Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 13 maart 2003
gepubliceerd op 25 april 2003

Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de integrale voorwaarden betreffende de zwembaden bedoeld in rubriek nr. 92.61.01.01

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2003027272
pub.
25/04/2003
prom.
13/03/2003
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

13 MAART 2003. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de integrale voorwaarden betreffende de zwembaden bedoeld in rubriek nr. 92.61.01.01


De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, inzonderheid op de artikelen 4, 5, §§ 2 en 3, 7 en 8;

Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering over het verzoek om adviesverlening door de Raad van State binnen uiterlijk één maand;

Gelet op het advies van de Raad van State 33.486/4, gegeven op 16 oktober 2002 overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving en toepassingsgebied

Artikel 1.In de zin van dit besluit wordt verstaan onder zwembaden : kunstmatige baden voornamelijk ontworpen voor het zwemmen of voor elke andere therapeutische, recreatie- of sportactiviteit.

Art. 2.Deze voorwaarden zijn van toepassing op de installaties of activiteiten bedoeld in rubriek 92.61.01.02 : openlucht en overdekte zwembaden voor een niet louter privatief gebruik in het kader van het gezin, met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm.

Art. 3.Dit besluit heeft betrekking op twee soorten zwembaden : 1. type 1 : overdekte zwembaden in een gesloten systeem, met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm;2. type 2 : openlucht zwembaden in een gesloten systeem, met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 40 cm. HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw

Art. 4.§ 1. De bodem, plafonds en wanden van de lokalen van de inrichting zijn voorzien van een waterdichte, corrosiewerende en vlot wasbare bekleding. § 2. Alle technische en andere interne uitrustingen bestaan uit rotvrij, corrosiewerend, vlot wasbaar en niet kwetsend materiaal. § 3. De scherpe hoeken en uitstekende elementen zijn afgeschermd met een zachte bekleding tot op 2 m van de vloer. § 4. De wanden en de bodem van het zwembad en de cabines bestaan uit hard materiaal en zijn voorzien van een waterdichte, rotvrije, vlot wasbare en zachte bekleding.

De bodem van het zwembad is bovendien voorzien van een slipvrije bekleding tot een diepte van minimum 1,35 m. § 5. Als het zwembad dieper is dan 1 meter, zijn de wanden ervan voorzien van een steunpunt voor handen of voeten. § 6. Bij de wateraanvoer en -afvoer wordt stagnerend water in het zwembad zoveel mogelijk beperkt. § 7. Het diepste punt van het zwembad is voorzien van een afvoer voor de lediging van het bad. Het water wordt naar die voorziening afgevoerd via een helling van minstens 1 %. § 8. De roosters en kranen voor de aan- en afvoer van water, lucht, enz. zijn zo ontworpen dat ze vrij zijn van gevaar voor de baders, zoals snijwonden of zuiggevaar.

Art. 5.De inrichting is aangesloten op een distributienet van drinkwater. Als het water van de douches en wastafels geen distributiewater is, voldoet het aan de normen die voor het distributiewater gelden.

Art. 6.Het aantal sanitaire installaties stemt overeen met de opvangcapaciteit van de inrichting.

Art. 7.§ 1. De kaden van het zwembad worden zo aangelegd dat ze een snelle en vlotte evacuatie van alle baders toelaten. § 2. De rechstreekse toegang tussen de kaden en de kleedkamers of de recreatiezones bevindt zich ter hoogte van het ondiepste gedeelte van het bad. § 3. De kaden worden zo aangelegd dat het afvalwater niet in het zwembad terecht kan komen, noch in de voorzieningen voor de recyclage van het badwater. § 4. Eén kade van het zwembad, die bij de waterafvoer, is minstens 1,5 meter breed. § 5. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de waterafvoerpunten die op de riolering aangesloten zijn. Ze zijn voorzien van een filtratierooster. § 6. Alle vloeren, met inbegrip van tegels en voegen waarop blootsvoets wordt gelopen, bestaan uit hard, waterdicht, rotvrij, slipvrij, tegen gebruikte chemicaliën bestand, vlot wasbaar en niet kwetsend materiaal. § 7. Minstens een gemakkelijk te bereiken tapkraan wordt geïnstalleerd om monsternemingen uit te voeren vóór elke waterbehandeling bedoeld in artikel 14, § 4. § 8. Alle toegangen tussen de kaden van het zwembad en de cabines, wc's of andere zones met besmettingsgevaar zoals sanitaire installaties, vestiaires, zonnebanken of sauna's beschikken hoe dan ook over een voetbad of een voetdouche.

De voetbaden en -douches worden zo geïnstalleerd dat de baders er verplicht langs moeten om het zwembad te bereiken. § 9. De voetbaden en Bdouches worden van onsmettend water voorzien.

Art. 8.De werking van de pompen voor de injectie van het desinfecterend agens en de pH-correctie wordt onmiddellijk en automatisch onderbroken door het stilleggen van de pompen die voor de watercirculatie zorgen, of zodra het debiet onder 40 %van de normale waarde daalt. Als het desinfectans en de pH-correctie in dezelfde leiding geïnjecteerd worden, zijn de injectiepunten meer dan 2 m van elkaar verwijderd.

Art. 9.§ 1. Alle uitrustingen bestaan uit bestendig materiaal. Het oppervlak ervan is rotvrij, vlot wasbaar en vrij van gevaar voor verwondingen. § 2. De diepte van het zwembadwater is aangepast aan het gebruik van de springtorens, glijbanen en andere recreatieve voorzieningen. § 3. De ladder en het platform voor de toegang tot de glijbanen, springtorens en andere uitrustingen beschikken over veiligheidsvoorzieningen ontworpen om elke val te voorkomen.

Het oppervlak ervan is slipvrij en vlot wasbaar. § 4. De binnenbekleding van de glijbanen is continu glad om natuurlijk glijden toe te laten. Het glijden wordt niet met chemische producten bevorderd.

De plaats waar de gebruiker van een glijbaan van meer dan 2 meter hoog in het bad terecht komt wordt ontruimd binnen een straal van 2,5 m. HOOFDSTUK III. - Exploitatie Afdeling 1. - Werkingswijze

Art. 10.§ 1. De lokalen van de inrichting, de voorzieningen en het materiaal zijn in een perfecte staat van netheid en werking gehouden. § 2. De inrichting beschikt over een huishoudelijk reglement en geschreven procedures betreffende de normale werking, waarbij in spoedgevallen wordt voorzien in geschikte maatregelen om in alle omstandigheden voor de vlotte werking van de exploitatie te zorgen.

Het huishoudelijk reglement en de procedures worden minstens één keer per jaar bijgewerkt. Elk betrokken personeelslid ontvangt er een afschrift van, met ontvangbewijs. § 3. Een afschrift van de aangifte van de inrichting wordt op een zichtbare plaats aangeplakt langs het traject die de bezoekers verplicht moeten volgen.

Art. 11.De douches beschikken hetzij over lauw, hezij over warm en koud water.

Art. 12.§ 1. De exploitant houdt een register bij waarin de volgende gegevens voorkomen : 1° de resultaten van de dagelijkse analysen die hij uitvoert, zoals bedoeld in de §§ 1 en 2 van artikel 36;2° de resultaten van de analysen die het controlelaboratorium periodiek uitvoert, zoals bedoeld in § 3 van artikel 36;3° de aangeplakte pH-waarden en, voor de met chloor ontsmette baden, de chloorwaarden bij de door het laboratorium uitgevoerde monsterneming;4° de data van de filterreinigingen en de vervanging van het filtermateriaal;5° de dagelijkse bezettingsgraad van het zwembad; 6° elke gebrekkige werking of technisch incident 7° elk lichamelijk ongeval bij bezoekers, verplicht op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 1 voorkomt; 8° elk technisch incident, verplicht op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 2 voorkomt; 9° de maandelijse staat van de watermeters;10° de opmerkingen betreffende de technische verificaties van de installatie. § 2. Het register bedoeld in § 1 ligt ter inzage van een toezichthoudende ambtenaar en wordt bewaard gedurende 5 jaar.

Art. 13.§ 1. De toezichthoudende ambtenaar wordt binnen 48 uur in kennis gesteld van elk lichtamelijk ongeval met een sterfgeval of een ziekenhuisopname als gevolg, en van elk technisch incident met de ontruiming of de sluiting van de inrichting als gevolg. § 2. Elk noemenswaardig lichamelijk ongeval wordt op schrift gesteld d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage 1 voorkomt. § 3. Elk technisch incident met de ontruiming of de sluiting van het zwembad als gevolg wordt op schrift gesteld d.m.v. het formulier waarvan het model in bijlage 2 voorkomt. § 4. De exploitant bezorgt de toezichthoudende ambtenaar jaarlijks vóór 1 april een lijst van de in artikel 13, § 1, 7°, bedoelde ongevallen die zich in de loop van het vorige jaar voorgedaan hebben.

Art. 14.§ 1. Als het vul- en suppletiewater van het zwembad geen distributiewater is, voldoet het aan de normen die voor het distributiewater gelden. § 2. Om de conformiteit van de waterkwaliteit bedoeld in de bepalingen van artikel 37 van dit besluit te waarborgen, wordt dagelijks voldoende vers water toegevoegd. § 3. Het zwembadwater bevat geen elementen of kiemen in hoeveelheden die de veiligheid van de baders in het gedrang brengen. § 4. Het zwembadwater wordt behandeld in vier fasen, met name de voorfiltratie, de filtratie, de ontsmetting, de toevoer van vers water.

Voor de met chloor ontsmette zwembaden wordt ook voorzien in een pH-aanpassing. § 5. Het is verboden chemicaliën rechtstreeks in het zwembad te injecteren.

Art. 15.Het zwembadwater wordt gedurende maximum 2 uur volledig gerecycleerd.

Art. 16.Voor de baden van type B wordt het zwembad gereinigd en geledigd vóór de opening van het seizoen. Afdeling 2. - Voorwaarden van toepassing op de baden van type A

Art. 17.De systemen voor de circulatie en afzuiging van lucht, dampen en roken worden zodanig aangelegd dat ze geen hinder vormen voor het publiek en de buren.

Art. 18.De verse lucht voor de ventilatie van de inrichting wordt aangevoerd vanuit een plaats in de open lucht op een voldoende afstand van de tanks van gevaarlijke producten en van elke andere bron van vervuiling zoals schoorstenen en parkings.

Art. 19.Het heteluchtdebiet in de zwembadhal en de luchtvernieuwing (toevoer van verse lucht) zorgen voor een goede luchtkwaliteit.

Art. 20.Het percentage van de luchtvochtigheid wordt onder 65 % gehandhaafd. Om dit percentage te controleren, beschikt de exploitant in de zwembadhal over een vochtmeter die goed functioneert, en die tussen 1,5 en 2 meter hoog gelegen is.

Art. 21.§ 1. In de zwembadhal is er een thermometer die goed functioneert. § 2. Gedurende de openingsuren is de luchttemperatuur in de hal minstens 2° C hoger dan die van het water van het grootse bad. Afdeling 3. - Veiligheid

Art. 22.Het zwembad is vlot toegankelijk voor de externe hulpdiensten en is zo ontworpen dat makkelijk en snel met een brancard geëvacueerd kan worden.

Art. 23.De voor het publiek toegankelijke lokalen zijn, net zoals de ontruimingscircuits, de technische lokalen en de toegangswegen ertoe, voorzien van een noodverlichting.

Art. 24.§ 1. Doorzichtige deuren en wanden worden zichtbaar gemaakt en er worden maatregelen getroffen om verwondingen bij de bezoekers te voorkomen in geval van glasschade. § 2. Alle uitgangen, met inbegrip van de nooduitgangen, zijn toegankelijk voor de personen die zich in de lokalen van de inrichting bevinden. § 3. Alle uitgangen, met inbegrip van de nooduitgangen, worden d.m.v. reglementaire pictogrammen aangegeven. De pictogrammen zijn duidelijk zichtbaar en worden met de normale verlichting en de noodverlichting verlicht.

De deuren gaan open in de richting van de uitgang.

Art. 25.§ 1. Het toezicht wordt aangepast aan het soort installatie alsmede aan de bezettingsgraad en aan het soort bezoekers. De exploitant maakt een toezichtsprogramma op dat eigen is aan zijn inrichting. § 2. Minstens één veiligheidsverantwoordelijke oefent rechtstreeks en voortdurend toezicht uit op de baders.

In een zwembad waarvan de maximale waterhoogte 1,4 meter overschrijdt, zijn de veiligheidsverantwoordelijken houder van het hoger reddersbrevet uitgereikt door de bevoegde administratieve overheid krachtens het decreet van 26 april 1999 van de Franse Gemeenschap tot organisatie van de sport in de Franse Gemeenschap of krachtens het besluit van 27 januari 1993 van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap tot instelling van een sportcommissie en vaststelling van de taken ervan of van elke door haar erkende gelijkwaardige kwalificatie.

In een zwembad met een waterhoogte van 1,4 meter of minder zijn de veiligheidsverantwoordelijken houder van het basisreddersbrevet uitgereikt door de bevoegde administratieve overheid krachtens het decreet van 26 april 1999 van de Franse Gemeenschap tot organisatie van de sport in de Franse Gemeenschap of krachtens het besluit van 27 januari 1993 van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap tot instelling van een sportcommissie en vaststelling van de taken ervan of van elke door haar erkende gelijkwaardige kwalificatie. § 3. Paragraaf 2 van dit artikel is niet van toepassing op de zwembaden van toeristische inrichtingen zoals : - hotels; - landelijke verblijven; - campings gedurende de periodes waarin de toegang alleen aan residenten voorbehouden is; - therapeutische baden. § 4. De redders die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de baders volgen bovendien minstens één keer per jaar een verplichte opleiding inzake eerste hulp-, reanimatie- en reddingstechnieken.

De modaliteiten voor die opleiding zijn goedgekeurd door de bevoegde administratieve overheid bedoeld in § 2, tweede en derde lid.

Een afschrift van het brevet of van het attest wordt op de exploitatiezetel bewaard en kan ingekeken worden door de toezichthoudende ambtenaar.

Art. 26.In de zwembaden wordt hoogstens één bader per twee m2 wateroppervlakte toegelaten.

Art. 27.De waterdiepte en de plaatsen waar duiken verboden is, worden duidelijk aangegeven overal waar de veiligheid in het gedrang kan komen.

Elke plots diepteverschil wordt duidelijk aangegeven.

Art. 28.De inrichting beschikt over minstens één telefoontoestel met een directe buitenlijn die steeds vlot bereikbaar is.

Art. 29.§ 1. De inrichting bevat een lokaal voor de toediening van de eerste zorgen of een kast met materiaal voor eerste hulp en reanimatie, in onberispelijke staat van onderhoud en vlot bereikbaar. § 2. Het verzorgingsmateriaal bestaat hoe dan ook uit de reglementaire inhoud van de noodtas bedoeld in artikel 178 van het Aglemeen Reglement voor de arbeidsbescherming. § 3. Het reanimatiemateriaal bestaat uit : 1° een zuurstofmasker voor volwassenen;2° een zuurstofmasker voor kinderen;3° een autostatische samendrukbare beademballon met patiëntenklep en verliesklep;4° een zuurstoffles voor medisch gebruik voorzien van een gasdrukregelaar en een debietmeter die op de ballong is aangesloten. De fles wordt onderworpen aan een druktest uitgevoerd door een externe dienst voor technische controles die erkend is overeenkomstig het koninklijk besluit van 29 april 1999 betreffende de erkenning van externe diensten voor technische controles op de werkplaats. § 4. Paragraaf 3 van dit artikel is niet van toepassing op de zwembaden met een maximale waterhoogte van 1,4 meter of minder en de zwembaden van hotels, landelijke verblijven of campings gedurende de periodes waarin de toegang alleen aan residenten voorbehouden is, op de therapeutische baden.

Art. 30.Voor de zwembaden van type A is de ventilatie van de lokalen voor de opslag van gevaarlijke producten naar buiten gericht en van de externe ventilatieopeningen van het zwembad verwijderd.

Art. 31.§ 1. De technische en opslaglokalen zijn vlot toegankelijk voor de levering van producten maar niet voor het publiek. § 2. De vaten voor chemische producten, de opslaglokalen en de leidingen worden geëtiketteerd of geïdentificeerd. § 3. De exploitant houdt een lijst bij waarin de volgende gegevens voorkomen : 1° de naam, de hoeveelheden en de leveringsdata van de in de inrichting gebruikte chemische producten;2° de eventuele incidenten, alsmede alle onderhouden, controles, defecten, herstellen of ongevallen. § 4. De gezamenlijke installatie wordt dagelijks gecontroleerd door een personeelslid van de inrichting dat door de exploitant aangewezen wordt.

Een door de exploitant aangewezen personeelslid van de inrichting is aanwezig bij elke levering van gevaarlijke producten.

Art. 32.§ 1. De gevaarlijke producten worden los opgeslagen in de daartoe bestemde lokalen. § 2. De losse producten die onder elkaar kunnen reageren, worden opgeslagen in afzonderlijke lokalen die uitsluitend voor de opslag van dergelijke producten dienen. § 3. Er wordt een buis zonder tussenkoppeling gebruikt tussen de kuip van de vrachtwagen die de losse chemische producten levert en de ingang van de opslaginstallatie van de inrichting. Er wordt gebruik gemaakt van specifieke buizen met onverenigbare aansluitstukken. Per gevaarlijk product wordt gebruik gemaakt van een buis met een aansluitstuk speciaal bestemd voor het type product en onverenigbaar met het aansluitstuk van andere producten. § 4. De gevaarlijke producten worden los opgeslagen in reservoirs van minstens 1 500 liter. De reservoirs zijn gesloten en worden geplaatst in een daartoe bestemde retentiebak waarvan de capaciteit gelijk is aan minstens 110 % van die van de reservoir. De reservoirs zijn voorzien van een duidelijk zichtbare niveauwijzer en van een ontgassingssysteem met « wasventilatieopening » om giftige uitdampingen te voorkomen. Alleen het bovenste gedeelte van de reservoirs is voorzien van een gat. De tussenreservoirs, de zogenaamde « dagelijkse bakken », waar de gevaarlijke producten gedoseerd worden, mogen niet meer bevatten dan de hoeveelheid die nodig is voor 2 dagen exploitatie.

De tussenreservoirs worden geplaatst in een daartoe bestemde retentiebak waarvan de capaciteit minstens 110 % van het reservoir bedraagt.

Art. 33.§ 1. De gevaarlijke producten worden in flessen opgeslagen op een daartoe bestemde plaats.

Als het gaat om een lokaal, is de ventilatie naar buiten gericht en van de externe ventilatieopeningen van het zwembad verwijderd. § 2. De vaten worden niet opgestapeld en worden opgeslagen in een retentiebak met een capaciteit van 50 % van het opgeslagen totaalvolume of in individuelde retentiebakken met een capaciteit van 110 % van het opgeslagen volume van het vat. De producten die onder elkaar kunnen reageren worden in afzonderlijke retentiebakken opgeslagen.

Art. 34.Het gebruik onder druk vloeibaar gemaakt chloor is verboden. Afdeling 4. - Controles

Art. 35.§ 1. De elektrische hoogspanningsinstallaties van de inrichting worden jaarlijks gecontroleerd door een erkende instelling voor de controle van de elektrische installaties. § 2. De elektrische laagspanningsinstallaties van de inrichting worden om de vijf jaar gecontroleerd door een erkende instelling voor de controle van de elektrische installaties. § 3. De exploitant legt de controleverslagen ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

Art. 36.§ 1. Deze paragraaf is slechts van toepassing op zwembaden die chloor als waterontsmettingsmiddel gebruiken.

Beschikbaar vrij chloor en gebonden chloor worden minstens dagelijks gecontroleerd door de exploitant op grond van een badwatermonster dat steeds op dezelfde plaats wordt genomen, zo ver mogelijk van het punt waar het behandelde water in het bad terechtkomt. § 2. De doorzichtigheid en de temperatuur van het zwembadwater en de pH-waarde worden minstens dagelijks door de exploitant gecontroleerd aan de hand van een badwatermonster dat steeds op dezelfde plaats wordt genomen, zo ver mogelijk van het punt waar het behandelde water in het bad terechtkomt. § 3. De chemische, bacteriologische en fysische parameters bedoeld in artikel 37 worden minstens maandelijks gecontroleerd door een laboratorium voor wateranalyse erkend door het het Waalse Gewest. § 4. Als het bacteriologische resultaat niet conform is, wordt onmiddellijk een nieuwe analyse geëist. Als de resultaten dan nog niet conform zijn, wordt het zwembad gesloten tot de normalisatie van de toestand.

Een overschrijding van de aanvaardbare maximumwaarden voor 10 % van de in de loop van de 10 vorige maanden geanalyseerde monsters is toegelaten. § 5. De monsters van het te analyseren water worden minstens twee uur na de opening van het zwembad en steeds op dezelfde plaatsen genomen, namelijk bij de kade op ongeveer 30 cm van de oppervlakte, zo ver mogelijk van het punt waar het behandelde water in het zwembad terechtkomt.

De monsters worden door het laboratorium genomen.

Het uur van de monsterneming en het aantal baders worden vermeld.

Het ontsmettingsmiddel wordt behoorlijk geneutraliseerd in het monster dat voor de microbiologische analyse dient.

De pH-waarde wordt door het laboratorium gemeten op het moment van de monsterneming.

Voor de zwembaden die chloor als ontsmettingsmiddel gebruiken, worden de vrij chloor en de totaal chloor ook op het moment van de monsterneming door het laboratorium gemeten. § 6. De monsters worden vervoerd en tot de analyse bewaard bij een temperatuur van ongeveer + 4 °C. De analyses worden binnen 24 uur na de monsterneming uitgevoerd en de resultaten worden binnen 7 werkdagen na de monsterneming aan de exploitant meegedeeld. § 7. Een afschrift van de analyseresultaten ligt ter inzage van de klanten en van de toezichthoudende ambtenaar. § 8. De berichten van de wateranalyse worden verplicht aangeplakt daar waar de baders langs moeten, met name bij de kassa en bij de ingang van de kleedkamers. § 9. De toezichthoudende ambtenaar kan steeds bijkomende analyses op kosten van de exploitant eisen. Afdeling 5. - Hygiëne en kwaliteit van het water

Art. 37.§ 1. Dit artikel is van toepassing op de zwembaden die chloor als ontsmettingsmiddel gebruiken. § 2. Het gebruik van andere ontsmettingstechnieken dan chloor alsmede het gebruik van elk chemisch product of van elke andere behandeling dan die bedoeld in dit artikel maakt het voorwerp uit van aanvullende voorwaarden. § 3. Het water van elk zwembad is ontsmettend, met uitzondering van de baden voor individueel gebruik die na elk gebruik worden geledigd. § 4. Het zwembadwater voldoet aan de kwaliteitsnormen bedoeld in de onderstaande tabellen A, B, en C : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 5. De overschrijding van de grenswaarden vermeld in de tabellen A en C hierboven en in de tabellen D, E van dit artikel legt de sluiting van het bad op als geen oplossing wordt gevonden binnen een half uur. § 6. Voor de zwembaden van type B laat de exploitant het zwembadwater vóór de opening van het seizoen grondig analyseren volgens de modaliteiten bedoeld in de vorige paragrafen.

De exploitant geeft de toezichthoudende ambtenaar schriftelijk kennis van de openingsdatum van het seizoen. Hij stuurt hem tegelijkertijd een afschrift van de resultaten van de wateranalyse. Het zwembad wordt slechts geopend als de resultaten conform zijn. HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie

Art. 38.Vóór de uitvoering van het project en vóór elke wijziging van de plaats en de omstandigheden pleegt de exploitant door bemiddeling van de Burgemeester overleg met de territoriaal bevoegde brandweerdienst over de te treffen maatregelen en de te gebruiken uitrustingen inzake preventie en bestrijding van brand en ontploffingen, waarbij rekening wordt gehouden met de bescherming van het publiek en van het leefmilieu. HOOFDSTUK V. - Overgangsmaatregelen

Art. 39.§ 1. Voor de zwembaden die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaan : 1° zijn de artikelen 4, §§ 2 en 3, 7, § 7, 8, 9, 11, 15, 25, § 2, derde lid (in afwachting van het basisreddersbrevet zijn de redders houder van het hoger reddersbrevet) 30, 32, § 1, § 2, § 3, § 4, tweede en derde lid, 33, 34 niet van toepassing vóór 1 januari 2005;2° zijn de artikelen 4, § 1, § 4 tot § 7, 5, eerste lid, 7, § 1 tot § 4 en § 6, § 8;31, § 1; 32, § 4, eerste lid, niet van toepassing.

Art. 40.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 41.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 13 maart 2003.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET

Bijlage 1 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 maart 2003 houdende sectorale voorwaarden i.v.m. zwembaden.

Namen, 13 maart 2003.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET

Bijlage 2 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 maart 2003 houdende sectorale voorwaarden i.v.m. zwembaden.

Namen, 13 maart 2003.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET

Bijlage 3 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 maart 2003 houdende sectorale voorwaarden i.v.m. zwembaden.

Namen, 13 maart 2003.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET

^