescomité aan de Regering medegedeeld.

Art. 11.Op grond van de in artikel 10, § 2, bedoelde rangschikking wijst de Regering de projecten van doorgangsgebouwen gebruikt voor landbouwdoeleinden aan, die in aanmerking komen voor de in artikel 2 bedoelde toelage.

De Minister van Landbouw deelt de door de Regering genomen beslissing mede aan het geheel van de promotoren die een ontvankelijk kandidatuurdossier hebben ingediend.

Art. 12.§ 1. De in artikel 2 bedoelde toelage wordt door de Minister van Landbouw toegekend. § 2. Het huishoudelijk reglement dat van toepassing is op het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden, wordt door de Minister van Landbouw of door zijn afgevaardigde goedgekeurd en bijgevoegd bij het ministerieel besluit tot toekenning van de toelage.

Elke wijziging in het huishoudelijk reglement van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden wordt vóór de inwerkingtreding ervan onderworpen aan de goedkeuring van de Minister van Landbouw of van zijn afgevaardigde.

Elke clausule van het huishoudelijk reglement die van tevoren niet goedgekeurd is door de Minister van Landbouw of door zijn afgevaardigde wordt geacht niet geschreven te zijn.

Art. 13.Het project van doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden dat krachtens dit besluit het voorwerp uitmaakt van een toelage, moet in dienst gesteld worden binnen een termijn van hoogstens zesendertig maanden na de kennisgeving van het besluit tot toekenning van de toelage aan de promotor, en dit, met inachtneming van de voorwaarden bedoeld in artikel 16.

Zo niet wordt de toelage geacht verloren te zijn.

De Minister van Landbouw kan die termijn met maximum twaalf maanden verlengen. HOOFDSTUK II. - Controle van de toelagen

Art. 14.Het door het bestuur gemachtigd personeelslid heeft voortdurend vrije toegang tot de boekhouding en tot de rekeningenboeken van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden alsmede tot de contracten bedoeld in artikel 16, eerste lid, 3° en 4°.

Om te kunnen nagaan of de voorwaarden voor de toekenning van de in artikel 2 bedoelde toelage nageleefd worden, heeft het door het bestuur gemachtigd personeelslid voortdurend vrije toegang tot de technische installaties en lokalen van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden.

Art. 15.§ 1. De verandering van bestemming van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden maakt van rechtswege een einde aan de toekenning van de toelage.

Als de verandering van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden binnen een periode van vijftien jaar te rekenen van de in artikel 13 bedoelde indienststelling plaatsvindt, worden de kapitaalsubsidies door de promotor aan het bestuur terugbetaald.

Mits voorafgaande aanmaning gaat het bestuur bij alle wettelijke middelen over tot de terugvordering van de door de promotor verschuldigde sommen. § 2. De schending van de voorwaarden voor de toekenning van de in artikel 2 bedoelde toelage maakt van rechtswege een einde aan de toekenning ervan. HOOFDSTUK III. - Voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van de doorgangsgebouwen gebruikt voor landbouwdoeleinden

Art. 16.De voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van de doorgangsgebouwen gebruikt voor landbouwdoeleinden worden bepaald als volgt : 1° de doorgangsgebouwen zijn toegankelijk voor elke gebruiker die zijn hoedanigheid van landbouwer in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2008 voor de investeringen in de landbouwsector kan bewijzen;2° de aan de gebruikers gevraagde maandelijkse huur is gelijk aan de twaalfde van het geheel van de jaarlijkse nettolasten van het beheer van het gebouw, met inbegrip van de nettolast van de afschrijving berekend op grond van een afschrijvingsduur van vijftien jaar voor de gebouwen en van negen jaar voor de roerende goederen;3° de voorafgaande ondertekening van een huurcontract door de partijen, waarvan de duur onverminderd de uitdrukkelijke verlenging van het contract niet korter dan zes maanden, nog hoger dan vijf jaar mag zijn;4° voor de terbeschikkingstelling van de infrastructuren dient een verzekeringspolis die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de gebruikers in geval van brand en de beroepsrisico's in het kader van het gebruik van de infrastructuren dekt, aangegaan te zijn door de promotor van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden. Het financiële voordeel voortvloeiend uit de in het eerste lid, 2°, bedoelde berekeningsformule voor de maandelijkse huur is gelijk aan het verschil tussen de huur betaald door de gebruiker van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden en de normale huurwaarde van hetzelfde type goed in de privésector.

Het financiële voordeel dat aan eenzelfde onderneming wordt toegekend, mag in geen geval een bedrag van tweehonderdduizend euro overschrijden per periode van drie fiscale boekjaren.

Het financiële voordeel mag niet aan een onderneming in moeilijkheden toegekend worden.

In voorkomend geval wordt het bedrag van de huur in evenredige mate door de exploitant van het doorgangsgebouw gebruikt voor landbouwdoeleinden verhoogd.

Art. 17.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 18.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 12 mei 2011.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, B. LUTGEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^