Besluit Van De Waalse Regering van 13 juli 2006
gepubliceerd op 08 september 2006
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Waalse Regering betreffende de toekenning van een toelage aan privé-eigenaars voor de verjonging van loofboom- en naaldboomsoorten

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2006202853
pub.
08/09/2006
prom.
13/07/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

13 JULI 2006. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de toekenning van een toelage aan privé-eigenaars voor de verjonging van loofboom- en naaldboomsoorten


De Waalse Regering, Gelet op de wet van 19 december 1854 houdende het Boswetboek, inzonderheid op artikel 200, 1, ingevoegd bij het decreet van 17 december 1992;

Gelet op de adviezen van de Inspectie van Financiën, gegeven op 7 juli 2005, 12 december 2005 en 15 februari 2006;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 23 februari 2006;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 10 april 2006, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt er een toelage toegekend voor de natuurlijke of kunstmatige verjonging van loofboom- en naaldboombestanden.

De toelage wordt toegekend aan eigenaars van terreinen die in het Waalse Gewest liggen of aan de titularis van een zakelijk recht dat het gebruik van zulke goederen tot gevolg heeft.

Er wordt geen toelage toegekend voor de verjonging : 1° van terreinen onder bosregeling;2° van terreinen waarvan het beheer in een overeenkomst met de Afdeling Natuur en Bossen van het Ministerie van het Waalse Gewest

vastligt;3° van terreinen die het eigendom zijn van Belgische publiekrechtelijke personen, of 4° van landbouwgronden uitgebaat met onrechtstreeks inkomen. Dit besluit slaat evenmin op het planten van windschermheggen of van bomenrijen.

Art. 2.De toelage wordt toegekend onder de volgende voorwaarden : 1° het verjongde soort staat vermeld op de lijst van gesubsidieerde boomsoorten in bijlage 1;2° het verjongde soort moet aangepast zijn aan het groeigebied.Voor de in bijlage 1 vermelde soorten die volgens het "Fichier écologique des essences", uitgegeven door het Waalse Gewest, uit het betrokken gebied uitgesloten zouden zijn, mag deze aanvraag niet worden ingediend; 3° de kunstmatige afwatering van het betrokken gebied of het onderhoud van een bestaand afwateringssysteem is verboden;4° in geval van kunstmatige verjonging moeten de planten van betrouwbare herkomst zijn.De Belgische en buitenlandse herkomsten zijn opgenomen in het "Dictionnaire des Provenances recommandables des essences" uitgegeven door de Afdeling Natuur en Bossen. Indien er voor een boomsoort geen betrouwbare herkomst (meer) bestaat, kan een toelating worden afgeleverd bij de beslissing om de toelage voorzien bij artikel 6 toe te kennen; 5° de te verjongen oppervlakte beslaat minstens 50 aren uit één stuk of per cel van minstens 25 m2.De toelage is beperkt tot een maximum van 5 hectaren per jaar en per houder van een zakelijk recht. Bij bosgroeperingen wordt de toelage gebracht op 10 hectaren. De aanplanting per cel wordt gesubsidieerd indien een uitstoeling van minstens 3 meter hoog tussen de cellen bestaat; 6° wat betreft de gronden die op het gewestplan als landbouwgebied zijn ingekleurd, wordt de te bebossen minimumoppervlakte vastgesteld op 1 ha indien bedoelde gronden niet over minstens één kwart van hun omtrek aan een bestaand bos aangrenzen;7° bij kunstmatige verjonging wordt het minimum- en maximumaantal planten per ha vermeld in bijlage 1 ongeacht of ze uit één stuk of per cel aangeplant zijn;8° de natuurlijke verjonging bestaat uit stammen die niet hoger zijn dan vijf meter;9° de eigenaar of titularis van een zakelijk recht heeft zich ertoe verbonden, op de indieningsdatum van de aanvraag betreffende naaldboomsoorten, in te stappen in de certificering van het duurzame beheer van bossen door deel te nemen aan een internationaal erkend stelsel.Wat loofboomsoorten betreft is het instappen in genoemde certificering vereist voor alle aanvragen ingediend na 31 december 2007. Die certificering wordt afgegeven door een instelling die zelf erkend is door een officiële erkenningsinstelling voor milieuaudits;10° behoudens overmacht moet de toelagegerechtigde de bebossing behouden of garanderen dat het areaal bebost blijft gedurende twintig jaar te rekenen van de toekenning van de toelage op straffe van terugbetaling van het bedrag na aanpassing ervan aan de hand van het indexcijfer van de consumptieprijzen, waarbij het cijfer dat van kracht was op het ogenblik dat het Waalse Gewest de uitbetaling verrichtte, als uitgangspunt wordt genomen. De Minister of diens afgevaardigde zijn belast met de bekendmaking van het "Fichier écologique des essences" en het "Dictionnaire des Provenances recommandables des essences" die beide door het Ministerie van het Waalse Gewest worden uitgegeven.

Art. 3.Elke toelageaanvraag wordt gericht vanaf de uitvoering van het geheel van de subsidieerbare werken en uiterlijk binnen drie maanden te rekenen van de datum van de laatste factuur betreffende de gesubsidieerde werken, aan de directeur van het centrum van de Afdeling Natuur en Bossen waar het eigendom of in voorkomend geval het

merendeel daarvan zich bevindt. De eerste factuur die in acht kan worden genomen kan niet later zijn dan drie jaar i.v.t. de aanvraag en betreft enkel werken die uiterlijk 10 mei 2005 het voorwerp hebben uitgemaakt van een factuur. Op de aanvraag worden de naam, de voornamen en het adres van de aanvrager vermeld, evenals de aard van het zakelijk recht en in voorkomend geval van diens gemachtigde.

Daarbij worden gevoegd : 1° een uittreksel uit een topografische kaart op schaal 1/10 000e, 1/20 000e of 1/25 000e waarop het betrokken perceel of de betrokken percelen met een rode rand worden aangeduid;2° een uittreksel uit het kadastraal plan waarop de percelen of delen ervan met de bestanden waarvoor een toelage wordt aangevraagd, met een rode rand zijn aangeduid;3° de volgende inlichtingen voor ieder perceel : - de oppervlakte per soort of per geheel van soorten; - de verjongde soort(en); - bij kunstmatige verjonging, de afkomst en het aantal planten per ha met vermelding of de aanplanting uitgevoerd wordt uit één stuk of percel; 4° de stedenbouwkundige vergunning indien vereist. De aanvrager wordt binnen tien dagen een bericht van ontvangst opgestuurd.

Art. 4.Er mag slechts één aanvraag per persoon en per kalenderjaar worden ingediend. In geval van onverdeeldheid wordt die laatste, en niet iedere medeëigenaar afzonderlijk, als indiener van de aanvraag beschouwd. Elke aanvraag mag betrekking hebben op één of verschillende percelen.

Art. 5.De personeelsleden van de Afdeling Natuur en Bossen leggen een bezoek ter plaatse af voor elke toelageaanvraag en na de aanvrager daarover te hebben ingelicht, voeren ze de nodige controles uit.

Bij weigering door de aanvrager of indien hij de toepassing van dit artikel bemoeilijkt, wordt de toelage geweigerd.

Art. 6.De directeur van het centrum van de Afdeling Natuur en Bossen waar de toelageaanvraag werd ingediend, beslist daarover tijdens de periode volgend op de verjongingswerken, nl. tussen 1 juni en 31 oktober.

De aanvrager mag bij een ter post aangetekende brief een beroep indienen bij de Minister of diens afgevaardigde tegen de beslissing om de toelage te weigeren of indien er geen beslissing getroffen werd door de directeur van het centrum op 31 oktober. De Minister of diens afgevaardigde beschikt over zestig dagen om de aanvrager kennis te geven van de beslissing, bij een ter post aangetekende brief.

Art. 7.§ 1. In geval van kunstmatige verjonging wordt de toelage in één enkele keer uitbetaald.

Ze stemt overeeen met het totaal van de gekwiteerde facturen en/of van de loonstrookjes die door de aanvrager voor eensluidend verklaard zijn.

De boekhoudkundige stukken worden beperkt overeenkomstig artikel 10 en vergezeld van het door de boomkweker afgeleverde document van de leverancier betreffende de afkomsten.

Ze wordt uitbetaald na verificatie van de uitvoering van de werken door de directeur van het centrum of zijn afgevaardigde indien : 1° een zodanig groeicijfer wordt behaald dat het minimumaantal waarvan sprake in bijlage 1 is bereikt.Om dat groeicijfer te bereiken, kan de uitbetaling met één jaar worden uitgesteld; 2° het verjongde perceel zich in een goede staat van groei bevindt om ernstige waarborgen voor de toekomst te bieden. § 2. Bij natuurlijke verjonging wordt de toelage in één enkele keer uitbetaald indien de oppervlakte voor 60 % bedekt is met jonge planten waarbij de dichtheid overeen moet stemmen met het aantal planten per ha dat in de beplanting is vereist overeenkomstig bijlage 1.

Art. 8.In de tabel in bijlage I staan de soorten vermeld die voor toelage in aanmerking komen en voor elke soort het minimum- en maximumaantal dat per ha moet worden aangeplant.

Het minimumaantal planten kan evenwel worden verminderd bij de beslissing om de toelage voorzien in artikel 6 toe te kennen, indien de planten van uitzonderlijke genetische kwaliteit zijn, indien individuele beschermingen nodig zijn of in geval van aanplanting per cel in de onregelmatige hoogstammige bomen.

Art. 9.Om bebouwingsredenen of voor de verbetering van de biodiversiteit komen de natuurlijke of kunstmatige verjongingen van niet in bijlage I vermelde inheemse boomsoorten in aanmerking voor toelagen ten belope van bedragen voorzien voor de andere loofbomen overeenkomstig artikel 10, §§ 2 en 3. De toelage wordt echter toegekend voor maximum 20 % van het totaal aantal planten van de verjonging van de belangrijkste soorten.

Er wordt enkel rekening gehouden met die verjongingen indien zij overeenstemmen met de plaatselijke edafische en weersomstandigheden.

Art. 10.§ 1. De verschillende werken die in aanmerking komen voor toelage zijn de volgende : 1° de voorbereiding van de grond vóór de aanplanting of de natuurlijke verjonging met uitsluiting van de scheikundige behandeling;2° de aankoop van planten, daarbij inbegrepen het vervoer en het greppelen;3° de aanplanting;4° de bescherming tegen het wild;5° de zuivering;6° de eerste mechanische of manuele verwijdering met uitzondering van elke chemische verwijdering. § 2. Het maximumbedrag per ha van de toelagen per in aanmerking komende verrichting ten belope van de voorgelegde facturen staat vermeld in bijlage 2. § 3. Het totaalbedrag van de toelage is beperkt tot : 1° 3.200 euro/ha (drieduizend tweehonderd euro/ha) voor de inlandse eik; 2° 1.600 euro/ha (duizend zeshonderd euro/ha) voor de andere loofbomen daarin inbegrepen de bebouwingssoorten; 3° 600 euro/ha voor naaldboomsoorten met uitzondering van de gewone spar. Bij verjonging door verschillende boomsoorten wordt de toelage berekend naar rata van het aantal planten per soort. De met spar individueel gemengde aanplantingen worden in aanmerking genomen als die soort minder dan twee derde van het aantal stammen vormt. Evenwel wordt het gedeelte van de werken betreffende de spar niet gesubsidieerd. § 4. De in § 3 vastgestelde maximumbedragen worden met 250 euro/ha (tweehonderd vijftig euro/ha) verhoogd indien de aanvraag ingediend wordt door een bosgroepering die is opgericht overeenkomstig de wet van 6 mei 1999 ter bevordering van de oprichting van burgerlijke bosgroeperingsvennootschappen. § 5. De in § 3 vastgestelde maximumbedragen worden met 200 euro/ha (tweehonderd euro/ha) verhoogd bij verjonging van loofbomen waarvoor de eigenaar of de titularis van een zakelijk recht is ingestapt in een erkende certificering van het duurzame beheer van bossen op de indieningsdatum van de aanvraag. Deze bepaling blijft geldig tot 31 december 2007.

Art. 11.Wanneer de toekenning van de toelage verbonden is met een certificering van het duurzame beheer overeenkomstig artikel 2, 9°, of artikel 10, § 5, moet de eigenaar of de titularis van een zakelijk recht, op straffe van terugbetaling van de toelage, gecertificeerd blijven tijdens een periode van twintig jaar die ingaat op de datum van de toelageaanvraag.

Art. 12.Dit besluit is niet cumuleerbaar met andere bestaande steunregelingen voor gelijkaardige werken.

De aanvragen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een erkenning overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 6 september 2001 betreffende de toekenning van een toelage aan privé-eigenaars voor de verjonging van loofboom- en naaldboomsoorten, komen niet in aanmerking voor toelagen overeenkomstig dit besluit.

Art. 13.Het besluit van de Waalse Regering van 6 september 2001 betreffende de toekenning van een toelage aan privé-eigenaars voor de verjonging van loofboom- en naaldboomsoorten wordt opgeheven.

Art. 14.De Minister bevoegd voor de Bossen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 13 juli 2006.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN. BIJLAGE 1 TABEL - Gesubsidieerde loofboomsoorten NAAM Aantal planten/ha Min.-Max.

Elsbes (Sorbus torminalis) 100 - 600 Zwarte els (Alnus glutinosa) 1 000- 2 000 Zachte berk (Betula pubescens) 1 000 - 2 000 Ruwe berk (Bertula pendula) 1 000 - 2 000 Bitternoot (Carya sp) 100 - 600 Haagbeuk (Carpinus betulus) 1 000 - 2 500 Tamme kastanje (Castanea sativa) 1 000 - 2 500 Zomereik (Quercus robur) 1 000 - 2 500 Amerikaanse eik (Quercus rubra) 1 000 - 2 500 Wintereik (Quercus petraea) 1 000 - 2 500 Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) 1 000 - 2 000 Es (Fraxinus excelsior) 1 000 - 2 000 Beuk (Fagus sylvatica) 1 600 - 3 300 Zoete kers (Prunus avium) 1 000 - 2 000 Notenboom (Juglans regia) 100 - 600 Hybride notenboom (Juglans intermedia) 100 - 600 Zwarte walnoot (Juglans nigra) 100 - 600 Grauwe abeel (Populus canescens) 200 - 700 Interamerikaanse populieren (Populus interamericana) 200 - 700 Gewone robinia (Robinia pseudacacia) 1 000 - 2 000 Schietwilg (Salix alba) 1 000 - 2 000 Grootbladige linde (Tilia platyphyllos) 1 000 - 2 000 Kleinbladige linde (Tilia cordata) 1 000 - 2 000 Tulpeboom (Liriodendron tulipifera) 100 - 600 TABEL - Gesubsidieerde naaldboomsoorten NAAM Aantal planten/ha Min.-Max.

Groene Douglas (Pseudotsuga menziesii) 1 000 - 2 000 Europese lork (Larix decidua) 1 000 - 2 000 Japanse lork (Larix kaempferi) 600 - 2 000 Hybride lork (Larix eurolepis) 600 - 2 000 Koekelare den (Pinus nigra ssp. nigra var. koekelare) 1 600 - 2 500 Corsicaanse den (Pinus nigra ssp. nigra var. corsicana) 1 600 - 2 500 Zwarte Oostenrijkse den (Pinus nigra ssp. nigra var. Austriaca) 1 600 - 2 500 Gewone den (Pinus sylvestris) 1 600 - 2 500 Reuzen Zilverden Vancouverden (Abies grandis) 1 000 - 2 000 Veredelde den (Abies procera) 2 000 - 2 500 Zilverden (Abies alba) 2 000 - 2 500 Reuzen levensboom (Thuya plicata) 1 600 - 2 000 (Westerse) Helmock (Tsuga heterophylla) 1 600 - 2 000 Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2006 betreffende de toekenning van een toelage aan privé-eigenaars voor de verjonging van loofboom- en naaldboomsoorten.

Namen, 13 juli 2006.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN

BIJLAGE 2 Maximumbedrag van de toelagen per type verrichting, uitgedrukt in euro per ha Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2006 betreffende de toekenning van een toelage aan privé-eigenaars voor de verjonging van loofboom- en naaldboomsoorten.

Namen, 13 juli 2006.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^