Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 13 juni 2013
gepubliceerd op 12 juli 2013

Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de open en overdekte zwembaden voor een niet louter privatief gebruik in het kader van het gezin, met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm

bron
waalse overheidsdienst
numac
2013027128
pub.
12/07/2013
prom.
13/06/2013
ELI
eli/besluit/2013/06/13/2013027128/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

13 JUNI 2013. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de open en overdekte zwembaden voor een niet louter privatief gebruik in het kader van het gezin, met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm


De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, artikelen 4, 5, 6, 7, 8 en 9;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren, in de openbare riolen en in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 13 maart 2003 houdende sectorale voorwaarden i.v.m. zwembaden;

Gelet op het advies 51.775/2/V van de Raad van State, gegeven op 20 augustus 2012, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat de voorschriften van het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren, in de openbare riolen en in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater, die aanvankelijk zijn genomen ter uitvoering van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, nu opgeheven, voortaan hun wettelijke grondslag vinden in de bepalingen van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning op grond waarvan de Regering bevoegd is om algemene voorwaarden in de zin van hoofdstuk I, afdeling III, van dit decreet vast te leggen;

Overwegende dat de Regering, wanneer ze sectorale voorwaarden vastlegt, krachtens artikel 5, § 2, derde lid, van het decreet van 11 maart 1999 slechts van de algemene voorwaarden mag afwijken voor zover ze die afwijking motiveert;

Overwegende dat, wat de huishoudelijke afvalwateren betreft, sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 zijn opgenomen in Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, en in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;

Overwegende dat sommige parameters bedoeld in het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 tegenwoordig niet meer relevant zijn, niet meer toepasselijk zijn op het geheel van de activiteitensectoren of verwijzen naar analysemethodes die nu verboden zijn, o.a : - de ontbindingstest met methyleenblauw; - de met tetrachloorkoolstof afscheidbare koolwaterstoffen;

Overwegende, tot slot, dat de niet-toepassing van het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 als gevolg heeft dat het aantal reglementaire teksten die op een inrichting toepasselijk zijn beperkt kan worden en zodoende beantwoordt aan de wil van de Waalse Regering om een programma voor administratieve rationalisering en vereenvoudiging aan te nemen;

Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit;

Na beraadslaging, Besluit : Titel I. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied

Artikel 1.Deze sectorale voorwaarden zijn van toepassing op open en overdekte zwembaden voor een niet louter privatief gebruik in het kader van het gezin met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm, bedoeld in rubriek 92.61.01.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.

Overdekte zwembaden met schuifdak worden gelijkgesteld met overdekte zwembaden.

Art. 2.In de zin van dit besluit wordt verstaan onder: 1° zwembad : kunstmatig bad voornamelijk ontworpen voor het zwemmen of voor elke andere therapeutische, recreatie- of sportactiviteit;2° bestaand zwembad : zwembad dat behoorlijk vergund is vóór de inwerkingtreding van dit besluit.Het zwembad waarvoor een vergunningsaanvraag vóór de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt met een bestaand zwembad gelijkgesteld. De verbouwing of uitbreiding van een zwembad die de uitbater vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaand zwembad gelijkgesteld; 3° pierenbad : een ondiep zwembad voor kinderen;4° aërosol : nevel van in de lucht verdeelde zeer fijne vloeistofdeeltjes;5° risicogebruikspunt : elk voor het publiek toegankelijk gebruikspunt waar aërosolen van sanitair warmwater geproduceerd kunnen worden dat mogelijk besmet is met Legionella pneumophila, met name stortbaden, douchekoppen, bubbel- of massagebaden;6° netwerk van sanitair warmwater : het netwerk omvat het geheel van de collectieve installaties voor de productie, opslag en distributie van sanitair warmwater dat bevoorraad wordt door één of meer gecentraliseerde systemen voor de productie van sanitair warmwater;7° preventiemaatregelen : het gedeelte van de exploitatietechnieken die structurele en beheersmaatregelen impliceren ter beperking van het gevaar voor veteranenziekte;8° geaccrediteerd laboratorium : laboratorium dat beschikt over een formele verklaring van de nationale accreditatie-instelling dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen die zijn bepaald door geharmoniseerde normen en, indien van toepassing, aan aanvullende eisen, zoals die welke zijn opgenomen in de relevante sectorale regelingen, vereist om een specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteit te verrichten zoals bepaald bij de regelgeving betreffende de accreditatie van de conformiteitsbeoordelingsinstanties. HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw

Art. 3.De lokalen van de inrichting zijn gebouwd met hard en onbederfelijk materiaal en hebben een hoogte onder plafond van minstens 2,5 meter.

De vloer, de plafonds en de wanden van de lokalen van de inrichting zijn voorzien van een waterdichte, corrosievrije en vlot wasbare bekleding.

De vloeren van de lokalen van de inrichting die toegankelijk zijn voor de baders hebben een helling van minimum één percent waarlangs de wateren geleid worden naar een afvoervoorziening die op het interne afwateringsnet aangesloten is.

Alle interne uitrustingen en inrichtingen, zoals leuningregels, bestaan uit onbederfelijk, corrosievrij en vlot wasbaar materiaal zonder gevaar voor verwondingen.

De scherpe hoeken en uitstekende elementen zijn afgeschermd met een zachte bekleding tot op 2 m van de vloer.

In de cabines en in de gemeenschappelijke kleedkamers worden de zones "zonder schoenen" en "met schoenen" duidelijk gescheiden.

De cabines en de gemeenschappelijke kleedkamers bestaan uit hard materiaal en zijn voorzien van een waterdichte, onbederfelijke, vlot wasbare bekleding zonder gevaar voor verwondingen.

De inrichting beschikt over een eerste hulplokaal dat vlot toegankelijk is voor de externe hulpdiensten en dat zo ontworpen is dat een persoon op een berrie makkelijk en snel afgevoerd kan worden.

Art. 4.Een vuistslagschakelaar die een algemene onderbreking van de waterstroming toelaat, wordt vlakbij de rand van het zwembad geplaatst.

Art. 5.Een specifieke meter meet voor elk zwembad de watertoevoer afkomstig van het waterdistributiesysteem.

Art. 6.§ 1. De bodem van het zwembad is voorzien van een slipvrije bekleding tot op een diepte van minimum 1,35 m.

De wanden en de bodem van het zwembad bestaan uit hard materiaal en zijn voorzien van een waterdichte, onbederfelijke, vlot wasbare bekleding zonder gevaar voor verwondingen.

Als het zwembad dieper is dan 1 meter, zijn de wanden ervan voorzien van een steunpunt voor handen of voeten. § 2. Het diepste punt van het zwembad is voorzien van een afvoer voor de lediging ervan.

Het water wordt via een helling van minstens 1 % naar die voorziening afgevoerd.

Bij de wateraanvoer en -afvoer wordt stagnerend water in het zwembad zoveel mogelijk beperkt. § 3. De roosters voor de aan- en afvoer van water, lucht, enz. zijn zo ontworpen dat ze geen gevaar, zoals snijwond of zuiggevaar, inhouden voor de baders. § 4. De roosters, deurmatten of gelijksoortige voorwerpen zijn verboden op het traject dat blootsvoets gevolgd wordt.

Art. 7.§ 1. De waterdiepte in het zwembad wordt aangepast aan het gebruik van de springtorens, glijbanen en andere recreatieve uitrustingen. § 2. De ladder en het platform voor de toegang tot de glijbanen, springtorens en andere recreatieve uitrustingen beschikken over veiligheidsvoorzieningen ontworpen om elke val te voorkomen. Het oppervlak ervan is slipvrij en vlot wasbaar. § 3. De binnenbekleding van de glijbanen is continu glad om natuurlijk glijden toe te laten. Het glijden wordt niet met chemische producten bevorderd.

De plaats waar de gebruiker van een glijbaan van meer dan 2 meter hoog in het bad terecht komt is ontruimd binnen een straal van 2,5 m. Ze is afgebakend.

Art. 8.§ 1. Alle toegangen tot de kades van het zwembad beschikken hoe dan ook over een voetbad of -douche dat/die zo geïnstalleerd is dat de baders er verplicht langs moeten om de kades van het zwembad te bereiken.

De voetbaden en -douches worden van onsmettend water voorzien. § 2. De gangen, deuren en trappenhuizen van de toegangs- en uitgangswegen zijn zo ontworpen dat ze vlotte verplaatsingen toelaten. § 3. De rechtstreekse toegang tussen de kades en de kleedkamers of de recreatiezones bevindt zich ter hoogte van het ondiepste gedeelte van het bad. § 4. De kades van het zwembad worden aangelegd zodat ze een snelle en vlotte evacuatie van alle baders toelaten.

De kades worden zo aangelegd dat het afvalwater niet in het zwembad terecht kan komen, noch in de voorzieningen voor de recyclage van het badwater.

De kades hebben een breedte van minstens 1,5 m en een helling van 1 à 2% die de wateren leidt naar een afvoervoorziening die op het interne afwateringsnet aangesloten is. § 5. Er wordt voorzien in wateraftappunten om de kades van het zwembad met een waterslang te kunnen reinigen. § 6. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de waterafvoerpunten die op het interne afwateringsnet aangesloten zijn. De waterafvoerpunten zijn voorzien van een filtratierooster. § 7. De vloeren van de kades van het zwembad bestaan uit tegen gebruikte chemicaliën bestand, vlot wasbaar materiaal dat geen gevaar voor verwondingen inhoudt.

Art. 9.De inrichting is aangesloten op een drinkwaterdistributienet.

Als het water van de douches en wastafels geen distributiewater is, voldoet het aan de normen die voor distributiewater gelden en laat de exploitant de kwaliteit van dat water controleren door een laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend voor wateranalyse krachtens de artikelen R.101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek.

Art. 10.De inrichting beschikt over aparte sanitaire installaties voor baders en geschoeide bezoekers.

De wc's beschikken over minstens één wastafel.

Er is minstens één cabine en één wc voor personen met beperkte beweeglijkheid voorhanden.

De wastafels van de wc's voor blootsvoetse baders worden aan de muur en niet op de vloer bevestigd.

De doucheleidingen binnen handbereik zijn afgeschermd.

Art. 11.Indien gebruik gemaakt wordt van chloor om het water te ontsmetten en van pompen voor de injectie van het desinfecterend agens en de pH-correctie, wordt de werking ervan onmiddellijk en automatisch onderbroken door het stilleggen van de pompen die voor de watercirculatie zorgen, of zodra het debiet onder 40 % van de normale waarde daalt. Als het chloor en de pH-correctie in dezelfde leiding geïnjecteerd worden, zijn de injectiepunten meer dan 2 m van elkaar verwijderd.

Er wordt voorzien in vlot toegankelijke tapkranen met het oog op monsternemingen : 1° vóór de filtratie en de injectie van de reagentia;2° na de filtratie en vóór elke andere installatie;3° na de filtratie en de injectie van de reagentia, zo dicht mogelijk bij het punt waar het water in elk bad terechtkomt.

Art. 12.De ventilatie van de lokalen voor de opslag van gevaarlijke producten is naar buiten gericht en van de externe ventilatieopeningen van het zwembad verwijderd.

In voorkomend geval wordt de bufferbak van een ventilatiesysteem voorzien. HOOFDSTUK III. - Exploitatie Afdeling 1. - Werkingswijze

Art. 13.§ 1. De lokalen van de inrichting, de voorzieningen en het materiaal worden in een perfecte staat van netheid en werking gehouden. § 2. De inrichting beschikt over een huishoudelijk reglement en geschreven procedures voor de werking in normale omstandigheden en in spoedgevallen. Ze voorzien in geschikte maatregelen om in alle omstandigheden de vlotte werking van de exploitatie in alle veiligheid te waarborgen Het huishoudelijk reglement en de procedures worden minstens één keer per jaar bijgewerkt. Elk betrokken personeelslid ontvangt er een afschrift van, met ontvangbewijs.

Het reglement wordt op zichtbare plaatsen aangeplakt langs het traject die de bezoekers verplicht moeten volgen.

Het huishoudelijk reglement wijst er hoe dan ook op dat : 1° de directie de toegang : a) tot de inrichting ontzegt aan elke persoon die de gezondheid, hygiëne of veiligheid van de andere baders in gevaar brengt, met name met schoenen, diverse uitrustingen, ludieke accessoires;b) tot het zwembad ontzegt aan elke persoon die geen gebruik maakt van de douches en voetbaden of -douches;2° de baders tijdens de openingsuren een badpak moeten dragen dat uitsluitend daartoe wordt gebruikt en aan de hygiënenormen voldoet;3° kinderen onder 8 jaar onder het toezicht van een begeleidende volwassene dienen te staan;4° dieren verboden zijn in de ruimtes voorbehouden aan de baders. Een afschrift van het huishoudelijk reglement en van de procedures alsook van de ontvangbewijzen bedoeld in het tweede lid worden door de exploitant op de plek bewaard waar zijn vergunningen, registers, enz. liggen.

Art. 14.De douches beschikken hetzij over lauw, hezij over warm en koud water.

Ze worden in werking gesteld d.m.v. een regelbare drukknop.

Het warme en lauwe water van de douches komt van een verwarmingsinstallatie waarmee de watertemperatuur minstens 65 ° C bereikt. Eventuele vermenging met koud water gebeurt zo dicht mogelijk bij de waterverdeling voor de douches.

Art. 15.§ 1. Het zwembadwater wordt volledig gerecycleerd in maximum 4 uur.

Het water van de pierbaden wordt volledig gerecycleerd in maximum 30 minuten.

De waterrecyclagevoorziening van de zwembaden neemt minstens 50 percent oppervlaktewater op. § 2. De bodem van het zwembad wordt minstens om de twee dagen vóór de openingsuren gereinigd en schoongezogen.

De wanden van het zwembad worden minstens één keer per week buiten de openingsuren gereinigd. § 3. Het zwembad wordt minstens één keer om de 2 jaar geledigd. § 4. De bufferbak, als er één is, wordt minstens één keer per jaar gereinigd. § 5. Het onderhoud of de reparatie van het waterbehandelingscircuit of de aanhorigheden ervan wordt niet tijdens de openingsuren van het zwembad uitgevoerd als de vlotte werking van de inrichting daardoor in het gedrang komt.

Art. 16.§ 1. Als het vul- en suppletiewater van het zwembad geen distributiewater is, voldoet het aan de normen die voor distributiewater gelden.

De exploitant laat de kwaliteit van dat water controleren door een laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend voor wateranalyse krachtens de artikelen R. 101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek. § 2. Om de conformiteit te waarborgen van de waterkwaliteit bedoeld in de bepalingen van artikel 19 en, in voorkomend geval, van de artikelen 50 en 57, wordt dagelijks voldoende vers water toegevoegd. § 3. Het zwembadwater wordt behandeld in vier fasen, met name de voorfiltratie, de filtratie, de ontsmetting en de toevoer van vers water.

Voor de met chloor ontsmette zwembaden wordt ook voorzien in een pH-correctie. § 4. De uitrusting vermeldt voortdurend de automatische en betrouwbare metingen van het gehalte aan ontsmettingsmiddel en van de pH en verbetert die parameters automatisch wat de met chloor ontsmette zwembaden betreft. § 5. Het is verboden chemicaliën rechtstreeks in het zwembad te injecteren. § 6. Het debiet wordt na de filtratie en vóór de opening van het zwembad gemeten om de controle van de duur van de waterrecyclage te waarborgen. § 7. De exploitant zorgt ervoor dat de technische installaties van het zwembad regelmatig onderhouden worden. § 8. Het zwembadwater bevat geen elementen of kiemen in hoeveelheden die de veiligheid van de baders in het gedrang brengen. § 9. De natuurlijke verlichting en de kunstmatige verlichting weerkaatsen zo weinig mogelijk tegen het water.

De verlichting wordt gericht zodat de bodem van het zwembad vanuit elke gezichtshoek zichtbaar is.

Art. 17.§ 1. De technische en opslaglokalen zijn vlot toegankelijk voor de levering van producten maar niet voor het publiek. § 2. De vaten met chemische producten, de opslaglokalen en de leidingen worden van een etiket voorzien of geïdentificeerd. § 3. De gezamenlijke installatie wordt dagelijks gecontroleerd door een bevoegd personeelslid van de inrichting dat door de exploitant aangewezen wordt. § 4. Een door de exploitant aangewezen bevoegd personeelslid van de inrichting is aanwezig bij elke levering van gevaarlijke producten. § 5. Individuele beschermingsmiddelen zijn met name een ademhalingstoestel, brillen en handschoenen. Een wastafel en een oogdouche met stromend water worden vlakbij de technische en opslaglokalen geïnstalleerd.

Die voorzieningen zijn steeds toegankelijk en operationeel zodat de veiligheid gewaarborgd kan worden in geval van lek of incident. § 6. De gevaarlijke producten worden los opgeslagen in de daartoe bestemde lokalen.

De losse producten die onder elkaar kunnen reageren, worden opgeslagen in afzonderlijke lokalen die uitsluitend voor de opslag van dergelijke producten dienen.

Tussen de kuip van de vrachtwagen die de losse chemische producten levert en de ingang van de opslaginstallatie van de inrichting wordt een buis zonder tussenkoppeling gebruikt. Er wordt gebruik gemaakt van specifieke buizen met onverenigbare aansluitstukken.

Per gevaarlijk product wordt gebruik gemaakt van een buis met een aansluitstuk speciaal bestemd voor het type product en onverenigbaar met het aansluitstuk van andere producten.

De gevaarlijke producten worden los opgeslagen in reservoirs van minstens 1 500 liter. De reservoirs zijn gesloten en worden geplaatst in een daartoe bestemde retentiebak waarvan de capaciteit gelijk is aan minstens 110 % van het reservoir dat het inhoudt. Weservoirs zijn voorzien van een duidelijk zichtbare niveauwijzer en van een ontgassingssysteem met « wasventilatieopening » om giftige uitdampingen te voorkomen. Alleen het bovenste gedeelte van de reservoirs is voorzien van een gat.

De tussenreservoirs, de zogenaamde « dagelijkse bakken », waar de gevaarlijke producten gedoseerd worden, mogen niet meer bevatten dan de hoeveelheid die nodig is voor twee dagen exploitatie.

De tussenreservoirs worden geplaatst in een daartoe bestemde retentiebak waarvan de capaciteit gelijk is aan minstens 110 % van het reservoir dat het inhoudt. § 7. De gevaarlijke producten worden in flessen opgeslagen op een daartoe bestemde plaats.

Als het gaat om een lokaal, is de ventilatie naar buiten gericht en van de externe ventilatieopeningen van het zwembad verwijderd. § 8. De vaten worden niet opgestapeld en worden opgeslagen in een retentiebak met een capaciteit van 50 % van het opgeslagen totaalvolume of in individuele retentiebakken met een capaciteit van 110 % van het opgeslagen volume van het vat.

De producten die onder elkaar kunnen reageren worden in afzonderlijke retentiebakken opgeslagen. Afdeling 2. - Hygiëne en waterkwaliteit

Art. 18.§ 1. De ontsmettingstechnieken en -methodes die niet enkel op chloorgebruik gebaseerd zijn, kunnen aan bijzondere voorwaarden onderworpen worden. § 2. Voor de met chloor ontsmette zwembaden wordt de pH aangepast met zoutzuur of zwavelzuur.

Art. 19.§ 1. Het water van elk zwembad is ontsmettend. § 2. De chemische producten die voor de behandeling van het water gebruikt worden, zijn degene die toegelaten worden voor de behandeling van het publieke distributiewater. § 3. Het zwembadwater voldoet aan de kwaliteitsnormen bedoeld in onderstaande tabel A, als het uitsluitend met NaOCl of Cl2 ontsmet wordt, in de onderstaande tabellen B en C, alsook, in voorkomend geval, aan de normen bedoeld in de tabellen E en G van de artikelen 50 en 57 :

Tabel A : CHEMISCHE PARAMETERS (indien uitsluitend met NaOCl of Cl2 ontsmet wordt)

Types

Methodes

Eenheden

Waarden

Richtwaarden

Grenswaarden

pH Ondergrens

Electrometrie

7,2

6,5

Bovengrens

7,4

7,6

Ureum : Bovengrens

Berthelot of diacetylmonoxime

mg/l

2

Oxideerbaarheid in verwarmde oplossing en in zuur milieu (KmnO4) : bovengrens (O2)

Titrimetrie met kaliumpermanganaat

mg/l

5


Gebonden chloor : Bovengrens

Colorimetrie (DPD,)

mg/l

0,3

0,8

Chloriden (als de pH met zoutzuur aangepast wordt en met uitzondering van gezouten zwembaden) : Bovengrens (Cl)

Potentiometrie, titrimetrie of ionische chromatografie

mg/l

800

Sulfaten (als de pH met zwavelzuur aangepast wordt): Bovengrens

Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA) of ionische chromatografie

mg/l

500


Tabel B : BACTERIOLOGISCHE PARAMETERS

Types

Methodes

Eenheden

Toelaatbare maximumwaarden

Totaalaantal aërobe kiemen

Telling na gelincorporatie

aantal/ml

100

Pseudomonas aeruginosa

Telling na filtratie op membraan

aantal/100 ml

0

Stafylokokken coagulase positief

Telling na filtratie op membraan

aantal/100 ml

0

Faecale streptokokken

Telling na filtratie op membraan

aantal/100 ml

0


Tabel C : FYSISCHE PARAMETERS

Types

Waarden

Richtwaarden

Grenswaarden

Helderheid

Bodem zichtbaar (*)

Zichtbare verontreiniging

Geen

Kleur

Geen


(*) Op het diepste punt van het zwembad wordt een donker herkenningsteken van 30 cm aangebracht. § 4. De overschrijding van de grenswaarden van de pH en de fysische parameters van tabel C en, in voorkomend geval, van de terreinparameters bedoeld in de tabellen E en G of de niet-inachtneming van de bijzondere voorwaarden die de bevoegde overheid op basis van artikel 18, § 1, eerste lid, kan uitvaardigen, legt de sluiting van het zwembad op indien de geschikte maatregelen niet binnen het halfuur genomen kunnen worden. Afdeling 3. - Voorkoming van bacteriën « Légionella pneumophila » in

de sanitaire installaties

Art. 20.De exploitant werkt een beheersplan uit voor elke voorziening van sanitair warmwater, inclusief de bevoorradingen van alle andere installaties als hun net van sanitair warmwater gemeenschappelijk is met dat van het zwembad.

Art. 21.Het beheersplan bevat o.a. : 1° de identificatiegegevens en de personalia van de exploitant;2° een algemeen schema en een technische beschrijving van de netwerken voor warm en koud water, inclusief de risicogebruikspunten en de tappunten;3° een evaluatie van de aanwezigheid van Légionella pneumophila in het sanitair warmwater met het oog op de identificatie van de risico's van een bovenmatige besmetting en de vorming van aërosolen, met name op het vlak van de bouwtechniek, de wijze van distributie van het warmwater en de gebruikte materialen;4° preventiemaatregelen betreffende het circuit van sanitair warmwater en, desgevallend, op grond van bovenbedoelde risicoanalyse, het koudwatercircuit. Bij elke wijziging van het warmwatercircuit of bij elke tussenkomst die het risico kan beïnvloeden, wordt het beheersplan opnieuw onderzocht en eventueel gewijzigd.

Het beheersplan ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.

Art. 22.De preventiemaatregelen worden genomen op basis van, o.a., temperatuurmetingen en campagnes voor de analyse van de Legionella pneumophila in elk sanitair warmwaternet en, desgevallend, op grond van de risicoanalyse bedoeld in artikel 21, het koudwatercircuit.

De exploitant neemt regelmatig preventiemaatregelen, ook al wordt geen Legionella pneumophila gevonden binnen de inrichting.

Art. 23.De exploitant laat door een laboratorium dat geaccrediteerd of erkend is voor de monsterneming en de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren tweemaal per jaar met een tussentijd van 6 maanden watermonsters nemen om de bacterie Legionella pneumophila in zijn installaties van sanitair water op te sporen. De monsternemingspunten worden bepaald volgens een monsternemingsstrategie die rekening houdt met het aantal risicogebruikspunten. Voor de monsterneming wordt voorrang gegeven aan de watertappunten die het minst gebruikt worden en het meest verwijderd zijn van de productie van sanitair warmwater.

Bovendien wordt een campagne inzake monsterneming en opsporing van Legionella pneumophila gevoerd vooraleer het zwembad voor het publiek geopend wordt als het niet meer dan een maand in bedrijf geweest is.

De monsters worden gecontroleerd door een laboratorium dat geaccrediteerd of erkend is voor de monsterneming of de opsporing van Legionella pneumophila in sanitaire wateren.

Er worden twee reeksen monsternemingen uitgevoerd : de eerste reeks zonder voorafgaande waterafvoer en de tweede na een waterafvoer van 2 tot 3 minuten om toe te zien op de graad van besmetting van het netwerk.

Art. 24.De inventarisatie van Legionella pneumophila in het water van de risicogebruikspunten is lager dan het waakzaamheidsniveau bedoeld in onderstaande tabel D :

Tabel D : KWALITEIT VAN HET WATER VAN DE RISICOGEBRUIKSPUNTEN

Parameter

Methode

Eenheid

Waakzaam- heidsniveau

Interventieniveau

Sluitings- niveau

Legionella pneumophila

Rechtstreekse inzaaiing en na concentratie per filtratie; zure en thermische behandeling

Aantal UFC/l

1 000

5 000

1 000


Art. 25.De exploitant werkt een interventieplan uit waarin de in geval van overschrijding van het waakzaamheidsniveau te voeren verbeterinsgsacties opgenomen zijn.

Het interventieplan bevat op zijn minst de volgende gegevens : 1° de datum van bijwerking van de gegevens van het interventieplan;2° de identiteit en de personalia van de auteur van het interventieplan en van die van het beheersplan, met het oog op een snelle contactopname;3° de personalia van de technicus die bevoegd is om in te grijpen in geval van besmetting van de installaties;4° de maatregelen tot informatieverstrekking aan het technisch personeel, de bevolking en het verzorgend personeel, in voorkomend geval;5° de schema's van de watercircuits met de plaats van de kranen waarmee de met de bacterie besmette circuits geïsoleerd kunnen worden;6° de uit te voeren handelingen, zoals ketelsteenverwijderingen, ontluchtingen, de regeling van de temperaturen, fysische of chemische shockbehandelingen, naar gelang van de graad van besmetting van het net;7° de controlemaatregelen ter beoordeling van de doelmatigheid van de maatregelen genomen om de besmetting in bedwang te houden. Het interventieplan ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.

Art. 26.§ 1. Als de geïnventariseerde hoeveelheid Legionella pneumophila gelijk is aan of groter is dan het waakzaamheidsniveau en kleiner dan het interventieniveau, neemt de exploitant de verbeteringsmaatregelen waarin het interventieplan voorziet tot een resultaat onder 1 000 UFC/l bereikt wordt en herziet hij het beheersplan, de tenuitvoerlegging ervan en het sanitair warmwaternet. § 2. Als de geïnventariseerde hoeveelheid Legionella pneumophila gelijk is aan of groter is dan het interventieniveau en kleiner dan het sluitingsniveau, neemt de exploitant de verbeteringsmaatregelen waarin het interventieplan voorziet tot een resultaat onder het waakzaamheidsniveau van Legionella pneumophila bereikt wordt en herziet hij het beheersplan.

Binnen 10 dagen na de toepassing van de maatregelen waarin het interventieplan voorziet, laat de exploitant een nieuwe monsterneming en een nieuwe analyse uitvoeren om zich te vergewissen van de doelmatigheid van de genomen maatregelen.

Als de geïnventariseerde hoeveelheid nog steeds gelijk is aan of groter is dan het interventieniveau, laat de exploitant het zwembad en het sanitair warmwaternet onmiddellijk sluiten en verwittigt hij ogenblikkelijk per fax of e-mail de toezichthoudend ambtenaar alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.

Het zwembad en het sanitair warmwaternet mogen opnieuw geopend worden wanneer een terugkeer tot een waarde onder het waakzaamheidsniveau bevestigd wordt na een monsterneming en een nieuwe analyse door een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren.

De exploitant geeft de toezichthoudend ambtenaar onmiddellijk kennis per fax of e-mail van de datum van heropening van de inrichting. § 3. In geval van inventarisatie gelijk aan of hoger dan het sluitingsniveau neemt de exploitant de volgende maatregelen : 1° hij sluit onmiddellijk het zwembad alsook het sanitair warmwaternet;2° hij verwittigt ogenblikkelijk per fax of e-mail de toezichthoudend ambtenaar alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is;3° hij voert de acties uit waarin het interventieplan voorziet;4° hij laat 3 dagen na de tenuitvoerlegging van de acties waarin het interventieplan voorziet monsters nemen en een analyse uitvoeren door een laboratorium dat geaccrediteerd of erkend is voor de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren;5° hij kan het zwembad en het sanitair warmwaternet heropenen wanneer een terugkeer tot een waarde onder het waakzaamheidsniveau bevestigd wordt na een monsterneming en een nieuwe analyse door een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren;hij geeft de toezichthoudend ambtenaar onmiddellijk kennis per fax of e-mail van de datum van heropening van de inrichting; 6° hij vergewist zich ervan dat een laboratorium geaccrediteerd of erkend voor de inventarisatie van Legionella pneumophila in sanitaire wateren een monsterneming en een nieuwe analyse uitvoeren binnen 10 dagen na de heropening van het zwembad en van het sanitair warmwaternet.Hij stuurt het resultaat onmiddellijk per fax of e-mail aan de toezichthoudend ambtenaar alsook aan de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is. HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie

Art. 27.Vóór de tenuitvoerlegging van het project en vóór elke wijziging van de plaats of de exploitatieomstandigheden die de risico's voor brand of voor de verspreiding ervan zouden kunnen wijzigen, raadpleegt de exploitant de territoriaal bevoegde brandweerdienst over de te treffen maatregelen en de aan te wenden uitrustingen inzake de preventie en de bestrijding van brand en ontploffingen, met inachtneming van de bescherming van de bevolking en het leefmilieu.

Genoemde maatregelen worden onmiddellijk genomen door de exploitant.

Art. 28.Het zwembad is vlot toegankelijk voor de externe hulpdiensten en ontworpen zodat een persoon op een berrie makkelijk en snel afgevoerd kan worden.

Art. 29.De voor het publiek toegankelijke lokalen zijn, net zoals de ontruimingscircuits, de technische lokalen en de toegangswegen ertoe, voorzien van een noodverlichting.

Art. 30.§ 1. Doorzichtige deuren en wanden worden zichtbaar gemaakt en er worden maatregelen getroffen om verwondingen bij de bezoekers te voorkomen in geval van glasschade. § 2. Alle uitgangen, met inbegrip van de nooduitgangen, zijn toegankelijk voor de personen die zich in de lokalen van de inrichting bevinden. § 3. Alle uitgangen, met inbegrip van de nooduitgangen, worden d.m.v. reglementaire pictogrammen aangegeven. De pictogrammen zijn duidelijk zichtbaar. Ze worden met normale verlichting en noodverlichting verlicht.

De deuren gaan open in de richting van de uitgang.

Art. 31.§ 1. Minstens één veiligheidsverantwoordelijke oefent rechtstreeks en voortdurend toezicht uit op de baders.

In een zwembad waarvan de maximale waterhoogte 1,4 meter overschrijdt, zijn de veiligheidsverantwoordelijken houder van het hoger reddersbrevet uitgereikt of gehomologeerd door de bevoegde administratieve overheid krachtens de wetgeving tot organisatie van de sport in het Franstalige taalgebied en het Duitstalige taalgebied of van elke gelijkwaardige kwalificatie erkend in laatstgenoemd taalgebied.

In een zwembad met een waterhoogte van 1,4 meter of minder zijn de veiligheidsverantwoordelijken houder van het basisreddersbrevet uitgereikt of gehomologeerd door de bevoegde administratieve overheid krachtens de wetgeving tot organisatie van de sport in het Franstalige taalgebied en het Duitstalige taalgebied of van elke gelijkwaardige kwalificatie erkend in laatstgenoemd taalgebied. § 2. De redders die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de baders volgen bovendien minstens één keer per jaar een verplichte opleiding inzake eerste hulp-, reanimatie- en reddingstechnieken.

De modaliteiten voor die opleiding zijn goedgekeurd door de bevoegde administratieve overheid bedoeld in § 1, tweede en derde lid.

Een afschrift van het brevet wordt op de exploitatiezetel bewaard en ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar. § 3. Paragraaf 1 is niet van toepassing op : 1° zwembaden van toeristische inrichtingen, zoals hotels, landelijke verblijven, campings, gedurende de periodes waarin de toegang alleen aan residenten voorbehouden is;2° therapeutische baden.

Art. 32.In de zwembaden wordt hoogstens één bader per 2 m2 wateroppervlakte toegelaten.

Voor zwembaden voorbehouden aan zwemlessen en sportoefeningen wordt aanbevolen één bader per 3 m2 wateroppervlakte toe te laten.

Art. 33.De waterdiepte en de plaatsen waar duiken verboden is, worden duidelijk aangegeven overal waar de veiligheid in het gedrang kan komen.

Elk plots diepteverschil wordt duidelijk aangegeven.

Art. 34.De inrichting beschikt over minstens één telefoontoestel met een directe buitenlijn die altijd vlot bereikbaar is.

Art. 35.De inrichting bevat een lokaal voor de toediening van de eerste zorgen of een kast met materiaal voor eerste hulp en reanimatie, in onberispelijke staat van onderhoud en vlot toegankelijk.

Het verzorgingsmateriaal bestaat voortdurend minstens uit de inhoud vermeld in bijlage I. Behalve voor de zwembaden van toeristische inrichtingen gedurende de periodes waarin de toegang alleen aan residenten voorbehouden is, bestaat het reanimatiemateriaal bovendien uit de volgende toestellen voor zuurstofbehandeling : 1° een zuurstofmasker voor volwassenen;2° een zuurstofmasker voor kinderen;3° een autostatische samendrukbare beademballon met patiëntenklep en verliesklep;4° een zuurstoffles voor medisch gebruik voorzien van een gasdrukregelaar en een debietmeter die op de ballong is aangesloten. De fles wordt onderworpen aan een druktest die uitgevoerd wordt door een externe dienst voor technische controles erkend overeenkomstig de erkenning van externe diensten voor technische controles op de werkplaats.

Art. 36.§ 1. De toezichthoudend ambtenaar wordt binnen 48 uur in kennis gebracht van elk lichamelijk ongeval met de dood of een ziekenhuisopname als gevolg en van elk technisch incident met de ontruiming of sluiting van de inrichting als gevolg. § 2. Elk noemenswaardig lichamelijk ongeval wordt op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 2 opgenomen is. § 3. Elk technisch incident met de ontruiming of sluiting van het zwembad als gevolg wordt op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 3 opgenomen is. § 4. De exploitant bezorgt de toezichthoudend ambtenaar jaarlijks vóór 1 april een lijst van de in artikel § 2 bedoelde ongevallen die zich in de loop van het vorige jaar voorgedaan hebben.

De lijst wordt opgesteld aan de hand van het formulier opgenomen in bijlage 4. HOOFDSTUK V. - Waterlozing

Art. 37.§ 1. Het afvalwater uit de backwash en de spoeling van de filters, het spoelwater en het water van de lediging van de zwembaden worden gelijkgesteld met industrieel afvalwater. § 2. De inrichtingen beschikken over een afwateringsnet waarmee het industriële afvalwater, het huishoudelijke afvalwater en het regenwater afzonderlijk beheerd kunnen worden. § 3. De zwembaden worden mechanisch, met een borstel of met een hogedrukspuit gereinigd.

Wanneer blijkt dat chemische producten, bijv. bleekwater of een ketelsteenoplosmiddel, gebruikt moeten worden, dient de door de leverancier voorgeschreven dosering in acht te worden genomen. § 4. Als de zwembaden via het openbaar afwateringsnet geledigd worden, neemt de exploitant vooraf contact op met de bevoegde saneringsinstelling. De exploitant houdt rekening met de lozingsperiode en met het maximale lozingsdebiet naar gelang van de capaciteit van het net en de zuiveringsinstellingen die eventueel bepaald worden door de bevoegde saneringsinstellingen.

Als de wateren van de zwembaden die chloor als ontsmettingsmiddel gebruiken afgevoerd worden naar gewoon oppervlaktewater, een kunstmatige regenwaterafvoer of een grondinfiltratiesysteem, meet de exploitant vooraf hun actief chloorgehalte om zich ervan te vergewissen dat het voldoet aan de hiernavermelde lozingsvoorwaarden.

In voorkomend geval vloeit het afgevoerde water langs een dechloreerinstallatie alvorens geloosd te worden. Die installatie wordt regelmatig onderhouden om te voldoen aan de hiernavermelde lozingsvoorwaarden. § 5. Een schema van alle netten en een plan van de rioleringen worden door de exploitant opgemaakt, regelmatig bijgewerkt, met name na elke noemenswaardige wijziging, en gedateerd. Het plan van de netten voor de inzameling van effluenten vermeldt o.a. de sectoren waar is ingezameld, de aansluitingspunten, de kijkgaten, de rioleringen, de postes de relevage, de meetposten, de handbediende en automatische afsluiters.

Ze liggen ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar alsook van de brandweer- en hulpdiensten. § 6. Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater, in een kunstmatige afwateringsweg of een grondinfiltratiesysteem wordt geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° de pH is niet hoger dan 9 of niet lager dan 6,5;2° de temperatuur bedraagt hoogstens 30 ° C;3° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg/l;4° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg/l;5° voor zwembaden die chloor als ontsmettingsmiddel gebruiken, is het actief chloorgehalte niet hoger dan 0,05 mg/l; 6° het geloosde water is vrij van de gevaarlijke stoffen bedoeld in de artikelen R.131 tot R.141 en in de bijlagen I en VII bij het regelgevend gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.

Industrieel afvalwater mag in geen geval vloeien langs eventuele voorzieningen voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater. § 7. Industrieel afvalwater dat in een openbare riolering wordt geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° de pH is niet hoger dan 9,5 of niet lager dan 6;2° de temperatuur bedraagt hoogstens 45 ° C;3° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg/l;4° vanwege hun structuur mogen ze de werking van de opvang- en zuiveringsstations niet schaden;5° de diameter van de zwevende stoffen bedraagt niet meer dan 10 mm;6° het geloosde water mag geen stoffen bevatten die gevaar inhouden voor het personeel dat de rioleringen en zuiveringsinstallaties onderhoudt, de leidingen kunnen beschadigen of verstoppen, de goede werking van de stuwings- en zuiveringsinstallaties kunnen belemmeren;7° het geloosde water bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken;8° het is verboden mechanisch vermaalde vaste stoffen te storten of water te lozen dat zulke stoffen bevat; 9° het geloosde water is vrij van de gevaarlijke stoffen bedoeld in de artikelen R.131 tot R.141 en in de bijlagen I en VII bij het regelgevend gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.

Industrieel afvalwater mag in geen geval vloeien langs eventuele voorzieningen voor de voorbehandeling van huishoudelijk afvalwater. HOOFDSTUK VI. - Controle

Art. 38.§ 1. De helderheid, de temperatuur en de pH van het zwembadwater worden voor de opening van de inrichting door de exploitant gecontroleerd, minstens twee keer tijdens de openingsuren met een tussentijd van minimum 4 uren.

Om de pH te meten, wordt een monster van het zwembadwater genomen, altijd op dezelfde plaats vlakbij de kade, 30 centimeter vanaf de oppervlakte en zover mogelijk van de toevoer van het behandelde water in het zwembad.

De gemeten pH-waarden worden onmiddellijk vergeleken met de continu aangeplakte waarden. § 2. Wat betreft de zwembaden die chloor (NaOCl of Cl2) als ontsmettingsmiddel gebruiken, worden het beschikbare vrije chloor, het actieve chloor en het gecombineerde chloor op zijn minst voor de opening van de inrichting en twee keer tijdens de openingsuren door de exploitant gecontroleerd na het nemen van een monster van het zwembadwater, altijd op dezelfde plaats vlakbij de kade, 30 centimeter vanaf de oppervlakte en zover mogelijk van de toevoer van het behandelde water in het zwembad.

De gemeten pH-waarden worden onmiddellijk vergeleken met de continu aangeplakte waarden.

Het actieve chloor wordt vanaf de pH en de vrije chloor bepaald d.m.v. de tabel opgenomen in bijlage 5. § 3. De exploitant laat de waterkwaliteit van de zwembaden minstens maandelijks controleren door een laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend krachtens de artikelen R.101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek voor wateranalyse. Dat laboratorium zal controle voeren op de chemische, bacteriologische en fysische parameters bedoeld in artikel 19 en, desgevallend, in de artikelen 50 en 57. § 4. De exploitant of zijn aangestelde zorgt ervoor dat de voor analyse bestemde watermonsters minstens twee uren na de opening van het zwembad genomen worden, altijd op dezelfde plaats en zover mogelijk van de toevoer van het behandelde water in het zwembad, vlakbij de kade en 30 cm centimeter vanaf de oppervlakte.

De monsters worden door het laboratorium genomen.

Het uur van de monsterneming en het aantal baders worden opgegeven.

Het ontsmettingsmiddel wordt correct geneutraliseerd in het monster dat voor de microbiologische analyse bestemd is.

De pH en, desgevallend, het vrije chloor en het actieve chloor worden door het laboratorium gemeten wanneer de monsters genomen worden. § 5. De exploitant zorgt ervoor dat de resultaten van de bacteriologische analyses hem meegedeeld worden binnen een termijn van 10 dagen, te rekenen van de dag na de monsterneming, en dat de analyses binnen 24 uren na de monsterneming uitgevoerd worden. § 6. Als een bacteriologisch resultaat niet conform is, wordt onmidellijk een nieuwe analyse gevoerd, waarschuwt de exploitant onmiddellijk de toezichthoudend ambtenaar en geeft hij hem kennis van de genomen maatregelen.

Als de resultaten van die nieuwe analyse ook niet conform zijn, wordt het zwembad gesloten tot de toestand genormaliseerd is. De toezichthoudend ambtenaar wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van de sluiting van de inrichting.

Er wordt een overschrijding toegestaan van de maximale waarden toegelaten in 10 percent van de monsters die in de loop van de vorige 10 maanden geanalyseerd werden. § 7. Een afschrift van de analyseresultaten ligt ter inzage van de klanten en van de toezichthoudend ambtenaar. § 8. De resultaten van de wateranalyses die zijn verricht door het laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend krachtens de artikelen R.101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek, worden aangeplakt op een plek waar de baders langs moeten, met name bij de kas of aan de ingang van de kleedkamers. De analyseresultaten dateren van minder dan 40 dagen. § 9. De toezichthoudend ambtenaar kan altijd bijkomende analyses voor rekening van de exploitant eisen.

Art. 39.Voor de inbedrijfstelling van een nieuw zwembad of na elke structurele wijziging van het zwembad, kan de watercirculatie via een test, bijv. een colorimetrische test, aangetoond worden.

Art. 40.Het geloosde water wordt afgevoerd via een controlevoorziening die aan de volgende vereisten voldoet: 1. een vlotte monsterneming van het geloosde water mogelijk maken;2. op verzoek of op initiatief van de toezichthoudend ambtenaar het nemen van monsters mogelijk maken;3. vlot toegankelijk zijn, zonder voorafgaande formaliteit;4. geïnstalleerd zijn op een plek die alle garanties biedt inzake waterkwantiteit en -kwaliteit;

Art. 41.§ 1. De exploitant houdt een dossier met lijsten bij waarop de volgende gegevens voorkomen : 1° de resultaten van de door hem gevoerde dagelijkse analyses bedoeld in artikel 38, §§ 1 en 2; 2° de resultaten van de in artikel 38, § 3, bedoelde analyses die op gezette tijden gevoerd worden door het laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend krachtens de artikelen R.101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek; 2° de aangeplakte waarden van de pH of van het ontsmettingsmiddel (de onstmettingsmiddelen) op het moment van de monsterneming door het laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend krachtens de artikelen R.101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek; 4° de data van de spoeling van de filters, van de vervanging of de toevoeging van filtreermateriaal, van de lediging van de zwembaden en, desgevallend, van de reiniging van de bufferbak;5° het dagelijkse bezoek van het zwembad;6° eventuele incidenten alsook de onderhouden, verificaties, storingen, herstellingen of ongevallen;7° de maandelijkse opmeting van de watermeters; 8° de bemerkingen i.v.m. de controles op de technische installaties van het zwembad, met inbegrip van de ijking van de controle- en meettoestellen; 9° de namen van de verantwoordelijken voor de opslag en de inontvangstname van de gevaarlijke en de chemische producten alsook van hun plaatsvervangers;10° de namen van de verantwoordelijke personen voor de dagelijkse controle op de installaties, alsook van hun plaatsvervangers;11° het afschrift van de formulieren opgnomen in de bijlagen 2, 3 en 4;12° de naam van de chemische producten die in de inrichting gebruikt worden, de geleverde hoeveelheden en de leveringsdata. § 2. Het dossier ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar en wordt 5 jaar bewaard.

Art. 42.De exploitant houdt een register met de uitgevoerde preventieve en verbeteringsmaatregelen waarin voorzien wordt in het beheersplan en het interventieplan bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk III van Titel I. Het register ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

Art. 43.De exploitant legt de controlerapporten betreffende de elektrische hoogspannings- en laagspanningsinstallaties ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.

TITEL II. - Bepalingen van toepassing op de overdekte zwembaden

Art. 44.De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de overdekte zwembaden, onverminderd de bepalingen van Titel I. HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw

Art. 45.De systemen voor de circulatie en de afvoer van lucht, damp en rook worden zo aangelegd dat ze niet hinderlijk zijn voor het publiek en de buren. HOOFDSTUK II. - Exploitatie Afdeling 1. - Lucht

Art. 46.§ 1. De verse lucht voor de ventilatie van de inrichting wordt van buiten aangevoerd, ver genoeg van elke andere vervuilingsbron. § 2. Het heteluchtdebiet in de zwembadhal streeft naar de waarde 15 m3 per uur en per m2 wateroppervlak.

Het vermengingspercentage per uur stemt overeen met het aantal keer dat het luchtvolume gelijk aan het volume van de zwembadhal gedurende een periode van één uur hernieuwd wordt. De richtwaarde van het vermengingspercentage in een zwembadhal is gelijk aan 5 volumes per uur.

Art. 47.Het percentage van de relatieve luchtvochtigheid wordt onder 65 % gehouden. Om dat percentage te controleren, beschikt de exploitant in de zwembadhal over een vlot werkende vochtmeter die op 1,5 à 2 meter van de bodem geplaatst wordt.

Art. 48.De zwembadhal beschikt over een vlot werkende thermometer.

Tijdens de openingsuren is de luchttemperatuur er minstens 2 ° C hoger dan de watertemperatuur in het grootste bad. Afdeling 2. - Hygiëne en waterkwaliteit

Art. 49.Deze afeling is van toepassing wanneer het chloor alleen gebruikt wordt voor de behandeling van het zwembadwater.

Art. 50.§ 1. Behalve de kwaliteitsnormen bedoeld in artikel 19, voldoet het water van de overdekte zwembaden die uitsluitend met chloor (NaOCl of Cl2) ontsmet worden aan de volgende kwaliteitsnormen:

Tabel E (aanvulling van tabel A) : CHEMISCHE PARAMETERS

Types

Methodes

Eenheden

Waarden

Richt- waarden

Grens- waarden

Gemeten vrij chloor

Colorimetrie (DPD,)


Ondergrens

mg/l

0,5

0,5

Bovengrens

mg/l

1

1,5

Actief chloor Ondergrens

Berekening vanaf het gemeten vrije chloor en de pH (zie bijlage 5)

mg/l

0,4


Afdeling 3. - Chloraminen

Art. 51.Deze afdeling is van toepassing in het geval waarin chloor alleen wordt gebruikt of in combinatie met een ander ontsmettingsmiddel voor de behandeling van het zwembadwater.

Art. 52.§ 1. De exploitant zorgt ervoor dat de controle van het percentage van trichloramine in de lucht van de zwembadhal wordt uitgevoerd door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en onderzoeken in het kader van de bestrijding van de luchtverontreiniging, één keer per jaar tussen 1 september en 30 april, op een tijdstip dat representatief is voor het zwembadbezoek en op kosten van de exploitant. § 2. De exploitant vergewist zich ervan dat de monsterneming van de lucht uitgevoerd door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en onderzoeken in het kader van de bestrijding van de luchtverontreiniging, wordt verricht op het diepste punt, aan de rand van het zwembad en op een hoogte van 1,5 meter boven de bodem.

De plaats van het oppompen (monsterneming) van de lucht is zover mogelijk gelegen van elke uitrusting of structuur die een normale luchtcirculatie verhinderen en van de roosters voor de aan- en afvoer van lucht in de hal.

De monsterneming duurt tussen anderhalf uur en twee uren met een zuigdebiet van 1 liter per minuut. De pomp blijft, tijdens de duur van de monsterneming, onder het toezicht van het personeel van het analyselaboratorium.

De exploitant zorgt ervoor dat het rapport overgemaakt door het laboratorium of de instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en onderzoeken in het kader van de bestrijding van de luchtverontreiniging, de datum, het uur en de duur van de monsterneming vermeld, alsook de plaats van de monsterneming aan de hand van een schema en het percentage van het zwembadbezoek op het tijdstip van de monsterneming. § 4. De lucht van het zwembad moet aan de volgende kwaliteitsnormen voldoen :

Tabel F: LUCHTKWALITEIT

Parameter

Methode

Eenheid

Interventiewaarde

Grens- waarden

Trichloramine

Dosering van de chloriden na verlaging van de chloorverbindingen met arseentrioxide en natriumcarbonaat

mg/m3

0,5

1


De exploitant beschikt over een interventieplan dat wordt uitgevoerd in geval van overschrijding van de interventiewaarde voor de trichloramine (0,5 mg/m3). § 5. In geval van overschrijding van de interventiewaarde voor de trichloramine (0,5 mg/m3) voert de exploitant het interventieplan uit.

Een nieuwe analyse van de luchtkwaliteit wordt uitgevoerd binnen 30 dagen na de analyse die een overschrijding van de interventiewaarde heeft aangegeven.

Indien de nieuwe resultaten hoger liggen dan de interventiewaarde wordt de inrichting gesloten tot het percentage trichloramine opnieuw lager ligt dan de interventiewaarde. De exploitant verwittigt de toezichthoudend ambtenaar per fax of per e-mail alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.

Het zwembad kan opnieuw worden geopend wanneer een rapport opgesteld door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en onderzoeken in het kader van de bestrijding van de luchtverontreiniging, bevestigt dat het percentage trichloramine lager is dan de interventiewaarde.

De exploitant deelt de heropeningsdatum van de inrichting, per fax of per e-mail, onverwijld mee aan de toezichthoudend ambtenaar. § 6. De overschrijding van de grenswaarde met 1 mg/m3 heeft de onmiddellijke sluiting van het zwembad tot gevolg.

De exploitant verwittigt de toezichthoudend ambtenaar per fax of per e-mail alsook de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is.

Het zwembad kan opnieuw worden geopend wanneer een rapport opgesteld door een laboratorium of een instelling die erkend is voor monsternemingen, analyses en onderzoeken in het kader van de bestrijding van de luchtverontreiniging, bevestigt dat het percentage trichloramine lager is dan de interventiewaarde.

De exploitant deelt de heropeningsdatum van de inrichting, per fax of per e-mail, onverwijld mee aan de toezichthoudend ambtenaar.

Art. 53.De exploitant houdt een register bij waarin de uitvoering van de maatregelen bepaald bij het interventieplan bedoeld in artikel 51 wordt opgenomen.

Het register ligt ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar. HOOFDSTUK III. - Ongevallen- en brandpreventie

Art. 54.§ 1. De draagstructuren of de inrichtingsmaterialen en de desbetreffende verbindingsstukken zijn van nature of door behandeling corrosievrij en kunnen visueel onderzocht worden. § 2. Het eerste visuele onderzoek van de draagstructuren of van de inrichtingsmaterialen en de desbetreffende verbindingsstukken wordt uitgevoerd minder dan 10 jaar na de inbedrijfsstelling van de inrichting en vervolgens minstens om de 5 jaar.

Een bureau gespecialiseerd in de stabiliteit van bouwwerken voert dat onderzoek uit en maakt daarover een rapport op dat ingezien kan worden door de toerzichthoudend ambtenaar. Het besluit van dit rapport moet duidelijk zijn wat betreft de stabiliteit van het bouwwerk.

De exploitant legt de controlerapporten ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.

Indien het gespecialiseerd bureau een ernstig probleem inzake stabiliteit van het bouwwerk aan het licht brengt, zal de exploitant de inrichting sluiten tot het probleem opgelost is en wordt de toezichthoudend ambtenaar hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

TITEL III. - Bepalingen van toepassing op de openlucht zwembaden

Art. 55.De bepalingen van deze Titel zijn van toepassing op de openlucht zwembaden onverminderd de bepalingen van Titel I. HOOFDSTUK I. - Controle

Art. 56.In afwijking van artikel 38, § 3, worden tijdens de openingsperiode en minstens twee keer per maand de chemische, bacteriologische en fysische parameters bedoeld in de artikelen 19 en 57 gecontroleerd door een laboratorium geaccrediteerd overeenkomstig de geldende regelgeving of erkend krachtens de artikelen R.101 en volgende van Boek I van het Milieuwetboek voor wateranalyse.

Vóór de opening van het seizoen, laat de exploitant een wateranalyse uitvoeren volgens de modaliteiten van het vorig lid.

De exploitant geeft de toezichthoudende ambtenaar schriftelijk kennis van de openingsdatum van het seizoen. Hij stuurt hem tegelijkertijd een afschrift van de resultaten van de wateranalyse.

Het zwembad wordt slechts geopend als de resultaten conform zijn met de normen bepaald door de artikelen 19 en 57.

Art. 57.§ 1. Behalve de naleving van de kwaliteitsnormen bedoeld in artikel 19, voldoet het water van de zwembaden die uitsluitend met chloor (NaOCl of Cl2) ontsmet worden aan de volgende kwaliteitsnormen :

Tabel G (aanvulling op tabel A): CHEMISCHE PARAMETERS

Types

Methodes

Eenheden

Waarden

Richt- waarden

Grens- waarden

Wanneer er geen chloro-isocyanuraat wordt gebruikt

Gemeten vrij chloor

Colorimetrie (DPD,...)


Ondergrens

mg/l

1

0,8

Bovengrens

mg/l

2

3

Actief chloor Ondergrens

Calcul à partir du chlore libre mesuré et du pH (voir annexe 5)

mg/l

0,6

Wanneer chloro-isocyanuraat wordt gebruikt

Beschikbare chloor : Hypochloriet +onderchlorigzuur +chloro-isocyanuraat

Colorimetrie DPD1 (Diethyl Parafenyleen Diamine) of " FREE "


Ondergrens

mg/l

3

Bovengrens

mg/l

5

Isocyanide zuur

Melaminetest


Ondergrens

mg/l

25

Bovengrens

mg/l

75


Titel IV. - Bepalingen voor het beheer van onder druk vloeibaar gemaakt chloor

Art. 58.De bepalingen van deze Titel zijn van toepassing op open en overdekte zwembaden die onder druk vloeibaar gemaakt chloor gebruiken als ontsmettingsmiddel HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw

Art. 59.§ 1. Alle gebruikte of in reserve gehouden tanks worden tegen zonnestralingen en atmosferische effecten beschut in een speciaal daartoe ingerichte gesloten ruimte die niet uitgeeft op een voor het publiek toegankelijke zone. Het opschrift " chlooropslag " staat duidelijk vermeld op de deur van het lokaal. § 2. De opslagplaats bestaat uit een hok of een kast. De afmetingen ervan (hoogte, diepte en breedte) zijn zodanig dat het personeel er niet kan binnenkomen.

De scheiding tussen het hok of de kast en het zwembad is gasdicht en biedt een vuurweerstand van minstens één uur. § 3. Als de opslagplaats zich in een lokaal bevindt, worden de producten opgeslagen op de benedenverdieping, zo ver mogelijk van de stookruimte.

Alle bestanddelen (muren, wanden, vloeren, plafonds,...) tussen het opslaglokaal en elk ander lokaal zijn gasdicht en bieden een vuurweerstand van minstens één uur.

Het lokaal is uitgerust met een enkele deur die rechtstreeks uitgeeft op buiten.

Elke deur die toegang geeft tot het lokaal van buiten uit, gaat open in de richting van de uitgang. Ze gaat automatisch dicht en is niet uitgerust met een voorziening waardoor ze in open stand kan worden vastgezet. De deur mag in open stand worden vastgezet wanneer in het lokaal technische handelingen aan de gang zijn.

Het lokaal is uitgerust met een geforceerde ventilatie die de buitenlucht langs onder (bodemniveau) aanzuigt. De lucht wordt dan rechtstreeks langs boven in de open lucht geloosd.

Het ventilatiesysteem wordt van buiten het lokaal bediend.

De exploitant zorgt ervoor dat de ventilatie van het opslaglokaal zo ontworpen is dat ze niet hinderlijk is voor de buurt en voor het publiek. De openingen voor verse lucht en de afzuigers van vervuilde lucht worden zo geplaatst dat ze de gassen van de ventilatie van het opslaglokaal niet kunnen aanzuigen. De ligging van het lokaal wordt naar gelang van de heersende winden gekozen.

De uitrustingen in het opslaglokaal, meer bepaald de installatie en het elektrische materiaal, worden ontworpen en verwezenlijkt met inachtneming van de corrosierisico's inherent aan de eventuele aanwezigheid van chloor in de lucht. § 4. De tanks worden verticaal aan een wand vastgemaakt met klemmen en kettingen die vlot open gaan.

De chloormeters worden rechtstreeks op de flessen aangebracht. Geen enkele leiding vervoert gasvormig chloor onder druk. § 6. Het punt waar gasvormig chloor in de waterleiding wordt geïnjecteerd en de voorziening voor de regeling van het debiet van gasvormig chloor bevinden zich buiten de opslagruimte. HOOFDSTUK II. - Uitbating

Art. 60.Vloeibaar gemaakt chloor wordt opgeslagen in tanks die getest worden door een externe dienst voor technische controles erkend bij de regelgeving betreffende de erkenning van externe diensten voor technische controles op de werkplaats en die geen gebreken vertonen.

Art. 61.De omgevingstemperatuur wordt onder 50 ° C gehouden.

Art. 62.Het is verboden brandstoffen op te slaan in de opslagruimte of in de nabijheid ervan.

Art. 63.De exploitant voert dagelijks controles uit in de opslagruimte om chloorlekken op te sporen en om na te gaan of de tanks in perfecte staat zijn.

De tanks mogen niet in de inrichting hersteld worden. Elke gebrekkige tank wordt zo spoedig mogelijk teruggegeven aan de fabrikant.

Art. 64.Als de waterbehandeling meer dan 4 uur wordt onderbroken, sluit de exploitant de gebruikte chloortanks.

Art. 65.De chloorlevering vindt plaats onder toezicht van een door de exploitant aangewezen persoon die op de hoogte is van de modaliteiten inzake het beheer van gasvormig chloor, met name de gevaren die er inherent aan zijn en de in geval van incident of ongeval te treffen maatregelen. HOOFDSTUK III. - Ongevallen- en brandpreventie

Art. 66.Geschreven procedures en interne noodplannen worden door de exploitant in overleg met de bevoegde diensten opgesteld.

Art. 67.In de buurt van de opslagruimte wordt minstens één ademhalingstoestel, waarvan het model erkend is, in een kast op een veilige plaats geïnstalleerd; dat toestel is geschikt voor gebruik in lucht met gasvormig chloor en isoleert de ademhalingsopeningen en ogen : 1° in geval van opslag in een lokaal bevindt de kast zich buiten het lokaal en bij de ingang ervan;2° in geval van opslag in een hok of in een kast bevindt de kast zich in één van de volgende dichtstbij gelegen lokalen : a) redderslokaal;b) infirmerie;c) kassa. Het ademhalingstoestel is voortdurend operationeel en is het voorwerp van een geschreven programma inzake inspectie en periodiek onderhoud dat de verwezenlijking van die doelstelling waarborgt en aan de aanbevelingen van de fabrikant voldoet.

Gebruiksklare reserve-elementen, zoals filterpatronen of persluchtcilinders, al naar gelang het geval, zijn steeds voorhanden.

Het personeel krijgt een opleiding om het ademhalingstoestel te kunnen gebruiken. Die opleiding wordt minstens één keer per jaar herhaald.

Art. 68.Bij de kast bevindt zich een tabel met de door de exploitant geformuleerde en getekende voorschriften. Daarbij wordt met name rekening gehouden met de aanbevelingen van de leveranciers van het aanwezige materiaal. De tabel vermeldt met name : 1. de gebruiksaanwijzing van het ademhalingstoestel en voor het onderhoud ervan;2. de uit te voeren handelingen en de voor de lopende exploitatie te treffen voorzorgsmaatregelen;3. de mogelijke incidenten, de desbetreffende risico's en de in die gevallen uit te voeren handelingen;4. de in geval van brand te treffen maatregelen en de plaats voor de ontruiming van de chloorvaten. TITEL V. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen

Art. 69.De bepalingen van het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren, in de openbare riolen en in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater zijn niet meer toepasselijk op de inrichtingen bedoeld in dit besluit.

Art. 70.Dit besluit is van toepassing op de bestaande inrichtingen zodra het in werking treedt.

In afwijking van het vorig lid : 1° zijn artikel 3, leden 1, 2, 3 en 6, artikel 5, artikel 6, § 1, leden 1 en 3, § 2, artikel 8, §§ 2, 3 en 4, artikel 9, lid 1, artikel 14, lid 2, artikel 17, § 1, artikel 37, § 2, § 6, laatste lid, § 7, laatste lid, en artikel 46, § 2, niet van toepassing op de bestaande inrichtingen;2° zijn artikel 10, leden 1 en 4, artikel 15, § 1, lid 2, artikel 17, § 6, lid 5, hoofdstuk V van Titel I en artikel 40 van toepassing op de bestaande inrichtingen uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 71.Het besluit van de Waalse Regering van 13 maart 2003 houdende sectorale voorwaarden i.v.m. zwembaden, gewijzigd bij de besluiten van 6 mei 2004 en 21 december 2006 wordt opgeheven.

Art. 72.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 13 juni 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juni 2013 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende open en gedekte zwembaden voor en niet louter privatief gebruik in het kader van het gezin met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm.

Namen, 13 juni 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY

^