Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 14 mei 2009
gepubliceerd op 18 mei 2009

Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten

bron
waalse overheidsdienst
numac
2009027097
pub.
18/05/2009
prom.
14/05/2009
ELI
eli/besluit/2009/05/14/2009027097/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

14 MEI 2009. - Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten


De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980, tot hervorming der instellingen, met name gewijzigd bij de wetten van 8 augustus 1988, 5 mei 1993, 16 juli 1993, 13 juli 2001 en 12 augustus 2003;

Gelet op decreet I van 7 juli 1993 betreffende de overheveling van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest;

Gelet op decreet II van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en naar de Franse Gemeenschapscommissie;

Overwegende dat de Regering zo doeltreffend mogelijk moet kunnen werken;

Overwegende dat die noodzakelijkheid onverwijld de inwerkingtreding van deze bepalingen met zich brengt, Besluit :

Artikel 1.In de zin van dit besluit dient te worden verstaan onder : - « wet » : de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, meer bepaald gewijzigd bij de wetten van 8 augustus 1988, 5 mei 1993, 16 juli 1993, 13 juli 2001 en 12 augustus 2003; - « decreet » : decreet II van 22 juli 1993 tot overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.

Art. 2.De heer Rudy Demotte, Minister-President, is bevoegd voor : - de coördinatie en de mededeling van het regeringsbeleid; - het voorzitterschap van het ministeriële comité « creatie van activiteiten »; - de organisatie van de bestuurlijke task force bestaande uit verantwoordelijken van de besturen, paragewestelijke en andere publieke of parapublieke instellingen betrokken bij de « creatie van activiteiten »; - de administratieve vereenvoudiging; - e-government en bestuurlijke informatica; - evaluatie, prospectief beleid en statistiek; - de aanhangigmaking van zaken bij het overlegcomité « Federale Regering, Gemeenschaps- en Gewestregeringen », de intrabelgische betrekkingen, alsmede de werking van de instellingen, met inbegrip van de betrekkingen met het Parlement; - de coördinatie van de dossiers betreffende de Structuurfondsen, met inbegrip van de betrekkingen met de Europese, de nationale en de gewestelijke instellingen; - de organisatie van een task force belast met de voorbereiding en de coördinatie van de dossiers betreffende de Structuurfondsen, alsook met hun uitvoering en evaluatie; - het economische impulsfonds voor de reconversiegebieden en bijzondere achtergestelde gebieden, met inbegrip van de dossiercoördinatie; - de vestiging van diensten en instellingen, en het onroerend beheer; - de verdeling van de middelen van de Nationale Loterij; - de coördinatie van het plan P.L.U.I.E.S.; - de coördinatie van het plan « permanente bewoning van toeristische uitrustingen »; - de in-, de uit- en de doorvoer van wapens, munities en materieel die in het bijzonder bestemd zijn voor een militair gebruik, voor de ordehandhaving en van de daarmee verband houdende technologie, evenals van de producten en technologieën voor beide doeleinden, onverminderd de federale bevoegdheid voor in- en uitvoer met betrekking tot leger en politie, en mits naleving van de criteria die bepaald zijn door de Gedragscode van de Europese Unie inzake wapenuitvoer; - het toekennen van licenties voor de in-, de uit- en de doorvoer van wapens, munities en materieel die in het bijzonder bestemd zijn voor een militair gebruik, voor de ordehandhaving en van de daarmee verband houdende technologie, evenals van de producten en technologieën voor beide doeleinden, onverminderd de federale bevoegdheid voor die met betrekking tot leger en politie; - het gezondheidsbeleid, zoals bedoeld in artikel 3, 6°, van het decreet; - de bijstand aan personen, zoals bedoeld in artikel 3, 7°, van het decreet, met uitzondering van de wetgeving betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het toezicht daarop; - het gelijke-kansenbeleid.

Art. 3.De heer André Antoine, Vice-Minister-President en Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, is bevoegd voor : - de luchthavens zoals bedoeld in artikel 6, § 1, X, 7° en 9°, van de wet en de uitrusting en uitbating ervan; - het openbaar vervoer zoals bedoeld in artikel 6, § 1, X, 8°, van de wet en de acties van programma 54.06 van de begroting; - het leerlingenvervoer zoals bedoeld in artikel 3, 5°, van het decreet; - de gewestelijke aspecten van de uitvoering van het investeringsplan van de NMBS; - het energiebeleid zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VII, van de wet, met inbegrip van het wetenschappelijke onderzoek inzake energie en valorisering van de steenbergen; - de huisvesting zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IV, van de wet; - de ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 6, § 1, I, van de wet, behalve 4° en 7°; - de globale vergunningen, zoals bedoeld in hoofdstuk XI van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.

Art. 4.De heer Michel Daerden, Vice-Minister-President en Minister van Begroting, Financiën en Uitrusting, is bevoegd voor : - de begroting, de financiën en de thesaurie, met inbegrip van de uitvoering van decreet I van 7 juli 1993 tot oprichting van vijf publiekrechtelijke vennootschappen voor het beheer van de schoolgebouwen van het door de overheid ingerichte onderwijs en de fiscale bevoegdheden die naar de Gewesten zijn overgeheveld bij de bijzondere wet van 13 juli 2001tot herfinanciering van de Gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de Gewesten; - het voorzitterschap van het ministeriële comité voor de opvolging en de monitoring van de alternatieve financieringen en de financiële toestand van de openbare instelllingen, met inbegrip van de gespecialiseerde vennootschappen en filialen; - de openbare werken zoals bedoeld in artikel 6, § 1, X, 1° tot 6°, van de wet, met inbegrip van de groene stroken langs de de wegen en de bevaarbare waterwegen en de verkeersveiligheid; - de stadsvernieuwing, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, I, 4°, van de wet; - de cartografie; - de grote kunstwerken zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 2 februari 1993 tot overdracht van de waterwegen aan de Gewesten, met inbegrip van de bevordering van de bevaarbare waterwegen; - wat lichamelijke opvoeding, sport en openluchtleven betreft, de gemeentelijke, provinciale, intercommunale en privé-infrastructuren, zoals bedoeld in artikel 3, 1°, van het decreet.

Art. 5.De heer Philippe Courard, Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, is bevoegd voor : - de ondergeschikte besturen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VIII, van de wet; - het toezicht, zoals bedoeld in artikel 7 van de wet; - het toezicht op de politiezones zoals bepaald bij het decreet van 12 februari 2004 tot wijziging van het decreet van 1 april 1999 tot organisatie van het toezicht op de gemeenten, de provincies en de intercommunales van het Waalse Gewest; - de wetgeving inzake de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het toezicht daarop; - de ambtenarenzaken en het bestuur; - de kerkfabrieken en de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VIII, 6° van de wet.

Art. 6.De heer Jean-Claude Marcourt, Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, is bevoegd voor : - de economie, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VI, 1° en 2°, van de wet, met inbegrip van de K.M.O.'s en de erkenning van de ondernemers; - het afzet- en uitvoerbeleid, bedoeld in artikel 6, § 1e, VI, eerste lid, 3°, van de wet en de bevordering van landbouw- en tuinbouwproducten in het buitenland; - de sociale economie; - de ontvangst van de buitenlandse investeringen; - het werkgelegenheidsbeleid zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IX, van de wet; - het erfgoed, met inbegrip van de monumenten en sites zoals bedoeld in artikel 6, § 1, I, 7°, van de wet, evenals de opgravingen.

Art. 7.Mevr. Marie-Dominique Simonet, Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, is bevoegd voor : - de internationale betrekkingen, met inbegrip van de betrekkingen met de Europese instellingen, onverminderd artikel 2, achtste streepje, en de ontwikkelingssamenwerking zoals bedoeld in artikel 6ter van de wet; - het wetenschappelijk onderzoek, zoals bedoeld in artikel 6bis van de wet, met uitzondering van het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de energie; - de nieuwe technologieën; - de telecommunicatie (met inbegrip van het beheer van het WIN-Contract), met uitzondering van de cyberscholen en de cyberklassen.

Art. 8.De heer Marc Tarabella, Minister van Vorming, is bevoegd voor : - de sociale promotie zoals bedoeld in artikel 3, 3°, van het decreet; - de beroepsomscholing en -bijscholing, zoals bedoeld in artikel 3, 4°, van het decreet; - de cyberscholen en de cyberklassen.

Art. 9.De heer Benoît Lutgen, Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, is bevoegd voor : - het landbouwbeleid, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, V, van de wet, met inbegrip van de slachthuizen en van de aanvullende en suppletieve hulp aan landbouwbedrijven, behalve de toepassing van de wetten op de economische expansie en de bevordering van landbouw- en tuinbouwproducten in het buitenland; - de landinrichting, het natuurbehoud en de ruilverkaveling, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, III, met uitzondering van punt 9°, van de wet; - het leefmilieu zoals bedoeld in artikel 6, § 1, II, 1° tot 4°, van de wet, behalve de globale vergunningen bedoeld in hoofdstuk XI van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning; - de ontwatering zoals bedoeld in artikel 6, § 1, III, 9°, van de wet; - het beheer van de bodemrijkdommen; - het toerisme zoals bedoeld in artikel 3, 2°, van het decreet; - het impulsfonds voor de landelijke economische ontwikkeling, met inbegrip van de dossiercoördinatie.

Art. 10.De binnen de Regering beraadslaagde decreetsontwerpen en besluiten worden ondertekend door de Minister die bevoegd is voor de aangelegenheid waarop zij betrekking hebben.

Zij worden medeondertekend door de Minister-President.

Art. 11.Als een delegatie wordt verleend overeenkomstig het besluit tot regeling van de werking van de Regering, worden de besluiten ondertekend door de Minister aan wie die delegatie wordt verleend.

In geval van afwezigheid of verhindering van een Minister kan laatstgenoemde de Minister aanwijzen die bevoegd is om in diens naam en opdracht te tekenen.

Art. 12.Het besluit van de Waalse Regering van 8 januari 2008 tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten wordt opgeheven.

Art. 13.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het ondertekend wordt.

Namen, 14 mei 2009.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën en Uitrusting, M. DAERDEN De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Vorming, M. TARABELLA De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN

^