Besluit Van De Waalse Regering van 15 februari 2007
gepubliceerd op 12 april 2007
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de Waalse overheidsdiensten en tot invoering van een bijzondere evaluatiecyclus

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2007027041
pub.
12/04/2007
prom.
15/02/2007
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

15 FEBRUARI 2007. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de Waalse overheidsdiensten en tot invoering van een bijzondere evaluatiecyclus


De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 3, vervangen bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 8 januari 2004, 1 april 2004, 27 mei 2004, 15 april 2005, 19 mei 2005 en 7 juli 2005;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 betreffende de voorwaarden van indienstneming en de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden, inzonderheid op artikel 8;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 juli 2006;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 13 juli 2006;

Gelet op de instemming van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 9 februari 2007;

Gelet op protocol nr. 471 van Sectorcomité nr. XVI, opgesteld op 24 november 2006;

Gelet op protocol nr. 477 van Sectorcomité nr. XVI, opgesteld op 5 februari 2007;

Gelet op advies nr. 42.005/2 van de Raad van State, gegeven op 19 januari 2007 overeenkomstig artikel 84, § 1, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Gelet op het decreet van 22 januari 1998 betreffende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren, inzonderheid op artikel 2;

Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 19 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 4° wordt het woord « medische » vervangen door het woord « lichamelijke »;2° in 6° worden, in de Franse versie, de woorden « lors de » vervangen door het woord « par »;3° in 7° worden de woorden « de afgevaardigd bestuurder van Selor » vervangen door de woorden « Selor ».

Art. 2.Artikel 23, lid 1, van hetzelfde besluit worden vervangen door volgend lid : « De Secretaris-generaal benoemt de overeenkomstig de artikelen 116 tot en met 119 aangewezen geslaagde in de hoedanigheid van stagiair. ».

Art. 3.In artikel 29 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden leden 1 en 2 vervangen door volgende leden : « De stagecommissie bestaat uit de secretarissen-generaal van de ministeries en de directeur-generaal waaronder de stagiair ressorteert of hun gemachtigde van minstens rang A3. De commissie wordt voorgezeten door de secretaris-generaal van het ministerie van het Waalse Gewest of diens gemachtigde. »; 2° in § 2 wordt lid 1 vervangen door volgend lid : « Zodra uit één van de twee verslagen blijkt dat de stagiair niet aan de stage voldoet, kan dat door de vormingsdirecteur aanhangig gemaakt worden bij de commissie.Als uit beide verslagen of uit het verslag betreffende de verlenging van de stage blijkt dat de stagiair niet aan de stage voldoet, wordt dat door de vormingsdirecteur aanhangig gemaakt bij de commissie. ».

Art. 4.In boek I, titel III, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het opschrift van het hoofdstuk wordt vervangen door volgend opschrift : « Hoofdstuk III.- Lichamelijke geschiktheid »; 2° de opdeling van het hoofdstuk in afdelingen wordt geschrapt;3° de artikelen 32 en 33 worden vervangen door volgende bepalingen : « Art.32 .De geslaagde die aangewezen wordt door de Directie Aanwerving van het ministerie van het Waalse Gewest wordt onderworpen aan een aan de stage voorafgaande gezondheidsbeoordeling uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 29 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers.

Indien de geslaagde na afloop van de voorafgaande gezondheidsbeoordeling ongeschikt wordt verklaard voor een door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalde periode, wordt hij niet tot de stage toegelaten en de Directie Aanwerving wijst hem voor die periode af.

Indien de geslaagde na afloop van de voorafgaande gezondheidsbeoordeling definitief ongeschikt wordt verklaard door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, wordt hij niet tot de stage toegelaten en de Directie Aanwerving sluit hem uit de reserve uit.

Art. 33.Indien de geslaagde nalaat om gevolg te geven aan twee opeenvolgende oproepingen van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, waarbij de tweede oproeping bij ter post aangetekend schrijven is geschied, licht laatstgenoemde onverwijld de Directie Aanwerving in, die de geslaagde uit de reserve uitsluit, behoudens een toelaatbaar geachte reden. »; 4° de artikelen 34 tot en met 44 worden opgeheven.

Art. 5.Artikel 48, § 1, van hetzelfde besluit worden vervangen door volgende bepaling : «

Art. 48.§ 1. De bevordering bij verhoging in graad is de benoeming in de onmiddellijk hogere graad van hetzelfde niveau als het niveau waartoe de ambtenaar behoort.

In afwijking van lid 1 kan evenwel : 1° een ambtenaar van niveau 1 door verhoging in graad bevorderd worden tot een graad van rang A4 of van rang A3 die niet aan een mandaat verbonden is;2° een gegradueerde voor een staffunctie in de rang B1 door verhoging in graad bevorderd worden tot de graad van eerste gegradueerde;3° een assistent voor een staffunctie in de rang C1 door verhoging in graad bevorderd worden tot de graad van eerste assistent.».

Art. 6.In artikel 51bis van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de eerste zin wordt het cijfer « 7 » vervangen door het cijfer « 8 »;2° in lid 2 wordt het woord « van » vervangen door het woord « op » en het woord « tot » door de woorden « en op »;3° lid 3 wordt aangevuld met volgende volzin : « De procedure voor de oproep tot de kandidaten mag niet opgestart worden tussen 15 juli en 31 augustus.»; 4° het volgend lid wordt ingevoegd tussen leden 3 en 4 : « De oproep tot de kandidaten omvat het functieprofiel, de selectiecriteria en de rangschikking.».

Art. 7.Artikel 54 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 15 april 2005, wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 54.Het directiecomité, uitgebreid met de ambtenaar-generaal van rang A3 onder wie de in te vullen betrekking ressorteert, stelt, meer bepaald op grond van het competentieprofiel en de visie op de uitoefening van de opdracht verbonden aan de in te vullen betrekking van de kandidaten, een voorlopig voorstel van rangschikking op van de kandidaten die hij geschikt acht voor : 1° de mutatie binnen dezelfde personeelsformatie;2° de bevordering door verhoging in graad binnen dezelfde personeelsformatie;3° de mutatie vanuit een andere personeelsformatie;4° de bevordering door verhoging in graad vanuit een andere personeelsformatie. Het Directiecomité maakt slechts een voorstel op één van de wijzen bedoeld in lid 1, 2°, 3° en 4°, op bij uitblijven van kandidaturen voor de toewijzing van de betrekking op de vorige wijze of als de Regering beslist heeft de betrekking aan geen enkele kandidaat toe te wijzen.

Het voorlopige voorstel tot rangschikking of niet-rangschikking wordt gemotiveerd en aan de kandidaten medegedeeld.

Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na mededeling zijn opmerkingen overmaken of een bezwaar indienen bij de voorzitter van het directiecomité. Het directiecomité spreekt zich over het bezwaar uit binnen één maand na ontvangst ervan, na de bezwaarindiener te hebben gehoord als laatstgenoemde dat verklaard heeft, dat te willen.

De bezwaarindiener kan zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze.

De gemotiveerde beslissing van het directiecomité over de opmerkingen of het bezwaar wordt medegedeeld aan wie zijn opmerkingen heeft geuit of aan wie een bezwaar heeft ingediend.

Bij wijziging van het voorlopige voorstel wordt het definitieve gemotiveerde voorstel aan alle kandidaten medegedeeld. ».

Art. 8.« In artikel 55 van hetzelfde besluit wordt er een lid 2, luidend als volgt, toegevoegd : Voor de staffuncties in de rangen B1 en C1 en in afwijking van lid 1, 2° en 4°, kunnen eveneens bevorderd worden door verhoging in graad : 1° in de graad van eerste gegradueerde, de gegradueerde;2° in de graad van eerste assistent, de assistent.».

Art. 9.In artikel 56 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « Behalve voor de kaderfuncties in de rang A5 » vervangen door de woorden « Voor de andere betrekkingen dan de staffuncties »;2° in § 2 worden volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « Voor de kaderfuncties in de rang A5 » vervangen door de woorden « Voor de staffuncties »;b) 3° wordt aangevuld met volgende volzin : « geslaagd zijn voor minstens één proef voor de validering van de vaardigheden voor het betrokken beroep in het betrokken niveau.»; c) 4° wordt aangevuld met volgende volzin : « zes jaar niveau-anciënniteit tellen;»; d) er wordt een 5° toegevoegd, luidend als volgt : « geslaagd zijn voor een voor het betrokken niveau ingericht examen met betrekking tot de bekwaamheid in het leiding geven en in de vier jaar voor de vacantverklaring van de betrekking in dat niveau tewerkgesteld zijn; ». e) er wordt een 6° toegevoegd, luidend als volgt : « een selectietest ondergaan om na te gaan of het profiel van de geslaagde in overeenstemming is met de in te vullen betrekking.».

Art. 10.Artikel 58 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 58.De staffuncties worden toegewezen overeenkomstig de regels bepaald in artikel 54 onder voorbehoud van volgende leden.

Het Directiecomité, in voorkomend geval uitgebreid met de ambtenaar van rang A4 onder wie de in te vullen betrekking ressorteert wijst de staffuncties in de rang A5 toe en het strategisch comité uitgebreid met de ambtenaar van rang A4 en met de ambtenaar of de ambtenaren van niveau 1 onder wie de in te vullen betrekking ressorteert, de staffuncties in de rangen B1 en C1 toe.

De betrekking wordt toegewezen op grond van de test bedoeld in artikel 56, § 2, 6°, en, daarnaast, bij bevordering, op grond van de rangschikking bepaald door het examen bedoeld in artikel 56, § 2, 5°.

In voorkomend geval wordt de oudste reserve bij voorrang aangesproken.

Bij ex aequo wordt de ambtenaar met de hoogste anciënniteit in de hoogste rang onder de bekwaam verklaarde geslaagden door verhoging in graad bevorderd tot de staffunctie. ».

Art. 11.In artikel 59, lid 1, 1°, wordt het woord « positieve » vervangen door het woord « gunstige ».

Art. 12.In artikel 63 van hetzelfde besluit worden de woorden « sinds minstens twee maanden » ingevoegd tussen de woorden « de titularis » en de woorden « afwezig is ».

Art. 13.In artikel 64 van hetzelfde besluit woorden de woorden « A3 en » ingevoegd tussen de woorden « rang » en « A4 ».

Art. 14.In artikel 65, § 1, 4°, van hetzelfde besluit woorden de woorden « A3 » ingevoegd tussen de woorden « rang » en « A4 ».

Art. 15.In artikel 70 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « of A3 » worden geschrapt;2° de woorden « artikel 345, § 3 » worden vervangen door de woorden « artikel 350, § 1 ».

Art. 16.In artikel 78bis van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° lid 1 wordt vervangen door volgend lid : « De mutatie van ambtswege in het belang van de dienst is de overgang van een betrekking van een pool naar een betrekking van hetzelfde niveau en hetzelfde beroep in een andere pool.»; 2° volgende leden worden ingevoegd tussen lid 1 en lid 2 : « Voor de staffuncties, de betrekkingen van directeur en inspecteur-generaal is de mutatie van ambtswege in het belang van de dienst de overgang van een staffunctie, een betrekking van directeur of inspecteur-generaal naar een andere staffunctie, een andere betrekking van directeur of inspecteur-generaal. De mutatie van ambtswege in het belang van de dienst vindt binnen eenzelfde personeelsformatie of binnen een verschillende personeelsformatie plaats. ».

Art. 17.Artikel 83 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 83.De vergelijkende wervingsexamens en de overgangsexamens worden aangepast aan de dwingende omstandigheden in verband met de handicaps van de ingeschreven kandidaten.

De betrekkingen voorbehouden voor de gehandicapte personen worden bij voorrang toegewezen aan de personen die aan minstens één van de voorwaarden bepaald in artikel 82, 1° tot en met 6°, voldoen, in de volgorde van hun rangschikking. ».

Art. 18.In artikel 85 van hetzelfde besluit wordt het woord « arbeidsgeneesheer » vervangen door de woorden « preventieadviseur-geneesheer ».

Art. 19.In artikel 88, § 2, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de eerste volzin wordt opgeheven;2° in de tweede volzin worden de woorden « Hun bevoegdheden strekken zich over de ministeries en de instellingen uit via de uitoefening van volgende exclusieve opdrachten » vervangen door de woorden « Er bestaat in het ministerie van het Waalse Gewest een Directie Vorming die uitsluitend bevoegd is ten opzichte van alle ministeries en instellingen voor de uitoefening van volgende opdrachten : ».

Art. 20.In boek I, titel V, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : de woorden « Hoofdstuk II - De vormingsdirecteur » worden geschrapt; 2° in artikel 90 worden de woorden « de vormingsdirecteur » vervangen door de woorden « de Directie Vorming van het ministerie van het Waalse Gewest » en de woorden « Hij wordt » worden vervangen door de woorden « Zij wordt »;2° de woorden « Hoofdstuk III - Vormingen » worden vervangen door de woorden « Hoofdstuk II - Vormingen ».

Art. 21.In artikel 91 van hetzelfde besluit worden de woorden « van het Ministerie van het Waalse Gewest » ingevoegd na de woorden « directie vorming ».

Art. 22.Er wordt een artikel 91bis in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 91bis.Onder loopbaanvorming wordt elke vorming verstaan voor het voldoen aan de evaluatiecriteria, alsmede de vormingen ter voorbereiding van de proeven voor het verkrijgen van het directie- en/of het managementsbrevet, de vormingen ter voorbereiding van de proeven voor de validering van de verworven vaardigheden en van de vergelijkende examens voor de overgang naar het hogere niveau. ».

Art. 23.Er wordt een artikel 91ter in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 91ter.§ 1. De Minister neemt de inschrijvingskosten over voor de opleidingen bedoeld in dit hoofdstuk. § 2. De ambtenaren die gebruik maken van het openbaar vervoer om zich naar loopbaanvormingen te begeven, genieten een vergoeding berekend overeenkomstig de artikelen 523 tot en met 527.

De ambtenaren die gebruik maken van hun eigen voertuig om zich naar loopbaanvormingen te begeven, genieten de vergoeding bedoeld in artikel 535, lid 2.

De ambtenaren die zich op eigen initiatief naar andere vormingen begeven, genieten geen enkele vergoeding wegens reiskosten. ».

Art. 24.In artikel 92 van hetzelfde besluit worden de woorden « van het ministerie van het Waalse Gewest » ingevoegd na de woorden « directie vorming ».

Art. 25.Artikel 93 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 93.De secretaris-generaal keurt de vorming op initiatief van de dienst goed die niet georganiseerd wordt door de Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest, na advies van laatstgenoemde. ».

Art. 26.Artikel 95 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 27.In boek I, titel V, hoofdstuk III worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het opschrift van afdeling III wordt het woorddeel « loopbaan » geschrapt;2° in artikel 96, § 1, worden de woorden « op eigen initiatief » ingevoegd tussen het woord « om » en de woorden « een vorming »;3° artikel 96, § 2, wordt opgeheven;2° in artikel 97 worden de woorden « goedgekeurd door een Ministerie of een instelling » ingevoegd tussen het woord « vorming » en het woord « volgt ».

Art. 28.Artikel 98 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 98.De vormingen bedoeld in bijlage XI zijn goedgekeurd. De secretaris-generaal keurt de andere vormingen op initiatief van de ambtenaar goed die niet georganiseerd worden door de Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest, na advies van laatstgenoemde. ».

Art. 29.In artikel 100 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 3 worden de woorden « de vormingsdirecteur » vervangen door de woorden « de Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest »;2° lid 4 wordt opgeheven.

Art. 30.Artikel 103 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 103.Het totaal van de dienstvrijstellingen en verloven die de ambtenaar worden toegekend om vormingen te volgen, verplichte vormingen niet meegerekend, mag niet meer bedragen dan 120 uur per jaar voor daadwerkelijke diensten die volledige prestaties inhouden.

Ten opzichte van de ambtenaren die in een deeltijdse arbeidsregeling tewerkgesteld zijn, worden die honderdtwintig uur verhoudingsgewijs verminderd. ».

Art. 31.In artikel 104 van hetzelfde besluit wordt 6° opgeheven.

Art. 32.Artikel 105 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 105.In de maand waarin een vorming die niet door haar georganiseerd wordt, aanvangt of waarin de eerste taak van het afstandsonderwijs wordt opgestuurd, maakt de ambtenaar een inschrijvingsattest over aan de Directie Vorming.

In de maand waarin de vorming die niet door haar georganiseerd wordt, of het studieprogramma beëindigd wordt, maakt de ambtenaar een nauwgezetheidsbewijs aan de Directie Vorming over. ».

Art. 33.In artikel 106, § 2, lid 1, van hetzelfde besluit worden de woorden « de vormingsdirecteur » vervangen door de woorden « de Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest ».

Art. 34.Artikel 107 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 107.De ambtenaar geeft schriftelijk kennis aan de Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest dat hij de vorming opgeeft.

Bij afstandsonderwijs geeft de ambtenaar kennis aan de Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest van elke onderbreking van meer dan twee maanden in het opsturen van de opgelegde taken, ongeacht of het om een onderbreking in één of meerdere keren gaat.

In beide gevallen maakt de ambtenaar het nauwgezetheidsbewijs aan de Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest over.

De Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest beëindigt het verlof op de datum van de kennisgevingen bedoeld in leden 1 en 2.

De opgave en het feit dat het versturen van de opgelegde taken definitief of tijdelijk onderbroken wordt, worden verantwoord op straffe van de sanctie bepaald in artikel 108. ».

Art. 35.In artikel 108, lid 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « van de vormingsdirecteur » vervangen door de woorden « van de Directie Vorming van het Ministerie van het Waalse Gewest ».

Art. 36.Artikel 109 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 37.Artikel 111 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « Art.111. De programma's van de vergelijkende wervingsexamens worden opgesteld door de Regering op advies van Selor. De programma's van de vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau worden opgesteld door de Regering. Die programma's dienen om na te gaan of de vorming en het profiel van de kandidaten beantwoorden aan de vereisten van de toe te wijzen betrekking. ».

Art. 38.Er wordt een artikel 112bis in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 112bis.Onverminderd artikel 511 genieten de voorzitter en de juryleden van een vergelijkend overgangsexamen of een bijkomende proef een toelage van 75 euro per halve dag, gekoppeld aan spilindex 138,01 op 1 januari 1990 en aan het indexcijfer gekoppeld overeenkomstig de regels van artikel 247. ».

Art. 39.In artikel 114, § 2, van hetzelfde besluit wordt, in de Franse tekst, het woord « multimédias » vervangen door het woord « multimédia ».

Art. 40.Artikel 115, § 1, 3°, van hetzelfde besluit worden vervangen door volgende bepaling : « 3° in voorkomend geval, het maximumaantal kandidaten die toegelaten worden op het einde van de eerste proef. Als meerdere kandidaten een gelijk puntenaantal hebben voor de toewijzing van de laatste plaats, wordt het maximumaantal toegelaten kandidaten in hun voordeel verhoogd. ».

Art. 41.Artikel 116 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « Art.116. § 1. Er wordt door de afgevaardigd bestuurder van Selor proces-verbaal opgesteld na de basisproef/-proeven; hij stelt de lijst vast van de geslaagden die de reserve uitmaken.

Indien er een bijkomende proef georganiseerd wordt, behouden de geslaagden ervan hun aanvankelijke rangschikking in de reserve. Enkel de geslaagden van de bijkomende proef kunnen toegelaten worden tot de betrekkingen die er het voorwerp van uitmaken. § 2. Voor het proces-verbaal na de basisproef of -proeven afgesloten wordt, vergewist SELOR zich ervan dat de geslaagden voldoen aan de algemene toelaatbaarheidsvoorwaarde bedoeld bij artikel 19, 5°, en dat ze de vereiste studiediploma's of -getuigschriften bezitten en verklaart de geslaagden die aan die voorwaarden voldoen, toegelaten.

Het proces-verbaal van de bijkomende proef wordt afgesloten nadat is nagegaan of elke geslaagde de daarvoor vereiste diploma's en certificaten bezit. § 3. Vóór hun aanwijzing vergewist het Waalse Gewest zich ervan dat de geslaagden aan de algemene toelaatbaarheidsvoorwaarden voldoen bepaald bij artikel 19, 1° tot 4° en 6°.

Als een bijkomend onderzoek nodig blijkt bij het nagaan van de voorwaarden bepaald in artikel 19, 1° en 2°, wordt de geslaagde uit de reserve geschorst.

De geslaagde van wie na onderzoek vastgesteld is dat hij aan de voorwaarden voldoet en die voorbijgegaan is door een minder goed gerangschikte geslaagde, neemt bij zijn latere werving rang in op de datum van de werving van die minder goed gerangschikte geslaagde.

De geslaagde van wie na onderzoek vastgesteld is dat hij niet voldoet aan de voorwaarden, wordt uit de reserve geschorst zolang hij het bewijs niet voorgelegd heeft dat hij opgehouden heeft eraan te voldoen; hij wordt ervan uitgesloten als vaststaat dat hij er niet aan zal kunnen voldoen voor geen enkele betrekking waaraan de reserve toegang verleent.

De beslissing om een bijkomend onderzoek te verrichten en de beslissingen tot schorsing of uitsluiting uit de reserve worden door het Waalse Gewest getroffen en aan de geslaagde medegedeeld. ».

Art. 42.In artikel 117 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° lid 1 wordt vervangen door : « De geslaagden die, na verstrijken van de termijn bepaald bij artikel 118 om in te gaan op aanbiedingen voor betrekkingen, voldoen aan alle toegangsvoorwaarden bedoeld in artikel 19, 6°, voor de in te vullen betrekking, worden in de volgorde van hun rangschikking tot de stage toegelaten.»; 2° er wordt een lid 3 ingevoegd, luidend als volgt : « Indien vergelijkende examens op dezelfde datum worden afgesloten, worden de als eerste gerangschikte geslaagden van elk vergelijkend examen volgens hun leeftijd gerangschikt, te beginnen met de oudste en zo verder.».

Art. 43.Artikel 118 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 118.§ 1. De geslaagden mogen hun voorkeur voor één of meerdere welbepaalde betrekkingen kenbaar maken. Met hun wens wordt zoveel mogelijk en volgens hun rang in de rangschikking rekening gehouden.

De geslaagden die niet ingaan op een aanbod voor betrekkingen binnen de daarbij bepaalde termijn en de geslaagden die alle tegelijk aangeboden betrekkingen weigeren, verliezen het voordeel van hun rang in de rangschikking, tenzij ze binnen de termijn die hen toegestaan wordt om in te gaan op het aanbod voor een betrekking, het verzoek kenbaar maken om opnieuw geraadpleegd te worden.

De geslaagden die hun voorkeur kenbaar maken voor één of meerdere betrekkingen verbinden zich ertoe de hen toegewezen betrekking te aanvaarden. De secretaris-generaal van het ministerie van het Waalse Gewest deelt hun uitsluiting uit de reserve mee aan de geslaagden die na die aanvaarding weigeren om hun ambt op te nemen.

De geslaagden delen elke adresverandering mee aan de dienst toewijzingen van het Waalse Gewest. Elk aanbod wordt hen rechtsgeldig overgemaakt op het laatst opgegeven adres. § 2. De dienst toewijzingen heeft als opdrachten het beheer van de wervingsreserves met betrekking tot de vergelijkende examens georganiseerd door Selor voor de diensten van de Waalse Regering en de instellingen van openbaar nut van het Waalse Gewest en de aanwijzing van de geslaagden uit de wervingsreserves in vacant verklaarde betrekkingen voor de diensten van de Waalse Regering en de instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren. ».

Art. 44.Artikel 119 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 119.Een wervingsreserve blijft geldig totdat de volgende reserve is samengesteld en ten minste vier jaar vanaf het proces-verbaal waarbij ze wordt samengesteld. ».

Art. 45.Artikel 120 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 120.In het niveau 1 wordt de overgang enkel georganiseerd voor het administratieve beroep.

In de niveaus 2+ en 2 wordt de overgang enkel georganiseerd voor de beroepen opgenomen in bijlage II, afdeling III. In het niveau 3 wordt de overgang georganiseerd voor alle beroepen. ».

Art. 46.Artikel 121 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 121.De vergelijkende overgangsexamens worden minstens om de vier jaar gehouden. ».

Art. 47.Artikel 122, lid 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgend lid : « De vergelijkende overgangsexamens waarmee overgangsreserves samengesteld worden, bevatten eliminerende basisproeven waarvan de inhoud opgenomen is in bijlage II, afdeling IV. Die basisproeven worden brevetten genoemd voor de vergelijkende examens voor overgang naar niveau 1. ».

Art. 48.In artikel 125 van hetzelfde besluit worden de woorden « de afgevaardigd bestuurder van Selor » vervangen door de woorden « de secretaris-generaal van het Ministerie van het Waalse Gewest ».

Art. 49.In artikel 139, lid 2,van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 20 van het Wetboek op de Inkomstenbelastingen » vervangen door de woorden « artikel 23 van het Wetboek op de Inkomstenbelastingen 1992 ».

Art. 50.Artikel 150 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 150.De Kamer van beroep brengt een gunstig advies of een beslissing tot vernietiging uit binnen één maand na aanhangigmaking.

Het gemotiveerde advies wordt voor beslissing voorgelegd aan het Directiecomité en de gemotiveerde beslissing waarmee de toegewezen evaluatie van rechtswege vernietigd wordt, wordt overgemaakt aan de personen bedoeld in artikel 148, zodat een nieuwe evaluatie doorgevoerd kan worden na een periode van vier maanden vanaf de ontvangst ervan. Laatstgenoemden worden bijgestaan door een vertegenwoordiger van de afdeling personeel en een waarnemer die in voorkomend geval door de geëvalueerde persoon gekozen wordt uit de leden van een vakbeweging. Die tweede evaluatie kan niet door de kamer van beroep vernietigd worden.

De Secretaris-generaal deelt het personeelslid de toegewezen evaluatie mee. ».

Art. 51.In artikel 155 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de leden 1 en 4 wordt het woord « gemotiveerd » ingevoegd tussen het woord « een » en het woord « advies »;2° volgende lid wordt ingevoegd tussen lid 2 en lid 3 : « Het college maakt voor 1 mei een activiteitenverslag over het vorige jaar aan de Regering over.».

Art. 52.Artikel 156 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 156.Het college kiest zijn voorzitter uit eigen kring voor een duur van ten minste zes maanden en hoogstens twee jaar. Het mandaat is verlengbaar. ».

Art. 53.In artikel 162 worden, in de Franse tekst, de woorden « ou secret médical » vervangen door de woorden « au secret médical ».

Art. 54.Artikel 184 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 184.Bij strafrechtelijke vervolging kan de tuchtprocedure voortgezet worden mits een gemotiveerde beslissing van de minister van Ambtenarenzaken.

De tuchtsanctie wordt door de Regering bevestigd, ingetrokken of aangepast binnen de zes maanden vanaf de dag waarop een rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is getreden. ».

Art. 55.In artikel 186 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 1° wordt volgende littera toegevoegd : « e) elke evaluatie toegewezen aan een ambtenaar »;2° in 2° worden de woorden « betreffende elke evaluatie toegewezen aan een ambtenaar » opgeheven;3° er wordt een 3° toegevoegd, luidend als volgt : « 3° onverminderd 1°, e), een beslissing uitbrengen tot vernietiging van elk beroep betreffende elke toegewezen evaluatie ».

Art. 56.In artikel 191, lid 2, wordt, in de Franse tekst, het woord « agrées » vervangen door het woord « agréés ».

Art. 57.Artikel 194 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 194.De griffier vraagt onmiddellijk het volledige dossier van de zaak op aan degene die de beslissing of het voorstel tot beslissing getroffen heeft, die het per kerende post aan de kamer overmaakt. De stukken en inlichtingen die bijkomend opgevraagd worden, worden eveneens per kerende post overgemaakt.

De voorzitter maakt één keer per jaar een overzicht over aan de secretaris-generaal van de termijnen waarin de dossiers en de bijkomende stukken en inlichtingen zijn overgemaakt. ».

Art. 58.Artikel 199, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « § 1. Het proces-verbaal van verhoor wordt aan de ambtenaar overgemaakt in de zeven dagen na verschijning, met het verzoek om het te ondertekenen en zijn eventuele opmerkingen mede te delen.

De ambtenaar verzendt het proces-verbaal, voorzien van zijn eventuele opmerkingen, binnen de vijftien dagen na overmaking. Bij ontstentenis wordt het proces-verbaal definitief. ».

Art. 59.In artikel 200, § 1, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 1 wordt het woord « zes » vervangen door het woord « vier »;2° in lid 2 worden de woorden « de maand » vervangen door de woorden « de twee maanden »;3° in lid 3 worden de woorden « de maand » vervangen door de woorden « de twee maanden ».

Art. 60.Artikel 220, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « § 1er. Voor het berekenen van de niveau-anciënniteit vormen de werkelijke diensten die de ambtenaar als statutair en zonder vrijwillige onderbreking heeft verricht in de volgende instellingen toelaatbare diensten : 1° elke instelling van internationaal recht waarvan de federale Staat, een Gewest of een Gemeenschap lid is;2° elke instelling, al dan niet opgericht als aparte rechtspersoon, die ressorteert onder de wetgevende, uitvoerende of gerechtelijke macht, van de federale Staat, een Gewest, een Gemeenschap of een Gemeenschapscommissie;3° elke instelling die onder een provincie, een gemeente, een vereniging van gemeenten, een agglomeratie of een federatie van gemeenten ressorteert, en elke instelling die ressorteert onder een instelling die ondergeschikt is aan een provincie of een gemeente;4° elke instelling van internationaal recht waarvan een andere Staat van de Europese Economische Ruimte lid is, of Zwitserland of een bestanddeel van één van die Staten die vergelijkbaar is met een Gewest of een Gemeenschap;5° elke instelling van een andere Staat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, vergelijkbaar met de instellingen bedoeld in 2° en 3°. Voor de berekening van de niveau-anciënniteit vormen de daadwerkelijke diensten die de ambtenaar in vast dienstverband zonder vrijwillige onderbreking gepresteerd heeft bij elke onderwijsinstelling of -inrichting, vrij gesubventioneerde dienst voor school- of beroepsoriëntatie of psychologisch-medisch-sociaal centrum en bij elke vergelijkbare instelling of inrichting, dienst of centrum van een andere Staat van de Europese Eeconomische Ruimte of Zwitserland, toelaatbare diensten.

Art. 61.Artikel 221 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « Art. 221.Voor de berekening van de rang-, niveau en dienstanciënniteit met een maximum van tien jaar vormen de diensten die gepresteerd zijn in statutair of dienstverband bij de overheid van een andere Staat dan die bedoeld in artikel 220, § 1, in de privé-sector en als zelfstandige, indien het diensten betreft die overeenkomen met een bij de werving vereiste beroepservaring, eveneens toelaatbare diensten. ».

Art. 62.Artikel 238 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 238.§ 1. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit vormen de daadwerkelijke diensten die de ambtenaar in statutair dan wel contractueel dienstverband en zonder vrijwillige onderbreking uitgevoerd heeft bij volgende instellingen, eveneens toelaatbare diensten : 1° elke instelling van internationaal recht waarvan de federale Staat, een Gewest of een Gemeenschap lid zijn;2° elke instelling, al dan niet opgericht als aparte rechtspersoon, die ressorteert onder de wetgevende, uitvoerende of gerechtelijke macht, van de federale Staat, een Gewest, een Gemeenschap of een Gemeenschapscommissie;3° elke instelling die onder een provincie, een gemeente, een vereniging van gemeenten, een agglomeratie of een federatie van gemeenten ressorteert, en elke instelling die ressorteert onder een instelling die ondergeschikt is aan een provincie of een gemeente;4° elke andere instelling van Belgisch recht die inspeelt op collectieve behoeften van algemeen of plaatselijk nut en waarvan de leiding vaststelbaar overwegend in handen is van de overheid;5° elke instelling van internationaal recht waarvan een andere Staat van de Europese Economische Ruimte lid is, of Zwitserland of een onderdeel van één van die Staten dat vergelijkbaar is met een Gewest of een Gemeenschap;6° elke instelling van een andere Staat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, vergelijkbaar met de instellingen bedoeld in 2° en 4°;7° elke onderwijsinstelling of -inrichting, vrij gesubventioneerde dienst voor school- of beroepsoriëntatie of psychologisch-medisch-sociaal centrum en elke vergelijkbare instelling of inrichting, dienst of centrum van een andere Staat van de Europese Eeconomische Ruimte of Zwitserland. § 2. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit met een maximum van zes jaar vormen de diensten gepresteerd als werkloze tewerkgesteld bij de Belgische overheid en in een hoedanigheid die vergelijkbaar is met de hoedanigheid van werkloze tewerkgesteld in een andere Staat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, eveneens toelaatbare diensten. § 3. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit met een maximum van zes jaar vormen de diensten gepresteerd in statutair of contractueel dienstverband bij de overheid van een andere Staat dan die bedoeld in § 1, in de privé-sector en als zelfstandige eveneens toelaatbare diensten. Die grens wordt op tien jaar gebracht indien het diensten betreft die overeenstemmen met een bij de werving vereiste beroepservaring. ».

Art. 63.In artikel 241, lid 2, wordt, in de Franse tekst, het woord « déterminé » vervangen door het woord « déterminée ».

Art. 64.Artikel 287 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling :« Art. 287.Artikel 92 is van toepassing op de vormingen die deel uitmaken van het stageprogramma van de stagiair. ».

Art. 65.Artikel 306 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het regeringsbesluit van 15 april 2005, wordt vervangen door volgende bepaling : « De dag van de akte of de gebeurtenis die het vertrekpunt uitmaakt van een termijn is daar niet in begrepen. De vervaldag wordt in de termijn meegerekend. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag, een wettelijke feestdag, 27 september, 2 november, 15 november of 26 december is, wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerstvolgende werkdag. Elke kennisgeving van het Waalse Gewest wordt bij ter post aangetekend schrijven gesteld. ».

Art. 66.Er wordt een artikel 309bis in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 309bis.Zolang de eerste proef voor de validering van de vaardigheden niet afgesloten is, wordt de voorwaarde bedoeld in artikel 56, § 1, 3°, vervangen door een voorwaarde van vier jaar ranganciënniteit.

Zolang de eerste proef voor de validering van de vaardigheden niet afgesloten is, is de voorwaarde bedoeld in artikel 56, § 2, 3°, niet vereist.

Voor de procedures die lopende zijn bij de inwerkingtreding van dit besluit, zijn de voorwaarden bedoeld in artikel 56, § 2, 5° en 6°, niet vereist.

Zolang de eerste vormingen voor het verwerven van de vaardigheden niet verstrekt zijn, wordt de voorwaarde bedoeld in artikel 56, § 3, lid 2, vervangen door een voorwaarde van vier jaar ranganciënniteit. ».

Art. 67.Artikel 313, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « § 1. Artikel 119 is van toepassing op de gewestelijke wervingsreserves samengesteld op grond van de bepalingen die van kracht waren voor dit besluit.

De Minister van Ambtenarenzaken stelt de lijst van die reserves op en bepaalt aan welk beroep of welke beroepen ze beantwoordt. Een reserve die meerdere beroepen verenigt, behoudt zijn rechtsgeldigheid ten overstaan van de beroepen waarvoor geen enkele nieuwe reserve is samengesteld; ze behoudt haar rechtsgeldigheid ten overstaan van alle beroepen waaraan ze beantwoordt, vier jaar vanaf het proces-verbaal waarbij ze samengesteld is.

Die reserves kunnen niet leiden tot betrekkingen in andere diensten dan de diensten die aangekondigd zijn in de berichten voor vergelijkende examens op grond waarvan ze samengesteld zijn. ».

Art. 68.Er wordt een artikel 313bis in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 313bis.De geslaagden van de reserves met als referte AFW9910A, AFW9926B, AFW9920C, AFW9930D, ADW9926D, ADW9920C, ADW9930D en AFW9940E die niet ingaan op een aanbieding voor een betrekking binnen de termijn bepaald in artikel 118, § 1, lid 2, worden uit de wervingsreserves uitgesloten. ».

Art. 69.Artikel 314, lid 2, 3° en 4°, van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgend lid : « 3° worden de houders van het brevet dat de goede afloop van een proef inzake de algemene vorming voor de overgang naar niveau 1 bevestigt, met inbegrip van degenen die dat brevet later zullen verkrijgen na een proef waarvoor de oproep tot de kandidaten bekend is gemaakt en niet afgesloten is, vrijgesteld van het algemene brevet waarin dit besluit voorziet voor de overgang naar niveau 1; 4° wat betreft de drie brevetten voor de controle van de kennis voorzien voor de overgang naar niveau 1 : a) de brevetten verkregen voor materies die door de Vaste wervingssecretaris vastgelegd werden, blijven geldig;b) de ambtenaar die drie van die brevetten bezit, mag zich inschrijven voor het eindbrevet voorzien voor de overgang naar niveau 1;c) de ambtenaar die twee van die brevetten bezit, moet slagen in een brevet inzake kenniscontrole vooraleer hij zich mag inschrijven voor het eindbrevet voor de overgang naar niveau 1;d) de ambtenaar die één van die brevetten bezit, moet slagen in twee brevetten inzake kenniscontrole vooraleer hij zich mag inschrijven voor het eindbrevet voor de overgang naar niveau 1;e) de ambtenaar die het brevet « bestuursrecht « bezit, moet de proef « Bestuur » niet afleggen en de ambtenaar die het brevet « overheidsopdrachten « bezit, moet de proef « Financiën « niet afleggen;f) onverminderd vorige littera moet de ambtenaar die één of twee brevetten inzake kenniscontrole moet afleggen, verplicht de proef « Bestuur » en/of de proef « Financiën » kiezen.Als hij reeds houder is van de twee overeenstemmende brevetten, zal hij het brevet « Instellingen » voorzien voor de overgang naar niveau 1 afleggen.

Art. 70.Artikel 317, lid 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende leden : « De ambtenaren die de voorbereidende opleiding hebben gevolgd voor de bevordering in de rangen A5, B2 en C2, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 17 november 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van het Gewest worden geacht definitief geslaagd te zijn voor de proef voor de validatie van de vaardigheden bedoeld in dit besluit voor de betrokken rangen.

De ambtenaren die de voorbereidende opleiding hebben gevolgd voor de bevordering in de rangen D1, D2 en E1, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 17 november 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van het Gewest, worden geacht definitief de opleidingen voor het verwerven van de vaardigheden bedoeld in dit besluit te hebben gevolgd, voor de betrokken rangen. ».

Art. 71.Er wordt een artikel 319bis in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 319bis.Zolang de voorwaarde bedoeld in artikel 56, § 1, 3° niet vereist is, zijn de ambtenaren die, overeenkomstig de artikelen 317 tot en met 319, geacht definitief geslaagd te zijn voor de test voor de validering van de vaardigheden voor de verhoging in graad, prioritair voor de verhoging in die graad. Op hen is artikel 309bis, lid 1, van toepassing.

Zolang de voorwaarde bedoeld in artikel 56, § 3, lid 2, niet vereist is, zijn de ambtenaren die, overeenkomstig artikel 317, lid 2, geacht zijn definitief de vormingen voor de verwerving van de vaardigheden voor de verhoging in graad te hebben gevolgd, prioritair voor de verhoging in die graad. Op hen is artikel 309bis, lid 3, van toepassing. ».

Art. 72.Artikel 372, lid 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « Als het verlof gespreid opgenomen wordt en als de ambtenaar daarom verzoekt, houdt dat verlof een ononderbroken periode van minstens twee weken in. ».

Art. 73.In artikel 373, § 1, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 2, 4°, worden de woorden « bedoeld in de artikelen 500 en volgende » vervangen door de woorden bedoeld in de artikelen 435 en volgende »;2° lid 3 wordt vervangen door volgend lid : « Als het aldus berekende aantal verlofdagen, vermeerderd met de compenserende en recuperatieverlofdagen bedoeld in artikel 375, geen geheel getal vormt, wordt het afgerond naar de hogere halve dag.».

Art. 74.Artikel 375 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 375.De ambtenaar is met verlof op de dagen die zijn opgesomd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, evenals op 27 september, 2 november, 15 november en 26 december.

Indien één van de dagen bedoeld in lid 1 samenvalt met een dag waarop de ambtenaar niet werkt krachtens de op hem toepasselijke arbeidsregeling, krijgt de ambtenaar een compenserende verlofdag die onder dezelfde voorwaarden opgenomen kan worden als het jaarlijkse vakantieverlof.

De ambtenaar die krachtens de op hem toepasselijke arbeidsregeling of wegens de dienstvereisten verplicht is te werken op één van de dagen bedoeld in lid 1, krijgt een recuperatieverlofdag die opgenomen kan worden onder dezelfde voorwaarden als het jaarlijkse vakantieverlof.

De duur van de verloven bedoeld in de leden 1 tot en met 3 wordt verhoudingsgewijs verminderd voor de ambtenaren op wie een deeltijdse arbeidsregeling van toepassing is.

De verloven bedoeld in leden 1 tot en met 3 worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.

Als de ambtenaar evenwel op één van de dagen bedoeld in lid 1 wegens een andere reden met verlof is of als hij in non-activiteit of in disponibiliteit is, blijft zijn bestuurlijke positie bepaald overeenkomstig de op hem toepasselijke regelgevende bepalingen. ».

Art. 75.In artikel 379, § 1, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het punt 2° wordt vervangen door volgend punt : « 2° bij ziekte, ongeval of ziekenhuisopname van één van de volgende personen die niet onder hetzelfde dak als hij wonen : een bloed- of aanverwant in de eerste graad.»; 2° de paragraaf wordt aangevuld als volgt : « In de gevallen bedoeld in lid 1, 1° en 2°, bewijst een doktersattest de noodzakelijke aanwezigheid van de ambtenaar.».

Art. 76.In artikel 383, § 2, lid 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « de dienstvrijstelling » vervangen door de woorden « het verlof ».

Art. 77.In artikel 388 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de Franse versie wordt het woord « féminin » ingevoegd tussen de woorden « l'agent » en de woorden « se trouve »;2° het woord « zeventien » wordt vervangen door het woord « negentien »;3° er wordt een lid 2 ingevoegd, luidend als volgt : « De bezoldiging die verschuldigd is voor de verlenging van nabevallingsrust toegekend overeenkomstig artikel 391bis, mag niet meer dan vierentwintig weken dekken.».

Art. 78.In artikel 389 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 1 wordt het woord « zes » vervangen door het woord « vijf »;2° in lid 2 wordt het woord « acht » vervangen door het woord « zeven ».

Art. 79.In artikel 391 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 1 : a) worden de woorden « achtste », « zevende » en « negende » respectievelijk vervangen door de woorden « negende », « zesde » en « achtste »;b) worden de woorden « zij is blijven werken » vervangen door de woorden « hij is blijven werken »;c) wordt, in de Franse tekst, het woord « lesquelles » vervangen door het woord « lesquels »;b) worden de woorden « zij gewerkt heeft » vervangen door de woorden « hij gewerkt heeft »;2° er wordt een lid 3 ingevoegd, luidend als volgt : « Bij een meervoudige geboorte wordt de arbeidsonderbrekingsperiode na de negende week, eventueel verlengd overeenkomstig de bepalingen van lid 2, verlengd met een maximumperiode van twee weken.».

Art. 80.Er wordt een artikel 391bis in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 391bis.In de gevallen waarin de pasgeborene in de ziekenhuisinrichting dient te blijven na de eerste zeven dagen na de geboorte, kan de nabevallingsrust op verzoek van de ambtenaar verlengd worden met een periode die even lang duurt als de periode waarin het kind in het ziekenhuis is gebleven na de eerste zeven dagen. De duur van die verlenging mag de vierentwintig weken niet overschrijden.

Daartoe maakt de ambtenaar aan de overheid waaronder hij ressorteert, het volgende over : 1° op het einde van de periode van de nabevallingsrust, een attest van de ziekenhuisinrichting waaruit blijkt dat de pasgeborene na de eerste zeven dagen na de geboorte in het ziekenhuis is gebleven, en waarin de duur van het ziekenhuisverblijf wordt aangegeven;2° in voorkomend geval, op het einde van de verlengingsperiode voortvloeiende uit de bepalingen van dit lid, een nieuw attest van de ziekenhuisinrichting waaruit blijkt dat de pasgeborene de ziekenhuisinrichting nog niet verlaten heeft en waarin de duur van het ziekenhuisverblijf wordt aangegeven.».

Art. 81.Artikel 395 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : « Art. 395.De artikelen 387 tot en met 389 zijn niet van toepassing bij een miskraam dat voorgevallen is vóór de éénentachtigste zwangerschapsdag. ».

Art. 82.Artikel 396, § 5, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 83.In artikel 400 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 1 wordt het woorddeel « maximum » geschrapt;2° er wordt een lid 2 ingevoegd, luidend als volgt : « Op verzoek van de ambtenaar wordt het voltijdse verlof per maand opgesplitst.Het halftijdse verlof kan niet worden opgesplitst. ».

Art. 84.Er wordt een artikel 400bis in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 400bis.Er wordt na de geboorte, de adoptie of de plaatsing van een kind in een pleeggezin in het kader van de pleegzorg een ouderschapsverlof van maximum drie maanden togekend aan de ambtenaar in dienstactiviteit. Dat voltijdse verlof dient opgenomen te worden voor het kind de leeftijd van tien jaar heeft bereikt. Op verzoek van de ambtenaar wordt het verlof in maanden opgedeeld. Dat verlof is onbezoldigd. Voor het overige wordt het gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. ».

Art. 85.« Er wordt een artikel 410bis in hetzelfde besluit ingevoegd, luidend als volgt : Om het aantal verlofdagen die de ambtenaar nog kan krijgen krachtens artikel 405 te bepalen, worden de ziekteverlofdagen die het gevolg zijn van pesten, ongewenste intimiteiten of geweldpleging op het werk niet in overweging genomen, voor zover het pesten, de ongewenste intimiteiten of de geweldpleging erkend zijn door de overheid of vastgesteld zijn bij een gerechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden. ».

Art. 86.In artikel 427, lid 1, van hetzelfde besluit worden, in de Franse tekst, de woorden « pour retrait d'emploi » vervangen door de woorden « par retrait d'emploi ».

Art. 87.In artikel 432, lid 2, van hetzelfde besluit woorden de woorden « artikel 414 » vervangen door de woorden « artikel 429 ».

Art. 88.In artikel 435, § 2, 2°, van hetzelfde besluit worden, in de Franse tekst, de woorden « la Commission communautaire commune » vervangen door de woorden « de la Commission communautaire commune ».

Art. 89.In artikel 442 van hetzelfde besluit wordt, in de Franse tekst, het woord « peut » vervangen door het woord « peuvent ».

Art. 90.In artikel 454, § 1, lid 4, 7°, van hetzelfde besluit worden de woorden « ainsi qu'aux » vervangen door de woorden « ainsi que les ».

Art. 91.In artikel 455, lid 1, 14°, worden, in de Franse tekst, de woorden « des agents » ingevoegd tussen de woorden « les syndicats » en de woorden « relevant de ces autorités ».

Art. 92.In artikel 472, lid 5, worden de woorden « artikel LIII.CXIV.25 » vervangen door de woorden « artikel 471 ».

Art. 93.In artikel 511, lid 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « of de ministeriële besluiten » geschrapt.

Art. 94.Artikel 512 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 95.In artikel 524, § 1, van hetzelfde besluit wordt, in de Franse tekst, het woord « elles » vervangen door het woord « ils ».

Art. 96.In artikel 530, § 1, van hetzelfde besluit wordt, in de Franse tekst, het woord « identiques » vervangen door het woord « identique ».

Art. 97.In artikel 531 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 1 wordt het bedrag van 0,20 euro vervangen door het bedrag 0,2841 euro;2° er wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt : « In afwijking van artikel 514 wordt het bedrag van de kilometervergoeding jaarlijks op 1 juli verhoogd met een breukgetal waarvan de noemer het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand mei van het lopende jaar is en de noemer, het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand mei van het vorige jaar;het verkregen resultaat wordt tot en met de vierde decimaal bepaald. ».

Art. 98.In artikel 535 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° lid 1, 3°, wordt opgeheven;2° in lid 2 worden, in de Franse tekst, de woorden « tel que défini » vervangen door de woorden « telle que définie ».

Art. 99.In artikel 547 van hetzelfde besluit worden de woorden « 88% van » geschrapt.

Art. 100.In artikel 548 van hetzelfde besluit worden de woorden « 88% van » geschrapt.

Art. 101.In artikel 549 van hetzelfde besluit worden de woorden « 88% van » geschrapt.

Art. 102.Artikel 551 van hetzelfde besluit wordt vervangen door volgende bepaling : «

Art. 551.Het Gewest kan evenwel met de openbare vervoersmaatschappijen overeenkomsten sluiten waarbij het rechtstreeks het bedrag van zijn bijdrage in de vervoerskosten van de ambtenaar betaalt. ».

Art. 103.In artikel 553 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1 » in 1° worden de woorden « wat 1° betreft » vervangen door de woorden « wat artikel 552, 1° » betreft; 2 » in 2° worden de woorden « wat 2° betreft » vervangen door de woorden « wat artikel 552, 2° » betreft; 3 » in 3° worden de woorden « wat 3° betreft » vervangen door de woorden « wat artikel 552, 3° » betreft; 4 « in 4° worden de woorden « wat 4° betreft » vervangen door de woorden « wat artikel 552, 4° » betreft.

Art. 104.In artikel 568, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden « de personeelsleden en de leden van het contractuele personeel bedoeld in artikel 565 » vervangen door de woorden « de ambtenaren en de contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 565 ».

Art. 105.In artikel 569 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 1 wordt, in de Franse tekst, het woord « ils » vervangen door het woord « elles »;2° in lid 2 worden, in de Franse tekst, de woorden « Ils perdent » vervangen door de woorden « Elles perdent » en de woorden « ils sont restés éloignés » door de woorden « elles sont restées éloignées ».

Art. 106.Volgende wijzigingen worden aangebracht in bijlage II bij hetzelfde besluit : 1° in afdeling II, b), 1°, wordt, in de Franse tekst, het woorden « quelque » vervangen door het woord « quelle que »;2° in afdeling III, rubriek 2+ B3, worden de woorden « 4° communicatie » en « 8° directiesecretariaat » opgeheven;3° in afdeling III, rubriek 3 D3, wordt er een punt « 19° luchthavenbewaker » toegevoegd;4° afdeling IV wordt vervangen door volgende bepalingen : « Afdeling IV.- Basisproeven voor de vergelijkende overgangsexamens Onderafdeling I. - Overgang naar niveau 1 De brevetten voor de overgang naar niveau 1 bevatten achtereenvolgens : 1° een eerste brevet, algemeen brevet genoemd, waarin één of meerdere basisproeven voorzien voor de aanwerving in niveau 1 opgenomen zijn;2° drie brevetten voor de kenniscontrole (met een moeilijkheidsgraad die overeenstemt met het studieniveau vereist voor de aanwerving op niveau 1) met betrekking tot de materies in verband met de opdrachten van het Waalse Gewest, namelijk : a) een brevet « Instellingen » (gewestelijke instellingen, verdeling van de bevoegdheden tussen de federale overheid en de deelgebieden, Europese instellingen);b) een brevet « Bestuur » (bestuursrecht);c) een brevet « Financiën » (overheidsfinanciën, begrotingsrecht, overheidsopdrachten);3° een vijfde brevet, eindbrevet genoemd, dat erin bestaat een reëel praktisch geval op te lossen dat een ambtenaar van rang A6 die een beroep bekleedt overeenstemmende met het administratieve beroep, tegenkomt.De kandidaat moet in staat zijn om het reële praktische geval te analyseren, een oplossing uit te werken, ze schriftelijk samen te vatten en mondeling uiteen te zetten.

Onderafdeling II. - Overgang naar niveau 2+ De basisproeven voor de overgang naar niveau 2+ bevatten achtereenvolgens : 1° een eerste proef, algemene proef genoemd, waarin de basisproeven voorzien voor de aanwerving in niveau 2+ opgenomen zijn;2° een tweede proef voor de kenniscontrole (met een moeilijkheidsgraad die overeenstemt met het studieniveau vereist voor de aanwerving op niveau 2+) met betrekking tot de materies in verband met de studiecyclus die leidt tot het bekomen van het diploma of de diploma's vereist bij de aanwerving;3° een derde proef, eindproef genoemd, die erin bestaat een reëel praktisch geval op te lossen dat een ambtenaar van rang B3 tegenkomt die een beroep bekleedt overeenstemmende met het beroep waartoe het vergelijkende examen leidt.De kandidaat moet in staat zijn om het reële praktische geval te analyseren, een oplossing uit te werken, ze schriftelijk samen te vatten en mondeling uiteen te zetten.

Onderafdeling III. - Overgang naar niveau 2 De basisproeven voor de overgang naar niveau 2 bevatten achtereenvolgens : 1° een eerste proef, algemene proef genoemd, waarin de basisproeven voorzien voor de aanwerving in niveau 2 opgenomen zijn;2° een tweede proef voor de kenniscontrole (met een moeilijkheidsgraad die overeenstemt met het studieniveau vereist voor de aanwerving op niveau 2) met betrekking tot : a) voor het administratieve beroep, algemene materies in verband met de opdrachten van het Waalse Gewest, namelijk elementen van het bestuursrecht en elementen van de overheidsfinanciën;b) voor alle andere beroepen, op materies vervat in de studiecyclus die leidt tot het verkrijgen van de bij de aanwerving vereiste diploma's;3° een derde proef, eindproef genoemd, die erin bestaat een reëel praktisch geval op te lossen dat een ambtenaar van rang C3 tegenkomt die een beroep bekleedt overeenstemmende met het beroep waartoe het vergelijkende examen leidt.De kandidaat moet in staat zijn om het reële praktische geval te analyseren, een oplossing uit te werken, ze schriftelijk samen te vatten en mondeling uiteen te zetten.

Onderafdeling IV. - Overgang naar niveau 3 De basisproeven voor de overgang naar niveau 3 zijn voor elk beroep gelijk aan de basisproeven voorzien voor de aanwerving. ».

Art. 107.In bijlage III, hoofdstuk I, wordt de bepaling opgenomen onder de rubriek Niveau 3 - Niveau 4 vervangen door volgende bepaling : « Geen enkel diploma of studiegetuigschrift worden vereist. De Minister van Ambtenarenzaken kan evenwel na advies van Selor voor bepaalde beroepen eisen dat men over door Selor aangewezen diploma's of studiegetuigeschriften beschikt indien die voorwaarde ingegeven wordt door het technische of gespecialiseerde karakter van het beroep. ».

Art. 108.Voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 wordt bijlage XIII bij hetzelfde besluit vervangen door bijlage A bij dit besluit.

Art. 109.Voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 wordt bijlage XIII bij hetzelfde besluit vervangen door bijlage B bij dit besluit.

Art. 110.Vanaf 1 januari 2008 wordt bijlage XIII bij hetzelfde besluit vervangen door bijlage C bij dit besluit.

Art. 111.Artikel 8 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 betreffende de voorwaarden van indienstneming en de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden wordt aangevuld met een § 3, luidend als volgt : « § 3. De contractuele personeelsleden genieten dezelfde normale bezoldiging op de carensdag bedoeld in de artikelen 52 en 71 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. » »

Art. 112.Een bijzondere evaluatiecyclus wordt ingevoerd voor de personeelsleden die : 1° een evaluatie onder voorbehoud of een negatieve evaluatie kregen;2° geen enkele evaluatie kregen;3° overeenkomstig artikel 145 van de Ambtenarencode voor het eerst geëvalueerd moeten worden op 15 december 2006.

Art. 113.De artikelen 141 tot en met 152 van de Ambtenarencode zijn van toepassing op de bijzondere evaluatiecyclus, onverminderd de artikelen 113 tot en met 116.

Art. 114.Voorafgaandelijk aan het planningsonderhoud bedoeld in artikel 141, § 3, van de Ambtenarencode en uiterlijk op 15 april 2006 stelt de uitvoerder van de evaluatie, bepaald overeenkomstig artikel 146, § 1, lid 1, van de Ambtenarencode een functie- en taakomschrijving op van het personeelslid overeenkomstig het model opgenomen in bijlage D.

Art. 115.De functie- en taakomschrijving van het personeelslid wordt gevalideerd bij het planningsonderhoud bedoeld in artikel 141, § 3, van de Ambtenarencode, dat uiterlijk op 15 mei 2006 plaatsvindt.

Art. 116.Een functioneringsgesprek tussen de uitvoerder van de evaluatie en het personeelslid vindt plaats in de loop van de maand september 2006 om te oordelen over de graad van verwezenlijking van de doelstellingen en ze eventueel aan te passen.

Art. 117.Het evaluatiegesprek vindt plaats in de loop van de maand december 2006.

Art. 118.Dit besluit treedt in werking de eerste dag na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van : 1° de artikelen 91, 99, 100, 101 en 102, die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2006;2° artikel 111, dat uitwerking heeft vanaf 1 januari 2006;3° de artikelen 112 tot en met 117, die uitwerking hebben op 14 februari 2006.

Art. 119.De Minister van Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 15 februari 2007.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 15 februari 2007 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de Waalse overheidsdiensten en tot invoering van een bijzondere evaluatiecyclus Namen, 15 februari 2007.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 15 februari 2007 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de Waalse overheidsdiensten en tot invoering van een bijzondere evaluatiecyclus Namen, 15 februari 2007.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 15 februari 2007 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de Waalse overheidsdiensten en tot invoering van een bijzondere evaluatiecyclus Namen, 15 februari 2007.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 15 februari 2007 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de Waalse overheidsdiensten en tot invoering van een bijzondere evaluatiecyclus.

Namen, 15 februari 2007.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^